top of page

Search this site

14069 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Is de Vanguard S&P 500-ETF zijn stevige premie waard?

    In het kort De Vanguard S&P 500 UCITS ETF USD Distributing, beter bekend als VUSA, volgt vijfhonderd grote Amerikaanse ondernemingen tegen slechts 0,07 procent jaarlijkse kosten. Goedkoop beheer betekent echter niet automatisch een goedkope portefeuille. Vanguard meldde per 31 augustus 2026 voor de onderliggende index een koers-winstverhouding van 25,2, een koers-boekwaardeverhouding van 5,3 en een rendement op eigen vermogen van 29 procent. Bij een koers van 131,477 euro op Euronext Amsterdam op 6 oktober betaalt de belegger dus voor uitzonderlijk winstgevende bedrijven, met de verwachting dat een flink deel van die winstgevendheid overeind blijft. Het gaat om de uitkerende Ierse shareclass met ISIN IE00B3XXRP09. VUSA noteert in euro's in Amsterdam, terwijl de fondsvaluta en het grootste deel van de bedrijfswinsten in dollars luiden. De uitkering is per kwartaal. De De Belegger-pagina van VUSA toont de koers met enige vertraging. Dit keer gaat het niet opnieuw om valuta of herbelegging, maar om de kwaliteitspremie: hoeveel van de huidige waardering is te verklaren door het hoge rendement dat de bedrijven op hun eigen kapitaal verdienen? Direct naar een onderdeel van dit artikel Een hoge ROE maakt een hoge boekwaarde minder vreemd Zeven basispunten kosten weinig maar verwachtingen kosten veel De koers vraagt om blijvende winstgroei Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Een hoge ROE maakt een hoge boekwaarde minder vreemd Rendement op eigen vermogen, vaak afgekort tot ROE, is de nettowinst gedeeld door het boekhoudkundige eigen vermogen. Een ROE van 29 procent betekent dat iedere 100 dollar boekwaarde in een jaar ongeveer 29 dollar winst oplevert. Dat is uitzonderlijk. De grootste ondernemingen in de S&P 500 hebben veel software, merken, netwerkeffecten en schaalvoordelen. Zulke bezittingen staan niet volledig op de balans, terwijl ze wel winst produceren. Daarom kan 5,3 keer de boekwaarde rationeler zijn dan het op het eerste gezicht lijkt. Wie alleen naar die verhouding kijkt, mist dat een kapitaallicht softwarebedrijf veel meer winst uit een dollar boekwaarde kan halen dan een bank of fabriek. De module hieronder koppelt boekwaarde, ROE en uitkeringsratio aan elkaar. De uitkeringsratio is het deel van de winst dat als dividend wordt uitgekeerd; het overige deel blijft beschikbaar voor groei, inkoop of kasopbouw. De kwetsbaarheid zit in de omgekeerde redenering. Een hoge koers-boekwaardeverhouding is verdedigbaar zolang de hoge ROE standhoudt. Daalt de ROE door concurrentie, regelgeving, hogere belastingen of veel duurder kapitaal, dan valt niet alleen de winst lager uit. Ook de multiple die beleggers voor die winst willen betalen kan krimpen. De huidige waardering bevat dus twee aannames tegelijk: sterke winsten en een blijvende kwaliteitsstatus. Vanguard rapporteerde voor de portefeuille bovendien 24,1 procent winstgroei. Dat is een momentopname, geen normaal groeitempo voor een index. Een deel komt door het herstel en de sterke groei van grote technologiebedrijven. Wie 24 procent jarenlang doortrekt, rekent impliciet op een omvang die economisch steeds lastiger wordt. In onze eerdere analyse van VUSA staat hoe de ETF is opgebouwd en welke rol dividend en valuta spelen. Die basis blijft relevant, maar de huidige waardering vraagt vooral om discipline bij de groeiverwachting. Zeven basispunten kosten weinig maar verwachtingen kosten veel De lopende kosten van 0,07 procent zijn een duidelijk voordeel. Op 25.000 euro is dat in het eerste jaar ongeveer 17,50 euro, los van transactiekosten, belastingen en het kleine verschil tussen fonds en index. Over een lange periode blijft een groter deel van het marktrendement bij de belegger dan bij een duur actief fonds. Toch kan een lage kostenratio een waarderingsdaling niet compenseren. Een daling van de koers-winstverhouding van 25,2 naar 20 kost bij gelijkblijvende winst grofweg een vijfde van de koers. De kostenmodule laat het nuttige maar beperkte effect van de lage fondsfee zien. Het verschil groeit door rente op rente, alleen is de winstgroei van de onderliggende bedrijven veel bepalender. VUSA is daarmee een efficiënt voertuig voor een dure markt. Dat is geen tegenspraak. Het fonds doet precies wat het belooft; de prijs van de bestemming wordt door de markt bepaald. De portefeuille is bovendien niet gelijkmatig verdeeld. Per eind augustus woog informatietechnologie 37,9 procent. De tien grootste posities waren samen ongeveer 39,3 procent, met NVIDIA, Apple en Microsoft als grootste namen. Een sterk jaar van die bedrijven tilt de index op en verhoogt tegelijk de concentratie. De opname van nieuwe snelgroeiende ondernemingen kan extra vraag veroorzaken, zoals uitgelegd in ons artikel over de toetreding van Bloom Energy tot de S&P 500. Indexvraag verandert echter niet wat een bedrijf op lange termijn verdient. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De koers vraagt om blijvende winstgroei De reverse waardering begint bij 131,477 euro. Bij 7 procent gewenst jaarlijks koersrendement en een eindwaardering van 22 keer de winst moet de onderliggende winst per ETF-aandeel in 2029 uitkomen rond 7,33 euro. Dat is geen officiële winst per fondsaandeel, maar een consistente rekeneenheid om koers, groei en multiple aan elkaar te koppelen. Dividend telt niet mee in het getoonde koersrendement en komt voor deze uitkerende shareclass boven op de koersuitkomst. Het onderscheid tussen koersrendement en totaalrendement is hier belangrijk. VUSA keert dividend uit. Wie de uitkering herbelegt, koopt extra stukken en kan een hoger totaalrendement behalen dan de koersgrafiek laat zien. Wie de uitkering opneemt, houdt minder samengesteld vermogen over. De onderliggende dividendopbrengst van ongeveer 1,1 procent is bescheiden, zodat winstgroei en waardering het grootste deel van de uitkomst bepalen. Het sterkste tegenargument tegen voorzichtigheid is de kwaliteit van de index. Verliezers krimpen of verdwijnen, winnaars groeien en de Amerikaanse kapitaalmarkt trekt veel van de succesvolste ondernemingen aan. Dat mechanisme ondersteunt de winstbasis. Het garandeert alleen niet dat de aankoopprijs onbelangrijk is. Dezelfde uitstekende onderneming kan tegen 18 keer winst een andere belegging zijn dan tegen 35 keer winst. Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 In het bear-scenario normaliseert de ROE, vertraagt de winstgroei en daalt de waardering. Mogelijke jaareindekoersen zijn dan 111 euro in 2027, 104 euro in 2028 en 100 euro in 2029. Het middenpad veronderstelt ongeveer 7 procent winstgroei en een beperkte daling van de multiple: 139, 148 en 158 euro. In het gunstige pad blijft de kapitaalefficiëntie hoog en groeit de winst dubbelcijferig: 150, 168 en 188 euro. Dividend komt in alle drie de paden boven op de koers. De formule combineert een winstpad met een passende koers-winstverhouding en rekent de uitkomst om naar euro's. Daarmee speelt ook de dollar-euroverhouding mee, zonder dat een tweede valutawinst wordt opgeteld. De module laat zien hoeveel een andere waardering doet, zelfs wanneer de winstverwachting gelijk blijft. VUSA blijft een goedkope en liquide manier om de S&P 500 te volgen. De fondsconstructie is niet het probleem. Bij 25,2 keer de winst ligt de bewijslast bij de uitzonderlijke winstgevendheid van de bedrijven. Wie vandaag koopt, koopt lage kosten en hoge kwaliteit, maar krijgt die kwaliteit niet cadeau.

  • Salesforce groeit dubbelcijferig, maar de kasstroom loopt achter

    In het kort Salesforce verwacht voor boekjaar 2027 een omzet van 46,1 tot 46,4 miljard dollar, goed voor ongeveer 11 tot 12 procent groei. Dat klinkt als een duidelijke versnelling voor een volwassen softwarebedrijf. De kasstroomverwachting is minder uitbundig: operationele en vrije kasstroom zouden slechts ongeveer 4 tot 5 procent groeien. Bij een slotkoers van 229,79 dollar op de New York Stock Exchange op 5 oktober 2026 is dat verschil belangrijker dan het aantal keren dat Agentforce in een presentatie wordt genoemd. Het aandeel CRM noteert in dollars en heeft ISIN US79466L3024. De koers was twintig minuten vertraagd; de De Belegger-pagina toont dus een momentopname. Softwarebedrijven worden vaak gewaardeerd op terugkerende omzet en vrije kasstroom. Vrije kasstroom is de operationele kas na investeringen. Daarmee kunnen overnames, inkoop en schuldafbouw worden betaald. Wanneer omzet twee keer zo snel groeit als kas, moet de belegger begrijpen waar het verschil blijft. Direct naar een onderdeel van dit artikel Groei die wordt gekocht is minder waard dan groei die uit klanten komt Agentforce moet van label naar meetbare omzet Wat moet 229,79 dollar waarmaken? Drie scenario’s met verschillende kasgroei Groei die wordt gekocht is minder waard dan groei die uit klanten komt Salesforce verkoopt abonnementen voor verkoop, klantenservice, marketing, data en samenwerking. Een bestaande klant kan meer modules kopen, extra gebruikers toevoegen of AI-agents inzetten. Dat is organische groei: omzet uit de bestaande productmachine. Groei via acquisities kan ook waarde creëren, maar vraagt eerst een kasbetaling en brengt integratiekosten mee. De resultaten over het tweede kwartaal laten 1,27 miljard dollar operationele kasstroom en 1,10 miljard vrije kasstroom zien. Over de eerste helft bedroeg de vrije kasstroom 7,65 miljard dollar, tegen 6,90 miljard een jaar eerder. Seizoensinvloeden zijn groot, omdat veel klanten jaarlijks betalen. Daarom zegt één kwartaal minder dan de combinatie van jaarverwachting, resterende contractwaarde en kasmarge. De kasmodule rekent omzet, kasstroommarge en eenmalige uitstroom door. Herstructurering, acquisitiekosten en betalingen die niet als gewone operationele kosten ogen, verlaten wel degelijk de bankrekening. Aandelenbeloning is nog een aandachtspunt. Zij verlaagt de GAAP-winst, maar wordt in de operationele kasstroom teruggeteld. Economisch is die beloning niet gratis, want dezelfde onderneming wordt over meer aandelen verdeeld wanneer inkoop de uitgifte niet compenseert. In onze vergelijking van Salesforce en ServiceNow kwam al naar voren dat omzetkwaliteit en waardering samen moeten worden gelezen. Het goedkopere aandeel is niet automatisch aantrekkelijker wanneer de groei wordt gekocht of kasgroei achterblijft. Agentforce moet van label naar meetbare omzet Agentforce is de verzamelnaam voor AI-agents die taken in klantprocessen uitvoeren. Een agent kan bijvoorbeeld een servicevraag afhandelen, een verkoper voorbereiden of informatie uit verschillende databronnen combineren. Dat kan Salesforce meer gebruiksgebaseerde omzet geven naast vaste abonnementen. Het kan ook prijsdruk veroorzaken wanneer klanten met AI minder menselijke gebruikerslicenties nodig hebben. De omzetmixmodule voorkomt een veelgemaakte denkfout. Een AI-activiteit kan zeer snel groeien vanaf een kleine basis, terwijl zij nog maar een beperkt deel van de totale omzet vormt. Voor de waardering telt niet alleen groeipercentage, maar ook omvang, brutomarge en retentie. Retentie betekent dat klanten blijven en opnieuw betalen. Een agent die veel rekenkracht verbruikt kan bovendien een lagere brutomarge hebben dan een traditionele softwarelicentie. Het Pentagon-contract waarover we eerder schreven illustreert het verschil tussen contractwaarde en erkende omzet. Een meerjarige maximumwaarde is geen omzet in het kwartaal van ondertekening. Afname, implementatie en acceptatie bepalen wanneer geld en omzet binnenkomen. Het sterkste positieve argument is de geïnstalleerde basis. Salesforce zit diep in verkoop- en serviceprocessen. Klantdata, integraties en trainingen maken overstappen kostbaar. Als Agentforce aantoonbaar arbeid bespaart, kan Salesforce een deel van die waarde prijzen. Daartegenover staat concurrentie van Microsoft, ServiceNow, HubSpot en eigen systemen van grote klanten. AI verlaagt de kosten om nieuwe software te bouwen en kan daardoor zowel vraag als concurrentie vergroten. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. Wat moet 229,79 dollar waarmaken? Voor Salesforce is vrije kasstroom per aandeel een bruikbare maat, mits aandelenbeloning en verwatering apart worden bekeken. Bij 229,79 dollar, 9 procent gewenst koersrendement en een eindwaardering van 25 keer vrije kasstroom per aandeel is in 2029 ongeveer 11,9 dollar per aandeel nodig. De formule is koers maal het rendementspad, gedeeld door de multiple. Dat bedrag kan worden bereikt door omzetgroei, een hogere kasmarge en een lager aandeelental. Die drie mogen niet dubbel worden geteld. Wanneer Salesforce aandelen inkoopt maar evenveel nieuwe aandelen uitgeeft aan medewerkers, stijgt de kas per aandeel niet door krimp. Wanneer een acquisitie omzet toevoegt, moet de betaalde kasprijs in de waardering blijven staan. Een multiple van 25 is geen natuurwet. In een bear-markt kan software op 18 tot 20 keer vrije kasstroom eindigen; bij versnellende organische groei kan 30 keer verdedigbaar zijn. De reverse module maakt zichtbaar hoeveel extra kas nodig is wanneer de multiple lager uitvalt. Dat is nuttiger dan één koersdoel presenteren alsof de kapitaalmarkt in 2029 al vaststaat. Daarbij verdient de looptijd van contracten aandacht. Langere contracten geven omzetzichtbaarheid, maar korting aan het begin kan de opbrengst per klant drukken. Snellere facturatie helpt de kas tijdelijk; echte waarde ontstaat pas wanneer klanten blijven, uitbreiden en voor het extra gebruik betalen. Drie scenario’s met verschillende kasgroei Het bear-scenario veronderstelt prijsdruk, integratiekosten en een lagere waardering. Mogelijke jaareindekoersen zijn 185 dollar in 2027, 170 dollar in 2028 en 165 dollar in 2029. Het middenpad gebruikt dubbelcijferige omzetgroei en een stabiele kasmarge: 250, 280 en 315 dollar. In het gunstige pad versnelt Agentforce organisch zonder zware acquisitiekosten: 285, 345 en 420 dollar. De scenario's staan los van de consensus en verbinden vrije kasstroom per aandeel met een multiple. De waarderingsschuif toont hoeveel van de uitkomst verdwijnt wanneer beleggers minder voor iedere kasdollar willen betalen. Dat risico is reëel wanneer rente hoger blijft of groei tegenvalt. Salesforce heeft bewezen terugkerende omzet te kunnen stapelen en marges te verhogen. De volgende stap is eenvoudiger te formuleren dan uit te voeren: omzetgroei moet weer minstens even snel in vrije kas per verwaterd aandeel belanden. Totdat die aansluiting zichtbaar wordt, is Agentforce een kans met een kasstroomvoorwaarde.

  • Wereld-ETF van Vanguard leunt vooral op de Verenigde Staten

    In het kort De Vanguard FTSE All-World UCITS ETF, beurscode VWRL, is breed gespreid over 3.784 aandelen uit ontwikkelde en opkomende markten. Toch zit 61,68 procent van het fonds in Amerikaanse ondernemingen. Wie VWRL koopt, koopt dus de wereld, maar krijgt vooral de waardering, winstdynamiek en dollar van de Verenigde Staten mee. De uitkerende shareclass noteerde op 6 oktober 2026 rond 167,68 euro in Amsterdam. Het gaat om de Ierse UCITS-ETF met ISIN IE00B3RBWM25, basisvaluta Amerikaanse dollar en kwartaaluitkeringen. De Amsterdamse handelsvaluta is euro. Dat laatste neemt het valutarisico niet weg: de bedrijven verdienen in tientallen munten en de dollar weegt zwaar in de fondswaarde. Direct naar een onderdeel van dit artikel Breed in namen, geconcentreerd in economische invloed De onderliggende waardering is niet goedkoop Valuta, kosten en uitkeringen Wat veronderstelt 167,68 euro? Drie scenario's voor 2027, 2028 en 2029 Breed in namen, geconcentreerd in economische invloed Volgens de officiële fondspagina van Vanguard bestond de portefeuille eind augustus uit 3.784 aandelen. De Verenigde Staten woog 61,68 procent, Japan 6,00 procent, Taiwan 3,31 procent, het Verenigd Koninkrijk 3,25 procent en Canada 3,01 procent. China kwam uit op 2,72 procent. Die spreiding beschermt tegen een ramp bij één bedrijf. Zelfs Nvidia, de grootste positie, woog ongeveer 4,77 procent. Apple stond op 4,24 procent, Microsoft op 3,49 procent en Amazon op 2,33 procent. Toch kunnen dezelfde ondernemingen samen de uitkomst sterk sturen. De grote Amerikaanse technologiebedrijven hebben hoge winstmarges, veel indexgewicht en vergelijkbare gevoeligheid voor AI-investeringen, rente en regelgeving. Spreiding kent dus twee niveaus. Het eerste is het aantal posities. Daar scoort VWRL uitstekend. Het tweede is spreiding van winstbronnen en waarderingsrisico. Daar is het fonds minder neutraal dan de naam All-World doet vermoeden. Een daling van Amerikaanse groeiaandelen kan worden verzacht door banken, industrie en consumentenaandelen elders, maar niet volledig worden opgevangen zolang de VS bijna twee derde van het fonds vormt. In onze uitleg over VUSA is te zien hoe efficiënt één goedkope ETF de Amerikaanse markt volgt. VWRL voegt daar andere regio's aan toe, maar vervangt de Verenigde Staten niet. Vanguard liet in een ander artikel zien hoe belangrijk herbelegd inkomen voor langetermijnrendement is. Voor VWRL is dat extra relevant omdat deze shareclass uitkeert: wie totaalrendement wil vergelijken, moet de uitkeringen meenemen en eventueel zelf herbeleggen. De onderliggende waardering is niet goedkoop Vanguard rapporteerde eind augustus een koers-winstverhouding van 21,0, een koers-boekwaardeverhouding van 3,6 en een rendement op eigen vermogen van 18,7 procent. Een koers-winstverhouding van 21 betekent eenvoudig gezegd dat beleggers 21 dollar betalen voor iedere dollar huidige jaarwinst van de portefeuille. De omgekeerde winstyield is ongeveer 4,8 procent. Dat is geen directe rendementsverwachting. Winst kan groeien, bedrijven keren dividend uit en waarderingen kunnen stijgen of dalen. Het is wel een nuttig vertrekpunt. Bij een koers van 167,68 euro correspondeert 21 keer de winst met ongeveer 7,98 euro onderliggende winst per ETF-aandeel. Als die winst zes procent per jaar groeit, komt zij rond 9,50 euro uit in 2029. Blijft de multiple 21, dan volgt de koers grofweg de winst. Zakt de multiple naar 18, dan kan een deel van de winstgroei verdwijnen in waarderingsnormalisatie. De hoge kwaliteit van de portefeuille is een sterk tegenargument. Een rendement op eigen vermogen van 18,7 procent betekent dat de bedrijven gezamenlijk veel winst maken op het ingebrachte kapitaal. Vooral platformbedrijven hebben weinig fysiek kapitaal nodig voor extra omzet. Toch is de boekwaarde bij zulke ondernemingen minder informatief en kan de ROE door inkoop van eigen aandelen worden verhoogd. Daarom verdient de kasstroom evenveel aandacht als de boekhoudkundige winst. Valuta, kosten en uitkeringen VWRL heeft een lopendekostenpercentage van 0,22 procent. Dat is laag vergeleken met actief beheer, al bestaan goedkopere fondsen voor alleen de Verenigde Staten. De prijs voor wereldwijde spreiding is dus niet alleen een iets hoger kostenpercentage, maar ook blootstelling aan markten met lagere winstgroei en soms zwakkere aandeelhoudersbescherming. De ETF keert per kwartaal uit. Vanguard betaalde in maart 2026 0,4576 dollar per aandeel, in juni 0,9055 dollar en in september 0,5434 dollar. Deze bedragen schommelen met dividenden van onderliggende bedrijven en valutakoersen. Ze zijn geen gegarandeerde rente. De koersscenario's hieronder tonen alleen de ETF-koers; uitkeringen komen voor het totaalrendement erbovenop. Wie de uitkeringen niet herbelegt, krijgt een ander samengesteld resultaat dan bij een accumulerende shareclass. De handelsvaluta euro kan verwarrend zijn. Een aankoop in Amsterdam vermijdt geen dollarblootstelling. Als de dollar verzwakt tegenover de euro terwijl Amerikaanse aandelen gelijk blijven in dollars, kan de eurokoers van VWRL dalen. Omgekeerd kan een sterkere dollar het rendement in euro ondersteunen. Omdat de portefeuille wereldwijd is, spelen ook yen, pond, Taiwanese dollar en andere munten mee. Wat veronderstelt 167,68 euro? De reverse valuation vraagt welke onderliggende winst in 2029 nodig is. Bij een gewenst koersrendement van 7 procent en een eindmultiple van 19 keer de winst is ongeveer 10,80 euro winst per ETF-aandeel nodig. Vanaf circa 7,98 euro nu betekent dat een jaarlijkse winstgroei van iets boven 10 procent. Dat is haalbaar in een sterk economisch klimaat, maar hoger dan de nominale groei van de wereldeconomie. Een belegger kan de vereiste groei verlagen door genoegen te nemen met een lager koersrendement, een hogere eindmultiple te veronderstellen of de uitkeringen mee te tellen. Maar de rekensom voorkomt een veelgemaakte fout: breed gespreid is niet hetzelfde als laag gewaardeerd. VWRL kan operationeel precies doen wat het belooft en toch een matig rendement leveren wanneer de grootste markten te duur zijn gekocht. Drie scenario's voor 2027, 2028 en 2029 In het bear-scenario vertraagt de Amerikaanse winstgroei, loopt de waardering terug en verzwakt de dollar tegenover de euro. Dan daalt de koers naar 150 euro in 2027 en 140 euro in 2029, exclusief uitkeringen. Het middenpad gaat uit van ongeveer zes procent winstgroei, een beperkte waarderingsdaling en normale kwartaaluitkeringen. Het gunstige scenario veronderstelt dat winstgroei verbreedt naar industrie, financiële instellingen en opkomende markten, terwijl de hoge kapitaalefficiëntie van Amerikaanse technologie standhoudt. De Amsterdamse koers vind je op de VWRL-pagina van De Belegger. De koers daar is vertraagd. VWRL blijft een degelijk hulpmiddel voor iemand die met één transactie een groot deel van de beurswereld wil bezitten. De echte beleggingsvraag is alleen niet hoeveel aandelen in het mandje zitten. Het gaat om welke winsten, regio's en waarderingen de grootste invloed hebben. Vandaag is het antwoord duidelijk: de wereldwijde verpakking is breed, maar de motor is Amerikaans.

  • AMD moet van Helios nu een volle orderportefeuille maken

    In het kort AMD verwacht voor het derde kwartaal van 2026 ongeveer 13 miljard dollar omzet, 41 procent meer dan een jaar eerder en 13 procent meer dan in het tweede kwartaal. Het bedrijf verkoopt ondertussen niet meer alleen losse chips. Helios combineert versnellers, processors, netwerkverbindingen en software tot een compleet rack voor AI-datacenters. Een samenwerking met Anthropic kan oplopen tot 2 gigawatt aan inzetcapaciteit. Bij een koers van 636,47 dollar op Nasdaq op 6 oktober moet AMD nu bewijzen hoeveel van die technische ambitie tijdig verandert in geleverde racks, omzet en vrije kasstroom. AMD noteert onder ticker AMD in dollars, met ISIN US0079031078. De De Belegger-pagina toont de koers van 6 oktober. Het bedrijf publiceert de cijfers over het derde kwartaal op 3 november na beurs. De markt krijgt dan een eerste harde controle op de jaarhelft waarin de datacenteromzet al verdubbelde. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een rack verkoopt meer maar vraagt ook meer uitvoering Datacenteromzet groeit sneller dan de rest De koers vraagt om veel hogere winst per aandeel Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Een rack verkoopt meer maar vraagt ook meer uitvoering Een AI-rack is een kast vol rekenchips, processors, netwerkcomponenten, geheugen, koeling en stroomvoorziening. De klant koopt niet alleen silicium, maar een systeem dat als geheel moet werken. Voor AMD is dat economisch aantrekkelijk. Een grotere bundel verhoogt de omzet per project en maakt het mogelijk om de eigen EPYC-processors, Instinct-versnellers en netwerkproducten samen te verkopen. De complexiteit stijgt tegelijk. AMD moet componenten op tijd krijgen, de software goed laten samenwerken en partners helpen bij installatie. Een contract voor maximaal 2 gigawatt is daarom geen gegarandeerde omzet. De daadwerkelijke opbrengst hangt af van het tempo van de uitrol, de configuratie per datacenter, prijzen en acceptatie door de klant. Capaciteit is pas financieel relevant wanneer een rack is geleverd en omzet volgens de boekhoudregels kan worden erkend. De module vertaalt gigawatts illustratief naar omzet en past een uitvoeringskorting toe. Dat is geen voorspelling van de Anthropic-deal. Het maakt zichtbaar waarom het verschil tussen een maximaal kader en gerealiseerde omzet groot kan zijn. Een project kan technisch vastliggen en toch later worden gebouwd doordat stroomaansluitingen, grond of financiering ontbreken. In onze nabeschouwing van de vorige kwartaalcijfers draaide het verhaal om uitgestelde versnelling. Helios maakt die timing nu tastbaarder. AMD kan sterke vraag melden, maar beleggers willen zien dat systemen zonder extra vertraging in het datacenter belanden. Datacenteromzet groeit sneller dan de rest AMD rapporteerde over het tweede kwartaal 11,54 miljard dollar omzet. Het datacentersegment leverde 6,7 miljard dollar, 107 procent meer dan een jaar eerder en ongeveer 58 procent van de groepsomzet. De GAAP-brutomarge kwam uit op 54 procent. De GAAP-bedrijfswinst bedroeg 1,97 miljard dollar en de nettowinst 2,30 miljard dollar, of 1,38 dollar per verwaterd aandeel. Voor het derde kwartaal rekent AMD op een aangepaste brutomarge van ongeveer 56 procent. Aangepast betekent dat bepaalde kosten, zoals aandelenbeloningen en amortisatie van overnames, buiten de maatstaf blijven. Dat is nuttig voor de operationele trend, maar die kosten verdwijnen niet voor aandeelhouders. Alleen al in het tweede kwartaal bedroeg aandelenbeloning 503 miljoen dollar. Als het aandeelental daardoor stijgt, wordt dezelfde onderneming over meer aandelen verdeeld. De margebrug laat zien hoeveel operationele ruimte overblijft na brutowinst en bedrijfskosten. Bij een volledig rack kan AMD meer omzet boeken dan bij een losse chip, maar ook meer componentkosten dragen. Een hogere systeemomzet is dus niet automatisch beter wanneer de brutomarge daalt. Het komende kwartaal moet duidelijk maken of de verschuiving naar complete systemen de winst per omzetdollar ondersteunt. Het sterkste positieve argument is dat klanten een tweede volwaardig platform naast NVIDIA nodig hebben. Dat verlaagt leveranciersrisico, geeft onderhandelingsmacht en kan innovatie versnellen. AMD heeft sterke CPU's, concurrerende versnellers en een steeds breder softwarepakket. De tegenwerping is dat NVIDIA's CUDA-ecosysteem diep in klantsoftware zit. Een aantrekkelijke chip is niet genoeg wanneer ontwikkelaars tijd en risico moeten nemen om toepassingen te verplaatsen. Een vooruitblik op de komende cijfers staat ook in ons overzicht van wat AMD moet bewijzen. De lat is sindsdien hoger geworden doordat de koers sneller steeg dan de gerapporteerde winst per aandeel. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De koers vraagt om veel hogere winst per aandeel Bij 636,47 dollar, 10 procent gewenst koersrendement en een eindwaardering van 32 keer de winst moet AMD in 2029 ongeveer 26,5 dollar winst per verwaterd aandeel verdienen. Dat is veel meer dan de 1,38 dollar GAAP-winst uit het tweede kwartaal maal vier. De vergelijking is niet perfect omdat groei en seizoenseffecten groot zijn, maar ze maakt de vereiste schaal duidelijk. Om daar te komen moet datacenteromzet sterk blijven groeien, moet de brutomarge oplopen en mag verwatering de winstgroei per aandeel niet wegdrukken. Een hogere eindmultiple verlaagt de benodigde winst, maar maakt de uitkomst afhankelijker van het sentiment. Nettokas mag niet dubbel worden geteld: eenmaal in de ondernemingswaarde en nogmaals boven op de koers. De recente acquisities kunnen software en talent toevoegen, maar ze vergroten integratiekosten en aandelenbeloning. Helios biedt een betere operationele meetlat. Aantallen geleverde racks, omzet per systeem en brutomarge laten sneller zien of AMD een groter deel van de AI-infrastructuurwaarde vangt. Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 In het bear-scenario vertragen rackleveringen, blijft de softwareachterstand groot en daalt de waardering. Mogelijke jaareindekoersen zijn 440 dollar in 2027, 390 dollar in 2028 en 360 dollar in 2029. Het middenpad veronderstelt dat Helios meerdere klanten wint en de brutomarge geleidelijk stijgt: 680, 760 en 850 dollar. In het gunstige pad worden meerdere gigawattprojecten tijdig omzet en verhoogt software de marge: 800, 1.010 en 1.260 dollar. De scenarioformule vermenigvuldigt winst per aandeel met een passende multiple. De omzetpotentie uit gigawatts wordt niet nogmaals boven op de waardering gezet. Aandeleninkoop telt alleen wanneer het verwaterde aandeelental daalt. Zo blijft het model gevoelig voor uitvoering in plaats van voor aankondigingen. AMD heeft de onderdelen om een tweede groot AI-platform te bouwen. De komende cijfers moeten aantonen dat de nieuwe rackstrategie sneller groeit dan de verwachtingen die al in 636,47 dollar zitten. Technische geloofwaardigheid is aanwezig; financiële schaal moet nu volgen.

  • Trumps goedkope diesel geeft vervoerders lucht maar nog geen winst

    In het kort Donald Trump wil de druk van dure diesel verlichten door het gebruik van rode diesel op Amerikaanse wegen tijdelijk te versoepelen. Het besluit van 5 oktober draait echter eerst om belastinguitstel en verlichting van boetes, terwijl definitieve kwijtschelding nog moet worden onderzocht. Voor transportbedrijven kan dat werkkapitaal vrijmaken. Beleggers die het volledige bedrag alvast als extra winst boeken, lopen vooruit op beleid dat nog niet vaststaat. De tekst van het presidentiële besluit is concreter dan de politieke belofte van belastingvrije diesel. Het ministerie van Financiën moet binnen vijf dagen beoordelen of uitstel onder de genoemde wettelijke bevoegdheid mogelijk is en voor wie. Daarnaast moet de belastingdienst verlichting aankondigen van bepaalde boetes voor het verkopen en gebruiken van gekleurde diesel op de openbare weg. De betrokken periode loopt van 5 oktober tot en met 31 december 2026. Dat kan een nuttige ingreep zijn voor ondernemers die brandstof vandaag moeten afrekenen en hun klanten later betaald krijgen. Maar het verschil tussen later betalen en nooit betalen is groot. Op de beurs hoort het eerste vooral thuis in een analyse van liquiditeit en financieringslasten. Het tweede kan, als het daadwerkelijk wordt geregeld en bij de onderneming blijft, de operationele winst verbeteren. Direct naar een onderdeel van dit artikel Rode diesel verandert niet ineens in extra brandstof Een volle kas kan een dunne marge beschermen Wie houdt de verlichting uiteindelijk over Welke prijsstijging slokt het kasvoordeel weer op Drie uitkomsten tot eind december Rode diesel verandert niet ineens in extra brandstof De kleurstof maakt zichtbaar dat diesel voor een andere fiscale toepassing bestemd is. Rode diesel is dus geen nieuwe energiebron die door dit besluit wordt geproduceerd. Het openstellen van een bestaande voorraad kan de verdeling en beschikbaarheid verbeteren, maar maakt de totale voorraad niet vanzelf groter. En een fiscaal groen licht betekent evenmin dat alle voorschriften voor brandstofkwaliteit, voertuigen of veiligheid verdwijnen. Het besluit laat bestaande veiligheidsverplichtingen uitdrukkelijk in stand. Ook worden staten aangemoedigd om mee te bewegen; hun heffingen verdwijnen niet automatisch. Voor een transportondernemer blijven de lokale uitvoering en de prijs aan de pomp daarom bepalend. De nationale aankondiging is geen garantie dat iedere tankbeurt overal hetzelfde voordeel krijgt. Volgens het Witte Huis bedraagt de federale dieselheffing 24,4 dollarcent per Amerikaanse gallon. Op een tankbeurt van 250 gallon is dat 250 maal 0,244, dus 61 dollar. Dat is een bruto fiscaal bedrag vóór eventuele latere betaling, financieringseffecten en andere belastingen. Het is geen vastgestelde netto korting op iedere tankbon. Een volle kas kan een dunne marge beschermen Neem een voorbeeldbedrijf dat elke kalenderdag 1.000 Amerikaanse gallon diesel verbruikt. Als het volledig voor het uitstel in aanmerking komt en het volledige kasvoordeel ontvangt, gaat het om 244 dollar per dag. Over de 88 kalenderdagen van 5 oktober tot en met 31 december is dat 21.472 dollar. Oktober telt binnen die periode 27 dagen, november 30 en december 31. De bedragen zijn respectievelijk 6.588, 7.320 en 7.564 dollar. Dat is nadrukkelijk geen jaarbesparing. Het voorbeeld houdt het verbruik iedere dag gelijk en gaat uit van volledige doorwerking van de federale heffing. In werkelijkheid rijden voertuigen niet elke dag evenveel, kunnen contracten de verdeling veranderen en zijn nog uitvoeringsregels nodig. De 21.472 dollar is daarom een mogelijke tijdelijke kasruimte onder die aannames, met een belastingverplichting die niet door dit rekenvoorbeeld verdwijnt. De economische waarde van uitstel zit onder meer in bespaarde rente. Als één tankbeurt 61 dollar aan belastingbetaling zes maanden uitstelt en de onderneming anders 8 procent rente per jaar had betaald, is het eenvoudige rentevoordeel 61 maal 0,08 maal een half jaar: 2,44 dollar. Die zes maanden zijn een rekenaanname; het besluit noemt nog geen concrete nieuwe betaaldatum. Ook belasting over de rentebesparing en samengestelde rente laten we hier buiten beschouwing. Een kasprobleem kan overigens duurder zijn dan de rente alleen. Wie een kredietlimiet nadert, heeft mogelijk meer aan extra betaalruimte dan een bedrijf met een ruime bankrekening. Andersom verandert dezelfde maatregel weinig aan het verdienmodel van een vervoerder die structureel onder zijn kostprijs rijdt. Liquiditeit kan tijd kopen, maar geen gezonde prijsafspraken vervangen. Wie houdt de verlichting uiteindelijk over Bij transportaandelen telt vooral het contract met de klant. Een vervoerder met vaste vrachttarieven en eigen brandstofrisico kan tijdelijk meer voordeel houden. Bij een brandstoftoeslag die met een index meebeweegt, kan een lagere dieselrekening juist gedeeltelijk naar de opdrachtgever gaan. Een grotere kasinstroom is daardoor niet automatisch een even grote verbetering van de marge. Brandstofhandelaren en tankstations zitten eveneens in die keten. Als geschikte voorraden schaars zijn, kan een deel van een fiscale versoepeling in de marktprijs verdwijnen. Dat is geen beschuldiging aan een individuele leverancier, maar een normaal gevolg wanneer veel kopers tegelijk toegang krijgen tot een beperkte voorraad. Meer keuze helpt vooral als er daadwerkelijk voldoende leverbare brandstof is. Kpler wees in zijn analyse van 18 september op Amerikaanse raffinaderijen die die zomer al zeer intensief draaiden en op sterke buitenlandse vraag naar diesel. Dat beperkt de ruimte om de productie snel verder op te voeren. Het bedrijf waarschuwde ook dat exportbeperkingen raffinagemarges kunnen verzwakken en niet vanzelf alle binnenlandse distributieproblemen oplossen. Voor producenten, raffinaderijen en vervoerders lopen de belangen dus uiteen. Een lagere brandstofprijs helpt de gebruiker, maar kan een deel van de marge van een leverancier afromen. Voor een raffinaderij gaat het bovendien om het verschil tussen de opbrengst van de producten en de kosten van de ruwe olie. Alleen naar de richting van de olieprijs kijken is daarvoor te grof. Welke prijsstijging slokt het kasvoordeel weer op De omgekeerde vraag is nuttiger dan alleen uitrekenen hoe groot de steun is. Hoeveel mag de marktprijs van diesel stijgen voordat de tijdelijke verlichting volledig is verdwenen? Bij volledige doorwerking is het antwoord 24,4 dollarcent per gallon. Stijgt de prijs buiten de belastingmaatregel met 30 cent, dan neemt de directe rekening ondanks het uitstel met 5,6 cent per gallon toe. Bij 1.000 gallon per dag kost dat 56 dollar extra per dag. Ontvangt een bedrijf slechts de helft van het mogelijke kasvoordeel, dan ligt dat omslagpunt op 12,2 cent. De formule is federale heffing maal het doorgegeven aandeel, minus de verandering van de overige brandstofprijs. Een positieve uitkomst is tijdelijke kasruimte ten opzichte van dezelfde aankopen zonder prijsverandering of maatregel. Het is nog steeds geen definitieve belastingbesparing. Ook voor een waardering is dit onderscheid beslissend. Stel dat een fictieve vervoerder normaal één miljoen dollar nettowinst per jaar maakt en op tien miljoen dollar wordt gewaardeerd. Dat is tien keer de jaarwinst. Een uitgestelde belastingbetaling van 21.472 dollar maakt die winst niet vanzelf 1.021.472 dollar. Alleen een werkelijk bespaarde kostenpost mag, na de juiste belastingbehandeling, doorwerken in een aangepaste winstverwachting. Drie uitkomsten tot eind december Een horizon van drie kalenderjaren zou voor deze tijdelijke maatregel meer suggereren dan het besluit biedt. Daarom rekenen we vanaf 5 oktober tot en met 31 december 2026. Het voorbeeldbedrijf blijft 1.000 gallon per dag gebruiken. Elk scenario vergelijkt de directe brandstofuitgaven met een ongewijzigde marktprijs zonder het mogelijke kasvoordeel. De latere afwikkeling van de uitgestelde heffing blijft buiten die kasvergelijking en moet apart worden gereserveerd. In de basis blijft de marktprijs exclusief het fiscale effect gelijk en werkt het volledige bedrag van 24,4 cent door. De tijdelijke ruimte bedraagt dan 21.472 dollar over de hele periode. In het tegenvallende scenario stijgt de overige brandstofprijs met 40 cent per gallon en bereikt slechts de helft van de fiscale ruimte de vervoerder. Dan resteert geen voordeel, maar 24.464 dollar extra directe uitgaven: 88.000 gallon maal 27,8 cent. In het gunstige scenario daalt de overige dieselprijs met 30 cent en werkt de fiscale ruimte volledig door. De directe rekening valt dan 47.872 dollar lager uit, berekend als 88.000 maal 54,4 cent. Van dat bedrag is 26.400 dollar afkomstig van de aangenomen prijsdaling en 21.472 dollar van het mogelijke uitstel. Alleen door die twee posten apart te houden, blijft zichtbaar welk voordeel tijdelijk is. De sterkste reden om positief te zijn is praktisch: een onderneming kan met extra betaalruimte salarissen, onderhoud en ritten blijven financieren. Een overheid die onnodige fiscale barrières tijdelijk wegneemt, kan daarmee echte economische schade beperken. Tegelijk moet zij duidelijk maken wat later nog betaald moet worden. Onduidelijkheid over een toekomstige aanslag kan het herstel van de kaspositie weer ondermijnen. Ons oordeel is dat dit besluit vooral de financiering van de brandstofrekening kan verzachten. Een structurele herwaardering van transportaandelen vraagt meer: lagere inkoopprijzen, contracten waarmee bedrijven voordeel behouden en aantoonbaar betere vrije kasstromen. Gepubliceerde IRS-regels over doelgroep en betaaldatum, wetgeving die de heffing daadwerkelijk wegneemt of bedrijfsresultaten met blijvend hogere marges zouden die beoordeling veranderen. Tot die tijd verdient een tijdelijk kasvoordeel een andere prijs dan terugkerende winst. Archieffoto Donald Trump, 15 januari 2025. Daniel Torok, vrijgegeven in het publieke domein. Lees ook: Wat schiet de G7 op met noodvoorraden als er geen nieuwe diesel bijkomt?

  • Meer olie uit de Golf lost de schaarste aan diesel nog niet op

    In het kort Het herstel van de olie-uitvoer uit de Golf is goed nieuws voor afnemers, maar betekent nog geen normale dieselmarkt. Ruwe olie en afgewerkte brandstoffen herstellen in een verschillend tempo. Bovendien kunnen langere vaarroutes en overslag de rekening verhogen, ook wanneer er meer vaten beschikbaar komen. Voor beleggers is daarom vooral van belang wie de olie kan vervoeren en verwerken, en wie de extra kosten draagt. Volgens Vortexa-cijfers die Reuters op 6 oktober publiceerde bedroeg de uitvoer van olie en brandstoffen uit de Golf, exclusief Iran, in september gemiddeld 19,2 miljoen vaten per dag, tegenover 23,6 miljoen vóór de oorlog. Ruwe olie en condensaat zaten op 91 procent van het eerdere niveau; geraffineerde producten op 60 procent. Dit zijn regionale exportcijfers, inclusief alternatieve routes, geen telling van uitsluitend tankers door Hormuz. Dat verschil raakt de beurs direct. Een olieproducent verkoopt ruwe olie, een raffinaderij maakt er brandstoffen van, een reder verplaatst de lading en een vervoerder koopt de diesel. Zij kunnen op dezelfde dag heel verschillende economische vooruitzichten hebben. Een dalende ruwe-olieprijs is voor de ene onderneming een tegenvaller en voor de andere een kans, afhankelijk van de rest van de keten. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een vat ruwe olie is nog geen tank diesel Een langere reis kan meer schepen vragen zonder extra vraag Wie betaalt de extra dollar op iedere lading Hoe snel moet de vloot draaien om de rekening te begrenzen Drie logistieke uitkomsten voor de rest van 2026 Een vat ruwe olie is nog geen tank diesel Tussen winning en de pomp zitten verwerking, opslag, transport en distributie. Als één van die schakels vastloopt, hoeft extra aanbod aan het begin van de keten de eindgebruiker nog niet te helpen. Een raffinaderij produceert bovendien een pakket producten. Het is geen apparaat dat ieder extra vat naar believen volledig omzet in diesel of vliegtuigbrandstof. De percentages van 91 en 60 beschrijven daarom twee verschillende markten. Ze mogen niet worden opgeteld of gemiddeld zonder de oorspronkelijke volumes te kennen. Als een kleine productcategorie sterker daalt dan een grote categorie stijgt, zegt dat nog weinig over het gezamenlijke aantal vaten. Wel maakt de tegenstelling duidelijk waarom ontspanning op de oliemarkt kan samengaan met dure specifieke brandstoffen. In zijn analyse van 18 september beschreef Kpler hoe Amerikaanse raffinaderijen gedurende een groot deel van de zomer boven 95 procent benutting draaiden. Tegelijk bleef buitenlandse vraag naar diesel sterk. Wie al bijna maximaal produceert, kan niet onbeperkt extra orders aannemen. Meer beschikbare ruwe olie helpt dan minder dan herstel van verwerkingscapaciteit en beter vervoer van de uiteindelijke producten. In een vereenvoudigd capaciteitsmodel met 100 beschikbare producteenheden uit ruwe olie, ruimte om 70 eenheden te verwerken en ruimte om 90 af te leveren, komen er maximaal 70 bij de klant. Alle hoeveelheden zijn vooraf naar vergelijkbare eenheden omgerekend; dit is geen echte raffinage-opbrengst. Het voorbeeld laat zien waarom extra olie weinig oplost zolang de verwerkingsgrens niet meebeweegt. Dit betekent niet dat iedere raffinaderij automatisch profiteert. Zij moet de geschikte ruwe olie kunnen inkopen, haar installatie beschikbaar houden en haar producten daadwerkelijk kunnen afleveren. Een hoge theoretische productmarge is weinig waard als een fabriek stilligt. Voor aandeelhouders tellen gerealiseerde volumes, onderhoud en de vrije kasstroom na investeringen. Een langere reis kan meer schepen vragen zonder extra vraag Kpler beschreef op 29 september hoe exporteurs hun vervoer aanpassen met directe reizen en overslag tussen schepen. In een eerdere analyse van 21 september wees het bedrijf op beperkingen bij lokale overslag en het extra beslag op tankers wanneer lading verder weg wordt overgezet. Meer logistieke handelingen kunnen dezelfde vaten bovendien meerdere keren zichtbaar maken in overslagstatistieken. Dat is geen extra productie. Een vereenvoudigd rekenvoorbeeld laat het effect op scheepscapaciteit zien. Veronderstel een constante goederenstroom van één miljoen vaten per dag, tankers met twee miljoen vaten bruikbare lading en een volledige omloop van twintig dagen. Een omloop omvat hier varen, laden, lossen en wachten. De benodigde vloot is één miljoen maal twintig gedeeld door twee miljoen: tien tankers. Als dezelfde volledige omloop naar veertig dagen stijgt, zijn twintig tankers nodig voor precies dezelfde dagelijkse ladingstroom. De vraag naar olie is dan niet verdubbeld; het kapitaalbeslag op schepen wel. Dit model neemt volledige belading, identieke schepen en een gelijkmatige stroom aan. De dagen en volumes zijn eigen rekenaannames, geen beschrijving van één bestaande rederij of specifieke route. Voor een reder met direct beschikbare schepen kan een krappe markt hogere dagopbrengsten opleveren. Een eigenaar met langlopende vaste contracten ontvangt die hogere marktprijs niet onmiddellijk. Daar staan hogere kosten, mogelijke vertraging en risico voor bemanning en bezit tegenover. Een hoger vrachttarief is daarom nog geen gelijkwaardige stijging van de nettowinst. Wie betaalt de extra dollar op iedere lading Neem dezelfde fictieve stroom van één miljoen vaten per dag en een aangenomen scheepsprijs van 50.000 dollar per dag. Tien tankers kosten samen 500.000 dollar per dag, oftewel 0,50 dollar per vervoerd vat. Twintig tankers kosten één miljoen dollar per dag, dus één dollar per vat. De langere omloop voegt dan bruto 0,50 dollar per vat toe, zonder verzekering, brandstof, havengeld of financiering mee te rekenen. Bij dertig dagen constante activiteit gaat het om 15 miljoen dollar extra op die ladingstroom. Op jaarbasis zou het 182,5 miljoen zijn als dezelfde omstandigheden 365 dagen aanhouden. Dat laatste is uitsluitend een omrekening, geen jaarprognose. De beperking is duidelijk: werkelijke vrachttarieven kunnen juist veranderen wanneer extra schepen nodig zijn, terwijl het voorbeeld ze constant houdt. Wie die rekening uiteindelijk draagt, hangt af van afspraken en concurrentie. Een producent kan minder voor de lading overhouden, een raffinaderij kan een lagere marge accepteren of een afnemer kan meer betalen. Vaak verdeelt de schade zich over verschillende schakels. Voor Nederlandse bedrijven die brandstof inkopen zijn ook de dollar en de timing van contracten belangrijk. Tijdelijke voorraden kunnen de schok helpen opvangen. Het Amerikaanse energieministerie kondigde op 29 september een uitwisseling van maximaal 40 miljoen vaten uit de strategische reserve aan, met levering voorzien in november en december. Het gaat om geleende ruwe olie die met extra vaten moet worden teruggeleverd. Energieminister Chris Wright verbindt die ingreep aan stabilisatie van het aanbod. Het is dus geen permanente nieuwe productie en ook geen levering van 40 miljoen vaten kant-en-klare diesel. Hoe snel moet de vloot draaien om de rekening te begrenzen De omgekeerde vraag helpt beleggers om een hoog vrachttarief op waarde te schatten. Hoe kort moet de omloop zijn om de scheepskosten onder een bepaalde grens per vat te houden? Bij een tankerprijs van 50.000 dollar per dag, twee miljoen vaten lading en een kostenplafond van 0,75 dollar per vat is het antwoord dertig dagen. De berekening is 0,75 maal twee miljoen, gedeeld door 50.000. Een daling van een veertigdaagse omloop naar dertig dagen haalt in dit voorbeeld een kwart van de benodigde scheepscapaciteit weg. Dat kan de kosten voor de klant verbeteren, maar neemt tegelijk een deel van de schaarstepremie voor de reder weg. Dezelfde normalisering die voor de economie prettig is, kan dus tegenvallen voor een aandeel dat op uitzonderlijk hoge vrachttarieven is gewaardeerd. Daarom is een lage koers-winstverhouding op een piekwinst misleidend. Een fictief aandeel van 40 dollar bij acht dollar jaarwinst lijkt met vijf keer de winst goedkoop. Als die winst na normalisering halveert tot vier dollar, betaalt de belegger bij dezelfde koers tien keer de winst. De schuld, contractduur en waarde van de vloot bepalen vervolgens of dat nog aantrekkelijk is. Het rekenvoorbeeld bevat geen voorspelling voor een genoemde onderneming. Drie logistieke uitkomsten voor de rest van 2026 Bij oorlog en veranderende routes is een schijnbaar precies pad tot 2029 weinig zinvol. Daarom vergelijken we drie mogelijke situaties voor de resterende maanden van 2026, met 6 oktober als peildatum. De dagelijkse stroom blijft één miljoen vaten en de bruikbare lading per schip twee miljoen. De kosten per vat zijn de omlooptijd maal de dagprijs, gedeeld door de lading. Het gaat uitsluitend om de scheepscomponent, niet om de totale olie- of dieselprijs. In de basis duurt een omloop dertig dagen en kost een tanker 50.000 dollar per dag. Er zijn dan vijftien schepen nodig en de kosten bedragen 0,75 dollar per vat. Bij herstel daalt de omloop naar twintig dagen en de dagprijs naar 40.000 dollar. Tien schepen kunnen het werk doen tegen 0,40 dollar per vat. Het lagere tarief versterkt het voordeel van een efficiëntere route. In het ontregelingsscenario loopt de omloop op naar veertig dagen en de dagprijs naar 80.000 dollar. Dan zijn twintig schepen nodig en stijgt de scheepsrekening tot 1,60 dollar per vat. Bij een maand van dertig dagen kost dat 48 miljoen dollar, tegenover 22,5 miljoen in de basis en 12 miljoen bij herstel. Er zijn geen kansen toegekend; het zijn samenhangende aannames over vertraging en krapte. De sterkste tegenwerping is dat handelaren en scheepseigenaren zich vaak sneller aanpassen dan aanvankelijk wordt gedacht. Andere havens, beschikbare leidingen en nieuwe contracten kunnen de kosten drukken. Dat is precies waarom de beurs een schaarstepremie niet zonder einddatum moet waarderen. Maar aanpassing heeft een prijs: extra schepen, langere voorfinanciering en beschikbare verwerkingscapaciteit zijn niet gratis. Ons oordeel is dat het herstel van regionale olie-uitvoer een reden voor voorzichtig optimisme is bij energiegebruikers, maar nog geen bewijs dat de dieselrekening normaliseert. Voor beleggers verdienen gerealiseerde productexporten en doorlooptijden meer aandacht dan alleen de ruwe-olieprijs. Meerdere weken met hogere leveringen van geraffineerde brandstoffen, kortere omlooptijden en dalende kosten zouden dat oordeel positiever maken. Hernieuwde uitval, langere wachttijden of hogere verzekeringskosten zouden juist aantonen dat de schaarste zich alleen heeft verplaatst. Archieffoto Chris Wright, 4 februari 2025. Donica Payne / U.S. Department of Energy, publiek domein. Lees ook: Wat schiet de G7 op met noodvoorraden als er geen nieuwe diesel bijkomt?

  • Dalende olie en rente geven Wall Street lucht voor de winstcijfers

    In het kort Wall Street krijgt op 6 oktober steun van dalende olieprijzen en lagere obligatierentes. Dat maakt de recordstemming begrijpelijk, maar de echte test volgt bij de bedrijfswinsten. Analisten rekenen voor het derde kwartaal op 29,5 procent winstgroei bij de S&P 500. Zo’n sterke verwachting kan hogere koersen dragen, maar laat bedrijven ook minder ruimte om teleur te stellen. De aanloop was al sterk. Op maandag 5 oktober sloot de S&P 500 op 7.773,95 punten, ongeveer 0,66 procent hoger. De Nasdaq Composite won circa 1,05 procent tot 27.477,31 punten en de Dow Jones ongeveer 0,18 procent tot 51.267,90 punten. Dit zijn slotstanden van maandag, geen intradaykoersen van dinsdag. Dinsdag kwam daar gunstige rugwind bij. Reuters meldde vóór de Amerikaanse opening stijgingen van 0,41 procent voor de S&P 500-future en 0,52 procent voor zowel de Dow- als de Nasdaq-future. Dalende olie en lagere staatsrentes ondersteunden de handel. Een future is een termijncontract en geen slotstand van de aandelenindex. De beursbelofte achter die beweging is interessanter dan het volgende ronde koersgetal: minder kostendruk terwijl de winsten blijven groeien. Direct naar een onderdeel van dit artikel Waarom olie en rente tegelijk helpen De winstverwachting is sterker dan een losse recordkop Een Nederlandse belegger heeft ook een dollarpositie Hoe hard moet de winst groeien als beleggers minder willen betalen Drie mogelijke paden voor 2027 tot en met 2029 Waarom olie en rente tegelijk helpen Lagere olieprijzen kunnen de rekening van vervoerders, industrie en huishoudens verlichten. Dat helpt de winstmarges van energiegebruikers en laat consumenten meer bestedingsruimte. Tegelijk kan minder druk van energieprijzen de inflatievooruitzichten verbeteren. Dat betekent niet dat een lagere olieprijs automatisch een renteverlaging uitlokt. Ook lonen, dienstenprijzen, begrotingen en de economische vraag spelen mee. De obligatierente raakt aandelen via een andere route. Beleggers vergelijken toekomstige bedrijfsopbrengsten met wat zij elders kunnen verdienen. Als het vereiste rendement daalt, stijgt de waarde die zij vandaag aan eenzelfde toekomstige kasstroom kunnen toekennen. De Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent staat met de financiering van de staat aan de andere kant van die markt: de rente is voor de overheid een kostenpost en voor beleggers een alternatief. Een eenvoudig rekenvoorbeeld maakt het zichtbaar. Een eenmalige ontvangst van 100 dollar over vijf jaar is bij een vereist rendement van 8,5 procent vandaag ongeveer 66,50 dollar waard. Bij 8 procent wordt dat ongeveer 68,06 dollar. De formule is 100 gedeeld door de groeifactor van het vereiste rendement tot de vijfde macht. Een halve procentpunt lagere discontovoet levert zo ongeveer 2,3 procent meer huidige waarde op, zonder dat de toekomstige ontvangst groter wordt. Dit zijn aannames voor één kasstroom, geen gemeten rente op een specifiek aandeel. Een onderneming levert doorgaans meerdere kasstromen en kan tegenvallers ondervinden. Toch verklaart het voorbeeld waarom vooral bedrijven met veel verwachte opbrengsten in de verre toekomst gevoelig zijn voor de rente. De koers kan bewegen terwijl er nog geen extra product is verkocht. De winstverwachting is sterker dan een losse recordkop In zijn vooruitblik van 2 oktober verhoogde FactSet de verwachte winstgroei voor het derde kwartaal tot 29,5 procent ten opzichte van een jaar eerder, tegenover 26,7 procent aan het begin van het kwartaal. Het gaat om ramingen. Bedrijven hebben die gezamenlijke uitkomst nog niet gerapporteerd. Dezelfde publicatie noemt een koers-winstverhouding van 19,0 op basis van de verwachte winst in de komende twaalf maanden en de slotkoers van 30 september. Dat onderscheid tussen verwachte en al verdiende winst is cruciaal. Een index kan duur lijken wanneer je achteruitkijkt en aanzienlijk redelijker geprijsd wanneer de verwachte winst sterk groeit. De tweede berekening is alleen zo goed als die verwachting. Een lage verhouding op basis van winst die later niet wordt verdiend, biedt geen bescherming tegen koersverlies. De fondsgegevens van iShares voor CSPX geven met peildatum 30 september een P/E van 30,28. Dat is een ander waarderingskengetal dan FactSets expliciet vooruitkijkende maatstaf; de twee kunnen niet zonder meer worden verwisseld. Wie verschillende winstdefinities naast elkaar zet alsof ze dezelfde noemer hebben, maakt de beurs naar wens goedkoop of duur. Voor een scenario moet daarom vooraf duidelijk zijn welke winst en welke verhouding worden gebruikt. De sterkste tegenwerping tegen voorzichtigheid is dat succesvolle ondernemingen hun markt jarenlang kunnen uitbreiden. Als investeringen in technologie productiviteit verhogen, kunnen winst en kasstroom de huidige koersen inhalen. Dat is een serieuze mogelijkheid. De toets zit bij betalende klanten, bruikbare toepassingen en rendement op geïnvesteerd kapitaal. Een groot investeringsbudget is nog geen bewijs van een groot rendement. Een Nederlandse belegger heeft ook een dollarpositie Zelfs wanneer de Amerikaanse beurs het goed doet, kan de opbrengst in euro’s tegenvallen. Neem een belegging van 10.000 euro die in dollars 10 procent stijgt. Als de dollar over dezelfde periode 5 procent minder euro’s waard wordt, resteert 10.000 maal 1,10 maal 0,95: 10.450 euro. Het bruto koersrendement is dan 4,5 procent, oftewel 450 euro. Zonder de valutabeweging zou dat 1.000 euro zijn geweest. Het voorbeeld geldt voor één periode van een jaar en laat dividend, kosten, belasting en valuta-afdekking buiten beschouwing. Het is dus geen netto opbrengst en ook geen maandelijks inkomen. De dollardaling wordt hier gemeten als de verandering van de eurowaarde van één dollar. Dat is een andere formulering dan een identieke procentuele stijging van de gebruikelijke euro-dollarquote; procenten omkeren vraagt de juiste noemer. Dat verschil raakt groepen beleggers anders. Iemand die later dollars nodig heeft, heeft een andere valutabehoefte dan iemand die zijn uitgaven volledig in euro’s doet. Een fonds kopen op een Europese beurs in euro’s haalt de onderliggende dollarblootstelling niet automatisch weg. Afdekking kan die blootstelling verminderen, maar heeft eigen kosten en volgt zelden precies de hele positie. Hoe hard moet de winst groeien als beleggers minder willen betalen Draai de gebruikelijke koersvoorspelling om. Stel dat een aandelenmandje begint op 19 keer zijn relevante jaarwinst en na drie jaar op 16 keer die winst wordt gewaardeerd. Hoe snel moet de winst per aandeel groeien om toch jaarlijks 7 procent koersrendement te behalen? De benodigde jaarlijkse winstgroei is ongeveer 13,3 procent. Een positief bedrijfsresultaat alleen is dus niet genoeg; de winst moet ook een lagere waardering compenseren. De formule is de derdemachtswortel van 19 gedeeld door 16, maal 1,07, min één. Zij volgt uit koers = winst per aandeel maal koers-winstverhouding. De beginverhouding van 19 sluit aan op de genoemde vooruitkijkende waarderingsmaatstaf, maar de eindverhouding van 16 en het gewenste rendement zijn eigen aannames. Dividend, belastingen en kosten ontbreken. Het model is geen koersdoel voor de huidige S&P 500. Ook het aantal aandelen telt mee. Een bedrijf kan meer totale winst maken terwijl de winst per aandeel minder hard groeit doordat het nieuwe aandelen uitgeeft. Inkopen kunnen het omgekeerde doen, maar gebruiken geld dat ook voor investeringen of schuldaflossing beschikbaar had kunnen zijn. Voor aandeelhouders blijft de combinatie van winst per aandeel en betaalde prijs doorslaggevend. Drie mogelijke paden voor 2027 tot en met 2029 We zetten voor deze scenario’s de koers op eind 2026 gelijk aan 100 en gebruiken 19 als startverhouding. Dat is een rekenbasis, geen voorspelling van de werkelijke decemberkoers. De koers in een toekomstig jaar is 100 maal de opgebouwde winstgroei maal de verhouding tussen de nieuwe en de oorspronkelijke waarderingsfactor. Zo blijven groei van het bedrijf en verandering van de prijs die beleggers daarvoor betalen afzonderlijk zichtbaar. In de basis groeit de winst per aandeel elk jaar 10 procent en daalt de verhouding geleidelijk van 19 naar 18, verdeeld in drie gelijke stappen. De modelkoers komt dan ongeveer uit op 108 in 2027, 117 in 2028 en 126 in 2029. De winst stijgt over drie jaar harder dan de koers, omdat beleggers voor elke euro winst iets minder betalen. In het tegenvallende scenario groeit de winst jaarlijks slechts 3 procent en daalt de verhouding in gelijke stappen naar 15. Dan volgen modelstanden van ongeveer 96, 91 en 86. In het gunstige scenario groeit de winst jaarlijks 15 procent en loopt de verhouding naar 21. De standen worden dan ongeveer 119, 142 en 168. Er zijn geen kansen aan deze uitkomsten verbonden; het zijn samenhangende aannames over groei en waardering, zonder dividend of valuta-effect. De rally verdeelt de voordelen bovendien ongelijk. Goedkopere energie kan consumentenbedrijven en vervoerders helpen, terwijl producenten minder voor een vat ontvangen. Lagere marktrentes kunnen de toekomstige financieringskosten van schuldenaars verlichten, maar een bestaand vast rentetarief verandert niet onmiddellijk mee. Een brede index kan stijgen doordat enkele grote winnaars zwaarder wegen dan veel kleine verliezers. Ons oordeel is dat de recordstemming economisch beter te verdedigen is wanneer zij wordt gedragen door hogere winst per aandeel dan door alleen hogere waarderingsverhoudingen. De komende resultaten moeten daarom vooral laten zien of de groei zich vertaalt in kasstroom en breder wordt dan een beperkt aantal bedrijven. Lagere olie en rente zijn welkome rugwind. Dalende winstverwachtingen, oplopende financieringskosten of investeringen die nauwelijks opbrengst opleveren zouden dit positieve maar voorwaardelijke beeld veranderen. Archieffoto Scott Bessent, 6 februari 2025. U.S. Department of the Treasury, publiek domein. Lees ook: Goedkope S&P 500-tracker van iShares kost 30 keer de winst

  • Alphabet met of zonder stemrecht scheelt minder dan je denkt

    In het kort Alphabet heeft twee veel verhandelde beursklassen met vrijwel hetzelfde economische belang. Class A, ticker GOOGL, geeft één stem per aandeel; Class C, ticker GOOG, heeft geen stemrecht. Op 6 oktober noteerde GOOGL rond $346,47 en GOOG rond $343,83. De premie van circa $2,64, of 0,77%, is de actuele marktprijs van stemrecht, liquiditeit en technisch vraag-aanbod. Voor langetermijnbeleggers telt daarnaast hoe Alphabet zijn aandeleninkoop over beide klassen verdeelt. Wie een stuk Alphabet koopt, krijgt een economisch belang in Google Search, YouTube, Google Cloud, Android, Waymo en de kaspositie van het concern. Toch bestaan er meerdere aandelenklassen. Dat maakt een ogenschijnlijk simpele koopbeslissing net iets ingewikkelder: is stemrecht de premie waard en welke klasse profiteert het meest van aandeleninkoop? We nemen hier Class A als uitgangspunt, omdat dit de liquide notering met stemrecht is. De ISIN van Class A is US02079K3059. Class C vertegenwoordigt vrijwel dezelfde economische kasstromen, maar zonder gewone stemrechten. De oprichters behouden daarnaast via Class B-aandelen extra stemmacht, waardoor de invloed van publieke aandeelhouders beperkt blijft. Direct naar een onderdeel van dit artikel Wat koopt die premie eigenlijk? Buybacks verbinden de twee koersen De economische motor blijft advertenties en Cloud Goedkope multiple of tijdelijke winstpiek? Drie koerspaden voor Class A Het sterkste tegenargument bij Class A Wat koopt die premie eigenlijk? Op de peildatum kostte Class A $346,47 en Class C $343,83. Het verschil van $2,64 komt neer op ongeveer 0,77%. Een Class A-aandeel geeft één stem. Die stem kan worden gebruikt bij de aandeelhoudersvergadering, bijvoorbeeld over bestuurders en voorstellen. Stemrecht heeft waarde, maar niet onbeperkt. De superieure stemmacht van Class B betekent dat gewone aandeelhouders de strategische controle niet snel overnemen. Voor een kleine belegger verandert één stem de uitkomst zelden. Toch kan de Class A-premie oplopen wanneer governance belangrijker wordt, bijvoorbeeld bij regulering, opvolging of grote transacties. De premie is niet stabiel. Soms noteert GOOG hoger, soms GOOGL. Indexvraag, opties, liquiditeit en het tempo van inkoop per klasse kunnen het verschil verschuiven. Een belegger die geen waarde hecht aan stemrecht kan rationeel de goedkoopste klasse kiezen, zolang spread, transactiekosten en fiscale behandeling gelijk zijn. Het verschil lijkt klein, maar bij een grote positie telt ieder procent. Wie $100.000 investeert, koopt bij een 0,77% lagere prijs ongeveer $770 meer economisch Alphabet-belang. Dat voordeel kan verdwijnen wanneer de goedkopere klasse later relatief achterblijft. Het is dus geen gegarandeerde arbitrage. Buybacks verbinden de twee koersen Alphabet koopt ieder jaar voor tientallen miljarden dollars eigen aandelen in. Aandeleninkoop verlaagt alleen de aandelenbasis wanneer het bedrijf meer aandelen terugkoopt dan het aan medewerkers uitgeeft. De verdeling tussen Class A en Class C is daarnaast belangrijk voor het relatieve aanbod. Wanneer Alphabet vooral de goedkopere klasse koopt, krijgt het bedrijf voor hetzelfde bedrag meer aandelen terug. Dat kan economisch verstandig zijn. Wanneer de inkoop relatief sterk naar één klasse gaat, kan de koersspread tijdelijk veranderen. Beleggers moeten daarom niet alleen naar het totale inkoopbedrag kijken, maar ook naar de aantallen per klasse en het verwaterde totaal. Aandelenbeloning is bij technologiebedrijven een echte kostenpost. Medewerkers ontvangen waarde die anders aan aandeelhouders had kunnen toekomen. De boekhouding neemt die kosten op, maar de kasstroomrekening telt de niet-kaskosten terug. Wie alleen naar vrije kasstroom kijkt, moet aandelenbeloning daarom apart meenemen of de inkoop zien als compensatie. De juiste maatstaf is waarde per verwaterd aandeel. Als de winst 12% stijgt en het aandeelental 2% daalt, groeit de winst per aandeel sneller dan de totale winst. Als het aandeelental ondanks grote buybacks gelijk blijft, is een groot deel van de inkoop gebruikt om verwatering op te vangen. De economische motor blijft advertenties en Cloud De aandelenklasse verandert niets aan de onderliggende onderneming. Search en YouTube verdienen vooral aan advertenties. Google Cloud verkoopt infrastructuur en software. De AI-investeringen zijn groot, maar moeten uiteindelijk leiden tot meer zoekgebruik, hogere advertentiewaarde, cloudomzet of nieuwe abonnementen. Bij de halfjaarcijfers in de SEC-rapportage over de periode tot 30 juni 2026 staan de actuele omzet, kosten, capex, kas en aandelenbasis. De grote vraag is of de AI-investeringen de bestaande advertentiemarge versterken of opeten. Een nieuwe zoekervaring kan gebruikers helpen, maar vraagt meer rekenkracht per antwoord. Dat maakt opbrengst per zoekopdracht en infrastructuurkosten belangrijk. In onze analyse van Alphabet bespreken we de bredere concurrentiepositie. Het stuk over Alphabet als mogelijke winnaar van de AI-race laat zien waarom distributie en eigen infrastructuur belangrijk zijn. Daarnaast gaat deze analyse specifiek in op de spanning tussen AI-uitgaven en advertentiemarge. Goedkope multiple of tijdelijke winstpiek? GOOGL noteerde rond $346,47 bij een beurswaarde van ongeveer $4,24 biljoen voor Alphabet als geheel. Met een gerapporteerde winst per aandeel van circa $19,91 komt de koers-winstverhouding rond 17,4. Dat is opvallend laag voor een onderneming met sterke posities in digitale advertenties en cloud. Een lage multiple kan betekenen dat de markt te somber is. Zij kan ook betekenen dat beleggers rekening houden met hoge investeringen, regulering, veranderingen in zoeken en een uitzonderlijk sterke huidige winstbasis. Een reverse valuation maakt duidelijk wat de prijs vraagt. Bij een eindwaardering van 20 keer winst en 8% gewenst jaarlijks koersrendement moet Class A in 2029 ongeveer $21,83 winst per aandeel verdienen. Dat vereist maar bescheiden groei vanaf de huidige winstbasis. De gevoeligheid zit vooral in de multiple. Als regulering of AI-kosten de markt dwingen om slechts 15 keer winst te betalen, moet de winst veel hoger uitkomen om dezelfde koers te dragen. Deze rekensom gebruikt de winst per verwaterd Class A-equivalent. Omdat Class A en Class C dezelfde economische aanspraak hebben, moet de totale winst over alle relevante aandelen worden verdeeld. De stemrechtpremie wordt niet als aparte bedrijfswaarde toegevoegd. Dat zou dubbel tellen. Drie koerspaden voor Class A Het bear-scenario veronderstelt dat advertentiegroei vertraagt, AI-capex hoog blijft en regulering de economische vrijheid beperkt. Het middenpad gaat uit van gematigde groei in Search en YouTube, schaalvoordeel in Cloud en een dalend aandeelental door inkoop. In het gunstige pad leveren AI-producten nieuwe omzet en productiviteit op zonder dat de advertentiemarge structureel verslechtert. De mogelijke jaareindekoersen voor GOOGL zijn in het bear-pad $285 in 2027, $270 in 2028 en $265 in 2029. Het middenpad toont $375, $410 en $450. Het gunstige pad komt uit op $430, $510 en $610. De formule is winst per verwaterd aandeel maal een passende koers-winstverhouding. Nettokas en inkoop worden verwerkt in de winst- en aandelenbasis en worden niet nogmaals opgeteld. De Class C-koers kan dicht bij deze paden blijven, maar de spread kan variëren. Wie de scenario’s voor GOOG gebruikt, kan de Class A-premie er niet simpel bovenop zetten. De marktprijs van stemrecht verandert onafhankelijk van de bedrijfswinst. Het sterkste tegenargument bij Class A Waarom extra betalen voor een stem die nauwelijks macht geeft? Dat is het beste bezwaar. De oprichterscontrole via Class B beperkt de invloed van publieke stemmen. Een belegger die puur economische blootstelling wil, kan de goedkopere Class C verkiezen. Het tegenantwoord is dat governance soms ineens materieel wordt. Stemrecht kan waarde krijgen bij conflicten, opvolging of voorstellen die de aandeelhoudersrechten raken. Class A kan bovendien in bepaalde portefeuilles of indices de voorkeur hebben. De premie van 0,77% is klein genoeg om als verzekering te worden gezien, maar groot genoeg om bewust te kiezen. Voor de meeste langetermijnbeleggers is de klasse niet de grootste beslissing. Search, YouTube, Cloud, AI-capex, regulering en kapitaalallocatie bepalen bijna alle waarde. De klassekeuze kan het rendement een fractie verbeteren of verslechteren. De onderneming bepaalt de rest. De beste controle blijft daarom tweedelig. Kijk eerst of de winst en vrije kasstroom per aandeel groeien. Kijk daarna of de gekozen aandelenklasse tegen een redelijke relatieve prijs wordt gekocht. Op 6 oktober betaalde de markt ongeveer 0,8% voor één stem per Class A-aandeel. Of dat aantrekkelijk is, hangt minder van Google Gemini af dan van de waarde die de belegger aan governance hecht. Foto: Lukasz Kobus/Europese Commissie

  • Bij ASML telt op 14 oktober vooral het orderboek

    In het kort ASML publiceert op 14 oktober 2026 de resultaten over het derde kwartaal. Het aandeel noteerde op 6 oktober om 15.15 uur in Amsterdam op 1.663,20 euro. Dat is een andere uitgangspositie dan een jaar geleden: de markt rekent nu nadrukkelijk op een nieuwe investeringsgolf voor AI-chips. De jaarverwachting van 43 tot 45 miljard euro omzet en 54 tot 56 procent brutomarge ondersteunt dat optimisme. Alleen moet het orderboek laten zien dat plannen van chipfabrikanten ook werkelijk in machines worden omgezet. De Amsterdamse notering ASML.AS luidt in euro en heeft ISIN NL0010273215. De instrumentpagina van De Belegger bevestigde koers, beurs en valuta. Bij ASML loopt omzet niet gelijk aan bestellingen. Een klant kan vandaag een systeem reserveren dat pas later wordt geleverd, geïnstalleerd en als omzet geboekt. Daarom zegt één kwartaalomzet veel over uitvoering, terwijl nieuwe orders iets zeggen over de jaren daarna. Direct naar een onderdeel van dit artikel De komende cijfers draaien om de verhouding tussen omzet en nieuwe orders High-NA vergroot de omzet per systeem en de uitvoeringsrisico’s De koers vraagt om ongeveer 70 euro winst per aandeel in 2029 Drie paden na de kwartaalpublicatie De komende cijfers draaien om de verhouding tussen omzet en nieuwe orders In het tweede kwartaal behaalde ASML 9,3 miljard euro omzet, een brutomarge van 54 procent en 2,9 miljard euro nettowinst. Voor het derde kwartaal gaf het bedrijf een omzetbandbreedte van 11 tot 12 miljard euro en een brutomarge van 55 tot 57 procent. Dat is sterk. Toch kan de koers teleurgesteld reageren wanneer nieuwe bestellingen niet meegroeien, omdat beleggers al verder kijken dan dit boekjaar. De officiële kwartaalpublicatie is daarbij belangrijker dan losse marktgeruchten. Een order is geen omzet en een raamovereenkomst is geen geïnstalleerde machine. Bij ASML kan timing bovendien veel verschuiven: acceptatie door de klant en contractvoorwaarden bepalen wanneer een systeem in de cijfers verschijnt. De ordermodule gebruikt een eenvoudige book-to-bill. Dat is de waarde van nieuwe bestellingen gedeeld door de systeemomzet. Boven één groeit het orderboek; onder één krimpt het. Serviceomzet wordt apart gezet, omdat onderhoud en upgrades niet op dezelfde manier in nieuwe systeemorders terugkomen. Een hoge ratio in één kwartaal is niet automatisch duurzaam, maar een reeks zwakke kwartalen zou slecht passen bij de huidige koers. In onze eerdere analyse van EUV, High-NA en China staat waarom ASML meer is dan een gewone machinebouwer. Klanten kunnen voor de kleinste chipstructuren nauwelijks om EUV heen. Die technologische positie geeft prijszettingsmacht, maar maakt de omzet ook afhankelijk van een kleine groep klanten met grote, schokkerige budgetten. High-NA vergroot de omzet per systeem en de uitvoeringsrisico’s High-NA is de nieuwe generatie EUV met een hogere numerieke apertuur. In gewone taal: de machine kan fijnere patronen printen. Voor chipmakers kan dat processtappen besparen, maar de systemen zijn duur en de productielijn rond zo'n machine moet opnieuw worden ingericht. Een proefinstallatie of demonstratie is daarom niet hetzelfde als brede productie. ASML en Intel werken aan de verdere inzet van High-NA. Dat levert technische kennis en referenties op, maar pas structurele orders van meerdere klanten maken het platform financieel volwassen. De grootste waardedrijver is niet alleen de verkoopprijs. Het zijn ook onderhoud, onderdelen, software en upgrades gedurende de levensduur. Daardoor kan een grotere geïnstalleerde basis nog jaren serviceomzet leveren. De margemodule laat zien hoe productmix doorwerkt. Een hogere brutomarge betekent dat na directe productiekosten meer van elke omzet-euro overblijft. Daar moeten nog onderzoek, verkoop, belasting en werkkapitaal vanaf. High-NA kan de marge verhogen wanneer prijzen sneller stijgen dan kosten. In de vroege productiefase kan het omgekeerde gebeuren door inefficiëntie, training en kostbare onderdelen. Het tegenargument tegen een strenge orderlat is sterk: klanten stellen bestellingen soms uit zonder hun langetermijnplannen te schrappen. Een paar grote orders kunnen van kwartaal naar kwartaal verschuiven. Bovendien heeft ASML een grote servicebasis die de omzet dempt. Daarom moet de belegger niet één getal isoleren, maar nieuwe orders, brutomarge, leveringsschema en klantcommentaar samen lezen. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. De koers vraagt om ongeveer 70 euro winst per aandeel in 2029 Bij 1.663,20 euro, 8 procent gewenst koersrendement en een eindwaardering van 30 keer de winst is in 2029 ongeveer 70 euro winst per aandeel nodig. De formule is de koers maal drie jaar samengesteld rendement, gedeeld door de eindmultiple. Een eindmultiple van 25 vraagt veel meer winst; 35 keer verlaagt de winstvereiste, maar maakt de uitkomst afhankelijker van enthousiasme. Die rekensom is niet onmogelijk. De omzet kan groeien door meer EUV-systemen, hogere prijzen, High-NA en service. Maar een groot deel van het succes moet tegelijk plaatsvinden: klanten moeten fabrieken bouwen, exportregels mogen de afzet niet te sterk beperken en ASML moet zijn leveringsketen opschalen zonder marge weg te geven. De koers biedt weinig bescherming tegen een orderpauze. Het artikel over ASML’s aandelenplan voor medewerkers helpt bij een ander per-aandeelpunt. Beloning in aandelen is economisch een kostenpost wanneer het aandeelental stijgt. Aandeleninkoop compenseert dat pas wanneer de verwaterde teller daadwerkelijk daalt. In deze waardering tel ik die effecten niet dubbel. Drie paden na de kwartaalpublicatie In het bear-scenario vallen orders terug, drukt exportbeperking de mix en daalt de waardering. Mogelijke jaareindekoersen zijn dan 1.320 euro in 2027, 1.180 euro in 2028 en 1.100 euro in 2029. Het middenpad veronderstelt dat AI-investeringen doorzetten en service meegroeit: 1.740, 1.900 en 2.080 euro. In het gunstige pad versnelt High-NA en blijft de brutomarge boven 55 procent: 1.950, 2.300 en 2.700 euro. Deze scenario's zijn geen voorspellingen van het kwartaalresultaat. Ze verbinden toekomstige winst per aandeel met een waardering en maken zichtbaar welke verwachtingen al in de koers zitten. De beurs kan op 14 oktober vooral reageren op boekingen en toelichting, ook wanneer de gerapporteerde omzet netjes binnen de bandbreedte valt. ASML bezit een bijna onvervangbare technologie, maar onvervangbaarheid maakt elk ordermoment nog niet voorspelbaar. Bij 1.663,20 euro wil ik eerst zien dat het orderboek de AI-belofte draagt; pas dan verdient de koers zijn geringe foutmarge.

  • Waar blijft de kas achter de miljardenwinst van Nvidia?

    In het kort NVIDIA rapporteerde voor het tweede kwartaal van boekjaar 2027 een omzet van 96,2 miljard dollar, 106 procent meer dan een jaar eerder. Datacenteromzet steeg tot 89 miljard dollar en de GAAP-nettowinst kwam uit op 59,7 miljard dollar. De verrassing zit lager in het kasstroomoverzicht: vrije kasstroom bedroeg 21,3 miljard dollar. Dat is nog altijd enorm, maar veel minder dan de nettowinst. Voor een aandeel dat op 5 oktober 2026 op Nasdaq sloot op 238,90 dollar is kasconversie geen boekhoudkundige voetnoot. Het bepaalt hoeveel ruimte er werkelijk is voor nieuwe chips, strategische investeringen en aandeelhoudersuitkeringen. NVIDIA noteert onder ticker NVDA, in dollars, met ISIN US67066G1040. De De Belegger-pagina toont de koers met twintig minuten vertraging. Het bedrijf kocht in het kwartaal voor tientallen miljarden aandelen in en betaalde dividend, maar die uitkering moet uiteindelijk uit operationele kas komen. Winst die vastzit in voorraden of vorderingen kan niet twee keer worden uitgegeven. Direct naar een onderdeel van dit artikel De winst is echt, alleen het betaalmoment verschuift China is niet ingerekend, maar ook niet gratis De koers rekent op veel meer winst per aandeel Drie scenario’s voor 2027 tot en met 2029 De winst is echt, alleen het betaalmoment verschuift NVIDIA verkoopt niet simpelweg losse chips. Het levert een platform van GPU's, netwerken, systemen en software, waarbij klanten hele clusters bouwen. De vraag is zo groot dat NVIDIA productiecapaciteit, geheugen en toeleveranciers vroeg moet vastleggen. Voorraad stijgt dan voordat een systeem bij de klant staat. Tegelijk kunnen vorderingen oplopen wanneer grote cloudbedrijven later betalen dan NVIDIA zijn leveranciers betaalt. Dat heet werkkapitaal: geld dat tijdelijk in de bedrijfsvoering zit. De kwartaalpublicatie van 26 augustus meldt 24,1 miljard dollar operationele kasstroom en 21,3 miljard vrije kasstroom. De brutomarge van 75 procent en de winst per verwaterd aandeel van 2,46 dollar bevestigen de prijskracht. Toch maakt het verschil tussen winst en kas duidelijk dat snelle groei financiering vraagt. Wanneer omzet later wordt geïnd of componenten eerder worden gekocht, schuift kasstroom door naar een volgend kwartaal. De kasbrug laat zien hoe gevoelig dat verschil is. Het model is niet bedoeld als exacte reconstructie van elk balansitem. Het dwingt wel tot de juiste vraag: is het lagere kasbedrag tijdelijk, of wordt steeds meer kapitaal structureel opgesloten in een complexere keten? Tijdelijk werkkapitaal kan terugkeren zodra leveringen en betalingen normaliseren. Structureel hogere voorraden, vooruitbetalingen en investeringen verlagen de kasopbrengst van iedere winstdollar. In onze analyse van NVIDIA van 21 september lag de nadruk op groei en waardering. De kasconversie voegt een andere controle toe. Een onderneming kan de winstverwachting blijven overtreffen en toch minder aantrekkelijk worden wanneer iedere extra omzetdollar steeds meer balanskapitaal nodig heeft. China is niet ingerekend, maar ook niet gratis Voor het derde kwartaal verwacht NVIDIA 108 miljard dollar omzet, plus of min 2 procent. Die verwachting bevat volgens het bedrijf geen omzet uit datacenter-compute in China. Dat maakt een eventuele hervatting een opwaartse optie, maar geen basis voor de waardering. Exportvergunningen, productbeperkingen en lokale concurrentie kunnen de omvang en marge sterk veranderen. De module maakt het onderscheid zichtbaar tussen ingerekende omzet en potentieel. Een aandeel kan stijgen wanneer de markt ineens een China-bijdrage verwacht, maar de belegger moet niet tegelijk een hoge buiten-China-groei en volledige Chinese toegang als zekerheid waarderen. China kan extra volume geven, terwijl aangepaste chips of lagere prijzen de marge drukken. NVIDIA wijst ook op meer dan 500 miljard dollar aan beoogde datacenterprojecten via kapitaalpartners. Dat klinkt als vraag, maar financieringscapaciteit is nog geen afgenomen omzet. Projecten moeten grond, stroom, netwerkverbindingen en klanten krijgen. Het tempo waarin deze infrastructuur wordt gebouwd, bepaalt wanneer GPU-orders veranderen in leveringen en kas. De sterkste tegenwerping tegen voorzichtigheid is dat NVIDIA vrijwel de volledige software- en netwerklaag beheerst. CUDA, bibliotheken en ontwikkelaars maken overstappen duur, waardoor klanten niet alleen op chipprijs vergelijken. Dat ondersteunt een hoge marge en kan werkkapitaal later ruimschoots compenseren. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. De koers rekent op veel meer winst per aandeel Bij 238,90 dollar, een gewenst rendement van 9 procent en een eindwaardering van 30 keer de winst moet NVIDIA in 2029 ongeveer 10,3 dollar winst per aandeel verdienen. De huidige kwartaalwinst maal vier komt al in de buurt, maar die simpele vermenigvuldiging veronderstelt dat uitzonderlijke marges standhouden en dat het aandeelental niet verwatert. Het boekjaar en kalenderjaar lopen bovendien niet gelijk; vergelijk daarom steeds dezelfde periode. De reverse berekening toont ook waarom een kleine verandering in de multiple veel effect heeft. Bij 24 keer winst is meer winst nodig dan bij 36 keer. Een hoge multiple is verdedigbaar bij blijvend hoge groei, maar wordt kwetsbaar zodra klanten hun investeringsritme afremmen. Cloudbedrijven hebben grote balansen, toch moeten ook zij aantonen dat AI-capaciteit voldoende opbrengst per server genereert. Het onderzoek naar de Groq-deal, beschreven in ons eerdere artikel over het mededingingsrisico, onderstreept een tweede risico. NVIDIA's economische macht trekt toezicht. Een boete is te dragen; beperkingen op bundeling, exclusiviteit of acquisities kunnen de toekomstige platformmarge wel raken. Drie scenario’s voor 2027 tot en met 2029 Het bear-pad veronderstelt dat klanten investeringen temporiseren, kasconversie laag blijft en de waardering daalt. Mogelijke jaareindekoersen zijn 190 dollar in 2027, 170 dollar in 2028 en 160 dollar in 2029. In het middenpad groeien Blackwell en opvolgers door, terwijl werkkapitaal normaliseert: 260, 295 en 335 dollar. Het gunstige pad combineert uitzonderlijke platformvraag met herstellende kasconversie: 300, 375 en 465 dollar. De formule is winst per aandeel maal een scenario-multiple. Nettokas wordt niet nogmaals toegevoegd en aandeleninkoop telt alleen wanneer zij het verwaterde aandeelental verlaagt. De module laat een waarderingsaanpassing zien, zodat duidelijk wordt hoeveel van de uitkomst door winst en hoeveel door sentiment komt. NVIDIA heeft geen vraagprobleem en ook geen winstprobleem. De volgende kwaliteitstest is hoeveel van die winst als vrije kas beschikbaar komt. Zolang kasconversie achterblijft, verdient de groei respect, maar de waardering geen automatische vrijstelling van controle.

  • Amerikaans handelstekort zwelt aan maar de beurs ziet ook groeikansen

    In het kort Het Amerikaanse handelstekort is in augustus opgelopen tot 105,6 miljard dollar. Dat zet vraagtekens bij de belofte dat invoerheffingen de handelsbalans snel zouden verbeteren, maar is geen bewijs dat Amerikaanse bedrijven instorten. De invoer van chips en machines nam juist toe. Voor beleggers is de beslissende vraag of die aankopen toekomstige winst opleveren of vooral dure overcapaciteit creëren. Het Bureau of Economic Analysis publiceerde op 6 oktober een ongemakkelijke combinatie. De Verenigde Staten exporteerden in augustus voor 315,2 miljard dollar en importeerden voor 420,8 miljard dollar aan goederen en diensten. De uitvoer groeide met 1,4 procent ten opzichte van juli, maar de invoer met 4,3 procent. Daardoor liep het tekort met 13,7 procent op. Een handelstekort klinkt als een verliesrekening. Dat is het niet. Amerikaanse afnemers krijgen producten, grondstoffen en diensten voor hun betalingen terug. Of dat economisch verstandig is, hangt af van wat ze kopen, tegen welke prijs en wat ze ermee doen. Juist daarom geeft het grote negatieve saldo beleggers minder houvast dan de samenstelling eronder. Direct naar een onderdeel van dit artikel Chips en machines maken het tekort minder eenduidig Diensten vangen een deel van het goederentekort op De tarieven zijn niet verdwenen uit de rekening Hoeveel extra export is nodig om het tekort te halveren Drie routes van augustus naar de komende jaren Chips en machines maken het tekort minder eenduidig Volgens de officiële uitsplitsing nam de goedereninvoer van industriële materialen met 9,1 miljard dollar toe. Ruwe olie droeg daar 3,3 miljard aan bij en niet-monetair goud 3,1 miljard. De invoer van kapitaalgoederen steeg met 6,2 miljard dollar, met onder meer 2,4 miljard extra aan halfgeleiders en 1,3 miljard aan overige industriële machines. Dit zijn veranderingen in maandbedragen, geen groeipercentages. Een ingevoerde chip kan in een datacenter belanden dat vervolgens jarenlang diensten verkoopt. Een machine kan een Amerikaanse fabriek productiever maken. De import verschijnt meteen in de handelscijfers, terwijl de opbrengsten later komen. Wie uitsluitend een kleiner tekort nastreeft, kan daardoor ook investeringen afremmen die de binnenlandse productie uiteindelijk versterken. Daar staat iets wezenlijks tegenover. Investeren is nog geen verdienen. Wanneer bedrijven tegelijk te veel capaciteit neerzetten, kunnen prijzen dalen en afschrijvingen oplopen. De chipverkoper ontvangt dan eerder geld dan de eigenaar van het datacenter. Voor aandeelhouders is dat verschil in timing belangrijk: sterke orders bij leveranciers en een aantrekkelijk rendement bij hun klanten zijn twee afzonderlijke vragen. Diensten vangen een deel van het goederentekort op Het tekort op goederen bedroeg in augustus 136,6 miljard dollar. Daartegenover stond een dienstenoverschot van 31,0 miljard. Samen levert dat het totale tekort van 105,6 miljard op. Een analyse die alleen goederen telt, mist dus een omvangrijke Amerikaanse inkomstenbron. Denk bij diensten aan onder meer financiële dienstverlening, zakelijke diensten en vergoedingen voor intellectueel eigendom. Een rekenvoorbeeld laat zien waarom dat onderscheid telt. Als de goederenhandel volledig gelijk blijft en het dienstenoverschot met 10 procent stijgt, neemt dat overschot met 3,1 miljard dollar per maand toe. Het totale tekort daalt dan naar 102,5 miljard. Dat is 37,2 miljard dollar op jaarbasis als die maandelijkse verbetering twaalf maanden standhoudt. Het is een scenario in nominale dollars, geen gerealiseerde jaaruitkomst en geen netto bedrijfswinst. Voor een Nederlandse belegger biedt de Amerikaanse handelsbalans daardoor ook een aanwijzing waar verdienmodellen zitten. Een onderneming die software internationaal verkoopt, heeft andere kansen dan een bedrijf dat ingevoerde onderdelen assembleert. Bij het tweede kunnen extra invoerheffingen of een zwakkere dollar de kostprijs verhogen. Bij het eerste kunnen buitenlandse klanten juist een belangrijke bron van schaalvoordelen zijn. Meer handel is bovendien niet hetzelfde als meer marge. Een leverancier kan een recordomzet boeken terwijl hogere transportkosten en kortingen de winst uithollen. Het beursbelang van deze cijfers zit daarom vooral in de vervolgvraag bij kwartaalresultaten: hoeveel van de extra vraag blijft over als vrije kasstroom, nadat ook de investeringsrekening is betaald? De tarieven zijn niet verdwenen uit de rekening De invoerwaarden in de handelsstatistiek bevatten doorgaans geen Amerikaanse invoerrechten. Een extra heffing verschijnt dus niet automatisch als een hoger importbedrag in deze tabel. Zij kan wel de prijs voor de Amerikaanse koper verhogen en veranderen waar, wanneer en hoeveel bedrijven inkopen. De maandelijkse handelsbalans is daardoor een gebrekkige thermometer voor de totale rekening van het tarievenbeleid. Een tekort dat oploopt, bewijst op zichzelf niet dat iedere heffing zinloos is. Het kan bijvoorbeeld tijd kosten om productie te verplaatsen. Maar het tegendeel geldt net zo goed: een lager tekort bewijst niet dat Amerikanen rijker worden. Als huishoudens minder kunnen besteden en bedrijven investeringen schrappen, kan de invoer dalen terwijl de economie verzwakt. Een kleiner saldo kan dus ook een slecht teken zijn. Daar komt een opvallende nuance bij. Over januari tot en met augustus lag het tekort volgens het BEA 138,2 miljard dollar, of 19,9 procent, lager dan in dezelfde periode van 2025. Zowel uitvoer als invoer nam over die acht maanden toe. Augustus is dus een verslechtering binnen een jaarvergelijking die nog steeds een verbetering laat zien. Geen van beide perspectieven mag het andere wegdrukken. Hoeveel extra export is nodig om het tekort te halveren Draai de vraag eens om. Stel dat de Verenigde Staten hun maandelijkse tekort willen halveren zonder een dollar minder te importeren. Bij een invoer van 420,8 miljard en een beoogd tekort van 52,8 miljard moet de uitvoer naar 368,0 miljard. Dat is 52,8 miljard meer dan de huidige 315,2 miljard, oftewel ongeveer 16,8 procent extra export. Alleen zeggen dat het land meer moet verkopen, onderschat dus de omvang van die opdracht. De formule is eenvoudig: benodigde uitvoer = invoer minus gewenst tekort. Een alternatief is minder importeren. Bij gelijkblijvende uitvoer zou een halvering van het tekort 52,8 miljard minder invoer vragen, ongeveer 12,5 procent. Maar wanneer juist machines, chips of noodzakelijke grondstoffen verdwijnen, kan die verbetering op papier de toekomstige productie raken. De kwaliteit van de aanpassing weegt zwaarder dan het nette saldo. Ook bij economische groei is voorzichtigheid nodig. In de berekening van het bruto binnenlands product wordt import afgetrokken om buitenlandse productie die al in bestedingen zit niet als Amerikaanse productie mee te tellen. Dat maakt import geen zelfstandige vernietiger van welvaart. Bovendien behandelt het BEA niet-monetair goud in de nationale rekeningen anders dan in de handelsstatistiek. Het volledige tekort rechtstreeks omzetten in een groeiverlies is daarom een verkeerde rekensom. Drie routes van augustus naar de komende jaren Voor een langere blik nemen we de maandbedragen van augustus als vereenvoudigd startniveau voor eind 2026. Dat is nadrukkelijk geen schatting van december. Alle bedragen hieronder blijven maandbedragen in nominale miljarden dollars. De formule voor een volgend jaar is import maal de jaarlijkse groeifactor, minus export maal de eigen groeifactor. We gebruiken 2027, 2028 en 2029 om te laten zien hoe kleine groeiverschillen zich opstapelen. In het basisscenario groeien invoer en uitvoer elk met 3 procent per jaar. Het maandelijkse tekort komt dan afgerond op 108,8 miljard in 2027, 112,0 miljard in 2028 en 115,4 miljard in 2029. Een groter bedrag betekent hier niet automatisch een grotere scheefgroei: beide handelsstromen groeien even snel. Zonder een afzonderlijk pad voor het bbp valt niets te zeggen over het tekort als aandeel van de economie. In het gunstige productiviteitsscenario groeit de export jaarlijks 5 procent en de import 2 procent. Het tekort daalt dan naar ongeveer 98,3, 90,3 en 81,7 miljard dollar per maand. In het ongunstige afhankelijkheidsscenario groeit de uitvoer slechts 1 procent en de invoer 5 procent. Dan ontstaat ongeveer 123,5, 142,4 en 162,4 miljard tekort. De scenario’s zeggen niets over kansen en bevatten geen aparte wisselkoers-, inflatie- of beleidsvoorspelling. Voor de beurs ligt de aantrekkelijkste route niet bij zo weinig mogelijk invoer, maar bij import die productiviteit en verkoopbare productie vergroot. Dat ondersteunt leveranciers van nuttige technologie, terwijl gebruikers hun investeringen uiteindelijk met hogere opbrengsten moeten terugverdienen. Een hoge waardering voor zo’n leverancier blijft alleen houdbaar als de vraag winstgevend en herhaalbaar is. Een eenmalige voorraadopbouw verdient een andere prijs dan jarenlange groei. De sterkste tegenwerping is dat een land niet onbeperkt op buitenlandse financiering en buitenlandse productieketens kan blijven leunen. Die zorg is terecht, zeker bij strategische goederen. Maar ook dan is voorspelbaar beleid dat rendabele binnenlandse productie mogelijk maakt overtuigender dan het maandelijkse tekort tot scorebord verheffen. Goedkope financiering, beschikbare energie, kennis en uitvoerbare vergunningen bepalen mede of bedrijven werkelijk investeren. Ons oordeel is daarom dat het augustusrapport vooral een opdracht aan beleggers bevat: volg de opbrengst van de investeringsgolf, niet alleen de importrekening. Dat oordeel wordt ongunstiger als orders later wegvallen, afschrijvingen sneller stijgen dan de omzet of bedrijfswinsten achterblijven ondanks de extra capaciteit. Bij de volgende handelspublicatie op 4 november zijn ook de revisies van belang. Juli werd nu al van 88,6 naar 92,8 miljard dollar tekort bijgesteld; de eerste maandmeting is geen definitief eindpunt. Archieffoto Howard Lutnick, 17 januari 2025. Daniel Torok / Executive Office of the President, publiek domein. Lees ook: Wat schiet de G7 op met noodvoorraden als er geen nieuwe diesel bijkomt?

  • Meta’s datacenters groeien sneller dan de vrije kasstroom

    In het kort Meta groeit nog altijd hard, maar de rekening voor AI komt nu sneller binnen dan de opbrengst. In het tweede kwartaal steeg de omzet naar ongeveer 60,8 miljard dollar en bleef de advertentiemachine sterk, terwijl kapitaaluitgaven boven 31 miljard dollar en bijzondere juridische en reorganisatielasten de vrije kasstroom terugbrachten tot 784 miljoen dollar. Dat ene kwartaal is geen normale jaarlijkse basis, maar het laat wel zien waar de gevoeligheid zit. Bij een slotkoers van 741,90 dollar op Nasdaq op 5 oktober 2026 betaalt de markt niet alleen voor betere advertenties. Zij betaalt ook voor het idee dat de nieuwe datacenters later veel meer omzet en winst voortbrengen dan ze nu aan kas opslokken. Meta Platforms Class A noteert onder ticker META, in dollars, met ISIN US30303M1027. Op de bedrijfspagina bij De Belegger zie je de koers met twintig minuten vertraging. Het verschil tussen winst en vrije kasstroom verdient meer aandacht dan de gebruikelijke discussie over de volgende chatbot. Winst bevat afschrijvingen over meerdere jaren; de kas voor servers, chips en gebouwen verlaat het bedrijf meteen. Daardoor kan een winstgevend bedrijf tijdelijk veel minder financiële ruimte hebben dan de winst-en-verliesrekening suggereert. Direct naar een onderdeel van dit artikel AI maakt advertenties beter, maar lost de investeringsrekening niet vanzelf op De omzetmix moet breder zonder de advertentiemachine te verzwakken De koers vraagt om blijvend hoge winst per aandeel Drie koerspaden maken de voorwaarden concreet AI maakt advertenties beter, maar lost de investeringsrekening niet vanzelf op Meta verdient het grootste deel van zijn geld nog steeds met advertenties in Facebook, Instagram en Reels. AI helpt op twee plekken. Het kiest welke advertentie een gebruiker waarschijnlijk relevant vindt en het helpt adverteerders sneller varianten van beeld, tekst en doelgroep te maken. Als een advertentiecampagne daardoor meer verkoop oplevert, kan Meta een groter deel van het marketingbudget vragen. Dat is economisch sterker dan alleen meer schermtijd verkopen. De keerzijde staat in de kwartaalpublicatie van Meta. Het bedrijf bouwt datacenters, koopt chips en legt stroomcapaciteit vast voordat de nieuwe AI-producten hun volledige omzet leveren. De jaarlijkse kapitaaluitgaven lopen volgens de bedrijfsverwachting op tot 130 à 145 miljard dollar. Zo'n investering kan rationeel zijn, maar alleen wanneer de extra brutowinst later groter is dan afschrijving, energie, onderhoud en financieringskosten samen. De eerste module maakt die spanning zichtbaar. Een hoge operationele marge kan miljarden kas creëren, maar 135 miljard dollar kapitaaluitgaven is geen afrondingsverschil. De getoonde brug is bewust eenvoudig: belasting, werkkapitaal en afschrijvingen ontbreken. Juist daardoor is het een goede stresstest. Wanneer de rest na kapitaaluitgaven klein of negatief wordt, moet toekomstige groei het gat vullen. Een paar procentpunten marge maken dan meer verschil dan een glanzende productpresentatie. De introductie van een zakelijk AI-platform op 28 september kan een tweede inkomstenstroom openen. Bedrijven zouden Meta's modellen, data en hulpmiddelen kunnen gebruiken buiten de advertentieveiling. Dat is inhoudelijk interessant, maar een productaankondiging is nog geen terugkerende omzet. De belegger wil straks zien hoeveel betalende klanten er zijn, wat de gebruikskosten bedragen en of deze omzet een hogere of lagere marge heeft dan advertenties. De omzetmix moet breder zonder de advertentiemachine te verzwakken Een groot deel van Meta's aantrekkelijkheid zit in schaal. Een nieuw model kan tegelijk worden gebruikt voor aanbevelingen, advertenties, moderatie, messaging en zakelijke software. Dezelfde onderzoeksdollar ondersteunt dus meerdere producten. Toch blijft de winst sterk afhankelijk van advertentievraag. Een recessie, privacyregel of slechtere meetbaarheid kan de prijs per advertentie sneller raken dan de kostenbasis kan dalen. De mixmodule laat zien waarom een tweede inkomstenbron waardevol is. Niet omdat advertenties ineens slecht zijn, maar omdat messaging en zakelijke AI andere betalingsmomenten hebben. WhatsApp kan bijvoorbeeld verdienen aan bedrijfsberichten en klantenservice. Dat is meer terugkerend dan een merkcampagne, maar de prijs per gesprek ligt waarschijnlijk veel lager. De juiste vergelijking is dus niet omzetdollar tegen omzetdollar. Het gaat om brutowinst na infrastructuurkosten en om de stabiliteit door de cyclus. In onze eerdere analyse van Meta’s AI-capex stond dezelfde economische wet centraal: gebruikersgroei is nuttig, maar vrije kasstroom bepaalt hoeveel waarde per aandeel overblijft. De nieuwe zakelijke route kan dat verhaal verbeteren wanneer ze aantoonbaar omzet toevoegt zonder een even grote nieuwe verkooporganisatie. Het artikel over waarom Meta hard steeg helpt om te begrijpen hoeveel vertrouwen al in advertentieherstel en AI-productiviteit zit. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. De koers vraagt om blijvend hoge winst per aandeel Een reverse waardering begint niet met een koersdoel, maar met de koers van vandaag. Bij 741,90 dollar, een gewenst koersrendement van 8 procent per jaar en een eindwaardering van 28 keer de winst moet Meta in 2029 ongeveer 33 dollar winst per verwaterd aandeel verdienen. De formule is koers maal het gewenste rendementspad, gedeeld door de gekozen eindmultiple. Een hogere multiple verlaagt de vereiste winst, maar vergroot de afhankelijkheid van marktsentiment. Die vereiste winst is haalbaar wanneer advertenties dubbelcijferig blijven groeien, de Reality Labs-verliezen begrensd worden en de nieuwe infrastructuur efficiënt wordt benut. Ze wordt lastig wanneer afschrijvingen sneller stijgen dan omzet. De markt kijkt vaak naar kapitaaluitgaven als een eenmalige investeringspiek. Dat kan misleiden: servers verouderen snel, stroomcontracten lopen door en nieuwe modelgeneraties vragen opnieuw hardware. Een structureel hoog investeringsniveau verdient dus een structureel lagere kasstroommarge dan een licht softwaremodel. Het sterkste tegenargument is dat Meta eerder heeft bewezen grote investeringen te kunnen monetiseren. De overgang naar mobiel leek eerst een bedreiging en werd daarna een veel groter advertentieplatform. Reels drukte aanvankelijk de opbrengst per minuut en draagt nu bij aan engagement en advertentievraag. Wie alleen naar de huidige kasuitstroom kijkt, kan dezelfde schaaloptie onderschatten. Toch is de bewijslast zwaarder, omdat de bedragen nu veel groter zijn en meerdere concurrenten tegelijk dezelfde schaarse chips en energie kopen. Drie koerspaden maken de voorwaarden concreet In het bear-scenario blijft de investeringsrekening hoog, vertraagt advertentiegroei en daalt de waardering. Dat geeft mogelijke jaareindekoersen van 610 dollar in 2027, 560 dollar in 2028 en 535 dollar in 2029. In het middenpad versterken betere targeting, messaging en zakelijke AI de winst per aandeel; de mogelijke koersen zijn dan 790, 870 en 960 dollar. Het gunstige pad veronderstelt dat Meta meerdere AI-diensten monetiseert en tegelijk zijn kernmarge beschermt. Dan volgen 900, 1.050 en 1.230 dollar. Dit zijn scenario's, geen consensus en geen enkel einddoel. De berekening combineert winst per aandeel met een waarderingsmultiple; aandeleninkoop helpt alleen voor zover het verwaterde aandeelental werkelijk daalt. Kas op de balans wordt niet nogmaals bij de koers opgeteld. De grootste fout zou zijn om zowel hogere marges als een hogere multiple toe te kennen zonder te toetsen welke extra investering daarvoor nodig is. Meta blijft een buitengewoon sterke advertentiemachine, maar bij deze koers koop je ook een nog onbewezen rendement op een enorme fysieke infrastructuur. Zolang vrije kasstroom niet overtuigend meegroeit met winst en omzet, past bij het aandeel meer discipline dan bewondering.

bottom of page