top of page

Search this site

14081 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Nike wint de winkels terug maar korting knaagt aan de marge

    In het kort Nike probeert de relatie met groothandelspartners te herstellen nadat het jarenlang meer nadruk legde op de eigen winkels en app. Dat kan het merk weer zichtbaarder maken en sneller voorraad laten doorstromen. Meer wholesale-omzet is echter niet automatisch beter: retailers vragen marge, oude producten kunnen korting nodig hebben en Nike Direct draagt zijn eigen winkel- en logistieke kosten. Rond $33,96 noteert Nike op ongeveer 16 keer de laatst gemelde winst per aandeel, maar die winstbasis is midden in een herstel en dus geen stabiel eindpunt. Nike heeft geen vraagprobleem in de simpele betekenis van het woord. Het merk is wereldwijd bekend en verkoopt nog altijd voor tientallen miljarden dollars aan schoenen en kleding. Het probleem is subtieler: welke producten groeien, via welk kanaal worden ze verkocht en hoeveel brutowinst blijft per dollar omzet over? Onder president en CEO Elliott Hill probeert Nike opnieuw te bouwen aan de relatie met retailers. De afgelopen jaren wilde het bedrijf meer rechtstreeks aan consumenten verkopen. Dat gaf controle over klantdata en de volledige verkoopprijs, maar verminderde de aanwezigheid bij partners die consumenten dagelijks bezoeken. Concurrenten kregen daar ruimte. De comeback vraagt daarom niet alleen nieuwe schoenen, maar ook een gezondere verdeling tussen Nike Direct en wholesale. Direct naar een onderdeel van dit artikel Wholesale is niet per definitie de lage-margekeuze Omzetherstel kan de verkeerde kwaliteit hebben Concurrentie dwingt Nike terug naar sport Wat moet $33,96 waarmaken? Drie paden door het herstel Wat de komende kwartalen moet verbeteren Wholesale is niet per definitie de lage-margekeuze Wholesale betekent dat Nike producten verkoopt aan retailers, die ze vervolgens aan consumenten verkopen. Nike ontvangt dan een lagere prijs dan in de eigen winkel. Tegelijk draagt de retailer een deel van de verkoopkosten, winkelruimte en voorraad. Direct-to-consumer levert een hogere verkoopprijs op, maar Nike betaalt zelf voor winkels, personeel, bezorging, retouren en digitale marketing. Daarom is het te eenvoudig om Direct altijd als hoogmarge en wholesale altijd als laagmarge te zien. De werkelijke marge hangt af van korting, productmix, voorraadrotatie en de kosten van het kanaal. Een populaire hardloopschoen bij een sterke retailer kan winstgevender zijn dan een oud model dat Nike via de eigen app met 30% korting verkoopt. De visualisatie laat zien hoe de gemengde brutomarge verandert wanneer het aandeel wholesale toeneemt. Brutowinst is wat na de directe productkosten van iedere omzetdollar overblijft. Daaruit moeten marketing, technologie, hoofdkantoor, rente en belasting nog worden betaald. Een paar procentpunt verschil is bij bijna $50 miljard omzet economisch groot. Omzetherstel kan de verkeerde kwaliteit hebben Bij de cijfers over het eerste kwartaal van boekjaar 2027, gepubliceerd op 1 oktober, gaf Nike nieuwe informatie over het herstel. Voor aandeelhouders is de kwaliteit van de omzet belangrijker dan één groeipercentage. Een stijging door nieuwe, gewilde producten en betere verkoop op volle prijs is gezond. Een stijging door extra promoties of het doorschuiven van voorraad naar retailers kan later tegenvallen. Voorraad is hierbij de verbindende schakel. Te veel oude voorraad leidt tot korting. Korting verlaagt de brutomarge en kan het merk beschadigen wanneer consumenten leren wachten op aanbiedingen. Te weinig voorraad van populaire modellen laat juist omzet liggen. Nike moet dus tegelijk oude lijnen opruimen en nieuwe franchises opbouwen. De rekensom maakt zichtbaar hoe snel een paar procentpunt extra kortingsdruk een kostenbesparing kan wegvagen. Stel dat Nike $47 miljard omzet draait en de effectieve korting de marge met twee procentpunt verlaagt. Dan verdwijnt ongeveer $0,94 miljard brutowinst. Zelfs een besparingsprogramma van $1,5 miljard laat dan nog maar een deel van de beloofde verbetering over. Dat is ook het belangrijkste tegenargument bij de turnaround. Kosten snijden helpt de korte termijn, maar een sportmerk kan niet onbeperkt besparen op ontwerp, atleten, marketing en distributie. De waarde zit juist in productinnovatie en culturele relevantie. Wie alleen op kosten stuurt, kan de groeimotor verzwakken. Concurrentie dwingt Nike terug naar sport Nike concurreert niet alleen met Adidas. In hardlopen wonnen merken als On en Hoka terrein; in vrijetijdskleding en specifieke sporten bestaan talloze uitdagers. Die bedrijven hoeven Nike niet overal te verslaan. Het is genoeg wanneer zij in enkele snelgroeiende niches marktaandeel en winkelruimte pakken. Hill wil Nike weer duidelijker rond sport organiseren. Dat klinkt logisch, maar uitvoering telt. Nieuwe producten moeten niet alleen goed worden ontvangen door atleten en influencers. Ze moeten op schaal leverbaar zijn, tegen volle prijs verkopen en meerdere seizoenen relevant blijven. Een succesvolle franchise spreidt ontwerp- en marketingkosten over meer omzet. Retailers spelen daarin een belangrijke rol. Zij geven Nike toegang tot consumenten die niet bewust de Nike-app openen. In ruil verlangen zij betrouwbare levering, aantrekkelijke marges en producten die klanten naar de winkel trekken. De relatie herstellen kost tijd, want schapruimte die naar concurrenten ging, komt niet vanzelf terug. In onze eerdere analyse over de koersdaling bij Nike legden we uit dat een bekende merknaam niet automatisch een koopmoment maakt. De economische motor moet eerst stabiliseren. De vergelijking met Ryanair helpt op een ander punt: een lage prijs kan volume aantrekken, maar aandeelhouders verdienen aan de marge die na die prijs overblijft. Wat moet $33,96 waarmaken? Nike Class B noteerde op 6 oktober rond $33,96 aan de New York Stock Exchange. De beurswaarde bedroeg ongeveer $50,4 miljard. De laatst gemelde winst per aandeel van $2,09 zet de koers-winstverhouding rond 16,3. Dat lijkt laag voor een wereldwijd consumentenmerk, maar de winst is niet genormaliseerd. Een reverse valuation rekent daarom terug. Bij een eindwaardering van 18 keer winst en 9% gewenst jaarlijks koersrendement moet Nike in 2029 ongeveer $2,44 winst per aandeel verdienen. Dat is maar beperkt hoger dan de huidige winstbasis. De markt vraagt dus geen extreme groei, maar wel dat de winst niet verder wegzakt en daarna herstelt. De winst per aandeel kan door drie routes stijgen: hogere omzet, een betere marge en een lager aantal aandelen. Die routes mogen niet dubbel worden geteld. Als Nike aandelen inkoopt maar tegelijk veel aandelenbeloning uitgeeft, is alleen de netto daling van het verwaterde aandeelental relevant. Nettokas en schuld horen eveneens één keer in de waardering. De lage vereiste winstgroei is het positieve argument. Nike hoeft geen nieuw technologisch platform te bouwen. Het heeft distributie, merkbekendheid en een grote omzetbasis. Het negatieve argument is dat margeherstel bij consumentenmerken lang kan duren. Productcycli, retailerrelaties en merkvoorkeur veranderen niet in één kwartaal. Drie paden door het herstel Het bear-scenario veronderstelt dat promoties hoog blijven, marktaandeel verder verschuift en kostenbesparingen productontwikkeling raken. Het middenpad gaat uit van geleidelijk herstel van wholesale, betere voorraadrotatie en oplopende brutomarge. In het gunstige scenario leveren nieuwe sportfranchises sterke verkoop op volle prijs en werken kostenbesparingen zonder het merk te verzwakken. De mogelijke jaareindekoersen zijn in het bear-pad $27 in 2027, $25 in 2028 en $24 in 2029. Het middenpad komt uit op $38, $44 en $51. Het gunstige pad toont $46, $58 en $72. De formule gebruikt winst per aandeel maal een passende koers-winstverhouding. De aannames verschillen per jaar voor omzetgroei, brutomarge en aandeelental. Een koersdoel voor alleen 2029 zou de weg ernaartoe verbergen. Bij Nike is die weg juist belangrijk. Wanneer de marge in 2027 nog daalt en voorraad oploopt, neemt de kans af dat het middenpad in 2028 wordt gehaald. Wanneer verkoop op volle prijs en retailerorders eerder herstellen, kan de winsthefboom sneller werken. Wat de komende kwartalen moet verbeteren Vier signalen verdienen aandacht. Ten eerste verkoop op volle prijs tegenover promoties. Ten tweede voorraadgroei tegenover omzetgroei. Ten derde de brutomarge per kwartaal, inclusief uitleg over kanaalmix en valuta. Ten vierde order- en sell-through-informatie van groothandelspartners. Sell-through is wat retailers werkelijk aan consumenten verkopen; een levering aan de retailer is nog geen definitieve consumentenvraag. Nike kan een overtuigende comeback maken. De huidige koers laat ruimte voor herstel zonder dat direct perfectie nodig is. Maar meer omzet via wholesale is slechts de eerste stap. Aandeelhouders hebben pas echt iets aan dat herstel wanneer de voorraad sneller draait, de korting afneemt en iedere extra omzetdollar weer meer brutowinst oplevert. Foto: Elliott Hill, officiële bedrijfsfoto van Nike

  • Unilever krimpt door de Foods-deal maar de kosten blijven achter

    In het kort Unilever noteerde op 6 oktober om 09.08 uur €53,52 in Amsterdam, ticker UNA en ISIN GB00BVZK7T90. De koersmomentopname in De Belegger hoort bij de gewone Unilever PLC-lijn. De onderneming wil haar Foods-activiteiten combineren met McCormick. Unilever-aandeelhouders krijgen 55,1% van het volledig verwaterde gecombineerde bedrijf, McCormick-aandeelhouders 35,0% en Unilever zelf houdt aanvankelijk 9,9%. De deal creëert een voedingsbedrijf met ongeveer $20 miljard omzet op basis van 2025 en laat een Unilever over dat zich richt op Beauty & Wellbeing, Personal Care en Home Care. Die resterende groep had op dezelfde basis ongeveer €39 miljard omzet. De strategische lijn is helder. De economische winst hangt af van synergie, de waarde van het ontvangen McCormick-belang en vooral de €400 miljoen tot €500 miljoen kosten die na de afsplitsing bij Unilever achterblijven. Direct naar een onderdeel van dit artikel Aandeelhouders krijgen twee beleggingen $600 miljoen synergie is niet hetzelfde als directe winst De rekening die bij Unilever achterblijft De operationele basis is sterker geworden Wat moet €53,52 waarmaken? Drie scenario’s voor 2027 tot en met 2029 Aandeelhouders krijgen twee beleggingen De transactie wordt opgezet als een Reverse Morris Trust. Eenvoudig gezegd wordt Unilever Foods eerst aan aandeelhouders toegedeeld en direct daarna samengevoegd met McCormick. Het doel is dat aandeelhouders rechtstreeks een groot belang in de combinatie krijgen, terwijl Unilever als zelfstandig bedrijf kleiner en meer gericht verdergaat. De eigendomsverdeling is geen theoretisch detail. Unilever-aandeelhouders houden via hun nieuwe stukken 55,1% van de combinatie. Unilever zelf houdt 9,9% en wil dat belang niet eerder dan één jaar na afronding geleidelijk verkopen, met volledige afbouw binnen vijf jaar. Die verkoop kan kas opleveren voor de resterende Unilever, maar de uiteindelijke waarde hangt af van de koers van het gecombineerde bedrijf. McCormick houdt zijn notering in New York en plant een secundaire notering in Londen. Dat moet Europese aandeelhouders toegang geven tot de nieuwe stukken. Details over toewijzing, handel en fiscale behandeling kunnen nog veranderen. De afronding wordt uiterlijk medio 2027 verwacht en is afhankelijk van goedkeuring door McCormick-aandeelhouders, toezichthouders en andere voorwaarden. Het is dus te vroeg om de huidige Unilever-koers simpelweg in twee exacte waarden te splitsen. De belegger bezit nu één aandeel met twee toekomstige economische componenten: het pure-play Home and Personal Care-bedrijf en een belang in de combinatie met McCormick. $600 miljoen synergie is niet hetzelfde als directe winst Unilever en McCormick verwachten ongeveer $600 miljoen jaarlijkse kostenvoordelen na herinvestering in groei. Daarnaast is er $100 miljoen aan extra kosten- en omzetsynergie die opnieuw in groei wordt gestoken. Een run-rate betekent het jaarlijkse tempo wanneer de maatregelen volledig zijn uitgevoerd. Het is geen bedrag dat direct op de eerste dag als kas binnenkomt. Synergie kan komen uit inkoop, productie, logistiek en centrale functies. De combinatie van Knorr, Hellmann's, McCormick, French's, Cholula en Frank's RedHot geeft schaal en een breder distributienetwerk. Daartegenover staan integratiekosten, IT-projecten, merkkeuzes en het risico dat klanten of retailers voorwaarden opnieuw onderhandelen. Het belangrijkste onderscheid is tussen plan en uitvoering. Een aangekondigde besparing wordt pas waarde wanneer personeel, systemen en fabrieken daadwerkelijk anders werken zonder dat omzet of innovatie verslechtert. Management noemt geen operationele omzetnadeel door de scheiding, maar dat moet in de praktijk nog blijken. De rekening die bij Unilever achterblijft Na de scheiding verwacht Unilever €400 miljoen tot €500 miljoen aan stranded costs. Dat zijn kosten van functies, systemen of contracten die vroeger over een groter concern werden verdeeld, maar niet automatisch met Foods verdwijnen. Het bedrijf wil deze lasten tussen 2027 en 2029 compenseren met besparingen en rekent op ongeveer €500 miljoen eenmalige herstructureringskosten in die periode. Bij €450 miljoen achterblijvende kosten en €150 miljoen jaarlijkse extra besparing duurt het drie jaar voordat het bedrag op run-ratebasis is weggewerkt. De eenmalige herstructureringskosten staan hier los van. Daardoor kan de boekhoudkundige marge eerder herstellen dan de vrije kasstroom. Dit is de kern van de deal voor de resterende Unilever. Een kleiner concern kan sneller groeien en duidelijker worden gewaardeerd, maar een deel van de oude overhead moet eerst worden verwijderd. Als de besparingen vertragen, verdwijnt een stuk van het voordeel in de tussenperiode. De operationele basis is sterker geworden Unilever rapporteerde over de eerste helft van 2026 4,8% onderliggende omzetgroei, waarvan 4,2% uit volume en 0,6% uit prijs. In het tweede kwartaal versnelde de groei naar 5,8%, met 5,5% volumegroei. Power Brands waren goed voor 78% van de omzet en groeiden 6,0%. De onderliggende operationele marge kwam uit op 20,3%. Merk- en marketinginvesteringen bedroegen 16,1% van de omzet. De vrije kasstroom was €1,5 miljard in het halfjaar. Dat is een bruikbare basis, maar niet ieder segment presteerde gelijk. Foods groeide in het eerste halfjaar slechts 1,2% en in het tweede kwartaal 0,2%. De cijfers verklaren waarom Unilever de portefeuille scherper wil maken. Beauty, Wellbeing en Personal Care bieden doorgaans hogere groei dan klassieke voedingsmerken. De tegenwerping is dat Foods stabiele kasstromen en defensieve vraag kan leveren. Door die activiteiten af te splitsen wordt het resterende concern mogelijk sneller, maar ook minder gediversifieerd. In onze analyse van Netflix na een sterke operationele prestatie staat een vergelijkbare waarderingsles: goede cijfers zijn niet genoeg wanneer de koers al veel verbetering bevat. Voor Unilever moet volumegroei uiteindelijk in vrije kas per aandeel verschijnen, na marketing, herstructurering en acquisities. Wat moet €53,52 waarmaken? De waardering wordt tijdelijk lastig omdat Foods nog in de gerapporteerde cijfers zit, terwijl de toekomstige eigendom uit twee stukken bestaat. Een reverse valuation voor de resterende Unilever moet daarom als controle worden gelezen, niet als exacte som-of-the-parts. Bij achttien keer winst in 2029 en 7% gewenst jaarlijks koersrendement is ongeveer €3,64 winst per aandeel nodig voor de resterende Unilever. Daarbovenop komt de waarde van de ontvangen aandelen in de McCormick-combinatie, maar ook de kosten en mogelijke belastingeffecten van de transactie. De aandelenbasis moet worden aangepast voor inkoop. Unilever heeft een inkoopprogramma afgerond en verwacht in totaal €6 miljard terug te kopen in de periode 2026 tot en met 2029, mede ondersteund door kasopbrengsten rond de transactie. Inkoop kan winst per aandeel verhogen, maar dezelfde kas mag niet nogmaals als aparte waarde worden opgeteld. Onze analyse van hoge beurswaarderingen en laag vertrouwen laat zien waarom een defensief aandeel niet risicoloos is. Valuta, grondstoffen, consumentenvraag en rente kunnen ook bij sterke merken de multiple veranderen. Drie scenario’s voor 2027 tot en met 2029 De timing van de scheiding, de stranded costs en de waarde van het nieuwe Foods-belang leveren drie mogelijke paden op. Het bearscenario veronderstelt dat de scheiding duurder duurt, de pure-playgroei tegenvalt en de McCormick-combinatie lager wordt gewaardeerd. Het middenpad rekent erop dat de achterblijvende kosten volgens plan verdwijnen en volume blijft groeien. In het gunstige scenario krijgt de resterende Unilever een hogere waardering en levert het ontvangen Foods-belang extra waarde. De mogelijke koersen zijn scenario's in euro voor eind 2027, 2028 en 2029. Het zijn geen koersdoelen en geen consensus. Dividend is niet in de koerspaden opgeteld, zodat koersrendement en totaalrendement uit elkaar blijven. De peildatum is 6 oktober 2026. De Foods-deal maakt Unilever overzichtelijker, maar niet meteen eenvoudiger te waarderen. Aandeelhouders krijgen straks twee economische belangen en betalen in de overgang voor dubbele systemen, herstructurering en uitvoering. Bij €53,52 is de beslissende vraag niet of de strategische dia logisch oogt. Het gaat erom of €400 miljoen tot €500 miljoen achterblijvende kosten werkelijk verdwijnt zonder dat groei en merkondersteuning worden uitgehold.

  • Inkoopmachine van Wolters Kluwer krijgt een echte test

    In het kort Wolters Kluwer sloot op 5 oktober op €68,32 in Amsterdam, ticker WKL en ISIN NL0000395903. De koersmomentopname in De Belegger liet een beurswaarde van ongeveer €15,1 miljard zien. Het bedrijf verwacht voor 2026 een vrije kasstroom van €1,30 tot €1,35 miljard en rekent in de vooruitzichten met €500 miljoen aandeleninkoop. Rond de huidige koers vertegenwoordigt dat ruim 3% van de beurswaarde. Een lage inkoopkoers kan waarde per aandeel creëren. Dat gebeurt alleen als de onderneming niet tegelijk te weinig investeert, te veel schuld aangaat of structurele winstproblemen maskeert. Wolters Kluwer besteedt 12% tot 13% van de omzet aan productontwikkeling. De echte beleggingsvraag is daarom niet hoeveel aandelen worden ingetrokken, maar of de software en informatieproducten hun prijs, gebruik en kasstroom behouden in een wereld met generatieve AI. Direct naar een onderdeel van dit artikel Terugkerende omzet geeft tijd, geen immuniteit €1,3 miljard kas moet meerdere doelen dragen Inkopen onder intrinsieke waarde helpt Productontwikkeling is investering en kostenpost tegelijk Wat moet €68,32 waarmaken? Drie scenario’s voor 2027 tot en met 2029 Terugkerende omzet geeft tijd, geen immuniteit Wolters Kluwer verkoopt professionele informatie, software en beslissingsondersteuning aan onder meer artsen, accountants, juristen en financiële instellingen. Klanten gebruiken de producten in werkprocessen waarin fouten duur zijn. Regelgeving verandert voortdurend en informatie moet actueel, controleerbaar en in de juiste workflow beschikbaar zijn. Dat levert veel terugkerende omzet op. Een abonnement dat diep in een proces zit, wordt niet snel opgezegd. Toch is terugkerend niet hetzelfde als gegarandeerd. Klanten kunnen gebruikers schrappen, onderhandelen over prijzen of overstappen als een concurrent dezelfde uitkomst beter levert. Generatieve AI verlaagt bovendien de drempel om informatie op een andere manier te zoeken. In onze analyse van software en AI staat waarom distributie, eigen data en integratie belangrijker zijn dan alleen een taalmodel. Wolters Kluwer heeft sterke inhoud en toegang tot professionals. Het bedrijf moet die voorsprong omzetten in betaalde functies, niet alleen in hogere ontwikkelkosten. €1,3 miljard kas moet meerdere doelen dragen De officiële vooruitzichten voor 2026 noemen een aangepaste operationele marge van ongeveer 28%, een vrije kasstroom van €1,30 tot €1,35 miljard en een rendement op geïnvesteerd kapitaal van 18% tot 19%. De aangepaste winst per aandeel moet met een hoog enkelcijferig percentage groeien bij constante wisselkoersen. Vrije kasstroom is het geld dat na operationele uitgaven en noodzakelijke investeringen beschikbaar blijft. Zij kan naar dividend, aandeleninkoop, schuldafbouw en overnames. Dezelfde euro kan maar één keer worden uitgegeven. Bij €1,325 miljard vrije kasstroom, €550 miljoen dividendkas en €500 miljoen inkoop resteert ongeveer €275 miljoen. Dat is een eenvoudige brug, geen bedrijfsprognose. Werkelijke dividenden, overnames en schuldbewegingen kunnen afwijken. De module maakt zichtbaar dat een forse inkoop niet losstaat van andere kapitaalkeuzes. De tegenwerping is sterk: Wolters Kluwer heeft een voorspelbare kasstroom en kan daarom tegelijk investeren en kapitaal teruggeven. Dat klopt zolang omzetbehoud, prijsstijgingen en marge standhouden. Als AI de productontwikkeling duurder maakt of prijsdruk veroorzaakt, kan de vrije kasstroom minder snel groeien dan de aangepaste winst. Inkopen onder intrinsieke waarde helpt Aandeleninkoop verhoogt de winst per aandeel wanneer het aandeelental sneller daalt dan de totale winst. Maar inkoop creëert niet automatisch waarde. Als een bedrijf €1 besteedt aan een aandeel dat intrinsiek slechts €0,70 waard is, verschuift waarde van blijvende naar verkopende aandeelhouders. Bij €500 miljoen inkoop en €15,09 miljard beurswaarde koopt Wolters Kluwer ongeveer 3,31% van de beurswaarde terug. Tegen €68,32 zijn dat ruwweg 7,3 miljoen aandelen. De werkelijke vermindering kan lager uitvallen door aandelenbeloning en een veranderende gemiddelde inkoopkoers. De recente inkooptransacties rond €69 laten zien dat het bedrijf na de koersdaling door bleef kopen. Dat kan rationeel zijn als management de toekomstige kasstroom conservatief inschat. Het is geen onafhankelijk bewijs dat het aandeel goedkoop is. Bestuurders werken binnen een aangekondigd programma en kunnen de markt niet perfect timen. Onze analyse van softwarebedrijven die door AI dood werden verklaard laat zien dat gebruik en kasstroom meer zeggen dan een algemene AI-angst. Voor Wolters Kluwer is de beste controle de organische groei van digitale producten, retentie en betaalde adoptie van AI-functies. Productontwikkeling is investering en kostenpost tegelijk Wolters Kluwer verwacht 12% tot 13% van de omzet aan productontwikkeling te besteden. Boekhoudkundig kan een deel worden geactiveerd en over meerdere jaren afgeschreven. Economisch blijft het geld dat vandaag wordt uitgegeven om producten relevant te houden. Wie vrije kasstroom gebruikt, moet controleren of ontwikkelkosten volledig in die maatstaf zitten en niet elders nogmaals worden afgetrokken. Anders wordt AI-investering dubbel geteld. Omgekeerd is aangepaste winst zonder voldoende correctie voor geactiveerde ontwikkeling soms te vriendelijk. De overgang van Stacey Caywood naar de rol van CEO en voorzitter in februari 2026 maakt de kapitaalkeuze extra relevant. Zij erft een bedrijf met sterke marktposities, maar ook met hoge verwachtingen rond innovatie. De vraag is of de productportefeuille organisch sneller groeit dan de kosten om haar actueel en intelligent te houden. Wat moet €68,32 waarmaken? De beurswaarde van ongeveer €15,1 miljard tegenover €1,30 tot €1,35 miljard vrije kasstroom impliceert een vrije-kasstroomrendement rond 8,8%, vóór een eventuele correctie voor nettoschuld en andere claims. Dat oogt aantrekkelijker dan enkele jaren geleden, maar alleen als de kasstroom duurzaam is. Bij zestien keer vrije kasstroom per aandeel in 2029 en 7% gewenst jaarlijks koersrendement moet Wolters Kluwer ongeveer €5,24 vrije kasstroom per aandeel leveren. Aandeleninkoop kan helpen doordat dezelfde totale kas over minder aandelen wordt verdeeld. Die inkoop mag vervolgens niet nog een tweede keer als extra waarde worden toegevoegd. De eindmultiple van zestien is een aanname. Een bedrijf met terugkerende omzet, hoge marges en weinig cyclische vraag kan een hogere multiple dragen. Als AI de toetredingsbarrières verlaagt of klanten minder betalen, kan een lagere multiple passend worden. De omgekeerde waardering laat zien hoeveel van het verwachte rendement uit operationele groei moet komen. Drie scenario’s voor 2027 tot en met 2029 Kasgroei, inkoop en de waardering van terugkerende softwareomzet leveren drie paden op. In het bearscenario drukt AI op prijs en groei, terwijl investeringen hoog blijven. Het middenpad gaat uit van aanhoudende kasgroei en een lager aandeelental door inkoop. In het gunstige scenario worden AI-functies betaalde producten, neemt het gebruik toe en stijgt de marge. De mogelijke koersen zijn scenario's in euro voor eind 2027, 2028 en 2029. Het zijn geen koersdoelen en geen consensus. Dividend is niet in de koersen opgeteld; totaalrendement kan daardoor hoger zijn. De peildatum is 5 oktober 2026. Rond €68 is aandeleninkoop voor Wolters Kluwer economisch interessanter dan bij een veel hogere koers. De doorslag komt niet van de inkoopaankondiging, maar van de kas achter die aankoop. Als productontwikkeling de concurrentiepositie behoudt en vrije kasstroom groeit, werkt een lager aandeelental krachtig. Als AI de prijszetting aantast, koopt het bedrijf slechts tijd.

  • Besi of Micron, welke AI-bottleneck is zijn prijs waard?

    In het kort Micron heeft de krachtigste winstexplosie, maar BESI heeft naar ons oordeel de moeilijker weg te investeren technologische bottleneck. Dat maakt BESI over vijf jaar nog niet automatisch het betere aandeel. De Nederlandse machinebouwer vraagt een veel hogere prijs voor zijn huidige winst. Wie tussen beide kiest, moet daarom zowel de houdbaarheid van de schaarste als de groeiverwachting in de beurskoers beoordelen. Een AI-server heeft weinig aan een razendsnelle rekenchip als het geheugen de gegevens niet snel genoeg aanlevert. Evenmin helpt een overvloed aan geheugen wanneer de onderdelen niet betrouwbaar in één werkend pakket kunnen worden samengebracht. Op die twee knelpunten zitten Micron en BESI, ieder vanuit een heel ander verdienmodel. De vergelijking is dus interessanter dan Amerikaans geheugen tegenover Nederlandse machines. Micron verkoopt onderdelen die bij iedere nieuwe server opnieuw nodig zijn. BESI verkoopt apparatuur waarmee klanten zulke onderdelen en rekenchips verbinden. De één verdient rechtstreeks aan de prijs van geheugencapaciteit, de ander aan de moeite die het kost om chips goed samen te laten werken. Direct naar een onderdeel van dit artikel Micron verkoopt schaarse capaciteit en BESI verkoopt precisie De groei is sterk maar de inkomsten reageren anders Prijszettingsmacht is iets anders dan een monopolie De beurs rekent al op twee heel verschillende toekomstbeelden Drie samenhangende routes naar oktober 2031 Voor de structurele bottleneck kiezen we BESI Micron verkoopt schaarse capaciteit en BESI verkoopt precisie High-bandwidth memory, meestal HBM genoemd, bestaat uit gestapelde geheugenchips met veel verbindingen en een hoge gegevensdoorvoer. Dat maakt het geschikt om krachtige AI-processors te voeden. Meer capaciteit vraagt niet alleen extra fabrieken, maar ook geschikte productietechnologie, een goede productieopbrengst en goedkeuring door de klant. HBM is daardoor veel minder uitwisselbaar dan het woord geheugen doet vermoeden. Bij de resultaten van 30 september rapporteerde Micron over boekjaar 2026 een omzet van 133,2 miljard dollar en een nettowinst van 85,0 miljard dollar. In het vierde kwartaal bedroeg de brutomarge volgens de gewone Amerikaanse boekhoudregels 86,8 procent. Zulke cijfers vertellen hoe gunstig de huidige combinatie van vraag, prijzen en productmix is. Ze bewijzen niet dat dit een normale marge voor de komende vijf jaar is. BESI zit een productiestap verderop. Het levert onder meer machines die afzonderlijke chips uiterst nauwkeurig plaatsen en verbinden. Bij hybrid bonding worden oppervlakken en koperen contactpunten direct aan elkaar gekoppeld. Dat biedt ruimte voor meer verbindingen op een klein oppervlak. Het is één onderdeel van advanced packaging, de verzamelnaam voor geavanceerde technieken waarmee meerdere chips samen één systeem vormen. De groei is sterk maar de inkomsten reageren anders Micron verwacht in zijn toelichting op de jaarcijfers dat het HBM-volume tot en met 2028 sneller groeit dan dat van conventioneel DRAM-geheugen. Voor de totale DRAM-industrie rekent het bedrijf op volumegroei van rond de lage twintig procent in 2027 en 2028. Dat zijn managementverwachtingen in bits, dus hoeveelheden geheugen. Omzetgroei hangt daarnaast af van prijzen en de mix van producten. BESI boekte in het tweede kwartaal 249,9 miljoen euro omzet, 68,7 procent meer dan een jaar eerder. De orders bedroegen 292,9 miljoen euro. AI-toepassingen waren goed voor ongeveer zestig procent van de systeemorders in de eerste jaarhelft. Dat laatste is een maatstaf voor bestellingen, niet het aandeel AI in de al geboekte omzet. Voor de bredere markt toont BESI in zijn presentatie van augustus een raming van TechInsights waarin de omzet in assemblageapparatuur, exclusief service, groeit van 5,4 miljard dollar in 2025 naar 8,3 miljard in 2028. Dat is ongeveer 54 procent in drie jaar. Het betreft een externe marktraming die BESI presenteert, geen gemeten groei en geen voorspelling voor alleen hybrid bonding. Micron kan dus veel meer verdienen zonder evenredig meer geheugenchips te leveren, zodra de prijs stijgt. Dat werkt ook de andere kant op: een lagere verkoopprijs raakt de winst snel, terwijl de fabriek en de afschrijvingen blijven bestaan. BESI moet voor omzetgroei vooral meer of duurdere machines verkopen. Klanten kunnen die investeringen uitstellen wanneer hun bestaande machines voorlopig genoeg capaciteit bieden. Toch neemt bij packaging niet alleen het aantal systemen toe. Ook het aantal handelingen per systeem kan stijgen. Meer chiplets, de afzonderlijke bouwstenen van een processor, betekenen meer onderdelen die moeten worden geplaatst en verbonden. Een leverancier kan daardoor groeien terwijl het aantal verkochte eindproducten veel minder hard stijgt. Snellere machines en een beter productieproces kunnen die groei in benodigde apparatuur overigens weer afremmen. Prijszettingsmacht is iets anders dan een monopolie Microns huidige macht zit voor een belangrijk deel in beperkte beschikbare capaciteit. Klanten die een AI-installatie willen opleveren, betalen liever meer voor geheugen dan dat zij de rest van hun investering laten stilstaan. Samsung en SK hynix blijven echter concurrenten. Als meerdere producenten tegelijk uitbreiden en de vraag tegenvalt, kan schaarste omslaan in prijsdruk. Niet iedere concurrent hoeft technologisch de beste te zijn om de marktprijs te beïnvloeden. Die concurrentie staat niet stil. Samsung meldde op 12 februari commerciële HBM4-leveringen en SK hynix leverde op 18 juni HBM4E-proefexemplaren aan klanten. Proefexemplaren zijn nog geen massaproductie, maar laten zien dat meerdere bedrijven aan de volgende generatie werken. Langlopende klantafspraken maken Micron minder afhankelijk van losse orders. Het bedrijf meldde 26 strategische overeenkomsten, samen naar verwachting goed voor ruim 35 procent van de omzet tot en met 2030. Bij ongeveer drie kwart van die contractomzet bestaat een prijsraamwerk, vaak met grenzen. Dat is een nuttige stabilisator, maar geen vaste prijs voor drie kwart van Microns totale omzet. Bovendien blijven looptijd, volumes en de financiële gezondheid van klanten belangrijk. Bij BESI draait prijszettingsmacht meer om de kosten van fouten. Als een nauwkeurigere machine uitval van dure chips voorkomt, kan een hogere machineprijs economisch aantrekkelijk zijn. De uitgebreide samenwerking met Applied Materials van 1 oktober combineert BESI’s plaatsingstechniek met onder meer oppervlaktebehandeling en procescontrole. Die samenhang kan overstappen moeilijker maken. Tegelijk bepaalt de hele productieketen de kwaliteit, niet één machine alleen. Ook hier is concurrentie reëel. ASMPT presenteert zowel thermocompressie als hybrid bonding voor geavanceerde chipverpakkingen. Thermocompressie verbindt onderdelen met druk en warmte en kan voor sommige toepassingen voldoende blijven. BESI hoeft dus niet alleen concurrenten te verslaan. Het moet ook aantonen dat een duurdere, nauwkeurigere productiemethode de investering waard is. De beurs rekent al op twee heel verschillende toekomstbeelden De slotkoers van 5 oktober was 203 euro voor BESI en 1.063,96 dollar voor Micron. Tegen BESI’s opgetelde gerapporteerde winst per aandeel van 2,62 euro over de vier kwartalen tot en met juni komt dat neer op ongeveer 77,5 keer de winst. Micron kost ongeveer 14,3 keer de 74,33 dollar winst per aandeel over het boekjaar tot en met 3 september. De verslagperioden verschillen; dit zijn historische maatstaven, geen gelijkgeschakelde winsttaxaties voor 2027. De verleiding is groot om Micron daarmee meteen goedkoop te noemen. Maar halveer zijn winst en de verhouding verdubbelt tot ongeveer 28,6. De koers hoeft daarvoor niet te bewegen. Bij BESI is het omgekeerde verhaal ingeprijsd: beleggers wachten op een veel groter bedrijf. Daar zit ruimte voor groei, maar weinig bescherming wanneer de doorbraak later komt. Een nuttige omgekeerde vraag is hoeveel winst nodig is om vanaf vandaag tien procent koersrendement per jaar te halen. Neem vijf jaar en veronderstel dat beleggers daarna dertig keer BESI’s jaarwinst betalen. Dan is de vereiste winst per aandeel 203 × 1,10 tot de vijfde macht / 30 = 10,90 euro. Dat vraagt vanaf de historische 2,62 euro ongeveer 33 procent jaarlijkse winstgroei. Voor Micron, bij een veronderstelde eindwaardering van twaalf keer de winst, wordt dezelfde som 1.063,96 × 1,10 tot de vijfde macht / 12 = 142,79 dollar per aandeel. Dat is ongeveer veertien procent jaarlijkse groei vanaf 74,33 dollar. Deze berekening betreft bruto koersrendement over vijf jaar, zonder dividend, kosten, privébelasting of valuta-effect. Het is geen maandelijks inkomen en geen voorspelling dat deze winsten worden gehaald. Drie samenhangende routes naar oktober 2031 In het basisscenario groeit de vraag door, maar verdwijnt de meest extreme schaarste. We nemen voor 2031 zeven euro jaarwinst per aandeel bij BESI en 105 dollar bij Micron. Bij respectievelijk dertig en twaalf keer de winst geeft dat rekenkundig 210 euro en 1.260 dollar. Een inleg van 10.000 euro wordt dan ongeveer 10.345 euro bij BESI en 11.843 euro bij Micron, met een onveranderde wisselkoers. Dat is slechts 0,7 en 3,4 procent koersrendement per jaar. In het zwakke scenario groeit de productiecapaciteit sneller dan de vraag. Geheugenprijzen dalen en klanten stellen extra packagingmachines uit. Vier euro winst tegen 25 keer de winst geeft BESI een rekenwaarde van 100 euro. Voor Micron levert 55 dollar tegen tien keer de winst 550 dollar op. Beide beleggingen halveren dan ongeveer. Dat is een gekozen stresstest, geen historische minimumprijs of ingeschatte kans. In het sterke scenario blijft AI veel nieuwe capaciteit vragen en wordt de verpakking per chip ingewikkelder. Tien euro BESI-winst tegen 35 keer en 150 dollar Micron-winst tegen vijftien keer geven 350 euro en 2.250 dollar. Dezelfde begininleg groeit dan naar ongeveer 17.241 en 21.147 euro. De veronderstelde hogere winsten én hogere waarderingen versterken elkaar. Als maar één van beide meewerkt, valt de opbrengst lager uit. Voor de structurele bottleneck kiezen we BESI De sterkste tegenwerping tegen BESI is eenvoudig: geheugen moet voor iedere nieuwe machine opnieuw worden gekocht, terwijl een eenmaal geleverde bonder jaren meegaat. Micron kan bovendien zelf profiteren van steeds moeilijker te produceren geheugen. HBM en packaging zijn geen losstaande werelden; geavanceerd geheugen gebruikt juist steeds meer ingewikkelde verbindingen. Een technologische voorsprong in geheugen kan langer duren dan een gewone voorraadcyclus. Toch geven we BESI over de komende vijf jaar de voorkeur als structurele bottleneck. Meer geheugencapaciteit verlicht uiteindelijk de schaarste aan geheugen. Extra capaciteit lost de noodzaak van steeds nauwkeuriger verbindingen niet op. Die eis verhuist mee naar iedere nieuwe generatie. BESI kan daarbij meerdere chipontwerpers en geheugenproducenten bedienen, zonder vooraf één winnend AI-platform te hoeven kiezen. Voor het aandeel is het oordeel voorzichtiger. Micron vraagt op de huidige winst minder optimisme en heeft in onze basisberekening meer waarderingsruimte. BESI moet een veel groter deel van zijn toekomst nog waarmaken. Een structureel mooiere markt rechtvaardigt een premie, maar niet iedere premie. Voor een belegger met weinig tolerantie voor scherpe tussentijdse verliezen is geen van beide een rustige vervanger voor een gespreide portefeuille. Ons oordeel over de bottleneck zou veranderen als Micron zijn prijsafspraken ook in een ruime geheugenmarkt aantoonbaar kan verdedigen, of als hybrid bonding bij BESI vooral demonstraties blijft opleveren in plaats van herhaalorders en winst. Let daarom op klantkwalificaties, nieuwe productiecapaciteit en kasstroom door een zwakkere fase. Daar blijkt wie een duurzaam voordeel heeft en wie vooral profiteerde van een uitzonderlijk tekort. Lees ook: Hoeveel van BESI’s hybrid bondingdoorbraak zit al in de koers?. Omslag: Sanjay Mehrotra, archiefbeeld uit 2021. Foto: Micron Technology via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0. Ongewijzigd.

  • AMD’s nadruk op packaging ondersteunt de langetermijnkans voor BESI

    In het kort AMD’s nadruk op packaging ondersteunt de langetermijnkans voor BESI: sterkere AI-chips vragen niet alleen meer rekenkracht, maar ook betere verbindingen tussen hun onderdelen. BESI levert apparatuur voor juist zulke moeilijke productiestappen. Dat is geen nieuw orderbericht en evenmin bewijs dat iedere toekomstige AMD-chip op een BESI-machine wordt samengesteld. De beleggingskans zit in een steeds zwaardere technische eis, terwijl de beurs al veel groei verwacht. Een chipontwerper kan afzonderlijke bouwstenen uitstekend ontwerpen en toch vastlopen op de verbinding ertussen. Gegevens moeten snel van rekenchip naar geheugen en terug, zonder onnodig energieverlies. Tegelijk moeten de onderdelen koel genoeg blijven en moet de productie betaalbaar en betrouwbaar zijn. Daardoor schuift de verpakking steeds verder naar het hart van het chipontwerp. Voor BESI is dat aantrekkelijk. Het bedrijf hoeft niet de beste AI-processor te ontwerpen. Het wil machines leveren waarmee klanten de gekozen architectuur daadwerkelijk kunnen bouwen. Maar er zitten verschillende stappen tussen een ambitieuze presentatie van AMD en omzet voor de Nederlandse machinebouwer. Die stappen bepalen hoe sterk de beleggingsthese werkelijk is. Direct naar een onderdeel van dit artikel AMD bouwt aan een productieketen en noemt daarbij concrete partners Chiplets maken de verbinding belangrijker en de fouten duurder BESI verdient aan precisie die meer oplevert dan zij kost De aantoonbare groei is sterk en de waardering loopt vooruit Drie routes laten zien hoeveel uitvoering nog nodig is AMD bouwt aan een productieketen en noemt daarbij concrete partners AMD kondigde op 21 mei meer dan tien miljard dollar aan investeringen in zijn Taiwanese ecosysteem aan. Daarbij noemt het onder meer chipletintegratie, HBM en 3D hybrid bonding. Voor zijn Elevated Fanout Bridge-technologie werkt het met ASE en SPIL aan verpakking op wafers en met PTI aan verpakking op panelen. Dat zijn concrete productiepartners en ontwikkelroutes. BESI wordt in die aankondiging niet genoemd. Het bedrag van tien miljard is daarom geen potentiële BESI-order die slechts op bevestiging wacht. Het gaat om een breed ecosysteem, waarin ook andere activiteiten en toeleveranciers vallen. AMD kiest de chiparchitectuur en de vereiste prestaties. Foundries, die chips produceren, en gespecialiseerde assemblagebedrijven kiezen vervolgens processen en apparatuur om die eisen tegen acceptabele kosten te halen. Voor een machineleverancier kan indirecte afhankelijkheid wel degelijk waardevol zijn. Als de ontwerpeisen zo moeilijk worden dat maar weinig processen betrouwbaar genoeg zijn, vernauwt de keuze aan de productiekant. Een gekwalificeerde machine en een ingeregeld proces vervang je dan minder gemakkelijk. Dat is een economische gevolgtrekking uit de productieketen, geen bevestigde exclusieve relatie tussen AMD en BESI. Chiplets maken de verbinding belangrijker en de fouten duurder Een chiplet verdeelt een groot ontwerp in kleinere bouwstenen. Dat kan voordelen hebben: niet ieder onderdeel hoeft op hetzelfde dure productieproces te worden gemaakt en een klein defect hoeft niet meteen een enorm stuk silicium onbruikbaar te maken. De keerzijde is dat de bouwstenen samen weer als één snel systeem moeten functioneren. Daarmee verhuist een deel van het probleem van chipfabricage naar verbinding en assemblage. Bij 2,5D-packaging liggen onderdelen naast elkaar op een verbindende structuur. Bij 3D-stapeling komen onderdelen boven op elkaar. Dat zijn architecturen, geen synoniemen voor één verbindingsmethode. Thermocompressie, waarbij warmte en druk worden gebruikt, kan met kleine aansluitpunten werken. Hybrid bonding maakt directe verbindingen tussen koper en omliggende oppervlakken mogelijk en kan bij zeer kleine onderlinge afstanden aantrekkelijk worden. BESI beschrijft op zijn productpagina over hybrid bonding hoe nauwkeurige plaatsing en schone oppervlakken daarbij samenkomen. Een chip die net verkeerd ligt of een ongewenst deeltje op het oppervlak heeft, kan kostbare onderdelen onbruikbaar maken. Het gaat dus niet alleen om een machine die één keer extreem precies is, maar om herhaalbare prestaties bij grote productievolumes. Een vereenvoudigd voorbeeld laat zien waarom dit telt. Als acht kritieke verbindingen ieder een onafhankelijke slagingskans van 99 procent hebben, slaagt het geheel met 0,99 tot de achtste macht: ongeveer 92,3 procent. Bij 99,9 procent per verbinding wordt dat 99,2 procent. Dat zijn fictieve opbrengsten, geen meetgegevens van AMD of BESI. In echte fabrieken spelen ook testen, herstel, samenhangende fouten en andere productiestappen mee. Dit verklaart ook waarom meer AI-processors niet automatisch evenredig meer bonderomzet opleveren. Het aantal verbindingen per processor kan stijgen, maar een snellere machine verwerkt meer verbindingen per uur. De aantrekkelijke markt is daarom de combinatie van meer verbindingen, strengere eisen en onvoldoende productiviteitswinst om alles met de bestaande apparatuur te doen. BESI verdient aan precisie die meer oplevert dan zij kost De samenwerking met Applied Materials werd op 1 oktober uitgebreid. BESI sluit aan als innovatiepartner bij het EPIC Center. Applied brengt onder meer kennis van oppervlaktebewerking, reiniging en inspectie in; BESI levert expertise in plaatsing en verbinding. De samenwerking gaat ook over andere verpakkingsarchitecturen en thermocompressie. Dit is concreter voor BESI dan een algemene uitspraak dat AI veel betere chips nodig heeft. De logica voor de klant is niet ingewikkeld. Stel dat een fabriek jaarlijks een miljoen packages start, met vijftig euro reeds gemaakte kosten per package. Een verbetering die de uitval met drie procentpunten verlaagt, voorkomt dan 1.000.000 × 0,03 × 50 = 1,5 miljoen euro aan verspilling per jaar. Kost de betere machine twee miljoen euro extra en wordt die meerprijs zonder restwaarde over vijf jaar verdeeld, dan is de jaarlijkse kapitaallast 400.000 euro. Het saldo is in dat voorbeeld 1,1 miljoen euro per jaar, gemiddeld ongeveer 91.667 euro per maand. Dat is een netto economisch voordeel na de aangenomen kapitaallast, vóór belasting, rente en onderhoud. Het maandbedrag is een gemiddelde, geen maandelijkse kasontvangst. De bedragen zijn gekozen om het mechanisme te laten zien en zeggen niets over BESI’s werkelijke machineprijzen of klantresultaten. Voor BESI ontstaat prijszettingsmacht wanneer de verbetering voor de klant aantoonbaar meer waard is dan de meerprijs. Dat kan een hoge marge ondersteunen zonder dat het bedrijf de volledige besparing naar zichzelf toetrekt. De klant houdt dan een goede reden om te investeren. Bij lage volumes, geringe uitval of een goedkope concurrerende oplossing kan dezelfde machine echter een ongunstige keuze zijn. Concurrent ASMPT benadrukt eveneens zijn aanbod in thermocompressie en hybrid bonding. BESI opereert dus in een markt met meerdere technische routes en aanbieders. Daar komt bij dat klanten niet alleen nauwkeurigheid inkopen. Zij beoordelen ook doorvoer, stilstand, service, integratie en de opbrengst van het volledige proces. Een voorsprong op één specificatie is niet automatisch een blijvende voorsprong in kosten per goed product. De aantoonbare groei is sterk en de waardering loopt vooruit Bij zijn halfjaarcijfers van 23 juli meldde BESI 21 hybrid bondingklanten, tegenover vijftien aan het einde van 2025. Het tweede kwartaal bracht 292,9 miljoen euro orders en 249,9 miljoen omzet. De nettowinst bedroeg 89,0 miljoen euro. Dat laat echte commerciële vooruitgang zien, maar de namen en toekomstige ordervolumes van individuele klanten zijn niet volledig openbaar. Een testmachine, een klantkwalificatie en een herhaalbestelling zijn bovendien verschillende bewijzen. Een eerste aankoop maakt ontwikkeling mogelijk. Kwalificatie geeft vertrouwen dat een proces voldoet. Herhaalorders voor grotere productievolumes laten zien dat de klant er zijn fabriek op wil bouwen. Voor de waardering wegen die laatste stappen zwaarder dan het aantal keren dat een chipontwerper packaging noemt. In de presentatie van augustus schetst BESI een langetermijnomzet van 1,7 tot 2,2 miljard euro, met een bedrijfswinstmarge van 45 tot 55 procent. Dat is een bedrijfsdoel, geen gegarandeerde omzet. De presentatie verwacht ook dat hybrid bonding en thermocompressie naast elkaar blijven bestaan. Voor HBM noemt zij een mogelijke eerste toepassing bij HBM4e en voorbereiding op grotere productie in 2027. Niet iedere HBM-chip heeft dus meteen hybrid bonding nodig. Een concreet voorbeeld van een andere route is SK hynix’ HBM4E-aankondiging van 18 juni. Die proefexemplaren gebruiken Advanced MR-MUF, een proces met beschermend materiaal tussen de gestapelde chips. Dat onderstreept waarom de naam van een nieuwe geheugengeneratie alleen onvoldoende bewijs is voor extra hybrid bondingorders. De slotkoers van 5 oktober van 203 euro vraagt ondertussen al een flinke groei. Neem voor een omgekeerde waardering 81 miljoen aandelen, een nettowinstmarge van dertig procent en dertig keer de winst. Dan vraagt die koers om 203 × 81 miljoen / 30 / 0,30 = 1,83 miljard euro jaaromzet. Dat is ongeveer 2,5 keer de twaalfmaandsomzet van 733,8 miljoen euro tot en met juni. Het onderscheid tussen netto- en bedrijfswinstmarge is hier belangrijk. De doelmarge van BESI kan niet rechtstreeks in een berekening van nettowinst per aandeel worden geplakt. Belastingen en financieringsposten komen daar nog tussen. Bovendien beloont de omgekeerde berekening de belegger nog niet voor jaren wachten. Een toekomstig winstniveau dat alleen de huidige koers rechtvaardigt, is op zichzelf geen aantrekkelijk rendement. Drie routes laten zien hoeveel uitvoering nog nodig is In ons basisscenario groeit BESI in de kalenderjaren 2027, 2028 en 2029 naar 1,1, 1,35 en 1,6 miljard euro omzet. Met een aangenomen nettomarge van dertig procent en 81 miljoen aandelen geeft dat 4,07, 5,00 en 5,93 euro winst per aandeel. Dertig keer de laatste jaarwinst geeft ongeveer 177,78 euro per aandeel. Dat ligt ruim twaalf procent onder 203 euro, ondanks stevige groei. Dividend is hier niet meegenomen. Bij vertraagde adoptie nemen we 0,9, 1,0 en 1,1 miljard euro omzet en een nettomarge van 25 procent. De winst per aandeel komt dan op 2,78, 3,09 en 3,40 euro. Tegen 25 keer de winst van 2029 volgt ongeveer 84,88 euro. De techniek kan in zo’n scenario nog steeds toekomst hebben, terwijl de aandeelhouder te veel heeft betaald voor de snelheid van de doorbraak. Bij snelle adoptie gebruiken we 1,3, 1,7 en 2,1 miljard euro omzet en een nettomarge van 35 procent. Dan loopt de winst op van 5,62 via 7,35 naar 9,07 euro per aandeel. Bij 35 keer de winst volgt ongeveer 317,59 euro, ruim 56 procent boven de referentiekoers. Dit vraagt zowel een sterke verkoopgroei als een gunstige waardering. Het ene compenseert een tegenvaller in het andere maar beperkt. Deze routes zijn eigen aannames met peildatum 6 oktober 2026. De formule is jaaromzet maal nettomarge, gedeeld door 81 miljoen aandelen. De uitkomsten zijn nominale bedragen, geen voor inflatie gecorrigeerde koopkracht, en sluiten dividend, veranderende aandelenstand en privébelasting uit. De drie kalenderjaren helpen vooral om zichtbaar te maken hoeveel winstgroei de huidige koers al verlangt. Het sterkste tegenargument tegen de BESI-these is dat packaging wel belangrijker wordt, maar dat de extra waarde vooral terechtkomt bij chipontwerpers, foundries en andere leveranciers. Klanten kunnen de productiviteit verhogen, meerdere leveranciers kwalificeren of langer bij een goedkoper proces blijven. Zelfs als de markt groeit, hoeft BESI zijn huidige marges of marktaandeel niet vanzelf te behouden. Ons oordeel is daarom positief over de richting van de markt en terughoudender over de vanzelfsprekendheid van het aandelenrendement. AMD’s aanpak bevestigt dat verbindingen een wezenlijk onderdeel van prestaties worden. BESI heeft een geloofwaardige positie om daarvan te profiteren. Een directe AMD-afhankelijkheid van BESI is daarmee niet bewezen en een nieuwe order is niet aangekondigd. Herhaalorders voor grote productievolumes, een bredere klantenbasis en blijvend hoge kasconversie zouden de beleggingszaak versterken. Uitgestelde kwalificaties, lagere machineprijzen of een langer leven voor eenvoudigere technieken zouden haar verzwakken. Wordt advanced packaging de volgende grote AI-bottleneck? Technisch is dat heel aannemelijk; voor BESI-beleggers wordt beslissend hoeveel van die schaarste in winst verandert en hoeveel daarvan al betaald is. Lees ook: Hoeveel van BESI’s hybrid bondingdoorbraak zit al in de koers?. Omslag: Lisa Su tijdens SXSW in Austin, 11 maart 2024. Archieffoto: Fuzheado via Wikimedia Commons, CC BY 4.0. Ongewijzigd.

  • Is de Vanguard S&P 500-ETF zijn stevige premie waard?

    In het kort De Vanguard S&P 500 UCITS ETF USD Distributing, beter bekend als VUSA, volgt vijfhonderd grote Amerikaanse ondernemingen tegen slechts 0,07 procent jaarlijkse kosten. Goedkoop beheer betekent echter niet automatisch een goedkope portefeuille. Vanguard meldde per 31 augustus 2026 voor de onderliggende index een koers-winstverhouding van 25,2, een koers-boekwaardeverhouding van 5,3 en een rendement op eigen vermogen van 29 procent. Bij een koers van 131,477 euro op Euronext Amsterdam op 6 oktober betaalt de belegger dus voor uitzonderlijk winstgevende bedrijven, met de verwachting dat een flink deel van die winstgevendheid overeind blijft. Het gaat om de uitkerende Ierse shareclass met ISIN IE00B3XXRP09. VUSA noteert in euro's in Amsterdam, terwijl de fondsvaluta en het grootste deel van de bedrijfswinsten in dollars luiden. De uitkering is per kwartaal. De De Belegger-pagina van VUSA toont de koers met enige vertraging. Dit keer gaat het niet opnieuw om valuta of herbelegging, maar om de kwaliteitspremie: hoeveel van de huidige waardering is te verklaren door het hoge rendement dat de bedrijven op hun eigen kapitaal verdienen? Direct naar een onderdeel van dit artikel Een hoge ROE maakt een hoge boekwaarde minder vreemd Zeven basispunten kosten weinig maar verwachtingen kosten veel De koers vraagt om blijvende winstgroei Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Een hoge ROE maakt een hoge boekwaarde minder vreemd Rendement op eigen vermogen, vaak afgekort tot ROE, is de nettowinst gedeeld door het boekhoudkundige eigen vermogen. Een ROE van 29 procent betekent dat iedere 100 dollar boekwaarde in een jaar ongeveer 29 dollar winst oplevert. Dat is uitzonderlijk. De grootste ondernemingen in de S&P 500 hebben veel software, merken, netwerkeffecten en schaalvoordelen. Zulke bezittingen staan niet volledig op de balans, terwijl ze wel winst produceren. Daarom kan 5,3 keer de boekwaarde rationeler zijn dan het op het eerste gezicht lijkt. Wie alleen naar die verhouding kijkt, mist dat een kapitaallicht softwarebedrijf veel meer winst uit een dollar boekwaarde kan halen dan een bank of fabriek. De module hieronder koppelt boekwaarde, ROE en uitkeringsratio aan elkaar. De uitkeringsratio is het deel van de winst dat als dividend wordt uitgekeerd; het overige deel blijft beschikbaar voor groei, inkoop of kasopbouw. De kwetsbaarheid zit in de omgekeerde redenering. Een hoge koers-boekwaardeverhouding is verdedigbaar zolang de hoge ROE standhoudt. Daalt de ROE door concurrentie, regelgeving, hogere belastingen of veel duurder kapitaal, dan valt niet alleen de winst lager uit. Ook de multiple die beleggers voor die winst willen betalen kan krimpen. De huidige waardering bevat dus twee aannames tegelijk: sterke winsten en een blijvende kwaliteitsstatus. Vanguard rapporteerde voor de portefeuille bovendien 24,1 procent winstgroei. Dat is een momentopname, geen normaal groeitempo voor een index. Een deel komt door het herstel en de sterke groei van grote technologiebedrijven. Wie 24 procent jarenlang doortrekt, rekent impliciet op een omvang die economisch steeds lastiger wordt. In onze eerdere analyse van VUSA staat hoe de ETF is opgebouwd en welke rol dividend en valuta spelen. Die basis blijft relevant, maar de huidige waardering vraagt vooral om discipline bij de groeiverwachting. Zeven basispunten kosten weinig maar verwachtingen kosten veel De lopende kosten van 0,07 procent zijn een duidelijk voordeel. Op 25.000 euro is dat in het eerste jaar ongeveer 17,50 euro, los van transactiekosten, belastingen en het kleine verschil tussen fonds en index. Over een lange periode blijft een groter deel van het marktrendement bij de belegger dan bij een duur actief fonds. Toch kan een lage kostenratio een waarderingsdaling niet compenseren. Een daling van de koers-winstverhouding van 25,2 naar 20 kost bij gelijkblijvende winst grofweg een vijfde van de koers. De kostenmodule laat het nuttige maar beperkte effect van de lage fondsfee zien. Het verschil groeit door rente op rente, alleen is de winstgroei van de onderliggende bedrijven veel bepalender. VUSA is daarmee een efficiënt voertuig voor een dure markt. Dat is geen tegenspraak. Het fonds doet precies wat het belooft; de prijs van de bestemming wordt door de markt bepaald. De portefeuille is bovendien niet gelijkmatig verdeeld. Per eind augustus woog informatietechnologie 37,9 procent. De tien grootste posities waren samen ongeveer 39,3 procent, met NVIDIA, Apple en Microsoft als grootste namen. Een sterk jaar van die bedrijven tilt de index op en verhoogt tegelijk de concentratie. De opname van nieuwe snelgroeiende ondernemingen kan extra vraag veroorzaken, zoals uitgelegd in ons artikel over de toetreding van Bloom Energy tot de S&P 500. Indexvraag verandert echter niet wat een bedrijf op lange termijn verdient. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De koers vraagt om blijvende winstgroei De reverse waardering begint bij 131,477 euro. Bij 7 procent gewenst jaarlijks koersrendement en een eindwaardering van 22 keer de winst moet de onderliggende winst per ETF-aandeel in 2029 uitkomen rond 7,33 euro. Dat is geen officiële winst per fondsaandeel, maar een consistente rekeneenheid om koers, groei en multiple aan elkaar te koppelen. Dividend telt niet mee in het getoonde koersrendement en komt voor deze uitkerende shareclass boven op de koersuitkomst. Het onderscheid tussen koersrendement en totaalrendement is hier belangrijk. VUSA keert dividend uit. Wie de uitkering herbelegt, koopt extra stukken en kan een hoger totaalrendement behalen dan de koersgrafiek laat zien. Wie de uitkering opneemt, houdt minder samengesteld vermogen over. De onderliggende dividendopbrengst van ongeveer 1,1 procent is bescheiden, zodat winstgroei en waardering het grootste deel van de uitkomst bepalen. Het sterkste tegenargument tegen voorzichtigheid is de kwaliteit van de index. Verliezers krimpen of verdwijnen, winnaars groeien en de Amerikaanse kapitaalmarkt trekt veel van de succesvolste ondernemingen aan. Dat mechanisme ondersteunt de winstbasis. Het garandeert alleen niet dat de aankoopprijs onbelangrijk is. Dezelfde uitstekende onderneming kan tegen 18 keer winst een andere belegging zijn dan tegen 35 keer winst. Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 In het bear-scenario normaliseert de ROE, vertraagt de winstgroei en daalt de waardering. Mogelijke jaareindekoersen zijn dan 111 euro in 2027, 104 euro in 2028 en 100 euro in 2029. Het middenpad veronderstelt ongeveer 7 procent winstgroei en een beperkte daling van de multiple: 139, 148 en 158 euro. In het gunstige pad blijft de kapitaalefficiëntie hoog en groeit de winst dubbelcijferig: 150, 168 en 188 euro. Dividend komt in alle drie de paden boven op de koers. De formule combineert een winstpad met een passende koers-winstverhouding en rekent de uitkomst om naar euro's. Daarmee speelt ook de dollar-euroverhouding mee, zonder dat een tweede valutawinst wordt opgeteld. De module laat zien hoeveel een andere waardering doet, zelfs wanneer de winstverwachting gelijk blijft. VUSA blijft een goedkope en liquide manier om de S&P 500 te volgen. De fondsconstructie is niet het probleem. Bij 25,2 keer de winst ligt de bewijslast bij de uitzonderlijke winstgevendheid van de bedrijven. Wie vandaag koopt, koopt lage kosten en hoge kwaliteit, maar krijgt die kwaliteit niet cadeau.

  • Vergeet de aandeleninkoop bij Ahold en kijk naar de marge

    In het kort Ahold Delhaize kocht tussen 28 september en 2 oktober 406.632 eigen aandelen in tegen gemiddeld 31,92 euro, goed voor 13 miljoen euro. Sinds de start van het programma is 862,6 miljoen euro van de aangekondigde 1 miljard besteed en zijn 24,4 miljoen aandelen ingekocht. Dat helpt de winst per aandeel, maar het verandert niet hoeveel klanten bij Albert Heijn, Delhaize, Food Lion en Stop & Shop uitgeven of hoeveel marge op die boodschappen overblijft. Het aandeel noteerde op 6 oktober 2026 om 15.15 uur in Amsterdam op 31,57 euro. De lijn AD.AS luidt in euro en heeft ISIN NL0011794037. De De Belegger-pagina bevestigde instrument, beurs en valuta. De volgende kwartaalcijfers staan voor 4 november gepland. Tot die tijd is de inkoopupdate nuttig, maar zij is geen vervanging voor volume, prijsontwikkeling en operationele marge. Direct naar een onderdeel van dit artikel Minder aandelen maken iedere winsteuro groter In Amerika beslist een paar tiende procent marge De reverse waardering vraagt om ongeveer 3,1 euro winst in 2029 Drie koerspaden met en zonder margeherstel Minder aandelen maken iedere winsteuro groter Aandeleninkoop werkt eenvoudig. Wanneer dezelfde jaarwinst over minder aandelen wordt verdeeld, stijgt de winst per aandeel. Stel dat de nettowinst gelijk blijft en het aandeelental 2 procent daalt, dan stijgt de winst per aandeel grofweg 2 procent. Het bedrijf wordt operationeel niet groter; iedere overgebleven aandeelhouder bezit alleen een iets groter stukje. De officiële update van 6 oktober laat zien dat het programma bijna klaar is. Het resterende bedrag is ongeveer 137,4 miljoen euro. Tegen 31,92 euro koopt dat nog circa 4,3 miljoen aandelen, nog geen half procent van een aandelenbasis rond 920 miljoen. De exacte uitkomst hangt af van de gemiddelde inkoopkoers en het aantal nieuwe aandelen voor beloning. De module maakt duidelijk waarom de laatste tranche de waardering niet kan dragen. De winst per aandeel krijgt een klein zetje, geen structurele versnelling. Inkoop creëert vooral waarde wanneer het aandeel onder zijn intrinsieke waarde wordt gekocht en de balans sterk blijft. Tegen een te hoge prijs verschuift vermogen juist van blijvende aandeelhouders naar verkopers. Ahold kan de inkoop goed betalen wanneer vrije kasstroom ruim boven dividend, investeringen en leaseverplichtingen ligt. Supermarkten hebben gunstig werkkapitaal: klanten betalen meteen, terwijl leveranciers later worden betaald. Dat voordeel blijft alleen intact wanneer voorraden beheersbaar zijn en winkels genoeg volume draaien. In Amerika beslist een paar tiende procent marge De Verenigde Staten zijn goed voor het grootste deel van de omzet. De marges daar staan onder druk door prijsconcurrentie, loon, distributie en de moeizame positionering van Stop & Shop. Een operationele marge van 4 procent betekent dat van iedere 100 dollar omzet ongeveer 4 dollar overblijft vóór rente en belasting. Een halve procentpunt prijsinvestering kan dus meer dan een tiende van die operationele winst opslokken. De margemodule laat dat hefboomeffect zien. Prijsverlaging kan volume beschermen, maar is alleen waardevol wanneer klanten meer artikelen kopen, vaker terugkomen of minder naar concurrenten gaan. Omzetgroei zonder marge kan de absolute winst laten stagneren. Andersom kan kostenbesparing de marge verhogen, maar te weinig personeel of een slechtere winkelervaring tast later omzet aan. Bij de resultaten over het tweede kwartaal lag de nadruk op Amerikaanse volumes en marge. De kern is niet of één kwartaal een tiende beter of slechter is. De belegger wil zien dat prijsinvesteringen marktaandeel beschermen zonder een permanente stap omlaag in winstgevendheid. Een mogelijk bod op activiteiten van een concurrent kan strategisch aantrekkelijk lijken, maar een gerucht is geen transactie. Zolang prijs, financiering, mededinging en synergie niet officieel zijn, hoort zo'n scenario niet in de basiswaardering. Ahold heeft al genoeg interne verbeterkansen. Winkelrenovatie, distributie, huismerken en online efficiëntie zijn beter controleerbaar dan een onzekere overname. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. De reverse waardering vraagt om ongeveer 3,1 euro winst in 2029 Bij 31,57 euro, 8 procent gewenst koersrendement en een eindwaardering van 13 keer de winst moet Ahold in 2029 ongeveer 3,06 euro winst per aandeel verdienen. De formule is koers maal drie jaar samengesteld rendement, gedeeld door de multiple. Dividend komt daar als totaalrendement bovenop, maar is niet in de getoonde koersscenario’s opgeteld. Zo blijven koersrendement en uitkering gescheiden. De winst per aandeel kan stijgen door hogere operationele winst, minder rentelast of minder aandelen. Alleen het eerste maakt de onderneming zelf groter. Inkoop kan een vlakke winst aantrekkelijker maken, maar niet eindeloos. Na afronding van het programma moet een nieuw besluit komen; margeverbetering kan ieder jaar doorwerken zonder steeds opnieuw 1 miljard euro uit te geven. Het positieve tegenargument is stabiliteit. Mensen blijven boodschappen doen, huismerken kunnen klanten binden en de balans ondersteunt dividend en inkoop. Ahold hoeft geen spectaculaire omzetgroei te leveren om een redelijk totaalrendement te bieden. Het risico is dat die stabiliteit beleggers blind maakt voor een langzaam margieverlies. Een paar tienden per jaar lijken klein, maar tellen bij tientallen miljarden omzet snel op tot honderden miljoenen. Drie koerspaden met en zonder margeherstel Het bear-scenario veronderstelt aanhoudende Amerikaanse prijsconcurrentie en een lagere waardering. Mogelijke jaareindekoersen zijn 27 euro in 2027, 25 euro in 2028 en 24 euro in 2029. In het middenpad groeit omzet beperkt, blijft marge redelijk stabiel en verhoogt inkoop de winst per aandeel: 34, 37 en 40 euro. Het gunstige pad combineert volumeherstel, hogere marge en een lager aandeelental: 38, 44 en 50 euro. Deze scenario's zijn geen enkel koersdoel. De formule is winst per aandeel maal een waarderingsmultiple, met dividend apart. De waarderingsschuif laat zien wat er gebeurt wanneer de markt voor dezelfde winst minder of meer wil betalen. Dat is relevant voor een defensief aandeel, omdat een lager risicogevoel de multiple kan verhogen zonder operationele verandering. Ahold heeft de inkoop bijna afgerond en daarmee de winst per aandeel geholpen. Vanaf hier moet de winkelvloer het overnemen. Zolang volume en marge in de Verenigde Staten niet samen verbeteren, is de inkoop een nuttige steun, maar geen motor voor een blijvend hogere waarde.

  • Bestaande klanten zijn de stille groeimotor van Palantir

    In het kort Palantir groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 93 procent naar 1,94 miljard dollar omzet. Opvallend is waar die groei vandaan kwam. Bij overheid droegen klanten die eind 2025 al bestonden 428 miljoen dollar aan de toename bij; bij commercieel was dat 407 miljoen dollar. Bestaande klanten kochten dus veel meer software. Dat is een sterk signaal voor productwaarde, maar het maakt klantbehoud en contractvoorwaarden extra belangrijk. Bij een koers van 190,905 dollar op Nasdaq op 6 oktober moet Palantir op 2 november bewijzen dat verdieping bij bestaande klanten niet eenmalig was. Palantir Class A noteert onder ticker PLTR in dollars, met ISIN US69608A1088. De De Belegger-pagina toont de koers met twintig minuten vertraging. De cijfers komen uit het kwartaalrapport bij de Amerikaanse toezichthouder SEC voor de periode tot en met 30 juni. Prognoses van het management en onze scenario's blijven daarvan gescheiden. Direct naar een onderdeel van dit artikel Bestaande klanten zijn de goedkoopste groeimotor Contractwaarde is nog geen omzet De waardering laat weinig ruimte voor vertraging Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Bestaande klanten zijn de goedkoopste groeimotor Softwarebedrijven geven veel geld uit om een nieuwe klant te winnen. Verkoopteams, demonstraties, proefprojecten en implementatie komen voordat er grote omzet is. Wanneer een bestaande klant daarna meer afdelingen, gebruikers of toepassingen toevoegt, kan extra omzet met relatief weinig nieuwe verkoopkosten binnenkomen. Dat heet expansie bij bestaande klanten. Palantir profiteert duidelijk van dat mechanisme. Foundry helpt commerciële organisaties data en werkprocessen samen te brengen. Gotham richt zich vooral op overheden en defensie. AIP voegt toepassingen met generatieve AI toe. Wanneer één toepassing werkt, kan dezelfde klant het platform voor andere processen inzetten. Daardoor stijgt de omzet sneller dan het aantal klanten. De module laat het aandeel van bestaande en nieuwe klanten in de gekozen omzetgroei zien. Een hoog aandeel is positief zolang klanten breed en tevreden zijn. Het kan minder gunstig worden wanneer een klein aantal grote klanten het grootste deel van de groei draagt. Dan raakt een vertraging bij één overheidsprogramma of concern de totale groei harder. In onze uitleg van de kwartaalverrassing werd de snelle commerciële groei naast de waardering gezet. De nieuwe controle is de kwaliteit van die groei. Nieuwe contracten krijgen veel aandacht, maar herhaalde uitbreiding zegt vaak meer over de economische waarde van het product. Contractwaarde is nog geen omzet Palantir meldde in het tweede kwartaal 220 deals van minstens 1 miljoen dollar, 98 deals van minstens 5 miljoen en 73 deals van minstens 10 miljoen. De total contract value, of TCV, van de Amerikaanse commerciële activiteiten bedroeg 2,13 miljard dollar en groeide 153 procent. TCV is de totale contractwaarde. Het bedrag wordt niet automatisch in hetzelfde kwartaal als omzet geboekt. Het SEC-rapport noemt bovendien dat contracten beëindiging voor gemak kunnen toestaan. Een klant kan dan onder voorwaarden stoppen zonder dat Palantir alle oorspronkelijke contractwaarde ontvangt. Dat maakt TCV nuttig als vraagindicator, maar ongeschikt om één op één als toekomstige omzet te behandelen. De contractmodule past daarom een realisatiekans en looptijd toe. Dat is geen voorspelling van Palantirs boekhouding. Het toont waarom een contract van 2 miljard dollar economisch iets anders kan zijn dan 2 miljard reeds erkende omzet. De belegger wil de komende kwartalen zien hoeveel resterende contractwaarde werkelijk omzet wordt en of klanten hun gebruik blijven uitbreiden. Het sterkste positieve argument is dat de software diep in werkprocessen wordt ingebouwd. Een model of dashboard kan worden vervangen; een operationeel platform dat data, toestemming en beslissingen verbindt is lastiger te verwijderen. De tegenwerping is dat grote klanten onderhandelingsmacht hebben en dat overheidsbudgetten politiek en projectmatig bewegen. Opzegbaarheid maakt die onzekerheid concreet. De koerssprong en de redenen daarvoor werden eerder behandeld in ons artikel over de stijging van Palantir. Sindsdien is de bewijslast mee omhoog gegaan. Een hogere koers vraagt niet alleen meer groei, maar ook meer zekerheid dat contractwaarde in winst en kas verandert. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De waardering laat weinig ruimte voor vertraging Bij 190,905 dollar, 11 procent gewenst koersrendement en een eindwaardering van 45 keer de winst moet Palantir in 2029 ongeveer 5,78 dollar winst per verwaterd aandeel verdienen. De eindmultiple is al hoog, passend bij snelle groei en een sterke marge. Wie een lagere multiple gebruikt, krijgt een nog hogere winstvereiste. Palantir rapporteerde over het kwartaal 912 miljoen dollar GAAP-bedrijfswinst en ongeveer 1,2 miljard dollar aangepast. Het verschil komt onder meer door aandelenbeloning. Aangepaste winst is nuttig om de operationele trend te zien, maar aandeelhouders voelen aandelenbeloning via verwatering. De scenario's gebruiken daarom een verwaterde aandelenbasis en tellen aandeleninkoop alleen wanneer het totale aantal werkelijk daalt. De hoge marge kan verdere expansie zeer winstgevend maken. Extra softwareomzet heeft weinig directe productkosten. Tegelijk kan Palantir verkoop en ontwikkeling opvoeren om de kans te grijpen. De juiste maatstaf is niet alleen omzetgroei, maar groei van vrije kasstroom per aandeel nadat aandelenbeloning is meegenomen. Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Het bear-scenario veronderstelt groeivertraging, onvolledige omzetconversie van contracten en een veel lagere multiple. Mogelijke jaareindekoersen zijn 120 dollar in 2027, 95 dollar in 2028 en 80 dollar in 2029. Het middenpad gaat uit van verdere verdieping bij bestaande klanten en hoge marges: 205, 230 en 255 dollar. Het gunstige pad veronderstelt dat commerciële groei verbreedt zonder zwakker klantbehoud: 245, 305 en 380 dollar. De formule is winst per aandeel maal een scenario-multiple. Contractwaarde wordt niet als kas opgeteld en de huidige nettokas wordt niet dubbel meegeteld. De module maakt vooral duidelijk hoe gevoelig het aandeel is voor een lagere waardering. Zelfs sterke winstgroei kan onvoldoende zijn wanneer de markt minder wil betalen voor iedere winstdollar. Palantirs groei is niet alleen het gevolg van nieuwe logo's. Bestaande klanten besteden veel meer, en dat is inhoudelijk sterker. Op 2 november moet blijken of die verdieping doorzet, hoeveel contractwaarde omzet wordt en of de winst per aandeel snel genoeg groeit. Bij 190,905 dollar is bijna goed niet goed genoeg.

  • AMD moet van Helios nu een volle orderportefeuille maken

    In het kort AMD verwacht voor het derde kwartaal van 2026 ongeveer 13 miljard dollar omzet, 41 procent meer dan een jaar eerder en 13 procent meer dan in het tweede kwartaal. Het bedrijf verkoopt ondertussen niet meer alleen losse chips. Helios combineert versnellers, processors, netwerkverbindingen en software tot een compleet rack voor AI-datacenters. Een samenwerking met Anthropic kan oplopen tot 2 gigawatt aan inzetcapaciteit. Bij een koers van 636,47 dollar op Nasdaq op 6 oktober moet AMD nu bewijzen hoeveel van die technische ambitie tijdig verandert in geleverde racks, omzet en vrije kasstroom. AMD noteert onder ticker AMD in dollars, met ISIN US0079031078. De De Belegger-pagina toont de koers van 6 oktober. Het bedrijf publiceert de cijfers over het derde kwartaal op 3 november na beurs. De markt krijgt dan een eerste harde controle op de jaarhelft waarin de datacenteromzet al verdubbelde. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een rack verkoopt meer maar vraagt ook meer uitvoering Datacenteromzet groeit sneller dan de rest De koers vraagt om veel hogere winst per aandeel Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Een rack verkoopt meer maar vraagt ook meer uitvoering Een AI-rack is een kast vol rekenchips, processors, netwerkcomponenten, geheugen, koeling en stroomvoorziening. De klant koopt niet alleen silicium, maar een systeem dat als geheel moet werken. Voor AMD is dat economisch aantrekkelijk. Een grotere bundel verhoogt de omzet per project en maakt het mogelijk om de eigen EPYC-processors, Instinct-versnellers en netwerkproducten samen te verkopen. De complexiteit stijgt tegelijk. AMD moet componenten op tijd krijgen, de software goed laten samenwerken en partners helpen bij installatie. Een contract voor maximaal 2 gigawatt is daarom geen gegarandeerde omzet. De daadwerkelijke opbrengst hangt af van het tempo van de uitrol, de configuratie per datacenter, prijzen en acceptatie door de klant. Capaciteit is pas financieel relevant wanneer een rack is geleverd en omzet volgens de boekhoudregels kan worden erkend. De module vertaalt gigawatts illustratief naar omzet en past een uitvoeringskorting toe. Dat is geen voorspelling van de Anthropic-deal. Het maakt zichtbaar waarom het verschil tussen een maximaal kader en gerealiseerde omzet groot kan zijn. Een project kan technisch vastliggen en toch later worden gebouwd doordat stroomaansluitingen, grond of financiering ontbreken. In onze nabeschouwing van de vorige kwartaalcijfers draaide het verhaal om uitgestelde versnelling. Helios maakt die timing nu tastbaarder. AMD kan sterke vraag melden, maar beleggers willen zien dat systemen zonder extra vertraging in het datacenter belanden. Datacenteromzet groeit sneller dan de rest AMD rapporteerde over het tweede kwartaal 11,54 miljard dollar omzet. Het datacentersegment leverde 6,7 miljard dollar, 107 procent meer dan een jaar eerder en ongeveer 58 procent van de groepsomzet. De GAAP-brutomarge kwam uit op 54 procent. De GAAP-bedrijfswinst bedroeg 1,97 miljard dollar en de nettowinst 2,30 miljard dollar, of 1,38 dollar per verwaterd aandeel. Voor het derde kwartaal rekent AMD op een aangepaste brutomarge van ongeveer 56 procent. Aangepast betekent dat bepaalde kosten, zoals aandelenbeloningen en amortisatie van overnames, buiten de maatstaf blijven. Dat is nuttig voor de operationele trend, maar die kosten verdwijnen niet voor aandeelhouders. Alleen al in het tweede kwartaal bedroeg aandelenbeloning 503 miljoen dollar. Als het aandeelental daardoor stijgt, wordt dezelfde onderneming over meer aandelen verdeeld. De margebrug laat zien hoeveel operationele ruimte overblijft na brutowinst en bedrijfskosten. Bij een volledig rack kan AMD meer omzet boeken dan bij een losse chip, maar ook meer componentkosten dragen. Een hogere systeemomzet is dus niet automatisch beter wanneer de brutomarge daalt. Het komende kwartaal moet duidelijk maken of de verschuiving naar complete systemen de winst per omzetdollar ondersteunt. Het sterkste positieve argument is dat klanten een tweede volwaardig platform naast NVIDIA nodig hebben. Dat verlaagt leveranciersrisico, geeft onderhandelingsmacht en kan innovatie versnellen. AMD heeft sterke CPU's, concurrerende versnellers en een steeds breder softwarepakket. De tegenwerping is dat NVIDIA's CUDA-ecosysteem diep in klantsoftware zit. Een aantrekkelijke chip is niet genoeg wanneer ontwikkelaars tijd en risico moeten nemen om toepassingen te verplaatsen. Een vooruitblik op de komende cijfers staat ook in ons overzicht van wat AMD moet bewijzen. De lat is sindsdien hoger geworden doordat de koers sneller steeg dan de gerapporteerde winst per aandeel. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De koers vraagt om veel hogere winst per aandeel Bij 636,47 dollar, 10 procent gewenst koersrendement en een eindwaardering van 32 keer de winst moet AMD in 2029 ongeveer 26,5 dollar winst per verwaterd aandeel verdienen. Dat is veel meer dan de 1,38 dollar GAAP-winst uit het tweede kwartaal maal vier. De vergelijking is niet perfect omdat groei en seizoenseffecten groot zijn, maar ze maakt de vereiste schaal duidelijk. Om daar te komen moet datacenteromzet sterk blijven groeien, moet de brutomarge oplopen en mag verwatering de winstgroei per aandeel niet wegdrukken. Een hogere eindmultiple verlaagt de benodigde winst, maar maakt de uitkomst afhankelijker van het sentiment. Nettokas mag niet dubbel worden geteld: eenmaal in de ondernemingswaarde en nogmaals boven op de koers. De recente acquisities kunnen software en talent toevoegen, maar ze vergroten integratiekosten en aandelenbeloning. Helios biedt een betere operationele meetlat. Aantallen geleverde racks, omzet per systeem en brutomarge laten sneller zien of AMD een groter deel van de AI-infrastructuurwaarde vangt. Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 In het bear-scenario vertragen rackleveringen, blijft de softwareachterstand groot en daalt de waardering. Mogelijke jaareindekoersen zijn 440 dollar in 2027, 390 dollar in 2028 en 360 dollar in 2029. Het middenpad veronderstelt dat Helios meerdere klanten wint en de brutomarge geleidelijk stijgt: 680, 760 en 850 dollar. In het gunstige pad worden meerdere gigawattprojecten tijdig omzet en verhoogt software de marge: 800, 1.010 en 1.260 dollar. De scenarioformule vermenigvuldigt winst per aandeel met een passende multiple. De omzetpotentie uit gigawatts wordt niet nogmaals boven op de waardering gezet. Aandeleninkoop telt alleen wanneer het verwaterde aandeelental daalt. Zo blijft het model gevoelig voor uitvoering in plaats van voor aankondigingen. AMD heeft de onderdelen om een tweede groot AI-platform te bouwen. De komende cijfers moeten aantonen dat de nieuwe rackstrategie sneller groeit dan de verwachtingen die al in 636,47 dollar zitten. Technische geloofwaardigheid is aanwezig; financiële schaal moet nu volgen.

  • Microns kasberg verandert de rekensom van de geheugencyclus

    In het kort Micron sloot boekjaar 2026 af met 133,2 miljard dollar omzet, 80,7 procent brutomarge en 85,0 miljard dollar nettowinst. De vrije kasstroom kwam uit op 62,3 miljard dollar en kas, verhandelbare beleggingen en restricted cash samen op 73,48 miljard dollar. Dat zijn cijfers die vroeger ondenkbaar waren voor een cyclische geheugenproducent. Bij een koers van 1.064,485 dollar op Nasdaq op 6 oktober gaat de waardering daarom niet alleen over de vraag hoe lang de piekmarge aanhoudt. Minstens zo belangrijk is wat Micron met zijn snel gegroeide balans doet voordat vraag, prijzen of concurrentie normaliseren. Micron noteert onder ticker MU in dollars, met ISIN US5951121038. De koers op de De Belegger-pagina was twintig minuten vertraagd. De jaarcijfers die Micron op 30 september publiceerde hebben betrekking op het boekjaar dat op 3 september eindigde. Dat verschil tussen kalenderjaar en boekjaar is belangrijk bij vergelijkingen met andere chipbedrijven. Direct naar een onderdeel van dit artikel De balans kan de volgende neergang verzachten Datacenters dragen meer omzet en nog meer marge De koers veronderstelt dat een deel van de piekwinst blijft Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 De balans kan de volgende neergang verzachten Micron maakt DRAM en NAND, geheugenchips die data tijdelijk of langdurig opslaan. High Bandwidth Memory (HBM) is een duurdere vorm van geheugen die naast AI-versnellers wordt geplaatst om enorme hoeveelheden data snel te verplaatsen. Door de AI-vraag is geheugen niet langer alleen een standaardproduct met scherpe prijsconcurrentie. Capaciteit, energiezuinigheid en packaging zijn belangrijker geworden, waardoor de marge veel hoger kan liggen. De keerzijde blijft dezelfde: fabrieken kosten miljarden, aanbod komt met vertraging en klanten kunnen voorraad opbouwen. Een periode van schaarste kan daardoor omslaan in overaanbod. Microns kasberg is in dat proces een buffer. Het bedrijf kan investeren wanneer financiering duurder wordt, schuld afbouwen en aandelen inkopen zonder direct afhankelijk te zijn van een gunstige kapitaalmarkt. De module verdeelt de beschikbare kas illustratief over investeringen en schuld. De 27,37 miljard dollar kapitaaluitgaven in boekjaar 2026 waren al fors, maar lagen ruim onder de vrije kasstroom. Dat geeft ruimte. Toch is kas niet automatisch overtollig. Nieuwe geheugenfabrieken, EUV-machines en HBM-productielijnen vragen meerjarige verplichtingen. Wie de volledige 73,48 miljard dollar als vrij uitkeerbaar behandelt, telt geld mee dat mogelijk nodig is om de huidige concurrentiepositie te behouden. In onze eerdere analyse van Micron en SK Hynix lag de nadruk op marktaandeel en uitvoering. De balans verandert de risicokant van dat verhaal. Een misstap blijft kostbaar, maar hoeft minder snel te leiden tot verwatering of noodgedwongen bezuinigingen op technologie. Datacenters dragen meer omzet en nog meer marge In het vierde kwartaal rapporteerde de Core Data Center Business Unit 18,0 miljard dollar omzet en een brutomarge van ongeveer 90 procent. De Cloud Memory Business Unit kwam op 16,3 miljard dollar omzet met ongeveer 83 procent brutomarge. Mobile en Client leverde 13,1 miljard dollar omzet en Automotive en Embedded 6,8 miljard dollar. De verdeling laat zien dat Micron breder is dan HBM, maar dat de winst wel sterk leunt op prijs en mix in datacenters. Een brutomarge is wat na directe productiekosten van iedere omzetdollar overblijft. Negentig procent is voor geheugenchips uitzonderlijk en zal concurrenten aanmoedigen capaciteit uit te breiden. Micron, Samsung en SK Hynix nemen hun investeringsbeslissingen jaren vooruit. Wanneer alle drie tegelijk meer capaciteit toevoegen, kan de prijs dalen voordat de fabrieken volledig zijn afgeschreven. Dat is waarom een recordkwartaal geen normale winstbasis mag worden genoemd zonder stresstest. Het management verwacht voor het eerste kwartaal van boekjaar 2027 ongeveer 61,5 miljard dollar omzet, een brutomarge rond 85,95 procent en 37,84 dollar aangepaste winst per aandeel. Die verwachting impliceert opnieuw zeer sterke vraag. Ze is een bedrijfsprognose, geen gerealiseerd feit. De werkelijke mix tussen HBM, conventionele DRAM en NAND bepaalt hoeveel van de omzet als kas overblijft. Het sterkste argument voor een structurele verandering is dat AI-systemen steeds meer geheugen per versneller nodig hebben. Een snellere GPU zonder voldoende geheugenbandbreedte kan niet efficiënt rekenen. Micron verkoopt daardoor een knelpunt, niet alleen een component. De tegenwerping is dat knelpunten prijsprikkels creëren. Hoge marges financieren nieuw aanbod en klanten ontwerpen systemen om minder afhankelijk te worden van één leverancier. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De koers veronderstelt dat een deel van de piekwinst blijft De reverse waardering start bij 1.064,485 dollar. Bij een gewenst koersrendement van 9 procent per jaar en een eindwaardering van 14 keer de winst moet Micron in 2029 ongeveer 98,7 dollar winst per verwaterd aandeel verdienen. Dat ligt boven de 74,33 dollar die het bedrijf over heel boekjaar 2026 rapporteerde, maar onder een simpele vermenigvuldiging van de nieuwe kwartaalprognose. Precies daar zit het debat: hoeveel van de huidige winst is duurzaam en hoeveel hoort bij een uitzonderlijke cyclus? De kaspositie hoort in de waardering, maar niet twee keer. Een lagere ondernemingswaarde door nettokas kan een hogere aandelenwaarde ondersteunen. Daarna mag dezelfde kas niet nogmaals volledig boven op de uitkomst worden gezet wanneer de winst ook rente-inkomsten of toekomstige investeringen bevat. Aandeleninkoop helpt alleen wanneer het verwaterde aandeelental werkelijk daalt en de stukken onder intrinsieke waarde worden gekocht. De vergelijking met andere namen in ons overzicht van Micron, AMD en SK Hynix laat zien waarom een lage koers-winstverhouding bij een cyclisch bedrijf misleidend kan zijn. De winst in de noemer kan sneller dalen dan de koers. Een hogere multiple op genormaliseerde winst is vaak nuttiger dan een lage multiple op piekwinst. Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Het bear-scenario veronderstelt dat geheugenprijzen en marges snel normaliseren. Mogelijke jaareindekoersen zijn 760 dollar in 2027, 620 dollar in 2028 en 560 dollar in 2029. Het middenpad gaat uit van sterke HBM-vraag, een gezonde balans en geleidelijke margedaling: 1.090, 1.160 en 1.230 dollar. In het gunstige pad houdt de datacentervraag langer aan en wordt kas rendabel herbelegd: 1.260, 1.500 en 1.760 dollar. De formule combineert winst per aandeel met een scenario-multiple. De bear-multiple blijft laag omdat de winst cyclisch is; het gunstige pad beloont alleen groei die ook na extra investeringen vrije kas oplevert. Het dividend van 0,15 dollar per kwartaal is bij deze koers klein en wordt niet als tweede rendementsmotor voorgesteld. Micron heeft met 73,48 miljard dollar meer financiële bewegingsruimte dan in eerdere geheugencycli. Dat verkleint het balansrisico, niet het prijsrisico. De kasberg is waardevol wanneer zij door een neergang heen productief wordt ingezet. Wordt zij op de top van de cyclus te agressief uitgegeven, dan kan dezelfde buffer de volgende overcapaciteit financieren.

  • Na 30 miljoen Copilot-stoelen begint voor Microsoft het echte werk

    In het kort Microsoft sloot boekjaar 2026 af met 331 miljard dollar omzet, 18 procent meer dan een jaar eerder. Azure passeerde voor het eerst 100 miljard dollar jaaromzet en Microsoft Cloud kwam uit op 214 miljard dollar. De opvallendste nieuwe maatstaf is echter kleiner en concreter: Microsoft 365 Copilot telt inmiddels 30 miljoen betaalde stoelen. Dat is een enorme distributieprestatie. Nu begint de lastigere fase, want een verkochte licentie is pas echt waardevol als medewerkers de software vaak gebruiken, bedrijven verlengen en de rekenkosten niet even snel oplopen als de omzet. Het aandeel Microsoft noteerde op 6 oktober 2026 om 14.27 UTC op Nasdaq op 534,60 dollar. De marktwaarde lag rond 3,84 biljoen dollar. Bij zo'n waardering is een goed product niet genoeg. Copilot moet de omzet per Microsoft 365-klant zichtbaar verhogen, Azure-gebruik aanjagen en uiteindelijk een ruime bijdrage aan de vrije kasstroom leveren. Direct naar een onderdeel van dit artikel Van verkoop naar dagelijks gebruik Het orderboek is groot, maar timing telt Wat moet de huidige koers waarmaken? Drie scenario's voor 2027, 2028 en 2029 Van verkoop naar dagelijks gebruik Bij de cijfers over het vierde kwartaal van boekjaar 2026 meldde Microsoft dat het 30 miljoen betaalde Microsoft 365 Copilot-stoelen had. Het bedrijf noemde bovendien een Copilot-omzetgroei van 60 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Dat zijn sterke signalen, maar ze beantwoorden nog niet de belangrijkste vraag: hoeveel van die licenties worden intensief gebruikt? Een stoel is een betaald gebruikersrecht. Voor Microsoft is dat aantrekkelijk omdat softwarelicenties terugkerende omzet opleveren. Generatieve AI voegt daar echter variabele kosten aan toe. Elke samenvatting, zoekopdracht of gegenereerde presentatie gebruikt datacentercapaciteit. Een klant die Copilot nauwelijks opent, levert een hoge marge maar mogelijk minder verlengingswaarde. Een klant die het product voortdurend gebruikt, ervaart meer nut, maar veroorzaakt ook meer rekenkosten. De economische kunst is dus niet maximaal gebruik, maar waardevol gebruik waarvoor de klant wil blijven betalen. De eerste module maakt die spanning zichtbaar. Het uitgangspunt van 30 miljoen stoelen en 30 dollar per maand is geen gerapporteerde Copilot-omzet. Het is een rekenvoorbeeld waarmee zichtbaar wordt hoeveel bruto ruimte overblijft wanneer directe gebruikskosten stijgen. Microsoft heeft een belangrijk voordeel: Copilot zit naast Word, Excel, Teams, Outlook en PowerPoint. De verkooporganisatie hoeft geen volledig nieuwe ingang bij klanten te vinden. Toch is bundeling geen garantie voor productiviteit. Bedrijven zullen bij verlenging vragen welke uren zijn bespaard, welke kwaliteit is verbeterd en welke risico's zijn ontstaan rond vertrouwelijke data. De klant moet het prijskaartje kunnen verdedigen tegenover de financiële afdeling. In onze eerdere analyse van Microsoft stond de waardering centraal. De nieuwe cijfers maken duidelijk waarom de lat hoog blijft: Microsoft heeft distributie, maar de volgende waarderingssprong moet uit aantoonbare gebruikswaarde komen. Een ouder stuk over sterke cijfers en een toch dalend aandeel laat hetzelfde mechanisme zien. Wanneer verwachtingen al hoog zijn, kan uitstekend nieuws nog steeds onvoldoende zijn. Het orderboek is groot, maar timing telt Microsoft rapporteerde een resterende contractwaarde, of RPO, van 678 miljard dollar. RPO staat voor omzet die contractueel is vastgelegd maar nog niet is geboekt. Het cijfer groeide met 84 procent, mede door grote OpenAI-verplichtingen. Zonder OpenAI lag de groei volgens Microsoft rond 25 procent. Ongeveer 30 procent van de totale RPO zou binnen twaalf maanden als omzet worden erkend. Dat orderboek geeft zichtbaarheid, maar het is geen zak geld die morgen binnenkomt. Contracten kunnen meerdere jaren lopen, klanten kunnen hun gebruik geleidelijk opschalen en sommige verplichtingen zijn afhankelijk van capaciteit. Vooral bij Azure is een gereserveerde hoeveelheid rekenkracht pas economisch aantrekkelijk wanneer Microsoft die capaciteit tijdig kan bouwen en met voldoende bezettingsgraad kan leveren. De operationele cijfers laten zowel kracht als druk zien. De kwartaalomzet bedroeg 90 miljard dollar en de aangepaste winst per aandeel 4,74 dollar. De brutomarge van het concern was ongeveer 67 procent. De operationele kasstroom bedroeg 55,4 miljard dollar, maar door de forse investeringen bleef 19,6 miljard dollar vrije kasstroom over. Dat is nog altijd veel geld, alleen groeit het verschil tussen operationele kasstroom en vrije kasstroom snel. Microsoft moet dus twee bruggen tegelijk bouwen. De eerste loopt van betaalde Copilot-stoel naar dagelijks gebruik en verlenging. De tweede loopt van getekend Azure-contract naar winstgevende, bezette datacentercapaciteit. Als beide lukken, versterken de activiteiten elkaar. Copilot gebruikt Azure, en Azure-klanten kopen weer meer software en beveiliging. Als een van beide hapert, wordt de hoge investeringsrekening veel zichtbaarder. Wat moet de huidige koers waarmaken? Een reverse valuation begint niet met een koersdoel, maar met de vraag welke winst de huidige koers veronderstelt. Bij 534,60 dollar en een gewenste koersstijging van 8 procent per jaar moet het aandeel in 2029 ongeveer 673 dollar waard zijn. Bij een eindwaardering van 32 keer de winst is dan ongeveer 21 dollar winst per aandeel nodig. Een hogere multiple verlaagt de benodigde winst, maar verhoogt het risico dat rente of tragere groei de waardering later samenperst. De rekensom is niet extreem voor een onderneming die omzet met bijna 20 procent groeit, maar hij laat weinig ruimte voor een langdurige groeivertraging. Microsoft moet niet alleen meer winst boeken; het moet dat doen terwijl aandelenbeloning, datacenterafschrijvingen en investeringen volledig worden meegenomen. De kas op de balans is waardevol, maar mag niet nog eens via een hoge winstmultiple worden dubbel geteld. Het sterke tegenargument is dat Microsoft juist beter gepositioneerd is dan vrijwel iedere concurrent. Het bezit de bedrijfssoftware, de cloud, de ontwikkelaarsomgeving, beveiliging en een wereldwijd verkoopkanaal. Een klant kan daardoor AI invoeren zonder een nieuw leverancierslandschap op te bouwen. Daar staat tegenover dat concurrenten zoals Google, Amazon en gespecialiseerde AI-aanbieders de prijs van rekenkracht en modellen onder druk zetten. Copilot moet dus niet alleen technisch goed zijn, maar economisch onmisbaar worden. Drie scenario's voor 2027, 2028 en 2029 Het bear-scenario veronderstelt dat Copilot wel verkoopt, maar dat intensief gebruik en verlengingen achterblijven. Azure groeit dan langzamer, AI-kosten drukken de marge en de markt betaalt in 2029 een lagere multiple. Het middenpad gaat uit van verdere groei van betaalde stoelen, geleidelijk betere benutting van datacenters en een winst per aandeel die voldoende oploopt om een koers van 700 dollar in 2029 te dragen. In het gunstige pad wordt Copilot een duidelijke omzetmotor per medewerker, blijft Azure boven 30 procent groeien en stijgt de operationele hefboom na de investeringspiek. De uitkomsten zijn scenario's, geen voorspellingen. Ze tonen vooral welke combinatie van winstgroei en waardering nodig is. De koers komt van de Microsoft-notering in De Belegger; die kan inmiddels zijn veranderd. De belangrijkste maatstaf voor de komende kwartalen is daarom niet alleen het aantal verkochte Copilot-stoelen. Let op groei van omzet per zakelijke gebruiker, opmerkingen over gebruiksintensiteit, verlengingen, cloudbrutomarge en de verhouding tussen operationele kasstroom en investeringen. Microsoft heeft het distributievraagstuk grotendeels opgelost. Nu moet het bewijzen dat 30 miljoen betaalde deuren ook vaak genoeg opengaan om de hoge waardering te dragen.

  • Waarom levert meer omzet bij Besi minder marge op?

    In het kort BE Semiconductor Industries verwacht voor het derde kwartaal 10 tot 15 procent meer omzet dan de 249,9 miljoen euro uit het tweede kwartaal. Dat wijst op een kwartaalomzet tussen ongeveer 274,9 en 287,4 miljoen euro. Toch daalt de verwachte brutomarge van 65,7 procent naar 63 tot 65 procent. Meer omzet levert dus niet automatisch evenredig meer winst. Bij een koers van 194,55 euro op Euronext Amsterdam op 6 oktober wordt de cijferpublicatie van 22 oktober vooral een test van productmix, prijs en de eerste schaalvoordelen van hybride bonding. Besi noteert in euro's onder ticker BESI, met ISIN NL0012866412. De De Belegger-pagina toont de koers van 6 oktober. De kwartaalverwachting komt uit de publicatie van 23 juli. Het gaat om een bedrijfsprognose, niet om reeds gerealiseerde omzet. Direct naar een onderdeel van dit artikel Meer omzet kan tijdelijk minder winstgevend zijn Orders geven richting maar geen margegarantie De koers rekent op schaal en hoge marges Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Meer omzet kan tijdelijk minder winstgevend zijn Besi maakt machines voor het verbinden en verpakken van chips. Die fase heet assembly of packaging. Bij moderne AI-chips worden meerdere chipdelen dicht bij elkaar geplaatst. Hoe kleiner de verbinding en hoe hoger de dichtheid, hoe sneller data kan bewegen en hoe minder energie verloren gaat. Hybride bonding verbindt oppervlakken direct met koper en is een belangrijke techniek voor zulke geavanceerde pakketten. Nieuwe machines hebben vaak hogere ontwikkel- en introductiekosten. De eerste systemen worden in kleinere aantallen gebouwd, terwijl service, afstelling en klantondersteuning al nodig zijn. Tegelijk kan de omzetmix meer conventionele machines bevatten. Daardoor kan de totale omzet stijgen terwijl de brutomarge daalt. De module koppelt de kwartaalgroei aan brutomarge en bedrijfskosten. Bij het midden van de omzetverwachting en 64 procent marge blijft veel operationele ruimte over. Een verschil van één procentpunt brutomarge is op bijna 280 miljoen euro kwartaalomzet echter ongeveer 2,8 miljoen euro brutowinst. Voor een bedrijf met een relatief vaste kostenbasis stroomt een flink deel daarvan door naar de winst. In onze eerdere analyse van Besi stond de combinatie van orders, hybride bonding en waardering centraal. De nieuwe test is smaller en concreter: kan omzetgroei de lagere productmixmarge compenseren, of blijkt de markt te vroeg op schaalvoordelen te rekenen? Orders geven richting maar geen margegarantie Besi ontving in het tweede kwartaal voor 292,9 miljoen euro aan orders, 128,8 procent meer dan een jaar eerder. De kwartaalomzet bedroeg 249,9 miljoen euro, 68,7 procent meer dan een jaar eerder. De nettowinst kwam uit op 89 miljoen euro. Dat orderniveau biedt zicht op toekomstige leveringen, maar vertelt niet welke machine wanneer wordt geleverd en tegen welke marge. Een order is geen omzet. Klanten kunnen aflevermomenten verschuiven en de productmix kan veranderen. Een geavanceerd hybride-bondingsysteem kan een ander margeprofiel hebben dan een traditionele die-bonder. Bovendien kan een klant eerst testcapaciteit plaatsen en pas na kwalificatie grotere aantallen bestellen. De mixmodule laat zien hoeveel van de omzet uit hybride bonding zou kunnen komen. Een hoger aandeel kan de groeikansen vergroten, maar de marge hoeft niet direct mee te stijgen. Vroege machines kunnen veel ondersteuning vragen. Pas wanneer productie aantoonbaar opschaalt en installaties worden herhaald, moet de techniek zich in brutowinst vertalen. Het sterkste positieve argument is dat packaging een groter deel van de totale chipwaarde krijgt. Traditionele schaalverkleining wordt duurder, waardoor chipontwerpers prestaties zoeken door meerdere onderdelen slim te combineren. Besi verkoopt gereedschap voor precies die stap. De tegenwerping is de timing. Klanten kunnen kwalificatie langer laten duren, capaciteit gefaseerd bestellen of concurrerende verbindingstechnieken gebruiken. De bredere technologische positie en waardering zijn uitvoerig beschreven in onze deepdive over Besi. Voor 22 oktober zijn drie cijfers doorslaggevend: gerealiseerde omzet, brutomarge en nieuwe orders. Een sterke omzet zonder margebehoud is minder waardevol; een hoge orderinstroom zonder levertempo schuift winst naar later. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De koers rekent op schaal en hoge marges Bij 194,55 euro, 9 procent gewenst koersrendement en een eindwaardering van 28 keer de winst moet Besi in 2029 ongeveer 9,25 euro winst per verwaterd aandeel verdienen. De berekening zegt niet dat 28 keer winst goedkoop of duur is. Zij maakt zichtbaar welke winst nodig is wanneer de belegger vanaf de huidige koers ook rendement wil behalen. De nettokas en deposito's bedroegen eind tweede kwartaal ongeveer 164 miljoen euro. Die balans geeft ruimte voor dividend en investeringen, maar wordt niet dubbel geteld. Wanneer kas rente oplevert en die rente in de winst zit, kan dezelfde kas niet nogmaals volledig boven op de koerswaarde worden gezet. Dividend verlaagt op de ex-datum de koers en hoort bij totaalrendement, niet als gratis extra waarde in het koersmodel. Een blijvende brutomarge boven 65 procent zou aantonen dat Besi sterke prijszetting en gunstige mix heeft. Een daling richting 60 procent verandert de winsthefboom snel. Het oordeel over het aandeel hangt daarom minder af van enkele miljoenen extra omzet dan van wat na directe productiekosten overblijft. Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 In het bear-scenario drukt de productmix de marge en koelen orders af. Mogelijke jaareindekoersen zijn 145 euro in 2027, 125 euro in 2028 en 115 euro in 2029. Het middenpad veronderstelt dat omzetgroei een bescheiden margedaling compenseert: 205, 225 en 250 euro. In het gunstige pad schaalt hybride bonding en herstelt de brutomarge boven 66 procent: 235, 285 en 345 euro. De formule is winst per aandeel maal een scenario-multiple. De modules tellen orders niet als omzet en voegen nettokas niet nogmaals aan de koers toe. De waarderingsschuif laat zien dat dezelfde operationele uitkomst bij een andere multiple een flink andere koers geeft. Besi heeft sterke orders en een technologie die past bij de richting van de chipsector. De cijfers van 22 oktober moeten tonen of die groei al winstgevender wordt of eerst een duurdere productmix meebrengt. Bij 194,55 euro is de marge geen detail, maar de maatstaf die groei in waarde vertaalt.

bottom of page