Doorzoek deze website
14903 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- De S&P 500-tracker koopt winnaars pas als ze duur zijn
In het kort VUSA volgt de S&P 500 en geeft een belegger met één transactie toegang tot ongeveer vijfhonderd grote Amerikaanse ondernemingen. De Amsterdamse beurslijn sloot op 25 september 2026 op €128,48. Het gaat om de uitkerende shareclass met ISIN IE00B3XXRP09, gevestigd in Ierland, genoteerd in euro en met de dollar als basisvaluta. De kracht van de index is dat winnaars vanzelf een groter gewicht krijgen. Een bedrijf dat sneller groeit en waarvan de koers stijgt, trekt de index omhoog zonder dat een fondsbeheerder een voorspelling hoeft te doen. De keerzijde is minder zichtbaar: nieuwkomers worden meestal pas gekocht nadat zij groot en liquide genoeg zijn geworden. Een deel van het succes zit dan al in de koers. Vanguard meldde op 31 augustus een koers-winstverhouding van 25,2, een koers-boekwaardeverhouding van 5,3 en historische winstgroei van 24,1 procent voor de onderliggende portefeuille. Dat zijn sterke cijfers. Ze betekenen ook dat VUSA geen goedkope doorsnede van de Amerikaanse economie is. De index beloont bewezen succes en betaalt daar op dit moment stevig voor. Een indexfonds klinkt passief, maar onder de motorkap gebeurt voortdurend iets. Bedrijven geven aandelen uit, kopen aandelen in, splitsen onderdelen af en verdwijnen door overnames. De indexcommissie voegt ondernemingen toe en verwijdert andere. Vanguard moet die veranderingen volgen, transacties uitvoeren en de tracking goed houden. De officiële kosten van 0,07 procent zijn laag, maar de economische keuze blijft groot: welke bedrijven krijgen welk gewicht en tegen welke waardering? Direct naar een onderdeel van dit artikel De winnaars worden vanzelf groter Een nieuwe naam komt niet gratis binnen Omzet in de portefeuille is klein, maar niet nul Wat moet €128,48 waarmaken? Waar we op letten De winnaars worden vanzelf groter De S&P 500 is gewogen naar vrij verhandelbare beurswaarde. Stijgt een onderneming harder dan de rest, dan groeit haar gewicht automatisch. Dat momentumachtige mechanisme heeft een aantrekkelijk gevolg: de index hoeft een toekomstige marktleider niet vroeg te herkennen. Het aandeel bewijst zichzelf en wordt vanzelf belangrijker. Daar staat tegenover dat prijs en gewicht dezelfde kant op bewegen. Een onderneming die duurder wordt zonder evenredige winstgroei krijgt toch meer invloed. De index verkoopt niet omdat een aandeel op 40 keer winst staat en koopt niet omdat een ander aandeel op 12 keer winst noteert. Waardering is geen selectiecriterium. De module laat zien hoe een zware kopgroep het resultaat kan bepalen. Wanneer 38 procent van de index 15 procent stijgt en de rest 5 procent, komt ruim de helft van het indexrendement uit de kopgroep. Dat is niet verkeerd. Het maakt alleen duidelijk dat vijfhonderd namen niet automatisch vijfhonderd gelijke bronnen van rendement zijn. De gunstige uitleg is dat de zwaarste bedrijven vaak ook de beste marges, sterkste balansen en grootste schaalvoordelen hebben. Microsoft, Apple, NVIDIA, Alphabet en Amazon kunnen nieuwe producten wereldwijd uitrollen. Een hogere weging kan daardoor een beloning voor echte economische kwaliteit zijn. Het sterke tegenargument is dat dezelfde ondernemingen tegelijk gevoelig zijn voor AI-investeringen, regelgeving en een hoge waardering. Wanneer één gemeenschappelijke verwachting tegenvalt, kan de spreiding kleiner blijken dan het aantal posities doet vermoeden. Een nieuwe naam komt niet gratis binnen Een bedrijf wordt niet bij de oprichting aan de S&P 500 toegevoegd. Het moet voldoen aan eisen rond omvang, liquiditeit, vrij verhandelbaarheid en winstgevendheid. Tegen de tijd dat opname volgt, hebben beleggers vaak al maanden gespeculeerd op de kans. Passieve fondsen kopen vervolgens op of rond de herweging. Dat kan tijdelijk extra vraag geven. Het is geen gratis winst voor VUSA. Wanneer een nieuwkomer tegen een premie wordt gekocht en daarna terugvalt, draagt het fonds die terugval. Het gewicht is meestal klein, maar veel kleine fricties vormen samen trackingverschil. De berekening is bewust eenvoudig. Zij schat geen concrete indexwijziging. Ze laat zien waarom de woorden passief en frictieloos niet hetzelfde betekenen. Bij een gewicht van 0,5 procent blijft het effect van één opname beperkt. Het principe telt vooral bij grotere wijzigingen en wanneer waarderingspremies zich herhalen. De officiële fondspagina van Vanguard bevestigt dat VUSA fysiek repliceert en per kwartaal dividend uitkeert. Fysieke replicatie maakt het bezit begrijpelijk. Het voorkomt niet dat transacties, dividendbelasting en indexaanpassingen een klein verschil met de theoretische index veroorzaken. Omzet in de portefeuille is klein, maar niet nul De S&P 500 verandert veel minder snel dan een actief groeifonds. Toch is er portefeuilleomzet door herwegingen en bedrijfsgebeurtenissen. Iedere transactie heeft een spread, marktimpact en soms belastingeffect. Bij een groot en liquide fonds zijn die posten doorgaans zeer klein. Ze verdienen vooral aandacht omdat beleggers vaak alleen naar de 0,07 procent lopende kosten kijken. Zelfs in een streng frictiemodel blijft de cumulatieve last meestal kleiner dan één slechte valutabeweging of een daling van de waardering. Dat is precies de juiste conclusie. VUSA is als product efficiënt. Het grote risico zit niet in een paar basispunten handel, maar in de prijs die voor de onderliggende winst wordt betaald. De euro-notering verandert het dollarrisico niet. De ondernemingen rapporteren grotendeels in dollars en de fondsvaluta is dollar. Een dalende dollar kan een positief aandelenjaar voor de Europese belegger dempen. Het dividend wordt uitgekeerd en moet voor samengestelde groei zelf worden herbelegd. Koersrendement en totaalrendement blijven daarom twee verschillende cijfers. Wat moet €128,48 waarmaken? Bij 25,2 keer winst is het winstrendement ongeveer 4 procent. Dat is geen dividendrendement en ook geen voorspelling. Het is de hoeveelheid onderliggende winst per belegde euro. Voor een totaalrendement van 8 procent moet die winst groeien, dividend worden ontvangen en de eindwaardering niet te ver dalen. In het standaardmodel is een stevige winstgroei nodig wanneer de waardering in 2029 normaliseert naar 22 keer winst. Blijft 25,2 keer staan, dan daalt de vereiste groei. Zakt de multiple richting 18, dan moet de winst veel harder stijgen om hetzelfde rendement te halen. De winstgroei van 24,1 procent op de fondspagina is historisch en kan niet onbeperkt worden doorgetrokken. Zij wordt mede bepaald door de samenstelling van de index en een sterke periode voor technologie. Een lagere groei hoeft geen crisis te betekenen. Bij een hoge beginwaardering kan een normale vertraging toch een mager koersrendement opleveren. De scenario’s tonen mogelijke eurokoersen in september 2027, 2028 en 2029. Dividend staat niet in de tabel. In het bear-pad vallen indexrendement en dollar tegen. Het middenpad veronderstelt redelijke winstgroei en een vlakke dollar. Het gunstige pad vraagt sterke winsten en extra steun van valuta. Het zijn scenario’s, geen koersdoelen. Waar we op letten De belangrijkste maatstaven zijn winstgroei van de index, vrije kasstroom bij de zwaarste bedrijven, de eindwaardering en de dollar. Daarnaast helpt het om te volgen of de winstbreedte verbetert. Een markt waarin steeds meer ondernemingen winstgroei leveren is sterker dan een markt die bijna volledig op vijf namen rust. VUSA blijft een sterke bouwsteen voor wie brede Amerikaanse blootstelling zoekt. De lage kosten, liquiditeit en transparantie zijn echte voordelen. De belegger koopt alleen niet de Amerikaanse economie tegen een gemiddelde prijs. Hij koopt een selectie van bewezen winnaars, waarbij de grootste successen automatisch het zwaarst wegen. Lees ook: Hoeveel groei moet Nvidia na de AI-explosie nog leveren om de koers te dragen? Foto: Vanguard, archiefbeeld van CEO Salim Ramji.
- ServiceNow moet zijn beloftenberg op tijd omzetten in winst
In het kort ServiceNow sloot het tweede kwartaal af met $29 miljard aan resterende prestatieverplichtingen, in softwaretaal RPO. Dat is omzet die contractueel is vastgelegd maar nog niet is geleverd. Van dat bedrag valt $13,2 miljard naar verwachting binnen twaalf maanden vrij. Beide cijfers groeiden 21% op jaarbasis. De contractwaarde geeft uitzonderlijk zicht op toekomstige omzet. Toch is een contractbelofte nog geen omzet, winst of kas op dag één. De waardering bij een split-aangepaste koers van $135,62 vraagt dat ServiceNow de verplichtingen op tijd uitvoert, klanten laat verlengen en de kasstroom per aandeel sneller laat groeien dan de verwatering. Kernpunt: $29 miljard RPO is een sterke uitgangspositie, maar de economische waarde hangt af van looptijd, marge, verlenging en de prijs van aandelenbeloning. Foto: Bill McDermott van ServiceNow tijdens Knowledge 2026, officiële archieffoto via NVIDIA. Direct naar een onderdeel van dit artikel RPO heeft een klok De conversie bepaalt het ritme AI is al groot, maar moet aanvullend zijn Wat moet $135,62 waarmaken? Drie mogelijke koerspaden Waar we op letten Conclusie RPO heeft een klok Bij de cijfers van 22 juli meldde ServiceNow $3,877 miljard abonnementenomzet, 24,5% meer dan een jaar eerder. Bij constante valuta was de groei 23%. De actuele RPO, het deel dat binnen twaalf maanden wordt verwacht, kwam uit op $13,2 miljard. Het verschil met de totale RPO bedraagt $15,8 miljard en ligt verder in de toekomst. Dat onderscheid is belangrijk. Een vijfjarig contract van $50 miljoen is niet hetzelfde als een eenjarig contract van hetzelfde bedrag. Het lange contract biedt zekerheid, maar de kas en omzet komen mogelijk later. Bovendien kunnen wijzigingen, implementaties en klanttevredenheid bepalen hoeveel economische waarde werkelijk wordt behouden. Het gunstige argument is dat grote ondernemingen hun werkprocessen niet snel verplaatsen. Zodra ServiceNow diep in IT, personeelszaken, klantenservice en beveiliging zit, wordt overstappen duur en risicovol. Die inbedding ondersteunt verlenging en uitbreiding. Het tegenargument is dat een lange verplichting minder waard wordt wanneer productkosten stijgen, AI-compute duur blijft of nieuwe concurrenten prijzen onder druk zetten. Contractduur beschermt de omzet, maar niet automatisch de marge. De conversie bepaalt het ritme cRPO wordt vaak gebruikt als vooruitwijzer voor de abonnementenomzet. De relatie is niet één op één. Contracten starten op verschillende momenten, facturering kan vooruit of achteraf plaatsvinden en nieuwe boekingen vullen het saldo aan. De module laat een eenvoudig roll-forwardmodel zien. Een deel van het startsaldo wordt ieder kwartaal omzet, terwijl nieuwe contractwaarde wordt toegevoegd. Een groeiend saldo is positief zolang de omzetconversie gezond blijft. Wanneer cRPO vooral groeit doordat looptijden langer worden, kan het kasritme minder sterk zijn dan het headlinecijfer suggereert. ServiceNow rapporteerde een totale kwartaalomzet van $3,987 miljard. De onderneming combineert abonnementen met professionele diensten, maar de software-abonnementen leveren de beste schaal. De waarde ontstaat wanneer extra omzet niet evenredig meer verkoop-, implementatie- en infrastructuurkosten vraagt. AI is al groot, maar moet aanvullend zijn ServiceNow meldde dat de jaarlijkse contractwaarde van zijn AI-producten boven $1 miljard uitkwam. Dat is een belangrijke mijlpaal. AI kan nieuwe modules verkopen, medewerkers productiever maken en de waarde van het platform verhogen. Tegelijk bestaat het risico dat klanten een AI-module kopen en elders besparen. Dan verschuift contractwaarde binnen het platform zonder dat de totale uitgaven even hard groeien. Ook kunnen model- en rekenkosten hoger zijn dan bij traditionele software. ServiceNow sloot 123 deals met meer dan $1 miljoen aan netto nieuwe jaarlijkse contractwaarde. Daarnaast hadden 658 klanten meer dan $5 miljoen aan jaarlijkse contractwaarde. Grote klanten bieden uitbreidingsruimte, maar vergroten ook de gevoeligheid voor een beperkt aantal inkoopbeslissingen. De gemiddelde grootte van die 123 deals is niet bekend. Daarom is de module een gevoeligheidstest. Het relevante bewijs komt later: extra abonnementenomzet, stabiele marge en meer vrije kasstroom per aandeel. Wat moet $135,62 waarmaken? Bij softwarebedrijven is vrije kasstroom nuttig, maar niet perfect. Vooruitbetalingen helpen de kas vroeg, terwijl aandelenbeloning de uitgaande kas beperkt en tegelijk verwatert. Daarom moet de belegger de kasstroom per volledig verwaterd aandeel volgen. Wie vanaf $135,62 jaarlijks 10% koersrendement verlangt, komt in september 2029 uit op ongeveer $180,53. Bij 30 keer vrije kasstroom is daarvoor $6,02 per aandeel nodig. Met 1,04 miljard verwaterde aandelen gaat het om circa $6,3 miljard vrije kasstroom. Dat is een stevige maar niet onrealistische opdracht voor een onderneming met ruim 20% abonnementsgroei. De valkuil is de multiple. Wanneer de groei richting 12% zakt, kan de markt minder betalen voor iedere dollar kasstroom. Dan moet de operationele verbetering harder werken om dezelfde koers te dragen. Drie mogelijke koerspaden Het bearscenario veronderstelt dat abonnementsgroei richting 12% zakt, AI bestaande modules gedeeltelijk vervangt en de FCF-multiple krimpt. Mogelijke koersen zijn $115 in 2027, $110 in 2028 en $112 in 2029. In het middenscenario blijft de omzet 18% tot 20% groeien, houdt de vrije-kasstroommarge stand en blijft verwatering beheersbaar. Mogelijke koersen zijn $150, $176 en $205. Het gunstige scenario vraagt dat AI echt extra contractwaarde creëert en de FCF per aandeel meer dan 20% groeit. Daar horen $180, $225 en $280 bij. Deze scenario’s zijn geen koersdoelen. Alle prijzen zijn aangepast aan de huidige aandelenbasis en moeten niet met oude, voor een splitsing gemelde koersen worden vergeleken zonder correctie. Waar we op letten De beste signalen zijn cRPO-groei, de verhouding tussen cRPO en totale RPO, AI-contractwaarde, grote deals en vrije kasstroom per verwaterd aandeel. Daarnaast telt aandelenbeloning. Inkoop die alleen de uitgifte aan personeel compenseert, is geen echte daling van het aantal stukken. Lees ook: Waarom AI de sterkste softwarebedrijven niet zomaar vervangt Conclusie ServiceNow beschikt over een groot contractenboek, sterke groei en een platform dat diep in bedrijfsprocessen zit. Dat geeft meer voorspelbaarheid dan bij de meeste technologiebedrijven. De $29 miljard RPO verdient echter geen automatische dollar-voor-dollarwaardering. Looptijd, marge, verlenging en verwatering bepalen hoeveel ervan bij de aandeelhouder aankomt. Bij $135,62 blijft het aandeel aantrekkelijk wanneer contractwaarde snel genoeg in vrije kasstroom per aandeel verandert. De klok in cRPO is daarvoor de beste korte graadmeter.
- AWS groeit hard en toch smelt de vrije kasstroom van Amazon
In het kort Amazon draaide in het tweede kwartaal $200,6 miljard omzet, 20% meer dan een jaar eerder. AWS groeide 37% naar $42,2 miljard omzet en leverde $16,6 miljard operationele winst. De winstmotor draait dus hard. Tegelijk kocht Amazon in de twaalf maanden tot eind juni voor ongeveer $173 miljard aan vastgoed en apparatuur. Die investeringen trokken de vrije kasstroom naar een uitstroom van $7,6 miljard, ondanks $161,4 miljard operationele kasstroom. Dat is geen teken dat de operatie zwak is. Het is wel een herinnering dat AI-datacenters, chips, energie en logistiek eerst kas kosten en pas later waarde opleveren. Kernpunt: bij $249,67 betaalt de belegger voor een enorme toekomstige kasstroom. AWS moet de nieuwe capaciteit snel vullen en langer rendabel gebruiken dan de hardware economisch meegaat. Foto: Brian Olsavsky, CFO van Amazon, archieffoto van Columbia Business School. Direct naar een onderdeel van dit artikel De investeringsmachine draait op volle snelheid Sterke operationele kas, toch negatieve vrije kas AWS betaalt de rekening De kwartaalwinst bevatte een grote meevaller Wat moet $249,67 waarmaken? Drie mogelijke koerspaden Waar we op letten Conclusie De investeringsmachine draait op volle snelheid Bij de cijfers van 30 juli meldde Amazon $54,2 miljard aan aankopen van vastgoed en apparatuur in alleen het tweede kwartaal. Over twaalf maanden kwam het bedrag uit op $173 miljard. Daarin zitten datacenters, servers, netwerkapparatuur, logistiek en andere infrastructuur. Niet iedere capexdollar hoort bij AWS, maar de AI-uitbouw is duidelijk de grootste nieuwe kapitaalvraag. Voorheen kon Amazon cloudomzet laten groeien met een relatief voorspelbare investeringscyclus. Generatieve AI vraagt dure versnellers, veel stroom en soms capaciteit voordat de klantcontracten volledig vaststaan. De standaarduitkomst deelt een aangenomen 70% van de capex toe aan AWS en AI. Dat is geen gemeld percentage. De gevoeligheid is het punt: wanneer een groot deel van de investering voor cloud wordt gedaan, moet AWS veel omzet en winst per toegewezen dollar leveren. Het sterke tegenargument is dat capex meerdere jaren waarde creëert. Een serverpark dat vijf jaar kas produceert, mag niet volledig worden beoordeeld op de vrije kasstroom van het aankoopjaar. Het risico is economische veroudering. AI-hardware kan technisch bruikbaar blijven, maar commercieel snel minder waard worden wanneer nieuwe chips veel efficiënter zijn. Sterke operationele kas, toch negatieve vrije kas De operationele kasstroom van $161,4 miljard over twaalf maanden is uitzonderlijk. Amazon profiteert van abonnementen, snelle klantbetalingen en leverancierskrediet. Toch ging er nog meer naar investeringen. Vrije kasstroom is bij Amazon daarom zeer gevoelig voor de gekozen definitie. Aankopen in contanten zijn zichtbaar, maar leases, financieringsconstructies en betalingen over verschillende perioden kunnen het beeld verschuiven. De richting is wel helder: de investeringssprong slokt momenteel vrijwel de hele operationele kasstroom op. Dat hoeft niet ongunstig te zijn. Wanneer nieuwe capaciteit hoge rendementen oplevert, groeit de toekomstige kasstroom sneller dan het geïnvesteerde bedrag. Wanneer de bezetting laag blijft of prijzen dalen, volgt jarenlange afschrijving zonder voldoende opbrengst. AWS betaalt de rekening AWS leverde in het kwartaal $16,6 miljard operationele winst op $42,2 miljard omzet. Dat is een marge van ongeveer 39%. Meer dan 60% van Amazons totale operationele winst kwam daarmee uit de cloud, terwijl retail, advertenties en abonnementen samen het overige deel vormden. De groei van 37% is sterk genoeg om veel nieuwe capaciteit te vullen. De vraag is of die snelheid standhoudt wanneer de vergelijkingsbasis groter wordt en Microsoft, Google, Oracle en gespecialiseerde aanbieders eveneens miljarden investeren. Amazon heeft belangrijke voordelen. Het bedrijf kan eigen chips zoals Trainium inzetten, een groot ontwikkelaarsecosysteem bedienen en de vaste kosten over een enorme klantenbasis verdelen. Eigen chips kunnen de kosten per rekeneenheid verlagen, maar vragen ook ontwerp, software en een overtuigende productervaring. De kwartaalwinst bevatte een grote meevaller Amazon rapporteerde $62,6 miljard nettowinst. Daarin zat $53,4 miljard niet-operationeel resultaat, vooral door de waardering van het belang in Anthropic. Dat is economische waarde, maar geen normale winst uit pakketbezorging, advertenties of cloudcontracten. Een koers-winstverhouding op basis van dit ene kwartaal zou daardoor misleidend laag uitvallen. Voor de waardering is genormaliseerde operationele winst of vrije kasstroom nuttiger. Ook daar blijft voorzichtigheid nodig, omdat de huidige capex uitzonderlijk hoog is. Wat moet $249,67 waarmaken? Wie vanaf $249,67 jaarlijks 10% koersrendement verlangt, rekent voor september 2029 met ongeveer $332,27. Bij 28 keer vrije kasstroom en 10,9 miljard verwaterde aandelen is dan ongeveer $129 miljard vrije kasstroom nodig, of $11,87 per aandeel. Dat bedrag ligt ver boven de huidige negatieve vrije kasstroom, maar onder de operationele kasstroom voordat investeringen worden afgetrokken. De vereiste uitkomst hangt dus vooral af van de investeringspiek. Als capex stabiliseert terwijl AWS, advertenties en retail blijven groeien, kan vrije kas snel terugveren. Blijft ieder jaar een nieuwe investeringsgolf nodig, dan wordt de omzet groter zonder dezelfde sprong in kas voor aandeelhouders. Drie mogelijke koerspaden Het bearscenario veronderstelt dat AWS-groei afkoelt, capex hoog blijft en de vrije kasstroom per aandeel langzaam herstelt. Mogelijke koersen zijn $210 in 2027, $205 in 2028 en $215 in 2029. In het middenscenario groeit AWS rond 25%, vlakt de investeringspiek af en neemt de genormaliseerde vrije kasstroom stevig toe. Mogelijke koersen zijn $275, $315 en $360. Het gunstige scenario vraagt hoge bezetting, succesvolle eigen chips en aanhoudende groei van advertenties en retail. Daar horen $320, $410 en $520 bij. De scenario’s zijn geen koersdoelen. Ze laten zien dat dezelfde omzetgroei heel andere koersen kan opleveren wanneer capex en de eindmultiple veranderen. Waar we op letten Vier cijfers verdienen voorrang: AWS-omzetgroei, AWS-operationele marge, capex en vrije kasstroom zonder waarderingswinsten op belangen. Daarnaast is de verwaterde aandelenbasis belangrijk. Aandelenbeloning is geen directe kasuitstroom, maar wel een overdracht van toekomstige waarde. Lees ook: Amazon versus Uber: waar zit de sterkste platformmacht? Conclusie Amazon bouwt op een schaal die weinig ondernemingen kunnen evenaren. AWS groeit hard, genereert een hoge operationele marge en financiert een groot deel van de AI-uitbouw. De retail- en advertentieactiviteiten geven extra kasbronnen. De prijs van die voorsprong is een investeringsrekening van $173 miljard in twaalf maanden. Bij $249,67 is het aandeel aantrekkelijk wanneer die capaciteit snel bezet raakt en de vrije kasstroom herstelt. Blijft capex structureel even hard meegroeien, dan kan een groter Amazon per aandeel minder kas opleveren dan de omzet suggereert.
- Hoe lang kan Meta miljarden per kwartaal in AI blijven steken?
In het kort Meta groeide in het tweede kwartaal met 28% naar $60,8 miljard omzet, terwijl het aantal advertentie-impressies met 14% steeg en de gemiddelde prijs per advertentie met 12%. Daar staat een veel zwaardere investeringsrekening tegenover. Meta besteedde $31,08 miljard aan investeringen en leasehoofdsommen, bijna evenveel als de operationele kasstroom van $31,86 miljard. Daardoor bleef in het kwartaal slechts $784 miljoen vrije kasstroom over. Bij een koers van $751,66 op Nasdaq op 25 september 2026 draait de waardering daarom niet alleen om groei. De beslissende vraag is of de nieuwe AI-capaciteit advertenties structureel winstgevender maakt voordat afschrijvingen en exploitatiekosten de marge inhalen. Meta is nog altijd in de eerste plaats een advertentiebedrijf. Facebook, Instagram, WhatsApp en Messenger brengen miljarden mensen samen, waarna adverteerders betalen om precies die gebruikers te bereiken die waarschijnlijk geïnteresseerd zijn. AI helpt aan beide kanten: gebruikers krijgen relevantere content en advertenties, terwijl adverteerders betere voorspellingen en creatieve hulpmiddelen krijgen. Dat mechanisme is krachtig, maar niet gratis. Datacenters, chips, netwerkapparatuur en energie gaan vooraf aan de omzet die ze mogelijk opleveren. Bij de cijfers van 29 juli meldde Meta een kwartaalomzet van $60,80 miljard, 28% meer dan een jaar eerder. De operationele winst daalde desondanks met 8% naar $18,78 miljard, mede door $2,40 miljard aan juridische lasten en $1,18 miljard aan ontslagkosten. Die posten zijn bijzonder, maar de investeringssprong is structureler. Meta verwacht voor heel 2026 $130 miljard tot $145 miljard capex, inclusief leasehoofdsommen. Het midden van die bandbreedte is bijna vier keer de kwartaalomzet van 2024. Direct naar een onderdeel van dit artikel De advertentiemachine moet twee dingen tegelijk doen Afschrijving is de vertraagde rekening Wat moet Meta waarmaken bij $751,66? De voornaamste risico’s Conclusie De advertentiemachine moet twee dingen tegelijk doen De operationele motor draaide in Q2 hard. Dagelijks waren gemiddeld 3,60 miljard mensen actief in Meta’s familie van apps. Het aantal advertentie-impressies steeg met 14% en de gemiddelde prijs per advertentie met 12%. Omdat volume en prijs elkaar vermenigvuldigen, kan omzet sneller groeien dan elk van beide afzonderlijk. De interactieve berekening laat zien hoe gevoelig de uitkomst is voor die combinatie. Het sterke tegenargument is dat de cijfers al aantonen dat AI rendeert. Betere aanbevelingen verhogen de tijd die mensen in de apps doorbrengen, en betere advertentiemodellen maken iedere impressie meer waard. Meta heeft bovendien een schaalvoordeel: een verbetering in het model kan direct over miljarden gebruikers en miljoenen adverteerders worden uitgerold. Een kleinere concurrent kan dezelfde ontwikkelkosten niet over zo’n grote omzetbasis verdelen. Toch is niet iedere omzetdollar automatisch een goede opbrengst op de nieuwe infrastructuur. Het bedrijf moet ook veiligheidscontroles, contentmoderatie en verkoopcapaciteit financieren. Tegelijk groeit de juridische en regelgevende rekening. De advertentiegroei moet dus niet alleen de datacenters betalen, maar ook een bedrijf dat operationeel ingewikkelder wordt. Afschrijving is de vertraagde rekening Capex raakt de kas direct, maar de winst- en verliesrekening meestal pas geleidelijk via afschrijvingen. Daardoor kan de economische druk later zichtbaar worden dan de investeringspiek. Een server of chipcluster wordt over meerdere jaren afgeschreven. Als Meta ieder jaar opnieuw een grote jaargang capaciteit toevoegt, stapelen die afschrijvingen zich op. Daar komen energie, onderhoud en personeel nog bovenop. Dit maakt benutting belangrijk. Een vol datacenter dat betere advertentieprijzen en meer betrokkenheid oplevert, kan een uitstekende investering zijn. Een cluster dat deels ongebruikt blijft of snel technologisch veroudert, levert juist een lage kapitaalopbrengst op. De levensduur van AI-hardware is bovendien niet alleen een boekhoudkundige keuze. Nieuwe generaties chips kunnen oudere systemen economisch minder aantrekkelijk maken voordat ze volledig zijn afgeschreven. De balans geeft enige bescherming, maar geen vrijbrief. Meta had eind juni $90,26 miljard aan cash, kasequivalenten en verhandelbare effecten tegenover $83,66 miljard langlopende schuld. Dat is draaglijk voor een bedrijf van deze omvang. Het risico zit daarom minder in directe financiering en meer in het rendement dat aandeelhouders uiteindelijk op de enorme investeringsbasis krijgen. Wat moet Meta waarmaken bij $751,66? Een reverse waardering begint bij de beurskoers en rekent terug naar de prestatie die nodig is. Wie vanaf $751,66 jaarlijks 10% koersrendement wil en in 2029 een vrije-kasstroommultiple van 28 gebruikt, vraagt een veel hogere structurele vrije kasstroom dan de huidige kwartaalmomentopname. Dat is niet onmogelijk, omdat Q2 uitzonderlijk zwaar was in capex. Het betekent wel dat de investeringsgolf op termijn moet veranderen van kasverbruiker in kasgenerator. Voor de drie scenario’s gebruiken we genormaliseerde winst per aandeel. In het bear-scenario groeit de winst langzaam en krimpt de multiple. In het middenscenario verbeteren advertentieopbrengst en benutting voldoende om EPS duidelijk te laten stijgen. Het gunstige scenario veronderstelt dat AI tegelijk engagement, advertentieprijs en nieuwe inkomsten verhoogt, zonder dat de kostenbasis even hard meegroeit. De voornaamste risico’s De eerste kwetsbaarheid is de verhouding tussen capex en vrije kasstroom. Als de investeringen langer hoog blijven dan de extra kasopbrengst, kan de waardering dalen ondanks sterke omzetgroei. Het tweede risico is regelgeving. Boetes, rechtszaken en beperkingen rond jongeren, privacy en advertentietargeting kunnen de economics van het model aantasten. Het derde risico is concurrentie om aandacht en talent. TikTok, YouTube en nieuwe AI-producten vechten om dezelfde uren van de gebruiker en dezelfde schaarse onderzoekers. Daar tegenover staan uitzonderlijke activa. Meta bezit mondiale distributie, eigen advertentiedata, een enorme cashgenererende kern en de mogelijkheid om nieuwe functies zonder hoge acquisitiekosten bij bestaande gebruikers te testen. Reality Labs blijft verlieslatend, maar is niet de enige inzet. Het belangrijkere verhaal is dat de Family of Apps met AI een betere advertentieveiling en een aantrekkelijkere tijdlijn kan bouwen. Lees ook: Eerdere analyse van Meta's advertentiemachine en AI-investeringen Conclusie Meta levert opnieuw uitzonderlijk sterke groei, maar de maatstaf verschuift. De markt moet niet alleen kijken naar omzet, impressies en advertentieprijzen. De betere vraag is hoeveel duurzame vrije kasstroom iedere nieuwe capexdollar uiteindelijk oplevert. Bij $751,66 is er ruimte voor een sterk bedrijf, niet voor een langdurig lage benutting van de AI-infrastructuur. Wie het aandeel volgt, kan daarom beter letten op drie signalen: vrije kasstroom na capex, de ontwikkeling van afschrijvingen en de verhouding tussen advertentiegroei en totale kosten. Als die drie lijnen goed blijven, kan Meta de investeringsgolf dragen. Als de kasconversie achterblijft, wordt zelfs 28% omzetgroei minder waardevol dan zij op het eerste gezicht lijkt.
- De kas van The Trade Desk hangt aan betalingstermijnen
In het kort The Trade Desk had eind juni ongeveer $3,2 miljard aan debiteuren, ruim vier keer de kwartaalomzet van $715 miljoen. Dat bedrag is niet hetzelfde als onbetaalde winst. Het platform int geld van adverteerders en betaalt vervolgens uitgevers. Het aandeel sloot op vrijdag 25 september om 23.51 uur UTC op $12,60 aan Nasdaq, met een beurswaarde rond $5,9 miljard. Na de koersdaling oogt de waardering laag naast vroeger, maar de kas moet als onderdeel van een betalingsketen worden gelezen. De financiële vraag is hoeveel risico The Trade Desk draagt wanneer een adverteerder later betaalt dan een uitgever betaald moet worden. Het bedrijf koopt geen advertentieruimte voor eigen rekening om die later door te verkopen. Het helpt adverteerders bepalen welke impressie, gebruiker en kanaal de beste waarde bieden. Toch loopt veel geld door de balans. Grote debiteuren en crediteuren zijn normaal voor dit model. Ze maken betalingstermijnen, kredietkwaliteit en werkkapitaal minstens zo belangrijk als de aangepaste EBITDA-marge. Direct naar een onderdeel van dit artikel Groei van 3 procent verandert de discussie Debiteuren zijn doorstroomgeld met een timingrisico Aangepaste winst en economische winst zijn niet hetzelfde Onafhankelijkheid is het product en tegelijk de kwetsbaarheid Wat moet $12,60 waarmaken? Drie mogelijke paden voor 2027 tot en met 2029 Groei van 3 procent verandert de discussie Bij de cijfers van 6 augustus meldde The Trade Desk $715 miljoen omzet, tegenover $694 miljoen een jaar eerder. De groei van ongeveer 3 procent ligt ver onder het tempo dat beleggers jarenlang gewend waren. De klantretentie bleef boven 95 procent, zoals al meer dan tien jaar. Hoge retentie is nuttig, maar garandeert geen hoge groei. Een klant kan blijven en zijn budget verlagen. Ook kan meer advertentiegeld naar gesloten ecosystemen, retailmedia of andere platforms gaan. The Trade Desk moet dus niet alleen klanten behouden. Het moet een groter deel van hun budget verdienen en aantonen dat de campagne-uitkomst beter is na data- en platformkosten. Kokai, het vernieuwde platform met meer kunstmatige intelligentie, kan biedingen en doelgroepkeuze verbeteren. De klant koopt alleen geen AI-verhaal. Hij koopt bereik, verkoop of merkresultaat. Als betere targeting niet aantoonbaar meer oplevert dan zij kost, verschuift het budget elders heen. Debiteuren zijn doorstroomgeld met een timingrisico De $3,2 miljard aan debiteuren laat zien hoeveel geld tijdelijk tussen klant en uitgever zit. Wanneer betalingstermijnen goed op elkaar aansluiten, hoeft dit geen grote financieringslast te zijn. Wanneer adverteerders later betalen terwijl uitgevers hun geld op tijd ontvangen, moet The Trade Desk het verschil voorschieten. Een verlenging van tien dagen op een normale omlooptijd van 75 dagen legt in onze module ongeveer $0,43 miljard extra kas vast. Bij 5 procent financieringskosten is dat ruim $21 miljoen per jaar. Dat bedrag is beheersbaar, maar groot genoeg om de vrije kasstroom te beïnvloeden. In stress kan tegelijk het kredietrisico stijgen. Niet iedere debiteur is even risicovol. Grote agentschappen kunnen financieel sterk zijn, maar concentratie maakt één betalingsprobleem zichtbaar. Kleinere adverteerders hebben minder onderhandelingsmacht en soms meer kredietrisico. Het bedrijf moet snelheid van groei daarom niet alleen afzetten tegen omzet, maar ook tegen ouderdom van vorderingen en voorzieningen voor oninbaarheid. Aangepaste winst en economische winst zijn niet hetzelfde De aangepaste EBITDA-marge bedroeg in het kwartaal 34 procent. Dat laat zien dat het platform na directe kosten nog steeds sterk winstgevend kan zijn. De GAAP-nettomarge lag rond 9 procent. Een belangrijk verschil is aandelenbeloning, die ongeveer $109,6 miljoen bedroeg. The Trade Desk kocht voor circa $78 miljoen eigen aandelen in. Aandelenbeloning gebruikt niet direct de bankrekening, maar geeft werknemers eigendom. Inkoop compenseert pas verwatering als het aantal ingetrokken stukken groter is dan de nieuwe uitgifte. Een onderneming kan dus veel vrije kas rapporteren en tegelijk weinig vooruitgang per bestaand aandeel boeken. Werkkapitaal beweegt daar doorheen. Een kasinstroom doordat klanten tijdelijk sneller betalen kan een kwartaal sterk maken zonder dat de onderliggende marge verandert. Een uitstroom kan de kas drukken terwijl de winst gezond blijft. De tweede module combineert aangepaste EBITDA, aandelenbeloning en een gekozen werkkapitaalbeweging. Dat is geen officiële winstdefinitie. Zij dwingt wel af dat alle drie de economische lagen tegelijk worden bekeken. Onafhankelijkheid is het product en tegelijk de kwetsbaarheid The Trade Desk verkoopt de mogelijkheid om advertentieruimte buiten de grote gesloten platforms in te kopen. Dat is aantrekkelijk voor merken die zelf willen bepalen waar hun geld terechtkomt. Connected television, audio en het open web bieden ruimte voor groei. OpenPath probeert de route tussen adverteerder en uitgever korter te maken. Gesloten ecosystemen hebben andere voordelen. Zij bezitten veel gebruikersdata, eigen voorraad en grote distributie. Retailers bouwen advertentiebedrijven rond koopdata. Wanneer die partijen meer verkeer binnen hun eigen muren houden, wordt het open internet relatief kleiner. The Trade Desk moet zijn onafhankelijke positie dus voortdurend bewijzen met betere meetbaarheid en rendement. De lage koers verlaagt de absolute waardering, maar maakt het concurrentieprobleem niet kleiner. Wie alleen vergelijkt met vroegere P/E-ratio's mist dat omzetgroei, marge en de aandelenteller tegelijk zijn veranderd. Goedkoop naast het verleden is geen waarderingsmethode. Wat moet $12,60 waarmaken? De actuele winst per aandeel ligt rond $0,84. Bij 12 procent gewenst jaarlijks koersrendement en 22 keer winst als eindmultiple vraagt de huidige koers ongeveer $0,81 winst per aandeel in 2029. Op het eerste gezicht ligt dat onder de huidige basis. De uitkomst zegt vooral dat de markt veel lagere groei of een zwakkere winstkwaliteit verwacht. Een stabiele EPS is alleen overtuigend wanneer zij na aandelenbeloning, inkoop en werkkapitaal wordt bereikt. Daalt de eindmultiple naar vijftien, dan stijgt de vereiste winst duidelijk. Een hogere multiple vraagt herstel van omzetgroei en bewijs dat Kokai klanten meer laat besteden. De reverse module telt kas niet apart bij de koers en verwerkt de aandelenbasis in EPS. Drie mogelijke paden voor 2027 tot en met 2029 Het bearscenario gebruikt $0,55, $0,50 en $0,48 winst per aandeel en een dalende multiple. De mogelijke koersen zijn ongeveer $9,35, $7,50 en $6,72. Hier blijft klantretentie hoog, maar groeit het budget niet en drukken aandelenbeloning en concurrentie de waarde per aandeel. In het middenscenario stijgt de winst per aandeel naar $0,75, $0,95 en $1,20. Bij 22, 21 en twintig keer winst volgen ongeveer $16,50, $19,95 en $24,00. Het gunstige scenario vraagt herstel van omzetgroei en marge. Met $0,95, $1,35 en $1,80 winst per aandeel ontstaan ongeveer $25,65, $35,10 en $43,20. Dit zijn modeluitkomsten in dollars en geen koersdoelen. Lees ook: waarom Kokai pas waarde heeft wanneer de adverteerder aantoonbaar meer rendement krijgt The Trade Desk heeft nog altijd een waardevolle positie tussen adverteerders en het open internet. De rekening is na de groeivertraging strenger geworden. Bij $12,60 hoeft het bedrijf geen oude multiple terug te winnen. Het moet laten zien dat $3,2 miljard doorstroomgeld zonder grote kredietverliezen beweegt en dat de overblijvende kas sneller groeit dan de aandelenteller. Foto: Jeff Green, officieel bedrijfsarchief van The Trade Desk.
- Alfen moet eerst over zijn vaste kosten heen groeien
In het kort Alfen verkoopt transformatorstations, batterijsystemen en laadoplossingen. De drie activiteiten hebben verschillende marges en gebruiken dezelfde organisatie. Daardoor kan omzetherstel sterk doorwerken in de winst zodra vaste kosten zijn gedekt. Bij €12,33 is de kans op operationele hefboom aantrekkelijk, maar alleen wanneer de productmix voldoende brutowinst draagt en herstel niet extra financiering of verwatering vraagt. De slotkoers in Amsterdam bedroeg op 25 september €12,33. Alfen meldde op 18 augustus dat de halfjaarresultaten in lijn lagen met de verwachtingen en dat de transformatie vorderde. Over 2025 bedroeg de omzet €435,6 miljoen en aangepaste EBITDA €25,5 miljoen, een marge van ongeveer 5,9 procent. De volgende handelsupdate staat gepland voor 4 november. Er is dus geen nieuw kwartaalcijfer om vooruit te lopen. Eerder ging het hier over kasconversie, werkkapitaal en schuld. Nu staat de resultatenrekening centraal. Een lager kostenniveau kan herstel versnellen, maar iedere extra euro omzet draagt alleen bij wanneer de brutomarge na componenten, garantie en uitvoering positief genoeg is. Direct naar een onderdeel van dit artikel Drie activiteiten leveren niet dezelfde euro Vaste kosten maken herstel niet lineair Smart Grid biedt zichtbaarheid, opslag vraagt selectie Wat moet €12,33 waarmaken? Drie mogelijke paden Waar het voor beleggers op neerkomt Drie activiteiten leveren niet dezelfde euro Smart Grid Solutions verkoopt onder meer compacte stations voor netuitbreiding. Energy Storage Systems levert batterijsystemen en projectintegratie. EV Charging verkoopt laadoplossingen en diensten. Een euro omzet uit een standaardproduct heeft een ander risicoprofiel dan een euro uit een groot project met garanties. De eerste module laat omzet en brutomarge per segment aanpassen. Bij de gekozen aannames levert Smart Grid meer brutowinst dan opslag, ook wanneer de omzet niet veel hoger is. EV Charging kan bij herstel een aantrekkelijke bijdrage leveren, maar de markt blijft gevoelig voor prijsdruk en voorraadaanpassingen. De gewogen brutomarge is de eerste drempel. Groei in een segment met lage marge kan de groepsomzet verhogen en tegelijk weinig winst toevoegen. Wanneer projecten bovendien extra garantie- of servicekosten krijgen, kan de uiteindelijke bijdrage lager zijn dan bij bestelling werd gedacht. Vaste kosten maken herstel niet lineair Personeel, fabriekslijnen, softwareontwikkeling en centrale functies reageren niet direct op omzet. Bij onderbezetting drukken zij zwaar op de marge. Wanneer volume terugkeert, kunnen diezelfde kosten over meer omzet worden verdeeld. De winst groeit dan sneller dan de omzet. De tweede module gebruikt jaaromzet, brutomarge en vaste operationele kosten. Bij €470 miljoen omzet, 27 procent brutomarge en €110 miljoen vaste kosten ontstaat €16,9 miljoen model-EBITDA. Een paar punten brutomarge of enkele tientallen miljoenen omzet veranderen de uitkomst sterk. Deze hefboom werkt in beide richtingen. Als projectprijzen dalen of componentkosten stijgen, kan hogere omzet toch weinig EBITDA opleveren. Als kostenbesparingen service of innovatie beschadigen, wordt de winstverbetering mogelijk tijdelijk. De kwaliteit van het herstel blijkt daarom uit brutomarge, leverbetrouwbaarheid en terugkerende service, niet alleen uit minder personeel. Lees ook: [Tesla heeft miljarden op de bank, maar de echte rekening komt nog](/post/tesla-analyse-21-september-2026) Smart Grid biedt zichtbaarheid, opslag vraagt selectie Europese elektriciteitsnetten moeten worden uitgebreid. Dat ondersteunt de vraag naar stations en netcomponenten. Netbeheerders zijn echter professionele inkopers en projecten hebben strikte specificaties. Een volle orderportefeuille is pas waardevol wanneer materiaal, arbeid en levertijd correct zijn geprijsd. Batterijopslag groeit door meer zon en wind en door congestie op het net. De markt trekt tegelijk veel concurrenten. Celprijzen veranderen snel, technologie ontwikkelt door en garanties lopen jaren. Alfen moet duidelijk vastleggen welke prestaties het garandeert en welke markt- of prijsrisico’s bij de klant blijven. EV Charging heeft een ander herstelprofiel. Hardware kan een prijsvechter worden, terwijl software, beheer en service de relatie verlengen. Een grote geïnstalleerde basis is waardevol als klanten voor diensten blijven betalen. Anders blijft vooral een cyclische hardwareactiviteit over. Wat moet €12,33 waarmaken? Een koers-winstverhouding op een zwak jaar zegt weinig. De reverse module gebruikt ondernemingswaarde, omzet, EBITDA-marge en multiple. Wie 10 procent jaarlijks koersrendement verlangt, €580 miljoen omzet in 2029 aanneemt, acht keer EBITDA gebruikt en €18 miljoen nettokas verwacht, vraagt een EBITDA-marge van ongeveer 9 procent. Dat ligt boven de aangepaste marge over 2025. Het verschil moet komen uit brutomarge, volume en lagere vaste kosten. Nettokas wordt één keer aan de ondernemingswaarde toegevoegd. Wanneer Alfen juist schuld houdt, daalt de waarde voor het eigen vermogen. Eventuele verwatering moet in het aandelenaantal worden verwerkt. Het verlieslatende risico verdient aandacht. Wanneer herstel langer duurt, kan financiering nodig zijn. Nieuwe schuld verhoogt rente en risico; nieuwe aandelen verdelen toekomstig herstel over meer stukken. Een aantrekkelijk eindmarktverhaal voorkomt geen verwatering wanneer de kas eerder op is. Drie mogelijke paden In het bearscenario groeit de omzet beperkt naar €440 miljoen in 2029, blijft de EBITDA-marge op 4 procent en loopt het aandelenaantal op. De mogelijke koers blijft laag. Het middenscenario gebruikt €580 miljoen omzet, 10 procent marge, acht keer EBITDA en €18 miljoen nettokas. Het gunstige scenario vraagt €720 miljoen omzet, 14 procent marge en een sterke kaspositie. De negen koersen zijn scenario’s, geen koersdoelen. De module rekent omzet, marge, multiple, nettokas en verwaterde aandelen expliciet door. Daardoor wordt zichtbaar welk deel van de opwaartse kans uit echte operationele verbetering komt. Waar het voor beleggers op neerkomt De update van 4 november wordt vooral een toets voor marge en bezetting. Omzetgroei zonder betere brutomarge is minder overtuigend dan een bescheiden omzetverbetering met duidelijke vastekostenabsorptie. Segmentmix verdient daarbij aandacht: iedere activiteit moet haar eigen kapitaal en risico dragen. Volg daarnaast orders, voorraden, projectvoorzieningen en personeelsproductiviteit. Wanneer Alfen meer omzet verwerkt met dezelfde kostenbasis, werkt de hefboom gunstig. Wanneer lage-marginprojecten capaciteit bezetten, kan de omzet groeien zonder dat de vrije kas volgt. Prijsdiscipline is daarbij minstens zo belangrijk als kostenbesparing. Langlopende projecten worden vaak verkocht voordat alle componenten zijn ingekocht en alle uitvoeringsuren vaststaan. Contractuele indexatie kan hogere materiaal- en loonkosten opvangen; een vaste prijs zonder bescherming legt het risico bij Alfen. Ook klantvooruitbetalingen verdienen aandacht. Zij verminderen de financieringsbehoefte tijdens de bouw en maken groei minder afhankelijk van bankkrediet. Een order met iets minder marge maar goede betalingsvoorwaarden kan economisch aantrekkelijker zijn dan een groter project dat maandenlang werkkapitaal opslokt. De segmentrapportage moet uiteindelijk laten zien welke groei werkelijk kapitaalefficiënt is. Bij €12,33 is een deel van de eerdere teleurstelling in de koers verwerkt. Dat maakt de opwaartse hefboom groot wanneer de transformatie werkt. De neerwaartse hefboom blijft eveneens groot wanneer brutomarge en volume achterblijven. Omzetherstel is dus niet het eindpunt. Het moet eerst boven de vaste kosten uitkomen en daarna ook als kas per aandeel zichtbaar worden.
- Zóveel erfenis maakt een onbereikbaar huis bereikbaar
In het kort Een grote erfenis kan het verschil maken tussen blijven wonen en een volgende stap op de woningmarkt. Het CBS laat op 28 september zien dat ontvangers van minstens 50.000 euro vaker hun woonsituatie veranderen, op basis van erfenissen uit 2018. Maar extra geld maakt vooral bestaande woningen bereikbaar en voegt op zichzelf geen huis toe. Voor de ontvanger telt daarom hoeveel van de erfenis werkelijk beschikbaar is; voor de woningmarkt telt wat er met het vrijgekomen huis gebeurt. Een huis kan buiten bereik liggen terwijl de maandlasten op papier best te dragen zijn. Er ontbreekt bijvoorbeeld geld voor het verschil tussen koopprijs en hypotheek, voor de verhuizing of voor noodzakelijke werkzaamheden. Een erfenis kan juist dat gat vullen. Het inkomen verandert niet, maar de koper hoeft minder te lenen en kan kosten betalen die anders een aankoop tegenhouden. Dat maakt de nieuwe CBS-publicatie interessant. Onderzoekers Lydia Geijtenbeek en Aafke Heringa volgen wat kinderen doen nadat een ouder zonder levende partner overlijdt. Het is geen peiling naar voornemens, maar onderzoek met geregistreerde gegevens. Tegelijk blijft het een terugblik: de huidige rente, huizenprijzen en woonwensen kunnen tot andere keuzes leiden dan destijds. Direct naar een onderdeel van dit artikel Wat de vergelijking tussen erfgenamen werkelijk vertelt Extra woonruimte komt niet gelijk bij iedereen terecht Van 50.000 euro blijft niet alles beschikbaar voor de woning Hoeveel erfenis zou een onbereikbaar huis bereikbaar maken Drie mogelijke uitkomsten voor 2027 tot en met 2029 Meer keuze voor erfgenamen vraagt nog steeds om meer woningen Wat de vergelijking tussen erfgenamen werkelijk vertelt De onderzoekers vergelijken kinderen van ouders uit geboortejaren 1936 tot en met 1945 die in 2018 overleden met kinderen van ouders uit dezelfde generatie die in 2022 overleden. Bij grote erfenissen bevat de controlegroep dus óók ontvangers van een grote erfenis, alleen later. De bedragen van 2022 zijn daarvoor omgerekend naar prijspeil 2018. Dat staat in de methodebeschrijving. Dat is nuttiger dan simpelweg rijke en arme huishoudens naast elkaar zetten. Toch is het geen experiment waarbij geld willekeurig wordt uitgedeeld. Een overlijden verandert meer dan de bankrekening: mantelzorg kan eindigen, het ouderlijk huis moet worden afgehandeld en woonwensen kunnen verschuiven. Ook beginnen de groepen niet met exact hetzelfde vermogen. Een verschil achteraf is daarmee een aanwijzing voor de invloed van overlijden en erfenis samen, geen zuivere opbrengst van iedere geërfde euro. Van ongeveer 30.500 onderzochte kinderen had 31 procent een geregistreerde erfenis. Binnen die geregistreerde groep was het middenbedrag 43.000 euro netto, na belastingen en kosten. De grens van 50.000 euro werd door 14 procent van alle onderzochte kinderen bereikt. Die percentages hebben dus verschillende noemers. Bovendien betekent een ontbrekende aangifte niet automatisch dat iemand niets ontving: kleinere bedragen blijven deels buiten beeld, zoals de bijlage over erfenissen uitlegt. Extra woonruimte komt niet gelijk bij iedereen terecht Onder verhuizende ontvangers van minstens 50.000 euro steeg het aandeel in een koopwoning van 72 naar 83 procent, tussen begin 2018 en begin 2021. Bij verhuizers in de vergelijkingsgroep ging het van 71 naar 73 procent. Het gaat dus om mensen die daadwerkelijk verhuisden, niet om alle erfgenamen. Veel ontvangers waren vooraf al eigenaar; het onderzoek beschrijft daarom voor een belangrijk deel doorstroming, niet alleen de eerste aankoop van een huis. Ook in bestaande woningen gebeurt iets. Begin 2021 woonde 25,21 procent van de grote erfgenamen in een woning met zonnepanelen, tegenover 21,34 procent in de vergelijkingsgroep. En de gemiddelde hypotheekschuld daalde tussen begin 2018 en begin 2020 met 13.000 euro, tegenover 3.000 euro bij de controlegroep. Die 10.000 euro verschil is extra schuldafbouw in de vergelijking, geen bewijs dat iedereen precies dat bedrag overmaakte. De resultatentabellen laten groepsgemiddelden zien. Voor een huurder zonder ouderlijk vermogen bestaat die extra ruimte niet vanzelf. Een eigenaar die al overwaarde heeft, kan een erfenis juist combineren met de opbrengst van de eigen woning. Dezelfde loonsverhoging of hypotheekrente werkt daardoor uit op heel verschillende uitgangsposities. Dat is het economische ongemak: vergelijkbare inkomens kunnen tot heel andere woonmogelijkheden leiden, afhankelijk van het vermogen dat binnen een familie beschikbaar komt. De sterkste tegenwerping is dat ouders dit vermogen vaak met sparen en aflossen hebben opgebouwd. Het doorgeven daarvan kan financiële zelfstandigheid bevorderen en onnodige schulden voorkomen. Dat argument staat naast het verschil in kansen. De vraag of nalaten wenselijk is en de vraag wie daardoor makkelijker een huis koopt, zijn twee verschillende vragen. Voor de woningmarkt moet vooral helder blijven dat de betalingsruimte verandert, niet automatisch de hoeveelheid woonruimte. Van 50.000 euro blijft niet alles beschikbaar voor de woning Neem een vereenvoudigd rekenvoorbeeld met 50.000 euro die na afwikkeling en erfbelasting daadwerkelijk beschikbaar is. Dat is een netto erfenis, geen bruto erfdeel waarop nog belasting moet worden ingehouden. Wie 10.000 euro als vrij beschikbare buffer houdt en 8.000 euro uitgeeft aan verhuizing of werkzaamheden, heeft 50.000 − 10.000 − 8.000 = 32.000 euro over voor de aankoop of aflossing. De buffer is niet verdwenen, maar is bewust niet in stenen gestoken. Stel dat die 32.000 euro een even groot stuk lening voorkomt tegen 4 procent rente. De bruto rentebesparing is dan 32.000 × 0,04 = 1.280 euro per jaar, of 106,67 euro per maand. Veronderstellen we uitsluitend voor dit voorbeeld dat 30 procent van die rente anders via belastingvoordeel terugkwam, dan resteert 1.280 × 0,70 = 896 euro netto per jaar, oftewel 74,67 euro per maand. Zonder dat fiscale voordeel is de netto rentebesparing gelijk aan de bruto besparing. Dit is een renteberekening, geen volledige hypotheekberekening. Aflossing, gewijzigde belastinggrondslagen, eventuele vergoedingen en rente op het alternatief aangehouden spaargeld zijn buiten beschouwing gelaten. Ook gebruiken we geen actueel persoonlijk belastingtarief. Bij een annuïteitenhypotheek bestaat de maandbetaling bovendien uit rente én schuldafbouw. Minder maandelijkse aflossing is wel minder kasuitstroom, maar niet op dezelfde manier een kostenbesparing. Voor iemand met weinig reserves kan een buffer meer waarde hebben dan de maximale rentebesparing. Een lekkage, inkomensonderbreking of onverwachte rekening moet nog steeds betaald worden. Bij een al ruime buffer kan minder lenen juist aantrekkelijk zijn. De erfenis geeft keuzevrijheid, maar geld dat eenmaal in de woning zit is minder eenvoudig beschikbaar dan geld op een rekening. Hoeveel erfenis zou een onbereikbaar huis bereikbaar maken Draai de vraag om. In plaats van wat iemand met 50.000 euro kan doen, kijken we hoeveel extra geld nodig is voor een gekozen huis. De Rijksoverheid legt uit dat de maximale hypotheek afhangt van inkomen én woningwaarde, met daarnaast rente en andere verplichtingen. Meer eigen geld verhoogt het salaris niet. Het kan wel de benodigde lening verlagen tot een bedrag dat binnen de grenzen past. Stel de koopprijs op 450.000 euro, de afzonderlijk vastgestelde maximale lening op 360.000 euro en bestaand spaargeld op 25.000 euro. Reserveer daarnaast 15.000 euro voor aankoop en verhuizing en behoud 10.000 euro buffer. Dan is de benodigde netto erfenis 450.000 + 15.000 + 10.000 − 360.000 − 25.000 = 90.000 euro. Met 50.000 euro erfenis ontbreekt nog 40.000 euro. De kostenpost is een aangenomen totaal, geen wettelijk tarief of offerte. Die uitkomst laat ook zien waarom een erfenis niet altijd onmiddellijk tot een aankoop leidt. Een lagere koopprijs, extra sparen of een ander aantoonbaar inkomen kan het verschil overbruggen. Maar alvast bieden alsof een verwachte erfenis beschikbaar is, verwart toekomstig vermogen met financierbaar geld. Een woning in een nalatenschap moet soms eerst worden verkocht en verdeeld. De hoogte van het erfdeel en het moment waarop de euro’s beschikbaar komen zijn afzonderlijke zaken. Drie mogelijke uitkomsten voor 2027 tot en met 2029 Voor hetzelfde fictieve huishouden rekenen we vanaf 1 januari 2027 drie volledige kalenderjaren door, met peildatum 28 september 2026. De woning begint op 450.000 euro. De erfenis van 50.000 euro blijft apart staan tegen aangenomen 2 procent netto aangroei per jaar; het overige spaargeld blijft 25.000 euro. Aankoopkosten en buffer blijven samen 25.000 euro. Dit is een vergelijking van toekomstige financieringstekorten, geen voorspelling van huizenprijzen of een compleet rendementsoverzicht. De formule voor jaar n is: woningprijs × (1 + prijsgroei) tot de macht n, plus kosten en buffer, minus maximale lening, minus bestaand spaargeld, minus erfenis × 1,02 tot de macht n. Alle bedragen zijn nominaal. In het basisscenario stijgt de woningprijs jaarlijks 3 procent en blijft de lening 360.000 euro. Het tekort is eind 2027 ongeveer 52.500 euro, eind 2028 65.385 euro en eind 2029 78.667 euro. De erfenis groeit, maar het prijsverschil groeit sneller. In het rustige alternatief blijft de woningprijs gelijk en verandert de lening niet. Het tekort daalt dan naar 39.000 euro, 37.980 euro en 36.940 euro. In het krappe alternatief stijgt de woningprijs jaarlijks 6 procent en kan het huishouden nog 340.000 euro lenen, bijvoorbeeld door minder leenruimte. Dan loopt het tekort op naar 86.000 euro, 113.600 euro en 142.897 euro. We kennen geen kansen aan deze uitkomsten toe: het zijn samenhangende rekenaannames. De beperking is wezenlijk. Er is geen extra jaarlijkse besparing uit loon opgenomen, evenmin een salarisstijging, huurbetaling, veranderde aankoopkosten of andere belastingdruk. Het model vergelijkt telkens de haalbaarheid van dezelfde beginaankoop, met een prijs die volgens het gekozen pad verandert. Het zegt niet dat direct kopen financieel altijd beter is dan wachten. Een huishouden kan in de tussentijd juist kleiner willen wonen of zijn financiële risico willen beperken. Meer keuze voor erfgenamen vraagt nog steeds om meer woningen Er zijn duidelijke mogelijke winnaars: de ontvanger krijgt meer financiële ruimte, een verkoper kan een koper treffen die minder financiering nodig heeft en een aannemer kan een verbouwing uitvoeren. Wie zonder familievermogen op dezelfde woning biedt, krijgt er mogelijk een sterkere concurrent bij. Of dat ook hogere prijzen veroorzaakt, is hiermee niet vastgesteld. Het CBS onderzoekt in deze publicatie geen effect op huizenprijzen of nieuwbouw, en noemt in de conclusie het belang van vervolgonderzoek naar verhuisketens. Daar staat een serieuze tegenkracht tegenover. Na een overlijden kan een woning beschikbaar komen, en een doorstromer laat vaak zelf woonruimte achter. Een erfenis vergroot dus niet uitsluitend de vraag. Het uiteindelijke effect hangt af van verkoop, bewoning, verdeling over meerdere kinderen en de volgende verhuizingen. Eén euro geërfd vermogen is daarom niet hetzelfde als één euro extra vraag naar nieuwbouw, en één verhuizing is niet hetzelfde als één extra woning. Lees ook: Middenhuur is de ontbrekende trede die de woningmarkt blokkeert. Het oordeel is dat erfenissen vooral veranderen wie een volgende woonstap kan betalen. Ze kunnen schulden verlagen en woningen verbeteren, maar zijn geen zelfstandig antwoord op schaarste. Dat oordeel zou veranderen als vervolgonderzoek laat zien dat vrijgekomen ouderlijke woningen en de daaropvolgende verhuisketens aantoonbaar veel extra toegang voor huishoudens zonder familievermogen opleveren. Tot die tijd blijft voor de individuele koper de belangrijkste rekensom hoeveel geld er ná kosten en buffer beschikbaar is, en welk tekort daarna nog overblijft.
- Snelle productwissels knagen aan de brutomarge van Nvidia
In het kort NVIDIA boekte in het eerste halfjaar van boekjaar 2027 ongeveer $2,1 miljard aan voorzieningen voor voorraad en onvermijdelijke inkoopverplichtingen. Het bedrag is klein naast $96,2 miljard kwartaalomzet, maar laat zien wat snelle productwissels financieel kosten. Het aandeel sloot op vrijdag 25 september om 23.59 uur UTC op $225,07 aan Nasdaq. De beurswaarde ligt rond $5,47 biljoen. Die prijs vraagt dat NVIDIA nieuwe generaties snel uitrolt en tegelijk een brutomarge rond 75 procent vasthoudt. Capaciteit vroeg reserveren voorkomt tekorten. Een wijziging in klantplanning, exportregels of specificaties kan dezelfde verplichting in een afschrijving veranderen. NVIDIA verkoopt meer dan een losse chip. Een AI-systeem combineert versnellers, geheugen, netwerkproducten, software en ondersteuning. Die integratie verkort voor klanten de tijd tussen bestelling en bruikbare rekenkracht. Zij geeft NVIDIA prijszettingsmacht, maar maakt de productketen ook complex. Onderdelen worden maanden vooraf gereserveerd. Terwijl Blackwell in productie is, moeten leveranciers al rekening houden met Rubin. De financiële vraag is hoeveel van die haast als omzet eindigt en hoeveel als verouderde voorraad. Direct naar een onderdeel van dit artikel De datacentermotor verdient de hoge marge Voorraadvoorzieningen meten de prijs van snelheid Een verplichting rendeert alleen wanneer de output wordt gebruikt China en productmix kunnen de marge abrupt veranderen Wat moet $225,07 waarmaken? Drie mogelijke paden voor 2027 tot en met 2029 De datacentermotor verdient de hoge marge Bij de cijfers van 26 augustus meldde NVIDIA $96,2 miljard omzet, 106 procent meer dan een jaar eerder. Datacenter leverde $89,0 miljard en groeide 117 procent. De GAAP-brutomarge bedroeg 75,0 procent en de nettowinst kwam uit op $59,7 miljard. Dat zijn uitzonderlijke cijfers voor een onderneming die fysieke systemen levert. De marge is mogelijk doordat klanten niet alleen silicium kopen. Zij betalen voor een platform dat snel kan worden ingezet, voor software die ontwikkelaars kennen en voor netwerkverbindingen die duizenden chips als één cluster laten werken. Het alternatief is vaak meer eigen ontwikkeling, langere installatie en onzekerheid over prestaties. De keerzijde is concentratie. Een handvol hyperscalers kan tientallen miljarden per jaar investeren en heeft onderhandelingsmacht. Die klanten ontwerpen ook eigen versnellers. NVIDIA hoeft niet iedere werklast te winnen, maar de systemen moeten economisch genoeg blijven om nieuwe generaties te bestellen. Hoge klantwinst is dus uiteindelijk de beste bescherming van NVIDIA's marge. Voorraadvoorzieningen meten de prijs van snelheid Een voorziening ontstaat wanneer onderdelen of inkoopverplichtingen minder bruikbaar blijken dan verwacht. Dat kan komen door een gewijzigd ontwerp, een snellere productovergang, exportbeperkingen of een verschuiving van klantvraag. Het betekent niet dat alle betreffende voorraad waardeloos is. Wel erkent het bedrijf dat een deel van de economische waarde is verdwenen. De halfjaarvoorziening van $2,1 miljard drukt in onze eerste gevoeligheid ongeveer 1,2 procentpunt op de brutomarge bij $177 miljard omzet. De echte verslaggeving is complexer, maar de orde van grootte is leerzaam. Bij een brutomarge van 75 procent kan NVIDIA zo'n last dragen. Bij een lagere verkoopmarge of een grotere productfout wordt hetzelfde bedrag veel zichtbaarder. Het positieve argument is dat vroeg inkopen nodig is. Geavanceerde packaging, high-bandwidth memory en netwerkcomponenten hebben lange levertijden. Wie pas bestelt nadat de klant tekent, levert te laat. Het tegenargument is dat een onderneming met veel prijszettingsmacht gemakkelijk te veel capaciteit reserveert wanneer iedereen maximale groei verwacht. Een verplichting rendeert alleen wanneer de output wordt gebruikt Vooruitbetalingen en afnameverplichtingen zijn geen gewone voorraad in het magazijn. NVIDIA koopt toegang tot schaarse productiecapaciteit. Het rendement hangt af van benutting, verkoopprijs en marge. Bij $20 miljard gereserveerde capaciteit, 90 procent benutting en 75 procent brutomarge ontstaat in ons model veel ruimte. Daalt de benutting naar 60 procent en wordt de helft van het onbenutte deel afgeschreven, dan loopt de economische bijdrage snel terug. Die gevoeligheid raakt niet alleen NVIDIA. Geheugenleveranciers, foundries en assemblagebedrijven investeren op basis van dezelfde vraagverwachting. Een vertraging bij stroomaansluitingen of datacenterbouw kan systemen later in gebruik nemen zonder dat de uiteindelijke vraag verdwijnt. De timing verschuift dan van klant naar leverancier en van omzet naar werkkapitaal. Software en netwerken helpen dit risico te beperken. Een klant die CUDA-software gebruikt en complete netwerkarchitectuur koopt, stapt minder gemakkelijk over naar een ander systeem. Dat vergroot de kans op herhaalvraag. Het maakt NVIDIA niet immuun voor een investeringspauze. Een goed ecosysteem kan een lege stroomaansluiting niet oplossen. China en productmix kunnen de marge abrupt veranderen NVIDIA zei dat de verwachting voor het volgende kwartaal geen datacenteromzet uit China omvatte. Dat is een verstandige scheiding tussen bevestigde vraag en omzet die door exportregels onzeker is. Het laat tegelijk zien dat geopolitiek de beschikbare markt zonder technologische verandering kan verkleinen. Wanneer aangepaste producten voor een specifieke regio worden ontwikkeld, ontstaan extra ontwerpkosten en kans op overtollige onderdelen. Wanneer verkoop helemaal stopt, kan gereserveerde capaciteit naar andere producten worden verschoven, maar niet altijd zonder verlies. Een snelle productcyclus vergroot die gevoeligheid. Het bedrijf heeft minder tijd om een oude configuratie alsnog te verkopen. De marge hangt ook af van mix. Complete systemen en netwerkproducten kunnen een andere marge hebben dan losse accelerators. Een klant kan meer omzet opleveren en toch de gemiddelde marge verlagen. Daarom is alleen omzetgroei onvoldoende. De komende kwartalen moeten brutowinst, voorraad en inkoopverplichtingen in dezelfde richting bewegen. Wat moet $225,07 waarmaken? De actuele winst per aandeel ligt rond $7,97. Bij 10 procent gewenst jaarlijks koersrendement en 24 keer winst als eindmultiple is in september 2029 ongeveer $12,48 winst per aandeel nodig. Dat is grofweg 16 procent groei per jaar vanaf de huidige basis. Bij achttien keer winst loopt de opdracht op tot ruim $16,60. Bij dertig keer winst kan een lagere winstgroei volstaan, maar blijft de belegger afhankelijk van een hoge waardering. De reverse module verwerkt verwatering en inkoop in de winst per aandeel. Aandelenbeloning wordt dus niet nog eens van de berekende koers afgetrokken. De nettokas wordt evenmin dubbel toegevoegd. De prijs verlangt vooral dat het producttempo de vraag versnelt zonder dat voorraadlasten en margedruk dezelfde winst weer wegnemen. Drie mogelijke paden voor 2027 tot en met 2029 In het bearscenario groeit de winst per aandeel naar $8,20, $8,60 en $9,00 en daalt de P/E van 24 naar twintig. De mogelijke koersen zijn ongeveer $197, $189 en $180. NVIDIA blijft dan een zeer winstgevend bedrijf, maar productovergangen, exportbeperkingen en lagere investeringen normaliseren de waardering. Het middenscenario gebruikt $9,60, $11,50 en $13,80 winst per aandeel met multiples van 28, 26 en 24. Dat geeft ongeveer $269, $299 en $331. Het gunstige pad vraagt $11,00, $14,50 en $18,50 winst per aandeel en blijvend hoge waardering. De uitkomsten liggen rond $352, $435 en $518. Dit zijn modeluitkomsten in dollars. Het kleine dividend is niet apart meegerekend. Lees ook: waarom een handvol hyperscalers de $96,2 miljard kwartaalomzet van NVIDIA kan maken én breken NVIDIA kan zich meer voorraadrisico permitteren dan vrijwel iedere andere chiponderneming, omdat de marge en kasstroom uitzonderlijk zijn. Toch verdient de last van $2,1 miljard aandacht. Zij is de meetbare prijs van een strategie die snelheid boven voorzichtigheid zet. Bij $225,07 moet die snelheid vaker in herhaalorders eindigen dan in afschrijvingen. Foto: Jensen Huang bij NVIDIA Vera Rubin-systemen, officieel NVIDIA-bedrijfsarchief.
- TSMC zet koers naar een recordkwartaal en september beslist
In het kort De omzetmachine draait harder. TSMC meldde voor augustus 2026 een omzet van NT$514,8 miljard, 53,3 procent meer dan een jaar eerder. Over de eerste acht maanden kwam de groei uit op 39,3 procent. Dat is een uitzonderlijk tempo voor een bedrijf met deze omvang. Het kwartaal is nog niet af. Juli en augustus samen leverden NT$982,4 miljard op. Wie voor het derde kwartaal met NT$1.498 miljard rekent, heeft nog ongeveer NT$515,6 miljard nodig in september. De precieze uitkomst hangt bovendien af van de vertaling tussen Taiwanese dollar en Amerikaanse dollar. De koers bevat al veel succes. Bij $450,61 per ADS moet de winst per ADS nog jaren stevig groeien als de waardering in 2029 niet hoog blijft. De operationele prestaties zijn sterk, maar de marge tussen een uitstekend bedrijf en een aantrekkelijk aandeel wordt kleiner naarmate de prijs stijgt. TSMC publiceert iedere maand omzet. Dat maakt het verleidelijk om één sterk cijfer meteen door te trekken naar een heel jaar. De melding over augustus verdient aandacht, maar niet als losse recordkaart. De nuttige vraag is hoeveel van de kwartaalverwachting na juli en augustus al binnen is, hoeveel september nog moet leveren en welke winstgroei de huidige beurskoers uiteindelijk veronderstelt. Op vrijdag 25 september sloot de Amerikaanse ADS op $450,61. Eén ADS vertegenwoordigt vijf gewone aandelen van TSMC in Taiwan. Die constructie voegt een extra laag toe aan de waardering: naast de bedrijfsresultaten tellen de koers in Taipei, de wisselkoers en een eventuele premie op de Amerikaanse notering mee. Direct naar een onderdeel van dit artikel Augustus was sterk, maar september maakt het kwartaal Het verdienmodel is een fabriek met software-achtige macht De Amerikaanse ADS kan duurder zijn dan Taipei Wat moet TSMC waarmaken? Het tegenargument is sterker dan alleen concurrentie Drie jaar, negen mogelijke koersen Augustus was sterk, maar september maakt het kwartaal Volgens TSMC's maandelijkse omzetoverzicht bedroeg de omzet in juli NT$467,6 miljard en in augustus NT$514,8 miljard. Samen is dat NT$982,4 miljard. Het tweede getal was 53,3 procent hoger dan in augustus 2025. De groei over januari tot en met augustus bedroeg 39,3 procent. Dat vertelt twee dingen. Ten eerste blijft de vraag naar geavanceerde chips en productiecapaciteit hoog. Ten tweede kan een vergelijking met één maand grillig zijn. Het moment waarop wafers worden afgerekend, de productmix en de Taiwanese dollar kunnen de gerapporteerde omzet verschuiven. Een belegger heeft daarom meer aan de kwartaalbrug dan aan het losse groeipercentage. De module hieronder begint met een kwartaaldoel van NT$1.498 miljard. Dat is een rekenpunt, geen nieuwe bedrijfsprognose. Zet het doel hoger of lager en de benodigde septemberomzet verandert direct. Zo wordt zichtbaar of de laatste maand vooral een normale afronding moet worden of opnieuw een recordachtige bijdrage vereist. Een benodigde septemberomzet rond NT$516 miljard zou iets boven augustus liggen en duidelijk boven juli. Dat is haalbaar binnen de recente bandbreedte, maar niet vanzelfsprekend. Het belangrijkste is dat twee sterke maanden de onzekerheid verkleinen zonder haar weg te nemen. Een vertraging in smartphonechips kan bijvoorbeeld deels worden opgevangen door AI-versnellers, terwijl een ongunstige productmix juist op de marge drukt. Het verdienmodel is een fabriek met software-achtige macht TSMC ontwerpt doorgaans niet de chips die consumenten kennen. Het bedrijf bouwt ze voor klanten die zelf ontwerpen, zoals leveranciers van processors, grafische chips en smartphonechips. De waarde zit in het productieproces: steeds kleinere structuren, hoge opbrengst per wafer en het vermogen om miljarden transistoren betrouwbaar te produceren. Die positie is moeilijk na te bouwen. Een nieuwe fabriek kost tientallen miljarden dollars, maar geld alleen is niet genoeg. Proceskennis, machines, materiaalrecepten, kwaliteitscontrole en jarenlange samenwerking met ontwerpers bepalen hoeveel bruikbare chips uit een wafer komen. Een concurrent kan dezelfde lithografiemachine bestellen en toch een lagere opbrengst behalen. Dat geeft TSMC prijszettingsmacht. Tegelijk blijft het een kapitaalintensief bedrijf. Nieuwe fabrieken in Taiwan, de Verenigde Staten, Japan en Europa vragen geld voordat ze op volle bezetting draaien. De economische winst van een nieuwe lijn hangt daardoor af van drie zaken: bezetting, marge en de tijd die nodig is om het geïnvesteerde kapitaal terug te verdienen. De volgende rekentool laat zien hoeveel extra omzet een jaarlijkse investering moet dragen bij een gekozen rendement en operationele marge. Het is geen voorspelling van TSMC's investeringsbudget. Het maakt wel duidelijk waarom een recordomzet alleen waarde creëert als de nieuwe capaciteit ook voldoende winst oplevert. Bij $50 miljard investering, 15 procent gewenst rendement en 45 procent operationele marge is ongeveer $16,7 miljard extra jaaromzet nodig om dat rendement op de gekozen basis te dragen. In werkelijkheid komt de opbrengst over meerdere jaren en heeft een fabriek restwaarde. Toch is de richting belangrijk: hoe hoger de investeringen, hoe minder ruimte er is voor een langdurige dip in bezetting. De Amerikaanse ADS kan duurder zijn dan Taipei Veel Europese beleggers kopen TSMC via de Amerikaanse ADS. Eén ADS staat voor vijf gewone aandelen. In theorie is de waarde dus vijfmaal de Taiwanese koers, omgerekend tegen de wisselkoers. In de praktijk kunnen vraag, openingstijden, transactiekosten en marktrestricties een verschil veroorzaken. Dat verschil is geen gratis winst. Een premie kan verdwijnen als de Taiwanese notering stijgt, de dollar verzwakt of de Amerikaanse vraag afneemt. Andersom kan de ADS-premie oplopen als Amerikaanse beleggers sneller willen kopen dan arbitrageurs het verschil sluiten. Wie alleen naar de ADS-koers kijkt, mist daardoor een deel van het verhaal. De standaardwaarden in de module zijn illustratief en niet bedoeld als actuele Taipei-notering. Vul de lokale slotkoers en wisselkoers in om te zien welk deel van $450,61 door de onderliggende aandelen wordt verklaard. Juist bij grote koersbewegingen kan dit onderscheid helpen om bedrijfsnieuws van noteringseffecten te scheiden. Wat moet TSMC waarmaken? De waardering kan het best achterstevoren worden gelezen. Een koers van $450,61 en een gewenst jaarlijks koersrendement van 9 procent leiden na drie jaar tot ongeveer $583 per ADS. Bij een eindwaardering van 26 keer de winst is dan ongeveer $22,42 winst per ADS nodig. Dat cijfer is geen winstprognose. Het is de prestatie die bij de gekozen aannames hoort. De module gebruikt $13,80 als aanpasbare winstbasis. Vanaf dat niveau moet de winst per ADS met ongeveer 17,6 procent per jaar groeien om in 2029 uit te komen op de vereiste winst. Een hogere eindmultiple verlaagt de vereiste winst, maar maakt de belegger afhankelijker van blijvend optimisme. Een lager gewenst rendement verlaagt de lat eveneens, maar vermindert de veiligheidsmarge. De winstgroei kan komen uit meer wafers, een duurdere productmix, betere opbrengst per wafer en prijsverhogingen. Ze kan worden afgeremd door opstartkosten, een sterkere Taiwanese dollar, lagere bezetting of druk van klanten. Vooral die laatste twee zijn relevant wanneer veel vraag uit één technologiecyclus komt. AI kan jarenlang groeien, maar ook sterke klanten onderhandelen over prijs en leveringsvoorwaarden. Het tegenargument is sterker dan alleen concurrentie Het makkelijkste bear-verhaal is dat Samsung of Intel marktaandeel wint. Dat risico bestaat, maar het is niet het enige en mogelijk niet het belangrijkste. Een groter gevaar is dat de klanten van TSMC hun eigen economische rendement niet halen. Als datacenters te weinig worden benut of AI-diensten minder snel geld verdienen dan verwacht, kan de ordergroei vertragen voordat een concurrent technologisch langszij komt. Daarnaast heeft TSMC geopolitieke risico's die niet in een normale winstmultiple passen. Het grootste deel van de geavanceerde productie blijft verbonden aan Taiwan. Uitbreiding buiten Taiwan spreidt de productie, maar buitenlandse fabrieken kunnen duurder zijn. Een hogere kostprijs kan worden doorberekend, gedeeld met overheden of door TSMC worden gedragen. Iedere keuze heeft een ander effect op marge en kapitaalrendement. Het positieve tegenargument is dat TSMC niet hoeft te voorspellen welke chipontwerper wint. Zolang de leidende ontwerpen bij dezelfde fabrikant terechtkomen, verdient TSMC aan de totale vraag. De onderneming verkoopt de schaarsste stap in de keten: betrouwbare productie op schaal. Drie jaar, negen mogelijke koersen De scenario's hieronder vermenigvuldigen een winst per ADS met een koers-winstverhouding. Ze geven voor september 2027, 2028 en 2029 een bear-, midden- en gunstig pad. Inkoop en verwatering zijn al verwerkt in de winst per ADS. Dividend telt niet mee. De uitkomsten zijn mogelijke koersen, geen koersdoelen en geen waarschijnlijkheden. In het bear-scenario groeit de winst weinig en daalt de multiple van 23 naar 20. In het middenscenario stijgt de winst per ADS van $15,30 naar $20,60, terwijl de multiple geleidelijk van 29 naar 26 gaat. Het gunstige scenario combineert sterke winstgroei met een nog altijd hoge waardering. Met de schuiven kan de winst of multiple voor alle scenario's worden aangepast. De uitkomst is duidelijk. TSMC kan operationeel uitstekend blijven en toch een matig beursrendement opleveren als de waardering normaliseert. Omgekeerd kan een hoge prijs worden gerechtvaardigd wanneer augustus geen uitschieter is, nieuwe capaciteit snel wordt gevuld en de winst per ADS lang harder groeit dan de markt. Lees ook: TSMC groeit 53,3% in augustus en de fabriek achter de AI-boom kan de vraag nauwelijks bijhouden
- Is NexGen Energy een koopje of een valstrik na de lof van JPMorgan?
In het kort: JPMorgan ziet ruim 50 procent koerspotentieel door de uitzonderlijke kwaliteit van Rook I. NexGen heeft vergunningen en financiering, maar genereert voorlopig nog geen uraniumomzet. Het potentieel is groot, terwijl bouwkosten, uraniumprijzen en verwatering belangrijke risico's blijven. Een koersdoel dat ruim 50 procent boven de beurskoers ligt, trekt vanzelf de aandacht. JPMorgan begon recent met het volgen van NexGen Energy en plakte direct een Overweight advies en koersdoel van $14 op het uraniumaandeel. De bank wijst vooral naar Rook I, een enorme uraniummijn die NexGen momenteel bouwt in het Canadese Saskatchewan. Dat optimisme is begrijpelijk. NexGen bezit een uitzonderlijk hoogwaardige uraniumvoorraad, heeft de belangrijkste vergunningen binnen en is daadwerkelijk met de bouw begonnen. Tegelijk koopt een belegger vandaag nog geen winstgevende mijnbouwer. NexGen heeft geen operationele omzet en moet eerst miljarden investeren voordat Rook I geld gaat verdienen. Dat maakt het aandeel interessant, maar fundamenteel anders dan een gevestigde producent. JPMorgan geeft een Overweight advies en koersdoel van $14 voor het uraniumaandeel: Bron: CNBC Waarom is JPMorgan zo positief over NexGen Energy? JPMorgan ziet vooral een combinatie die binnen de uraniummarkt schaars is: hoge kwaliteit, enorme schaal en een relatief veilige jurisdictie. Volgens de bank heeft Rook I een uraniumgehalte boven 2 procent en kan het project uiteindelijk meer dan 10 procent van de markt bedienen. Bovendien ligt de mijn in Canada en zijn de belangrijkste vergunningen inmiddels verkregen. Dat laatste is belangrijker dan het misschien klinkt. Veel veelbelovende mijnbouwprojecten blijven jarenlang hangen tussen ontdekking, vergunningen, financiering en daadwerkelijke bouw. NexGen ontving in maart 2026 van de Canadian Nuclear Safety Commission toestemming om de locatie voor te bereiden en de mijn te bouwen. Daarmee verdween een van de grootste onzekerheden rond het project. De bouw van Rook I is inmiddels officieel gestart en NexGen rekent op ongeveer vier jaar bouwtijd. De mijn mag uiteindelijk tot 30 miljoen pond uranium per jaar produceren. Dat staat volgens het bedrijf gelijk aan meer dan 20 procent van de huidige wereldwijde primaire uraniumproductie. JPMorgan kijkt dus niet naar de winst van volgend kwartaal. De bank waardeert vooral wat Rook I kan worden wanneer de mijn rond het einde van dit decennium operationeel is. Hoe sterk is Rook I werkelijk? Rook I behoort qua uraniumgehalte en omvang tot de opvallendste projecten die momenteel worden ontwikkeld. Het Arrow deposit bevat volgens NexGen 209,6 miljoen pond gemeten uraniumbronnen met een gemiddeld gehalte van 4,35 procent. Daarnaast zijn er nog tientallen miljoenen ponden aan indicated en inferred resources. Een hoog uraniumgehalte is economisch belangrijk. Een mijn hoeft relatief minder gesteente te verwerken om dezelfde hoeveelheid uranium te produceren. Dat kan uiteindelijk lagere productiekosten opleveren en geeft een project meer bescherming wanneer uraniumprijzen dalen. De schaal maakt het verhaal nog interessanter. Rook I is vergund voor maximaal 30 miljoen pond productie per jaar. Ter vergelijking, dat is meer dan de vergunde capaciteit van enkele van de bekendste bestaande uraniummijnen. NexGen positioneert Rook I daardoor niet als een kleine nieuwe producent, maar als potentiële nieuwe pijler van de westerse uraniumvoorziening. Daar zit ook mijn belangrijkste observatie. Beleggers kopen NexGen eigenlijk als een toekomstige uraniumproducent, terwijl het bedrijf boekhoudkundig nog een ontwikkelaar is. Iedere stap richting productie kan daardoor een deel van de ontwikkelingskorting uit de waardering halen, zonder dat er al één pond uranium uit Rook I verkocht hoeft te worden. Rook I is vergund voor maximaal 30 miljoen pond productie per jaar: Bron: Bedrock Wat vertellen de laatste kwartaalcijfers? De kwartaalcijfers van NexGen moet je anders lezen dan bij een normaal bedrijf, want NexGen heeft nog geen omzet. De financiële gezondheid draait voorlopig vooral om liquiditeit, investeringen en de vraag hoeveel kapitaal nodig is om Rook I naar productie te brengen. Eind juni beschikte NexGen over C$756 miljoen cash en C$214 miljoen aan kortlopende beleggingen. Daartegenover stonden C$684 miljoen totale verplichtingen. De balans bevat daarnaast voor C$341 miljoen strategische uraniumvoorraad en een belang in IsoEnergy met een boekwaarde van ongeveer C$181 miljoen. De nettowinst van C$74,5 miljoen in het tweede kwartaal ziet er op het eerste gezicht sterk uit, maar geeft een misleidend beeld van de operationele prestaties. Een groot deel kwam door een boekhoudkundige waardeverandering van converteerbare obligaties van C$96,5 miljoen. Over de eerste zes maanden van 2026 verloor NexGen nog C$81,5 miljoen. Kasstromen zijn daarom belangrijker. In het eerste halfjaar gebruikte NexGen C$20,5 miljoen voor operationele activiteiten, C$88,6 miljoen voor exploratie en evaluatie en C$54,5 miljoen voor investeringen in mijnbouwbezittingen en installaties. NextGen Energy balans Q2 2026: Bron: NextGen Energy Waar zitten de grootste risico's? De grootste onzekerheid is nu uitvoering. Rook I moet volgens het huidige plan ongeveer vier jaar worden gebouwd. Mijnbouwprojecten van deze omvang kunnen te maken krijgen met hogere bouwkosten, personeelstekorten, technische problemen en vertragingen. Financiering verdient eveneens aandacht. NexGen haalde in oktober 2025 ongeveer C$949 miljoen bruto op via nieuwe aandelen. Het aantal uitstaande aandelen steeg van ongeveer 569 miljoen eind 2024 naar ruim 670 miljoen eind juni 2026. Dat betekent dat bestaande aandeelhouders al aanzienlijke verwatering hebben meegemaakt. Daarnaast staan er converteerbare obligaties uit met een hoofdsom van US$360 miljoen en een rente van 9 procent. NexGen zegt zelf dat aanvullende financiering nodig zal zijn om de ontwikkeling van zijn projecten voort te zetten. De huidige liquiditeit is dus stevig, maar beleggers moeten niet aannemen dat hiermee automatisch de volledige weg naar productie is gefinancierd. En uiteindelijk blijft uranium de economische motor. Hogere uraniumprijzen kunnen de toekomstige kasstromen van Rook I sterk vergroten. Een langdurige prijsdaling werkt precies andersom. Verwatering van bestaande aandeelhouders kan de koers drukken: Bron: TradingView Heeft JPMorgan gelijk over het potentieel van NexGen? Ik vind het optimisme van JPMorgan fundamenteel goed te verdedigen, maar het koersdoel van $14 vereist dat verschillende puzzelstukken tegelijk goed vallen. Rook I heeft schaal, hoge uraniumgehaltes, de bouwvergunning en inmiddels daadwerkelijke bouwwerkzaamheden. Daarmee is het project aanzienlijk verder dan veel uraniumprojecten die nog vooral op papier bestaan. De balans geeft NexGen bovendien tijd om vooruitgang te boeken. De combinatie van ongeveer C$970 miljoen cash en kortlopende beleggingen, fysieke uraniumvoorraad en het belang in IsoEnergy geeft financiële flexibiliteit. Daartegenover staan forse toekomstige investeringen en het risico van verdere aandelenuitgiftes. Voor mij zit de aantrekkingskracht daarom niet in het exacte koersdoel van JPMorgan, maar in de verandering die de komende vier jaar kan plaatsvinden. NexGen moet transformeren van een bedrijf zonder omzet naar eigenaar van potentieel een van de grootste uraniumproducties ter wereld. Lukt de bouw binnen een beheersbaar budget en blijft uranium structureel schaars, dan kan de huidige waardering uiteindelijk ruimte laten voor forse waardecreatie. Iedere vertraging, kostenoverschrijding of tegenvallende financiering maakt dezelfde hefboom echter gevaarlijk in de andere richting. Wat beleggers moeten weten: Waarom ziet JPMorgan zoveel potentieel in NexGen Energy? Rook I combineert uitzonderlijk hoogwaardig uranium, enorme productieschaal en een locatie in Canada. Bovendien is de bouw inmiddels begonnen. Maakt NexGen Energy momenteel winst uit uranium? Nee. NexGen bevindt zich nog in de ontwikkelingsfase en heeft geen operationele omzet. De kwartaalwinst werd sterk beïnvloed door boekhoudkundige waardeveranderingen. Wat is het belangrijkste risico bij het NexGen Energy aandeel? De komende jaren moeten miljarden worden geïnvesteerd voordat Rook I produceert. Kostenoverschrijdingen, vertragingen, lagere uraniumprijzen en verdere verwatering kunnen daardoor zwaar op het aandeel wegen.
- Goldman ziet een nieuwe groeimotor bij deze Braziliaanse bank
In het kort: Goldman Sachs ziet bijna 70 procent koerspotentieel door Nu's Amerikaanse expansie. Nu combineert snelle klantengroei met stijgende winstgevendheid en een ROE van 33 procent. De Verenigde Staten bieden enorme kansen, maar kunnen Nu's goedkope groeimodel zwaar testen. Een Braziliaanse digitale bank die 139 miljoen klanten heeft opgebouwd, meer dan $1 miljard kwartaalwinst verdient en nu de grootste consumentenmarkt ter wereld wil aanvallen, klinkt bijna te ambitieus. Toch is dat precies waar Nu Holdings, het moederbedrijf achter Nubank, aan begint. Goldman Sachs denkt dat de stap naar de Verenigde Staten het aandeel opnieuw kan aanjagen en hanteert een koersdoel van $23. Vanaf ongeveer $13,60 betekent dat bijna 70 procent koerspotentieel. De redenering van Goldman is eenvoudig. De Amerikaanse markt voor consumentenkrediet bedraagt volgens de bank ongeveer $1,5 biljoen, zeven keer de omvang van Brazilië. Iedere 2 procent marktaandeel in de Verenigde Staten kan volgens Goldman uiteindelijk ongeveer $500 miljoen extra winst opleveren. Dat klinkt spectaculair, maar de echte vraag is niet hoe groot Amerika is. De vraag is of Nu zijn extreem goedkope Latijns Amerikaanse model kan exporteren naar een veel competitievere markt. Waarom is Goldman Sachs zo positief over Nu Holdings? Goldman ziet de Amerikaanse expansie vooral als een nieuwe groeimotor bovenop een bedrijf dat al uitzonderlijk snel groeit. Nu Holdings begon in Brazilië als digitale uitdager van traditionele banken en bouwde vervolgens activiteiten op in Mexico en Colombia. Het model draait vrijwel volledig digitaal, waardoor Nu veel minder fysieke infrastructuur nodig heeft dan klassieke banken. Die kostenstructuur is cruciaal. Nu telt inmiddels 139 miljoen klanten, tegenover 65 miljoen vier jaar geleden. Tegelijk steeg de gemiddelde maandelijkse omzet per actieve klant van ongeveer $8 naar $17. De bruto omzet groeide over dezelfde periode van $1,2 miljard naar $5,9 miljard per kwartaal. Kerncijfers Q2 2026 NU: Bron: NU Daarmee heeft Nu iets bereikt wat bij snelgroeiende fintechbedrijven lang niet vanzelfsprekend is: schaal heeft de winstgevendheid juist verbeterd. De efficiency ratio, operationele kosten als percentage van de relevante inkomsten, daalde van 50 procent in het tweede kwartaal van 2022 naar ongeveer 20 procent in het tweede kwartaal van 2026. De nettowinst ging tegelijkertijd van een verlies van $30 miljoen naar ruim $1 miljard. Dat verklaart waarom Goldman denkt dat hetzelfde model in Amerika interessant kan worden. Als Nu klanten digitaal en tegen relatief lage kosten kan aantrekken, hoeft zelfs een klein marktaandeel financieel groot te worden. Hoe sterk zijn de laatste cijfers van Nu Holdings? De laatste kwartaalcijfers ondersteunen het groeiverhaal opvallend goed. Nu rapporteerde over het tweede kwartaal een bruto omzet van $5,88 miljard, 39 procent hoger op valutaneutrale basis dan een jaar eerder. De brutowinst steeg zelfs 43 procent naar $2,44 miljard. De nettowinst kwam uit op $1,06 miljard, tegenover $637 miljoen een jaar eerder. Op valutaneutrale basis groeide de winst 49 procent. Misschien nog belangrijker is het rendement op eigen vermogen, of ROE. Dat bedroeg 33 procent, uitzonderlijk hoog voor een bank en een belangrijk bewijs dat Nu niet alleen groeit, maar zijn kapitaal ook efficiënt inzet. Ook de kredietportefeuille groeit stevig. Deze bereikte $39,4 miljard, 37 procent hoger dan een jaar eerder op valutaneutrale basis. Daarvan bestaat ongeveer 66 procent uit creditcards, 26 procent uit ongedekte leningen en 8 procent uit gedekte kredieten. Deposito's stegen ondertussen 18 procent naar $45,3 miljard. Een interessant cijfer, de gemiddelde maandelijkse omzet per actieve klant steeg 22 procent naar $17,10, terwijl de maandelijkse kosten om die klant te bedienen slechts ongeveer $1 bedragen. Dat verschil laat precies zien waarom schaal zo krachtig is binnen het bedrijfsmodel van Nu. De kredietportefeuille bereikte een waarde van $39,4 miljard, 37 procent hoger dan een jaar eerder: Bron: NU Kan Amerika echt de volgende groeimotor worden? De Verenigde Staten kunnen enorm worden, maar Nu hoeft daar niet onmiddellijk groot te worden om verschil te maken. Goldman berekent dat iedere 2 procent Amerikaans marktaandeel ongeveer $500 miljoen aan extra winst kan opleveren. Vergeleken met de huidige kwartaalwinst van iets meer dan $1 miljard is dat financieel relevant. Toch vind ik Mexico minstens zo belangrijk voor het beoordelen van deze Amerikaanse ambitie. Nu had daar in juli al 16 miljoen klanten en noemt zichzelf inmiddels de grootste digitale bank van Mexico. Van die klanten had 35 procent voor Nu geen bankrekening en 52 procent geen creditcard. Het bedrijf bereikt bovendien 98 procent van de Mexicaanse gemeenten. Mexico bewijst dat Nu buiten Brazilië kan opschalen, maar Amerika is een ander spel. Amerikaanse consumenten kunnen al kiezen uit sterke digitale aanbiedingen van JPMorgan, Capital One, SoFi, Chime en talloze andere financiële spelers. Nu moet daar dus niet alleen mensen toegang tot financiële diensten geven, maar klanten overtuigen om van bestaande aanbieders over te stappen. Mijn belangrijkste observatie is daarom dat Amerika voorlopig meer een goedkope optie binnen de waardering is dan de kern van de belegging. Nu hoeft de Amerikaanse markt niet snel te veroveren om verder te groeien. Brazilië, Mexico en Colombia bieden zelf nog aanzienlijke ruimte. Slaagt Amerika wel, dan ontstaat een extra groeilaag die vandaag nauwelijks in de bestaande winstcijfers zichtbaar is. Waar zitten de grootste risico's voor Nu Holdings? Kredietrisico blijft het belangrijkste financiële gevaar. De achterstallige leningen van meer dan 90 dagen stegen in het tweede kwartaal van 6,5 naar 6,9 procent. Tegelijk daalde de vroegere achterstand tussen 15 en 90 dagen van 5,0 naar 4,8 procent. Nu stelt dat de onderliggende kredietkwaliteit robuust blijft, maar bij snelle kredietgroei verdient dit cijfer voortdurend aandacht. NU benadrukt dat de onderliggende kredietkwaliteit robuust blijft: Bron: NU De Amerikaanse expansie brengt daarnaast een ander risico mee: marketingkosten. Goldman wijst hier expliciet op. De waardelogica werkt alleen wanneer Nu klanten tegen relatief lage kosten kan binnenhalen. Moet het bedrijf jarenlang miljarden uitgeven om Amerikaanse consumenten weg te lokken bij bestaande banken, dan kan de expansie juist tijdelijk de marges drukken. De balans biedt wel ruimte. Nu rapporteerde een totale kapitaalpositie van $9,1 miljard, waaronder $2,9 miljard cash en effecten op holdingniveau. De beschikbare financiering van $41,8 miljard lag bovendien ruim boven de netto kredietportefeuille van $23,9 miljard. Heeft Goldman Sachs gelijk over het potentieel van Nu Holdings? Het optimisme van Goldman Sachs vind ik inhoudelijk goed te begrijpen, maar ik zou het koersdoel van $23 niet laten afhangen van Amerika. De bestaande onderneming groeit al snel genoeg om het beleggingsverhaal te dragen. Nu heeft 139 miljoen klanten, een snelgroeiende kredietportefeuille, stijgende omzet per klant en inmiddels meer dan $1 miljard kwartaalwinst. Vooral de ROE van 33 procent laat zien dat dit allang geen fintechbedrijf meer is dat groei koopt met verliezen. Goldman Sachs ziet 70% potentieel naar $23: Bron: TradingView Amerika kan het verschil maken tussen sterke groei en een veel groter wereldwijd platform. Goldmans berekening van $500 miljoen extra winst per 2 procent marktaandeel maakt duidelijk hoe groot de hefboom kan worden. Maar marktomvang is geen marktaandeel. De komende jaren wil ik daarom vooral zien hoeveel Amerikaanse klanten Nu aantrekt, hoeveel dat per klant kost en of de kredietkwaliteit overeind blijft. Voor mij is het koerspotentieel dat Goldman schetst niet onrealistisch, zeker omdat Nu tegen een forward P/E van ongeveer 15 handelt. Voor een bank die nog altijd snel groeit, een ROE van 33 procent behaalt en de winst stevig verhoogt, vind ik die waardering niet buitensporig. De belangrijkste groeimotor blijft voorlopig Latijns Amerika, met vooral Mexico als grote kans. Als Nu daar verder opschaalt en tegelijk bewijst dat zijn lage kostenmodel ook in de Verenigde Staten werkt, kan de markt het aandeel opnieuw tegen een hogere waardering gaan prijzen. Wat beleggers moeten weten: Waarom ziet Goldman Sachs bijna 70 procent koerspotentieel voor Nu Holdings? Goldman ziet vooral potentieel in de Amerikaanse markt van ongeveer $1,5 biljoen. Iedere 2 procent marktaandeel kan volgens de bank circa $500 miljoen extra winst opleveren. Hoe sterk zijn de financiële cijfers van Nu Holdings? Nu verdiende afgelopen kwartaal $1,06 miljard en behaalde een ROE van 33 procent. De bruto omzet groeide op valutaneutrale basis 39 procent. Wat is het grootste risico voor het aandeel Nu Holdings? Amerikaanse expansie kan veel duurder worden dan in Latijns Amerika. Daarnaast moeten beleggers kredietverliezen scherp volgen wanneer de kredietportefeuille snel blijft groeien.
- Hoeveel houdt Uber over van 58 miljard dollar aan boekingen?
In het kort Uber verwerkte in het tweede kwartaal $58,0 miljard aan brutoboekingen, het totaal dat klanten via het platform uitgaven. Daarvan werd $14,2 miljard omzet en $2,8 miljard aangepaste EBITDA. Het aandeel sloot op vrijdag 25 september om 23.58 uur UTC op $69,62 aan de NYSE. Bij die prijs bedraagt de beurswaarde ongeveer $143 miljard. De waardering vraagt niet dat Uber iedere klantendollar als omzet boekt. Zij vraagt wel dat een groter deel van iedere extra rit uiteindelijk als vrije kas per aandeel overblijft. Dat lukt alleen als groei van gebruikers, ritfrequentie en prijs de kosten van chauffeurs, verzekering, promoties en technologie ruim overtreft. Uber is een marktplaats en dat maakt de bovenste regel van de rekening misleidend. Een passagier betaalt bijvoorbeeld $30 voor een rit, maar een groot deel daarvan is bestemd voor de chauffeur, belastingen, tol en andere kosten. De brutoboeking meet de omvang van het verkeer op het platform. Omzet meet wat Uber volgens de verslaggevingsregels zelf houdt. Aangepaste EBITDA laat vervolgens zien wat daarvan resteert vóór onder meer rente, belasting, afschrijvingen en bepaalde correcties. De stap van $58,0 miljard naar $2,8 miljard is daarom geen zwakte. Zij is de economische trechter die bepaalt hoeveel waarde schaal werkelijk creëert. Direct naar een onderdeel van dit artikel Meer ritten zijn pas waardevol wanneer de trechter breder wordt Gebruikersgroei en frequentie hebben niet dezelfde kwaliteit Vrije kasstroom moet per aandeel groeien Wat moet $69,62 waarmaken? Drie mogelijke paden voor 2027 tot en met 2029 Meer ritten zijn pas waardevol wanneer de trechter breder wordt Bij de kwartaalcijfers van 5 augustus meldde Uber 3,9 miljard ritten, 18 procent meer dan een jaar eerder. Het aantal maandelijks actieve platformgebruikers groeide 16 procent. Het aantal ritten per gebruiker nam met ongeveer 2 procent toe. Dat is een gezonde combinatie: er komen nieuwe mensen bij en bestaande gebruikers openen de app iets vaker. De brutoboekingen stegen 24 procent naar $58,0 miljard. De omzet groeide 12 procent naar $14,2 miljard. Die percentages hoeven niet gelijk te lopen. Uber veranderde in sommige markten de presentatie van betalingen aan chauffeurs, waardoor een groter deel als vermindering van omzet wordt geboekt. Ook de mix tussen Mobility en Delivery telt. Een euro restaurantbestelling heeft een andere opbrengst voor Uber dan een euro ritprijs. Voor aandeelhouders is de aangepaste EBITDA interessanter. Die steeg 33 procent naar $2,8 miljard en dus sneller dan de boekingen. Dat is operationele hefboom: de centrale app, betaalinfrastructuur en ontwikkelkosten hoeven niet even snel mee te groeien met iedere extra transactie. De eerste module laat zien hoe boekingen, netto-opbrengst en marge samenkomen. Een hogere take rate helpt, maar is niet gratis. Wie te veel van de transactie opeist, kan chauffeurs naar een concurrent duwen of klanten met hogere prijzen afschrikken. Gebruikersgroei en frequentie hebben niet dezelfde kwaliteit Een platform kan groeien doordat meer mensen zich aanmelden, doordat bestaande klanten vaker bestellen of doordat de gemiddelde prijs stijgt. Die bronnen verdienen niet dezelfde waardering. Een nieuwe gebruiker vraagt marketing en soms een promotie. Een extra rit van een bestaande gebruiker is vaak goedkoper te winnen. Prijs- en mixgroei kan de marge verhogen, maar wordt kwetsbaar wanneer zij vooral uit tijdelijke toeslagen of duurdere producten komt. De combinatie van 16 procent meer actieve gebruikers en 2 procent meer ritten per gebruiker verklaart een groot deel van de volumegroei. Voor een duurzaam middenpad hoeft de ritfrequentie niet ieder jaar spectaculair te stijgen. Uber moet vooral de drempel verlagen om de app voor meer momenten te gebruiken: woon-werk, luchthaven, boodschappen, maaltijdbezorging en zakelijke reizen. Dat maakt de vraag stabieler, maar brengt het bedrijf ook in meer markten met eigen concurrenten en kosten. Autonome voertuigen vormen daarbij zowel kans als onderhandelingsrisico. Uber kan een distributielaag worden voor meerdere robotaxivloten en zo meer ritten zonder eigen wagenpark verwerken. Tegelijk kan een sterke fabrikant zelf de klantrelatie opeisen. De waarde zit dus niet alleen in minder chauffeurskosten. Zij zit in de vraag wie de app, prijs, data en betaling beheert. De tweede module maakt zichtbaar hoe gebruikers, frequentie en prijs elkaar vermenigvuldigen. Dat is nuttiger dan drie groeipercentages simpel optellen. Vrije kasstroom moet per aandeel groeien Uber meldde $2,8 miljard vrije kasstroom in het kwartaal en meer dan $10 miljard over de voorafgaande twaalf maanden. Dat geeft ruimte voor aandeleninkoop, schuldafbouw en investeringen. Toch is vrije kas niet hetzelfde als een uitkering. Het bedrijf investeert in autonome mobiliteit, advertenties, bezorging en nieuwe landen. Zulke investeringen kunnen een hoog rendement opleveren, maar kunnen ook vooral nodig zijn om de positie te verdedigen. De aandelenteller verdient aparte aandacht. Aandelenbeloning is geen directe kasuitgave in de vrije-kasstroomrekening, maar werknemers krijgen wel een deel van de onderneming. Inkoop creëert pas waarde nadat nieuwe aandelen door beloning zijn gecompenseerd. Een bruto inkoopbedrag zegt daarom minder dan de netto verandering van het verwaterde aantal aandelen. Bij een hoge koers koopt dezelfde dollar bovendien minder stukken terug. De gerapporteerde nettowinst van $2,4 miljard geeft een ander signaal dan de operationele cijfers, omdat daarin een positieve herwaardering van ongeveer $1,6 miljard vóór belasting zat. Belangen in andere ondernemingen hebben echte waarde. Hun koersbeweging is alleen geen herhaalbare marge op ritten. Een reverse waardering hoort daarom niet te doen alsof ieder gunstig beurskwartaal structurele platformwinst is. Wat moet $69,62 waarmaken? Bij $69,62 en ongeveer 2,05 miljard economische aandelen ligt de beurswaarde rond $143 miljard. De getoonde winst per aandeel van ongeveer $4,57 bevat effecten die niet ieder jaar terugkomen. Onze omgekeerde waardering begint daarom bij de winst die in september 2029 nodig is. Bij 10 procent gewenst jaarlijks koersrendement en achttien keer winst als eindwaardering is ongeveer $5,15 winst per aandeel nodig. Bij 1,98 miljard aandelen komt dat neer op ruim $10 miljard nettowinst. Dat is haalbaar wanneer de vrije kas blijft groeien, de verzekeringskosten per rit beheersbaar worden en de aandelenteller daalt. Het wordt lastig wanneer promoties terugkeren, autonome partners de beste economie opeisen of regelgevers de relatie met chauffeurs duurder maken. Een lagere eindmultiple verhoogt de vereiste winst sterk. De module telt kas, inkoop en winst niet dubbel: inkoop werkt alleen via een lagere aandelenbasis. Drie mogelijke paden voor 2027 tot en met 2029 Het bearscenario gebruikt winst per aandeel van $4,00, $4,10 en $4,20 en een dalende waardering van veertien naar dertien keer winst. Dat levert mogelijke koersen op van ongeveer $56, $55 en $55. Hier blijft het platform winstgevend, maar eten concurrentie, verzekering en investeringen de schaalvoordelen grotendeels op. In het middenscenario stijgt de winst per aandeel naar $4,80, $5,60 en $6,50. Met multiples van achttien, 17,5 en zeventien ontstaan ongeveer $86, $98 en $111. Het gunstige scenario vraagt $5,50, $6,80 en $8,20 winst per aandeel en nog altijd een royale waardering. Dan volgen ongeveer $116, $136 en $156. Dit zijn modeluitkomsten in dollars, geen koersdoelen. Voor een eurobelegger komt daar valuta bovenop en Uber betaalt geen dividend. Het sterkste argument vóór Uber is dat groei van boekingen al zichtbaar sneller doorloopt naar EBITDA en vrije kas. Het sterkste tegenargument is dat het platform die kas nodig kan houden om chauffeurs, klanten en autonome partners tegelijk tevreden te stellen. De komende kwartalen zijn daarom vier cijfers belangrijk: ritten per gebruiker, aangepaste EBITDA als deel van de omzet, vrije kas per verwaterd aandeel en de netto verandering van de aandelenteller. Lees ook: hoeveel van de $10 miljard vrije kasstroom van Uber blijft per aandeel over? Bij $69,62 hoeft Uber geen monopolie te worden. Het bedrijf moet wel aantonen dat elke nieuwe rit iets meer economische waarde achterlaat dan de vorige. Zolang $58 miljard boekingen slechts het begin van de trechter is, bepaalt juist de onderste laag hoeveel het aandeel waard is. Foto: Dara Khosrowshahi, officieel bedrijfsarchief van Uber.










