top of page

Doorzoek deze website

14627 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Bill Gates bezit 10% van dit smallcap AI-aandeel

    In het kort: Schrödinger boekte in Q4 2024 een omzetgroei van 19% naar $88,3 miljoen. De softwaretak groeit stabiel (+16% YoY), maar winstgevendheid wordt gedrukt door hoge investeringen in eigen medicijnontwikkeling en R&D. Ondanks partnerships (zoals met Novartis voor $150 miljoen upfront), blijft de koers laag: beleggers wachten op klinisch succes, behalve Bill Gates, die volop geïnvesteerd heeft. Bill Gates is al sinds ten minste 2010  een aandeelhouder van Schrödinger (NASDAQ: SDGR), volgens openbare registraties via de Bill & Melinda Gates Foundation Trust . In de jaren daarna breidde Gates zijn belang steeds verder uit tot bijna 10% (9,56%) van de uitstaande aandelen op dit moment , waarmee hij vandaag de dag tot de grootste aandeelhouders van het bedrijf behoort. Zijn betrokkenheid lijkt op het eerste gezicht een sterk signaal van vertrouwen – maar dat betekent natuurlijk niet automatisch dat het aandeel een veilige belegging is. Het is echter geen toeval dat Gates hier op inzet: Schrödinger ontwikkelt complexe fysisch-chemische simulatiesoftware waarmee geneesmiddelen sneller en efficiënter kunnen worden ontdekt – ondersteund door kunstmatige intelligentie en machine learning. Ondanks de indrukwekkende technologie, een degelijke cashpositie en groeiende samenwerkingen met farmaceuten als Novartis, blijft de beurskoers achter. Dat roept de vraag op waarom de markt nog niet overtuigd is door het bedrijf. De aandelenkoers van Schrödinger: Bron: Google Finance De cijfers over het vierde kwartaal van 2024 laten zien dat Schrödinger zijn operationele kant onder controle heeft. De totale omzet steeg met 19% naar $88,3 miljoen , waarbij vooral de softwaretak stabiel groeide. De software-inkomsten namen met 16% toe tot $79,7 miljoen. Het is vooral de groei in gehoste softwarediensten en het aanblijven van grote klanten dat deze groei aandrijft. De omzet uit software en drug discorvery: Bron: Seeking Alpha De bijdrage van kleinere klanten daalde, maar dit werd grotendeels gecompenseerd door een lage churn bij grotere farmaceuten. De inkomsten uit geneesmiddelenontwikkeling – de zogenoemde “drug discovery”-activiteiten – kwamen uit op $8,7 miljoen, goed voor een jaarlijkse groei van 58%, grotendeels dankzij mijlpaalbetalingen uit bestaande samenwerkingen. Ondanks deze groei blijft het bedrijf operationeel verlieslatend. Schrödinger rapporteerde een negatieve kasstroom uit operationele activiteiten van $31 miljoen in het vierde kwartaal. Dat is weliswaar een verbetering ten opzichte van de $37 miljoen een jaar eerder, maar het illustreert dat het bedrijf structureel meer uitgeeft dan er binnenkomt. Wel belangrijk: de operationele uitgaven zijn gestabiliseerd en zullen in 2025 naar verwachting met minder dan 5% groeien, wat duidt op beginnende operationele hefboomwerking. De Q4-cijfers van Schrödinger: Bron: Schrödinger Een van de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen periode was de meerjarige samenwerking met Novartis , waarbij Schrödinger een upfront betaling van $150 miljoen  ontving in januari 2025. Hierbovenop komt nog een potentieel van $2,3 miljard aan mijlpaalbetalingen en royalty's , afhankelijk van het succes van gezamenlijke medicijnontwikkeling. Financieel betekent deze deal dat Schrödinger zijn kaspositie heeft versterkt tot ongeveer $517 miljoen  – een niveau waarmee het bedrijf zich meerdere jaren kan financieren zonder bij te hoeven drukken. Toch is de beurskoers niet opgeschoten na de aankondiging van deze samenwerking. Dat komt doordat deze inkomsten nog niet zichtbaar zijn in de winst- en verliesrekening: ze worden boekhoudkundig uitgesmeerd over meerdere jaren. Bovendien blijft de markt vooral gefocust op klinische bewijsvoering . Zonder duidelijke signalen dat de geneesmiddelenkandidaten van Schrödinger effectief en veilig zijn, zal de waardering volgens veel beleggers beperkt blijven. De geneesmiddeleln moeten verschillende fases door: Bron: Schrödinger Schrödinger beschikt inmiddels over drie eigen klinische programma’s . In 2025 wordt van elk van deze programma’s fase 1-data verwacht. Het meest concrete project is SGR-1505 , waarvoor veiligheids- en werkzaamheidsdata in het tweede kwartaal van 2025  worden verwacht. Daarnaast lopen er nog twee andere fase 1-studies: SGR-2921 , waarvan in de tweede helft van het jaar data worden verwacht, en SGR-3515 , dat zich in de dosisverhogingsfase bevindt. De vooruitgang van deze drie programma’s zal bepalend zijn voor de perceptie van beleggers. Zonder positief klinisch bewijs blijven de verwachtingen speculatief. De klinische programma’s en de fase waar ze in verkeren: Bron: Schrödinger Wat daarbij meespeelt: Schrödinger heeft niet alleen interne programma’s. Er lopen ook 10 samenwerkingen met partners als Novartis, Otsuka en Lilly , waarvan 8 programma’s in de klinische fase zijn en 2 al zijn goedgekeurd door de FDA . Deze samenwerkingen kunnen Schrödinger in theorie meer dan $5 miljard aan milestones  en royalty’s opleveren. De markt kent hier echter momenteel nauwelijks waarde aan toe – iets dat snel kan veranderen bij klinisch succes. De samenwerkingen van Schrödinger en verschillende fases: Bron: Schrödinger Wat vaak onderbelicht blijft, is dat Schrödinger naast een biotechbedrijf ook een AI-softwarebedrijf met hoge marges  is. De softwaredivisie realiseert structurele groei, ondanks de moeilijke marktomstandigheden. Dat blijkt onder meer uit de toename van het aantal gehoste contracten, wat duidt op terugkerende inkomsten en hogere klantbinding. De bruto marge op software daalde licht in het vierde kwartaal, onder meer door royalty’s en kosten gerelateerd aan nieuwe functionaliteit zoals predictieve toxicologie. Maar het operationele profiel blijft gezond, zeker gezien het feit dat marketing- en verkoopuitgaven als percentage van de omzet dalen. Dit suggereert een schaalbaar businessmodel. De brutowinstmarge van de softwaretak blijft, helemaal in vergelijking tot de drug-discovery, erg hoog: Bron: Seeking Alpha Als we Schrödinger zouden waarderen als puur softwarebedrijf, dan zou de waarde op basis van vergelijkbare bedrijven in de simulatie- en AI-softwaremarkt al richting de $2 miljard  gaan. Dat impliceert dat beleggers de pijplijn voor geneesmiddelenontwikkeling momenteel op nul waarderen , ondanks de potentiële miljardenopbrengsten. Een belangrijke externe factor die Schrödinger parten speelt, is de terugval in R&D-uitgaven in de farmasector. Dat komt onder meer door de Inflation Reduction Act  in de VS, die de winstgevendheid van nieuwe geneesmiddelen onder druk zet, met name voor kleine moleculen – precies waar Schrödinger zich op richt. Ook de aanhoudend hoge rente en de politieke onzekerheid na de verkiezing van Trump maken beleggers en farmaceuten voorzichtiger. Er is een duidelijke voorkeur ontstaan voor investeringen in laat-fase projecten, wat vroegstadiumbedrijven zoals Schrödinger op een structurele achterstand zet. Toch heeft Schrödinger relatief weinig blootstelling aan de risicogebieden: minder dan 1% van de omzet komt van het Amerikaanse National Institutes of Health (NIH) en de exposure naar China is marginaal. Hierdoor blijft de schade binnen de perken, maar het marktsentiment blijft een rem op herwaardering. Het verhaal van het aandeel Schrödinger is er een van sterke technologie, solide groei in software en veelbelovende samenwerkingen – maar met een beurskoers die pas zal reageren bij klinisch bewijs. Bill Gates is alvast overtuigd en zit erin voor de lange termijn. Voor particuliere beleggers is de vraag of ze datzelfde geduld kunnen opbrengen. De optelsom van een winstgevende softwaredivisie, miljardenpotentieel in royalties en een cashbuffer van ruim $500 miljoen biedt in elk geval een asymmetrisch risicoprofiel : beperkte neerwaartse risico’s met een forse opwaartse potentie zodra een van de medicijnprogramma’s klinisch slaagt. Tot die tijd blijft Schrödinger een aandeel voor de geduldige belegger met een langetermijnvisie  – precies zoals Bill Gates het graag ziet.

  • Hoe Cristiano Ronaldo investeert als Warren Buffett

    In het kort: Cristiano Ronaldo’s investeringsportfolio bevat een belangrijke les : investeer alleen in wat je begrijpt en wat dichtbij je ligt — net zoals Warren Buffett altijd zegt. Zijn zakenimperium draait om sectoren die hij kent en belichaamt: sport, mode, fitness, lifestyle en media. Door zijn persoonlijke merk te koppelen aan zijn investeringen, bouwde Ronaldo een schaalbaar, winstgevend en toekomstbestendig zakelijk ecosysteem. Cristiano Ronaldo is zonder discussie een van de grootste voetballers aller tijden. Maar wie verder kijkt dan zijn prestaties op het veld, ontdekt een verrassend coherente en slimme investeringsstrategie. Hij is inmiddels actief in vastgoed, mode, fitness, technologie en media — maar wat al die investeringen gemeen hebben, is dat ze dicht bij hemzelf liggen. Ronaldo investeert bijna uitsluitend in sectoren die hij door en door kent, waar hij dagelijks mee te maken heeft, en waar hij als persoon en merk een duidelijke toegevoegde waarde biedt. Daarmee volgt hij onbewust het eeuwenoude advies van Warren Buffett: “Never invest in a business you don’t understand.” Ronaldo met zijn eigen CR7 parfum: Bron: JAX branding Ronaldo begrijpt sport, uitstraling, stijl en discipline. En juist dat is terug te zien in zijn eerste en misschien wel meest krachtige zakelijke zet: het CR7-merk. Wat begon met een ondergoedlijn in 2013 groeide uit tot een volwaardige lifestylebrand met jeans, overhemden, schoenen, kindermode en parfums. De marketing? Die verzorgt Ronaldo grotendeels zelf, via zijn honderden miljoenen volgers op sociale media. Dit is geen afstandelijke investering in een modeketen. Dit ís Ronaldo. Zijn smaak, zijn stijl, zijn imago — en dat vervolgens verpakt als producten die voor miljoenen fans bereikbaar en makkelijk toegankelijk zijn. En juist omdat hij weet wat zijn doelgroep wil, is het merk CR7 uitgegroeid tot een commercieel succes. Datzelfde principe zien we terug in de fitnessindustrie, waar Ronaldo samenwerkt met Crunch Fitness om CR7 Fitness op te zetten. Deze sportscholen, inmiddels te vinden in Madrid, Lissabon en andere steden, zijn geen standaardgym. Ze zijn gebouwd rondom Ronaldo’s persoonlijke trainingsfilosofie: efficiënt, doelgericht en technologisch ondersteund. Zijn jarenlange ervaring met fysieke training als topsporter wordt hier vertaald naar programma’s en faciliteiten voor een breder publiek. Hierin laat hij opnieuw zien dat hij investeert in wat hij niet alleen begrijpt, maar ook belichaamt. Hij verkoopt niet zomaar toegang tot een sportschool; hij verkoopt de droom om te trainen als Cristiano Ronaldo zelf. Uiteraard ontbreekt ook hier Ronaldo niet in de marketing: Bron: CR7Fitnesscrunch Ook in de vastgoedsector zien we een strategie die gestoeld is op persoonlijk inzicht en ervaring. Ronaldo investeert uitsluitend in topsegment vastgoed op locaties waar hij zelf woonde of veel komt. Denk aan zijn villa in La Finca, een van de meest exclusieve buurten van Madrid, of het $18,5 miljoen kostende penthouse in Trump Tower in New York. Dit zijn geen objecten gekocht om snel te flippen of als speculatieve belegging. Ze maken deel uit van een bredere strategie. Dat hij vervolgens samenwerkt met de Portugese hotelgroep Pestana om onder het CR7-merk hotels te openen in Madeira, Lissabon, Madrid en New York, is geen toeval. Hij kent deze markten, hij begrijpt de reiziger die net als hij comfort en stijl zoekt, en hij benut zijn imago als merkambassadeur van zijn eigen keten. Hier komt zijn vastgoed samen met nog meer merkextensie — precies op het snijvlak waar Ronaldo thuis is. Op technologisch vlak beperkt Ronaldo zich ook niet tot wilde gokjes of de nieuwste hypes. In plaats van blind in AI-startups of crypto te stappen, kiest hij voor bedrijven zoals Thing Pink — een Portugees technologiebedrijf gericht op lifestyle-apps — en ZujuGP, een platform dat sport en technologie op een innovatieve manier verbindt. Hij investeert dus niet in technologie om ‘erbij te horen’, maar zoekt juist naar technologische oplossingen die passen binnen zijn expertise: sport, branding en media. Hij snapt de eindgebruiker, ziet waar zijn eigen naam toegevoegde waarde heeft, en weet daardoor beter dan menig VC welke innovatie echt kans van slagen heeft. Dit maakt hem naast de best betaalde athleet ter wereld ook een slimme investeerder. Best betaalde athleten ter wereld: Bron: Statista Andere opvallende investeringen zijn onder meer Chrono24  (de grootste marktplaats voor luxe horloges, geschat op $946 miljoen), UFL  (een ‘free-to-play’ voetbalgame met een waardering tussen de $160–240 miljoen), en Draftea , een fantasy sports-platform gericht op Spaanstalige markten. Elk van deze bedrijven raakt aan Ronaldo’s leefwereld — of het nu gaat om sport, luxe, gamificatie of fanbeleving. Zijn aanwezigheid op sociale media is daarbij een cruciale factor. Met meer dan 600 miljoen volgers is hij een van de meest gevolgde mensen ter wereld. Deze online macht benut hij niet alleen voor sponsoring, maar ook als eigen marketingkanaal en inkomstenbron. Door te investeren in digitale media, documentaires over zijn leven en zelfs animatieseries die sport en gezondheid promoten, bouwt hij een mediabedrijf rondom zijn eigen levensverhaal. Deze projecten liggen hem na aan het hart en sluiten aan bij zijn waarden. De onderliggende les van al deze investeringen is glashelder: je hoeft geen breed gespreide hedgefundmanager te zijn om succesvol te investeren. Ronaldo laat zien dat focus, kennis van zaken en persoonlijke betrokkenheid vaak waardevoller zijn dan spreiding om de spreiding. Zijn strategie bewijst dat investeren in je eigen cirkel van competentie — of dat nu sport, mode, vastgoed en media zoals bij Ronaldo is of iets heel anders — niet beperkend werkt, maar juist schaalbaar kan zijn. Daarmee sluit hij verrassend goed aan bij het denken van Warren Buffett, die keer op keer benadrukt dat je je moet houden aan wat je begrijpt. “Risk comes from not knowing what you’re doing,”  zei Buffett ooit. Ronaldo lijkt dat als geen ander te begrijpen. Hij doet alleen zaken waar hij grip op heeft, en die hem in zijn geval ook nog eens als persoon versterken.

  • De kunst van waarde-investeren: hoe Warren Buffett aandelen kiest voor de lange termijn

    In het kort: Warren Buffett zoekt bedrijven met een duurzaam concurrentievoordeel , zoals sterke merken, unieke producten, of schaalvoordelen, die consistent beter presteren dan hun concurrenten. Buffett vermijdt bedrijven met fluctuaties in winstmarges, hoge operationele kosten of afhankelijkheid van R&D , omdat dit wijst op een zwakkere marktsituatie en onzekerheid. Rente-op-rente en belastingefficiëntie  zijn cruciaal in zijn strategie, waarbij hij bedrijven kiest die stabiele, voorspelbare groei bieden zonder onnodige belastingverliezen. Warren Buffett’s investeringsfilosofie draait om het vinden van uitzonderlijke bedrijven met een duurzaam concurrentievoordeel (durable competitive advantage) die hij tegen een redelijke prijs kan kopen, met als doel ze voor altijd vast te houden. “It’s far better to buy a wonderful company at a fair price than a fair company at a wonderful price.” - Warren Buffett Dit zijn bedrijven met een unieke positie in de markt, moeilijk te kopiëren door concurrenten, en daardoor consistent beter kunnen presteren dan de markt. Hij kijkt naar drie typen bedrijfsmodellen die dit voordeel vaak vertonen: Een goed bedrijf heeft vaak sterke merkherkenning . Bijvoorbeeld Coca-Cola: als mensen aan een frisdrank denken, zeggen ze vaak “a coke”, zelfs als ze een ander merk bedoelen. Dit mentale monopolie versterkt de positie van het bedrijf, omdat het merk synoniem wordt met het product. Het zorgt voor een loyale klantenkring die automatisch terugkeert. Dit is essentieel, omdat het bedrijf hierdoor minder afhankelijk is van constante marketing of prijsconcurrentie om klanten te behouden. Coca-Cola heeft dit: consumenten kiezen het steeds opnieuw vanwege de vertrouwde naam en ervaring. Daarnaast zoekt Buffett naar bedrijven met een uniek product of dienst . Dit kan een tastbaar product zijn, zoals Coca-Cola’s frisdrank, of een moeilijk te kopiëren dienst. De uniciteit zorgt ervoor dat het bedrijf weinig directe concurrentie heeft en een niche domineert. Dit zijn bedrijven die al winnen in hun niche, omdat hun aanbod onderscheidend is en niet makkelijk vervangbaar. Dit geeft het bedrijf prijszettingsmacht : het kan prijzen verhogen zonder klanten te verliezen, wat wijst op een sterk en duurzaam businessmodel. Tot slot kiest Buffett bedrijven met schaalvoordelen . Dit zijn ondernemingen die door hun grootte en gevestigde infrastructuur producten of diensten goedkoper kunnen aanbieden dan concurrenten. Bijvoorbeeld Walmart, Costco en Amazon. Deze bedrijven hebben enorme investeringen gedaan om een netwerk op te bouwen dat nieuwe spelers moeilijk kunnen repliceren. Dit creëert een hoge toetredingsbarrière: een concurrent moet eerst miljarden investeren voordat hij kan concurreren op prijs.   Daarnaast speelt compounding , of het samengestelde rendement, een cruciale rol in zijn filosofie. Buffett ziet dit als de motor achter lange termijn vermogensgroei. Door te investeren in bedrijven die stabiel en voorspelbaar groeien, kan hij profiteren van exponentiële rendementen over tientallen jaren. Belastingefficiëntie  is een ander belangrijk aspect. Buffett vermijdt onnodige transacties om belastingverliezen te minimaliseren. Bij verkoop binnen een jaar vallen winsten onder de korte-termijn vermogenswinstbelasting (gelijk aan het inkomenstarief, bijv. 22% of hoger), wat zijn rendement aanzienlijk vermindert. Zelfs bij langetermijnwinsten (15% in de VS) verliest hij een deel van zijn kapitaal. Door een bedrijf nooit te verkopen, behoudt hij het volledige rendement, wat vooral voordelig is gezien zijn hoge belastingschijf. Hij geeft ook de voorkeur aan aandeleninkoop boven dividenden, omdat dividenden directe belasting veroorzaken, terwijl inkoop de waarde van zijn aandelen verhoogt zonder directe belastingtechnische impact. Hoe Warren Buffett een income statement analyseert Warren Buffett kijkt naar specifieke aspecten in de winst- en verliesrekening (income statement) om bedrijven met een zwakke concurrentiepositie te identificeren.   Lage en/of wisselende brutowinstmarge (Gross Profit Margin)  De gross profit margin is een belangrijke indicator die Warren Buffett gebruikt om te beoordelen of een bedrijf een duurzame competitieve voorsprong heeft. De brutowinstmarge is het percentage van de omzet dat overblijft na aftrek van de directe kosten van de verkochte goederen, ook wel cost of goods sold genoemd. In formule:   (Omzet – directe kosten van producten) / Omzet × 100 Voor een bedrijf als Coca-Cola betekent dit hoeveel het kost om de frisdrank te produceren versus wat ze ermee verdienen bij verkoop. Het resultaat, de brutowinst, laat zien hoe efficiënt een bedrijf zijn kernproduct of -dienst kan maken en verkopen, voordat andere kosten zoals administratie of marketing worden meegerekend. Een hoge, stabiele marge laat zien dat een bedrijf zijn prijzen kan verhogen zonder klanten te verliezen, vaak door een sterk merk of een unieke positie die concurrenten niet kunnen kopiëren. Dit wijst op een bedrijf dat niet vastzit in een prijzenoorlog, wat typisch is voor markten met veel concurrentie. Een lage of schommelende marge betekent dat het bedrijf onder druk staat van rivalen en weinig controle heeft over zijn winstgevendheid, wat het minder betrouwbaar maakt voor de lange termijn. Brutowinstmarge Coca Cola: Bron: Seeking Alpha Een consistente brutowinstmarge van 60% of hoger is een teken van sterke marktkracht. Moody’s met 73%: Bron: Seeking Alpha Deze consistente hoge marges tonen aan dat ze een stevige grip op hun markt hebben. Aan de andere kant is een marge van 20% of lager een risico. Dit signaleert namelijk een bedrijf in een zwakkere positie. Zoals General Motors met 12%: Bron: Seeking Alpha Deze lage marges duiden op een strijd om te overleven in een competitieve omgeving.   Hoge en variabele verkoop-, algemene en administratieve kosten (SG&A)  Ook kijkt Warren Buffett naar de verhouding tussen SG&A-uitgaven (selling, general, and administrative expenses) en de brutowinst (gross profit) omdat dit een belangrijke aanwijzing geeft over de concurrentiepositie en operationele stabiliteit van een bedrijf.  SG&A bevat kosten zoals management salarissen, reclame, reiskosten, juridische kosten, commissies en personeelskosten. Deze worden uitgedrukt als een percentage van de brutowinst, wat het verschil is tussen omzet en directe kosten van goederen. Buffett gebruikt deze maatstaf om te zien hoeveel van de brutowinst wordt opgeslokt door overheadkosten en hoe consistent deze kosten zijn over de tijd. De reden dat Buffett hierop let, is dat een hoog of sterk variabel SG&A-percentage kan wijzen op een zwakke positie in een competitieve markt. Als een bedrijf veel moet uitgeven aan bijvoorbeeld reclame of verkoopcommissies om klanten te werven of te behouden, suggereert dat het geen natuurlijke aantrekkingskracht heeft, zoals een sterk merk of loyale klantenkring. Stabiele en lage SG&A-kosten laten daarentegen zien dat een bedrijf efficiënt opereert en minder afhankelijk is van constante inspanningen om zijn omzet te behouden, wat past bij een duurzaam concurrentievoordeel. Consistentie is hier cruciaal: schommelingen in SG&A duiden op onvoorspelbaarheid en een gebrek aan controle, wat Buffett wantrouwt. Een hoog percentage SG&A-uitgaven, specifiek boven de 80% van de brutowinst, is een red flag. Wat betekent dat het grootste deel van de brutowinst verdwijnt in operationele kosten, waardoor er weinig overblijft voor nettowinst of groei. Het suggereert dat het bedrijf in een omgeving zit waar het hard moet vechten om zijn plek te behouden, wat niet past bij Buffett’s voorkeur voor bedrijven die zonder veel moeite kunnen floreren.   SG&A marge van Coca Cola: Bron: Seeking Alpha Met een SG&A van ongeveer 30% van de brutowinst, en afnemend over de jaren, laat Coca-Cola zien dat het niet overdreven hoeft te investeren in marketing of administratie om zijn omzet te behouden. Dit komt door zijn sterke merk en vaste klantenkring, die weinig extra promotie vereisen. Moody’s heeft een nog lagere SG&A van gemiddeld 25% van de brutowinst, wat wijst op een efficiënte operatie dankzij een unieke positie in kredietbeoordelingen. Moody’s SG&A marge: Bron: Seeking Alpha Een voorbeeld van een bedrijf met een variabel en hoog SG&A-marge is WeWork (wat ondertussen failliet is): Bron: Seeking Alpha   Hoge uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling (R&D)  Warren Buffett is terughoudend met investeren in bedrijven die een groot percentage van hun inkomsten besteden aan onderzoek en ontwikkeling (R&D)  omdat hij dit ziet als een teken van een zwak concurrentievoordeel. Bedrijven die zwaar leunen op R&D moeten constant nieuwe producten of technologieën ontwikkelen om relevant te blijven, wat betekent dat hun succes afhankelijk is van innovatie in plaats van een stabiele, blijvende positie in de markt. Dit introduceert onzekerheid: als de innovatie faalt of concurrenten sneller vooruitgang boeken, kan het bedrijf zijn voorsprong verliezen. “The key to investing is not assessing how much an industry is going to affect society, or how much it will grow, but rather determining the competitive advantage of any given company and, above all, the durability of that advantage.” – Warren Buffett Hij wil bedrijven die hun markt domineren zonder voortdurende investeringen in nieuwe uitvindingen, omdat dat risico en onvoorspelbaarheid vermindert. Een hoog R&D-budget, bijvoorbeeld meer dan 30% van de brutowinst, is voor Buffett een waarschuwingssignaal. Er zijn echter uitzonderingen waarin hoge R&D-uitgaven niet direct diskwalificerend zijn. Een bedrijf met een tijdelijk hoog R&D-percentage kan acceptabel zijn als het recent een sterke winststijging heeft doorgemaakt, zoals NVIDIA. Hun dominantie in chips heeft hun inkomsten zo verhoogd dat R&D nu een kleiner deel van de brutowinst uitmaakt, waardoor het minder zorgwekkend is. Buffett wijst niet blindelings R&D af, maar beoordeelt het in context: als het bedrijf al een leidende positie heeft veroverd en de R&D-uitgaven dalen als percentage, kan het nog steeds aantrekkelijk zijn. Maar Buffett prefereert bedrijven zonder R&D-uitgaven, zoals Coca-Cola en Moody’s, omdat zij hun concurrentievoordeel ontlenen aan een gevestigd merk of een unieke dienst die niet afhankelijk is van constante vernieuwing. Coca-Cola heeft geen R&D nodig; hun frisdrankrecept en merkloyaliteit zorgen al decennia voor stabiele inkomsten. Moody’s, wederom met nul uitgaves aan R&D, domineert de kredietbeoordelingsmarkt door zijn reputatie en netwerk, niet door technologische doorbraken. Deze bedrijven hebben een "moat, (letterlijk: gracht)" – een beschermende barrière – die niet erodeert door gebrek aan innovatie. Dat maakt ze betrouwbaarder en veiliger voor Buffett, omdat hun winst niet wordt bedreigd door de onzekerheden van productontwikkeling. "In business, I look for economic castles protected by unbreachable moats." – Warren Buffett   Hoge rentelasten (Interest Expense)  Warren Buffett beoordeelt rente-uitgaven (interest expense) door ze te vergelijken met de operationele winst (operating income) van een bedrijf. Hij kijkt naar het percentage dat rente vormt van de operationele winst om te bepalen hoe zwaar de schuldenlast drukt op de financiële gezondheid van een bedrijf. Dit is een belangrijke maatstaf voor hem, omdat het inzicht geeft in de mate waarin een bedrijf afhankelijk is van geleend geld en hoe kwetsbaar het is voor economische schokken. Een lage rente-uitgave, idealiter onder 10% van de operationele winst, ziet hij als een teken van kracht: het bedrijf kan groeien zonder veel schuld en houdt meer winst over. Een hoge rente-uitgave, boven 30%, beschouwt hij als een risico-indicator die verder onderzoek vereist. Een hoge rente-uitgave ten opzichte van de operationele winst kan een risico zijn om twee redenen. Ten eerste  kan het wijzen op een bedrijf in een zeer competitieve industrie waar grote kapitaalinvesteringen nodig zijn om mee te blijven doen, zoals fabrieken of machines die gefinancierd worden met leningen. Dit verhoogt de kans dat winst wordt opgeslokt door rentelasten, vooral als de omzet daalt. Ten tweede  kan het een teken zijn van een bedrijf dat recent is overgenomen via een leveraged buyout, waarbij de nieuwe eigenaren schulden hebben gemaakt om de aankoop te financieren en deze aflossen met de bedrijfswinst. In beide gevallen maakt een hoog percentage het bedrijf gevoeliger voor rentestijgingen of winstdalingen, wat Buffett als onwenselijk ziet voor zijn langetermijnstrategie. Hij erkent echter dat een hoge rente niet altijd fataal is: als het bedrijf uitstekende economische eigenschappen heeft (zoals na een buyout), kan het nog steeds levensvatbaar zijn. NVIDIA had in 2025 een rente-uitgave van $247 miljoen, wat slechts 0,3% van hun operationele winst was: Bron: Seeking Alpha Dit lage percentage laat zien dat NVIDIA weinig schuld heeft en zijn groei financiert met eigen inkomsten, wat wijst op een sterke, onafhankelijke positie. Een bedrijf in een kapitaalintensieve sector, zoals Basic Fit besteed een aanzienlijk deel van zijn operationele winst aan rente. Bron: Seeking Alpha Ook een bedrijf na een leveraged buyout, een onderneming die is opgekocht met schulden, kan een hoog percentage hebben terwijl het de lening aflost. Zulke gevallen zouden Buffett doen twijfelen, tenzij hun onderliggende businessmodel uitzonderlijk sterk is. Buffett’s beoordeling van rente-uitgaven draait dus om het vinden van bedrijven die niet worden belast door schuld, met een voorkeur voor lage percentages zoals bij NVIDIA, terwijl hoge percentages, zoals in kapitaalintensieve of overgefinancierde bedrijven, risico’s signaleren die hij liever vermijdt – of beter onderzoek naar wilt doen.     Inconsistente of lage winsten Warren Buffett beoordeelt winstgevendheid door te kijken naar zowel de consistentie en groei van de nettowinst (profits). Hij focust op de lange termijn en wil zien dat een bedrijf jaar na jaar stabiele en stijgende winsten boekt, omdat dit aantoont dat het een betrouwbare, duurzame positie heeft. Voor winst kijkt Buffett verder dan alleen earnings per share (EPS), omdat dit kan worden gemanipuleerd door aandeleninkoop. Hij wilt echte groei in nettowinst zien. NVIDIA’s winst steeg van 2 miljard naar 72 miljard in een paar jaar, wat indrukwekkend is, maar oudere schommelingen (4 miljard, 9 miljard) zouden hem hebben gewaarschuwd. Mastercard’s nettowinst is voorspelbaarder, met een kleine dip in 2009 (kredietcrisis), wat past bij zijn voorkeur voor voorspelbaarheid: Bron: Seeking Alpha Schommelende winsten, zoals bij Carvana, suggereren dat een bedrijf (nog) niet bestand is tegen uitdagingen: Bron: Seeking Alpha Conclusie Warren Buffett’s investeringsfilosofie draait om het vinden van bedrijven met een duurzaam concurrentievoordeel, oftewel een “moat.” Dit zijn bedrijven met sterke merkherkenning, unieke producten of schaalvoordelen, waardoor ze hun markt domineren en stabiele winsten genereren. Hij vermijdt ondernemingen met lage of fluctuerende marges, hoge kosten, grote schulden of een afhankelijkheid van R&D om relevant te blijven. Zijn voorkeur gaat uit naar bedrijven die langetermijnwaarde creëren en waarbij compounding de waarde exponentieel kan laten groeien. "The stock market is designed to transfer money from the Active to the Patient." - Warren Buffett

  • Santander-topvrouw: hier belandt de eindrekening van Trump’s tarieven

    In het kort: Trump’s nieuwe importtarieven raken Amerikaanse economie harder dan Europa op korte termijn , stelt Santander-voorzitter Ana Botín. Importheffingen werken als een belasting voor consumenten , wat leidt tot hogere inflatie en tragere economische groei  in de VS. Europa blijft volgens haar voorlopig robuuster , mede dankzij sterke banken, defensie-uitgaven en hervormde begrotingsregels, maar risico’s zoals de Duitse auto-industrie blijven bestaan. President Donald Trump heeft sinds zijn tweede termijn begin 2025 een nieuw pakket aan importheffingen opgelegd. De meest in het oog springende: 25% op álle auto-importen naar de VS vanaf 2 april . Zijn doel is om Amerikaanse maakindustrie te beschermen en het handelstekort terug te dringen. Maar volgens Ana Botín, voorzitter van Banco Santander, zullen deze maatregelen de VS economisch juist zwaarder treffen dan Europa – zeker op korte termijn . En dat is iets dat veel analisten onderschrijven, wat op een ultieme test van de Amerikaanse economie begint te lijken. “Tariffs zijn gewoon een belasting. Een belasting op de consument,” aldus Botín tegenover CNBC. Die consument merkt dat direct in zijn portemonnee. Een buitenlandse auto, koelkast of computer? Minimaal 25% duurder.  Daarmee jaagt Trump weliswaar Amerikaanse productie aan, maar de koopkracht daalt , de inflatie stijgt  en de vraag zakt in . En dat vertaalt zich – volgens Botín – in tragere economische groei en verhoogde druk op de Amerikaanse centrale bank (Fed) om renteverlagingen te overwegen. De staatskas wordt verwacht flink te profiteren: Bron: Committee for a Responsible Federal Budget Wat betekent dit concreet? Als we kijken naar de CPI-inflatie (Consumentenprijsindex)  in de VS, die al op 2,8% jaar-op-jaar stond in februari 2025 , zou deze met de nieuwe heffingen makkelijk richting de 3-4% kunnen klimmen . Vooral omdat de tarieven enorm breed zijn: auto’s, elektronica, en machine-onderdelen  worden allemaal geraakt. Bron: U.S. Bureau Labor Statistics Dit raakt niet alleen de consument, maar ook bedrijven die afhankelijk zijn van buitenlandse halffabricaten. Daarnaast groeit de Amerikaanse economie in 2025 nu naar verwachting met slechts 1,2% , een flinke afzwakking ten opzichte van 2,4% in 2024  (cijfers: U.S. Bureau of Economic Analysis). Europa: minder kwetsbaar – maar niet immuun Volgens Botín is Europa beter bestand tegen deze golf van protectionisme: “Op relatieve basis, op korte termijn, wordt Europa minder hard geraakt dan de VS.” De belangrijkste reden: structurele kracht van Europese banken  en de monetaire flexibiliteit van de EU.  Banco Santander, met een sterke positie als vijfde grootste autolener in de VS , ziet de Europese markt als aantrekkelijker op dit moment. De Europese Unie heeft een pakket hervormingen aangekondigd waarmee het tot €800 miljard euro  vrijmaakt voor defensie-uitgaven en industriële autonomie . Duitsland – dat tot voor kort vasthield aan een strikt schuldenplafond – heeft inmiddels haar begrotingsregels versoepeld. Hierdoor stegen Europese defensieaandelen de afgelopen weken met gemiddeld 6,4% (DAX Defence Index) . Dit is overigens iets wat Trump geen probleem vindt, aangezien hij algmeen bekend staat graag zijn focus te willen verschuiven richting Azië, een veel grotere concurrent, weg van de huidige focus op Oekraïne en Rusland. Maar ook in Europa zijn er risico’s voor deze beweging. Duitsland, dat goed is voor ongeveer 30% van het bbp van de eurozone , is sterk afhankelijk van de export van auto’s.  En laat dat nu precies het doelwit zijn van Trump’s tarieven. “Duitsland is kwetsbaar,” waarschuwde Bundesbank-president Joachim Nagel eerder. “De auto-industrie staat onder druk en een daling in export kan een recessie aanwakkeren.” De Europese Centrale Bank (ECB) moet hierin balanceren tussen historisch hoge volatiliteit en de wens om rente te verlagen . De eerstvolgende rentevergadering op 17 april  wordt cruciaal. De markt rekent op een renteverlaging van 0,25 procentpunt , na een eerdere versoepeling begin maart. “De fundamenten van de economie zijn sterk, maar de onzekerheid is historisch hoog,” aldus Botín. ECB-bestuurder Pierre Wunsch beaamde dit: zonder de nieuwe Amerikaanse tarieven had 2025 misschien wel “saai” kunnen worden qua inflatie, maar: “Voeg tarieven toe aan de mix, en het wordt ineens veel ingewikkelder. De nieuwe tarieven van Trump creëren een flink dilemma : bescherm je binnenlandse industrie, dan riskeer je inflatie en economische stagnatie op de korte termijn. Europa blijft op in het begin naar verwachting relatief gespaard, maar structurele kwetsbaarheden zoals de Duitse auto-export kunnen op termijn alsnog doorwerken. Dit is meteen ook de reden waarom de hele beurs meebeweegt op elk nieuwtje over de tarieven, aangezien ze verwacht worden enorme impact te hebben op met name de Amerikaanse- maar op langere termijn ook andere, wereld economieën. De boodschap van Botín is op dit moment helder: tarieven zijn geen neutraal beleidsinstrument . Ze werken als een belasting op consumptie en zorgen voor afwachtend gedrag bij zowel burgers als bedrijven. En dat betekent: minder investeringen, minder consumptie en meer onzekerheid. Oftewel: deze handelsoorlog heeft een prijs – en die wordt aan de (Amerikaanse) kassa afgerekend.

  • CoreWeave stelt teleur bij IPO

    In het kort: CoreWeave haalde bij zijn IPO slechts $1,5 miljard op, veel minder dan de verwachte $2,7 miljard. Aandeel opende lager rond de $39 (zo´n -2,5%). Ondanks een explosieve omzetgroei in 2024 (+700%, tot $1,92 miljard), draait het bedrijf nog steeds zwaar verlies: $863 miljoen in de min. De extreme investeringen ($11,9 miljard in datacenters) leggen grote financiële druk. CoreWeave heeft $3,6 miljard aan verplichtingen en maar $1,7 miljard in kas. Wat ooit begon als een crypto-miner onder de naam Atlantic Crypto  is inmiddels uitgegroeid tot een verticale AI-hyperscaler. CoreWeave lease’t GPU-capaciteit aan bedrijven die AI-modellen trainen en infereren, en biedt daarbij ook de benodigde softwarestack aan. Daarmee positioneert het bedrijf zich tussen de traditionele hyperscalers zoals AWS en Azure, maar met een veel scherpere focus: high-performance workloads voor AI. De omschakeling van Ethereum-mining naar AI-infrastructuur kwam precies op het juiste moment, met een slecht presterende Ethereum in gedachten en de enorme groei van AI. De AI-explosie van 2023–2024, waarin de vraag naar Nvidia’s H100-GPU’s tot ongekende hoogte steeg, gaf CoreWeave namelijk een unieke kans: stilstaande mining-hardware werd ineens goud waard als AI-rekenkracht. De omzetgroei van CoreWeave is ronduit indrukwekkend te noemen: van $229 miljoen in 2023 naar $1,92 miljard in 2024 , een stijging van 737% . Ook de brutowinst steeg van $160 miljoen naar $1,42 miljard , oftewel +788% . De bijbehorende brutomarge liep op van 70% naar 74,2%, wat aangeeft dat schaalvoordelen effectief beginnen door te werken. Financiële groei 2023–2024 2023 2024 Groei (%) Omzet $229 mln $1.915 mln +737% Brutowinst $160 mln $1.422 mln +788% Brutomarge 70,0% 74,2% +4,2pp Operationeel resultaat -$14,5 mln $324,4 mln — Nettoverlies -$593,7 mln -$863,4 mln -45,4% De sprong naar operationele winstgevendheid is cruciaal. Het laat zien dat CoreWeave zijn vaste kosten (zoals serverhosting, elektriciteit en salarissen) kon uitsmeren over een veel bredere omzetbasis. Een opvallend datapunt: de Sales & Marketing-kosten daalden van 5,6% naar slechts 1% van de omzet . Dat betekent dat vraag het aanbod overstijgt. Met een S&M-efficiency van 91,7x  genereerde elke marketingdollar $91,70 aan omzet — een uitzonderlijk hoge ratio in enterprise tech. Eind 2024 had CoreWeave een Remaining Performance Obligations (RPO) -orderboek van $15,1 miljard , een stijging van 53% ten opzichte van het jaar ervoor. Dit zijn vooral take-or-pay -contracten, waarbij klanten verplicht zijn tot afname — ongeacht daadwerkelijke gebruik. Voor de komende jaren zorgt dat voor een stabiele omzetbasis. Maar onder deze cijfers zie ik wel een structureel risico: Microsoft is goed voor 62% van de totale omzet . Daarmee is CoreWeave extreem afhankelijk van één klant, wat zijn onderhandelingspositie verzwakt én de voorspelbaarheid van toekomstige cashflows onder druk zet. Lees ook: Microsoft trekt stekker uit AI-leases: Reden voor paniek? De vergelijking met bedrijven als Snowflake en OpenAI gaat slechts deels op. CoreWeave is géén softwarebedrijf met hoge marges en lage kapitaalkosten. Het is een zwaar kapitaalintensieve infra play . In 2024 gaf het bedrijf $8,7 miljard uit aan datacenters  en GPU’s — tegenover een operationele cashflow van $2,7 miljard. Kasstroomoverzicht 2024 Bedrag ($ mld) Operationele cashflow +2,7 Investeringen in PP&E (capex) -8,7 Vrije kasstroom -6,0 Deze negatieve kasstroom vereist constante externe financiering. Ondanks het opgehaalde geld via de IPO ($1,5 miljard), heeft het bedrijf nog altijd meer schulden dan liquide middelen: $3,6 miljard aan verplichtingen vs. $1,7 miljard in kas. CoreWeave miktE op een waardering tussen de $27 en $32 miljard. Op basis van de middenrange ($29,5 miljard) betekent dat: 16x omzet over 2024 92x operationele winst EV/Sales-multiple van 13–16x Ter vergelijking: Vergelijking multiples (2024) EV/Sales CoreWeave 13–16x Nasdaq-gemiddelde 3,9x S&P 500-gemiddelde 2,8x Snowflake IPO (2020, 174% groei) 20x Tech-IPO mediane multiple (2021) 15,2x Dotcom-bubbel (1999, mediane IPO) 27x Met de matige IPO komt de waardering nu neer op 10 à 11 keer de omzet en ongeveer 65 keer de operationele winst. Dat is nog steeds fors — maar opvallend genoeg een stuk lager dan bijvoorbeeld Snowflake (20x EV/Sales bij 174% groei) tijdens zijn beursgang in 2020, terwijl CoreWeave 737% groeit. Relatief gezien is de waardering van CoreWeave dus ambitieus, maar niet buitensporig binnen de AI-context — zeker gezien de CAGR van 36,1% in de AI-as-a-Service-markt tot 2030: Bron: Grand View Research Tegenover de euforie rond AI-infrastructuur staat wel een groeiend koor van sceptici, waaronder Alibaba-voorzitter Joe Tsai. Tijdens het HSBC Global Investment Summit in Hongkong afgelopen week waarschuwde hij voor een “beginnende bubbel” in de wereldwijde datacenterbouw. Volgens Tsai investeren grote technologiebedrijven en fondsen massaal in AI-capaciteit — van de VS tot Zuidoost-Azië — zonder dat daar altijd concrete klantvraag of langetermijncontracten tegenover staan. “Ik begin me zorgen te maken als mensen op speculatie datacenters bouwen,” zei hij, wijzend op miljardeninvesteringen zonder vooraf vastgelegde afname. Zijn waarschuwing raakt direct aan bedrijven als CoreWeave, die hun balans met meer dan $11 miljard aan AI-infrastructuur hebben volgeladen, grotendeels gefinancierd met schuld. Het roept de vraag op of partijen als CoreWeave bouwen voor bestaande vraag, of voor een toekomst die nog moet blijken.. CoreWeave leunt sterk op Nvidia, niet alleen als hardwareleverancier (meer dan $2,3 miljard aan GPU’s geleverd), maar ook als investeerder. Dat biedt voordelen — toegang tot de nieuwste technologie, geloofwaardigheid, preferente deals — maar het roept ook vragen op over onafhankelijkheid. Volgens analisten bezit Nvidia tussen de 5% en 8%  van het bedrijf. De beursgang biedt Nvidia mogelijk de kans om dit belang tegen hogere waardering op de balans te zetten, wat op korte termijn ook aandeelhouders van Nvidia ten goede komt. Toch ontstaat hier een fundamentele vraag: is CoreWeave in staat om te blijven groeien zonder de ruggensteun van Nvidia of de orders van Microsoft? De langetermijnwaarde hangt daar voor een groot deel van af, iets waar ik niet heel zeker van ben. Neem daarbij ook de verouderde H100 Nvidia chips mee die binnenkort volgens Jensen Huang weinig tot niets meer waard zijn verhouding tot de nieuwe generaties. CoreWeave is zonder twijfel één van de snelstgroeiende AI-infrastructuurbedrijven ter wereld. De cijfers spreken boekdelen: 737% omzetgroei, sterke operationele hefboom, en een orderboek dat verdere groei ondersteunt. Tegelijkertijd is het een bedrijf met zware capex, negatieve vrije kasstromen en sterke afhankelijkheden. De IPO, hoe gehypet ook, is dus méér dan een sentimentstest voor AI: het is een in feite een test op de houdbaarheid van een groeimodel gebaseerd op piekende AI-vraag, leningen, en datacenterexpansie. Beleggerschecklist Beoordeling Omzetgroei ✅ 737% YoY Operationele marge ✅ Positief ($324 mln) Vrije kasstroom ❌ -$6 miljard Klantconcentratie ❌ 62% omzet van MSFT Waardering t.o.v. groei ⚖️ Redelijk binnen AI Technologierisico (verouderde chips) ⚠️ H100's vs Blackwell Cashpositie na IPO ⚠️ Nog steeds krap De beursgang van CoreWeave is het resultaat van perfecte timing, slimme strategische keuzes en een uitzonderlijke AI-cyclus. Maar onder het groeiverhaal liggen risico’s die we als beleggers niet mogen negeren. De cashburn is fors, de afhankelijkheid van Nvidia en Microsoft is groot, en de technologische lifecycle van hun infrastructuur is kort. Beleggers die instappen kopen geen ‘Nvidia 2.0’, maar een AI-infrastructuurbedrijf dat op het juiste moment de juiste golf heeft gepakt. Dat is niet per se slecht — maar het vraagt een goed begrip van wat je precies koopt: schaal, infrastructuur, en momentum, geen magische AI-software.

  • Het AI-aandeel die je nog niet bezit – maar misschien wel zou moeten

    In het kort: Micron levert het cruciale HBM3E-geheugen voor Nvidia’s nieuwe AI-chips, met uitverkochte productie voor 2025 en sterke omzetgroei in de datacenterdivisie. De groeiende AI-vraag in zowel datacenters als mobiele apparaten biedt Micron structurele kansen, terwijl het aandeel nog relatief laag gewaardeerd is. De toekomst hangt af van marktomstandigheden: van een scenario waarin Micron uitgroeit tot AI-kernspeler tot een terugval in cyclisch gedrag bij tegenvallende AI-adoptie. Wanneer je denkt aan de sterren van het AI-tijdperk, komen namen als Nvidia, AMD en misschien zelfs OpenAI meteen naar boven. Maar onder de motorkap van deze technologische hoogvliegers zit een onmisbare speler die zelden in de schijnwerpers staat: Micron Technology. Zonder geheugen, geen AI — en Micron is de hofleverancier van dat geheugen. AI draait om méér dan brute rekenkracht. Of het nu gaat om het trainen van een model zoals GPT-4 of het uitvoeren van complexe AI-taken in realtime, alles begint bij geheugen: waar al die data tijdelijk wordt opgeslagen, snel bereikbaar moet zijn en razendsnel verplaatst wordt tussen GPU’s. Die noodzaak groeit exponentieel: AI-modellen worden groter, datasets omvangrijker en rekentaken intensiever. Micron’s antwoord hierop is HBM3E (High Bandwidth Memory) — het snelste, meest energiezuinige en compact ontworpen geheugen voor datacentergebruik. En het bewijs dat het serieus genomen wordt? Nvidia gebruikt Micron’s HBM3E in zijn nieuwe vlaggenschipchips: de GB200 Blackwell en de aanstaande GB300 Blackwell Ultra. Volgens Nvidia zelf zijn er al 3,6 miljoen Blackwell-chips besteld door hyperscalers als Amazon, Meta, Google en Microsoft. Dat betekent: miljoenen GPU’s — allemaal met Micron’s geheugen. Micron’s HBM3E-capaciteit voor heel 2025 is inmiddels al uitverkocht. En voor 2026 lopen de pre-orders al binnen. De productie draait op volle toeren, en het bedrijf breidt zijn fabrieken in Boise, Idaho en Hiroshima, Japan fors uit om aan de groeiende vraag te voldoen. De financiële prestaties onderstrepen het verhaal. In het tweede kwartaal van fiscaal 2025 boekte Micron $8 miljard aan omzet, een stijging van 38% op jaarbasis. De compute- en netwerkdivisie – waarin datacentergeheugen valt – liet zelfs een groei van 109% zien en kwam uit op een record van $4,6 miljard. HBM droeg daar $1 miljard aan bij. De brutomarge verbeterde naar 34,8%, en de winst per aandeel verdubbelde tot $1,41. Voor het lopende kwartaal verwacht Micron een omzet van $8,8 miljard en een winst van $1,37 per aandeel — een jaar-op-jaar stijging van respectievelijk 29% en 356%. En dit is nog maar het begin: de HBM-markt groeit van $16 miljard in 2024 naar een verwachte $35 miljard in 2025 en $100 miljard tegen 2030. Als Micron zijn technologische voorsprong vasthoudt, ligt daar een structurele groeimarkt. Micron’s toekomst hangt niet alleen af van Nvidia’s datacenters. Ook in de consumentensector neemt de AI-vraag toe. AI-pc’s — denk aan laptops met lokale AI-verwerking voor chatbots en creatietools — vragen tegenwoordig minimaal 16 GB RAM, waar dat een jaar geleden nog 12 GB was. AI-smartphones, vooral in het hogere segment van Android, hebben nu 12 GB of meer nodig (versus 8 GB vorig jaar). Micron levert al aan toonaangevende fabrikanten als Samsung en verwacht dat AI-functionaliteit op de telefoon — denk aan realtime vertaling of AI-beeldbewerking — standaard zal worden. Dit zorgt voor een tweede groeipijler: mobiele apparaten met steeds zwaardere geheugenspecificaties. Ondanks deze groeivooruitzichten handelt Micron nog altijd tegen een forward koers-winstverhouding van 13,6. Vergelijk dat met AMD (22,7) en Nvidia (25,9), en het verschil is opvallend. Zeker omdat Micron direct meegroeit met Nvidia’s eigen succes — zonder de kosten van marketing, design of softwareontwikkeling die bij het bouwen van GPU’s komen kijken. Die waardering impliceert een zekere voorzichtigheid bij beleggers. Deze markt is cyclisch, zeggen critici. Maar deze cyclus lijkt anders: het is niet gedreven door smartphones of pc’s, maar door een structurele transformatie van hoe bedrijven wereldwijd AI implementeren. En zolang AI groeit, groeit Micron mee. Drie mogelijke toekomstscenario’s voor Micron De verwachtingen rond Micron zijn hooggespannen, en terecht. Het bedrijf speelt een cruciale rol in de AI-infrastructuur van de toekomst. Maar hoe die toekomst eruitziet, hangt van veel factoren af. Groeit Micron door naar de eredivisie van AI-techbedrijven? Of blijft het steken in de rol van cyclische toeleverancier? Hieronder drie scenario’s — van optimistisch tot voorzichtig — die de mogelijkheden schetsen. Best case scenario: Micron wordt onmisbaar in het AI-tijdperk In dit scenario blijft de AI-revolutie exponentieel doorgroeien. Bedrijven investeren massaal in datacenters, nieuwe AI-modellen worden groter en geavanceerder, en er ontstaat een structurele vraag naar high-bandwidth memory (HBM) — de geheugentechnologie waarin Micron uitblinkt. Nvidia’s GB200 en GB300 Blackwell-chips worden een enorm succes, met miljoenen verkochte units aan hyperscalers zoals Microsoft, Meta, Amazon en Google. Omdat deze chips standaard worden uitgerust met Micron’s HBM3E-geheugen, profiteert Micron direct mee van elke verkoop. En vanaf 2026 komt daar HBM4E bij, dat nog eens 60% meer bandbreedte biedt dan de huidige generatie. Daarmee blijft Micron technologisch leider in een snelgroeiende markt. Tegelijk breidt Micron zijn productiecapaciteit succesvol uit in de VS en Japan, waardoor het aan de vraag kan blijven voldoen én zijn marges kan behouden. De omzet groeit stabiel door, de brutomarge stijgt naar 40%+, en de winst per aandeel verdubbelt binnen enkele jaren In dit scenario ontstaat een herwaardering van het aandeel. De markt ziet Micron niet langer als cyclische geheugenboer, maar als strategische AI-leverancier — vergelijkbaar met hoe Nvidia ooit van GPU-maker naar AI-gigant evolueerde. De koers-winstverhouding stijgt van ~13 naar 20–25, wat leidt tot serieuze koersstijgingen. Base case scenario: Gestaag groeien met AI als wind mee In het basisscenario ontwikkelt de AI-markt zich in een gezond tempo, zonder extreme versnelling of stagnatie. Bedrijven blijven investeren in AI-infrastructuur, maar de hype zwakt iets af. Toch blijft er een stevige vraag naar geheugenoplossingen, zeker in datacenters en high-end laptops en smartphones. Micron weet zijn technologische voorsprong op het gebied van HBM te behouden, maar moet die wel stevig verdedigen. Concurrenten zoals SK Hynix of Samsung komen dichterbij, wat de prijsdruk verhoogt. Toch blijft Micron de voorkeursleverancier van Nvidia en andere grote spelers — al is het marktaandeel iets minder dominant dan nu. De omzet blijft stijgen, zij het minder explosief. De brutomarge schommelt tussen 32% en 36%, en de winstgroei stabiliseert rond de 10%–15% per jaar. Mobiele geheugenoplossingen herstellen langzaam, met AI-smartphones als groeidomein. In dit scenario blijft het aandeel aantrekkelijk gewaardeerd — rond een koers-winstverhouding van 13 tot 16 — maar zonder de premie van top-AI-spelers als Nvidia of AMD. Beleggers zien Micron vooral als een solide, maar geen spectaculaire groeier. Worst case scenario: Micron valt terug in oude patronen In het pessimistische scenario blijkt de AI-hype toch wat overdreven op korte termijn. De adoptie van robotica, chatbots en AI-software groeit trager dan verwacht. Hyperscalers bezuinigen op hun capex-bestedingen en schuiven datacenteruitbreidingen uit. Tegelijk verschijnen er nieuwe technologische oplossingen die minder geheugencapaciteit vereisen, of gaan grote klanten zoals Nvidia gedeeltelijk in zee met concurrenten zoals SK Hynix. Micron’s dominante positie in HBM komt onder druk te staan, terwijl de geheugenmarkt als geheel terugvalt in zijn klassieke cyclische patroon: periodes van overaanbod, prijsdalingen en druk op marges. Ook het herstel in mobiel en pc’s valt tegen, onder meer door economische onzekerheid en zwakke consumentenvraag. De brutomarge zakt onder de 30%, de winst per aandeel stagneert of daalt zelfs tijdelijk. In dit scenario keert de markt terug naar een defensieve waardering — koers-winstverhoudingen van 8 tot 12, afhankelijk van de fase van de cyclus. Het aandeel blijft misschien wel interessant, maar mist het groeiprofiel dat het in het AI-tijdperk had kunnen hebben. Met de lagere marges kun je vervolgens weinig rendement verwachten.

  • Dit techaandeel stijgt stilletjes 60% in 2025

    In het kort: Alibaba’s beurswaarde is dit jaar met ruim $100 miljard gestegen door een koerssprong van bijna 60%. De groei komt door een bloeiende AI- en cloudtak, de terugkeer van Jack Ma op het podium en warmer overheidstoezicht in China. Alibaba pompt $50 miljard in AI-infrastructuur en zijn Qwen 2.5-Max AI-model behoort tot de populairste open-source modellen wereldwijd. Na een paar zware jaren maakt Alibaba een opvallende comeback op de beurs. Het aandeel is in 2025 bijna stilletjes  met 60% omhooggeschoten, wat de marktkapitalisatie met meer dan $100 miljard opdreef: Bron: Nasdaq Daarmee is het vertrouwen van beleggers teruggekeerd, na een periode waarin de Chinese e-commercereus onder vuur lag en zijn beurswaarde flink was gekrompen. Topman Eddie Wu  grijpt dit momentum aan en wil Alibaba weer laten opereren met de geestdrift van een start-up, zodat het bedrijf wendbaar blijft tegenover concurrenten. Ook medebestuurder Joseph Tsai  deelt die visie en samen hebben zij Alibaba teruggebracht naar de kern: focussen op de winstmakers. Het effect is duidelijk zichtbaar: de beurskoers staat op het hoogste punt in jaren en Alibaba is op papier weer een van ’s werelds meest waardevolle techbedrijven. Sinds de start van het jaar presteert het flink beter dan Amerikaanse concurrent Amazon en de Nasdaq-100: Bron: Ycharts Belangrijk voor het sentiment is de comeback van Jack Ma . De oprichter van Alibaba liet lange tijd niets van zich horen, maar verscheen recent weer in de openbaarheid, wat door investeerders als positief signaal werd gezien. Daarnaast viert Alibaba’s vernieuwde strategie succes. Wu en Tsai hebben het concern afgeslankt en teruggebracht tot de twee pijlers waar het ooit groot mee werd: e-commerce en cloudtechnologie. Door weer vol in te zetten op de kernactiviteiten  straalt Alibaba uit dat het oude groeimodel nog lang niet is uitgewerkt – en dat merken beleggers in hun portemonnee. Over hele breedte vonden Chinese aandelen weer de weg omhoog in 2025: Bron: Reuters AI en cloud zijn de groeimotors De nieuwe ster aan Alibaba’s firmament is zijn AI- en clouddivisie. Het bedrijf kondigde begin 2025 een duizelingwekkende investering aan van 380 miljard yuan – ruim $50 miljard – in AI-infrastructuur voor de komende drie jaar. Dit bedrag is groter dan wat Alibaba in het hele vorige decennium  uitgaf aan AI en cloud, een teken dat het bedrijf koste wat kost een hoofdrol wil spelen in de wereldwijde AI-wedloop. Ter vergelijking: alleen Microsoft spendeert dit jaar meer aan AI-datacenters (circa $80 miljard). Alibaba mikt hiermee op een toppositie in kunstmatige intelligentie, naast Amerikaanse giganten als OpenAI, Microsoft en Alphabet. “Als we Artificial General Intelligence  bereiken, wordt de AI-industrie waarschijnlijk de grootste ter wereld,” voorspelt CEO Eddie Wu ambitieus. De inzet op AI betaalt zich inmiddels terug in groei. Alibaba’s clouddivisie – ondergebracht in de Cloud Intelligence Group  – zag de omzet in het afgelopen kwartaal (Q3 2025) met 13% stijgen: Bron: Alibaba IR Vooral clouddiensten voor AI-toepassingen blijken een goudmijn. De vraag van bedrijven naar rekenkracht en servers om AI-modellen te draaien is geëxplodeerd. Alibaba speelt hierop in door AI-modellen als open source aan te bieden, terwijl klanten wel betalen voor het draaien ervan op Alibaba’s cloudplatform. Het resultaat: de inkomsten uit AI-gerelateerde producten groeien al zes kwartalen op rij met driecijferige percentages . Dit vertaalt zich in een herstel naar de positieve groeicijfers: Bron: Seeking Alpha Deze explosieve groei overtreft zelfs Alibaba’s eigen verwachtingen en wordt voor een groot deel gedreven door de stormloop op zogeheten AI inference -diensten (het gebruiken van getrainde AI-modellen in de praktijk). Een blikvanger in Alibaba’s AI-portfolio is het Qwen -model. Deze familie van grote taalmodellen geldt inmiddels als het meestgebruikte open-source AI-model onder ontwikkelaars wereldwijd. Sinds de lancering in augustus 2023 zijn er al meer dan 90.000 derivaten  van Qwen gemaakt – varianten en toepassingen gebouwd op basis van Alibaba’s model. De nieuwste telg, Qwen 2.5-Max , presteert zo goed dat hij wereldwijd een top-10 notering heeft veroverd in de onafhankelijke Chatbot Arena ranglijst. Met deze troefkaart in handen heeft Alibaba zich definitief naast OpenAI’s GPT-4 en Meta’s Llama weten te plaatsen in de AI-arena. Dat Alibaba Qwen open-source aanbiedt, zorgt voor een snelle adoptie en een groeiend ecosysteem – een slimme zet, al vragen analisten zich af hoe hier uiteindelijk geld aan wordt verdiend. Vooralsnog trekken de populariteit van Qwen en de fors stijgende vraag naar clouddiensten voor AI Alibaba’s omzet en beurskoers duidelijk omhoog. Kernactiviteiten zien ook weer groei Terwijl AI en cloud als katalysator dienen, krabbelt Alibaba’s traditionele e-commercebusiness ook weer op. De Chinese online handel  – het hart van Alibaba – laat weer lichte groei zien. De winstgevendheid van Alibaba’s winkeldivisie, met platforms als Taobao en Tmall, steeg afgelopen kwartaal met 2% (EBITA) ten opzichte van een jaar eerder. Alibaba staat bekend om de brede spreiding in activiteiten: Bron: Statista Dat is geen enorme sprong, maar wel een signaal dat de pijn van eerdere concurrentiedruk en consumentenzwakte aan het wegebben is. De introductie van nieuwe tools, zoals AI-gestuurde marketinghulpjes voor verkopers, heeft de omzet uit advertentiediensten op Taobao en Tmall met 9% laten toenemen. Tegelijkertijd houden de investeringen in een betere gebruikerservaring de groei in toom, maar die investering betaalt zich op termijn uit in trouwere klanten. Buiten China plukt Alibaba al de vruchten van expansie. De internationale retailtak  – denk aan platformen als AliExpress in Europa en Trendyol in Turkije – groeide met maar liefst 36% in omzet vergeleken met een jaar eerder. Vooral AliExpress wist meer kopers te trekken en de samenwerking met lokale partners te versterken, wat leidde tot een forse verkoopstijging. Deze internationale groei is opvallend en neemt een deel van de druk weg van de verzadigde thuismarkt. Alibaba’s bestuur ziet hier zelfs zóveel potentie dat het op termijn verwacht dat de buitenlandse ecommerce-activiteiten winstgevender kunnen worden dan de Chinese. De binnenlandse- en buitenlandse inkomsten: Bron: Statista De sterke cijfers op core commerce-gebied geven Alibaba ruimte om te blijven herstructureren  en te investeren. Eerder had het bedrijf plannen om zichzelf op te knippen in zes losse onderdelen, maar dat idee is intussen grotendeels teruggedraaid. In plaats daarvan kiest Alibaba nu voor een plattere organisatiestructuur met de focus op twee kernsegmenten: de handelsactiviteiten en de cloud/AI-tak. In de cloudmarkt heeft Alibaba nu een wereldwijd marktaandeel van 4%: Bron: Statista Hierdoor kan sneller worden geschakeld en profiteren de winstgevende onderdelen direct van de innovaties in AI en cloud. Ook opvallend: Alibaba blijft vertrouwen uitstrahlen door eigen aandelen in te kopen. In de afgelopen acht kwartalen heeft het bedrijf voor zo’n $25,6 miljard aan aandelen teruggekocht , wat neerkomt op circa 10% van het uitstaande kapitaal. De aandeel-terugkopen de laatste kwartalen: Bron: HedgeMix Alleen al in het afgelopen halfjaar gaf Alibaba $11,3 miljard uit aan buybacks, goed voor een netto afname van 5% in het aantal aandelen. Deze kooplust van Alibaba zelf ondersteunt de koers en bewijst dat het management de huidige waardering nog steeds aantrekkelijk vindt. Financieel staat Alibaba er dan ook gezond op. Eind 2024 had de groep een nettokaspositie  van $51,9 miljard, een oorlogskas die het bedrijf naar believen kan inzetten voor investeringen, overnames of verdere aandeleninkoop. Daarmee hoeft Alibaba in tegenstelling tot sommige Amerikaanse branchegenoten niet te schromen om agressief te investeren in groei-initiatieven als AI. Tegelijk blijft er genoeg ruimte om aandeelhouders tevreden te houden via buybacks en, als de winstgevendheid verder aantrekt, mogelijk dividend in de toekomst. Economisch herstel en geopolitieke risico’s Alibaba’s wederopstanding speelt zich af tegen de achtergrond van een Chinees economisch herstel. Na de strenge coronajaren is de op één na grootste economie ter wereld weer in beweging gekomen: in 2023 groeide de Chinese economie met 5,2%, nét boven de doelstelling van Beijing. Hoewel dit herstel onevenwichtig verliep – met name de vastgoedsector blijft kwakkelen – zijn er duidelijke lichtpunten. De Chinese GDP-groei: Bron: TradingEconomics Consumenten geven weer geld uit: in de eerste twee maanden van 2025 steeg de detailhandelsomzet in China met 4% op jaarbasis, aangejaagd door een inhaalslag tijdens het nieuwjaarsseizoen en overheidsprikkels voor bestedingen. Deze opleving in consumentenvertrouwen is cruciaal voor Alibaba, dat nog altijd het grootste deel van zijn omzet haalt uit online consumentenbestedingen. Meer kooplust in China vertaalt zich direct in hogere verkoopcijfers op Alibaba’s platforms. Ook politiek  waait er een mildere wind door tech-land. De jarenlange harde reguleringscampagne tegen grote techbedrijven – waarbij Alibaba symbool stond nadat Jack Ma’s Ant Group in 2020 abrupt werd teruggefloten – lijkt voorbij. In juli 2023 sloten toezichthouders hun onderzoek naar Ant af met een boete van $1 miljard. Dat was een duidelijke streep onder het verleden; kort daarop riep Beijing publiekelijk op tot een “heropleving van de private sector”. Sindsdien is de overheid opvallend vriendelijker voor haar techkampioenen. Zo verklaarde de mededingingsautoriteit in augustus 2024 dat Alibaba niet langer ongeoorloofde monopoliepraktijken vertoonde. In dezelfde maand kreeg Alibaba groen licht om de betaalservice WeChat Pay van rivaal Tencent toe te laten op zijn platforms – een teken dat de gedwongen scheidslijnen tussen Chinese internetecosystemen worden versoepeld. Deze regelluwe koers van de overheid haalt een belangrijk hoofdpijndossier van tafel voor Alibaba. Minder bemoeienis betekent meer ruimte om te innoveren en te ondernemen, wat investeerdersvertrouwen ten goede komt. Jack Ma zelf durft zich inmiddels weer vrolijk in het openbaar te vertonen, waarmee het laatste restje onzekerheid rond zijn persoon is verdampt. Toch is het niet louter rozengeur en maneschijn. Geopolitieke risico’s  blijven als donkere wolken aan de horizon staan. De relatie tussen China en de Verenigde Staten is gespannen, met name op het gebied van technologie. Washington heeft strenge exportbeperkingen ingesteld voor geavanceerde chips die nodig zijn voor AI-toepassingen. Nvidia’s topsnelheidschips mogen bijvoorbeeld niet zomaar meer naar China verkocht worden, wat Alibaba dwingt om naar alternatieven te zoeken. Het bedrijf anticipeert hierop door fors te investeren in eigen chipontwikkeling. Recent lanceerde Alibaba’s Damo Academy een zelfontwikkelde serverchip (de XuanTie C930  op RISC-V-architectuur) als poging om minder afhankelijk te worden van westerse technologie. Deze focus op zelfredzaamheid past in China’s bredere strategie om de binnenlandse techsector te versterken, maar het blijft afwachten of het genoeg is. Verder laait de handelsoorlog retorisch weer op: de Amerikaanse overheid overweegt nieuwe tarieven en exportregels, terwijl Beijing op zijn beurt steun geeft aan lokale spelers om de Amerikaanse druk te weerstaan. Voor Alibaba betekenen zulke spanningen enerzijds dat de thuismarkt bescherming en steun geniet – het bedrijf profiteert van Beijing’s drang naar eigen AI en halfgeleiders – maar anderzijds zou een verdere escalatie de toegang tot buitenlandse markten en technologie kunnen beperken. Het is een geopolitiek evenwicht waar Alibaba scherp op moet blijven letten. Al met al staat Alibaba er in 2025 beduidend beter voor  dan de jaren ervoor. De combinatie van intern herstel – met AI als aanjager en een teruggekeerde Jack Ma op de achtergrond – en extern meevallende omstandigheden – een herstellende Chinese economie en een regering die weer ruimte laat – heeft het concern nieuw leven ingeblazen. Beleggers lijken weer in het Alibaba-verhaal te geloven, getuige de herwonnen beurswaarde. Natuurlijk zijn er nog uitdagingen genoeg, van blijvende concurrentie (zowel thuis als internationaal) tot de grillen van geopolitiek, maar de toon is gezet: Alibaba is terug van weggeweest.

  • Bank of America: Nvidia kan 76% stijgen

    In het kort: Nvidia’s koers daalde in 2025 met bijna 20%, maar Bank of America ziet een koopkans met een koersdoel van $200, een stijging van 76% vanaf de huidige $112. De AI Diffusion Rules van 15 mei beperken chip-export en kunnen Nvidia’s Chinese omzet (10%) raken, maar BofA verwacht herstel zodra de onzekerheid verdwijnt. Met een aantrekkelijke toekomstig PE-ratio van 22,5x-26x, sterke fundamentals en de B300 Blackwell Ultra-chip is Nvidia volgens BofA klaar voor een rebound. Nvidia, hét aandeel van de AI revolutie, heeft het de laatste tijd niet makkelijk gehad op de beurs. De koers is in 2025 met bijna 20% gezakt, en vooral maart was een zware maand met een daling van ongeveer 10%. Koersdaling Nvidia Year-to-date: Bron: Google Finance Toch ziet Bank of America (BofA) juist nu een kans voor beleggers. Volgens de analisten van de bank is het einde van Nvidia’s dip in zicht, en biedt het aandeel op dit moment een unieke koopkans. Met een koersdoel van $200 per aandeel – wat een stijging van bijna 76% impliceert vanaf nu – is BofA optimistisch over de toekomst van deze techgigant. Na twee jaar van explosieve groei – waarin het bedrijf uitgroeide tot een van de grootste tech-bedrijven – lijkt de glans er in 2025 wat af. Beleggers zijn nerveus geworden en stappen af van de ‘high flyers’ uit de Big Tech van vorig jaar. Maar wat veroorzaakt deze dip?  Een van de grootste zorgen is de onzekerheid rond de zogenaamde AI Diffusion Rules , nieuwe regels die eind mei ingaan. Deze regels, geïntroduceerd in de laatste dagen van de Biden-regering, beperken de export van geavanceerde AI-chips – zoals die van Nvidia – naar een selecte groep van 18 landen. Dit roept vragen op over Nvidia’s toekomstige omzet, vooral in markten zoals China, waar het bedrijf ongeveer 10% van zijn datacenter-inkomsten vandaan haalt. Toch denkt Bank of America dat deze zorgen overdreven zijn en dat de markt Nvidia te hard afstraft.   Analist Vivek Arya van Bank of America is stellig in zijn vertrouwen. In een recente notitie schreef hij: “We believe the stock is providing a particularly attractive opportunity for one of the most unique, high-quality tech franchises leading the largest and fastest growing secular trends.” Volgens Arya biedt Nvidia’s huidige koers een zeldzame kans om in te stappen bij een bedrijf dat vooroploopt in de AI-revolutie – een trend die volgens hem nog lang niet ten einde is.   BofA handhaaft een ‘buy’-rating en stelt een koersdoel van $200 per aandeel, wat een forse stijging betekent ten opzichte van de huidige koers van ongeveer $112. Dit optimisme is deels gebaseerd op de verwachting dat de onzekerheid rond de AI Diffusion Rules binnenkort zal afnemen. De deadline van 15 mei – door analisten ook wel ‘Liberation Day’  genoemd – wordt gezien als een kantelpunt. Zodra de definitieve regels duidelijk zijn, verwacht Arya dat Nvidia’s aandeel zal herstellen, vergelijkbaar met hoe andere halfgeleiderbedrijven dit jaar herstelden na onzekerheid over China.   AI Diffusion rules De AI Diffusion Rules zijn bedoeld om de wereldwijde ontwikkeling van AI te controleren door de export van geavanceerde chips te beperken. Dit raakt Nvidia recht in het hart, aangezien het bedrijf marktleider is in AI-hardware. Maar hoe groot is de schade echt? BofA schat dat Nvidia’s directe blootstelling aan de Chinese datacentermarkt zo’n 10% van de omzet bedraagt. Afhankelijk van hoe streng de uiteindelijke regels worden, kan dit leiden tot een omzetdaling van 0% tot 10%. Toch ziet de bank licht aan het einde van de tunnel. Zelfs in het slechtste scenario – waarin de restricties maximaal worden doorgevoerd – blijven Nvidia’s vooruitzichten aantrekkelijk. Analisten schatten dat de winst per aandeel (EPS) in 2026 tussen de $4,40 en $5,05 zal liggen. Met een koers-winstverhouding (PE-ratio) van 22,5x tot 26x is dat nog steeds lager dan Nvidia’s historische gemiddelde PE van 36x. Historisch PE Nvidia: Bron: MacroTrends Een rebound in zicht Arya trekt een parallel met andere halfgeleiderbedrijven die dit jaar al een herstel lieten zien. “Once the geopolitical concerns are sized and priced, we expect NVDA to recover, much like the relative recovery we have seen in semicap stocks this year once China exposure was reflected in wafer fab equipment spending,” - Arya (BofA) Hij suggereert dat de markt Nvidia’s risico’s momenteel overschat en dat een correctie omhoog aanstaande is zodra de onzekerheid verdwijnt. Wat Nvidia zo bijzonder maakt, is niet alleen zijn dominante positie in AI, maar ook de diversiteit van zijn omzetstromen. Hoewel de datacentermarkt (inclusief China) belangrijk is, haalt Nvidia ook inkomsten uit gaming, automotive en workstations – sectoren die minder geraakt worden door de exportrestricties. Bovendien kan een toenemende vraag naar AI-chips van Amerikaanse hyperscalers (zoals Amazon, Microsoft en Google) de impact van de regels deels compenseren. Tijdens de recente GPU Tech Conference (GTC), ook wel de ‘Super Bowl van AI’ genoemd, benadrukte CEO Jensen Huang de ‘uitzonderlijke’ vraag naar Nvidia’s bestaande Blackwell-chip. Dit onderstreept de blijvende honger naar Nvidia’s technologie, zelfs te midden van geopolitieke spanningen. De introductie van de B300 Blackwell Ultra later dit jaar wordt gezien als een extra katalysator die het aandeel een boost kan geven.   Aanhoudende volatiliteit Toch is het niet allemaal positief. De volatiliteit rond Nvidia zal waarschijnlijk aanhouden tot 15 mei, wanneer de AI Diffusion Rules van kracht worden. Tot die tijd kunnen nieuwsberichten over exportbeperkingen of handelsspanningen de koers blijven beïnvloeden. Recent nieuws over nieuwe energie-efficiëntieregels in China, die sommige Nvidia-chips zouden kunnen uitsluiten, zorgde bijvoorbeeld al voor een daling van 5% op één dag. Maar voor wie verder kijkt dan de korte termijn, biedt deze volatiliteit juist kansen. Zoals BofA het verwoordt: “There is a wide range of outcomes, and NVDA stock could stay volatile till the May-15 date, aka ‘Liberation Day’ as a catalyst when the impact could be reflected in the stock.”   Conclusie Bank of America ziet een gunstig instapmoment voor Nvidia, ondanks de moeilijke start van 2025. De bank hanteert een koersdoel van $200 en wijst op een aantrekkelijke waardering en meerdere aankomende katalysatoren, waaronder de AI Diffusion Rules-deadline en de lancering van de Blackwell Ultra. Op basis hiervan verwacht de bank een positieve ontwikkeling van het aandeel.

  • Deze miljardair ziet dit tech-aandeel met 525% stijgen (en nee, het is niet Nvidia)

    In het kort: Belegger Ron Baron voorspelt een waardering van $5 biljoen voor Tesla, gedreven door het potentieel van een wereldwijd robotaxi-netwerk op basis van Tesla’s zelfrijdende software. Het verdienmodel draait om terugkerende inkomsten via autonome ritten, met hoge marges vergelijkbaar met techbedrijven in plaats van autofabrikanten. Obstakels zoals regelgeving, technologische beperkingen en concurrentie maken de uitvoering uitdagend, maar voor beleggers blijft het groeiverhaal mogelijk aantrekkelijk. Ron Baron staat bekend als een geduldige, langetermijnbelegger met een scherpe neus voor disruptieve bedrijven. Zijn fonds Baron Capital is al jaren een grote aandeelhouder in Tesla. En als het aan Baron ligt, is de rek er nog lang niet uit: hij ziet Tesla uitgroeien tot een bedrijf met een marktwaarde van $5.000 miljard. Ter vergelijking: op het moment van schrijven ligt Tesla’s waardering rond de $875 miljard. Dat zou dus neerkomen op een stijging van ruim 500%. Dat klinkt ambitieus — misschien zelfs extreem — maar volgens Baron ligt de sleutel in één woord: robotaxi’s. Bij het horen van de naam Tesla denken de meeste mensen aan elektrische auto’s. En terecht: Tesla heeft als geen ander het elektrische rijden populair gemaakt en het merk staat inmiddels synoniem voor technologische innovatie op vier wielen. Maar onder de motorkap is er iets veel fundamentelers gaande. Tesla wil geen traditionele autofabrikant zijn, maar een softwarebedrijf dat mobiliteit compleet heruitvindt. De sleutel ligt in Tesla’s Full Self-Driving-software, of kortweg FSD. Die technologie stelt auto’s in staat om steeds autonomer te rijden — van automatisch invoegen tot zelfstandig navigeren door steden. Vooralsnog is FSD in abonnementsvorm beschikbaar, waarmee Tesla maandelijks terugkerende inkomsten genereert. En juist dát is belangrijk: software kent nauwelijks extra kosten per klant, maar kan eindeloos geschaald worden. Het verschil met een eenmalige autoverkoop is enorm. Maar wat als Tesla die technologie nog een stap verder doortrekt? Elon Musk spreekt er al jaren over: een toekomst waarin je geen auto meer bezit, maar er eentje oproept via je telefoon. Geen chauffeur, geen wachttijd, gewoon instappen en rijden. Dat is het idee achter Tesla’s robotaxi-initiatief. Volgens Musk zou de eerste versie van dit systeem zelfs nog in 2025 operationeel kunnen zijn. Het concept is eenvoudig maar krachtig: Tesla bouwt een vloot zelfrijdende auto’s die tegen betaling ritten uitvoeren. Denk aan een autonome Uber, maar dan gerund door Tesla zelf — inclusief de voertuigen, software én het platform waarmee klanten een rit boeken. Het voordeel? Waar Tesla nu één keer geld verdient bij de verkoop van een auto, kan een robotaxi jarenlang inkomsten blijven genereren. Een enkele auto zou tientallen ritten per dag kunnen doen, wat een enorm schaalvoordeel oplevert. Volgens miljardair Ron Baron zit hier het échte goudmijntje van Tesla. Omdat de robotaxi’s draaien op Tesla’s eigen software en AI, is het bedrijf in staat om marges te realiseren die eerder thuishoren in de wereld van techbedrijven dan in de auto-industrie. En dat is precies waarom Baron denkt dat Tesla uiteindelijk niet gewaardeerd zal worden als autofabrikant, maar als softwaregigant — met een bijbehorende, veel hogere waardering. De visie van Elon Musk en investeerder Ron Baron op Tesla’s toekomst is zonder twijfel groots en inspirerend. Een wereldwijd netwerk van zelfrijdende auto’s, aangestuurd door Tesla’s eigen software, dat elke dag miljarden aan terugkerende inkomsten genereert: het klinkt als sciencefiction — en misschien is dat het voorlopig ook nog. Want tussen droom en werkelijkheid staan een aantal forse obstakels in de weg die Tesla eerst zal moeten overwinnen. Hoewel Tesla’s Full Self-Driving (FSD)-software op veel vlakken zijn tijd vooruit is, is het systeem anno 2025 nog altijd niet volledig autonoom. Het kan goed overweg met snelwegen, voorspelbaar verkeer en gestructureerde routes. Maar zodra er sprake is van onverwachte situaties — denk aan slecht weer, wegwerkzaamheden, drukke stadscentra of andere verkeersdeelnemers die zich onvoorspelbaar gedragen — laat de software nog wel eens steken vallen. En voor een robotaxi-netwerk dat zonder menselijke tussenkomst opereert, is een foutmarge simpelweg onacceptabel. Zolang het systeem geen "level 5 autonomy" bereikt (volledige zelfrijdendheid in alle omstandigheden), zullen toezichthouders en het grote publiek huiverig blijven. Voor nu is het echter wel een stuk veiliger dan normale auto's. Daarmee komen we op het tweede grote struikelblok: wet- en regelgeving. Autonoom rijden is een nieuw terrein voor beleidsmakers, verzekeraars en toezichthouders. Elk land — en in de VS zelfs elke staat — stelt zijn eigen eisen aan de toelating van zelfrijdende voertuigen. Die versnippering maakt het bijzonder lastig om snel op te schalen. Daarbovenop komt de juridische vraag: wie is aansprakelijk bij een ongeluk? De eigenaar van de auto? De passagier? Tesla zelf? Zolang dit soort kwesties niet helder zijn afgedekt, zullen robotaxi’s slechts beperkt kunnen opereren, en blijft de groei beperkt tot pilots en testgebieden. Tesla mag dan het bekendste merk zijn in deze ruimte, het is zeker niet de enige speler. Grote namen als Waymo (onderdeel van Google-moeder Alphabet), Cruise (van General Motors) en het Chinese Baidu investeren eveneens miljarden in zelfrijdende mobiliteit. Waymo rijdt inmiddels met autonome taxi’s rond in steden als Phoenix en San Francisco — weliswaar met beperkingen, maar het laat zien dat de concurrentie niet stilzit. Tesla’s kracht zit in de combinatie van hardware en software, en het feit dat het miljoenen voertuigen al op de weg heeft. Maar het is allesbehalve zeker dat die voorsprong duurzaam is. De technologie ontwikkelt zich razendsnel, en nieuwe toetreders kunnen via partnerschappen, overnames of regionale focus marktaandeel veroveren. Een laatste, maar niet onbelangrijke vraag is hoe Tesla zijn robotaxi-strategie gaat vormgeven. Gaat het samenwerken met bestaande mobiliteitsplatforms zoals Uber en Lyft, die al beschikken over miljoenen gebruikers en logistieke ervaring? Of kiest Tesla voor volledige controle en bouwt het zijn eigen boekingsapp, inclusief klantenservice, routeplanning, pricing en support? Beide opties hebben voor- en nadelen. Samenwerken betekent snelheid en schaal, maar mogelijk ook het delen van data en inkomsten. Zelf doen biedt maximale controle over het klantcontact en de marges, maar vraagt enorme investeringen in infrastructuur en operationele capaciteit. De keuze die Tesla hierin maakt, zal van grote invloed zijn op de uiteindelijke winstgevendheid en schaalbaarheid van het robotaxi-model. Ron Barons voorspelling is daarom zeker gedurfd. Een waardering van $5 biljoen klinkt nu als science fiction, maar als Tesla daadwerkelijk een wereldwijd robotaxi-netwerk uitrolt — en daarin de dominante speler wordt — is het scenario niet onmogelijk. Zeker niet als we kijken naar hoe de markt bedrijven waardeert met hoge winstmarges en terugkerende inkomsten. Voor beleggers betekent dit vooral dat Tesla steeds meer gezien moet worden als een technologiebedrijf dat mobiliteit opnieuw wil uitvinden. Niet alleen via elektrische auto’s, maar via software, AI en autonome infrastructuur. En als die puzzelstukjes samenvallen, zou Ron Baron weleens gelijk kunnen krijgen. Maar zoals altijd geldt: zelfs het meest veelbelovende groeiverhaal komt met onzekerheden. En voor wie zich afvraagt of nu het moment is om in te stappen? Dat hangt af van één vraag: geloof je in een toekomst waarin je geen auto meer bezit, maar één oproept — en die zonder chauffeur voor je deur komt voorrijden?

  • Gaat Intel exploderen door Nvidia-geruchten?

    In het kort: UBS speculeert dat NVIDIA overweegt een deel van zijn chipproductie naar Intel te verplaatsen, wat Intel’s foundry-business een flinke boost kan geven. Lip-Bu Tan, de nieuwe CEO van Intel, richt zich op klantgerichtheid en het omvormen van Intel tot een toonaangevende chipfabrikant voor externe bedrijven. Geopolitieke factoren spelen mee, omdat een samenwerking met een Amerikaans bedrijf, Nvidia kan beschermen tegen importheffingen. Intel staat op een kantelpunt. Jarenlang probeerde het vergeefs zijn positie als marktleider in de chipindustrie te verdedigen, terwijl TSMC steeds verder uitliep. Maar sinds Lip-Bu Tan deze maand aantrad als CEO, gaan er geruchten rond over een mogelijke comeback. Eén speculatie springt eruit—en trekt de aandacht van beleggers: Intel zou op het punt staan NVIDIA, dé gigant in gaming- en AI-chips, binnen te halen als klant voor zijn foundry-business.   Een nieuwe CEO Lip-Bu Tan is allesbehalve een nieuwkomer. Met een indrukwekkende staat van dienst als investeerder en bestuurder bij Cadence Design Systems, nam hij begin maart het roer over van ex-CEO Pat Gelsinger, die zijn weg vervolgde in de harde wereld van durfkapitaal. Intel heeft het zwaar: na overnamegeruchten schoot de aandelenkoers met 40% omhoog, maar zakte sindsdien weer met 16%—nog altijd ver verwijderd van de recordhoogte van 71 dollar in 2000. Bron: Google Finance Sinds Tan’s aantreden op 12 maart is het aandeel echter weer met 15% gestegen – een teken dat de markt gelooft in zijn visie.   Tan zet vol in op klantgerichtheid. Zijn doel: Intel omvormen tot een eersteklas foundry—een chipproducent die niet alleen voor zichzelf, maar ook voor andere bedrijven produceert.   Geruchten over een mogelijke afsplitsing van de foundry-tak, die in februari de koers opstuwden en al vóór zijn aantreden rondgingen, heeft hij van tafel geveegd. In plaats daarvan focust hij op het aantrekken van grote klanten om Intel’s fabrieken maximaal te benutten en de concurrentie aan te gaan met TSMC, de onbetwiste marktleider in chipproductie.   Het NVIDIA gerucht Het grote nieuws komt van UBS, een investeringsbank die voorspelt dat Intel dicht bij een deal met NVIDIA staat. Analist Timothy Arcuri speculeert dat Nvidia serieus overweegt om een deel van zijn productie naar Intel te verplaatsen. Dit zou een enorme boost zijn voor Intel’s geloofwaardigheid als foundry. Maar waarom zou NVIDIA, dat al jarenlang vertrouwt op TSMC, deze stap zetten? Er zijn twee overtuigende redenen. Ten eerste kampt NVIDIA met een nijpend tekort aan gaming-GPU’s. De recente lancering van de RTX 50-serie was technisch een succes, maar de voorraad is zo beperkt dat prijzen ver boven de adviesprijs schieten. Gamers klagen, en NVIDIA riskeert marktaandeel te verliezen aan AMD, wiens RX 9000-serie indruk maakt. Tegelijkertijd verdient NVIDIA veel meer aan zijn AI-datacenter-GPU’s, die prioriteit krijgen bij TSMC. Door gaming-GPU’s naar Intel te verplaatsen en AI-chips bij TSMC te houden, kan NVIDIA beide markten beter bedienen.   Omzetverdeling Nvidia Q4 2025: Bron: Nvidia IR Ten tweede speelt geopolitiek mee. De Trump-regering dringt aan op het terughalen van chipproductie naar de VS, en Intel’s Amerikaanse fabrieken passen perfect in dat plaatje. Een deal met Intel zou NVIDIA niet alleen beschermen tegen mogelijke importheffingen uit Taiwan, maar ook politieke punten opleveren. Als dit gerucht klopt, zou het aandeel Intel kunnen profiteren van zowel operationele als symbolische winst.   Broadcom mogelijkheid Naast NVIDIA noemt UBS ook Broadcom als potentiële klant, al lijkt die kans kleiner. Als zwaargewicht in netwerk- en communicatiechips zou Broadcom kunnen profiteren van Intel’s groeiende productiecapaciteit, vooral als Intel zijn verpakkingstechnologie verder verfijnt. Toch ligt de focus van de markt vooral op NVIDIA, omdat die samenwerking sneller haalbaar lijkt en een grotere impact zou hebben.   Daarnaast wordt zelfs Apple genoemd in de speculaties. Intel werkt samen met het Taiwanese UMC, en volgens analist Arcuri zou dit duo kunnen uitgroeien tot een alternatief voor Apple’s chipproductie, die nu vrijwel volledig in handen is van TSMC. Een doorbraak bij Apple zou Intel’s positie aanzienlijk versterken, maar vooralsnog blijft NVIDIA het meest tastbare vooruitzicht.   De 18A-factor Centraal in dit alles staat Intel’s 18A-proces, een nieuwe productietechnologie die klaar is voor massaproductie. Dit proces belooft prestaties en efficiëntie die TSMC kunnen uitdagen. Toch is er een kink in de kabel: het energieverbruik. Arcuri wijst erop dat de huidige 18A te veel stroom slurpt om aantrekkelijk te zijn voor klanten als NVIDIA. Intel werkt echter aan een energiezuinigere versie, 18AP, die sneller op de markt moet komen. Als dat lukt, kan het de deal met NVIDIA bezegelen. Daarnaast heeft Intel een troef in handen met zijn verpakkingstechnologie. TSMC’s CoWoS-verpakking, cruciaal voor AI-chips, kampt met capaciteitsproblemen, en Intel zou hierop kunnen inspelen door vergelijkbare oplossingen te bieden. Dit maakt het niet alleen aantrekkelijk voor NVIDIA, maar ook voor andere spelers in de AI-markt.   Wat betekent dit voor beleggers? Intel bevindt zich op een cruciaal moment. Jarenlang verloor het terrein aan TSMC, maar met Lip-Bu Tan aan het roer en een mogelijke deal met NVIDIA in de maak, kan het bedrijf zich herpakken. De combinatie van technologische innovatie, grote klanten en geopolitieke druk maakt Intel’s foundry-strategie niet alleen ambitieus, maar ook urgent. Als Intel NVIDIA weet binnen te halen, zou dat een enorme doorbraak betekenen—zowel financieel als strategisch. Maar als de deal mislukt of de 18AP-chip niet snel genoeg klaar is, kan het vertrouwen in Tan’s visie wegebben. De komende maanden zullen bepalend zijn. Beleggers en de chipindustrie kijken gespannen toe: wordt dit Intel’s comeback of een gemiste kans?

  • Hierdoor zakt deze sector compleet weg vandaag

    In het kort: Trump gooit 25%-tarief op auto-import: aandelen autosector kelderen Amerikaanse consumenten dreigen $5.000 tot $12.500 meer te betalen voor een auto Vooral buitenlandse merken zoals Toyota, Volkswagen en Stellantis zwaar getroffen Autosector in vrije val na nieuwe tariefmaatregel Trump: dit zijn de harde cijfers De Amerikaanse autosector kreeg donderdag een flinke tik. Na de aankondiging van president Donald Trump dat er vanaf 2 april een importheffing tot 25% op buitenlandse auto’s en onderdelen  komt, daalden de koersen van grote autofabrikanten wereldwijd. General Motors verloor bijna 8% , Ford daalde met 3% , en Stellantis zag een daling van bijna 4% . De reden? De markt rekent op hogere kosten, lagere marges en consumenten die massaal afhaken door hogere prijzen. Wat is er precies aangekondigd? President Trump voert gefaseerd een importheffing op auto’s en onderdelen  in: Start op 2 april met een tarief van 2,5% Oploop tot 25%  in de maanden erna Geldt voor álle voertuigen en onderdelen die niet in de VS zijn geproduceerd USMCA-landen (Canada, Mexico)  krijgen één maand uitstel, daarna ook mogelijk geraakt Het doel van Trump: binnenlandse productie stimuleren, banen terughalen en het begrotingstekort  terugdringen met naar schatting $100 miljard aan jaarlijkse belastinginkomsten . Maar analisten vrezen dat het tegenovergestelde gebeurt. Cijfers: Hoe groot is de klap? Volgens cijfers van het Amerikaanse Commerce Department (2024): 8 miljoen auto’s en lichte trucks geïmporteerd in 2024 , ter waarde van $244 miljard $197 miljard aan auto-onderdelen  geïmporteerd, vooral uit Mexico, Canada en China Zelfs Amerikaanse autofabrikanten zoals Ford en GM importeren hun onderdelen wereldwijd . De heffingen gelden óók voor die componenten. Dat betekent dus hogere inkoopkosten, hogere eindprijzen, en uiteindelijk: dalende verkoopcijfers . Wedbush-analist Dan Ives schetst het potentieel effect: “We verwachten dat deze tarieven de gemiddelde prijs van een auto met $5.000 tot $10.000 opdrijven, afhankelijk van model en segment.” Een andere schatting, afkomstig van het Witte Huis zelf, gaat nog verder: $12.500 per voertuig  extra — als de volle 25% wordt doorgerekend aan consumenten. Inflatie en minder keuze De gemiddelde prijs van een nieuwe auto in de VS ligt momenteel al op $49.000 . Met een verhoging van $10.000 komt dat op bijna $60.000  per voertuig. Volgens econoom Mary Lovely van het Peterson Institute: “Dit raakt vooral de middenklasse. Veel gezinnen zullen uitwijken naar tweedehands auto’s of hun bestaande wagen langer houden.” Daarnaast waarschuwt Edmunds-analist Jessica Caldwell voor stijgende reparatiekosten , hogere verzekeringspremies , en stijgende onderhoudsprijzen , omdat veel onderdelen schaars en duurder worden. Wall Street: EV-producenten als winnaars Niet álle aandelen leden onder het nieuws. Tesla en Rivian  waren licht in de plus. De reden: zij produceren grotendeels in de VS en zijn dus minder gevoelig voor de importheffing . Ook Hyundai, dat net $5,8 miljard investeert in een staalfabriek in Louisiana, lijkt op termijn te profiteren van de shift naar lokale productie. Chinese EV-producenten zoals XPeng en Li Auto , die eerder dit jaar al profiteerden van spanningen in de wereldhandel, wisten hun jaarwinst op de beurs verder uit te breiden. Let op: deze stijging kan van korte duur zijn als ook zij geraakt worden door bredere tarieven of retoriek rond Chinese importen. En nu? De grote onzekerheid is: blijven deze tarieven bestaan, of worden ze alsnog afgezwakt in onderhandelingen?  Bank of America denkt dat rationele economische overwegingen uiteindelijk zullen zegevieren: “We verwachten dat er via onderhandelingen een middenweg wordt gevonden, hoewel het proces volatiel zal zijn.” De financiële markten denken daar voorlopig anders over, gezien de scherpe koersdalingen. En zolang het Witte Huis spreekt van “permanente” maatregelen, rekenen beleggers op een structurele verschuiving van de kostenstructuur in de sector . De auto-industrie is één van de meest globaal geïntegreerde sectoren . Neem bijvoorbeeld een Ford F-150: geproduceerd in Michigan, maar met onderdelen uit meer dan 10 landen . Een volledig Amerikaanse auto bestaat praktisch niet meer. Het “reshoren” van de productie vereist: Jaren aan herontwerp van toeleveringsketens Investeringen van tientallen miljarden dollars Een transitieperiode waarin marges krimpen, concurrentiepositie verzwakt, en de consument de rekening betaalt Totdat die herstructurering voltooid is — en dat kan makkelijk 5 tot 10 jaar duren — blijft de sector kwetsbaar.Trump’s tariefbesluit is dus een gok op lange termijn. In theorie kan het binnenlandse productie stimuleren. Maar de korte termijnimpact is hard, direct meetbaar en potentieel inflatie-opdrijvend . En dat in een economie waar rente, kosten en schulden al onder druk staan. De aandelenkoersen spreken voor zich: beleggers geloven voorlopig niet in een ‘Amerikaans productieparadijs’, maar vrezen juist een structureel duurdere, minder competitieve industrie.

bottom of page