top of page

Doorzoek deze website

14563 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Wanneer wordt het ontwikkelbudget van Wolters Kluwer AI-omzet?

    In het kort Wolters Kluwer besteedt in 2026 naar verwachting 12 tot 13 procent van de omzet aan productontwikkeling om onder meer AI-functies te versnellen. Op 72,90 euro moet dat geld leiden tot hogere omzet per klant en sterkere marges, niet alleen tot meer softwarefuncties. 72,90 euro was het marktpeil op 29 september. Wolters Kluwer verwacht voor 2026 een goede organische groei, een hogere aangepaste operationele marge en een hoge enkelcijferige groei van de aangepaste winst per aandeel tegen constante valuta. De opvallendste investering zit eerder in de resultatenrekening: productontwikkeling stijgt naar 12 tot 13 procent van de omzet. Bij een omzetbasis van ongeveer 6,1 miljard euro gaat het om grofweg 0,8 miljard euro per jaar. Direct naar een onderdeel van dit artikel Productontwikkeling is pas waardevol als klanten meer betalen Winstgroei en aandelenkrimp moeten apart blijven Vrije kasstroom is de grens voor uitkeringen De waardering vertelt welk bewijs nog ontbreekt Drie paden maken het risico concreet Wat het oordeel kan veranderen De kwartaalcijfers die er werkelijk toe doen Productontwikkeling is pas waardevol als klanten meer betalen Wolters Kluwer verwerkt veel ontwikkelingsuitgaven direct in de kosten. Dat drukt de winst vandaag en kan de concurrentiepositie later versterken. De economische vraag is welk deel van de investering nieuwe omzet oplevert, klantverloop verlaagt of prijsverhogingen mogelijk maakt. AI is daarbij geen apart verdienmodel zolang klanten niet aantoonbaar meer gebruiken of betalen. De module vertaalt het bestedingspercentage naar euro's en laat zien welk bedrag modelmatig naar AI kan gaan. De verdeling is een aanname, geen gerapporteerd segmentcijfer. Zij maakt vooral duidelijk hoe groot de jaarlijkse inzet is en hoeveel extra brutowinst nodig is om daarop een aantrekkelijk rendement te halen. Winstgroei en aandelenkrimp moeten apart blijven Wolters Kluwer rapporteerde over het eerste halfjaar 5 procent organische groei, een aangepaste operationele marge van 29,4 procent en 533 miljoen euro aangepaste vrije kasstroom. Die ontwikkeling komt uit prijs, volume, mix en kostenbeheersing. Inkoop voegt daar alleen een kleiner aantal aandelen aan toe. De module laat zien dat 5 procent winstgroei en 1,8 procent aandelenkrimp samen ongeveer 6,9 procent groei per aandeel opleveren. Dat is nuttig, maar alleen zolang de schuld en rente niet sneller oplopen dan de kasstroom. Vrije kasstroom is de grens voor uitkeringen Dividend en inkoop kunnen tijdelijk hoger zijn dan de vrije kasstroom, maar dan groeit de schuld of krimpt de kas. Dat kan verdedigbaar zijn wanneer de koers uitzonderlijk laag staat. Het wordt kwetsbaar als hoge uitkeringen de ruimte voor productontwikkeling of acquisities beperken. De halfjaarkasstroom was 533 miljoen euro. Een verdubbeling is geen automatische jaarprognose, omdat werkkapitaal seizoenspatronen kent. Daarom is de module instelbaar. Lees ook: Deze twee aandelen zijn AI poortwachters en horen in elk watchtlist op aarde te staan De waardering vertelt welk bewijs nog ontbreekt Een koers zegt op zichzelf weinig. De bruikbare vraag is welk bedrijfsresultaat de prijs nodig heeft wanneer een belegger over drie jaar een redelijk rendement wil overhouden. In het omgekeerde model hieronder zijn de rendementseis en de eindwaardering verstelbaar. Daardoor is meteen zichtbaar of de uitkomst vooral leunt op echte groei of op de hoop dat een volgende koper opnieuw een hoge multiple betaalt. De uitkomst is nadrukkelijk geen voorspelling. Het is een rekensom die de bewijslast blootlegt. Een lage vereiste groei kan nog altijd te optimistisch zijn wanneer de kasstroom zwak is, terwijl een hoge vereiste groei haalbaar kan blijken als een bedrijf een aantoonbaar schaalvoordeel heeft. Daarom hoort deze module naast de operationele analyse te staan en niet in plaats daarvan. Drie paden maken het risico concreet Bear, midden en gunstig verschillen niet alleen in het eindgetal. Ieder pad gebruikt een eigen combinatie van omzet of winst, marge, aandelenbasis en waardering. Dat voorkomt de klassieke fout waarbij een optimistische winstverwachting zonder reden ook nog eens een hogere multiple krijgt. De tabel toont september 2027, september 2028 en september 2029, steeds in EUR en exclusief dividend. Het middelste pad is geen consensus en de drie paden krijgen geen kanspercentage. Ze zijn bedoeld om vooraf te bepalen welk bewijs de komende kwartalen nodig is. Wanneer de operationele cijfers naar het bearpad bewegen, hoort de waardering mee omlaag. Komt juist het gunstige pad dichterbij, dan moet dat zichtbaar zijn in kasstroom, marges en winst per aandeel, niet alleen in managementtaal. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. Wat het oordeel kan veranderen De sterkste tegenwerping is dat beurswaardering niet netjes op één formule reageert. Rente, valuta, geopolitiek en beleggerssentiment kunnen de koers jarenlang sterker bewegen dan de winst. Dat klopt. Toch verdwijnt de economische ankerwaarde niet. Over een langere periode moet de prijs worden gedragen door de kas die na investeringen en financiering aan aandeelhouders toekomt. De kwartaalcijfers die er werkelijk toe doen Een belegger hoeft niet ieder persbericht dezelfde waarde te geven. Omzetgroei is nuttig, maar pas wanneer duidelijk is hoeveel daarvan overblijft na personeelskosten, onderzoek, verkoop en noodzakelijke investeringen. Een verbetering van de aangepaste marge verdient daarom altijd een tweede controle via vrije kasstroom. Als de winst stijgt terwijl debiteuren, voorraad of geactiveerde kosten sneller oplopen, kan het economische herstel zwakker zijn dan het resultaat suggereert. Ook de aandelenbasis hoort in die controle. Een onderneming kan aandelen inkopen en tegelijk nieuwe stukken uitgeven voor beloning of overnames. Alleen de nettoverandering bepaalt hoeveel van de toekomstige winst aan ieder aandeel toekomt. Bij verlieslatende ondernemingen werkt hetzelfde mechanisme andersom: nieuwe financiering verlengt de kasduur, maar verdeelt de toekomstige waarde over meer stukken. Dat effect zit in het scenario verwerkt en mag niet nogmaals als losse korting worden toegepast. Tot slot telt de kwaliteit van de vooruitblik. Een concrete bandbreedte voor omzet, marge en kasstroom is bruikbaarder dan een algemene uitspraak over sterke vraag. De komende kwartaalrapportages moeten daarom drie verbanden bevestigen: groei moet doorwerken in brutowinst, brutowinst moet doorstromen naar operationele kasstroom en die kasstroom moet na investeringen beschikbaar blijven. Valt één schakel uit, dan is een hoge multiple moeilijker te verdedigen. Verbeteren alle drie, dan kan de winst sneller naar het gunstige scenario bewegen dan de huidige rekensom aanneemt. Voor Nederlandse beleggers telt bovendien de gekozen beurslijn. Bij een notering in dollars kan de euro het rendement versterken of verzwakken; bij een Amsterdamse notering blijven buitenlandse omzet en kosten alsnog aan valuta blootgesteld. De scenario's zijn daarom een startpunt voor een beslissing, geen automatische koop- of verkoopknop. Het oordeel is voorwaardelijk. Zolang de hogere productontwikkeling samengaat met goede organische groei, margeverbetering en sterke vrije kasstroom, blijft het middenpad verdedigbaar. Als AI-uitgaven stijgen zonder betere prijszetting of klantgroei, schuift het model richting bear. Dat is concreter dan zeggen dat het aandeel simpelweg kansrijk of risicovol is. Foto: Wolters Kluwer, officieel bedrijfsarchief.

  • Met een eigen chipfabriek wordt IonQ ineens een kapitaalintensief bedrijf

    In het kort De overname van SkyWater geeft IonQ een eigen Amerikaanse chipfabriek en extra omzet. Zij brengt ook capex, werkkapitaal en bezettingsrisico mee. Op 43,91 dollar moet de combinatie bewijzen dat verticale integratie meer waarde oplevert dan een lichter model met externe productie. IonQ rondde de overname van SkyWater op 31 juli af en verhoogde op 8 september de financiële verwachtingen voor 2026. De combinatie levert een Amerikaanse foundry, meer controle over de productieketen en een bredere omzetbasis op. Tegelijk verandert de rekensom. Een fabriek moet worden onderhouden en voldoende gevuld, ook als quantumorders vertragen. Wie 43,91 dollar per aandeel betaalt, koopt daarom niet alleen quantumgroei, maar ook het vertrouwen dat IonQ industriële productie winstgevend kan organiseren. Direct naar een onderdeel van dit artikel Quantum en foundry hebben niet dezelfde economie Break-even vraagt meer dan een hoge groeivoet Twee miljard dollar kas is veel en toch eindig De waardering vertelt welk bewijs nog ontbreekt Drie paden maken het risico concreet Wat het oordeel kan veranderen De kwartaalcijfers die er werkelijk toe doen Quantum en foundry hebben niet dezelfde economie IonQ verkoopt quantumcomputers, cloudcapaciteit, beveiligingsoplossingen en sensoren. SkyWater voegt productieomzet toe die doorgaans minder schaalt dan software en meer kapitaal vraagt. De combinatie kan strategisch sterk zijn, maar omzetgroei met een lagere gemengde marge creëert minder waarde dan dezelfde groei uit herhaalbaar quantumgebruik. De module splitst quantum- en foundry-omzet en laat zien wat een gekozen gemengde brutomarge met de brutowinst doet. De invoer is modelmatig. De komende rapportages moeten duidelijk maken hoeveel omzet SkyWater toevoegt, welke marge daarbij hoort en hoeveel extra capex nodig blijft. Break-even vraagt meer dan een hoge groeivoet De omzetguidance voor 2026 ligt tussen 280 en 290 miljoen dollar. De aangepaste kostenbasis ligt daar nog ruim boven. Een hoge brutomarge helpt, maar onderzoek, verkoop, integratie en fabriekskosten verdwijnen niet vanzelf. Bij een brutomarge van 55 procent en 700 miljoen dollar operationele kosten ligt de break-even omzet boven 1,2 miljard dollar. Het exacte bedrag is modelmatig, maar de richting is helder. IonQ moet omzet vele jaren laten groeien en tegelijk kosten per dollar omzet verlagen. Twee miljard dollar kas is veel en toch eindig IonQ had eind juni 3 miljard dollar aan kas en beleggingen. Pro forma voor de overname van SkyWater resteerde ongeveer 2 miljard dollar. Dat geeft ruimte om te investeren, maar een hoge cash burn kan die buffer in enkele jaren uitputten. Nieuwe aandelen zijn dan een reëel risico. Verwatering telt in het koersmodel mee via een hogere toekomstige aandelenbasis. Wie alleen naar de ondernemingswaarde kijkt en de extra aandelen vergeet, overschat de waarde per aandeel. Lees ook: Vier quantumaandelen met miljardenwaarderingen en nauwelijks omzet vergeleken De waardering vertelt welk bewijs nog ontbreekt Een koers zegt op zichzelf weinig. De bruikbare vraag is welk bedrijfsresultaat de prijs nodig heeft wanneer een belegger over drie jaar een redelijk rendement wil overhouden. In het omgekeerde model hieronder zijn de rendementseis en de eindwaardering verstelbaar. Daardoor is meteen zichtbaar of de uitkomst vooral leunt op echte groei of op de hoop dat een volgende koper opnieuw een hoge multiple betaalt. De uitkomst is nadrukkelijk geen voorspelling. Het is een rekensom die de bewijslast blootlegt. Een lage vereiste groei kan nog altijd te optimistisch zijn wanneer de kasstroom zwak is, terwijl een hoge vereiste groei haalbaar kan blijken als een bedrijf een aantoonbaar schaalvoordeel heeft. Daarom hoort deze module naast de operationele analyse te staan en niet in plaats daarvan. Drie paden maken het risico concreet Bear, midden en gunstig verschillen niet alleen in het eindgetal. Ieder pad gebruikt een eigen combinatie van omzet of winst, marge, aandelenbasis en waardering. Dat voorkomt de klassieke fout waarbij een optimistische winstverwachting zonder reden ook nog eens een hogere multiple krijgt. De tabel toont september 2027, september 2028 en september 2029, steeds in USD en exclusief dividend. Het middelste pad is geen consensus en de drie paden krijgen geen kanspercentage. Ze zijn bedoeld om vooraf te bepalen welk bewijs de komende kwartalen nodig is. Wanneer de operationele cijfers naar het bearpad bewegen, hoort de waardering mee omlaag. Komt juist het gunstige pad dichterbij, dan moet dat zichtbaar zijn in kasstroom, marges en winst per aandeel, niet alleen in managementtaal. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. Wat het oordeel kan veranderen De sterkste tegenwerping is dat beurswaardering niet netjes op één formule reageert. Rente, valuta, geopolitiek en beleggerssentiment kunnen de koers jarenlang sterker bewegen dan de winst. Dat klopt. Toch verdwijnt de economische ankerwaarde niet. Over een langere periode moet de prijs worden gedragen door de kas die na investeringen en financiering aan aandeelhouders toekomt. De kwartaalcijfers die er werkelijk toe doen Een belegger hoeft niet ieder persbericht dezelfde waarde te geven. Omzetgroei is nuttig, maar pas wanneer duidelijk is hoeveel daarvan overblijft na personeelskosten, onderzoek, verkoop en noodzakelijke investeringen. Een verbetering van de aangepaste marge verdient daarom altijd een tweede controle via vrije kasstroom. Als de winst stijgt terwijl debiteuren, voorraad of geactiveerde kosten sneller oplopen, kan het economische herstel zwakker zijn dan het resultaat suggereert. Ook de aandelenbasis hoort in die controle. Een onderneming kan aandelen inkopen en tegelijk nieuwe stukken uitgeven voor beloning of overnames. Alleen de nettoverandering bepaalt hoeveel van de toekomstige winst aan ieder aandeel toekomt. Bij verlieslatende ondernemingen werkt hetzelfde mechanisme andersom: nieuwe financiering verlengt de kasduur, maar verdeelt de toekomstige waarde over meer stukken. Dat effect zit in het scenario verwerkt en mag niet nogmaals als losse korting worden toegepast. Tot slot telt de kwaliteit van de vooruitblik. Een concrete bandbreedte voor omzet, marge en kasstroom is bruikbaarder dan een algemene uitspraak over sterke vraag. De komende kwartaalrapportages moeten daarom drie verbanden bevestigen: groei moet doorwerken in brutowinst, brutowinst moet doorstromen naar operationele kasstroom en die kasstroom moet na investeringen beschikbaar blijven. Valt één schakel uit, dan is een hoge multiple moeilijker te verdedigen. Verbeteren alle drie, dan kan de winst sneller naar het gunstige scenario bewegen dan de huidige rekensom aanneemt. Voor Nederlandse beleggers telt bovendien de gekozen beurslijn. Bij een notering in dollars kan de euro het rendement versterken of verzwakken; bij een Amsterdamse notering blijven buitenlandse omzet en kosten alsnog aan valuta blootgesteld. De scenario's zijn daarom een startpunt voor een beslissing, geen automatische koop- of verkoopknop. Het oordeel is voorwaardelijk. Zolang de foundry voldoende bezet raakt, de gemengde brutomarge standhoudt en de kasduur verbetert, blijft het middenpad verdedigbaar. Als SkyWater de omzet optilt maar capex en verliezen sneller laat groeien, schuift het model richting bear. Dat is concreter dan zeggen dat het aandeel simpelweg kansrijk of risicovol is. Foto: IonQ, officieel bedrijfsarchief.

  • Elf pure plays maken VanEcks quantum-ETF niet veiliger

    In het kort QNTM heeft het aantal pure quantumposities in een jaar meer dan verdubbeld van vijf naar elf. Dat verbreedt het mandje, maar maakt het fonds niet automatisch veiliger. Winstloosheid, aandelenuitgifte en een dalende themapremie kunnen de posities juist tegelijk raken. 29,38 dollar bedroeg op 28 september de officiële NAV van de VanEck Quantum Computing UCITS ETF. Het fonds had 900,5 miljoen dollar vermogen, een totaalrendement van 17,75 procent sinds jaarbegin en jaarlijkse kosten van 0,55 procent. De accumulerende dollarshareclass heeft ISIN IE0007Y8Y157 en noteert onder meer als QNTM. VanEck meldde op 20 juli dat het aantal pure plays sinds de start steeg van vijf naar elf. Meer keuzes helpen, maar de bedrijven blijven blootgesteld aan dezelfde financieringscyclus. Direct naar een onderdeel van dit artikel De kosten zijn zichtbaar maar de waarderingspremie niet Pure plays geven de upside en het grootste verliesrisico Fondsvermogen kan dalen zonder dat de NAV hetzelfde doet De waardering vertelt welk bewijs nog ontbreekt Drie paden maken het risico concreet Wat het oordeel kan veranderen De kwartaalcijfers die er werkelijk toe doen De kosten zijn zichtbaar maar de waarderingspremie niet Een TER van 0,55 procent lijkt klein naast dagelijkse koersbewegingen. Over tien of twintig jaar werkt die aftrek wel ieder jaar door. Nog belangrijker is de prijs die het fonds voor de onderliggende winst betaalt. Veel pure quantumbedrijven maken nog verlies, waardoor een klassieke gemiddelde P/E weinig zegt. De module toont de kostenimpact bij verschillende rendementen en looptijden. Dat is de zekere frictie. De onzekere frictie is een mogelijke daling van de themapremie wanneer commerciële toepassingen langer op zich laten wachten. Pure plays geven de upside en het grootste verliesrisico VanEck selecteert bedrijven op activiteiten en patentposities. Daardoor bevat het fonds zowel jonge quantumbedrijven als grote technologieconcerns. Die laatste verdienen het grootste deel van hun geld buiten quantum en dempen de volatiliteit. Pure plays zorgen juist voor de sterke beweging wanneer het thema populair is. Door het gewicht en rendement van beide groepen te veranderen, wordt zichtbaar hoeveel van de fondsprestatie werkelijk uit pure quantumexposure komt. Dat onderscheid is nodig, omdat een belegger anders een hoge themaprijs betaalt voor bedrijven die economisch vooral cloud, chips of industriële software verkopen. Fondsvermogen kan dalen zonder dat de NAV hetzelfde doet In- en uitstroom verandert normaal gesproken niet rechtstreeks de intrinsieke waarde per deelbewijs. Market makers creëren en vernietigen stukken rond de NAV. Toch kan stevige uitstroom de handelsfrictie vergroten, vooral in kleinere onderliggende aandelen. Het fondsvermogen is daarom een nuttige thermometer van de vraag. De module vertaalt netto-uitstroom naar een percentage van het fonds en naar gemiddelde handelsdruk per dag. Bij een smal thema kan dat belangrijker worden dan de zichtbare TER. Lees ook: Vier quantumaandelen met miljardenwaarderingen en nauwelijks omzet vergeleken De waardering vertelt welk bewijs nog ontbreekt Een koers zegt op zichzelf weinig. De bruikbare vraag is welk bedrijfsresultaat de prijs nodig heeft wanneer een belegger over drie jaar een redelijk rendement wil overhouden. In het omgekeerde model hieronder zijn de rendementseis en de eindwaardering verstelbaar. Daardoor is meteen zichtbaar of de uitkomst vooral leunt op echte groei of op de hoop dat een volgende koper opnieuw een hoge multiple betaalt. De uitkomst is nadrukkelijk geen voorspelling. Het is een rekensom die de bewijslast blootlegt. Een lage vereiste groei kan nog altijd te optimistisch zijn wanneer de kasstroom zwak is, terwijl een hoge vereiste groei haalbaar kan blijken als een bedrijf een aantoonbaar schaalvoordeel heeft. Daarom hoort deze module naast de operationele analyse te staan en niet in plaats daarvan. Drie paden maken het risico concreet Bear, midden en gunstig verschillen niet alleen in het eindgetal. Ieder pad gebruikt een eigen combinatie van omzet of winst, marge, aandelenbasis en waardering. Dat voorkomt de klassieke fout waarbij een optimistische winstverwachting zonder reden ook nog eens een hogere multiple krijgt. De tabel toont september 2027, september 2028 en september 2029, steeds in USD en exclusief dividend. Het middelste pad is geen consensus en de drie paden krijgen geen kanspercentage. Ze zijn bedoeld om vooraf te bepalen welk bewijs de komende kwartalen nodig is. Wanneer de operationele cijfers naar het bearpad bewegen, hoort de waardering mee omlaag. Komt juist het gunstige pad dichterbij, dan moet dat zichtbaar zijn in kasstroom, marges en winst per aandeel, niet alleen in managementtaal. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. Wat het oordeel kan veranderen De sterkste tegenwerping is dat beurswaardering niet netjes op één formule reageert. Rente, valuta, geopolitiek en beleggerssentiment kunnen de koers jarenlang sterker bewegen dan de winst. Dat klopt. Toch verdwijnt de economische ankerwaarde niet. Over een langere periode moet de prijs worden gedragen door de kas die na investeringen en financiering aan aandeelhouders toekomt. De kwartaalcijfers die er werkelijk toe doen Een belegger hoeft niet ieder persbericht dezelfde waarde te geven. Omzetgroei is nuttig, maar pas wanneer duidelijk is hoeveel daarvan overblijft na personeelskosten, onderzoek, verkoop en noodzakelijke investeringen. Een verbetering van de aangepaste marge verdient daarom altijd een tweede controle via vrije kasstroom. Als de winst stijgt terwijl debiteuren, voorraad of geactiveerde kosten sneller oplopen, kan het economische herstel zwakker zijn dan het resultaat suggereert. Ook de aandelenbasis hoort in die controle. Een onderneming kan aandelen inkopen en tegelijk nieuwe stukken uitgeven voor beloning of overnames. Alleen de nettoverandering bepaalt hoeveel van de toekomstige winst aan ieder aandeel toekomt. Bij verlieslatende ondernemingen werkt hetzelfde mechanisme andersom: nieuwe financiering verlengt de kasduur, maar verdeelt de toekomstige waarde over meer stukken. Dat effect zit in het scenario verwerkt en mag niet nogmaals als losse korting worden toegepast. Tot slot telt de kwaliteit van de vooruitblik. Een concrete bandbreedte voor omzet, marge en kasstroom is bruikbaarder dan een algemene uitspraak over sterke vraag. De komende kwartaalrapportages moeten daarom drie verbanden bevestigen: groei moet doorwerken in brutowinst, brutowinst moet doorstromen naar operationele kasstroom en die kasstroom moet na investeringen beschikbaar blijven. Valt één schakel uit, dan is een hoge multiple moeilijker te verdedigen. Verbeteren alle drie, dan kan de winst sneller naar het gunstige scenario bewegen dan de huidige rekensom aanneemt. Voor Nederlandse beleggers telt bovendien de gekozen beurslijn. Bij een notering in dollars kan de euro het rendement versterken of verzwakken; bij een Amsterdamse notering blijven buitenlandse omzet en kosten alsnog aan valuta blootgesteld. De scenario's zijn daarom een startpunt voor een beslissing, geen automatische koop- of verkoopknop. Het oordeel is voorwaardelijk. Zolang de pure quantumbedrijven omzetgroei en marges laten zien die de patentpremie dragen, blijft het middenpad verdedigbaar. Als uitstroom versnelt of commerciële omzet jaren achterblijft bij de waardering, schuift het model richting bear. Dat is concreter dan zeggen dat het aandeel simpelweg kansrijk of risicovol is. Foto: VanEck, officieel bedrijfsarchief.

  • De iShares S&P 500-ETF is 504 keer dezelfde dure markt

    In het kort CSPX had op 28 september een officiële NAV van 828,76 dollar. De 504 aandelen in het fonds kostten samen 30,52 keer de winst. Dat is operationeel breed gespreid, maar de waardering en het rendement blijven sterk leunen op een kleine groep Amerikaanse megacaps. 828,76 dollar was op 28 september de officiële intrinsieke waarde van CSPX. BlackRock meldde tegelijk 504 posities, een portefeuillewaardering van 30,52 keer de winst en een koers-boekwaardeverhouding van 5,74. Het aantal namen oogt geruststellend, maar iedere positie weegt naar beurswaarde. Daardoor bepalen de grootste bedrijven veel meer van de uitkomst dan de kleinste honderden samen. Voor een Nederlandse belegger komt daar de ongehedgede dollar bij. Direct naar een onderdeel van dit artikel Vijfhonderd namen betekenen niet vijfhonderd gelijke risico's Multiplekrimp kan jaren winstgroei opeten De dollar bepaalt het rendement in euro De waardering vertelt welk bewijs nog ontbreekt Drie paden maken het risico concreet Wat het oordeel kan veranderen De kwartaalcijfers die er werkelijk toe doen Vijfhonderd namen betekenen niet vijfhonderd gelijke risico's CSPX volgt de S&P 500 fysiek, herbelegt dividenden en rekent 0,07 procent per jaar. Die structuur is efficiënt. De weging naar beurswaarde maakt het fonds echter gevoelig voor dezelfde winstverwachtingen, AI-investeringen en multiples die de grootste technologiebedrijven bewegen. Bij 30,52 keer winst koopt een belegger ongeveer 27,15 dollar winstbasis per deelbewijs. Met de schuifregelaar is te zien hoe die winstbasis zich ontwikkelt. Een winstgroei van 7 procent brengt de modelmatige winst in 2029 richting 33 dollar. De koers kan dan nog steeds achterblijven wanneer de markt tegen die tijd 25 in plaats van ruim 30 keer winst betaalt. Brede spreiding beschermt niet tegen een gezamenlijke waarderingsdaling. Multiplekrimp kan jaren winstgroei opeten De S&P 500 hoeft niet in een recessie te belanden om een matig rendement te geven. Als obligatierentes hoog blijven, kan een lagere waardering al genoeg zijn. Dat effect is belangrijk omdat de grootste bedrijven een groot deel van de index dragen en vaak bovengemiddeld zijn gewaardeerd. De module combineert winstgroei en eindmultiple. Bij 7 procent winstgroei en 25 keer winst komt de modelkoers aanzienlijk lager uit dan bij een onveranderde multiple. Het verschil is geen voorspelling, maar wel de reden dat een brede ETF niet automatisch een brede veiligheidsmarge heeft. De dollar bepaalt het rendement in euro De shareclass is in dollars en niet afgedekt. Een Amsterdamse handelsregel in euro verandert de economische valuta niet. Stijgt de dollar, dan krijgt de Nederlandse belegger een meewind; daalt hij, dan kan een positief indexrendement deels verdwijnen. Koersrendement en valuta-effect moeten worden vermenigvuldigd. Acht procent rendement in dollars en drie procent daling van de dollar leveren geen vijf procent exact op, omdat beide effecten op elkaar inwerken. Lees ook: Koop je na de koersval van Goldman Sachs kwaliteit of betaal je voor een uitzonderlijk beursjaar? De waardering vertelt welk bewijs nog ontbreekt Een koers zegt op zichzelf weinig. De bruikbare vraag is welk bedrijfsresultaat de prijs nodig heeft wanneer een belegger over drie jaar een redelijk rendement wil overhouden. In het omgekeerde model hieronder zijn de rendementseis en de eindwaardering verstelbaar. Daardoor is meteen zichtbaar of de uitkomst vooral leunt op echte groei of op de hoop dat een volgende koper opnieuw een hoge multiple betaalt. De uitkomst is nadrukkelijk geen voorspelling. Het is een rekensom die de bewijslast blootlegt. Een lage vereiste groei kan nog altijd te optimistisch zijn wanneer de kasstroom zwak is, terwijl een hoge vereiste groei haalbaar kan blijken als een bedrijf een aantoonbaar schaalvoordeel heeft. Daarom hoort deze module naast de operationele analyse te staan en niet in plaats daarvan. Drie paden maken het risico concreet Bear, midden en gunstig verschillen niet alleen in het eindgetal. Ieder pad gebruikt een eigen combinatie van omzet of winst, marge, aandelenbasis en waardering. Dat voorkomt de klassieke fout waarbij een optimistische winstverwachting zonder reden ook nog eens een hogere multiple krijgt. De tabel toont september 2027, september 2028 en september 2029, steeds in USD en exclusief dividend. Het middelste pad is geen consensus en de drie paden krijgen geen kanspercentage. Ze zijn bedoeld om vooraf te bepalen welk bewijs de komende kwartalen nodig is. Wanneer de operationele cijfers naar het bearpad bewegen, hoort de waardering mee omlaag. Komt juist het gunstige pad dichterbij, dan moet dat zichtbaar zijn in kasstroom, marges en winst per aandeel, niet alleen in managementtaal. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. Wat het oordeel kan veranderen De sterkste tegenwerping is dat beurswaardering niet netjes op één formule reageert. Rente, valuta, geopolitiek en beleggerssentiment kunnen de koers jarenlang sterker bewegen dan de winst. Dat klopt. Toch verdwijnt de economische ankerwaarde niet. Over een langere periode moet de prijs worden gedragen door de kas die na investeringen en financiering aan aandeelhouders toekomt. De kwartaalcijfers die er werkelijk toe doen Een belegger hoeft niet ieder persbericht dezelfde waarde te geven. Omzetgroei is nuttig, maar pas wanneer duidelijk is hoeveel daarvan overblijft na personeelskosten, onderzoek, verkoop en noodzakelijke investeringen. Een verbetering van de aangepaste marge verdient daarom altijd een tweede controle via vrije kasstroom. Als de winst stijgt terwijl debiteuren, voorraad of geactiveerde kosten sneller oplopen, kan het economische herstel zwakker zijn dan het resultaat suggereert. Ook de aandelenbasis hoort in die controle. Een onderneming kan aandelen inkopen en tegelijk nieuwe stukken uitgeven voor beloning of overnames. Alleen de nettoverandering bepaalt hoeveel van de toekomstige winst aan ieder aandeel toekomt. Bij verlieslatende ondernemingen werkt hetzelfde mechanisme andersom: nieuwe financiering verlengt de kasduur, maar verdeelt de toekomstige waarde over meer stukken. Dat effect zit in het scenario verwerkt en mag niet nogmaals als losse korting worden toegepast. Tot slot telt de kwaliteit van de vooruitblik. Een concrete bandbreedte voor omzet, marge en kasstroom is bruikbaarder dan een algemene uitspraak over sterke vraag. De komende kwartaalrapportages moeten daarom drie verbanden bevestigen: groei moet doorwerken in brutowinst, brutowinst moet doorstromen naar operationele kasstroom en die kasstroom moet na investeringen beschikbaar blijven. Valt één schakel uit, dan is een hoge multiple moeilijker te verdedigen. Verbeteren alle drie, dan kan de winst sneller naar het gunstige scenario bewegen dan de huidige rekensom aanneemt. Voor Nederlandse beleggers telt bovendien de gekozen beurslijn. Bij een notering in dollars kan de euro het rendement versterken of verzwakken; bij een Amsterdamse notering blijven buitenlandse omzet en kosten alsnog aan valuta blootgesteld. De scenario's zijn daarom een startpunt voor een beslissing, geen automatische koop- of verkoopknop. Het oordeel is voorwaardelijk. Zolang de onderliggende winst jaarlijks ongeveer 7 procent groeit en de multiple geleidelijk normaliseert, blijft het middenpad verdedigbaar. Als winstgroei vertraagt terwijl de portefeuille rond 30 keer winst blijft staan, schuift het model richting bear. Dat is concreter dan zeggen dat het aandeel simpelweg kansrijk of risicovol is. Foto: BlackRock, officieel bedrijfsarchief.

  • Starship bereikte de ruimte maar SpaceX prijst al routine in

    In het kort Starship bereikte tijdens vlucht 14 voor het eerst de ruimte en zette nieuwe Starlink-satellieten uit. Een motor viel echter uit en de missie eindigde eerder dan gepland. Op 149,24 dollar telt daarom niet alleen technische vooruitgang, maar vooral hoe snel SpaceX van een geslaagde proef een herhaalbaar en goedkoper transportsysteem maakt. Vlucht 14 op 28 september liet zien dat Starship vooruitgaat. Het voertuig kwam in de ruimte en zette satellieten uit, maar door motorproblemen werd de geplande missie niet volledig afgerond. Dat is geen detail voor de waardering. De economische belofte van Starship draait om een lage prijs per bruikbare kilogram, en die ontstaat pas wanneer veel lanceringen met hoge betrouwbaarheid dezelfde prestatie leveren. Beleggers betalen nu al voor die industriële routine. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een spectaculaire vlucht is nog geen goedkope vervoerslijn Starlink moet meer verdienen terwijl ARPU onder druk staat AI-capex krijgt pas waarde na kasinstroom De waardering vertelt welk bewijs nog ontbreekt Drie paden maken het risico concreet Wat het oordeel kan veranderen De kwartaalcijfers die er werkelijk toe doen Een spectaculaire vlucht is nog geen goedkope vervoerslijn De belangrijkste operationele maatstaf is niet het aantal spectaculaire beelden, maar de kosten per kilogram die daadwerkelijk op de juiste plek komt. Een vlucht van 100 miljoen dollar met 75 ton bruikbare lading kost theoretisch ongeveer 1.333 dollar per kilogram. Bij een slagingskans van 80 procent loopt de economische kostprijs al op naar ongeveer 1.667 dollar, nog vóór grondinfrastructuur en ontwikkelingskosten. De module laat zien waarom betrouwbaarheid net zo belangrijk is als nominale capaciteit. Lagere vluchtkosten helpen, maar een mislukte of voortijdig beëindigde missie verdeelt die kosten over minder bruikbare lading. Starship wordt pas een financieel vliegwiel wanneer kosten, tempo en slagingskans tegelijk verbeteren. Starlink moet meer verdienen terwijl ARPU onder druk staat Starlink telde eind juni 12 miljoen abonnees, ongeveer twee keer zoveel als een jaar eerder. De gemiddelde omzet per gebruiker daalde volgens de kwartaalinformatie echter van ongeveer 85 naar 66 dollar per maand door internationale groei en goedkopere plannen. Dat hoeft geen probleem te zijn als de kosten per aansluiting nog sneller dalen. Het wordt wel een probleem wanneer lage prijzen structureel nodig blijven om nieuwe markten te openen. De rekenmodule koppelt abonneevolume aan ARPU en EBITDA-marge. Zo wordt zichtbaar dat twintig miljoen klanten bij een te lage marge minder waarde kunnen opleveren dan een kleiner klantenbestand met sterke prijsdiscipline. Starship kan de lanceerkosten per satelliet verlagen, maar die besparing moet in segmentwinst terugkomen. AI-capex krijgt pas waarde na kasinstroom Management sprak over een korte terugverdientijd voor nieuwe AI-capaciteit. Dat is ambitieus, want datacenters vragen niet alleen chips, maar ook energie, koeling, netaansluitingen en voortdurende vervangingsinvesteringen. Een EBITDA-bijdrage is bovendien nog geen vrije kasstroom. Rente, belasting en onderhoudscapex komen erna. Wie de terugverdientijd aanpast, ziet hoe gevoelig de uitkomst is voor de genormaliseerde AI-EBITDA. Een investering van 15,83 miljard dollar is binnen één jaar alleen terugverdiend als de jaarlijkse kasbijdrage uitzonderlijk hoog wordt. Dat is precies het bewijs dat de volgende kwartaalrapportages moeten leveren. Lees ook: OpenAI, Anthropic en SpaceX zijn samen meer waard dan alle IPO’s van afgelopen 45 jaar De waardering vertelt welk bewijs nog ontbreekt Een koers zegt op zichzelf weinig. De bruikbare vraag is welk bedrijfsresultaat de prijs nodig heeft wanneer een belegger over drie jaar een redelijk rendement wil overhouden. In het omgekeerde model hieronder zijn de rendementseis en de eindwaardering verstelbaar. Daardoor is meteen zichtbaar of de uitkomst vooral leunt op echte groei of op de hoop dat een volgende koper opnieuw een hoge multiple betaalt. De uitkomst is nadrukkelijk geen voorspelling. Het is een rekensom die de bewijslast blootlegt. Een lage vereiste groei kan nog altijd te optimistisch zijn wanneer de kasstroom zwak is, terwijl een hoge vereiste groei haalbaar kan blijken als een bedrijf een aantoonbaar schaalvoordeel heeft. Daarom hoort deze module naast de operationele analyse te staan en niet in plaats daarvan. Drie paden maken het risico concreet Bear, midden en gunstig verschillen niet alleen in het eindgetal. Ieder pad gebruikt een eigen combinatie van omzet of winst, marge, aandelenbasis en waardering. Dat voorkomt de klassieke fout waarbij een optimistische winstverwachting zonder reden ook nog eens een hogere multiple krijgt. De tabel toont september 2027, september 2028 en september 2029, steeds in USD en exclusief dividend. Het middelste pad is geen consensus en de drie paden krijgen geen kanspercentage. Ze zijn bedoeld om vooraf te bepalen welk bewijs de komende kwartalen nodig is. Wanneer de operationele cijfers naar het bearpad bewegen, hoort de waardering mee omlaag. Komt juist het gunstige pad dichterbij, dan moet dat zichtbaar zijn in kasstroom, marges en winst per aandeel, niet alleen in managementtaal. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. Wat het oordeel kan veranderen De sterkste tegenwerping is dat beurswaardering niet netjes op één formule reageert. Rente, valuta, geopolitiek en beleggerssentiment kunnen de koers jarenlang sterker bewegen dan de winst. Dat klopt. Toch verdwijnt de economische ankerwaarde niet. Over een langere periode moet de prijs worden gedragen door de kas die na investeringen en financiering aan aandeelhouders toekomt. De kwartaalcijfers die er werkelijk toe doen Een belegger hoeft niet ieder persbericht dezelfde waarde te geven. Omzetgroei is nuttig, maar pas wanneer duidelijk is hoeveel daarvan overblijft na personeelskosten, onderzoek, verkoop en noodzakelijke investeringen. Een verbetering van de aangepaste marge verdient daarom altijd een tweede controle via vrije kasstroom. Als de winst stijgt terwijl debiteuren, voorraad of geactiveerde kosten sneller oplopen, kan het economische herstel zwakker zijn dan het resultaat suggereert. Ook de aandelenbasis hoort in die controle. Een onderneming kan aandelen inkopen en tegelijk nieuwe stukken uitgeven voor beloning of overnames. Alleen de nettoverandering bepaalt hoeveel van de toekomstige winst aan ieder aandeel toekomt. Bij verlieslatende ondernemingen werkt hetzelfde mechanisme andersom: nieuwe financiering verlengt de kasduur, maar verdeelt de toekomstige waarde over meer stukken. Dat effect zit in het scenario verwerkt en mag niet nogmaals als losse korting worden toegepast. Tot slot telt de kwaliteit van de vooruitblik. Een concrete bandbreedte voor omzet, marge en kasstroom is bruikbaarder dan een algemene uitspraak over sterke vraag. De komende kwartaalrapportages moeten daarom drie verbanden bevestigen: groei moet doorwerken in brutowinst, brutowinst moet doorstromen naar operationele kasstroom en die kasstroom moet na investeringen beschikbaar blijven. Valt één schakel uit, dan is een hoge multiple moeilijker te verdedigen. Verbeteren alle drie, dan kan de winst sneller naar het gunstige scenario bewegen dan de huidige rekensom aanneemt. Voor Nederlandse beleggers telt bovendien de gekozen beurslijn. Bij een notering in dollars kan de euro het rendement versterken of verzwakken; bij een Amsterdamse notering blijven buitenlandse omzet en kosten alsnog aan valuta blootgesteld. De scenario's zijn daarom een startpunt voor een beslissing, geen automatische koop- of verkoopknop. Het oordeel is voorwaardelijk. Zolang de investeringen binnen enkele jaren leiden tot aantoonbare vrije kasstroom, blijft het middenpad verdedigbaar. Als capex hoog blijft terwijl Starlink-ARPU en segmentmarges dalen, schuift het model richting bear. Dat is concreter dan zeggen dat het aandeel simpelweg kansrijk of risicovol is. Foto: SpaceX, officieel bedrijfsarchief.

  • Komt het dividend van NN Group wel veilig bij de holding aan?

    In het kort NN Group genereerde in het eerste halfjaar €1,073 miljard operationeel kapitaal en €922 miljoen vrije kasstroom. Dat is een sterke basis voor dividend en aandeleninkoop. De belangrijke vraag is niet hoeveel kapitaal de verzekeringsdochters op papier maken, maar hoeveel daarvan tijdig en veilig bij de holding terechtkomt. Bij een verzekeraar lopen winst, solvabiliteit en kas niet gelijk. Nieuwe polissen kunnen toekomstige winst opbouwen, terwijl de toezichthouder tegelijk vraagt dat kapitaal in een dochter blijft. De holding betaalt het dividend. Als remittances, de overdrachten uit dochters, vertragen, kan een ruime groepsratio dus naast een krappe holdingkas bestaan. NN meldde bij de halfjaarcijfers van 6 augustus dat de operationele kapitaalgeneratie met 5% steeg. De vrije kas nam met 7% toe. Voor 2028 mikt de groep op ongeveer €2,2 miljard operationele kapitaalgeneratie en meer dan €1,8 miljard vrije kasstroom. Direct naar een onderdeel van dit artikel Kapitaal wordt pas waarde als het kan bewegen Een kasrendement van bijna 9% klinkt beter dan het is Dividend en inkoop komen uit dezelfde pot Wat moet €79,42 waarmaken? Drie mogelijke paden Waar de volgende cijfers om draaien De conclusie Kapitaal wordt pas waarde als het kan bewegen Operationele kapitaalgeneratie, vaak OCG genoemd, meet hoeveel kapitaal de activiteiten in een periode produceren. Dat is nuttiger dan alleen IFRS-winst, omdat dividend en inkoop uiteindelijk uit beschikbare middelen moeten worden betaald. Toch is OCG nog niet hetzelfde als geld op de rekening van de holding. Holdingkosten, rentelasten, belasting, groeikapitaal en timing maken het verschil. In het eerste halfjaar bedroeg dat verschil in de gerapporteerde cijfers ongeveer €151 miljoen: €1,073 miljard OCG tegenover €922 miljoen vrije kas. De eerste module laat zien wat er gebeurt als de frictie oploopt of groei meer kapitaal vraagt. De kwaliteit van die brug is belangrijker dan één hoog kwartaal. Een stabiele conversie betekent dat de groep uit verschillende verzekeringsactiviteiten voorspelbaar geld naar boven kan sturen. Een dalende conversie kan wijzen op hogere eisen, slechtere ervaringen of meer kapitaalbeslag. Een kasrendement van bijna 9% klinkt beter dan het is Bij €1,8 miljard vrije kas en ongeveer 263 miljoen aandelen ontstaat €6,84 kas per aandeel. Tegen €79,42 is dat circa 8,6%. Dat oogt aantrekkelijk, zeker naast veel Europese aandelen. De uitkomst is alleen gebaseerd op een doelstelling voor 2028 en niet op vandaag ontvangen kas. Daar komt bij dat niet iedere euro kan worden uitgekeerd. NN heeft buffers nodig voor marktschokken, claims, groei en schuldendienst. Het verschil tussen bruto kasrendement en veilig uitkeerbaar rendement is precies waar verzekeraars moeilijker te waarderen zijn dan een eenvoudig industrieel bedrijf. Dividend en inkoop komen uit dezelfde pot NN betaalt een royaal dividend en koopt aandelen in. Beide kunnen waarde toevoegen. Dividend geeft directe kas aan de aandeelhouder. Inkoop verlaagt het aantal aandelen, zodat toekomstige winst en kas over minder stukken worden verdeeld. Inkoop werkt alleen goed wanneer de onderneming onder haar intrinsieke waarde koopt en de balans ruim blijft. Het is verleidelijk om dividendrendement, inkooprendement en OCG-groei bij elkaar op te tellen. Dan wordt snel dubbel geteld. Een euro die naar dividend gaat, kan niet tegelijk een aandeel inkopen. Een euro die als extra buffer achterblijft, verlaagt het korte rendement maar kan een dure emissie in een slechte markt voorkomen. De derde module zet vrije kas, dividend, inkoop en een extra stressbuffer naast elkaar. Met €1,85 miljard vrije kas, €1,06 miljard dividend, €350 miljoen inkoop en €200 miljoen extra buffer blijft €240 miljoen over. Dat is comfortabel, maar geen onbeperkte ruimte. Wat moet €79,42 waarmaken? De koers stond op 29 september om 16.03 uur CEST op €79,42 aan Euronext Amsterdam. Stel dat een belegger 7% jaarlijks koersrendement verlangt en de markt in 2029 tien keer vrije kas betaalt. Bij 250 miljoen aandelen is dan ongeveer €2,43 miljard vrije kas nodig. Dat ligt duidelijk boven de doelstelling van meer dan €1,8 miljard voor 2028. Dividend staat in deze berekening buiten de koers. Wie op totaalrendement stuurt en het dividend meetelt, kan met een lagere vereiste koersgroei rekenen. De vierde module laat die keuzes open. NN is breed gespreid over Nederlandse levensverzekeringen, schade, pensioenen, bankieren, Japan en andere Europese markten. Die mix maakt de kas minder afhankelijk van één product. De contractuele servicemarge onder IFRS 17 geeft bovendien zicht op winst die over de looptijd van contracten kan vrijvallen. De onderneming heeft ook een duidelijke kapitaaldiscipline. Een reguliere inkoop kan de aandelenbasis verlagen, terwijl dividend het lopende rendement draagt. Wanneer OCG richting €2,2 miljard groeit en de conversie naar holdingkas goed blijft, kan kas per aandeel sneller stijgen dan het totale bedrag. Verzekeringskapitaal is gevoelig voor rente, kredietspreads, aandelenmarkten en klantgedrag. Een hogere rente kan de nieuwe productie aantrekkelijker maken en tegelijk de marktwaarde van obligaties raken. Meer claims, slechtere sterfte-ervaringen of afkoop van polissen kunnen toekomstige winst verlagen. Solvency II probeert die risico's in één ratio samen te vatten, maar de ratio is geen bankrekening. Een verandering in modellen of marktwaarden kan de buffer snel bewegen. Ook kan de toezichthouder de overdracht uit een dochter beperken. In zo'n omgeving is een hoge vrije-kasdoelstelling alleen waardevol wanneer zij door meerdere scenario's heen standhoudt. Drie mogelijke paden In het bearscenario blijft de winst per aandeel ongeveer vlak en daalt de multiple. Mogelijke koersen voor september 2027, 2028 en 2029 zijn €58,00, €56,05 en €54,00. Het middenscenario gebruikt €7,00, €7,50 en €8,00 winst per aandeel en komt uit op €77,00, €82,50 en €84,00. In het gunstige scenario stijgt de winst naar €7,70, €8,50 en €9,30, wat bij hogere multiples koersen van €92,40, €102,00 en €106,95 geeft. De formule is winst per aandeel maal de multiple. De economische aandelenbasis verwerkt de inkoop één keer. Dividend komt boven op deze koersen en is dus niet nogmaals in de winstgroei gestopt. Waar de volgende cijfers om draaien De volgende rapportage moet vooral laten zien of OCG en vrije kas samen blijven groeien. Een hoger OCG-cijfer met lagere remittances is minder sterk dan een iets lager OCG-cijfer dat goed in holdingkas verandert. Ook de vrije middelen bij de holding, schuldpositie en uitkeringsplannen verdienen een vaste plek naast Solvency II. Bij schadeverzekeringen kijken we naar de combined ratio, de som van claims en kosten als percentage van premie-inkomsten. Onder 100% is de verzekeringstechnische activiteit winstgevend. Bij leven en pensioenen draait het meer om nieuwe productie, servicemarge en vrijval. NN moet in beide werelden voldoende rendement verdienen zonder te veel kapitaal vast te zetten. Concurrentie komt van traditionele verzekeraars, banken en gespecialiseerde pensioenaanbieders. Prijs is belangrijk, maar distributie, data, service en vertrouwen bepalen hoeveel klanten blijven. Groei die via scherpe prijzen wordt gekocht, kan marktaandeel verhogen en later de marge raken. De conclusie NN Group oogt tegen €79,42 niet duur wanneer de vrije kas in 2028 werkelijk boven €1,8 miljard uitkomt. De waardering vraagt alleen dat dit geld meer is dan een doel op groepsniveau. Het moet via de dochters naar de holding bewegen, de buffer intact laten en vervolgens per aandeel waarde creëren. Dat is de route die beleggers bij iedere cijferpublicatie moeten volgen. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. Lees ook: NN Groups servicemarge is winst die nog geen dividend betaalt

  • China bepaalt hoeveel DUV-marge ASML kan houden

    In het kort ASML boekte in het tweede kwartaal €9,33 miljard omzet, €7,7 miljard orders en 54,0% brutomarge. De koers van €1.601,20 vraagt nog jaren groei. China en exportvergunningen bepalen daarbij niet alleen hoeveel machines worden verkocht, maar ook welke productmix en marge overblijven. ASML heeft in EUV een positie die nauwelijks te vervangen is. Voor de meest geavanceerde chips hebben klanten zijn machines nodig. China koopt echter vooral DUV-systemen, oudere maar nog steeds zeer complexe machines die veel chips voor auto's, industrie en consumentenelektronica produceren. Bij de cijfers van 15 juli leverde ASML zestien EUV-systemen en sprak het over €43 miljard tot €45 miljard jaaromzet. Exportregels kunnen de verkoop van specifieke configuraties naar China beperken. Dat risico verdwijnt niet omdat de wereldwijde vraag naar chips sterk is. Capaciteit kan vaak naar een andere klant, maar niet altijd direct en niet altijd tegen dezelfde prijs. Direct naar een onderdeel van dit artikel China beïnvloedt meer dan alleen omzet Een procentpunt marge is bijna €100 miljoen €7,7 miljard orders is nog geen omzet Wat moet €1.601,20 waarmaken? Drie mogelijke paden Waar de volgende cijfers om draaien De conclusie China beïnvloedt meer dan alleen omzet Wanneer het China-aandeel van systeemomzet daalt, hoeft niet iedere euro verloren te gaan. TSMC, Samsung, Intel en geheugenchipmakers investeren eveneens. ASML kan productieslots verschuiven. De timing, configuratie en marge kunnen wel veranderen. De eerste module start met €7,4 miljard kwartaal-systeemomzet en een China-aandeel van 27%. Als de helft daarvan niet direct door andere klanten wordt overgenomen, staat ongeveer €1 miljard omzet in het model op risico. Zet het vervangbare deel hoger en de druk daalt. Dit is geen bedrijfsverwachting. Het is een manier om te zien waarom een percentage zonder vervangingsaanname weinig zegt. Een strengere vergunning kan tegelijk de omzet verschuiven, voorraad verhogen en servicegroei later verlagen. Een procentpunt marge is bijna €100 miljoen De brutomarge van 54,0% was sterk. Op €9,33 miljard omzet is één margepunt ongeveer €93 miljoen brutowinst. Productmix, opties, software, Installed Base Management en timing van acceptatie kunnen het kwartaal bewegen. DUV en EUV hebben niet dezelfde verkoopprijs en kostenstructuur. Een hoger aandeel service kan gunstig zijn. Een eerste High-NA-machine kan juist meer leer- en installatiekosten bevatten. Beleggers moeten dus oppassen met het doortrekken van één recordmarge. ASML investeert bovendien zwaar in onderzoek en ontwikkeling. Dat drukt de korte winst en beschermt de lange voorsprong. Minder R&D zou vandaag een hogere marge geven en morgen een zwakkere marktpositie. Daarom is de kwaliteit van de uitgave belangrijker dan een maximale kwartaalmarge. €7,7 miljard orders is nog geen omzet De orderinstroom van €7,7 miljard bevestigt vraag, maar boekingen moeten door productie, levering en acceptatie. Een klant kan een systeem jaren vooruit plannen. Bouw van de fabriek, vergunningen of financiering kunnen de timing veranderen. De derde module laat zien wat er gebeurt wanneer 70% van de boekingen binnen twaalf maanden omzet wordt. Bij een marge van 52% ontstaat uit die omzet ongeveer €2,8 miljard brutowinst. Verlaag de conversie en de winst schuift door, ook wanneer de order niet verdwijnt. Daarom kijkt een belegger naast ordervolume naar orderkwaliteit. Welke klant bestelt? Voor welke fabriek? Heeft die fabriek stroom, personeel en financiering? En mag ASML de gekozen configuratie leveren? Een orderboek is waardevol, maar pas de kasstroom betaalt de aandeelhouder. Wat moet €1.601,20 waarmaken? ASML sloot op 29 september op €1.601,20 aan Euronext Amsterdam. Bij 9% gewenst koersrendement moet het aandeel over drie jaar ongeveer €2.074 kosten. Bij een eindmultiple van dertig keer winst is daarvoor ongeveer €69,15 winst per aandeel nodig. Vanaf een genormaliseerde basis van €34 vraagt dat ongeveer 26,7% jaarlijkse groei. De uitkomst toont hoe stevig de huidige waardering is. Kies een hogere eindmultiple en de vereiste winst daalt. Kies een lagere multiple omdat rente of geopolitiek verslechtert, en de groeieis loopt snel op. ASML verkoopt apparatuur die klanten niet eenvoudig elders kunnen bestellen. De stap naar kleinere transistors vraagt steeds complexere lithografie. AI versnelt de vraag naar geavanceerde chips, terwijl geheugen en logica na een zwakke cyclus weer investeren. De groeiende geïnstalleerde basis levert terugkerende omzet uit onderhoud, onderdelen en upgrades. Dat maakt de onderneming stabieler dan een pure machineverkoper. Prijszettingsmacht kan bovendien een deel van hogere component- en loonkosten doorgeven. De waardering laat weinig ruimte voor een gewone chipcyclus. Klanten kunnen investeringen uitstellen wanneer eindvraag of financiering tegenvalt. Exportbeperkingen kunnen de verkoopmix veranderen. Overheden kunnen vergunningen verder aanscherpen en China kan alternatieven ontwikkelen. ASML blijft waarschijnlijk technologisch leidend, maar een sterk bedrijf kan een zwak aandeel zijn wanneer de prijs te veel vooruitloopt. De eindmultiple is net zo belangrijk als het aantal geleverde machines. Drie mogelijke paden In het bearscenario groeit de winst beperkt en daalt de multiple. De mogelijke koersen voor september 2027, 2028 en 2029 zijn €992, €960 en €924. In het middenscenario stijgt de winst naar €36, €43 en €51, wat koersen van €1.404, €1.634 en €1.836 geeft. In het gunstige scenario leveren snellere groei en een hoge waardering €1.804, €2.226 en €2.680 op. De formule is winst per aandeel maal de gekozen multiple. De scenario's bevatten geen apart koersdoel en geen dubbel getelde kas. Dividend staat buiten de koersen. De exportdiscussie gaat vaak over geavanceerde EUV, maar China koopt veel DUV. Die machines maken minder geavanceerde chips en kunnen met meerdere belichtingsstappen verrassend ver komen. Beperkingen op onderdelen, software of service kunnen daarom ook jaren na verkoop relevant blijven. Een kleinere China-omzet kan de afhankelijkheid verlagen en capaciteit vrijmaken voor andere regio's. Dat is gunstig wanneer nieuwe klanten dezelfde marge betalen. Het wordt ongunstig wanneer systemen langer in voorraad staan of productconfiguraties moeten worden aangepast. Waar de volgende cijfers om draaien De komende kwartaalcijfers moeten systeemomzet, China-mix, brutomarge en boekingen samen tonen. Eén hoog ordercijfer is niet genoeg. We willen zien hoeveel omzet binnen de planning wordt geaccepteerd en hoeveel kas na voorraad en werkkapitaal overblijft. Ook de vooruitzichten voor 2027 zijn belangrijk. Klanten reserveren capaciteit vroeg. Wanneer ASML aangeeft dat productieslots vol zitten, geeft dat zicht. Het bewijs komt pas wanneer leveranciers onderdelen leveren en klanten hun fabrieken tijdig openen. De conclusie ASML is een uitzonderlijke onderneming met een zeldzaam technologisch monopolie. Bij €1.601,20 betaalt de belegger daar ruim voor. China bepaalt niet de hele toekomst, maar wel hoeveel DUV-omzet, service en marge op korte termijn houdbaar zijn. De orderstroom moet daarom door de geopolitieke en operationele zeef voordat hij als waarde per aandeel kan worden gezien. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. Lees ook: De geïnstalleerde basis is de stille winstbron van ASML

  • Alibaba verdient in China maar jouw ADS ziet die kas niet vanzelf

    In het kort Alibaba genereert zijn operationele kas grotendeels in China, terwijl veel internationale beleggers een ADS van een Cayman-holding bezitten. Eén ADS vertegenwoordigt acht gewone aandelen. De structuur werkt al jaren, maar valuta, lokale regels en kapitaalallocatie bepalen hoeveel kas uiteindelijk bij de ADS-houder terechtkomt. Een lage koers-winstverhouding kan aantrekkelijk zijn, maar alleen wanneer de winst economisch beschikbaar is. Alibaba investeert tegelijk in cloud, AI, quick commerce en internationale handel. Iedere yuan die in een datacenter of bezorgnetwerk verdwijnt, kan niet op hetzelfde moment worden gebruikt voor dividend of inkoop. Bij de kwartaalpublicatie van 20 augustus bleef cloud de belangrijkste groeimotor, terwijl investeringen in consumentendiensten de handelsmarge drukten. De cijfers laten zien dat Alibaba meerdere kansen heeft. Ze laten ook zien dat die kansen dezelfde kasstroom aanspreken. Direct naar een onderdeel van dit artikel Wat bezit een ADS-houder precies? Waar de kas staat is net zo belangrijk als hoeveel er is Inkoop werkt alleen als de teller echt daalt Cloud en handel hebben een andere waarderingslogica Wat moet $107,74 waarmaken? Drie mogelijke paden De conclusie Wat bezit een ADS-houder precies? Alibaba is operationeel Chinees, de topholding is gevestigd op de Kaaimaneilanden en de ADS noteert in New York. Voor activiteiten waarvoor buitenlands eigendom beperkt is, gebruikt de groep contractuele afspraken met zogeheten variable interest entities. De beursgenoteerde entiteit heeft daardoor economische rechten, maar niet overal hetzelfde directe eigendom als bij een gewone Nederlandse werkmaatschappij. Dat betekent niet dat de structuur morgen verdwijnt. Grote Chinese technologiebedrijven gebruiken haar al lang en toezichthouders hebben een kader ontwikkeld. Het betekent wel dat beleggers een extra risico dragen dat bij een puur Amerikaanse onderneming niet bestaat. De eerste module rekent de verhouding tussen Hongkong en New York door. Eén ADS staat voor acht gewone aandelen. Vermenigvuldig de Hongkongkoers met acht en deel door de HKD-dollarverhouding. In normale markten liggen beide lijnen dicht bij elkaar. Tijdzone, liquiditeit en sentiment kunnen tijdelijk een verschil geven. Waar de kas staat is net zo belangrijk als hoeveel er is Operationele kas kan in Chinese dochterbedrijven ontstaan. Voordat die middelen bij de holding komen, kunnen belasting, regelgeving, lokale investeringen en financieringsbehoefte een rol spelen. Een onderneming kan dus een grote geconsolideerde kaspositie tonen en tegelijk besluiten dat een deel lokaal nodig blijft. Voor de waardering gebruiken we daarom niet automatisch iedere yuan als vrij beschikbaar. De tweede module begint met operationele kasstroom, trekt capex en investeringen af en past daarna een overdraagbaar percentage toe. Bij RMB250 miljard operationele kas, RMB160 miljard investeringen en 75% overdraagbaarheid komt RMB67,5 miljard bij de holding uit. Deze bedragen zijn scenario-aannames, geen bedrijfsprognose. Ze maken wel zichtbaar waarom de kwaliteit van vrije kas belangrijker is dan een groot bruto kascijfer. Inkoop werkt alleen als de teller echt daalt Alibaba koopt al jaren aandelen in. Dat kan veel waarde toevoegen wanneer het aandeel goedkoop is. Een inkoop van $12 miljard tegen $107,74 kan bruto ruim 111 miljoen ADS-equivalenten terugkopen. Op een basis van 2,3 miljard is dat ongeveer 4,8%. De echte daling kan kleiner zijn door aandelenbeloning, nieuwe uitgifte of financiering. Alibaba haalde eerder bovendien nieuw eigen vermogen op voor investeringen. Het is daarom onvoldoende om alleen het aangekondigde inkoopbedrag te volgen. Het aantal ADS-equivalenten aan het einde van het jaar vertelt hoeveel waarde per aandeel werkelijk is ontstaan. Cloud en handel hebben een andere waarderingslogica Taobao en Tmall genereren advertentie- en commissie-inkomsten uit een enorme merchantbasis. Deze activiteit kan veel kas opleveren, maar moet marktaandeel verdedigen tegen JD.com, PDD en nieuwe vormen van sociale handel. Quick commerce verhoogt de bestelfrequentie, maar vraagt subsidies en logistiek. Cloud groeit sneller en kan een hogere multiple verdienen wanneer AI-gebruik in terugkerende omzet verandert. De keerzijde is dat servers snel verouderen en veel capex vragen. Een cloudklant die veel tokens gebruikt maar tegen een scherpe prijs koopt, kan de omzet verhogen zonder direct de vrije kas te verbeteren. De twee motoren versterken elkaar soms. Merchants gebruiken cloud, data en AI, terwijl consumentengedrag advertentieproducten verbetert. Ze concurreren ook om kapitaal. De waarde ontstaat wanneer de cloud na afschrijving een hoog rendement verdient en commerce haar subsidies terugbrengt. Wat moet $107,74 waarmaken? De ADS sloot op 29 september om 21.48 uur UTC op $107,74 aan de NYSE. Bij 10% gewenst koersrendement en een eindmultiple van veertien keer winst is in 2029 ongeveer $10,25 winst per ADS nodig. Vanaf een genormaliseerde basis van $7,80 vraagt dat ongeveer 9,5% jaarlijkse groei. Dat is geen extreme groeieis voor een technologiebedrijf. De lagere multiple verwerkt een deel van het structuur-, valuta- en regelgevingsrisico. Wanneer beleggers in 2029 maar tien of elf keer winst willen betalen, moet de winst veel harder groeien om hetzelfde rendement te halen. Alibaba heeft sterke posities in handel, logistiek, betalingen, cloud en AI. De onderneming kan een merchant via meerdere diensten bedienen en beschikt over veel data. Als quick commerce de klantfrequentie verhoogt en cloud de AI-vraag omzet in winst, kan de groepswinst snel herstellen. De balans biedt ruimte om door een investeringsfase heen te gaan. Inkoop tegen een lage waardering kan de winst per ADS extra ondersteunen. Het gunstige scenario heeft daardoor zowel operationele groei als een hogere multiple. Concurrentie kan subsidies langer hoog houden dan verstandig lijkt. Klanten wisselen gemakkelijk van app voor korting. Exportbeperkingen kunnen de toegang tot geavanceerde chips voor cloud en AI bemoeilijken. Regulering kan productkeuzes, data en kapitaalstromen beïnvloeden. De ADS voegt daar een laag bovenop. De belegger heeft niet dezelfde directe aanspraak op alle operationele activa als bij een gewone lokale dochter. Bij normale omstandigheden is dat vooral een waarderingskorting. In een extreem scenario kan de structuur zelf het belangrijkste risico worden. Drie mogelijke paden In het bearscenario daalt de winst per ADS en blijft de markt voorzichtig. De mogelijke koersen voor september 2027, 2028 en 2029 zijn $72,00, $63,80 en $56,00. Het middenscenario gebruikt $7,80, $8,60 en $9,50 winst en komt uit op $117,00, $129,00 en $137,75. In het gunstige scenario stijgt de winst naar $9,00, $10,80 en $12,80 en volgen $162,00, $194,40 en $224,00. De formule is steeds winst per ADS maal de multiple. Netto-inkoop zit in de winst per ADS en wordt niet nogmaals op de koers gezet. Valuta- en structuurrisico komen vooral terug in de gekozen multiple. De volgende publicatie moet duidelijk maken hoeveel AI- en cloudgroei na afschrijving en capex overblijft. Bij commerce kijken we naar klantmanagementomzet, orderfrequentie en verlies per quick-commerceorder. Bij de holding kijken we naar vrije kas, inkoop en het aantal uitstaande ADS-equivalenten. Ook de locatie van investeringen telt. Een datacenter in een nieuwe regio kan internationale omzet openen, maar vraagt jaren benutting om het rendement te bewijzen. Een nieuw bezorgnetwerk kan klanten binden, maar alleen wanneer subsidies afnemen zonder dat gebruik instort. De conclusie Alibaba is bij $107,74 niet duur wanneer de winst per ADS richting $10 groeit. De kern is alleen breder dan een lage koers-winstverhouding. De kas moet na capex beschikbaar komen, de holding bereiken en via inkoop of uitkering per ADS waarde creëren. Wie dat pad volgt, ziet sneller of de lage waardering een kans is of een permanente korting voor reële risico's. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. Lees ook: Taobao betaalt bij Alibaba de rekening van de bezorgoorlog

  • Het dividend van a.s.r. is geen gratis rendement

    In het kort a.s.r. biedt bij €73,08 een dividendrendement van ongeveer 4,8%. Dat is aantrekkelijk, maar lager dan de circa 5,1% bij NN Group. Het verschil kan terecht zijn wanneer a.s.r. sneller kapitaal per aandeel creëert. Daarvoor moeten schade, pensioenen en de integratie van Aegon Nederland zonder onverwachte kosten blijven draaien. Een verzekeraar wordt vaak als dividendaandeel bekeken. Dat is logisch: langlopende polissen leveren relatief voorspelbare premies en de sector keert veel kapitaal uit. Toch is een hoog dividend nooit los te zien van de buffer. De onderneming moet na een zwaar schadejaar, onrust op de markt of een wijziging van modellen nog steeds ruim boven de kapitaaleisen staan. Bij de halfjaarcijfers van 19 augustus meldde a.s.r. sterke resultaten en verdere voortgang bij Aegon Nederland. De operationele kapitaalcreatie is voor de aandeelhouder belangrijker dan de gerapporteerde nettowinst, omdat die kapitaalcreatie dividend, inkoop en groei moet dragen. Direct naar een onderdeel van dit artikel Het dividendrendement is het beginpunt Kapitaalcreatie betaalt uiteindelijk alles Waarom NN iets meer dividend biedt Wat moet €73,08 waarmaken? Drie mogelijke paden Waar de volgende cijfers om draaien De conclusie Het dividendrendement is het beginpunt Op basis van ongeveer €3,52 dividend per aandeel levert de koers van €73,08 rond 4,8% op. Dat is een goede lopende vergoeding. Als het dividend jaarlijks 4% groeit, komt het in 2029 op bijna €4 per aandeel. De uitkomst hangt alleen af van kapitaalcreatie en besluitvorming van het bestuur. Een dividend kan jarenlang stijgen en toch economisch zwak zijn wanneer de onderneming te veel uitkeert. Dan moet groei worden geremd of later nieuw kapitaal worden opgehaald. Daarom staat in de eerste module naast het huidige rendement ook de mogelijke dividendgroei. Wie 0% invult, ziet wat alleen de huidige uitkering waard is. Kapitaalcreatie betaalt uiteindelijk alles a.s.r. verdient geld aan leven, schade, pensioenen, hypotheken en diensten. Iedere activiteit gebruikt kapitaal anders. Schadeverzekeringen kunnen snel winst tonen, maar een zwaar storm- of letseljaar kan de uitkomst bewegen. Leven en pensioenen hebben lange looptijden en zijn gevoelig voor rente, klantgedrag en aannames. In een eenvoudig model gebruiken we €1,75 miljard jaarlijkse operationele kapitaalcreatie. Daar gaan groeikapitaal, integratiekosten en een extra buffer vanaf. Met €150 miljoen groei, €100 miljoen integratie en €200 miljoen extra buffer blijft €1,30 miljard vrij. Dat is het bedrag waaruit dividend en inkoop kunnen worden betaald. De precieze cijfers zullen per jaar verschillen. Het nut van de module zit in de volgorde. Eerst moet de verzekeraar kapitaal maken. Daarna moeten groei en risico worden gefinancierd. Wat overblijft, kan naar de aandeelhouder. Waarom NN iets meer dividend biedt NN Group noteerde op 29 september met een dividendrendement rond 5,1%, iets boven a.s.r. Dat verschil is geen koop- of verkoopsignaal. De ondernemingen hebben een andere mix, andere gevoeligheden en een verschillende integratieagenda. a.s.r. kan een lagere aanvangsopbrengst goedmaken met hogere groei per aandeel, betere schadeprijzen of succesvolle synergie. Eén procentpunt extra groei per jaar is op lange termijn veel waard. De derde module telt een eigen groeiaanname bij het dividendrendement op en vergelijkt die met NN. Zo'n vergelijking blijft grof. Groei is onzeker en dividend is contant. Een beloofde verbetering in 2029 is minder waard dan geld dat vandaag op de rekening komt. Daarom hoort een belegger een veiligheidsmarge te vragen voor toekomstverwachtingen. Wat moet €73,08 waarmaken? Het aandeel stond op 29 september op €73,08 aan Euronext Amsterdam. Bij een gewenst koersrendement van 7% en een eindmultiple van elf keer winst is in 2029 ongeveer €8,14 winst per aandeel nodig. Vanaf een genormaliseerde basis van €6,80 vraagt dat ongeveer 6,2% jaarlijkse groei. Dividend komt boven op het koersrendement in deze berekening. Wie het dividend meetelt in de totale rendementseis, hoeft dus niet dezelfde koersgroei te verlangen. De reverse module maakt duidelijk hoeveel van de uitkomst door winstgroei en hoeveel door de eindmultiple komt. De combinatie met Aegon Nederland geeft a.s.r. schaal in leven, pensioenen en distributie. Vaste IT-, administratie- en controlekosten kunnen over meer klanten worden verdeeld. Wanneer systemen eenmaal zijn samengevoegd, kunnen besparingen meerdere jaren terugkomen. De schadeactiviteit biedt daarnaast prijszettingsmogelijkheden. Premies kunnen worden aangepast aan hogere reparatie- en zorgkosten. Als prijsstijgingen de claims bijhouden, blijft de combined ratio gezond. Een groter bedrijf kan ook scherper herverzekeren en data beter gebruiken. Integratie is nooit alleen een spreadsheet. Klanten moeten worden gemigreerd, systemen moeten naast elkaar blijven draaien en de toezichthouder wil bewijs dat processen beheerst zijn. Besparingen kunnen daardoor later komen of terugkeren als cyber-, service- en nalevingskosten. Schade-inflatie is een tweede risico. Een premie wordt vooraf vastgesteld, terwijl reparatie, letsel en juridische kosten later blijken. Wanneer claims sneller stijgen dan premies, verslechtert de marge. Herverzekering helpt tegen grote klappen, maar wordt zelf duurder wanneer de markt veel schade heeft gezien. Ook rente kan twee kanten op werken. Een hogere rente verbetert het rendement op nieuwe obligaties, maar kan de marktwaarde van de bestaande portefeuille drukken. Bij leven en pensioenen veranderen verplichtingen tegelijk. De netto gevoeligheid is dus belangrijker dan alleen het beleggingsrendement. Drie mogelijke paden In het bearscenario blijft de winst per aandeel bijna vlak en daalt de waardering. De mogelijke koersen voor september 2027, 2028 en 2029 zijn €60,00, €57,00 en €54,90. In het middenscenario stijgt de winst naar €7,00, €7,40 en €7,90, met koersen van €77,00, €81,40 en €82,95. In het gunstige scenario volgen €91,20, €99,60 en €104,65. Dividend staat buiten de koersbedragen. Daardoor kan het totaalrendement hoger zijn, zolang de uitkering wordt gedekt door kapitaalcreatie. De scenario's verwerken een lagere of hogere multiple afzonderlijk, zodat marktsentiment niet wordt verstopt in de winstgroei. Waar de volgende cijfers om draaien De volgende rapportage moet laten zien hoeveel operationeel kapitaal ieder segment maakt, hoeveel integratiekosten nog resteren en hoe de solvabiliteitsratio beweegt. Ook het aantal aandelen verdient aandacht. Inkoop verhoogt winst per aandeel alleen wanneer zij niet wordt gecompenseerd door nieuwe aandelen of een te hoge aankoopprijs. Bij pensioenen is volume alleen niet genoeg. Een groter beheerd vermogen levert pas waarde wanneer de vergoeding boven de service- en kapitaalkosten ligt. Bij schade draait het om prijs tegenover claiminflatie. Bij leven telt de vrijval van toekomstige winst. De onderdelen kunnen elkaar stabiliseren, maar ook hetzelfde kapitaal aanspreken. De conclusie a.s.r. is bij €73,08 een aantrekkelijk inkomensaandeel wanneer operationele kapitaalcreatie stevig blijft. Het dividendrendement van 4,8% is alleen geen cadeautje. NN biedt iets meer aanvangsrendement en de integratie van Aegon vraagt nog uitvoering. a.s.r. moet die achterstand verdienen met groei per aandeel, stabiele schadeprijzen en een ruime buffer. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. Lees ook: NN Groups servicemarge is winst die nog geen dividend betaalt

  • Dit aandeel daalt vandaag 27% maar analisten zien 64% upside

    In het kort: Het aandeel van Fair Isaac (FICO) daalde fors nadat VantageScore dezelfde toegang krijgt tot de hypotheekprijsstructuur van Fannie Mae en Freddie Mac. De grotere rol van VantageScore kan de dominante positie en prijszettingsmacht van FICO binnen de Amerikaanse hypotheekmarkt onder druk zetten. Voor beleggers zijn vooral de ontwikkeling van VantageScore's marktaandeel, mogelijke prijsdruk en de impact daarvan op FICO's omzet en marges belangrijk. Het aandeel van Fair Isaac, het bedrijf achter de bekende FICO-kredietscore, is dinsdag fors gedaald. De koers stond tijdelijk ruim 27% lager nadat duidelijk werd dat Fannie Mae en Freddie Mac concurrent VantageScore dezelfde toegang geven tot hun hypotheekprijsstructuur. Dat is belangrijk voor FICO, omdat de kredietscore van het bedrijf jarenlang een dominante positie had binnen de Amerikaanse hypotheekmarkt. Fannie Mae en Freddie Mac spelen samen een rol bij ongeveer 70% van de Amerikaanse hypotheekmarkt. Voor veel hypotheekverstrekkers was FICO daardoor feitelijk de standaard. Koers Fair Isaac: VantageScore krijgt een grotere rol De Federal Housing Finance Agency heeft besloten de bestaande prijsstructuren van Fannie Mae en Freddie Mac samen te voegen. VantageScore 4.0 krijgt daarbij dezelfde positie naast de bestaande FICO-score. VantageScore is ontwikkeld door Equifax, Experian en TransUnion. De drie kredietbureaus kunnen hierdoor profiteren van een grotere rol voor hun gezamenlijke kredietscoremodel. De stap zorgt vooral voor meer concurrentie. Hypotheekverstrekkers krijgen een alternatief voor FICO, waardoor de onderhandelingspositie van Fair Isaac minder sterk kan worden. Prijszettingsmacht onder druk Dat is voor beleggers een belangrijk risico. De sterke omzetgroei van FICO is de afgelopen jaren namelijk voor een groot deel gedreven door hogere prijzen. Volgens een analyse van 24/7 Wall St. groeide de hypotheekgerelateerde omzet met ongeveer 97%, waarbij prijsverhogingen een belangrijke rol speelden. Wanneer hypotheekverstrekkers kunnen kiezen tussen FICO en VantageScore, wordt het moeilijker om zulke prijsverhogingen onbeperkt door te voeren. Ook Rocket Mortgage heeft inmiddels aangegeven VantageScore als voorkeursmodel te gaan gebruiken. Dat laat zien dat de concurrentie niet alleen op papier bestaat, maar daadwerkelijk gevolgen kan hebben voor de markt. Analisten van 24/7 Wall St. zien wel nog flinke upside voor het aandeel: Bron: Yahoo Finance Wat betekent dit voor beleggers? De koersval betekent niet dat FICO zijn marktpositie direct kwijtraakt. Het bedrijf blijft een gevestigde naam met een uitgebreid kredietscoremodel en een sterke positie binnen de financiële sector. Het belangrijkste risico is dat FICO minder prijszettingsmacht krijgt. Zelfs als het bedrijf een groot deel van zijn marktaandeel behoudt, kunnen lagere prijzen de toekomstige omzetgroei en winstmarges onder druk zetten. Daar komt bij dat FICO een aanzienlijke schuldenlast heeft. Daardoor zijn stabiele en groeiende kasstromen extra belangrijk. Voor beleggers wordt de komende periode vooral duidelijk hoe snel VantageScore marktaandeel wint en hoeveel druk dit zet op de prijzen van FICO. De grote koersdaling laat zien dat de markt deze verandering als een belangrijke bedreiging voor het verdienmodel van Fair Isaac beschouwt.

  • Vastgoeddividend of gewoon een Treasury bij Realty Income

    In het kort Realty Income keert op jaarbasis $3,252 per aandeel uit. Bij een koers van $55,14 is dat ongeveer 5,9% dividendrendement. De Amerikaanse tienjaarsrente stond op 29 september rond 5,29%. De extra vergoeding van ongeveer 0,6 procentpunt is dun voor een aandeel met vastgoed-, huurders- en financieringsrisico. Het maanddividend maakt Realty Income aantrekkelijk voor inkomensbeleggers. De onderneming heeft de uitkering sinds de beursgang in 1994 ieder kwartaal verhoogd en beheert meer dan 15.500 panden. Toch is een regelmatige betaling niet hetzelfde als een risicovrije betaling. De kas komt uit huurcontracten, en de waarde van die kas beweegt mee met rente en kredietmarkten. Bij de cijfers van 5 augustus rapporteerde Realty Income $1,09 aangepaste funds from operations per aandeel. AFFO is bij een vastgoedfonds een praktische maat voor terugkerende kaswinst, omdat gewone nettowinst zwaar wordt beïnvloed door boekhoudkundige afschrijving op panden. De onderneming verhoogde de jaarverwachting naar $4,44 tot $4,45 AFFO per aandeel. Direct naar een onderdeel van dit artikel De rentepremie is kleiner geworden Het dividend is gedekt, maar de buffer is niet enorm Nieuwe panden verdienen meer dan de rente, maar niet gratis Wat moet $55,14 waarmaken? Drie mogelijke paden Waar de volgende cijfers om draaien De conclusie De rentepremie is kleiner geworden Een belegger kan op 29 september kiezen tussen ongeveer 5,9% dividendrendement bij Realty Income en circa 5,29% op een Amerikaanse tienjaarslening. De vergelijking is niet perfect. Een staatsobligatie betaalt een vaste coupon en hoofdsom. Het dividend van Realty Income kan groeien, maar ook worden verlaagd. Het aandeel kan stijgen of dalen. De beperkte premie betekent dat veel goed moet gaan. De huur moet blijven binnenkomen, de uitkering moet groeien en de waarde van de panden mag niet zwaar dalen. Als de obligatierente verder stijgt, wordt dezelfde dividendstroom relatief minder aantrekkelijk. Dan kan de koers zakken totdat het rendement weer voldoende afstand biedt. Het dividend is gedekt, maar de buffer is niet enorm Realty Income betaalde in het tweede kwartaal $0,812 dividend per aandeel en verdiende $1,09 AFFO. De uitkeringsratio was daarmee 74,5%. Dat is gezond voor een vastgoedfonds. Ongeveer een kwart van de AFFO bleef beschikbaar voor groei, schuld, kosten en onverwachte tegenvallers. Die buffer moet wel meerdere risico's dragen. Faillissementen van huurders kunnen betalingen vertragen. Nieuwe verhuur kan tijdelijke leegstand en aanpassingskosten vragen. Een recessie raakt niet alle sectoren even hard, maar ook een brede portefeuille ontsnapt niet aan de economie. De tweede module laat zien wat er met de uitkeringsratio gebeurt wanneer AFFO onder druk komt. Bij 15% stress stijgt de ratio richting 88%. Dat is nog gedekt, maar laat minder ruimte voor groei. Nieuwe panden verdienen meer dan de rente, maar niet gratis Realty Income investeerde in het tweede kwartaal $2,6 miljard. Het eigen economische aandeel was $2,1 miljard en de initiële gewogen cash yield bedroeg 7,3%. Dat ligt boven de kosten van recente schuld. In juli plaatste de onderneming bijvoorbeeld €600 miljoen obligaties met een effectief rendement van 3,716%. Een eerdere dollarlening kwam na valuta-afdekking op een blended yield van ongeveer 4,44%. De spread tussen 7,3% vastgoedrendement en financieringskosten oogt aantrekkelijk. Daar moeten beheer, leegstand, transactiekosten, belasting en de rendementseis op eigen vermogen nog vanaf. Ook is de 7,3% een aanvangsrendement en geen garantie voor de hele looptijd. Realty Income kan veel panden kopen, maar financiert een deel met nieuwe aandelen. In het tweede kwartaal haalde het $843 miljoen op via gewone aandelen tegen gemiddeld $61,52. Eind juni stonden nog forwardcontracten open voor 21,1 miljoen aandelen tegen gemiddeld $58,34. Uitgifte boven de huidige koers van $55,14 was achteraf gunstig. De onderneming haalde geld op tegen een hogere prijs. Toch wordt de winst over meer aandelen verdeeld. Een acquisitie is alleen waardevol wanneer de extra AFFO groter is dan de verwatering en financieringskosten. Dat is waarom totale investeringsomvang weinig zegt zonder AFFO per aandeel. De jaarverwachting van $4,44 tot $4,45 impliceert ongeveer 4% groei in het midden. Dat is degelijk, maar niet spectaculair naast een obligatierente boven 5%. Wat moet $55,14 waarmaken? Het aandeel sloot op 29 september om 21.47 uur UTC op $55,14 aan de NYSE. Bij 7% gewenst koersrendement en een eindmultiple van veertien keer AFFO is in 2029 ongeveer $4,85 AFFO per aandeel nodig. Vanaf $4,445 vraagt dat maar ongeveer 3% jaarlijkse groei. Dat lijkt haalbaar. De keerzijde is dat de eindmultiple cruciaal is. Als beleggers in 2029 nog maar elf of twaalf keer AFFO willen betalen omdat de rente hoog blijft, kan dezelfde operationele groei een veel lagere koers opleveren. Realty Income spreidt de portefeuille over 1.798 klanten en 92 sectoren. De bezetting bedroeg eind juni 98,8%. Bij herverhuur haalde de onderneming in het kwartaal 102,7% van de oude huur terug. De gemiddelde resterende huurtermijn van 8,6 jaar maakt de kasstroom voorspelbaar. Ook de toegang tot kapitaal is sterk. Fitch gaf in augustus een A-rating met stabiele vooruitzichten. De onderneming kan dollars en euro's lenen, joint ventures gebruiken en aandelen uitgeven. Die brede financieringsbasis helpt om kansen te grijpen wanneer kleinere kopers afhaken. Lange huurcontracten beschermen de kas, maar beperken soms de aanpassing aan inflatie. De same-storehuur steeg in het halfjaar ongeveer 1,0%, duidelijk minder dan de 7,3% yield op nieuwe investeringen suggereert. Wie alleen naar acquisities kijkt, kan de trage groei in de bestaande portefeuille missen. Hoge rente werkt bovendien dubbel. Financiering wordt duurder en vastgoedwaarden kunnen dalen. De dividendpremie boven staatsrente is klein, waardoor koersgevoeligheid voor de kapitaalmarkt groot blijft. De onderneming kan operationeel goed presteren en toch een lagere multiple krijgen. Drie mogelijke paden In het bearscenario daalt AFFO licht en zakt de multiple. De mogelijke koersen voor september 2027, 2028 en 2029 zijn $51,88, $49,20 en $46,58. Het middenscenario levert $63,70, $66,08 en $66,15. In het gunstige scenario stijgen AFFO en waardering samen en volgen $73,63, $78,28 en $81,00. Dividend komt boven op deze koersscenario's. Dat is belangrijk bij Realty Income, omdat de uitkering een groot deel van het totale rendement kan vormen. De bedragen zijn geen koersdoelen, maar uitkomsten van AFFO maal multiple. Waar de volgende cijfers om draaien De volgende kwartaalupdate moet vooral AFFO per aandeel, aandelenuitgifte, investeringsyield en same-storehuurgroei tonen. Een groter portfolio is mooi, maar alleen wanneer de bestaande aandeelhouder er per aandeel op vooruitgaat. Ook de rentepremie verdient iedere keer een nieuwe berekening. Bij een dalende tienjaarsrente kan 5,9% dividend weer aantrekkelijk ogen. Bij een stijgende rente wordt de concurrentie van obligaties zwaarder. De koers kan dat verschil sneller aanpassen dan de onderneming het dividend verhoogt. De conclusie Realty Income heeft een sterk portfolio en verhoogt het dividend al decennialang. Bij $55,14 is het aandeel alleen geen simpele vervanger voor een spaarrekening. De premie boven de Amerikaanse tienjaarsrente is ongeveer 0,6 procentpunt. Daarvoor krijgt de belegger groeipotentieel, maar neemt hij ook koers-, vastgoed- en financieringsrisico. De AFFO-groei per aandeel moet dat verschil verdienen. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. Lees ook: Duurdere schuld knabbelt bij Realty Income aan de huurgroei

  • Wat als TSMC de winstgroei tot 2029 niet haalt?

    In het kort TSMC boekte in het tweede kwartaal $40,20 miljard omzet en $4,31 winst per ADS. De brutomarge kwam uit op 67,7%. Dat zijn uitzonderlijke cijfers, maar de koers van $456,94 maakt één recordkwartaal niet genoeg. Bij een rendementseis van 10% en een eindwaardering van 22 keer winst moet de winst per ADS in dit model tot 2029 met ongeveer 17% per jaar groeien. De verleiding bij TSMC is om alleen naar AI-vraag te kijken. Zolang NVIDIA, AMD, Broadcom en de grote cloudbedrijven meer geavanceerde chips willen, lijkt de fabriek vanzelf te winnen. Zo eenvoudig is het niet. Een foundry verdient pas goed wanneer dure capaciteit vol draait, nieuwe productieprocessen voldoende werkende chips per wafer opleveren en prijsstijgingen de hogere afschrijving compenseren. Bij de kwartaalcijfers van 16 juli meldde TSMC dat 77% van de waferomzet uit 7 nanometer en kleiner kwam. De nieuwe 2nm-productie leverde al 3%. Dat is commercieel sterk, maar de eerste fase van een nieuw proces is meestal duur. De machines staan er al, terwijl de opbrengst per wafer nog moet verbeteren. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een hoge marge is ook een hoge vergelijkingsbasis Geavanceerde nodes zijn een voordeel en een verplichting Van $4,31 kwartaalwinst naar een bruikbare winstbasis Wat moet $456,94 waarmaken? Drie mogelijke paden Wat we nu willen zien De conclusie Een hoge marge is ook een hoge vergelijkingsbasis De brutomarge van 67,7% is het cijfer dat de waardering draagt. Op $40,20 miljard kwartaalomzet is één procentpunt marge ongeveer $402 miljoen brutowinst. Een paar punten minder door een ongunstige valutakoers, duurdere energie, lagere fabbezetting of de opstart van 2nm loopt dus snel in de miljarden. Dat betekent niet dat de marge automatisch daalt. TSMC kan hogere prijzen vragen voor productie die klanten nergens anders op dezelfde schaal en kwaliteit kunnen krijgen. De onderneming profiteert ook van een rijkere productmix, omdat geavanceerde nodes een hogere omzet per wafer kunnen leveren. De eerste interactieve module laat zien hoe omzet, marge en operationele kosten samen de winsthefboom bepalen. Geavanceerde nodes zijn een voordeel en een verplichting De technologische voorsprong van TSMC is moeilijk te kopiëren. Intel probeert de eigen foundryactiviteit uit te bouwen, Samsung investeert zwaar en klanten onderzoeken soms maatwerk buiten Taiwan. Toch blijft de combinatie van proceskennis, productievolume en betrouwbaarheid bij TSMC uitzonderlijk. Juist daardoor moet het bedrijf voortdurend vooroplopen. De onderneming kan niet enkele jaren rustig teren op een bestaande fabriek. Iedere nieuwe node vraagt nieuwe machines, gebouwen, personeel en testwerk. Wanneer 7nm en kleiner al 77% van de waferomzet leveren, wordt een vertraging bij 2nm of een tegenvallende productopbrengst direct zichtbaar in de mix. De tweede module maakt dat aandeel tastbaar. Verander het gewicht van geavanceerde nodes en zie hoeveel omzet uit oudere processen overblijft. Oudere nodes zijn niet waardeloos: auto's, industriële toepassingen en consumentenelektronica gebruiken ze nog jarenlang. Hun prijszettingsmacht en bezetting kunnen alleen sterker schommelen. Van $4,31 kwartaalwinst naar een bruikbare winstbasis TSMC verdiende in het tweede kwartaal $4,31 per ADS. Vier keer dat bedrag is $17,24. Dat is een handige rekenbasis, maar geen prognose. Het kwartaal bevatte een uitzonderlijk sterke marge en de rest van het jaar kan een andere mix, valuta of kostenbasis laten zien. Daarom werkt de derde module met een normalisatiekorting. Bij 10% korting daalt de geannualiseerde basis van $17,24 naar $15,52. Die stap lijkt voorzichtig, maar voorkomt dat een recordkwartaal stilzwijgend de normale winst wordt. Beleggers kunnen de korting ook op nul zetten wanneer zij denken dat de huidige marge duurzaam is. Wat moet $456,94 waarmaken? De ADS sloot op 29 september om 21.45 uur UTC op $456,94 aan de NYSE. Een ADS vertegenwoordigt vijf gewone aandelen in Taiwan. Bij een gewenst koersrendement van 10% moet de koers over drie jaar ongeveer $608 worden. Als de markt dan 22 keer de jaarwinst betaalt, is circa $27,64 winst per ADS nodig. Vanaf een jaarbasis van $17,24 vraagt dat ongeveer 17% jaarlijkse groei. Vanaf de voorzichtiger genormaliseerde basis ligt de vereiste groei nog hoger. Dit is de kern van reverse valuation: niet vragen welk koersdoel mooi klinkt, maar welke winst de huidige prijs logisch maakt. Die groeieis is niet onmogelijk. AI-infrastructuur kan nog jaren veel rekencapaciteit vragen. TSMC heeft een sterke positie in 2nm, geavanceerde verpakking en gespecialiseerde productie. De onderneming kan bovendien prijzen verhogen wanneer de vraag naar schaarse capaciteit groter blijft dan het aanbod. Het sterke tegenargument is dat dezelfde verwachtingen al in de prijs zitten. Een groeivertraging van klanten, exportbeperkingen, geopolitieke spanningen rond Taiwan of een betere concurrent kunnen de eindmultiple verlagen. Dan kan de winst stijgen terwijl het aandeel weinig doet. TSMC bouwt meer capaciteit buiten Taiwan, onder meer in de Verenigde Staten, Japan en Europa. Dat verlaagt het concentratierisico voor klanten en overheden, maar productie in nieuwe regio's is niet automatisch even efficiënt. Personeel, lokale leveranciers, schaal en subsidies verschillen. De onderneming kan strategisch sterker worden en tegelijk tijdelijk een lagere marge verdienen. Daar zit een belangrijk verschil tussen bedrijfswaarde en kwartaalwinst. Een fabriek in Arizona kan de leveringszekerheid vergroten en daarmee de relatie met grote klanten verdiepen. De hogere afschrijving verschijnt alleen direct in de cijfers. Wie uitsluitend de eerstvolgende marge volgt, kan die strategische waarde missen. Wie iedere extra fabriek als waarde telt zonder de kosten te verwerken, maakt de omgekeerde fout. Drie mogelijke paden In het bearscenario groeit de winst per ADS beperkt en daalt de waardering. De mogelijke koersen voor september 2027, 2028 en 2029 zijn dan $341, $320 en $297. In het middenscenario groeit de winst naar $18,50, $21,50 en $24,80, met koersen van $481, $538 en $595. Het gunstige scenario combineert snellere winstgroei met een hoge multiple en komt uit op $630, $754 en $882. De formule is steeds winst per ADS maal de gekozen koers-winstverhouding. Dividend is niet opgenomen in de koersen. Ook kas en schuld worden niet nog een keer boven op de multiple gezet. De scenario's zijn mogelijkheden, geen koersdoelen. Wat we nu willen zien De volgende rapportages moeten vooral antwoord geven op drie vragen. Blijft de brutomarge boven het midden van de zestig procent? Hoe snel groeit 2nm zonder dat de productopbrengst de winst uitholt? En kan de onderneming buitenlandse capaciteit vullen tegen een rendement dat in de buurt komt van Taiwan? Maandomzet helpt om de vraag te volgen, maar zegt weinig over de marge. Een extra dollar omzet uit een volwassen, goed gevulde fabriek is meer waard dan een dollar uit een nieuwe productielijn met hoge opstartkosten. Daarom horen omzet, mix en vrije kasstroom bij elkaar. De concurrentie blijft ondertussen investeren. Samsung kan klanten aantrekken met een gecombineerd aanbod van geheugenchips en logicaproductie. Intel wil de eigen foundry meer openstellen. Klanten ontwerpen bovendien steeds meer zelf. TSMC hoeft die concurrenten niet te verslaan op elk product, maar moet wel voorkomen dat prijszettingsmacht en schaal langzaam verschuiven. De conclusie TSMC is operationeel sterker dan bijna iedere andere chipfabrikant. De cijfers van 16 juli bevestigen dat. Bij $456,94 is de vraag alleen niet of de onderneming goed is, maar of zij goed genoeg groeit om een winstbasis van ongeveer $17 per ADS richting $28 te brengen zonder dat de multiple inzakt. De huidige marge maakt dat mogelijk en legt tegelijk de lat hoog. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. Lees ook: De geïnstalleerde basis is de stille winstbron van ASML

bottom of page