top of page

Doorzoek deze website

14542 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Alphabet bouwt AI nu ook met vreemd kapitaal

    In het kort Alphabet rapporteerde over het tweede kwartaal 24% omzetgroei, een operationele marge van 34% en een versnelling bij Google Cloud. Tegelijk liep de kwartaalinvestering op tot bijna $45 miljard. De AI-uitbouw wordt daardoor niet meer uitsluitend uit de oude advertentiekas gefinancierd. De onderneming haalde in 2026 nieuw kapitaal op en eindigde het kwartaal met aanzienlijk meer langlopende schuld. Dat hoeft geen alarmsignaal te zijn. Een onderneming met sterke kasstromen kan goedkope financiering verstandig gebruiken. Het verandert wel de toets: AI-capaciteit moet voortaan niet alleen afschrijving en onderhoud verdienen, maar ook rente en een rendement voor nieuwe aandeelhouders. De koers van de verhandelbare A-klasse op Nasdaq bedroeg op 28 september $340,92. Bij die prijs draait de waardering om de vraag of Cloud en nieuwe AI-producten sneller winstgevend worden dan de kapitaalbasis groeit. Direct naar een onderdeel van dit artikel Kapitaal heeft ook bij Alphabet een prijs Cloud moet meer doen dan hard groeien Afschrijving volgt later dan de kasuitgave Wat zit er in $340,92? Drie paden tot en met 2029 De juiste controle is opbrengst per nieuwe dollar Kapitaal heeft ook bij Alphabet een prijs Jarenlang kon Alphabet enorme investeringen financieren met kas uit Search, YouTube en andere advertenties. Die motor draait nog steeds. De schaal van de AI-race heeft het financieringsprofiel echter verbreed. Nieuwe schuld creëert een vaste rentelast. Nieuw eigen vermogen creëert geen verplichte coupon, maar verdeelt de toekomstige winst over meer kapitaal. De module telt een rendementseis op eigen vermogen en rente op schuld bij elkaar. Dat is geen boekhoudkundige kostenrekening, maar een economische drempel. Een project dat 4,5% rente verdient maar geen rendement boven de kosten van eigen vermogen levert, kan de gerapporteerde winst vergroten en toch weinig waarde creëren. De tegenwerping is sterk: Alphabet bezit een grote winstbasis, een dominante advertentiemarkt en snelgroeiende Cloudactiviteiten. Bovendien kan schuld goedkoper zijn dan eigen vermogen. Precies daarom is niet de financiering zelf het probleem. Het risico ontstaat wanneer de benodigde capex permanent hoog blijft en concurrentie de prijs van AI-rekenkracht omlaag duwt. Cloud moet meer doen dan hard groeien Google Cloud boekte in Q2 ongeveer $24,8 miljard omzet en groeide volgens de officiële publicatie 82% ten opzichte van een jaar eerder. De operationele winst nam eveneens sterk toe. Dat ondersteunt het argument dat AI-investeringen al opbrengst genereren. De interactieve module vergelijkt Cloudwinst met een gekozen deel van Alphabets capex. Dit is nadrukkelijk geen formele berekening van rendement op geïnvesteerd vermogen. De levensduur van servers, grond, gebouwen en netwerkapparatuur verschilt. Ook gebruikt Search dezelfde infrastructuur. De verhouding laat wel zien hoeveel winst nodig is voordat een kwartaal met $44,9 miljard investeringen economisch licht wordt. Cloud heeft twee aantrekkelijke eigenschappen. Contracten kunnen lang lopen en de schaalvoordelen zijn groot wanneer capaciteit goed wordt benut. De keerzijde is dat een contractuele orderportefeuille nog geen kas is. Alphabet betaalt voor chips en datacenters voordat alle klantomzet binnenkomt. Onbenutte capaciteit schrijft intussen wel af. Afschrijving volgt later dan de kasuitgave Capex verlaat de kas meteen, terwijl afschrijving de kosten over meerdere jaren spreidt. Daardoor kan de winst op korte termijn sterker lijken dan de vrije kasstroom. Later kan de situatie omkeren: de kasuitgave ligt achter ons, maar de afschrijving drukt nog jaren de operationele winst. Voor de belegger zijn drie aannames beslissend. Hoe lang blijft de hardware economisch bruikbaar? Hoe hoog is de bezettingsgraad? En hoeveel prijsdruk ontstaat wanneer concurrenten eveneens capaciteit bouwen? Een langere afschrijvingstermijn verhoogt de winst nu, maar verandert niet automatisch de economische levensduur. De sterke vraag naar AI-infrastructuur maakt overcapaciteit vandaag minder zichtbaar. Toch is de geschiedenis van telecom, geheugen en cloudhardware duidelijk: een periode van schaarste kan worden gevolgd door snelle prijsdruk zodra veel capaciteit tegelijk online komt. Alphabet kan dat gedeeltelijk opvangen met eigen chips, software en distributie. De onderneming kan de cyclus niet volledig afschaffen. Lees ook: [Alphabets kwartaalcijfers: wat beleggers moeten weten](/post/alphabets-kwartaalcijfers-wat-beleggers-moeten-weten) Wat zit er in $340,92? De gerapporteerde winst in 2026 bevatte grote niet-operationele effecten. Voor de reverse waardering gebruiken we daarom een genormaliseerde referentie en geen toevallige kwartaalwinst als vaste basis. De module rekent terug welke kernwinst per aandeel in september 2029 nodig is. Bij 10% gewenst koersrendement en een eindmultiple van 23 keer de winst moet de kern-EPS sterk doorgroeien. Dat kan door advertentiegroei, Cloudmarge, kostenbeheersing en inkoop. Nieuwe aandelen werken de andere kant op. Dezelfde kapitaalronde mag dus niet eerst als financiering van groei en daarna zonder verwatering als extra winst per aandeel worden behandeld. Regelgeving vormt een extra onzekerheid. Boetes, remedies of beperkingen op distributie kunnen de kas en de verdedigingswal raken. De PriceRunner-voorziening van $2,1 miljard in Q2 toont dat juridische gebeurtenissen daadwerkelijk door de resultaten lopen. Een eenmalige last moet niet worden geëxtrapoleerd, maar terugkerende procedures horen wel in de rendementseis. Drie paden tot en met 2029 Het bearscenario veronderstelt dat capex hoog blijft, Cloudmarges minder snel stijgen en de markt een lagere multiple betaalt. Het middenscenario vraagt dat Cloud de extra kapitaallast absorbeert en advertenties voldoende kas blijven leveren. In het gunstige scenario verandert AI-capaciteit in een tweede uitzonderlijk winstgevende infrastructuurlaag. De scenario’s zijn uitgedrukt in dollars voor de A-klasse. Dividend is niet opgeteld. De mogelijke koersen zijn telkens winst per verwaterd aandeel maal een eindmultiple. Wie verwacht dat nieuwe financiering het aandelenaantal sterker verhoogt, moet de EPS-aannames lager zetten. De juiste controle is opbrengst per nieuwe dollar Omzetgroei alleen is onvoldoende. De nuttigste toets is de extra operationele winst tegenover de extra kapitaalbasis. Daarnaast moet operationele kasstroom na capex herstellen. Wanneer omzet stijgt maar schuld, aandelen en investeringen sneller groeien, kan de onderneming groter worden zonder dat ieder aandeel evenveel waardevoller wordt. Alphabet heeft de technologie, distributie en financiële slagkracht om een AI-infrastructuurbedrijf naast Search te bouwen. De koers van $340,92 veronderstelt dat die bouw economisch rendeert. Nu vreemd en nieuw eigen kapitaal meedoen, wordt het bewijs scherper: Cloudgroei moet niet alleen hoog zijn, maar de volledige kapitaalkosten overtreffen.

  • Avantium maakt eerste FDCA en klopt meteen aan voor nieuw geld

    In het kort: Avantium heeft in Delfzijl de eerste batch FDCA geproduceerd, waarmee een belangrijke technische mijlpaal en de overgang naar commerciële productie is bereikt. De vraag lijkt aanwezig met meerdere afname- en capaciteitsafspraken, maar de fabriek moet de komende 12 tot 24 maanden nog worden opgeschaald voordat commerciële verkoop volledig op gang komt. Financieel blijft Avantium kwetsbaar door een sterk gedaalde kaspositie en hoge verliezen, waardoor minimaal €55 miljoen aan nieuw kapitaal nodig is en bestaande aandeelhouders waarschijnlijk verwatering krijgen. Avantium staat op een belangrijk moment. Het Nederlandse technologiebedrijf heeft in Delfzijl de eerste batch FDCA geproduceerd in zijn nieuwe fabriek. Daarmee is een belangrijke technische mijlpaal bereikt. Tegelijkertijd blijft de financiële positie kwetsbaar en staat een nieuwe kapitaalronde voor de deur. Aandeelhouders hebben inmiddels ingestemd met een verhoging van het maatschappelijk kapitaal. Daarmee wordt de weg vrijgemaakt voor de uitgifte van nieuwe aandelen waarmee Avantium minimaal 55 miljoen euro wil ophalen. Voor bestaande aandeelhouders betekent dit waarschijnlijk verwatering, terwijl het nieuwe kapitaal nodig is om de volgende fase van het bedrijf te financieren. Persbericht Avantium: Eerste FDCA uit fabriek in Delfzijl Het belangrijkste operationele nieuws kwam deze week uit Delfzijl. Avantium heeft daar de eerste batch FDCA geproduceerd in zijn nieuwe flagshipfabriek. FDCA, voluit furaandicarbonzuur, is de belangrijkste grondstof voor PEF, een biobased kunststof die Avantium positioneert als duurzaam alternatief voor bestaande kunststoffen. De fabriek in Delfzijl geldt als de eerste commerciële fabriek ter wereld die FDCA op deze schaal moet produceren. Daarmee schuift Avantium op van technologieontwikkelaar naar producent. De fabriek draait echter nog niet op volle capaciteit. Avantium verwacht dat het 12 tot 24 maanden duurt voordat de volledige ontwerpcapaciteit wordt bereikt. In de tussentijd wordt de productie geleidelijk opgevoerd en moet worden aangetoond dat het product aan de specificaties van klanten voldoet. Avantium verwacht tegen het einde van 2026 te beginnen met commerciële verkoop. FDCA fabriek: Vraag vanuit klanten is er al Avantium heeft inmiddels 23 afnameovereenkomsten gesloten voor materiaal uit de FDCA-fabriek. Daarnaast zijn er 17 overeenkomsten voor capaciteitsreserveringen, goed voor meer dan 150 kiloton aan jaarlijkse productiecapaciteit. Deze overeenkomsten geven aan dat er belangstelling is voor de technologie. Tegelijkertijd zijn reserveringen nog geen gerealiseerde omzet. De fabriek moet eerst succesvol worden opgeschaald en klanten moeten het materiaal daadwerkelijk op commerciële schaal gaan afnemen. Juist de komende 12 tot 24 maanden worden daarom belangrijk. Dan moet blijken of Avantium de technologie betrouwbaar en economisch op commerciële schaal kan toepassen. Financiële buffer is sterk afgenomen Tegenover de operationele vooruitgang staat een lastige financiële situatie. De kaspositie daalde van 57,5 miljoen euro eind 2025 naar 23,9 miljoen euro eind juni 2026. Kaspositie Avantium: Ook de halfjaarcijfers laten zien dat Avantium nog veel geld verbrandt. De omzet daalde van 6,7 miljoen naar 4,7 miljoen euro. Het EBITDA-verlies kwam uit op 18,8 miljoen euro, tegenover 18,5 miljoen euro een jaar eerder. Onder de streep leed Avantium een verlies van 27,3 miljoen euro. Vooral de R&D Solutions-divisie had last van lagere verkopen. Klanten in de chemische industrie hielden vanwege geopolitieke onzekerheid hun budgetten meer in de hand. Nieuwe aandelenemissie komt eraan Om de financiële ruimte te vergroten, wil Avantium in het vierde kwartaal minimaal 55 miljoen euro ophalen met de uitgifte van nieuwe aandelen. Aandeelhouders hebben daarom ingestemd met een verhoging van het maatschappelijk kapitaal van bijna 43,5 miljoen euro naar 125 miljoen euro. Dat betekent niet dat Avantium direct voor 125 miljoen euro aan aandelen uitgeeft. Het bedrijf krijgt hiermee vooral meer ruimte om aandelen uit te geven. Voor bestaande aandeelhouders is verwatering een belangrijk aandachtspunt. Wanneer het aantal uitstaande aandelen stijgt en een aandeelhouder niet evenredig deelneemt aan de emissie, wordt zijn of haar relatieve belang kleiner. Hoe groot de verwatering uiteindelijk wordt, hangt onder meer af van de uitgifteprijs en het aantal nieuwe aandelen. Ook lening van 20 miljoen euro Naast de aandelenemissie wil Avantium een converteerbare lening van 20 miljoen euro verkrijgen van de NOM, de ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland. Een dergelijke lening kan onder bepaalde voorwaarden worden omgezet in aandelen. Ook deze financiering kan daardoor op termijn gevolgen hebben voor het aantal uitstaande aandelen. De combinatie van de emissie en de lening moet Avantium voldoende financiële ruimte geven om de fabriek verder op te schalen en de periode tot commerciële inkomsten te overbruggen. Akkoord met Worley Avantium bereikte deze week ook een akkoord met Worley over belangrijke openstaande kwesties rond de fabriek. Het ging onder meer om herstelwerkzaamheden, openstaande facturen en claims. Daarmee wordt een deel van de onzekerheid rond de fabriek weggenomen. De aandacht kan nu verder verschuiven naar het opvoeren van de productie en het realiseren van commerciële verkopen. De komende kwartalen zijn belangrijk Voor beleggers draait het de komende periode vooral om de snelheid waarmee de fabriek wordt opgeschaald. De eerste batch FDCA is een belangrijke technische mijlpaal, maar uiteindelijk moeten productie, verkoop en kasstromen volgen. Daarbij zijn de bestaande afnameovereenkomsten positief als indicatie van de potentiële vraag, maar moeten deze nog worden vertaald naar daadwerkelijke omzet. Tegelijkertijd blijft de financiering een belangrijk risico. De onderneming heeft eind juni nog 23,9 miljoen euro in kas en wil minimaal 55 miljoen euro ophalen. Dat maakt duidelijk dat nieuw kapitaal noodzakelijk is om de volgende fase te financieren. Avantium staat op een belangrijk kruispunt Avantium heeft met de eerste FDCA-productie een belangrijke stap gezet. De fabriek in Delfzijl draait en er zijn al afspraken met potentiële klanten. Daarmee komt de commerciële fase dichterbij. Financieel blijft de onderneming echter kwetsbaar. De kaspositie is sterk gedaald, de verliezen blijven hoog en een nieuwe aandelenemissie zal waarschijnlijk leiden tot verwatering van bestaande aandeelhouders. De komende 12 tot 24 maanden moeten daarom uitwijzen of Avantium de technische vooruitgang kan vertalen naar grootschalige commerciële productie en uiteindelijk positieve kasstromen. De eerste FDCA-batch is het begin van die fase, niet het eindpunt.

  • Michael Burry wil eerst een harde daling zien vóór de AI-beursgangen

    In het kort: Michael Burry zegt dat markten hard zouden moeten dalen om beursgangen van OpenAI en Anthropic te voorkomen. Zijn financiële punt draait vooral om de enorme kapitaalbehoefte: Anthropic noemt volgens Reuters $518 miljard aan toekomstige cloud-, compute- en infrastructuurverplichtingen. De waarschuwing is geen bewijs dat de AI-boom instort, maar laat wel zien hoeveel toekomstige omzet en winst nodig zijn om biljoenenwaarderingen te rechtvaardigen. Michael Burry heeft zijn kritiek op de AI-boom opnieuw aangescherpt. De belegger die bekend werd door zijn weddenschap tegen de Amerikaanse huizenmarkt schreef op X dat markten volgens hem 'hard' zouden moeten dalen om de geplande beursgangen van OpenAI en Anthropic te verhinderen. Dat is een extreme uitspraak. Maar achter de retoriek zit een concrete financiële vraag die voor beleggers veel interessanter is: hoeveel winst moet de AI-sector uiteindelijk genereren om de honderden miljarden aan datacenters, chips en cloudcontracten terug te verdienen? Burry richt zijn pijlen op de volgende fase van de AI-boom Tot nu toe werd een groot deel van de AI-race gefinancierd door private investeerders, strategische partners en de kasstromen van grote technologiebedrijven. Een beursgang van OpenAI of Anthropic zou een deel van dat risico veel directer naar publieke aandeelhouders brengen. Anthropic is daarin de duidelijkste testcase. Reuters kreeg inzage in een vertrouwelijk prospectus waaruit blijkt dat het bedrijf in 2025 ongeveer $4,6 miljard omzet boekte. De operationele verliezen lagen boven $8 miljard. Daarnaast verwacht Anthropic ten minste $518 miljard uit te geven aan cloud-, compute- en infrastructuurverplichtingen over ongeveer tien jaar. Michael Burry waarschuwt opnieuw voor de AI-boom $518 miljard is groter dan de omzetbasis met een factor 100 De verhouding laat zien waarom Burry zich zorgen maakt. De $518 miljard aan toekomstige verplichtingen is ruim 112 keer de omzet die Anthropic in 2025 rapporteerde. Dat is geen één-op-één vergelijking, omdat de verplichtingen over meerdere jaren lopen en de omzet zeer snel groeit, maar de schaal van de kapitaalbehoefte wordt er wel duidelijk door. Reuters meldde bovendien dat ongeveer 80% van deze infrastructuurverplichtingen niet opzegbaar is of betaling vereist ongeacht hoeveel capaciteit Anthropic uiteindelijk gebruikt. Daarmee verandert compute van een flexibele groeikost in een veel hardere financiële verplichting. Het verlies van $42 miljard vraagt belangrijke nuance De headline die rond Anthropic rondgaat is een nettoverlies van ongeveer $42 miljard in 2025. Dat cijfer is boekhoudkundig correct volgens het door Reuters ingeziene prospectus, maar het is niet hetzelfde als $42 miljard cash die uit de onderneming stroomde. Ongeveer $34 miljard hing samen met waarderingsaanpassingen van financieringsinstrumenten. Het operationele verlies lag boven $8 miljard. Voor beleggers is dat nog steeds fors, maar het onderscheid is essentieel: de echte economische vraag draait om operationele cashburn en toekomstige compute-uitgaven, niet om één spectaculaire nettowinstregel. Anthropic werkt aan steeds krachtigere AI-modellen Bron: Anthropic. Een waardering van $2 biljoen maakt de lat extreem hoog Reuters meldde dat een mogelijke beursgang Anthropic op meer dan $2 biljoen zou kunnen waarderen. Zet je dat puur naast de $4,6 miljard omzet van 2025, dan kom je uit op ruim 430 keer die historische jaaromzet. Dat multiple is bewust een grove vergelijking. Anthropic groeit zo snel dat 2025 snel veroudert als referentiejaar. Maar precies dat is de kern: een waardering van biljoenen dollars vereist dat de huidige extreme omzetgroei jarenlang doorzet terwijl verliezen en infrastructuurkosten uiteindelijk veel harder dalen dan de omzet groeit. OpenAI staat financieel verder, maar de vraag is dezelfde OpenAI groeit sneller in absolute dollars. Axios meldde deze week dat de geannualiseerde omzetrun-rate richting $70 miljard beweegt, mede dankzij sterk groeiende zakelijke verkopen. Dat maakt OpenAI fundamenteel anders dan Anthropic op basis van omzetomvang. Toch blijft ook daar de kapitaalvraag centraal staan. OpenAI heeft zijn beursgang voor 2026 uitgesloten. CEO Sam Altman zei eerder deze maand dat dit volgens hem geen geschikt moment is om naar de beurs te gaan vanwege zorgen rond AI-veiligheid. Reuters meldde eerder dat 2027 als mogelijke timing werd besproken, maar er is geen vaste datum. OpenAI groeit snel in consumenten en zakelijke AI Bron: OpenAI. Burry’s scenario vereist niet dat AI mislukt Dat is misschien het belangrijkste punt. Een belegger kan geloven dat AI technologisch revolutionair wordt en tegelijk twijfelen of iedere huidige investering een aantrekkelijk rendement oplevert. Spoorwegen, internet en telecom veranderden eveneens de economie, terwijl veel bedrijven en aandeelhouders onderweg enorme verliezen leden. Burry richt zich precies op dat onderscheid. Zijn stelling is niet alleen dat de technologie te duur is, maar dat publieke markten mogelijk enorme hoeveelheden kapitaal beschikbaar stellen voordat duidelijk is welke AI-bedrijven uiteindelijk structureel winstgevend worden. Waar zijn waarschuwing te ver kan gaan Burry presenteert een harde conclusie, maar de beschikbare cijfers bewijzen niet dat OpenAI of Anthropic onvermijdelijk kapitaal zullen vernietigen. Anthropic groeide zijn omzet in 2025 ongeveer twaalfvoudig en OpenAI's huidige omzetrun-rate groeit eveneens zeer snel. Als AI-modellen productiever worden, inference goedkoper wordt en bedrijven bereid blijven steeds meer voor AI te betalen, kunnen de huidige investeringen achteraf rationeler blijken dan ze vandaag lijken. Bovendien zijn langlopende computecontracten ook een manier om schaarse capaciteit veilig te stellen. De echte test begint zodra publieke beleggers de rekening krijgen Daarom zijn de mogelijke beursgangen zo belangrijk. Zodra een AI-lab publiek noteert, krijgen beleggers ieder kwartaal zicht op omzetgroei, kasverbruik, compute-uitgaven en marges. De discussie verschuift dan van private waarderingen en groeiverhalen naar meetbare rendementen op kapitaal. Burry wil dat die test nooit zover komt zonder eerst een forse marktcorrectie. Dat is zijn oordeel, niet een vaststaand gevolg van de cijfers. Maar zijn onderliggende vraag is lastig te negeren: als honderden miljarden aan infrastructuur vandaag worden vastgelegd, hoeveel vrije kasstroom moet daar uiteindelijk tegenover staan? Dit is het cijfer dat de AI-bubbel uiteindelijk beslist Niet de grootste taalmodelbenchmark en zelfs niet de hoogste omzetgroei bepaalt uiteindelijk of de AI-capexboom houdbaar is. Het beslissende cijfer is het rendement op het kapitaal dat nu wordt vastgelegd. Anthropic kan zijn omzet vele malen vergroten en alsnog aandeelhouders teleurstellen als iedere nieuwe omzetdollar te veel compute en nieuw kapitaal vereist. Andersom kan de markt de huidige waarderingen onderschatten als de omzet sneller schaalt dan infrastructuurkosten. Precies tussen die twee scenario's ligt de weddenschap waar Burry nu zo hard tegen ageert.

  • Deze strateeg verwacht een flinke val vanaf het beursrecord

    In het kort: Zacks Chief Equity Strategist John Blank waarschuwt dat Amerikaanse aandelen volgens zijn scenario minstens 20% kunnen dalen. Vanaf de S&P 500-slotstand van 7.670,84 op 29 september zou 20% lager neerkomen op ongeveer 6.137 punten. Blank koppelt zijn voorzichtigheid aan AI-risico, hoge waarderingen en een uitzonderlijk grote AI-investeringsgolf, maar dit blijft zijn marktscenario en geen vaststaande voorspelling. De Amerikaanse beurs staat nog altijd dicht bij recordniveaus, maar John Blank van Zacks waarschuwt dat beleggers het neerwaartse risico onderschatten. In een interview met CNBC zei de Chief Equity Strategist van Zacks dat aandelen volgens hem vanaf hier nog minstens 20% kunnen dalen. Dat is een forse waarschuwing. Een daling van 20% wordt op Wall Street vaak gebruikt als grens waarbij een correctie overgaat in een bearmarkt. Belangrijker is echter wat Blank achter die uitspraak ziet: volgens hem wordt een deel van het AI-risico al serieuzer geprijsd in risicovolle obligaties, terwijl aandelenkoersen nog relatief optimistisch blijven. Bron: CNBC 20% lager betekent ongeveer 6.137 punten voor de S&P 500 De S&P 500 sloot op 29 september op 7.670,84 punten. Trek daar 20% vanaf en je komt uit op ongeveer 6.137 punten. Dat zou een daling van ruim 1.530 punten betekenen vanaf dat slotniveau. Voor beleggers maakt die simpele rekensom duidelijk hoe groot Blanks scenario is. Dit gaat niet om een normale slechte beursweek of een dip van een paar procent. Een daling van 20% zou miljarden aan beurswaarde wegvagen en vrijwel alle grote groeiaandelen raken. Waarom Blank juist nu waarschuwt De timing is opvallend. Amerikaanse aandelen hebben in 2026 ondanks meerdere schokken sterke rendementen laten zien. De S&P 500 stond eind september nog ongeveer 12% hoger voor het jaar, terwijl de Nasdaq rond 15% winst noteerde. Tegelijk zijn de lange rentes sterk opgelopen. De Amerikaanse tienjaarsrente bewoog eind september boven 5% en de dertigjaarsrente bereikte het hoogste niveau in tientallen jaren. Hogere rentes maken toekomstige winsten minder waard in huidige dollars en drukken daardoor vooral op dure groeiaandelen. AI is de tweede kwetsbare plek Blank waarschuwt al langer dat de huidige AI-investeringsgolf uitzonderlijk groot is. In een eerdere analyse van Zacks stelde hij dat de AI-infrastructuurboom als aandeel van de Amerikaanse economie inmiddels groter is dan de internetinvesteringsgolf rond 1999. Dat hoeft niet automatisch negatief te zijn. Nieuwe datacenters, chips en infrastructuur kunnen jarenlang productiviteitsgroei opleveren. Maar hoe groter de investeringen worden, hoe hoger de toekomstige winst moet zijn om die kapitaaluitgaven te rechtvaardigen. Obligaties kunnen eerder waarschuwen dan aandelen Blank zegt dat AI-gerelateerd risico volgens hem al is ingeprijsd in junk bonds. Dat is interessant omdat kredietmarkten vaak anders naar risico kijken dan aandelenbeleggers. Een aandeelhouder profiteert onbeperkt mee als een onderneming enorm succesvol wordt. Een obligatiebelegger krijgt vooral rente en de hoofdsom terug, maar draagt wel verliesrisico wanneer een bedrijf financieel verzwakt. Daardoor focussen kredietmarkten sterker op kasstromen, schulden en de kans dat kapitaal terugbetaald kan worden. Dat betekent nog niet dat aandelen automatisch volgen Hier zit een belangrijke nuance. Dat risicovolle obligaties voorzichtiger worden geprijsd, bewijst niet dat aandelen binnenkort 20% dalen. Aandelenmarkten kunnen lange tijd hoog gewaardeerd blijven wanneer winstverwachtingen stijgen en economische groei sterk blijft. Zelfs binnen Zacks bestaan verschillende visies. Andere strategen van het onderzoeksbedrijf wezen na eerdere AI-correcties juist op koopkansen en aanhoudende investeringen door grote technologiebedrijven. Blanks scenario is daarom een uitgesproken bearish visie, niet een consensusvoorspelling. Een daling van 20% vraagt meestal meer dan alleen een hoge waardering Hoge waarderingen kunnen een markt kwetsbaar maken, maar zijn zelden op zichzelf de directe oorzaak van een crash. Voor een echte daling van 20% is doorgaans een combinatie nodig van verslechterende winstverwachtingen, hogere financieringskosten, economische vertraging of een plotselinge verandering in risicobereidheid. Op dit moment zijn de signalen gemengd. Lange rentes zijn hoog en de markt is sterk afhankelijk van AI-gerelateerde groei, maar bedrijfswinsten blijven in meerdere technologiesegmenten sterk en de Amerikaanse economie is nog niet in een duidelijke recessie beland. Dit zijn de signalen die zijn scenario geloofwaardiger zouden maken Voor beleggers zijn vooral drie ontwikkelingen belangrijk om te volgen: stijgende kredietspreads, dalende winstverwachtingen en aanhoudend hoge lange rentes. Wanneer die tegelijkertijd verslechteren, krijgt de waarschuwing van Blank fundamenteel meer gewicht. Zolang bedrijfswinsten blijven groeien en kredietmarkten geen brede stress laten zien, blijft een daling van 20% vooral een risico-scenario. Maar vanaf de huidige hoge beursniveaus is de boodschap duidelijk: het verschil tussen optimisme in aandelen en voorzichtigheid in delen van de kredietmarkt verdient aandacht.

  • Een pijnlijke waarschuwing voor iedereen die SpaceX wil kopen

    In het kort: SpaceX ging in juni naar de beurs en verloor daarna vaart, ondanks sterke groei bij Starlink en AI. De beurs leunt zwaar op de verwachting dat AI snel groter wordt dan de bestaande activiteiten. Als SpaceX die AI belofte niet snel hard maakt, blijft de waardering het zwakke punt van het verhaal. Het SpaceX aandeel is sinds de piek na de beursgang 34% gedaald, maar goedkoop oogt het daardoor nog niet. Space Exploration Technologies ging in juni naar de beurs, schoot kort daarna door naar 225 dollar en sloot op vrijdag 25 september op 148,68 dollar. Voor beleggers draait het verhaal daardoor minder om de vraag of SpaceX groeit, en meer om de vraag hoeveel groei al in de prijs zit. De beurswaarde van SpaceX bedraagt 2,02 biljoen dollar, tegenover 23 miljard dollar omzet over de laatste vier kwartalen. Op de P/S-ratio, de verhouding tussen beurswaarde en omzet, handelt SpaceX op 87, tegenover 6,4 voor de Nasdaq 100 en 18,5 op basis van de omzetverwachting voor 2027. Die vergelijking is grof, maar niet zinloos: zelfs als de groei hard doorloopt, betaalt de markt al voor een flinke sprong vooruit. Wall Street rekent voor 2027 op 108,3 miljard dollar omzet. Dat bedrag zou de omzetbasis flink optillen, maar het laat de waardering nog altijd ruim boven die van de Nasdaq 100 liggen. Daar wringt het: uitzonderlijke groei maakt een hoge prijs verklaarbaar, maar niet automatisch comfortabel. Handelaren wegen SpaceX’ groei af tegen hoge waardering Bron: CNBC Starlink draagt nog de omzet Starlink is voorlopig de belangrijkste omzetmotor van SpaceX. Het bedrijf heeft meer dan 10.200 satellieten van Starlink in een baan om de aarde gebracht en bedient 12 miljoen betalende klanten. In het tweede kwartaal van 2026, dat eindigde op 30 juni, kwam de totale omzet uit op 7,8 miljard dollar. De activiteiten rond connectiviteit leverden 4,29 miljard dollar omzet op en groeiden 66% ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee kwam meer dan de helft van de kwartaalomzet uit satellietinternet. De ruimtevaartactiviteiten waren kleiner, met 0,96 miljard dollar omzet en 29% groei. De volgende stap is de V3 generatie van Starlink. Die satellieten hebben tien keer zoveel bandbreedte als de huidige generatie. Ze moeten meevliegen op Starship, de raket met vier keer zoveel laadcapaciteit als Falcon 9, en juist die schaal is belangrijk als SpaceX de kosten per lancering verder wil drukken. Starship moet nieuwe Starlink-satellieten goedkoper in de ruimte brengen Bron: Reuters AI groei maakt waardering gevoeliger De meeste fantasie zit niet bij Starlink, maar bij AI. SpaceX stapte eerder dit jaar in die markt via de overname van xAI, de startup van Elon Musk. Het bedrijf gebruikt Colossus en Colossus II voor eigen modellen en verhuurt ongebruikte rekencapaciteit aan bedrijven als Anthropic, Reflection AI en Alphabet. De AI omzet kwam in het tweede kwartaal uit op 2,56 miljard dollar. De groei bedroeg 247% ten opzichte van een jaar eerder, veel sneller dan bij connectiviteit en ruimtevaart. Dat verklaart waarom beleggers juist dit onderdeel zo zwaar meewegen in het verhaal rond SpaceX. Financieel directeur Bret Johnsen legt de lat hoog. Hij denkt dat de AI activiteiten tegen eind 2026 kunnen uitkomen op 100 miljard dollar aan omzet op jaarbasis. Als dat klopt, wordt AI groter dan ruimtevaart en connectiviteit samen, maar juist daarom is de waardering ook kwetsbaar voor elk teken van vertraging. Uitbreiding van SpaceX-infrastructuur ondersteunt ambitieuze AI-plannen Bron: Business Insider Nasdaq vergelijking blijft pijnlijk De harde rekenexercitie laat zien hoe gevoelig het SpaceX aandeel is voor waardering. Om dezelfde omzetwaardering als de Nasdaq 100 te halen, zou SpaceX ongeveer 65% moeten dalen, naar 52 dollar. Dat is geen voorspelling dat zo’n daling volgt, maar het laat wel zien hoeveel toekomst er al in de huidige prijs zit. Daar past nuance bij: “I'm not suggesting it will fall that sharply, because the company has significant long-term potential.” Dat is een belangrijk onderscheid. Een bedrijf kan operationeel sterk zijn en tegelijk een aandeel hebben dat weinig ruimte laat voor tegenvallers. Voor particuliere beleggers is dat vaak het lastigste deel van groeiaandelen. Het verhaal kan kloppen, de omzet kan stijgen en de technologie kan indruk maken. Toch kan het rendement tegenvallen als de beurs al jaren vooruit heeft betaald. Starmind moet belofte waarmaken SpaceX probeert het AI verhaal te verbreden met Starmind. Dat is een satelliet met een variant van Nvidia’s Vera Rubin systemen voor datacenters. De satelliet moet AI taken vanuit de ruimte verwerken, met zonne energie en zonder dure koeling. Dat idee sluit aan bij een probleem op aarde. In meer dan een dozijn Amerikaanse staten liggen voorstellen om de bouw van nieuwe datacenters tijdelijk te verbieden, terwijl wetgevers kijken naar de sociale, economische en milieueffecten. AI infrastructuur vraagt veel elektriciteit en water, en dat begint politiek gevoeliger te worden. SpaceX heeft hier een voordeel dat lastig te kopiëren is. Via Starlink beschikt het al over een netwerk om data terug naar aarde te sturen. Als Starmind werkt zoals bedoeld, krijgt SpaceX een extra AI verhaal, maar voorlopig blijft het vooral een belofte die nog bewijs nodig heeft. SpaceX moet groei blijven bewijzen Een notering onder 100 dollar over een jaar blijft binnen dit waarderingsverhaal mogelijk. Dat is geen afrekening met SpaceX als bedrijf, maar wel een waarschuwing dat sterke groei niet automatisch elke prijs rechtvaardigt. De combinatie van Starlink, ruimtevaart en AI is indrukwekkend, maar de beurs vraagt al om veel perfecte uitvoering. De volgende toets ligt bij de cijfers over AI en Starlink richting eind 2026, wanneer Johnsen zijn 100 miljard dollar aan omzet op jaarbasis in beeld wil hebben. SpaceX moet dan laten zien dat AI niet alleen snel groeit, maar groot genoeg wordt om de waardering te dragen. Tot die tijd blijft het SpaceX aandeel een uitzonderlijk groeiverhaal met een prijskaartje waar weinig ruimte voor slordige uitvoering in zit.

  • Maakt SpaceX van 25.000 dollar een miljoen in 2045?

    In het kort: SpaceX is al gewaardeerd op $1,9 biljoen, terwijl de belofte rond Starlink, Starship, Grok en orbitale datacenters nog verder moet worden bewezen. Een investering van $25.000 die in 2045 $1 miljoen wordt, vraagt om een veertigvoudige stijging en een impliciete waarde richting $80 biljoen. De vraag is daardoor niet alleen hoe groot SpaceX kan worden, maar of één bedrijf bijna de hele Amerikaanse aandelenmarkt kan evenaren. Het SpaceX aandeel draait minder om de vraag of Elon Musk nog kan verrassen, en meer om een kale rekensom. Space Exploration Technologies werd op 25 september gewaardeerd op $1,9 biljoen. Wie $25.000 wil zien uitgroeien tot $1 miljoen, rekent op een stijging van veertig keer. Die rekensom brengt de impliciete waarde van SpaceX richting $80 biljoen. Dat ligt boven de volledige Amerikaanse aandelenmarkt zoals gemeten door de Wilshire 5000, die midden in de $70 biljoen ligt. Daar wordt het verhaal ongemakkelijk, zelfs voor een bedrijf met raketten, satellieten en een AI belofte. De kern laat zich scherp samenvatten: “you are not asking whether SpaceX can get bigger. You're asking whether one company can effectively become the whole market.” Dat is geen klein verschil. Groei is één ding, bijna de hele markt evenaren is iets anders. SpaceX-faciliteiten vormen basis onder waardering van 1,9 biljoen dollar Bron: Business Insider Musk schuift SpaceX richting AI SpaceX is allang niet meer alleen een verhaal over raketlanceringen. Musk probeert het bedrijf neer te zetten als een speler in kunstmatige intelligentie, met een eigen route naast de bekende AI namen. Grok, het grote taalmodel, is daarbij het zichtbare gezicht voor consumenten en bedrijven. Die AI ambitie kreeg meer gewicht na de overname van xAI eerder dit jaar. Voor beleggers maakt dat het verhaal groter dan Starlink abonnementen of Starship lanceringen. SpaceX probeert een eigen keten te bouwen waarin lanceringen, satellieten en AI capaciteit elkaar versterken. Dat klinkt aantrekkelijk, maar de waardering loopt al ver vooruit op veel van die plannen. Het bedrijf hoeft niet alleen te bewijzen dat de technologie werkt. SpaceX moet ook laten zien dat de economische opbrengst bij het bedrijf zelf terechtkomt. Musk verbreedt SpaceX van raketten naar kunstmatige intelligentie Bron: Business Insider Orbitale datacenters blijven onbewezen Het meest opvallende onderdeel van het verhaal zijn orbitale datacenters. Dat zijn satellieten die functioneren als serverrekken met zonnevleugels, onderling verbonden via lasers en gekoeld in de ruimte. Het idee speelt in op een concreet probleem op aarde: datacenters lopen tegen energie, vergunningen en lokale weerstand aan. In de ruimte is geen gemeenteraad, en zonlicht is er vrijwel permanent beschikbaar voor hardware die daarvoor gebouwd is. Als SpaceX zulke datacenterhardware goedkoop kan bouwen, verkoopt het bedrijf mogelijk meer dan internettoegang via Starlink. Dan komt ook rekenkracht en AI capaciteit vanuit de ruimte in beeld. Maar juist daar zit het zwakke punt. Niemand weet nog hoe latency, straling, thermisch ontwerp en vervangingscycli uitpakken bij datacenters in een baan om de aarde. Zelfs werkende hardware garandeert niet dat SpaceX het meest winstgevende deel van de keten in handen krijgt. Beleggers wegen onbewezen plannen voor datacenters in de ruimte Bron: Business Insider Waardering vraagt enorme omzet Bij een marktwaarde van $80 biljoen wordt de omzetlat extreem hoog. Als beleggers SpaceX over twee decennia nog altijd waarderen op twintig keer de omzet, dan is ongeveer $4 biljoen omzet per jaar nodig. Dat is geen groeidoel voor een satellietinternetbedrijf met af en toe een raketlancering. Zo’n omzet vraagt om een veel breder bedrijf. SpaceX zou dan wereldwijd moeten uitgroeien tot een tolpoort voor rekenkracht, bandbreedte en een groot deel van de ruimte economie. Dat is een andere schaal dan zelfs de meest optimistische versie van Starlink. Daar wringt ook de machtsverdeling in de keten. Chipontwerpers, bouwers van frontier modellen en bestaande aanbieders van versnelde rekenkracht kunnen een groot deel van de winst opeisen. Of, zoals de scherpe formulering luidt: “being the landlord of the sky is not the same thing as owning the tenant's business.” Wall Street rekent niet eindeloos mee Wall Street heeft Musk vaker onderschat. Dat maakt de aantrekkingskracht van SpaceX begrijpelijk, zeker bij beleggers die kijken naar Starlink, Starship, Grok en de ruimte economie als één groot platform. Toch maakt een sterk verhaal de rekensom niet kleiner. Markten kunnen lang betalen voor groei, dominantie en schaarste. Maar een sprong van $1,9 biljoen naar ongeveer $80 biljoen vraagt meer dan vertrouwen in technologie. De waardering moet uiteindelijk worden gedragen door omzet en winst die in de buurt komen van het verhaal. Ook daar past de nuchtere waarschuwing: “markets can pay a premium for a long time. But even so, they won't make one ticker larger than the entire public U.S. economy.” Dat is geen aanval op SpaceX. Het is een grens aan wat zelfs een uitzonderlijk bedrijf moet waarmaken. SpaceX aandeel moet bewijs leveren De droom van $25.000 naar $1 miljoen leunt op één grote aanname: dat SpaceX vanaf de huidige waardering nog veertig keer groter kan worden. “turning a single sum of $25,000 into a seven-figure multibagger is not feasible” vat die spanning hard samen. De minder spectaculaire rekensom, met vaste bedragen op verschillende momenten, haalt vooral de afhankelijkheid van één instapmoment uit het scenario. Voor het SpaceX aandeel draait het richting 2045 om bewijs, niet om verbeelding alleen. Grok moet meer worden dan een AI etiket, Starlink moet blijven groeien en orbitale datacenters moeten technisch én economisch werken. Tot die tijd blijft de centrale vraag staan: kan SpaceX groot genoeg worden om deze waardering te dragen, of is de koersfantasie sneller gegroeid dan het bedrijf zelf?

  • Palantir is net zoveel waard als Oracle met een fractie van de omzet

    In het kort: Oracle verloor in 12 maanden ongeveer de helft van zijn beurswaarde, maar is nog altijd bijna evenveel waard als Palantir. Die bijna gelijke beurswaarde legt de lat voor Palantir hoger, omdat beleggers vooral betalen voor toekomstige groei. Oracle hoeft minder groei waar te maken, maar de cloudinvesteringen moeten nog bewijzen dat ze vrije kasstroom opleveren. Het Palantir aandeel zet Palantir, actief in data analysesoftware, bijna op dezelfde beurswaarde als Oracle, met zijn snelgroeiende cloud infrastructure. Palantir is op de beurs ongeveer 447 miljard dollar waard, tegenover circa 425 miljard dollar voor Oracle. Dat is opvallend, omdat Oracle over de afgelopen 12 maanden veel meer omzet en winst draaide, terwijl het aandeel Oracle in die periode ongeveer de helft van zijn waarde verloor en Palantir iets steeg. Palantir haalde over de afgelopen 12 maanden ongeveer 6,2 miljard dollar omzet, minder dan een tiende van de 71,8 miljard dollar van Oracle. Ook bij de winst is het verschil groot: Palantir verdiende ongeveer 3 miljard dollar, Oracle 18,7 miljard dollar. Beleggers betalen dus bijna dezelfde beurswaarde voor twee bedrijven met een heel andere schaal. Daar zit de kern van de vergelijking. Palantir handelt rond 160 keer de winst, meer dan zeven keer zoveel als Oracle per dollar winst, bij een prijs winst verhouding van ongeveer 22 voor Oracle. Om op diezelfde verhouding uit te komen zonder lagere aandelenprijs, zou Palantir ongeveer 22 miljard dollar per jaar moeten verdienen. Palantir-topman Alex Karp bij oplopende groeiverwachtingen Bron: Business Insider Palantir groei vraagt vijf jaar discipline Palantir groeit hard, en dat verklaart waarom de markt de hoge prijs niet zomaar naast zich neerlegt. De nettowinst steeg van ongeveer 327 miljoen dollar in het tweede kwartaal van 2025 naar ongeveer 609 miljoen dollar in het vierde kwartaal. In het tweede kwartaal van 2026 kwam de nettowinst uit op ongeveer 1,06 miljard dollar. Over de afgelopen 12 maanden verdiende Palantir bijna vier keer zoveel als in de 12 maanden daarvoor. Het management rekent voor 2026 op ongeveer 8,15 miljard dollar omzet, circa 82% meer dan in 2025. De balans oogt ook schoon: eind juni had Palantir ongeveer 9,2 miljard dollar aan cash en kortlopende Treasuries, en geen schulden. Toch maakt die groei de rekensom niet vanzelf comfortabel. Om in vijf jaar naar ongeveer 22 miljard dollar winst te gaan, is gemiddeld ongeveer 48% winstgroei per jaar nodig. Dat ligt onder het recente tempo, maar vijf jaar achter elkaar zo doorgroeien blijft een stevige opdracht. Palantir-CIO Jim Siders moet snelle groei helpen beheersen Bron: Forbes Oracle aandeel oogt minder veeleisend Oracle hoeft minder hard te groeien om zijn huidige beurswaarde te verdedigen. De omzet steeg in boekjaar 2026, dat eindigde op 31 mei 2026, met 17%. In het fiscale vierde kwartaal liep de groei op naar 21% op jaarbasis. In het fiscale eerste kwartaal van 2027, de periode tot en met 31 augustus 2026, steeg de omzet met 30% naar 19,3 miljard dollar. Vooral cloud infrastructure deed het werk, met een omzetgroei van 121%. Het management verwacht voor dit boekjaar een aangepaste winst per aandeel van 8,10 dollar, tegen 6,83 dollar in boekjaar 2026, exclusief eenmalige investeringswinsten zoals de verkoop van het belang in chipontwerper Ampere. Oracle Cloud Infrastructure drijft de omzetgroei rond AI Bron: NVIDIA Developer AI platform brengt Oracle dichterbij Oracle schuift met AI nadrukkelijker richting het terrein van Palantir. Het bedrijf presenteerde eerder deze maand een AI data platform dat volgens Oracle “fully automates the creation of Enterprise Ontologies”. Die Enterprise Ontologies zijn modellen van hoe een bedrijf en zijn data samenhangen. Opvallend is dat Oracle in zijn eigen bericht Palantir de eer gaf die aanpak te hebben gepionierd. Dat is een compliment, maar ook een waarschuwing. Als een grotere speler met bestaande klanten en infrastructuur dezelfde taal gaat spreken, wordt Palantirs groeipad minder vrij. Oracle cloud vraagt veel cash Oracle betaalt stevig voor zijn cloudgroei. In fiscaal Q1 lagen de kapitaaluitgaven op 28,5 miljard dollar, boven de 23,1 miljard dollar aan operationele kasstroom. Over boekjaar 2026 was de vrije kasstroom negatief 23,7 miljard dollar. Het bedrijf haalde ook nieuw kapitaal op. Oracle verkocht in het kwartaal 20 miljard dollar aan aandelen via een at the market programma en gaf daarbij ongeveer 141 miljoen nieuwe aandelen uit. Het aantal uitstaande aandelen steeg daardoor met ongeveer 5%. De balans laat zien waarom die uitgaven ertoe doen. Eind augustus had Oracle ongeveer 125 miljard dollar aan notes payable en andere leningen, tegenover ongeveer 37 miljard dollar aan cash en verhandelbare effecten. Inclusief schuld en cash waardeert de markt Oracle als onderneming op ongeveer 505 miljard dollar, tegenover ongeveer 438 miljard dollar voor Palantir. Wall Street wacht op bewijs Palantir oogt operationeel schoner dan Oracle. Het bedrijf heeft geen schulden, hoge marges en hield in het tweede kwartaal 55% van de omzet over als nettowinst. Alleen is een schoon bedrijf niet automatisch een makkelijk aandeel wanneer de beurs al jaren aan sterke groei inprijst. Oracle heeft het omgekeerde probleem. De waardering vraagt minder spectaculaire groei, maar de investeringen moeten nog in vrije kasstroom veranderen. Voor het Palantir aandeel draait de komende cijferreeks om de vraag of de winstgroei uitzonderlijk hoog kan blijven; voor Oracle draait het om bewijs dat cloud infrastructure en het AI data platform uiteindelijk meer opleveren dan ze kosten.

  • In honderd jaar zag de S&P 500 dit signaal pas één keer eerder

    In het kort: De S&P 500 CAPE-ratio staat sinds mei 2026 onafgebroken boven 40. Alleen rond de dotcomzeepbel bleef deze waarderingsmaatstaf eerder zo lang op dat niveau. De waarschuwing is serieus, maar de geschiedenis zegt weinig over het moment waarop de beurs draait. De S&P 500 CAPE-ratio staat sinds mei 2026 boven 40, een niveau dat in ruim anderhalve eeuw beursgeschiedenis vrijwel nooit lang standhield. Dat valt samen met een Amerikaanse beurs die in 2026 record na record heeft neergezet. De S&P 500, Dow Jones Industrial Average en Nasdaq Composite bereikten allemaal meerdere hoogtepunten. Juist die combinatie maakt beleggers alerter. Stijgende markten voelen prettig zolang de rit doorgaat, maar hoge waarderingen laten minder ruimte voor teleurstelling. De Shiller CAPE-ratio, die de S&P 500 vergelijkt met de voor inflatie gecorrigeerde winst over tien jaar, geeft daarbij een ongemakkelijk signaal af. Sinds 1871 waren er maar twee periodes waarin de waarderingsmaatstaf consequent boven 40 bleef. De eerste was rond de dotcomzeepbel. De tweede is nu. Dat maakt de huidige markt niet automatisch gevaarlijk, maar wel duur op een manier die zelden voorkomt. Handelaren op de beursvloer volgen recordstanden en hoge waarderingen Bron: Business Insider Dotcomzeepbel blijft ongemakkelijke spiegel In januari 1999 kwam de CAPE-ratio tijdens de dotcomperiode boven 40 uit. De maatstaf bleef de rest van dat jaar boven die grens en piekte rond 44 in december. Pas in maart 2000 begon de bearmarkt in de S&P 500 officieel. Dat tijdsverschil is belangrijker dan het absolute niveau. Het waarschuwingslampje ging ruim vóór de beursdaling branden, maar de markt liep nog lang door. Wie alleen naar waardering keek, kreeg gelijk over het risico, maar niet over de timing. De waarschuwing blijft daarom nuchter: “To be clear, this doesn't mean a crash is imminent.” Een hoge CAPE-ratio is geen klok. De maatstaf zegt dat beleggers veel betalen voor winst, niet wanneer zij daarmee ophouden. Nasdaq-records roepen herinneringen op aan de dotcomperiode Bron: Reuters Timing blijft het zwakke punt Tussen januari 1999 en maart 2000 steeg de S&P 500 nog met meer dan 26%. Dat gebeurde terwijl de waardering toen al op historisch gespannen terrein lag. Voor beleggers is dat de lastige les uit de dotcomperiode. Een markt kan duur zijn en toch verder stijgen. Dat kan maanden duren, en soms langer, zolang winstgroei en enthousiasme voldoende steun geven. De waardering zegt vooral iets over de kans op lagere toekomstige rendementen, niet over de beurs van volgende week. Daar wringt het voor particuliere beleggers. Het risico op een correctie oogt groter wanneer de CAPE-ratio boven 40 blijft, maar een vroege exit kan ook betekenen dat een laatste sterke fase wordt gemist. De geschiedenis maakt vooral duidelijk hoe weinig houvast timing biedt. Lange termijn verzacht de vergelijking Wie in januari 1999 in de S&P 500 belegde en bleef zitten, kijkt nu naar een totaalrendement van bijna 1.000%. Dat cijfer kwam er ondanks de harde klap na 2000, latere recessies en meerdere bearmarkten. De index herstelde, ook al voelde dat onderweg vaak anders. Daar past de tweede waarschuwing bij: “History can't predict when the next bear market will begin, how long it will last, or how severe it will be.” Niemand weet of de volgende daling kort en fel wordt, of juist langer aanhoudt. De CAPE-ratio helpt bij het herkennen van dure markten, maar niet bij het voorspellen van de route. Tegelijk is het verleden niet alleen een waarschuwingsbord. “But so far, 100% of recessions, bear markets, and crashes have been followed by positive long-term returns.” Dat is geen garantie voor de toekomst, maar het verklaart waarom veel beleggers minder nadruk leggen op perfecte timing dan op de kwaliteit van wat zij bezitten. S&P 500 vraagt meer selectiviteit De dotcomzeepbel liet zien dat een index kan herstellen terwijl veel losse namen verdwijnen. Begin jaren 2000 gingen talloze technologiebedrijven failliet. Voor beleggers die vooral op koersstijgingen vertrouwden, bleek het verschil tussen een brede index en zwakke individuele bedrijven groot. Bij hoge waarderingen wordt dat verschil scherper. Bedrijven met winst, kasstromen en een houdbaar verdienmodel hebben meer speelruimte wanneer de markt draait. Bedrijven die vooral op verwachtingen leunen, krijgen het moeilijker zodra beleggers minder willen betalen voor groei. Dat maakt de huidige S&P 500 geen eenvoudige markt. De index kan nog verder stijgen, zoals eind jaren negentig gebeurde. Maar de foutmarge is kleiner wanneer de waardering al historisch hoog is en veel goed nieuws in de koersen lijkt verwerkt. CAPE-ratio blijft waarschuwingslampje De S&P 500 CAPE-ratio zegt nu vooral dat de Amerikaanse beurs duur is in historisch perspectief. Sinds mei 2026 blijft de maatstaf boven 40, en dat gebeurde eerder alleen langdurig rond de dotcomzeepbel. Die vergelijking verdient aandacht, zonder er een automatische crashvoorspelling van te maken. De volgende fase hangt af van bewijs uit de bedrijven zelf. Winsten moeten laten zien dat de hoge waarderingen te dragen zijn, terwijl de Dow Jones Industrial Average en Nasdaq Composite hun recordrit moeten verdedigen in een markt met minder foutmarge. Tot die tijd blijft de S&P 500 CAPE-ratio knipperen: helder genoeg om serieus te nemen, maar te onnauwkeurig om het moment van de draai aan te wijzen.

  • Inkoop moet bij Salesforce meer doen dan aandelenloon maskeren

    In het kort Salesforce presenteerde bij de cijfers van 26 augustus een opvallend kapitaalverhaal. Het bedrijf kocht op grote schaal eigen aandelen in en leverde 103 miljoen aandelen onder een versnelde inkoopovereenkomst. Tegelijk verwachtte het voor het boekjaar aandelenbeloning ter grootte van ongeveer 9% van de omzet. De koers op de New York Stock Exchange bedroeg op 28 september $225,31. De waardering lijkt bescheidener dan enkele jaren geleden, maar een laag ogende multiple is pas aantrekkelijk als de vrije kasstroom per aandeel werkelijk groeit. Een groot inkoopbedrag alleen bewijst dat niet. De centrale vraag is hoeveel van de inkoop de aandelenbasis structureel verlaagt nadat werknemersaandelen, overnames en de definitieve afrekening van het programma zijn verwerkt. Dat onderscheid raakt direct de winst per aandeel en dus de waarde voor de resterende aandeelhouder. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een ASR koopt tijd, geen zekerheid Aandelenbeloning verdwijnt niet uit de economie De winstkwaliteit zit in de brug naar kas Wat moet de koers waarmaken? Drie scenario’s voor ieder jaar Waar de cijfers duidelijker moeten worden Een ASR koopt tijd, geen zekerheid ASR staat voor accelerated share repurchase, ofwel versnelde aandeleninkoop. Salesforce betaalt een bank vooruit en ontvangt direct een groot aantal aandelen. De definitieve hoeveelheid wordt later vastgesteld op basis van de gemiddelde koers en contractvoorwaarden. Daardoor kan de eerste levering afwijken van het uiteindelijke economische resultaat. De module deelt een gekozen budget door een gemiddelde inkoopprijs. Zij laat zien hoeveel aandelen bij verschillende prijzen van de markt verdwijnen. Hoe hoger de betaalde prijs, hoe kleiner de daling van de noemer. Dat is mechanisch, maar economisch belangrijk. Inkoop creëert vooral waarde wanneer het aandeel onder intrinsieke waarde noteert en het bedrijf na de aankoop genoeg liquiditeit overhoudt. De tegenwerping is dat Salesforce veel vrije kas genereert en dus kapitaal kan teruggeven zonder de strategie te schaden. Dat klopt zolang de vrije kas niet nodig is voor integratie, schuldafbouw of nieuwe datacentercapaciteit. Een euro kan niet tegelijk een overname financieren en aandelen intrekken. Aandelenbeloning verdwijnt niet uit de economie Aandelenbeloning is geen directe uitgaande kasstroom en wordt daarom bij sommige aangepaste winstmaatstaven teruggeteld. Voor de aandeelhouder is zij wel een kostenpost. Nieuwe aandelen verdelen dezelfde toekomstige winst over meer stukken, tenzij de onderneming die verwatering met inkoop neutraliseert. De module trekt werknemersaandelen en eventuele overnameaandelen af van de bruto inkoop. Alleen het restant verlaagt de aandelenbasis. Dit voorkomt een veelgemaakte dubbeltelling: eerst aandelenbeloning uit de aangepaste winst verwijderen en daarna de volledige inkoop als extra waarde beschouwen. Het gaat niet alleen om het aantal aandelen. Salesforce besteedt echte kas aan inkoop. Wanneer $1 miljard nodig is om werknemersaandelen te neutraliseren, kan diezelfde miljard niet als dividend worden uitgekeerd of voor een productinvestering worden gebruikt. Aangepaste vrije kasstroom per aandeel moet daarom naast de verandering van het verwaterde aandelenaantal worden gelegd. De winstkwaliteit zit in de brug naar kas Salesforce meldde in Q2 ongeveer $1,27 miljard operationele kasstroom en $1,10 miljard vrije kasstroom. Het kwartaal is seizoensgevoelig door facturering en contracttiming. Een kwartaal maal vier is daarom geen prognose. Het geeft wel een controlepunt voor de waardering. Ook de gerapporteerde nettowinst vraagt correctie. Strategische beleggingen kunnen waarde opleveren, maar ongerealiseerde winsten keren niet ieder kwartaal terug. Voor een operationele waardering zijn omzet, marge, belasting, aandelenbeloning en kasconversie betrouwbaardere bouwstenen. De bedrijfsguidance voor boekjaar 2027 ging uit van $46,1 miljard tot $46,4 miljard omzet en een GAAP-operationele marge van 20,1%. De niet-GAAP-marge lag veel hoger. Dat verschil komt onder meer door aandelenbeloning en afschrijving op overnames. Geen van beide mag automatisch worden genegeerd. Afschrijving is niet altijd een nieuwe kasuitgave, maar herhaalde acquisities maken de onderliggende economische kosten wel structureel. Lees ook: [Waarom Salesforce en ServiceNow flink dalen: analyse en waardering](/post/analyse-en-waardering-van-salesforce-en-servicenow) Wat moet de koers waarmaken? De reverse waardering gebruikt vrije kasstroom, omdat die het kapitaal voor inkoop levert. Vanaf $225,31 berekent de module hoeveel vrije kas in september 2029 nodig is voor een gekozen koersrendement, eindmultiple en verwaterde aandelenbasis. Bij 10% gewenst koersrendement, 22 keer vrije kas en 840 miljoen aandelen is een forse verbetering ten opzichte van de eenvoudige Q2-run-rate nodig. Die kan komen uit omzetgroei, marge en seizoensnormalisatie. De gekozen 840 miljoen aandelen veronderstelt dat inkoop de teller werkelijk verlaagt. Als aandelenbeloning de reductie tegenhoudt, stijgt de benodigde totale kas. De multiple verdient eveneens voorzichtigheid. Volwassen software kan een hoge waardering dragen wanneer omzet terugkerend is, klanten blijven en groei weinig extra kapitaal vergt. AI kan die eigenschappen versterken door nieuwe producten te creëren. AI kan ze ook aantasten wanneer klanten minder betaalde seats nodig hebben of goedkopere alternatieven bouwen. Drie scenario’s voor ieder jaar In het bearscenario blijft de winst per aandeel vrijwel vlak en daalt de waardering. Dat past bij prijsdruk en inkoop die vooral verwatering compenseert. Het middenscenario vraagt bescheiden omzetgroei, margediscipline en een lagere aandelenbasis. Het gunstige scenario veronderstelt dat Agentforce en Data Cloud extra omzet leveren zonder dat de operationele kosten even hard meegroeien. De negen koersen maken zichtbaar dat een operationeel goed jaar niet automatisch een goed beursjaar oplevert. Als de markt in 2029 minder voor een dollar winst wil betalen, moet de EPS sneller groeien om hetzelfde rendement te halen. Waar de cijfers duidelijker moeten worden Beleggers kunnen vier reeksen naast elkaar zetten: vrije kasstroom, aandelenbeloning, bruto inkoop en het verwaterde aandelenaantal. Wanneer vrije kas stijgt en de aandelenbasis daalt, werkt het programma. Wanneer inkoop groot klinkt maar de teller nauwelijks beweegt, wordt vooral bestaande verwatering gerepareerd. Salesforce bezit een sterke positie in klantdata en workflows. Het bedrijf hoeft niet terug naar de groeipercentages van tien jaar geleden om waarde te creëren. Bij $225,31 moet het wel aantonen dat de nieuwe kas per aandeel naar de resterende eigenaar stroomt. Inkoop is dan geen hoofdverhaal, maar de uitkomst van goede operationele economie.

  • Elke stilstaande EUV-machine kost ASML ook serviceomzet

    In het kort ASML verdient niet alleen wanneer een nieuwe lithografiemachine de fabriek verlaat. De groeiende vloot levert onderhoud, onderdelen, software en upgrades op. Dat maakt de omzet stabieler, maar niet risicoloos. Klanten betalen vooral voor uptime en hogere productie; een stilstaande machine kost hen geld en beperkt de waarde die ASML uit service kan halen. Het aandeel sloot op 25 september op €1.601. Bij de cijfers over het tweede kwartaal rapporteerde ASML €9,3 miljard omzet, €2,9 miljard nettowinst en €5,5 miljard nieuwe boekingen. De vraag naar EUV blijft sterk door investeringen in geavanceerde chips. De waardering kijkt verder dan de levering van de volgende machine. Zij veronderstelt dat de geïnstalleerde basis jarenlang geld blijft opleveren. Daarom zijn uptime, upgrades en productiviteit minstens zo belangrijk als het aantal verkochte systemen. Kernpunt: een EUV-machine is geen eenmalige verkoop. Zij wordt een meerjarige relatie waarin ASML verdient wanneer de klant de machine intensief gebruikt en steeds betere prestaties vraagt. Foto: Christophe Fouquet, president en CEO van ASML. Officieel bedrijfsportret. Direct naar een onderdeel van dit artikel De geïnstalleerde vloot wordt een tweede omzetmotor Uptime heeft voor de klant een duidelijke prijs Service dempt de cyclus, maar verwijdert hem niet High-NA maakt de servicevraag ingewikkelder Wat moet €1.601 waarmaken? Drie mogelijke koerspaden De vloot moet ieder jaar productiever worden De geïnstalleerde vloot wordt een tweede omzetmotor Een lithografiemachine werkt midden in een fabriek die miljarden euro’s kost. Stilstand raakt niet één product, maar een hele keten van processtappen. De klant heeft daarom onderdelen, onderhoud, diagnose en software nodig om de machine zo veel mogelijk uren te laten produceren. ASML kan daarnaast bestaande systemen verbeteren. Een upgrade kan de doorvoer verhogen, de nauwkeurigheid verbeteren of nieuwe chipprocessen mogelijk maken. Voor de klant is dat aantrekkelijk wanneer de extra output meer waard is dan de prijs van de upgrade en de tijdelijke stilstand tijdens installatie. De module gebruikt 650 systemen, €10 miljoen omzet per systeem en 85% contractdekking. Dat levert ongeveer €5,53 miljard modelomzet uit volledige servicecontracten op. De werkelijke vloot bestaat uit verschillende soorten EUV- en DUV-machines en de omzet per systeem loopt sterk uiteen. Het mechanisme blijft hetzelfde. Iedere nieuwe levering voegt niet alleen omzet van vandaag toe, maar vergroot ook de mogelijke servicebasis van morgen. Daardoor kan een sterk jaar voor systeemverkopen jaren later nog doorwerken in onderhoud en upgrades. Uptime heeft voor de klant een duidelijke prijs Een chipfabrikant koopt geen EUV-machine om een technisch meesterwerk in de fabriek te zetten. Hij koopt goede wafers per uur. De waarde ontstaat uit doorvoer, yield en betrouwbaarheid. Yield is het percentage chips dat na productie bruikbaar is. Bij 7.500 productie-uren, 185 wafers per uur en €4.000 waarde per goede wafer levert één procentpunt extra uptime in het model ongeveer €55,5 miljoen bruto outputwaarde op. Zelfs wanneer slechts 20% daarvan als economische bijdrage overblijft, is de waarde aanzienlijk. Daar ligt de prijszettingsmacht van ASML. Een onderhoudscontract kan duur lijken als los bedrag, maar goedkoop zijn vergeleken met verloren productie. De onderneming verkoopt daarom niet alleen arbeid en onderdelen. Zij verkoopt beschikbaarheid van een uiterst schaarse productiemachine. Het tegenargument is dat klanten steeds professioneler worden. Grote chipfabrikanten bouwen eigen technische teams op en willen meer onderhoud zelf uitvoeren. Zij kunnen onderhandelen over contractvoorwaarden, zeker wanneer meerdere machines op één locatie staan. ASML moet blijven bewijzen dat zijn data, onderdelen en kennis meer opleveren dan een goedkopere interne oplossing. Service dempt de cyclus, maar verwijdert hem niet Systeemverkopen bewegen met investeringsplannen van chipfabrikanten. Wanneer geheugenprijzen dalen of fabrieken onderbezet raken, kunnen nieuwe orders worden uitgesteld. De bestaande vloot blijft onderhoud nodig hebben, waardoor service de terugval kan dempen. In het model leveren €28 miljard systeemomzet bij 50% brutomarge en €10 miljard serviceomzet bij 55% marge samen €19,5 miljard brutowinst. De servicemarge is een eigen aanname; ASML rapporteert deze activiteiten niet als een volledig los bedrijf met alle kosten. Ook service is niet volledig ongevoelig voor de cyclus. Een klant die minder produceert, kan upgrades uitstellen. Onderhoud blijft nodig, maar intensief gebruik vraagt doorgaans meer onderdelen en ondersteuning dan een machine die weinig draait. Exportbeperkingen kunnen bovendien bepalen welke upgrades in bepaalde landen mogen worden geleverd. Dat laatste is relevant omdat de vloot geografisch verspreid is. ASML kan alleen waarde uit de geïnstalleerde basis halen wanneer het wettelijk en praktisch toegang houdt tot de klant. Een strengere vergunning kan omzet raken zonder dat de machine uit de fabriek verdwijnt. Lees ook: Onze eerdere analyse van ASML, EUV en de hoge waardering High-NA maakt de servicevraag ingewikkelder De nieuwste High-NA EUV-machines kunnen nog kleinere patronen maken. Zij zijn duurder en technisch complexer. De eerste systemen vragen veel ondersteuning bij installatie, kalibratie en het stabiel krijgen van een nieuw productieproces. Dat kan de serviceomzet verhogen, maar niet iedere extra euro is direct winstgevend. Vroege ondersteuning bevat leerwerk, extra mensen en onderdelen. De marge kan pas verbeteren wanneer processen worden gestandaardiseerd en dezelfde oplossing bij meer klanten toepasbaar wordt. Voor ASML is dat geen onbekend patroon. Nieuwe generaties beginnen met lage volumes en veel samenwerking. Later kan kennis worden hergebruikt en groeit de economische waarde van de vloot. De beurs rekent erop dat High-NA een vergelijkbare leercurve volgt. De klant kijkt ondertussen naar kosten per goede wafer. Een machine die twee keer zo duur is, moet via meer output, minder processtappen of betere yield voldoende voordeel opleveren. Service en uptime bepalen of dat voordeel in de praktijk wordt gehaald. Wat moet €1.601 waarmaken? De recente markt-EPS ligt in het model rond €26,96. Wie vanaf €1.601 jaarlijks 9% koersrendement verlangt, heeft in september 2029 ongeveer €1.987 nodig. Bij 38 keer winst hoort daar €52,28 winst per aandeel bij. Dat vraagt ongeveer 24,7% jaarlijkse groei vanaf de modelbasis. De sprong kan komen uit meer EUV- en High-NA-systemen, hogere serviceomzet, een gunstige productmix en aandeleninkoop. Zij wordt moeilijker wanneer klanten leveringen uitstellen of de brutomarge van nieuwe systemen lager start. De multiple is net zo belangrijk. Een monopolie-achtige positie kan een hoge waardering rechtvaardigen, maar 38 keer winst in 2029 blijft royaal. Wanneer de markt dan 30 keer winst wil betalen, moet de winst veel hoger liggen om hetzelfde rendement te halen. Kas en schuld worden niet dubbel geteld. De scenario’s gebruiken winst per verwaterd aandeel. Aandeleninkoop werkt alleen via een lagere aandelenteller en wordt niet nogmaals als extra koerswaarde toegevoegd. Drie mogelijke koerspaden Het bearscenario gebruikt winst per aandeel van €28, €31 en €34 in 2027, 2028 en 2029. De waardering daalt van 35 naar 30 keer winst. Mogelijke koersen zijn €980, €1.023 en €1.020. ASML blijft winstgevend, maar klantuitstel en een lagere multiple houden het rendement tegen. Het middenscenario rekent met €34, €41 en €50 winst per aandeel. Bij multiples van 42, 40 en 38 ontstaan mogelijke koersen van €1.428, €1.640 en €1.900. Hier groeit de geïnstalleerde basis mee en herstellen de marges na de productovergang. Het gunstige scenario gebruikt €40, €52 en €66 winst per aandeel met waarderingen van 48, 46 en 44 keer winst. Dat levert mogelijke koersen op van €1.920, €2.392 en €2.904. Dit pad vraagt snelle High-NA-adoptie, hoge uptime en blijvende prijszettingsmacht. De uitkomsten zijn scenario’s in euro, geen koersdoelen. Dividend staat buiten de koersen. Een hogere uitkering verhoogt het totaalrendement, maar verandert niet de operationele winst die de waardering moet dragen. De vloot moet ieder jaar productiever worden De eerste graadmeter is de omzet uit Installed Base Management, de naam die ASML gebruikt voor service en upgrades. Groei daarvan laat zien dat de vloot groter wordt en klanten blijven investeren in productiviteit. De tweede is uptime. ASML publiceert niet voor ieder model een volledig openbaar rendementsrapport, waardoor beleggers signalen bij klanten en in marges moeten combineren. Minder storingen en snellere installatie geven klanten ruimte om meer wafers te produceren. De derde is de brutomarge van nieuwe systemen. Veel servicewerk kan omzet toevoegen zonder direct dezelfde marge te leveren. Uiteindelijk moet de leercurve zichtbaar worden in winst per aandeel en vrije kasstroom. ASML heeft een uitzonderlijke positie in lithografie. Bij €1.601 is die kwaliteit al ruim in de koers verwerkt. De onderneming moet niet alleen meer machines afleveren, maar van iedere geïnstalleerde machine jarenlang een productieve en winstgevende relatie maken.

  • Nvidia groeit alleen door als klanten aan AI verdienen

    In het kort NVIDIA verkocht in het tweede kwartaal van boekjaar 2027 voor $96,2 miljard, waarvan $89 miljard uit datacenters kwam. Dat is uitzonderlijke groei, maar de volgende stap ligt niet alleen bij NVIDIA. De klanten moeten met al die chips genoeg omzet en kasstroom verdienen om opnieuw te bestellen. De koers op Nasdaq bedroeg op 28 september $227,21. Daarmee betaalt de markt ongeveer 29 keer de lopende winst. Dat lijkt gematigd naast de recente groei, maar het getal verbergt een belangrijke gevoeligheid: een groot deel van de vraag komt van een beperkte groep hyperscalers en AI-bouwers die tegelijk leveranciers, klanten en toekomstige concurrenten zijn. De kernvraag is daarom niet of AI meer rekenkracht nodig heeft. Dat is aannemelijk. De kernvraag is hoe snel de economische opbrengst bij de eindklant groeit ten opzichte van diens investeringen. Wanneer die verhouding tegenvalt, kan één uitgesteld datacenterprogramma al miljarden omzet verschuiven. Direct naar een onderdeel van dit artikel De klant rekent met een eigen terugverdientijd Concentratie maakt groei sneller en schokkeriger Winst is pas compleet wanneer de rekening wordt betaald Wat moet $227,21 waarmaken? Negen koersen, drie toekomstbeelden Waar de cyclus kan breken De klant rekent met een eigen terugverdientijd Een hyperscaler koopt geen GPU omdat de chip technisch sterk is. Hij koopt capaciteit om cloudomzet, advertentie-inkomsten, softwaregebruik of een strategisch voordeel te verdienen. Dat betekent dat NVIDIA’s orderboek uiteindelijk rust op de kasstromen van zijn klanten. De module toont een gestileerd cluster. De investering vertrekt vroeg, terwijl bezetting en omzet later oplopen. Bij lage benutting wordt de terugverdientijd snel langer. Dat heeft gevolgen voor NVIDIA, ook wanneer de geleverde systemen technisch probleemloos werken. Klanten kunnen een volgende bestelling spreiden totdat stroom, koeling, netwerken en betaalde workloads beschikbaar zijn. Het sterke tegenargument is dat rekenvraag momenteel groter is dan het aanbod en dat veel projecten voor jaren worden gepland. Bovendien verkoopt NVIDIA meer dan losse chips. Netwerken, software en complete systemen verhogen de waarde per datacenter. Toch heft schaarste de rendementseis van klanten niet op. Zij kan alleen de pijn uitstellen. Concentratie maakt groei sneller en schokkeriger Grote klanten hebben twee voordelen voor NVIDIA. Ze kunnen snel op enorme schaal bestellen en beschikken over het kapitaal om een nieuwe architectuur in te voeren. Dezelfde schaal geeft hun onderhandelingsmacht. Een wijziging in hun investeringsplan is meteen zichtbaar in de omzet van de leverancier. De gevoeligheidstest gebruikt geen niet-openbare namen of contractgegevens. Zij laat alleen zien wat er gebeurt wanneer twee grote klanten samen een groot omzetaandeel vertegenwoordigen en hun bestellingen terugschroeven. De opvang door andere klanten is belangrijk. Een brede markt van overheden, bedrijven en gespecialiseerde clouds kan concentratierisico verlagen, maar die klanten bouwen vaak langzamer dan de grootste hyperscalers. Er is nog een tweede concentratie: dezelfde klanten ontwikkelen eigen chips. Dat hoeft NVIDIA niet meteen te verdringen. Eigen versnellers zijn vaak geschikt voor specifieke workloads, terwijl CUDA, netwerken en het ontwikkelaarecosysteem breed inzetbaar blijven. Maar een klant die een deel van zijn vraag intern afdekt, onderhandelt anders over prijs en volume. De brutomarge kan dan eerder reageren dan de omzet. Winst is pas compleet wanneer de rekening wordt betaald Snelle groei vergroot debiteuren, voorraden en verplichtingen aan leveranciers. Dat is normaal, maar het maakt kasconversie belangrijk. Een geboekte levering kan omzet zijn voordat alle contanten binnen zijn. Tegelijk legt NVIDIA productiecapaciteit vast bij partners om toekomstige vraag te bedienen. Daarom zijn drie reeksen minstens zo belangrijk als de omzet: debiteuren in dagen omzet, operationele kasstroom tegenover nettowinst en de groei van niet-annuleerbare verplichtingen. Een tijdelijke verslechtering is niet per definitie alarmerend in een verdubbelende onderneming. Een structurele verslechtering kan betekenen dat NVIDIA een groter deel van de financiering van de keten draagt. Lees ook: [Kan Nvidia naar 400 dollar nu de chipreus de groei heeft maar de beurs de prijs bepaalt?](/post/nvidia-analyse-21-september-2026) Wat moet $227,21 waarmaken? De lopende winst per aandeel in de koersbron bedraagt ongeveer $7,97. Een eenvoudige multiple van 29 zegt weinig zolang die winst snel verandert. De reverse rekensom is nuttiger: welke winst moet in 2029 worden bereikt om vanaf vandaag een gekozen rendement te leveren? Bij een gewenst koersrendement van 10% en een eindwaardering van 24 keer de winst is een duidelijke verdere stijging van de winst per aandeel nodig. Dat kan uit omzetgroei, margebehoud en een lagere aandelenbasis komen. Aandeleninkoop is echter geen gratis vierde motor. Wanneer NVIDIA aandelen boven intrinsieke waarde koopt of vooral aandelenbeloning neutraliseert, is de economische winst kleiner dan het bruto inkoopbedrag doet vermoeden. De gekozen eindmultiple is doorslaggevend. Een bedrijf kan operationeel blijven groeien en toch een matig aandeel zijn als de waardering normaliseert. Omgekeerd kan een lagere winstgroei worden gecompenseerd wanneer beleggers bereid blijven een hoge premie te betalen voor het ecosysteem. Negen koersen, drie toekomstbeelden In het bearscenario groeit de winst nauwelijks en zakt de multiple. Dat past bij uitgestelde klantinvesteringen, meer eigen chips en druk op de brutomarge. Het middenscenario veronderstelt dat AI-toepassingen voldoende omzet bij klanten opleveren om bestellingen te laten doorgroeien. Het gunstige scenario vraagt dat NVIDIA zijn software- en netwerkpositie gebruikt om ook bij grotere volumes een hoge marge te houden. De scenario’s lopen voor ieder jaar apart. Er is dus geen enkel eindkoersdoel dat de onzekerheid verstopt. De formule gebruikt winst per verwaterd aandeel maal een multiple. Dividend is buiten beschouwing gelaten, net als valutabewegingen voor een Nederlandse belegger. Waar de cyclus kan breken De meest zichtbare bedreiging is niet een plotselinge verdwijning van AI-vraag. Waarschijnlijker is een timingprobleem. Chips worden sneller geproduceerd dan stroomaansluitingen, datacenters of betaalde toepassingen. Dan schuiven orders, terwijl voorraden en verplichtingen blijven staan. Een tweede risico is dat klanten hun eigen ontwerpen sneller inzetten. Een derde is regelgeving die verkoop naar bepaalde markten beperkt. NVIDIA bezit sterke verdedigingswallen: software, ontwikkelaars, systemen en een producttempo dat concurrenten dwingt snel te bewegen. De waardering van $227,21 vraagt echter dat die positie niet alleen technische prestaties, maar ook kas voor de klant oplevert. De beste bevestiging komt daarom niet uit een benchmark. Zij komt uit klanten die na ingebruikname opnieuw bestellen omdat hun eigen rendement overtuigt.

  • Muse moet bij Meta drie dure beloften tegelijk betalen

    In het kort Meta bouwt tegelijk aan AI-infrastructuur, een consumentenagent en hardware voor een wereld na de smartphone. Daar komt een grote juridische rekening bovenop. Geen van die uitgaven is op zichzelf onbetaalbaar, maar ze doen wel allemaal een beroep op dezelfde advertentiekas. Bij de kwartaalcijfers van 29 juli meldde Meta opnieuw sterke groei van omzet en bedrijfswinst. De beurskoers op Nasdaq bedroeg op 28 september $738,79. Die prijs vraagt niet alleen dat Facebook en Instagram blijven groeien. Zij vraagt ook dat de nieuwe investeringen later meer opleveren dan ze aan afschrijving, energie en personeel kosten. De interessante ontwikkeling is Muse, Meta’s consumentenagent die op 8 september beschikbaar kwam. Muse kan namens een gebruiker taken uitvoeren in plaats van alleen antwoorden geven. Dat vergroot de potentiële waarde, maar ook het risico: een agent die koopt, boekt of berichten opstelt moet betrouwbaar zijn. Distributie via miljarden bestaande gebruikers is een voorsprong, geen garantie op betalende klanten. Direct naar een onderdeel van dit artikel De advertentiemachine heeft meerdere rekeningen Muse heeft distributie, maar nog geen economische geschiedenis Reality Labs blijft de lange optie Wat de huidige koers moet verdienen Drie paden door 2029 Waar de bewijsvoering moet komen De advertentiemachine heeft meerdere rekeningen Meta’s economische kern blijft eenvoudig. Bedrijven betalen om aandacht van gebruikers te bereiken. Hoe beter Meta voorspelt welke advertentie relevant is, hoe hoger de omzet per vertoning kan worden. AI helpt daarbij, maar vraagt enorme rekenkracht. Tegelijk investeert Meta in Reality Labs en in producten als Muse die nog geen bewezen volwassen verdienmodel hebben. Daarom is het nuttig om de kas niet per project te bekijken. Eenzelfde dollar operationele kasstroom kan niet tegelijk een datacenter bouwen, een juridisch bedrag voldoen en een verlieslatende hardwaredivisie financieren. De interactieve module maakt die stapeling zichtbaar. Een negatieve uitkomst betekent niet dat Meta direct in financiële problemen komt. De balans en toegang tot de kapitaalmarkt geven ruimte. Het betekent wel dat aandeleninkoop, extra schuld of een lagere investeringsgroei nodig wordt wanneer de operationele kas niet snel genoeg meegroeit. Dat is een andere situatie dan enkele jaren geleden, toen inkoop grotendeels uit ruim overtollige kas kon komen. De juridische verplichtingen verdienen dezelfde nuchterheid. Een gespreide betaling is beter te plannen dan een onbekende claim, maar blijft een echte kasuitgave. De juiste vraag is niet of de rekening groot klinkt naast Meta’s marktwaarde. De vraag is hoeveel vrije kas per aandeel na alle verplichtingen overblijft. Muse heeft distributie, maar nog geen economische geschiedenis Muse kan in theorie abonnementen, transactievergoedingen en betere advertenties opleveren. Die inkomstenstromen hebben verschillende marges. Een abonnement is terugkerend, maar vraagt voortdurende rekencapaciteit. Een transactievergoeding kan aantrekkelijk zijn, maar Meta moet dan vertrouwen winnen van consument, handelaar en toezichthouder. Betere advertenties versterken de bestaande machine, maar maken Muse minder zelfstandig als product. De module start met vijftig miljoen betalende gebruikers, $12 per maand en een kasbijdragemarge van 35%. Dat levert een flinke kasbijdrage op, maar het vergt een combinatie die nog niet is bewezen. Een gratis agent met incidentele transacties kan veel gebruikers hebben en toch weinig directe omzet leveren. Omgekeerd kan een kleiner betaald product economisch waardevoller zijn als de foutkosten en rekenkosten beheerst blijven. Vertrouwen is hier geen zachte merkterm. Wanneer een gewone tijdlijn een verkeerd bericht toont, scrolt de gebruiker door. Wanneer een agent een verkeerde reis boekt of een formulier verkeerd invult, ontstaat schade. Meta moet dus geld uitgeven aan controle, toestemming, beveiliging en herstel. Dat drukt de marge precies waar optimistische waarderingen vaak een softwareachtige winstgevendheid veronderstellen. Reality Labs blijft de lange optie Reality Labs kan uiteindelijk een eigen platform opleveren voor brillen en ruimtelijke computers. De strategische logica is duidelijk: Meta wil minder afhankelijk zijn van de besturingssystemen van Apple en Google. De financiële logica is veel harder. Zolang de omzet klein blijft en de verliezen groot zijn, werkt Reality Labs als een terugkerende claim op de advertentiewinst. Een sterke tegenwerping is dat beleggers bij een dominant platform niet moeten eisen dat iedere nieuwe activiteit direct winst maakt. Dat klopt. De zoekmachine van Google, AWS van Amazon en de mobiele advertentiemarkt zijn ook niet in één kwartaal gebouwd. Maar geduld heeft een prijs. Hoe langer een project verlieslatend blijft, hoe groter de contante waarde van de uitgaven en hoe hoger de lat voor het uiteindelijke succes. De beste tussentijdse signalen zijn daarom concreet: stijgende omzet per apparaat, aantoonbaar herhaalgebruik, lagere rekenkosten per taak en een afnemend verlies als percentage van Meta’s totale omzet. Een spectaculaire demo zonder betaalgedrag verandert de waardering minder dan vaak wordt gedacht. Lees ook: [Waarom Meta knettertjes hard stijgt en waarom dit nog even zo door kan gaan](/post/waarom-meta-knettertjes-hard-stijgt-en-waarom-dit-nog-even-zo-door-kan-gaan) Wat de huidige koers moet verdienen Bij $738,79 en een lopende winst van ongeveer $26,54 per aandeel betaalt de markt grofweg 27 keer die winst. Dat is niet extreem voor een onderneming met hoge marges en groei. De multiple laat wel weinig ruimte voor een situatie waarin capex structureel stijgt, nieuwe producten nauwelijks monetiseren en juridische kosten terugkeren. De reverse waardering rekent vanaf de huidige koers terug naar de winst die in september 2029 nodig is. Bij 10% gewenst koersrendement en 24 keer de eindwinst komt de vereiste winst per aandeel duidelijk boven de huidige basis uit. Dat kan door omzetgroei, marges en inkoop. Die drie mogen niet dubbel worden geteld. Inkoop verhoogt alleen de winst per aandeel wanneer zij na aandelenbeloning echt de noemer verlaagt. Drie paden door 2029 De scenario’s zijn geen voorspellingen, maar een manier om verwachtingen te scheiden. In het bearscenario blijft de winstgroei beperkt en zakt de waardering. Dat past bij hoge afschrijvingen, aanhoudende verliezen buiten advertenties en weinig directe Muse-omzet. Het middenscenario veronderstelt dat de advertentiemachine de investeringen kan dragen en dat nieuwe producten geleidelijk bijdragen. Het gunstige scenario vraagt zowel sterke winstgroei als een blijvende premie. De formule is bewust eenvoudig: koers is winst per verwaterd aandeel maal de koers-winstverhouding. Dividend is niet toegevoegd. Kas op de balans is evenmin apart opgeteld, omdat de operationele winstbasis en investeringsbehoefte centraal staan. Wie een andere eindmultiple of winstbasis aannemelijk vindt, kan de uitkomst direct aanpassen. Waar de bewijsvoering moet komen De eerstvolgende kwartaalberichten moeten drie dingen tegelijk laten zien. De advertentieactiviteiten moeten voldoende kas genereren. De AI-infrastructuur moet aantoonbaar omzet of efficiëntie opleveren. En nieuwe producten moeten van gebruik naar betalingsbereidheid bewegen. Als slechts één van die drie slaagt, blijft Meta een sterk bedrijf, maar is de huidige prijs lastiger te verdedigen. Het positieve argument blijft overtuigend: weinig ondernemingen beschikken over zoveel distributie, data en financiële slagkracht. Het negatieve argument is even concreet: schaal maakt ook zeer grote uitgaven mogelijk voordat de opbrengst bewezen is. Rond $738,79 betaalt de belegger voor een advertentiemachine én voor de belofte dat Meta een tweede economische motor bouwt. Muse kan die belofte tastbaarder maken, maar pas kas per gebruiker maakt haar waarde meetbaar.

bottom of page