Search this site
14012 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Verwar valutawinst niet met bedrijfswinst in je S&P 500-ETF
In het kort CSPX is de accumulerende iShares Core S&P 500 UCITS ETF met ISIN IE00B5BMR087. De gekozen handelslijn noteert op Euronext Amsterdam in euro, terwijl de fondsvaluta en vrijwel alle onderliggende kasstromen in dollars luiden. De slotkoers op 2 oktober bedroeg €737,59. Voor een eurobelegger komen het rendement en het risico daarom uit vier bronnen: winstgroei in de S&P 500, de waardering van die winst, 0,07% jaarlijkse fondskosten en de beweging van de dollar. Dat lijkt een technische nuance, maar het bepaalt hoe de ETF wordt beoordeeld. Wie alleen de eurokoers ziet, kan een sterke dollar verwarren met betere bedrijfsresultaten. Andersom kan een zwakke dollar een goed winstjaar voor Amerikaanse ondernemingen deels wegpoetsen. De handelsvaluta verandert niets aan de onderliggende economische blootstelling. Een euroticker maakt van Amerikaanse aandelen geen eurobelegging. Direct naar een onderdeel van dit artikel Eén fonds, drie valuta begrippen Valuta kan rendement versterken of dempen Kosten zijn klein, waardering is groot Wat moet de portefeuille waarmaken? Sterkste tegenargument Drie mogelijke koersen Waar een belegger op let Eén fonds, drie valuta begrippen De aandelen in CSPX zijn accumulerend. Dividend wordt dus in het fonds herbelegd in plaats van uitgekeerd. De shareclass heeft USD als basisvaluta, maar dezelfde ISIN is op meerdere beurzen en in verschillende handelsvaluta beschikbaar. We kijken hier naar de Amsterdamse eurohandel. Dat voorkomt de veelgemaakte fout om koersen van CSPX, SXR8 en een Londense dollarlijn door elkaar te halen. De NAV van het fonds wordt bepaald door de marktwaarde van de onderliggende aandelen. Een eurobelegger ziet die dollarwaarde vervolgens omgerekend. Valutahedging is bij deze shareclass niet ingebouwd. Daardoor is de eurokoers ongeveer de Amerikaanse portefeuillewaarde maal de dollar-euroverhouding, minus kosten en kleine trackingverschillen. Valuta kan rendement versterken of dempen Stel dat de S&P 500 inclusief herbelegd dividend 8% stijgt en de dollar tegenover de euro gelijk blijft. Dan ligt het bruto euroresultaat eveneens rond 8%. Wordt de dollar 10% sterker, dan is het gecombineerde resultaat niet 18%, maar ongeveer 18,8% doordat beide bewegingen vermenigvuldigen. Daalt de dollar 10%, dan resteert ongeveer min 2,8%. De interactieve module laat dat verband direct zien. Deze valutabeweging is geen winst die Amerikaanse bedrijven hebben verdiend. Zij komt uit de omrekening. Dat onderscheid is belangrijk voor de waardering. Een hogere eurokoers door dollarsterkte maakt de onderliggende ondernemingen niet productiever, maar verhoogt wel de waarde voor een belegger die in euro rekent. Op lange termijn kunnen winsten en valuta elkaar deels compenseren, maar dat gebeurt niet volgens een vaste regel. Kosten zijn klein, waardering is groot De jaarlijkse TER van 0,07% is laag. Bij een bruto rendement van 8% over tien jaar scheelt deze kostenpost in een vereenvoudigd model minder dan één procentpunt eindwaarde. Tracking difference, bronbelasting op dividend en handelskosten kunnen het werkelijke verschil groter of kleiner maken. Toch blijft de kern helder: voor CSPX is de startwaardering veel belangrijker dan het verschil tussen 0,07% en bijvoorbeeld 0,10% kosten. De S&P 500 is bovendien marktgewogen. Grote technologiebedrijven bepalen daardoor een aanzienlijk deel van de uitkomst. Dat is geen gebrek aan spreiding in aantallen, maar wel concentratie in economische drivers. AI-investeringen, chipvraag, cloudmarges en advertentiegroei hebben meer invloed dan de aanwezigheid van vijfhonderd namen suggereert. Wat moet de portefeuille waarmaken? Een ETF heeft geen eigen winst per aandeel zoals een onderneming. Voor reverse valuation gebruiken we daarom een look-through winstbasis van de onderliggende portefeuille per ETF-eenheid. In het model staat die genormaliseerde basis op 23,8 en de multiple op 31. Bij €737,59 komt die verhouding ongeveer overeen met wat de markt voor de portefeuille betaalt. De exacte indexwinst verandert voortdurend; het model is bedoeld om de gevoeligheid zichtbaar te maken. Als de multiple in 2029 gelijk blijft, moet de look-through winstbasis ongeveer 23,79 bedragen om de huidige koers te dragen. Dat zegt niet dat groei onnodig is. Dividend wordt herbelegd, valutabeweging telt mee en de markt verlangt een rendement voor drie jaar risico. Een vlakke koers zou economisch teleurstellend zijn. Wie 8% tot 10% jaarlijks totaalrendement verwacht, vraagt dus om winstgroei, dividend en een stabiele waardering tegelijk. Sterkste tegenargument Het beste argument vóór CSPX is eenvoud. De ETF koopt winstgevende marktleiders, vervangt verliezers volgens de indexregels en herbelegt dividend tegen lage kosten. Een belegger hoeft niet te voorspellen welk afzonderlijk bedrijf over tien jaar domineert. Het beste tegenargument is dat indexeren prijsblind kan zijn. CSPX koopt meer van een onderneming nadat haar beurswaarde is gestegen. Dat is prettig wanneer winst meegroeit, maar pijnlijk wanneer verwachtingen sneller zijn gestegen dan kasstromen. Valuta voegt daar een tweede laag aan toe. Europese beleggers kunnen jarenlang profiteren van een sterke dollar en vervolgens een deel daarvan teruggeven zonder verandering in de Amerikaanse winst. Wie de ETF als kernpositie gebruikt, moet dus niet alleen naar de S&P 500 kijken, maar ook begrijpen in welke munt toekomstige uitgaven worden gedaan. Drie mogelijke koersen Vanaf €737,59 geeft het bear-scenario €494,56 in 2027, €484,67 in 2028 en €474,98 in 2029. Dat pad combineert zwakke winstgroei met multiplecompressie en is exclusief een apart uitgekeerd dividend, omdat CSPX accumuleert. Het middenscenario komt op €796,82, €860,57 en €929,42 bij 8% groei van de onderliggende basis en een stabiele multiple. Het gunstige scenario geeft €996,89, €1.156,39 en €1.341,42 wanneer winst, waardering en valuta gunstig samenwerken. Deze koersen zijn scenario's in euro en geen voorspellingen. De spreiding is bewust groot omdat een ETF-eenheid meerdere bronnen van rendement bevat. Het totaalrendement is gelijk aan koersrendement omdat dividend intern wordt herbelegd, afgezien van belasting- en trackingeffecten in het fonds. Waar een belegger op let Controleer periodiek de indexwaardering, winstverwachtingen, concentratie, EUR/USD en tracking difference. Een stijgende ETF-koers is pas duurzaam wanneer de onderliggende winstbasis meegroeit of wanneer een lagere vereiste opbrengst een hogere multiple rechtvaardigt. Valutawinst kan prettig zijn, maar zij is niet hetzelfde als verbeterde productiviteit. CSPX blijft een efficiënte manier om breed in Amerikaanse large caps te beleggen. Het product lost alleen niet de vraag op hoeveel men voor die winst wil betalen. Bij €737,59 moet de portefeuille voldoende groeien om zowel de hoge startwaardering als een redelijk rendement in euro te dragen. Lees ook: Een analyse van de twee beste semiconductor-ETF's Foto: Larry Fink, voorzitter en CEO van BlackRock. Officiële bedrijfsfoto.
- Meta haalt veel meer omzet uit amper meer gebruikers
In het kort Meta haalde in het tweede kwartaal van 2026 28% meer omzet, terwijl het aantal dagelijks actieve mensen slechts 3% groeide. De motor zit dus vooral in meer advertenties en een hogere prijs per advertentie. Dat is sterk, maar het maakt de volgende groeifase afhankelijker van advertentiebelasting, AI-aanbevelingen en rendement voor adverteerders. Bij $728,08 vraagt de koers dat de winst per aandeel nog jaren met dubbele cijfers groeit. Bij Meta kijken beleggers graag naar het aantal gebruikers. Dat cijfer is groot en makkelijk te begrijpen: 3,60 miljard mensen gebruikten in juni dagelijks minstens één van de apps. Toch vertelt de groei van 3% nauwelijks waarom de omzet in het kwartaal naar $60,8 miljard sprong. De echte beweging zat dieper in de machine. Meta toonde 14% meer advertenties en kreeg gemiddeld 12% meer betaald per advertentie. Daar draait het om. Meta hoeft het internet niet ieder jaar opnieuw te veroveren. Het moet uit een bijna volwassen publiek meer economisch verkeer halen zonder de ervaring te verslechteren. AI helpt daarbij door berichten, Reels en advertenties beter te rangschikken. Dezelfde technologie kan echter ook de kosten verhogen en de advertentiedruk tot een grens duwen. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een volwassen publiek kan toch snel groeien Kosten lopen sneller dan omzet Wat moet $728,08 waarmaken? Drie paden voor 2027, 2028 en 2029 Het sterkste tegenargument Een volwassen publiek kan toch snel groeien De kwartaalcijfers van 29 juli 2026 laten het mechanisme duidelijk zien. Omzet steeg 28% tot $60,8 miljard. Het aantal dagelijks actieve mensen steeg 3% tot 3,60 miljard. De combinatie van 14% meer advertentievertoningen en 12% hogere prijzen komt rekenkundig uit op bijna 28% groei. Mix en valuta veranderen de aansluiting iets, maar de richting is helder. Een hogere prijs per advertentie is niet automatisch inflatie. Adverteerders betalen meer wanneer een vertoning vaker leidt tot een aankoop, installatie of aanvraag. Beter voorspellen wie belangstelling heeft, verhoogt dus zowel de opbrengst voor Meta als het rendement voor de klant. AI is hier geen los product met een aparte factuur; het zit in de selectie van content, het maken van advertenties en het meten van conversies. Deze hefboom is aantrekkelijk omdat een extra advertentiedollar weinig distributiekosten heeft. De infrastructuur is duur, maar wanneer die eenmaal staat kan omzet sneller groeien dan veel commerciële kosten. Dat verklaart waarom beleggers bereid zijn een hoge absolute waarde te betalen voor een bedrijf dat op papier al volwassen oogt. Er zit wel een plafond aan. Meer vertoningen kunnen betekenen dat mensen langer kijken, maar ook dat Meta simpelweg meer reclame tussen berichten zet. Het eerste is duurzaam als de inhoud relevant blijft. Het tweede kan engagement beschadigen. Meta publiceert geen simpele maatstaf voor advertentiebelasting, waardoor beleggers moeten letten op gebruiksgroei, tijdsbesteding en prijs per advertentie tegelijk. Kosten lopen sneller dan omzet De omzetkwaliteit was sterk, maar de winst liep niet mee. De operationele kosten stegen 55% tot $42,0 miljard en de operationele marge daalde van 43% naar 31%. De nettowinst zakte 14% tot $15,8 miljard. Dat verschil komt niet doordat de advertentiemachine plots minder goed werkt. Meta bouwt agressief aan rekenkracht, datacenters en nieuwe consumententoepassingen. De vrije kasstroom van slechts $784 miljoen in het kwartaal laat zien hoe zwaar investeringen op de kas drukken. Meta gaf $31,1 miljard uit aan kapitaalinvesteringen. Het bedrijf verwacht voor heel 2026 tussen $130 miljard en $145 miljard. De balans kan dat dragen, met $90,3 miljard aan cash en verhandelbare effecten tegenover $83,7 miljard langlopende schuld, maar het geld is niet gratis. Afschrijvingen zullen ook na de bouwpiek doorlopen. Reality Labs maakt de vergelijking lastiger. Die divisie kan op termijn een nieuw platform opleveren, maar verbrandt vandaag geld. De advertentietak financiert dus tegelijk AI-infrastructuur voor het kernbedrijf en opties buiten de kern. Dat kan rationeel zijn zolang Meta duidelijke productiviteit boekt, maar een belegger hoort beide bestedingen niet als dezelfde investering te waarderen. De gunstige uitleg is dat Meta een deel van zijn kasstroom tijdelijk naar assets verschuift die de advertentieopbrengst nog jaren ondersteunen. Het tegenargument is dat de sector elkaar in een infrastructuurwedloop dwingt. Als iedere grote speler vergelijkbare modellen en rekenkracht krijgt, kunnen hogere kosten vooral nodig zijn om de huidige positie te verdedigen. Wat moet $728,08 waarmaken? De Class A-aandelen sloten op 2 oktober 2026 op Nasdaq op $728,08. Met een gerapporteerde winst per aandeel rond $26,54 komt dat neer op ongeveer 27 keer de winst. Dat is niet de waardering van een experimenteel advertentiebedrijf, maar ook niet goedkoop voor een onderneming waarvan de gebruikersgroei laag enkelcijferig is. De reverse valuation draait de vraag om. Bij een eindmultiple van 25 keer moet de winst per aandeel in 2029 ongeveer $29,12 bedragen om alleen de huidige koers te dragen. Dat lijkt weinig groei, maar zo'n berekening is zonder rendementseis te vriendelijk. Wie vanaf $728,08 jaarlijks 10% koersrendement wil, heeft in 2029 een koers van ongeveer $969 nodig. Bij 25 keer de winst hoort daar circa $38,75 winst per aandeel bij, goed voor ongeveer 13,5% jaarlijkse groei vanaf de huidige basis. Die groei kan komen uit advertentieomzet, margestabilisatie en een dalend aantal aandelen. Inkoop helpt alleen wanneer ingekochte aandelen sneller verdwijnen dan nieuwe aandelen voor personeel worden uitgegeven. Daarom verwerk ik netto inkoop in de aandelenbasis en tel ik de kaspositie niet nog eens op bij een multiple op de winst per aandeel. Drie paden voor 2027, 2028 en 2029 De scenario's hieronder beginnen bij $26,54 winst per aandeel. Het middenscenario neemt 12% jaarlijkse winstgroei, een waardering van 25 keer de winst en 1% netto krimp van de aandelenbasis. Het bear-scenario trekt 10 procentpunt van de groei af, gebruikt 72% van de middenmultiple en een voorzichtige correctie. Het gunstige scenario telt 8 procentpunt groei op en hanteert 12% meer multiple plus een kleine kwaliteitsopslag. Deze uitkomsten zijn mogelijke koersen, geen koersdoelen. Ze laten vooral zien dat de winstgroei belangrijker wordt dan een kleine verandering in gebruikersaantallen. In het middenscenario kan de koers eerst onder druk blijven terwijl de winst groeit, omdat 25 keer winst lager is dan de huidige multiple. In het gunstige scenario werken snelle winstgroei en een sterke waardering samen. Het bear-scenario toont hoe weinig bescherming een groot netwerk biedt wanneer marges en multiple tegelijk dalen. Het sterkste tegenargument Het beste bezwaar tegen een voorzichtige houding is dat Meta zijn advertentieproduct telkens beter maakt. Reels werd eerst als bedreiging voor de marge gezien en groeide daarna uit tot een grote bron van kijktijd en advertenties. AI-aanbevelingen kunnen hetzelfde doen: meer relevante content verhoogt tijdsbesteding, meer inventaris en betere conversie tegelijk. Daarbovenop komen WhatsApp-bedrijfsberichten en Threads als nog niet volledig gemonetariseerde assets. Daar staat tegenover dat regelgeving, privacybeperkingen en concurrentie van TikTok, YouTube en nieuwe AI-interfaces de verdeling van aandacht kunnen veranderen. Meta bezit de relatie met miljarden gebruikers, maar niet hun tijd. De waarde van het netwerk blijft daarom afhankelijk van dagelijkse productkeuzes. De beleggersvraag is uiteindelijk eenvoudig. Kan Meta uit 3% gebruikersgroei nog jaren dubbelecijferige winstgroei halen zonder de apps voller te stoppen met reclame en zonder dat de investeringsrekening structureel sneller stijgt dan de kasstroom? De cijfers van juli geven een krachtig eerste deel van het antwoord. De koers van $728,08 rekent erop dat het tweede deel ook lukt. Lees ook: onze eerdere analyse van Meta's AI-investeringen en vrije kasstroom.
- Nvidia groeit razendsnel en toch staat alles op één pijler
In het kort NVIDIA boekte in het tweede kwartaal van boekjaar 2027 $96,2 miljard omzet. Daarvan kwam $89,0 miljard uit datacenters, ruim 92%. Die concentratie is het resultaat van uitzonderlijk succes, maar maakt de waardering afhankelijk van één investeringscyclus. Bij $233,95 moet niet alleen de vraag naar chips groeien. Complete racks, netwerken, stroomvoorziening en software moeten op tijd meeschalen. NVIDIA wordt vaak beschreven als chipbedrijf, maar dat woord is inmiddels te klein. De onderneming verkoopt steeds vaker complete AI-fabrieken: rekensystemen, netwerkapparatuur, software en ondersteuning. Dat vergroot de omzet per klant en verstevigt de positie van CUDA. Het zorgt ook voor een nieuwe kwetsbaarheid. Een accelerator kan technisch gereed zijn, terwijl een datacenter nog wacht op switches, koeling of netaansluiting. De koers van $233,95 weerspiegelt daarom meer dan vraag naar GPU's. Beleggers betalen voor de verwachting dat de hele keten tegelijk kan opschalen. Dat is een hogere lat dan alleen de beste chip ontwerpen. Direct naar een onderdeel van dit artikel Bijna alles draait om datacenters De bottleneck verschuift van chip naar systeem Wat moet $233,95 waarmaken? Drie paden voor 2027, 2028 en 2029 Waar de echte voorsprong zit Bijna alles draait om datacenters NVIDIA meldde op 26 augustus 2026 een kwartaalomzet van $96,2 miljard, 106% meer dan een jaar eerder. Data Center groeide 117% tot $89,0 miljard. Dat is ongeveer 92,5% van de concernomzet. Gaming, automotive en andere activiteiten zijn nog steeds miljardenbedrijven, maar ze bepalen het winstverhaal nauwelijks. Concentratie is niet per definitie slecht. Een onderneming hoort capaciteit te sturen naar het product waar klanten het meeste voor betalen. De brutomarge van 75% laat zien hoeveel economische waarde NVIDIA vasthoudt. Het probleem ontstaat wanneer beleggers de huidige mix behandelen alsof die zonder hapering jaren kan verdubbelen. De klantenbasis is bovendien geconcentreerd bij hyperscalers, neoclouds, overheden en enkele grote AI-labs. Zij hebben diepe zakken, maar hun investeringsbeslissingen zijn niet onafhankelijk. Wanneer de opbrengst van nieuwe modellen tegenvalt of financiering duurder wordt, kunnen meerdere klanten tegelijk hun bouwplannen aanpassen. Daar staat een sterk argument tegenover. AI-infrastructuur is nog jong en veel rekenvraag wordt geremd door schaarste. Cloudbedrijven rapporteren dat bestaande capaciteit snel wordt gebruikt. NVIDIA verkoopt dus niet alleen in een hype, maar in een markt waar klanten daadwerkelijk om meer tokens, training en inferentie vragen. De bottleneck verschuift van chip naar systeem De nieuwe generatie wordt op rackniveau geleverd. Een rack bevat veel accelerators, high-speed verbindingen, geheugen, voedingen en koeling. Eén ontbrekend onderdeel kan omzet uitstellen, ook wanneer de GPU zelf klaar is. Daarom zijn Spectrum-switches, NVLink en productiepartners financieel net zo relevant als de prestaties van Vera Rubin. NVIDIA verwacht voor het derde kwartaal $108 miljard omzet, plus of min 2%. In die vooruitblik zit geen Data Center compute-omzet uit China. De verwachte brutomarge is 74%, plus of min 0,5 procentpunt. Dat is nog steeds uitzonderlijk, maar iets lager dan de 75% van het afgelopen kwartaal. Snelle productovergangen, systeemmix en opschaling kunnen tijdelijk op de marge drukken. De beste uitleg voor de hoge marge is dat NVIDIA een platform verkoopt. Klanten kopen niet alleen silicium, maar tijdwinst bij het ontwikkelen en draaien van modellen. CUDA, bibliotheken en networking verlagen de totale kosten per bruikbare rekentaak. Zolang die besparing groter is dan de prijsopslag, kan NVIDIA veel waarde vasthouden. Het tegenargument is dat klanten actief alternatieven bouwen. Google heeft TPU's, Amazon heeft Trainium, Microsoft ontwikkelt eigen chips en gespecialiseerde ontwerpers richten zich op inferentie. Die oplossingen hoeven NVIDIA niet overal te verslaan. Het is voldoende wanneer ze het duurste, meest gestandaardiseerde deel van de vraag afromen en zo de prijsdruk verhogen. Wat moet $233,95 waarmaken? De aandelen sloten op 2 oktober 2026 op Nasdaq op $233,95. Op een winst per aandeel van circa $7,97 is dat ruim 29 keer de winst. Voor een onderneming die omzet en winst zo snel verdubbelt lijkt dat niet extreem. De valkuil zit in de basis: de markt veronderstelt dat een zeer groot winstniveau verder groeit. Bij een eindmultiple van 28 keer moet de winst per aandeel in 2029 ongeveer $8,36 bedragen om de huidige koers te dragen. Voor een jaarlijks koersrendement van 10% is in 2029 ongeveer $311 per aandeel nodig. Daar hoort bij 28 keer winst een winst per aandeel van circa $11,10 bij, of ongeveer 11,7% jaarlijkse groei. Dat lijkt haalbaar naast de huidige groeicijfers, maar het is een resultaat na een buitengewone sprong in 2026. De juiste vraag is dus niet of NVIDIA volgend kwartaal opnieuw groeit. De vraag is hoe lang de markt tientallen miljarden extra AI-investeringen per kwartaal kan absorberen zonder dat rendementen bij klanten dalen. De concentratie van 92,5% maakt het antwoord belangrijker dan bij een breder technologieconcern. Drie paden voor 2027, 2028 en 2029 Het middenscenario start bij $7,97 winst per aandeel, neemt 24% jaarlijkse groei, een multiple van 28 en 1% netto aandelenkrimp. Het bear-scenario verlaagt de groei met 10 procentpunt en zet de multiple op 72% van het midden. Het gunstige scenario verhoogt de groei met 8 procentpunt en waardeert de winst 12% hoger. In alle paden telt netto aandeleninkoop maar één keer mee. De uitkomsten lopen breed uiteen omdat zowel groei als multiple gevoelig zijn voor dezelfde cyclus. Wanneer AI-investeringen afkoelen, zakt niet alleen de winstgroei. Beleggers zullen waarschijnlijk ook minder betalen voor iedere dollar winst. In het gunstige scenario gebeurt het omgekeerde: sterke levering, hoge bezettingsgraad bij klanten en blijvende softwarebinding ondersteunen zowel winst als waardering. Deze scenario's zijn geen voorspelling van een exacte slotkoers. Ze maken zichtbaar wat de huidige prijs veronderstelt. Een bedrijf kan operationeel uitstekend presteren en toch een matig aandeel zijn wanneer de multiple sneller daalt dan de winst stijgt. Waar de echte voorsprong zit NVIDIA's sterkste verdedigingslinie is niet één chip. Het is de combinatie van ontwikkelsoftware, systeemarchitectuur, netwerk en een groot ecosysteem. Dat verkort de tijd van experiment naar productie. Voor klanten met dure onderzoekers is tijd vaak waardevoller dan de aanschafprijs van hardware. De zwakke plek is uitvoering op een steeds groter oppervlak. Hoe meer onderdelen NVIDIA verkoopt, hoe meer productie, assemblage en infrastructuur tegelijk moeten kloppen. Een tekort aan geavanceerde verpakking of netwerkcomponenten kan daardoor net zo relevant zijn als concurrentie op rekenkracht. Bij $233,95 betaal je voor een onderneming met uitzonderlijke groei en een bewezen platform. Je accepteert tegelijk dat ruim 92% van de omzet aan één investeringsgolf hangt. Dat hoeft geen reden te zijn om het aandeel te mijden. Het is wel de reden om datacenterleveringen, brutomarge en klantbezetting zwaarder te wegen dan losse productaankondigingen. Lees ook: hoe TSMC's capaciteit de AI-keten bepaalt.
- Elke ingekochte euro levert ING nu minder op
In het kort ING had tot en met 15 september 26,3 miljoen aandelen ingekocht voor €735,9 miljoen, gemiddeld €27,97 per aandeel. De Amsterdamse slotkoers op 2 oktober was €30,68, zodat iedere nieuwe bestede euro minder aandelen uit de markt haalt dan het eerdere gemiddelde. Het programma van maximaal €1 miljard loopt volgens ING uiterlijk tot 26 oktober en kan nog steeds waarde creëren wanneer de bank onder haar duurzame waarde koopt. De prijs moet echter worden afgewogen tegen de winst per aandeel en het kapitaal dat na de inkoop overblijft. Banken hebben buffers nodig voor kredietverliezen en toezichtseisen, waardoor kapitaal pas echt overtollig is wanneer het ook in een zwakkere economie kan worden gemist. Direct naar een onderdeel van dit artikel Hoe de inkoop winst per aandeel verhoogt Kapitaal is de echte grondstof Het rendement hangt van rente en krediet af Het beste tegenargument Reverse waardering bij €30,68 Drie mogelijke koersen voor 2027, 2028 en 2029 Wat beleggers nu moeten volgen Hoe de inkoop winst per aandeel verhoogt ING rapporteerde in de update van 15 september dat 26.310.805 aandelen waren gekocht voor gemiddeld €27,97. Wanneer die aandelen worden ingetrokken en de totale winst gelijk blijft, stijgt de winst per overblijvend aandeel. Dat mechanisme is eenvoudig en krachtig. De prijs bepaalt de efficiëntie. Voor €100 miljoen koopt ING bij €27,97 ongeveer 3,58 miljoen aandelen. Bij €30,68 zijn dat 3,26 miljoen aandelen. Hetzelfde kapitaal vermindert de aandelenbasis dus ongeveer 9% minder sterk. Dat maakt de inkoop niet verkeerd. Het betekent dat het bestuur opnieuw moet afwegen of inkoop, dividend, schuldaflossing of groei het beste rendement biedt. Kapitaal is de echte grondstof Een industriële onderneming koopt machines om te groeien. Een bank gebruikt eigen vermogen om leningen en risico's te dragen. De CET1-ratio vergelijkt het zwaarste kapitaal met risicogewogen activa. ING mikt rond 13% op kwartaalbasis. Kapitaal boven dat niveau kan worden uitgekeerd, zolang toezichthouders en het bestuur de buffer voldoende vinden. Die grens beweegt met de economie. Hogere kredietverliezen, strengere risicowegingen of nieuwe regelgeving kunnen dezelfde euro minder overtollig maken. Daarom is een inkoopprogramma geen vast dividend. Het is een besluit op basis van de actuele buffer en vooruitzichten. Voor aandeelhouders is flexibiliteit nuttig, maar zij maakt toekomstige uitkeringen minder zeker. Ook het moment van intrekken telt. Ingekochte aandelen die als eigen aandelen op de balans blijven staan, verminderen economisch al het aantal stukken waarop toekomstige winst rust, maar het gepubliceerde aantal aandelen kan tijdelijk anders ogen. De zuiverste controle is daarom de ontwikkeling van het gewogen gemiddelde verwaterde aandelenaantal naast de totale nettowinst. Stijgt de winst per aandeel vooral doordat de noemer daalt, dan is de groei afhankelijk van blijvend kapitaaloverschot. Stijgt tegelijk de onderliggende winst, dan werkt de inkoop als versterker van een operationeel sterke bank in plaats van als vervanging voor groei. Het rendement hangt van rente en krediet af ING verdient veel aan het verschil tussen rente op leningen en rente op deposito's. Dalende beleidsrentes kunnen de rentemarge drukken, terwijl lagere spaarrentes dat gedeeltelijk compenseren. Fee-inkomsten uit beleggen, betalen en verzekeren maken de winst minder afhankelijk van één rentepad. Kredietverliezen blijven de grootste hefboom. In goede jaren lijken voorzieningen laag en kapitaal ruim. In een recessie kan die situatie snel omslaan. Ons tweede model verbindt een gekozen jaarwinst met de aandelenbasis na inkoop. Het laat zien waarom dezelfde winst over minder stukken waardevol is, maar ook waarom de winst zelf belangrijker blijft dan het aantal aandelen. Het beste tegenargument De bullcase is dat ING een sterke kapitaalpositie combineert met hoge winst en consequente uitkeringen. Inkoop onder een redelijke intrinsieke waarde verhoogt de winst per aandeel en het dividendpotentieel. De gemiddelde prijs van €27,97 lijkt gunstig tegenover de latere koers van €30,68. Het tegenargument is dat banken cyclisch zijn. Een hoge huidige winst kan samenvallen met uitzonderlijk lage kredietverliezen of een gunstige rentemarge. Als die winst normaliseert, blijkt inkoop boven de boekwaarde minder aantrekkelijk. Ook juridische, antiwitwas- en operationele risico's kunnen kapitaal vragen zonder dat daar omzet tegenover staat. Reverse waardering bij €30,68 We gebruiken een genormaliseerde winstbasis van €2,90 per aandeel en een multiple van 10,6. Daarmee ligt de koers ongeveer op de gekozen basis. De reverse berekening vraagt welke winst per aandeel in 2029 nodig is bij een lagere of hogere multiple. Dividend wordt apart bij totaalrendement geteld. De inkoop vermindert de aandelenbasis, maar we tellen die verbetering niet dubbel. Zij zit via de winst per aandeel en de netto verandering van het aandelenaantal in het model. Kapitaal boven de doelratio wordt niet nog eens als vrije kas bovenop de bankwaarde gezet. Voor een bank is dat geld onderdeel van het bedrijfsmodel totdat het daadwerkelijk is uitgekeerd. Drie mogelijke koersen voor 2027, 2028 en 2029 Het bear-scenario gebruikt 2% lagere winst per aandeel en een multiple rond 7,6. Dat geeft ongeveer €21,01 in 2027, €20,59 in 2028 en €20,18 in 2029. Het middenscenario gebruikt 8% winstgroei en 10,6 keer winst, goed voor circa €33,20, €35,86 en €38,72. Het gunstige scenario rekent met 16% groei en een hogere multiple. Dan ontstaan ongeveer €41,66, €48,32 en €56,05. Dit zijn koersscenario's in euro met peildatum 3 oktober, geen koersdoelen. Het gunstige scenario vereist dat kredietverliezen beheersbaar blijven en inkoop onder aantrekkelijke waarderingen doorgaat. Het middenscenario kan werken wanneer winst stabiel blijft en de aandelenbasis daalt. In het bearscenario verdampt het voordeel van inkoop deels door lagere winst en een lagere multiple. Wat beleggers nu moeten volgen Volg de CET1-ratio, nettorentebaten, fee-inkomsten, kredietkosten, winst per aandeel en het werkelijk ingetrokken aantal aandelen. Vergelijk iedere nieuwe week van het programma met de gemiddelde inkoopprijs. Hoe hoger de koers, hoe groter de bewijslast voor duurzame winst. ING hoeft de resterende euro's niet koste wat kost te besteden. Een inkoop is aantrekkelijk wanneer de bank onder haar duurzame waarde koopt en genoeg buffer houdt. De eerste €735,9 miljoen tegen gemiddeld €27,97 lijkt efficiënter dan dezelfde aankoop rond €30,68. De laatste euro van het programma moet daarom strenger worden beoordeeld dan de eerste. Lees ook: SK Hynix koopt voor $29 miljard eigen aandelen na een grote uitgifte Foto: Steven van Rijswijk, CEO van ING. Officiële bedrijfsfoto.
- Rente blijft de echte koersmotor van Rabobank Certificaten
In het kort Rabobank Certificaten sloten op 2 oktober op 108,00% van de nominale waarde. Eén certificaat heeft €25 nominale waarde, zodat de schone beursprijs €27,00 bedraagt. De instrumenten noteren op Euronext Amsterdam onder ISIN XS1002121454, hebben geen einddatum en behoren tot het meest achtergestelde kapitaal van Rabobank. De vergoeding is discretionair. Daarom past geen koers-winstverhouding, maar een reverse pricing op vergoeding, vereiste rente en kredietspread. De koers van 108% oogt rustig, maar de economische constructie is scherp. Een belegger ontvangt geen contractueel aflossingsbedrag op een vaste datum. De waarde komt uit verwachte kwartaalvergoedingen en uit de prijs waartegen een volgende belegger wil kopen. Rabobank kan uitkeringen overslaan en de certificaten absorberen verliezen wanneer de bank niet levensvatbaar raakt. Dat maakt het instrument wezenlijk risicovoller dan een gewone senior obligatie. Direct naar een onderdeel van dit artikel Nominaal, schoon en discretionair Lopend rendement is geen garantie De rente bepaalt de prijs De kredietkwaliteit van Rabobank Reverse pricing bij 108% Sterkste tegenargument Drie mogelijke koerspaden Waar de komende tijd op te letten Nominaal, schoon en discretionair Rabobank vermeldt een nominale waarde van €25 en circa 313 miljoen uitgegeven certificaten. De bank houdt na de inkoop van 2024 een deel voor eigen rekening en kan die naar eigen inzicht intrekken of later weer verkopen. Dat is relevant voor vraag en aanbod, maar verandert de nominale basis niet. De certificaten worden momenteel schoon verhandeld. Opgebouwde beoogde vergoeding wordt bij een transactie apart afgerekend en zit niet in de genoteerde koers. Een koers van 108% betekent dus €27,00 exclusief opgebouwde vergoeding. Dat onderscheid voorkomt dat een belegger een periodieke koersdaling na betaling verkeerd uitlegt. Lopend rendement is geen garantie Met een modelvergoeding van €1,625 per jaar bedraagt het lopende rendement op €27,00 ongeveer 6,02%. Die €1,625 correspondeert met 6,5% van de nominale €25, maar moet niet worden behandeld als een gegarandeerde coupon. De groepsdirectie beslist of, hoeveel en wanneer wordt uitgekeerd. De bank publiceert een distributiebeleid, maar dat verandert de juridische discretie niet. Het relevante vergelijkingspunt is daarom een risicovrije rente plus een vergoeding voor achterstelling, uitstelrisico en liquiditeit. Een spaarrente of senior bankobligatie biedt een ander risicoprofiel. Het extra rendement van certificaten is geen gratis opslag; het compenseert voor het ontbreken van einddatum en voor verliesabsorptie. De rente bepaalt de prijs Voor een eeuwigdurende kasstroom is de eenvoudige formule prijs = vergoeding gedeeld door vereist rendement. Bij €1,625 vergoeding en een vereiste opbrengst van 6,0% ontstaat ongeveer €27,08 waarde, oftewel 108,3% van nominaal. Stijgt de vereiste opbrengst naar 7,0%, dan daalt de indicatieve waarde naar circa 92,9%. Daalt zij naar 5,0%, dan stijgt de waarde naar 130%. Deze perpetuity is een vereenvoudiging. De vergoeding kan veranderen of worden overgeslagen, regelgeving kan het kapitaalregime wijzigen en de markt kan een hogere spread eisen. Toch laat de formule precies zien waarom rente de koersmotor is. Zonder aflossingsanker werkt iedere verandering in vereiste opbrengst direct door in de waarde. De kredietkwaliteit van Rabobank Bij de halfjaarcijfers van 4 augustus meldde Rabobank over de eerste zes maanden van 2026 een nettowinst van €2,694 miljard en een solide kapitaalbasis. Dat ondersteunt de kans op vergoeding, maar maakt de certificaten niet gelijk aan een deposito. Zij vallen niet onder het depositogarantiestelsel en staan achter alle andere schuldeisers. In een resolutiescenario kunnen houders hun volledige inleg verliezen. De bank heeft hoge kredietratings, maar ratings van de groep zijn niet automatisch het rendement of verliesrisico van het diepst achtergestelde instrument. Let op CET1, probleemleningen, voorzieningen, rentemarge en operationele risico's. Vooral een plotselinge kredietschok kan zowel de kapitaalruimte als de gevraagde spread raken. Reverse pricing bij 108% Bij 108% en €1,625 modelvergoeding zit ongeveer 6,02% lopend rendement in de koers. De interactieve module laat zien wat gebeurt wanneer koers of vergoeding verandert. Een hogere vergoeding verhoogt het lopende rendement en de theoretische waarde, maar alleen wanneer de markt gelooft dat deze duurzaam kan worden betaald. Deze methode gebruikt bewust geen aandelen-P/E. Rabobank is een coöperatie zonder gewoon beursgenoteerd aandeel en het certificaat heeft geen recht op een vast deel van de winst. Ook kas en schuld worden niet als ondernemingswaarde opgeteld. De relevante balans is de kapitaalpositie die de discretionaire uitkering ondersteunt. Sterkste tegenargument Het beste argument vóór de certificaten is dat 6% lopend rendement aantrekkelijk kan zijn bij een sterke bank, zeker wanneer marktrentes dalen. Een perpetueel instrument profiteert relatief sterk van een lagere vereiste opbrengst. Het beste tegenargument is asymmetrie. De vergoeding kan worden overgeslagen wanneer kapitaal schaars wordt, juist op het moment dat de marktspread stijgt en de koers daalt. De belegger verliest dan tegelijk inkomen en marktwaarde. Liquiditeit verdient eveneens aandacht. De handelsomzet is meestal voldoende voor particuliere orders, maar kan in stress opdrogen. Een limietorder is daarom verstandiger dan een onbeperkte order. De schone notering maakt bovendien dat de uiteindelijke afrekening afwijkt van koers maal aantal certificaten door opgebouwde vergoeding en transactiekosten. Drie mogelijke koerspaden Het bear-scenario geeft 100,0% in 2027, 92,9% in 2028 en 86,7% in 2029. Daarin stijgen zowel risicovrije rente als spread. Het middenscenario komt op 109,2%, 110,2% en 111,1% bij een licht dalende rente en stabiele spread. Het gunstige scenario geeft 115,0%, 122,6% en 131,3% wanneer rente en spread samen dalen. Deze percentages zijn mogelijke marktprijzen ten opzichte van €25 nominaal, geen koersdoelen. Voor totaalrendement moet de werkelijk ontvangen vergoeding worden toegevoegd. In het middenscenario zou drie jaar vergoeding bij ongewijzigd €1,625 bruto €4,875 per certificaat bedragen, maar betaling is niet gegarandeerd. Belastingen, opgebouwde vergoeding en transactiekosten verschillen per belegger en zijn niet in de koerspaden verwerkt. Waar de komende tijd op te letten Volg het distributiebesluit, het referentierendement in het beleid, CET1, kredietverliezen, ECB-rente en de spread op achtergesteld bankkapitaal. De absolute koers zegt weinig zonder die variabelen. Een daling van 112% naar 108% kan bij gelijkblijvende bankkwaliteit simpelweg een hogere marktrente weerspiegelen; een stijgende spread kan juist een signaal van hoger risico zijn. Bij 108% koopt een belegger €25 nominaal voor €27 en ontvangt hij mogelijk een aantrekkelijke vergoeding zonder einddatum. Dat kan passen binnen een inkomensportefeuille, maar niet als vervanger van spaargeld. De rente is de zichtbare koersmotor en de verliesabsorptie is het risico dat in rustige tijden het makkelijkst wordt vergeten. Lees ook: Bijna 3,5% rente op spaargeld: zo werkt het Foto: Stefaan Decraene, voorzitter van de groepsdirectie van Rabobank. Officieel archiefbeeld.
- Kan Wolters Kluwer met AI hogere prijzen vragen?
In het kort Wolters Kluwer sloot op 2 oktober op €68,30 in Amsterdam. Bij de halfjaarcijfers van 5 augustus meldde het bedrijf over de periode tot 30 juni verdere organische groei en investeringen in productontwikkeling. De waardering is veel lager dan eerder in de cyclus, maar goedkoop is het aandeel pas wanneer AI de waarde per workflow verhoogt zonder bestaande zoek- en abonnementsomzet uit te hollen. Wolters Kluwer verkoopt geen algemene chatbot. Het bedrijf levert gecontroleerde vakinformatie, rekensoftware en beslissingsondersteuning voor zorg, belasting, recht en compliance. Klanten betalen omdat fouten duur zijn en omdat systemen in dagelijkse werkprocessen zitten. Dat geeft terugkerende omzet en prijszettingsmacht. AI kan die positie versterken, maar verandert ook wat klanten verwachten van een abonnement. Direct naar een onderdeel van dit artikel Prijs, volume en klantbehoud Van zoeken naar antwoorden De winstbrug van AI Wat moet €68,30 waarmaken? Concurrentie en risico's Drie jaarlijkse koersscenario's Wat de onderneming nu moet laten zien Prijs, volume en klantbehoud Organische groei bestaat uit prijs, volume en mix. Bij 5% organische groei en 3% netto prijsbijdrage resteert grofweg 1,9% volume en mix. Dat is een benadering, geen gerapporteerde uitsplitsing. Zij maakt wel duidelijk waarom een hoger abonnementsbedrag niet automatisch sterkere vraag betekent. Als klanten minder gebruikers of modules afnemen, kan prijs een deel van de zwakte verbergen. De onderneming heeft doorgaans hoge retentie omdat producten diep in workflows zitten. Toch moet AI aantonen dat klanten extra betalen voor nieuwe functies. Gratis generatieve hulpmiddelen zijn geen volwaardige vervanging voor betrouwbare medische of juridische informatie, maar zij verhogen wel de lat voor snelheid en gebruiksgemak. Van zoeken naar antwoorden Het traditionele model verkoopt toegang tot databanken, updates en software. Generatieve AI verschuift de interface van zoeken naar direct antwoorden. Dat kan het gebruik intensiever maken en tijd besparen. Het kan ook het aantal zichtbare zoekacties verlagen, waardoor een klant zich afvraagt waarvoor hij precies betaalt. De verdediging van Wolters Kluwer zit in bronkwaliteit, audit trail, aansprakelijkheid en koppelingen met werkprocessen. Daarom is niet ieder AI-product even waardevol. Een samenvatting bovenop bestaande content kan de gebruikerservaring verbeteren zonder veel extra omzet. Een oplossing die een klinische, fiscale of compliancebeslissing aantoonbaar versnelt, kan hogere prijszetting dragen. Beleggers moeten letten op betaalde adoptie, niet alleen op het aantal lanceringen. De winstbrug van AI In onze gevoeligheidsanalyse levert €350 miljoen AI-omzet bij 30% incrementele marge €105 miljoen extra operationele winst op. Dat is aantrekkelijk, maar productontwikkeling, modelkosten en controle blijven nodig. De marge kan hoger worden wanneer bestaande content en distributie worden hergebruikt. Zij kan lager uitvallen wanneer klanten menselijke verificatie verwachten of wanneer externe modellen duur blijven. Het beste economische scenario is dat AI de waarde van bestaande abonnementen verhoogt, churn verlaagt en cross-sell mogelijk maakt. Dan hoeft niet iedere euro voordeel als afzonderlijke AI-omzet te worden geboekt. Het slechtste scenario is dat hogere ontwikkelkosten nodig zijn om dezelfde klant te behouden. Wat moet €68,30 waarmaken? Met een genormaliseerde winstbasis van €5,10 per aandeel noteert het aandeel rond 13,4 keer die basis. In de reverse valuation vraagt €68,30 bij dezelfde eindmultiple om ongeveer €5,10 winst per aandeel in 2029. Voor een aantrekkelijk rendement is groei en uitkering nodig; een vlakke winst zou slechts de huidige koers ondersteunen. Aandeleninkoop kan de winst per aandeel verhogen, maar alleen wanneer de onderneming niet te duur inkoopt en netto schuld beheersbaar blijft. Het model verwerkt een lichte daling van het aantal aandelen als aparte factor. Zo wordt inkoop niet dubbel geteld in de winstbasis én de multiple. Dividend komt bovenop het koersscenario en moet uit vrije kas worden betaald. Concurrentie en risico's Thomson Reuters, RELX, gespecialiseerde softwarebedrijven en nieuwe AI-aanbieders concurreren om dezelfde professionele gebruiker. Wolters Kluwer heeft sterke merken en domeindata, maar geen monopolie op modellen. Grote klanten kunnen eigen AI-lagen bouwen bovenop meerdere databronnen. Dat kan de onderhandelingsmacht verschuiven. Regelgeving is tegelijk kans en kostenpost. Meer regels verhogen de vraag naar actuele compliance-informatie. Strenge eisen aan AI-uitkomsten maken betrouwbare bronnen waardevoller. Tegelijk stijgen controle-, privacy- en aansprakelijkheidskosten. Een fout antwoord in een medische of fiscale workflow kan veel duurder zijn dan een fout in algemene consumentensoftware. Het sterkste tegenargument tegen optimisme is cannibalisatie. Als een AI-assistent tien zoekopdrachten vervangt door één antwoord, kan gebruik stijgen terwijl traditionele licentiemaatstaven verslechteren. Wolters Kluwer moet daarom prijsmodellen koppelen aan waarde, uitkomst of gebruik, zonder klanten het gevoel te geven dat iedere vraag apart wordt belast. Drie jaarlijkse koersscenario's Het bear-scenario geeft €45,77 in 2027, €44,82 in 2028 en €43,89 in 2029. Daarin daalt de winstbasis licht en krimpt de multiple. Het middenscenario komt op €73,89, €79,89 en €86,38 bij 6% jaarlijkse groei, een stabiele multiple en een beperkte netto aandelenkrimp. Het gunstige scenario geeft €92,56, €107,63 en €125,15 wanneer AI de groei versnelt en de markt een hogere kwaliteitsmultiple accepteert. De mogelijke koersen zijn scenario's in euro, geen koersdoelen. Dividend is niet in de tabel opgeteld. Totaalrendement ligt dus hoger wanneer de uitkering wordt ontvangen en niet elders in het model is gebruikt. Schuld en kas worden niet nogmaals toegevoegd omdat zij al in de gekozen per-aandeelbasis en waarderingsmultiple zijn verwerkt. Wat de onderneming nu moet laten zien De belangrijkste maatstaven zijn organische groei, retentie, terugkerende omzet, aangepaste operationele marge, vrije kas en productontwikkelingskosten. Voor AI hoort daar betaalde adoptie bij: hoeveel klanten nemen nieuwe functies af, stijgt de omzet per klant en blijft de retentie hoog? Een demo is geen verdienmodel. Bij €68,30 is veel multiplelucht uit het aandeel gelopen. Dat maakt de verhouding tussen kwaliteit en prijs aantrekkelijker, maar het neemt het structurele vraagstuk niet weg. Wolters Kluwer moet bewijzen dat betrouwbare domeindata in het AI-tijdperk meer waard worden, niet alleen duurder om te onderhouden. Lees ook: Softwareaandelen kelderen, slimme beleggers letten op drie signalen Foto: Stacey Caywood, CEO van Wolters Kluwer. Officiële bedrijfsfoto.
- Vergeet het aantal aandelen in Vanguards dividend-ETF
In het kort De Vanguard FTSE All-World High Dividend Yield UCITS ETF sloot op 2 oktober op €80,18 in Amsterdam. Deze uitkerende VHYL-lijn heeft ISIN IE00B8GKDB10, basisvaluta USD en keert per kwartaal uit. Vanguard vermeldde eind juli 2.362 aandelen in de portefeuille en een lopende kostenratio van 0,29%, maar de index kiest bewust bedrijven met een relatief hoog dividend. Daardoor krijgt de belegger meer financiële waarden, energie en volwassen industrie en minder snelgroeiende technologie. Het grote aantal posities vermindert het ondernemingsrisico, maar niet het stijlrisico: uiteindelijk tellen de winst die het dividend draagt en de koers die voor die winst wordt betaald. Direct naar een onderdeel van dit artikel Wat de index werkelijk selecteert Dividend is geen extra rendement bovenop winst Kosten zijn klein, maar zeker Het beste argument vóór VHYL Reverse waardering bij €80,18 Drie mogelijke koersen voor 2027, 2028 en 2029 Voor wie de ETF wel en niet past Wat de index werkelijk selecteert VHYL volgt de FTSE All-World High Dividend Yield Index. De index zoekt wereldwijd naar aandelen met een bovengemiddeld verwacht dividendrendement en sluit vastgoedbeleggingsfondsen uit. De ETF koopt de aandelen fysiek. Vanguard vermeldt op de productpagina dat de shareclass uitkerend is en op meerdere beurzen noteert, waaronder Euronext Amsterdam in euro. De euro-notering verwijdert het valutarisico niet. De bedrijven verdienen dollars, euro's, yen en andere valuta. De intrinsieke waarde wordt in dollars berekend en de Amsterdamse koers vertaalt die waarde naar euro's. Een sterke euro kan de koers drukken terwijl de ondernemingen lokaal winstgroei laten zien. Andersom kan een zwakke euro het rendement van de Nederlandse belegger ondersteunen. Ook de kwartaaluitkering beweegt mee met wisselkoersen en de dividenden van de onderliggende bedrijven. Een hogere betaling in euro's kan dus komen door winstgroei, een zwakkere euro of een andere samenstelling van de index. Die oorzaken hebben niet dezelfde kwaliteit. Winstgroei kan langer doorwerken, terwijl een valutabeweging snel omkeert. Kijk daarom naast het uitgekeerde bedrag ook naar de winstontwikkeling, payout ratio en balans van de grootste sectoren. Voor een wereldwijde ETF is de bron van het dividend belangrijker dan een enkel kwartaalbedrag. Dividend is geen extra rendement bovenop winst Een onderneming kan €1 dividend uitkeren of die euro in het bedrijf houden. Op de uitkeringsdatum daalt de koers in beginsel met het dividend. Het totaalrendement bestaat uit koersverandering plus ontvangen uitkeringen. Een hoog dividend is dus geen gratis rente, maar een keuze over kapitaalallocatie. De kwaliteit van de uitkering verschilt per sector. Banken kunnen veel dividend betalen zolang kredietverliezen en kapitaaleisen beheersbaar blijven. Energiebedrijven zijn afhankelijk van grondstofprijzen en investeringen. Telecombedrijven hebben stabiele omzet, maar vaak veel schuld. VHYL spreidt deze risico's, alleen verdwijnen ze niet. Een recessie kan verschillende hoogdividendsectoren tegelijk raken. Kosten zijn klein, maar zeker De lopende kosten van 0,29% lijken bescheiden tegenover beursbewegingen van enkele procenten per dag. Toch zijn kosten de enige negatieve component die vrijwel zeker ieder jaar terugkomt. Over tien jaar kan 0,29 procentpunt een zichtbaar verschil maken, vooral wanneer het bruto rendement laag is. Tracking difference, dividendbelasting en handelskosten kunnen het werkelijke verschil vergroten of verkleinen. Ons kostenmodel vergelijkt een identiek bruto rendement met en zonder de jaarlijkse fondskosten. Het is geen voorspelling van de ETF. Het maakt alleen zichtbaar waarom een klein percentage tijd nodig heeft om groot te worden. Voor een buy-and-holdbelegger telt de optelsom meer dan het effect in één kwartaal. Het beste argument vóór VHYL De bullcase is eenvoudig. Veel beleggers betalen hoge multiples voor Amerikaanse groeiaandelen. VHYL zoekt juist naar ondernemingen die al winst uitkeren. Daardoor kan de portefeuille minder gevoelig zijn voor een daling van waarderingsmultiples. De wereldwijde spreiding voorkomt bovendien dat één land of munt het hele resultaat bepaalt. Het tegenargument is dat een dividendfilter toekomstige winnaars kan onderwegen. Bedrijven die veel herinvesteren betalen vaak weinig dividend, terwijl ondernemingen zonder aantrekkelijke groeikansen juist veel uitkeren. De ETF kan daardoor jarenlang achterblijven wanneer technologie en kapitaallichte groeibedrijven de markt leiden. Een lage waardering is aantrekkelijk, maar alleen als de winst niet structureel daalt. Reverse waardering bij €80,18 Voor de reverse waardering gebruiken we een gestileerde onderliggende winstbasis van €4,05 per ETF-aandeel en een multiple van 19,8. Dat sluit ongeveer aan bij de beurskoers. De berekening vraagt hoeveel winstbasis in 2029 nodig is bij een gekozen eindmultiple. Dividend wordt niet nog eens bij de winst opgeteld. Het komt apart terug in het totaalrendement. De ETF bezit duizenden aandelen, maar de waardering blijft de gewogen som van die ondernemingen. Als de winst 4% per jaar groeit en de multiple gelijk blijft, kan de koers meegroeien. Als winst stagneert en de markt minder voor banken of energie wil betalen, helpt het dividend slechts gedeeltelijk. De uitkering verzacht een lagere koers, zij voorkomt die niet. Drie mogelijke koersen voor 2027, 2028 en 2029 Het bear-scenario gebruikt 2% krimp van de winstbasis en een lagere multiple. Dat geeft ongeveer €53,37 in 2027, €52,30 in 2028 en €51,25 in 2029. Het middenscenario gebruikt 8% groei en 19,8 keer winst, goed voor circa €86,60, €93,53 en €101,02. Het gunstige scenario veronderstelt 16% groei en een hogere multiple. Dan ontstaan ongeveer €108,72, €126,12 en €146,30. Dit zijn koersscenario's in euro op basis van aannames per 3 oktober. Voor totaalrendement moeten de kwartaaluitkeringen bij deze koersen worden opgeteld. In het middenscenario kan een dividendrendement rond 4% een belangrijk deel van het resultaat leveren. In het bearscenario kan het dividend dalen wanneer bedrijven winst verliezen. Het is daarom onjuist om in alle scenario's dezelfde uitkering als gegarandeerd te behandelen. Voor wie de ETF wel en niet past VHYL past bij een belegger die wereldwijde spreiding en lopende uitkeringen belangrijker vindt dan maximale blootstelling aan groei. De ETF is geen volledige vervanger voor een neutrale wereldindex. Hij maakt een actieve stijlkeuze binnen een passief product. Controleer bij aankoop altijd ISIN, beurs en shareclass. De Amsterdamse VHYL-lijn keert uit en noteert in euro. De basisvaluta is dollar. Wie een accumulerende variant zoekt, heeft een andere shareclass nodig. Bij €80,18 koopt de belegger geen gegarandeerde inkomstenmachine, maar een brede portefeuille van volwassen bedrijven. Het rendement komt pas wanneer hun winst en dividend de waardering blijven dragen. Lees ook: Waarom ik deze drie aandelen gedeeltelijk verkocht Foto: Salim Ramji, CEO van Vanguard. Officiële bedrijfsfoto.
- Buitenlandse groei van Hims moet nog vrije kas opleveren
In het kort Hims & Hers sloot op 2 oktober op $29,00 en heeft een beurswaarde rond $6,7 miljard, tegenover ongeveer $753 miljoen omzet in het tweede kwartaal. De omzet groeide 38% en het aantal abonnees 19% naar bijna 2,9 miljoen, zodat productmix, prijs en acquisities duidelijk meer bijdragen dan klantgroei alleen. Het bedrijf breidt tegelijk uit naar Australië, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland en benoemde op 1 oktober lokale medische directeuren voor het Verenigd Koninkrijk en Australië. Dat onderstreept dat merk en technologie kunnen reizen, terwijl artsen, apotheken, vergunningen en medische protocollen per land moeten kloppen. De waardering vraagt daarom niet alleen internationale omzet, maar vooral vrije kas per volledig verwaterd aandeel nadat die lokale infrastructuur is betaald. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een digitaal abonnement met fysieke verplichtingen Buitenlandse groei vraagt eerst lokale kosten Gewichtszorg blijft kans én risico Reverse waardering bij $29 Drie mogelijke koersen voor 2027, 2028 en 2029 Wat Hims nu moet bewijzen Een digitaal abonnement met fysieke verplichtingen Hims presenteert zich graag als een consumentenplatform. Economisch zit het tussen software, zorgbemiddeling en detailhandel in. De abonnementen geven terugkerende omzet en veel klantdata. De behandeling vraagt echter artsen, medicijnen, logistiek en naleving van zorgregels. Dat maakt de brutomarge hoog, maar minder onbeperkt schaalbaar dan bij pure software. Bij de tweedekwartaalcijfers verhoogde Hims de omzetverwachting voor 2026 naar $3,1 tot $3,3 miljard. De aangepaste EBITDA werd geraamd op $275 tot $325 miljoen. Die maatstaf is nuttig voor de operationele richting, maar de aandeelhouder moet ook kijken naar aandelenbeloning, converteerbare schuld, overnamebetalingen en capex. Een platform kan aangepaste winst tonen terwijl de waarde per aandeel achterblijft. Buitenlandse groei vraagt eerst lokale kosten De acquisitie van Eucalyptus gaf Hims een bestaande positie in Australië en toegang tot merken en teams in andere landen. Dat versnelt de entree, maar maakt vergelijking met autonome groei lastiger. Nieuwe omzet kan uit overgenomen klanten komen. De belegger wil weten hoeveel van die omzet na marketing, artsenkosten en fulfilment als vrije kas overblijft. Lokale medische leiding is daarbij meer dan een titel. Zij verkleint het risico dat productclaims, voorschriften of behandelprocessen botsen met nationale regels. Tegelijk verhoogt zij de vaste kosten voordat ieder land voldoende schaal heeft. Internationalisering kan de klantacquisitiekosten op korte termijn opdrijven. Het model werkt pas wanneer dezelfde technologie en merkuitgaven over veel meer abonnees worden verdeeld. Daar hoort een nuchtere meetlat bij. Groei in een nieuw land is niet automatisch gelijk aan waardecreatie. De omzet per abonnee moet voldoende zijn om consulten, medicijnen, verzending, klantenservice en lokale compliance te betalen. Daarna moeten ook centrale technologie en marketing nog worden gedekt. Een stijgend aantal abonnees kan dus samengaan met een dalende kasmarge wanneer kortingen of dure advertenties de instroom kopen. Omgekeerd kan een bescheidener groeitempo aantrekkelijk zijn als bestaande klanten langer blijven en meerdere behandelingen afnemen. Retentie, herhaalgebruik en de terugverdientijd van marketing zijn daarom minstens zo belangrijk als het aantal nieuwe landen op een kaart. Gewichtszorg blijft kans én risico De markt voor afslankmedicatie is groot, maar verandert snel. Fabrikanten van goedgekeurde GLP-1-middelen beschermen hun distributie en prijzen. Toezichthouders letten scherp op samengestelde medicijnen, reclame en medische begeleiding. Hims kan klanten makkelijk bereiken, maar bezit de belangrijkste geneesmiddelen niet. Het bedrijf is dus afhankelijk van leveranciers, voorschrijfregels en beschikbaarheid. Het sterkste argument vóór Hims is dat het platform meer kan verkopen dan één behandeling. Een klant die begint met haarzorg of gewichtsverlies kan later andere zorgproducten afnemen. Daardoor stijgt de omzet per abonnee zonder dezelfde marketingkosten opnieuw te maken. Het tegenargument is dat concurrenten dezelfde digitale kanalen gebruiken en dat klanten kunnen vertrekken wanneer prijzen stijgen of verzekeraars een goedkoper alternatief bieden. Reverse waardering bij $29 We nemen een genormaliseerde vrije-kasbasis van $0,62 per volledig verwaterd aandeel. Bij $29 betaalt de markt ongeveer 47 keer die basis. Dat is niet onredelijk voor een snelgroeiend platform, maar laat weinig ruimte voor tegenvallende kasconversie. De reverse berekening vraagt hoeveel vrije kas per aandeel in 2029 nodig is wanneer de eindmultiple normaliseert. Kas op de balans wordt niet nog eens bij de per-aandeelbasis opgeteld. Aandelenbeloning en converteerbare schuld moeten via de verwaterde aandelenbasis terugkomen. Dat is belangrijk omdat Hims groei en overnames kan financieren met effecten die later in aandelen veranderen. Groei van de totale onderneming is pas waardevol wanneer ook de vrije kas per bestaand aandeel groeit. Drie mogelijke koersen voor 2027, 2028 en 2029 In het bear-scenario groeit de vrije-kasbasis ongeveer 2% per jaar, zakt de multiple en ontstaat een pad van circa $19,45 in 2027, $19,84 in 2028 en $20,24 in 2029. Het middenscenario gebruikt 8% groei en 46,8 keer vrije kas en komt uit op ongeveer $31,33, $33,84 en $36,55. Het gunstige scenario gebruikt 16% groei en een hogere multiple. Dat levert circa $39,27, $45,55 en $52,84 op. Dit zijn eigen scenario's in dollars met peildatum 3 oktober, geen koersdoelen. De afstand tussen de uitkomsten komt door marge én multiple. Bij snelle groei accepteert de markt een hogere waardering. Zodra groei vertraagt, werkt diezelfde multiple tegen de aandeelhouder. Buitenlandse groei moet daarom niet alleen omzet toevoegen, maar ook bewijzen dat marketing en medische infrastructuur per klant goedkoper worden. Wat Hims nu moet bewijzen Let bij de volgende cijfers op autonome omzetgroei, abonneegroei, omzet per abonnee, brutomarge, vrije kasstroom en de volledig verwaterde aandelenbasis. Vraag daarnaast hoeveel omzet en kosten van Eucalyptus komen. Zonder die splitsing is het moeilijk om de kwaliteit van de groei te beoordelen. Hims heeft een aantrekkelijk merk en een directe relatie met miljoenen klanten. Dat kan in zorg veel waard zijn. De koers van $29 veronderstelt echter dat nieuwe landen dezelfde economische motor krijgen als de Verenigde Staten. Lokale artsen en regels maken dat proces degelijker, maar niet goedkoper. De belegging wordt interessant wanneer internationale omzet sneller groeit dan de lokale vaste kosten en die voorsprong ook in vrije kas per aandeel zichtbaar wordt. Lees ook: Airbnb bewijst dat het meer is dan een pandemiewinnaar Foto: Andrew Dudum, medeoprichter en CEO van Hims & Hers. Officiële bedrijfsfoto.
- ServiceNow passeert 1 miljard dollar aan AI-contracten
In het kort ServiceNow rapporteerde over het tweede kwartaal $3,88 miljard abonnementsomzet, 24,5% meer dan een jaar eerder, terwijl de totale omzet $3,99 miljard bedroeg. De current remaining performance obligations groeiden bij constante valuta 21,5% en de AI-producten bereikten meer dan $1 miljard annual contract value. Dat is een sterke commerciële mijlpaal, maar contractwaarde is nog geen geboekte omzet en zeker geen vrije kas. Het aandeel sloot op 2 oktober op $134,38 en vertegenwoordigt na de aandelensplitsing nog altijd ongeveer $139 miljard beurswaarde. Die waardering vraagt jarenlang dubbelecijfergroei en hoge marges, waarbij klanten meer betalen voor AI dan modellen, implementatie en beveiliging extra kosten. Direct naar een onderdeel van dit artikel De orderstroom blijft sterk Van contractwaarde naar omzet Armis verbreedt het platform Aandelenbeloning blijft een echte kostenpost Reverse waardering bij $134,38 Drie mogelijke koersen voor 2027, 2028 en 2029 Wat de volgende cijfers moeten tonen De orderstroom blijft sterk De kwartaalcijfers van 22 juli overtroffen de eigen prognoses. cRPO, de contractwaarde die naar verwachting binnen twaalf maanden als omzet wordt geboekt, kwam uit op $13,2 miljard. Deze maatstaf is nuttiger dan losse AI-aankondigingen, omdat zij laat zien wat klanten daadwerkelijk hebben vastgelegd. ServiceNow verkoopt workflows voor IT, personeelszaken, klantenservice en beveiliging. Zodra een onderneming processen op het platform bouwt, wordt overstappen duur. Dat geeft prijszettingsmacht. AI kan die positie versterken wanneer agents acties uitvoeren in plaats van alleen tekst genereren. Het risico is dat hyperscalers en andere softwarebedrijven dezelfde laag willen bezitten. Van contractwaarde naar omzet Annual contract value meet de jaarlijkse waarde van contracten, niet het tempo waarin omzet wordt verantwoord. Een meerjarig contract kan stabiele zichtbaarheid geven, maar implementatie en gebruik bepalen hoeveel uitbreiding volgt. Ons model laat zien wat er gebeurt wanneer 55% van $1 miljard AI-contractwaarde binnen een gekozen periode in omzet landt. De uitkomst is geen bedrijfsprognose, maar een brug tussen commerciële headline en winst-en-verliesrekening. Daarna telt de marge. AI-inferentie kost rekenkracht. Implementaties vragen partners en personeel. ServiceNow kan die kosten via hogere prijzen terugverdienen, maar moet bewijzen dat de brutomarge niet structureel daalt. Het bedrijf vermeldde dat de AI-vraag snel groeit. De belegger wil daarnaast zien hoeveel extra vrije kas per aandeel uit die vraag komt. Daarbij is niet iedere AI-euro even waardevol. Een uitbreiding binnen een bestaande IT-workflow kan snel renderen, omdat verkoop en implementatie voortbouwen op een systeem dat al draait. Een nieuw beveiligings- of klantenserviceproject vraagt vaak meer advies, datamigratie en controle door mensen. Dezelfde contractwaarde kan daardoor een heel andere kasmarge opleveren. De beste aanwijzing komt niet uit het aantal agents dat ServiceNow lanceert, maar uit hogere contractwaarde per klant, stabiele verlengingen en een vrije-kasmarge die ondanks extra rekenkosten overeind blijft. Precies daar wordt zichtbaar of AI een winstgevende productlaag is of vooral een noodzakelijke investering om de bestaande positie te verdedigen. Armis verbreedt het platform De overname van Armis voegt zichtbaarheid in apparaten en operationele technologie toe. Dat kan ServiceNow sterker maken in beveiliging, omdat het platform risico's kan vinden en workflows kan starten. De combinatie met Veza en de AI Control Tower vergroot de markt, maar een grote overname brengt integratierisico, afschrijving van immateriële activa en mogelijke aandelenbeloning mee. Het beste argument vóór de deal is distributie. ServiceNow kan Armis verkopen aan bestaande grote klanten en andersom. Het tegenargument is dat omzetgroei uit acquisities duurder is dan autonome groei. De aandeelhouder moet daarom het verschil volgen tussen gerapporteerde groei, constantevalutagroei en de bijdrage van overnames. Aandelenbeloning blijft een echte kostenpost Softwarebedrijven presenteren vaak vrije kasstroom nadat aandelenbeloning aan de operationele kasstroom is toegevoegd. Dat is boekhoudkundig correct, maar economisch niet gratis. Nieuwe aandelen verdelen dezelfde onderneming over meer stukken. Inkoop compenseert dit alleen wanneer het aandelenaantal werkelijk daalt. ServiceNow kan hoge vrije-kasmarges combineren met verwatering. Daarom rekenen we scenario's per volledig verwaterd aandeel. Kas wordt niet nog eens opgeteld nadat de per-aandeelkasbasis is gekozen. Zo voorkomen we dat aandelenbeloning als kosten verdwijnt en de kas van inkoop daarna opnieuw als waarde wordt meegeteld. Reverse waardering bij $134,38 We gebruiken een genormaliseerde vrije-kasbasis van $4,05 per gesplitst aandeel en een multiple van 33,2. Daarmee ligt de huidige koers ongeveer op die combinatie. De reverse berekening vraagt welke kasbasis in 2029 nodig is wanneer de multiple verandert. Bij een lagere multiple moet vrije kas sneller groeien om hetzelfde koersniveau te dragen. De huidige waardering verlangt niet dat ieder AI-project slaagt. Zij verlangt wel dat ServiceNow ruim boven de markt blijft groeien terwijl marges hoog blijven. cRPO van $13,2 miljard geeft zichtbaarheid. De stap naar vrije kas hangt af van verlengingen, uitbreiding bij klanten en kosten van de nieuwe AI- en beveiligingsdiensten. Drie mogelijke koersen voor 2027, 2028 en 2029 Het bear-scenario gebruikt 2% lagere vrije kas per aandeel en een multiple rond 23,9. Dat geeft ongeveer $90,06 in 2027, $88,26 in 2028 en $86,49 in 2029. Het middenscenario gebruikt 8% groei en 33,2 keer vrije kas, goed voor circa $145,20, $156,81 en $169,36. Het gunstige scenario rekent met 16% groei en een hogere multiple. Dan ontstaan ongeveer $182,28, $211,45 en $245,28. Dit zijn scenario's in dollars per 3 oktober, geen koersdoelen. Het gunstige pad vraagt dat AI-contractwaarde sneller in omzet verandert en de vrije-kasmarge rond 30% blijft. Het middenscenario kan werken met solide uitbreiding bij bestaande klanten. Het bearscenario laat zien wat multiplecompressie doet wanneer groei vertraagt. Zelfs een sterk bedrijf kan dan een zwak aandeel zijn. Wat de volgende cijfers moeten tonen Let op cRPO-groei, abonnementsomzet, autonome groei zonder Armis, brutomarge, vrije kas en het verwaterde aandelenaantal. De AI-contractwaarde moet ieder kwartaal tastbaarder worden in omzet en uitbreiding. Klantverhalen zijn nuttig, maar financiële conversie beslist de waardering. ServiceNow heeft een sterke positie in bedrijfsprocessen en beveiliging. De combinatie kan een controlelaag voor AI-agents worden. Bij $134,38 betaalt de markt echter al voor langdurige kwaliteit. Het aandeel wordt aantrekkelijker wanneer de groei per aandeel de hoge multiple sneller inhaalt dan de multiple daalt. Lees ook: ServiceNow rapporteert cijfers en dit is wat Rabi ervan vindt Foto: Bill McDermott, voorzitter en CEO van ServiceNow. Officiële bedrijfsfoto.
- Betere marge bij Nike is nog lang geen ommekeer
In het kort Nike rapporteerde op 1 oktober over het kwartaal tot 31 augustus een omzet van $11,2 miljard, 4% minder dan een jaar eerder. De brutomarge steeg 60 basispunten naar 42,8% en de winst per aandeel kwam uit op $0,48, maar voor heel boekjaar 2027 verwacht het bedrijf nog een omzetdaling van hoge enkele cijfers. Met het programma Pace mikt Nike tot boekjaar 2031 op ongeveer $2,5 miljard cumulatieve besparingen tegenover circa $1,0 miljard lasten. Een deel van de besparing moet terug naar productontwikkeling, marketing, winkels en digitale verkoop, zodat alleen het bedrag na herinvestering de winst verhoogt. Bij $33,87 is Nike goedkoper dan in zijn gloriedagen, maar de ommekeer vraagt tegelijk omzetherstel, margeverbetering en betere prestaties in China. Direct naar een onderdeel van dit artikel De marge verbetert, de vraag nog niet China en Jordan blijven de zwakke plekken Wat Pace werkelijk kan opleveren Het sterkste tegenargument Reverse waardering bij $33,87 Drie mogelijke koersen voor 2027, 2028 en 2029 Het bewijs komt uit de productcyclus De marge verbetert, de vraag nog niet De kwartaalcijfers laten een gemengd beeld zien. Nike Brand-omzet daalde 4%. Wholesale bleef met een daling van 1% relatief stabiel, terwijl Nike Direct 8% terugviel. De digitale omzet daalde zelfs 13%. Dat maakt duidelijk dat de directe verkoopkanalen, jarenlang gezien als de groeimotor, nu onderdeel van het probleem zijn. De brutomarge profiteerde van lagere opslag- en logistiekkosten. Dat is echte verbetering, maar nog geen bewijs dat consumenten weer bereid zijn meer voor nieuwe producten te betalen. Een duurzame ommekeer vraagt een gezondere mix, minder kortingen en sterkere volumes. De kostenkant kan het resultaat ondersteunen, maar zij kan zwakke vraag niet eindeloos maskeren. China en Jordan blijven de zwakke plekken CEO Elliott Hill zei dat Nike vooruitgang boekt in prioriteitssporten, terwijl Sportswear, Jordan Brand en Greater China extra werk vragen. De EBIT in China daalde in het kwartaal 34%. Dat raakt een markt waar het merk ooit een overtuigende groeipremie verdiende. Lokale concurrenten begrijpen de consument beter en kunnen sneller met nieuwe producten komen. Voor Jordan geldt een ander risico. Schaarste bouwt merkwaarde, maar te veel aanbod maakt speciale schoenen gewoon. Nike moet de balans vinden tussen volume en exclusiviteit. De voorraad van $7,8 miljard lag 3% lager dan een jaar eerder. Dat helpt, maar beleggers moeten ook kijken naar de leeftijd van de voorraad en de kortingen die nodig zijn om oude modellen te verkopen. Wat Pace werkelijk kan opleveren Pace omvat een modernere toeleveringsketen, een nieuwe campus in India, drie geografische regio's en verdere vereenvoudiging. De bruto besparing van $2,5 miljard klinkt groot, maar loopt tot 2031. Bovendien komen er uitvoeringskosten en herinvesteringen. Als de helft teruggaat naar merk en product, blijft ongeveer $1,25 miljard over vóór belasting. Dat is nog steeds materieel. Bij ongeveer 1,48 miljard verwaterde aandelen kan $1 miljard extra nettowinst grofweg $0,68 per aandeel toevoegen vóór belastingeffecten. Het resultaat komt echter niet in één jaar. Organisatorische ingrepen kunnen tijdelijk omzet kosten wanneer teams, distributie en verantwoordelijkheden veranderen. Het sterkste tegenargument Nike bezit een merk, distributienetwerk en marketingbudget dat weinig concurrenten kunnen evenaren. De onderneming kan met één productcyclus de aandacht van atleten en consumenten terugwinnen. De balans bevatte eind augustus $8,4 miljard cash en kortlopende beleggingen. Dat geeft ruimte om te investeren en dividend te betalen tijdens het herstel. Die financiële ruimte voorkomt echter niet dat verkeerde voorraden moeten worden afgeprijsd. Een schoenenmerk boekt de marge wanneer het juiste product tegen de juiste prijs wordt verkocht, niet wanneer het product de fabriek verlaat. Minder promoties helpen de brutomarge, maar kunnen tegelijk de omzet vertragen als consumenten nog niet overtuigd zijn. Voor een duurzame ommekeer moeten nieuwe modellen sneller verkopen, groothandelspartners weer groeien en digitale kanalen minder afhankelijk worden van kortingen. Alleen dan werkt het merk als prijszettingsmacht in plaats van als duur marketingbudget. Het tegenargument is dat merkherstel niet met kostenbesparing kan worden afgedwongen. On, Hoka, Adidas en lokale Chinese merken winnen terrein met duidelijke productproposities. Nike moet tegelijk innovatie, prijsdiscipline en distributie herstellen. Een lagere koers maakt het aandeel minder duur, maar geen beter bedrijf. De operationele signalen moeten eerst keren. Reverse waardering bij $33,87 Nike verwacht een aangepaste winst per aandeel van $1,15 tot $1,35 voor boekjaar 2027, exclusief ongeveer $0,15 herstructureringslasten. We gebruiken $1,25 als middenbasis. De koers waardeert die winst op ongeveer 27 keer. Dat is hoog voor een bedrijf met dalende omzet, maar laag wanneer Nike terugkeert naar historische winstniveaus. De reverse berekening laat zien welke winstbasis in 2029 nodig is bij een gekozen multiple. Kas en schuld worden niet dubbel geteld nadat de per-aandeelwinst als basis is gekozen. Dividend komt apart bij totaalrendement. Aandeleninkoop kan de winst per aandeel verhogen, maar alleen als Nike onder intrinsieke waarde koopt en de operationele winst niet verder daalt. Drie mogelijke koersen voor 2027, 2028 en 2029 Het bear-scenario gebruikt 2% lagere winst per jaar en een multiple van ongeveer 19,5. Dat geeft circa $22,66 in 2027, $22,21 in 2028 en $21,76 in 2029. Het middenscenario gebruikt 8% winstgroei en 27,1 keer winst, goed voor ongeveer $36,59, $39,52 en $42,68. Het gunstige scenario rekent met 16% groei en een hogere multiple. Dan ontstaan circa $45,93, $53,28 en $61,80. Dit zijn scenario's in dollars met peildatum 3 oktober. De gunstige uitkomst vraagt meer dan besparingen. China moet stabiliseren, digitale verkoop moet minder hard krimpen en nieuwe producten moeten tegen minder korting worden verkocht. Het middenscenario kan werken wanneer de marge herstelt zonder snelle omzetgroei. Het bearscenario laat zien dat een bekend merk de belegger niet beschermt tegen dalende winst. Het bewijs komt uit de productcyclus Volg in de komende kwartalen de omzet per regio, Nike Direct, digitale verkoop, brutomarge, voorraden en marketinguitgaven. Vraag bij Pace welk deel van de besparingen wordt herbelegd. Alleen de netto verbetering telt voor de aandeelhouder. Bij $33,87 is veel pessimisme ingeprijsd, maar de huidige winstbasis is ook laag. De brutomarge van 42,8% is een eerste stap. Een ommekeer begint pas wanneer omzet, productvraag en marge tegelijk verbeteren. Tot die tijd blijft Nike een herstelverhaal met een sterk merk, niet een bewezen groeiverhaal. Lees ook: De grootste uitdaging voor ASML op de korte termijn Foto: Elliott Hill, president en CEO van Nike. Officiële bedrijfsfoto.
- Bloom, Brookfield en NextEra vechten om de stroomhonger van AI
In het kort De stroomhonger van AI is echt, maar een groeiende markt maakt niet ieder stroomaandeel automatisch aantrekkelijk. Bloom Energy verkoopt een snelle oplossing wanneer het elektriciteitsnet niet op tijd klaar is. Brookfield Renewable Partners bezit een brede verzameling langlopende energiecontracten. NextEra Energy combineert een gereguleerd nutsbedrijf met hernieuwbare opwekking en wil via de overname van Dominion Energy nog groter worden. Dezelfde trend komt bij drie heel verschillende balansen, kasstromen en waarderingen terecht. Op 2 oktober sloot Bloom Energy op $289,15, Brookfield Renewable Partners op $28,35 en NextEra Energy op $76,83. De marktwaarde van Bloom lag rond $93,5 miljard, terwijl de onderneming voor 2026 $3,4 miljard tot $3,8 miljard omzet en $1,85 tot $2,25 aangepaste winst per aandeel verwacht. Dat contrast maakt Bloom niet automatisch te duur, maar laat wel zien hoeveel groei al is vooruitbetaald. Bij Brookfield draait de rekensom vooral om de uitkering en financieringskosten. Bij NextEra gaat het om gereguleerde vermogensgroei, winst per aandeel en de uitvoering van een grote fusie. Direct naar een onderdeel van dit artikel De vraag groeit sneller dan het net Bloom verkoopt vooral tijd Brookfield Renewable verkoopt contractduur NextEra verkoopt schaal en gereguleerd rendement Drie aandelen, drie bronnen van risico Wat moet de belegger volgen? De vraag groeit sneller dan het net Het Internationaal Energieagentschap verwacht in zijn basisscenario dat het wereldwijde elektriciteitsverbruik van datacenters richting 945 TWh in 2030 gaat, ongeveer een verdubbeling tegenover 2024. De onzekerheid is groot. Efficiëntere chips en software kunnen de groei drukken, terwijl snellere AI-adoptie en meer rekenwerk juist extra vraag opleveren. De belangrijkste frictie is tijd. Een datacenter kan in twee of drie jaar worden gebouwd, maar nieuwe hoogspanningslijnen, centrales en onderstations vragen vaak langer. Dat verschil creëert economische waarde voor bedrijven die stroom sneller kunnen leveren. Het zegt nog niets over wie die waarde uiteindelijk houdt. Een leverancier kan veel omzet boeken en toch weinig vrije kasstroom overhouden. Een eigenaar van energieprojecten kan stabiele contracten hebben, maar een groot deel van de opbrengst aan financiers afdragen. Een gereguleerd nutsbedrijf kan bijna zekere investeringen doen, maar mag het rendement niet zelf bepalen. Bloom verkoopt vooral tijd Bloom maakt solid oxide fuel cells die op locatie elektriciteit produceren. Voor een hyperscaler is de aantrekkingskracht eenvoudig: een werkend datacenter vandaag kan meer waard zijn dan theoretisch goedkopere netstroom over vijf jaar. Bloom hoeft dus niet altijd de goedkoopste kilowattuur te leveren. Het bedrijf verkoopt ook een kortere wachttijd en meer controle over de stroomvoorziening. De operationele groei ondersteunt dat verhaal. Bij de jaarcijfers van 5 februari meldde Bloom $2,02 miljard omzet over 2025, 37,3% meer dan een jaar eerder. De productbacklog bedroeg ongeveer $6 miljard en de totale backlog ongeveer $20 miljard. Bij de cijfers over het eerste kwartaal van 28 april steeg de omzet 130% naar $751 miljoen en verhoogde het bedrijf de jaarverwachting naar $3,4 miljard tot $3,8 miljard. De aangepaste operationele winst moest volgens die prognose uitkomen op $600 miljoen tot $750 miljoen. Toch is backlog geen kas. Installaties vragen productiecapaciteit, werkkapitaal, gasinfrastructuur en toestemming op locatie. De systemen gebruiken vandaag meestal aardgas. Ze vermijden verbranding in een turbine en kunnen lokale uitstoot verminderen, maar zijn daardoor niet vanzelf emissievrij. De technologie kan een snellere brug naar extra vermogen zijn zonder de langetermijnoplossing voor ieder net te worden. De waardering is de echte test. Met een middenpunt van $2,05 aangepaste winst per aandeel voor 2026 betaalde de markt ongeveer 141 keer die winst. Om in 2029 bij een multiple van 40 keer nog steeds rond de huidige koers te staan, moet de aangepaste winst per aandeel richting $7,23. Dat vergt ongeveer 52% groei per jaar. Zelfs als Bloom dat haalt, kan het rendement tegenvallen wanneer beleggers dan niet langer meer dan 40 keer de winst willen betalen. Brookfield Renewable verkoopt contractduur Brookfield Renewable Partners is geen fabrikant van één technologie. Het bezit waterkracht, wind, zon, opslag en een belang in nucleaire dienstverlener Westinghouse. Die spreiding verlaagt het risico dat één type installatie uit de gratie raakt. Tegelijk blijft dit een kapitaalintensief model. Nieuwe projecten zijn vaak grotendeels met schuld gefinancierd en de waarde reageert sterk op rente, herfinanciering en bouwkosten. De partnershipsstructuur vraagt ook een andere maatstaf dan een gewone koers-winstverhouding. Afschrijvingen drukken de boekhoudkundige winst, terwijl bestaande activa nog jarenlang kas kunnen leveren. Brookfield stuurt daarom op funds from operations, kortweg FFO, en de uitkering aan participanten. De kwartaaluitkering bedraagt in 2026 $0,392, of $1,568 op jaarbasis. Bij $28,35 is dat een lopend rendement van ongeveer 5,5%. Dat rendement is aantrekkelijk zolang de kasstroom de uitkering dekt en nieuwe investeringen meer opleveren dan de financiering kost. Brookfield mikt op 5% tot 9% jaarlijkse groei van de uitkering. Bij 5% groei en een vereist rendement van 6% geeft een simpele perpetuity-benadering rond $29 per participatie in 2029. Daar komen de ontvangen uitkeringen nog bij. Stijgt het vereiste rendement naar 7,5%, dan zakt de modelwaarde richting $21. De rente is hier dus geen voetnoot, maar een van de belangrijkste waarderingsvariabelen. AI helpt Brookfield wanneer datacenters langjarige afnamecontracten sluiten. Het risico is dat de markt de contractwaarde verwart met de beurswaarde van het fonds. Projectschuld, minderheidsbelangen, ontwikkelingsrisico en kapitaal dat naar nieuwe bouwplannen gaat, zitten tussen de stroomprijs en de uitkering per participatie. NextEra verkoopt schaal en gereguleerd rendement NextEra bestaat uit twee motoren. Florida Power & Light investeert in een gereguleerd netwerk en verdient een toegestaan rendement op de kapitaalbasis. NextEra Energy Resources bouwt en exploiteert hernieuwbare energie en opslag op contractbasis. Daardoor heeft de groep zowel voorspelbare gereguleerde inkomsten als een ontwikkelingsplatform dat sneller kan groeien. Bij de cijfers over het tweede kwartaal van 24 juli rapporteerde NextEra $1,15 aangepaste winst per aandeel, tegenover $1,05 een jaar eerder. Op 18 mei kondigden NextEra en Dominion Energy hun combinatie aan. Dominion brengt onder meer een sterke positie in Virginia mee, een kernmarkt voor datacenters. De transactie moet nog door verschillende toezichthouders en de bedrijven verwachten afronding pas in de tweede helft van 2027. De overname vergroot de gereguleerde basis, maar verlaagt het risico niet automatisch. De overnamepremie, financiering, integratie en voorwaarden van toezichthouders bepalen hoeveel winst uiteindelijk per aandeel overblijft. Klanten moeten volgens het voorstel worden beschermd tegen transactie- en herstructureringskosten. Dat is logisch voor huishoudens, maar betekent ook dat aandeelhouders niet iedere dollar synergie zomaar via hogere tarieven kunnen terugverdienen. Bij $76,83 en ongeveer $4,46 trailing winst per aandeel noteert NextEra rond 17 keer de winst. Dat is een veel minder veeleisende uitgangspositie dan Bloom. In het middenscenario groeit de winst per aandeel 6% per jaar en blijft de multiple 18. Dan volgen mogelijke koersen van ongeveer $85 in 2027, $90 in 2028 en $96 in 2029. In de bearcase met 2% groei, wat verwatering en een multiple van 16 ligt het pad rond $72, $73 en $73. In een gunstig scenario met 9% groei en een multiple van 21 ontstaat ongeveer $102, $111 en $121. Drie aandelen, drie bronnen van risico Het hoge risico van Bloom komt niet alleen door de technologie. Het komt vooral door de combinatie van een kleine huidige winstbasis en een enorme beurswaarde. Groei moet tegelijk snel, winstgevend en kapitaalefficiënt zijn. Een vertraging raakt daarom zowel de winstverwachting als de multiple. Bij Brookfield zit het middelhoge risico in financiering en structuur. De activa zijn tastbaar en de contracten vaak lang, maar de economische opbrengst per participatie hangt af van rente, nieuwe kapitaaluitgifte en de prijs waartegen projecten worden gekocht of gebouwd. Het dividendrendement is een vergoeding voor die onzekerheid, geen gratis bonus. NextEra heeft de laagste operationele volatiliteit van de drie, maar is niet risicoloos. Regelgeving bepaalt het toegestane rendement, orkanen en bouwkosten kunnen de kapitaalbehoefte verhogen en de Dominion-deal maakt de balans en uitvoering complexer. Een gereguleerd monopolie kan de vraag goed opvangen, maar mag niet onbeperkt aan die vraag verdienen. Wat moet de belegger volgen? Bij Bloom zijn omzetconversie van de backlog, brutomarge, vrije kasstroom en aandelenverwatering belangrijker dan alleen nieuwe gigawatts. Bij Brookfield tellen FFO per participatie, de uitkeringsdekking, financieringskosten en verkopen van volwassen activa. Bij NextEra gaat het om winst per aandeel, groei van de gereguleerde kapitaalbasis, kredietkwaliteit en de voorwaarden rond Dominion. De conclusie is daarom minder comfortabel dan een simpele ranglijst. Bloom biedt de grootste directe gevoeligheid voor het tekort aan snel beschikbare datacenterstroom, maar de koers vraagt al uitzonderlijke uitvoering. Brookfield biedt inkomen en spreiding, maar blijft afhankelijk van kapitaalmarkten. NextEra heeft de stevigste gereguleerde basis, terwijl de overname van Dominion juist een nieuwe uitvoeringslaag toevoegt. AI kan bij alle drie de omzet of activa laten groeien. Alleen de prijs bepaalt hoeveel van die groei nog naar de aandeelhouder gaat. Lees ook: Bloom Energy gaat de S&P 500 in met miljarden aan koopdruk, maar is $83 miljard te verdedigen? Foto: K.R. Sridhar, oprichter en CEO van Bloom Energy. Archiefbeeld uit het bestaande De Belegger-beeldarchief.
- Bookings alleen dragen de beurswaarde van IonQ niet
In het kort IonQ sloot op 2 oktober op $43,77 aan de NYSE. De marktwaarde lag rond $16,1 miljard. Op 8 september verhoogde het bedrijf na de overname van SkyWater de omzetverwachting voor 2026. Dat maakt de onderneming groter en verticaler geïntegreerd, maar verandert bookings niet automatisch in vrije kas. De waardering vraagt uiteindelijk om hoge omzet, een stevige brutomarge en veel minder verwatering. IonQ verkoopt toegang tot quantumcomputers, bouwt netwerktechnologie en voegde met SkyWater productiecapaciteit toe. Die combinatie kan klanten meer zekerheid geven over hardware, levering en intellectueel eigendom. Zij maakt de cijfers ook minder eenvoudig. Overgenomen omzet kan de groei verhogen terwijl het onderliggende quantumplatform nog lang niet winstgevend is. Direct naar een onderdeel van dit artikel Bookings zijn het begin van de brug De overname verandert de omzetkwaliteit Brutowinst moet de kostenbasis inhalen Wat veronderstelt $43,77? Techniek is belangrijk, maar niet voldoende Drie koerspaden Wat de volgende rapportages moeten bewijzen Bookings zijn het begin van de brug Bookings meten getekende contractwaarde, niet de omzet van vandaag. Een contract kan over meerdere jaren worden uitgevoerd, voorwaarden bevatten of afhankelijk zijn van technische mijlpalen. Bij snelgroeiende technologiebedrijven is bookings nuttig om vraag te volgen, maar ongeschikt als vervanging van omzet en kas. In de eerste module kan €700 miljoen bookings bij een conversie van 55% worden vertaald naar ongeveer $385 miljoen omzet. Het verschil blijft in backlog of valt weg door timing en voorwaarden. Een hogere conversie versnelt de kascyclus. Een lagere conversie betekent dat de markt langer moet wachten terwijl personeel, onderzoek en productie doorgaan. De overname verandert de omzetkwaliteit Bij de cijfers van 6 mei verhoogde IonQ de oorspronkelijke omzetverwachting voor 2026 naar $260 miljoen tot $270 miljoen en hield het rekening met een forse aangepaste EBITDA-verliesmarge. De verhoging van 8 september na SkyWater maakte duidelijk dat een deel van de nieuwe schaal uit acquisitie komt. Dat is niet slecht, maar de economische bijdrage hangt af van brutomarge, integratiekosten en de hoeveelheid kapitaal die productie vraagt. Quantumdiensten kunnen bij volwassen schaal hoge marges hebben. Fabricage is kapitaalintensiever en kent andere cycli. Een dollar extra omzet is daarom niet altijd vergelijkbaar. Beleggers moeten segmenten volgen en niet alleen de geconsolideerde omzetgroei. Brutowinst moet de kostenbasis inhalen Bij $600 miljoen omzet en een brutomarge van 45% resteert $270 miljoen brutowinst. Daaruit moeten onderzoek, verkoop, administratie, aandelenbeloning en afschrijving worden betaald. IonQ investeert tegelijkertijd in computers, netwerken en fabricage. De operationele hefboom komt pas wanneer omzet sneller groeit dan die kostenbasis. Het risico is niet alleen kasverbruik. Aandelenbeloning en aandelen voor overnames vergroten het aantal stukken. Daardoor kan de onderneming operationeel verbeteren terwijl de winst per bestaand aandeel achterblijft. In de waardering moet verwatering dus naast omzetgroei staan. Wat veronderstelt $43,77? Omdat IonQ verlieslatend is, gebruiken we geen positieve huidige winstbasis. Het model werkt met een genormaliseerde toekomstige kasbasis van $0,35 per aandeel en een hoge multiple van 125. Om de huidige koers in 2029 bij die multiple te dragen, is eveneens circa $0,35 nodig. Dat klinkt gemakkelijk, maar de multiple veronderstelt dat groei daarna nog lang doorloopt. Een lagere multiple vereist veel meer kas per aandeel. Een nuttige alternatieve toets is de marktwaarde. Bij $16 miljard moet IonQ uiteindelijk miljardenomzet en een gezonde vrije-kasmarge bereiken om een normaal rendement te bieden. Als de vrije-kasmarge op termijn 20% wordt, vraagt $1 miljard vrije kas ongeveer $5 miljard omzet. Daarvoor moeten contracten converteren, systemen commercieel bruikbaar worden en de concurrentie beheersbaar blijven. Techniek is belangrijk, maar niet voldoende IonQ gebruikt trapped-ion-technologie. Die architectuur heeft sterke eigenschappen op het gebied van connectiviteit en nauwkeurigheid, maar concurreert met superconducting, photonic en andere benaderingen. IBM, Google, Microsoft, Quantinuum, Rigetti, D-Wave en onderzoeksinstellingen ontwikkelen elk eigen routes. De winnaar hoeft niet het bedrijf met de meeste aangekondigde qubits te zijn. Foutcorrectie, uptime, ontwikkelsoftware, klanttoegang en kosten per nuttige berekening tellen samen. Het sterkste argument vóór IonQ is dat technische vooruitgang en overheidsvraag een grote markt kunnen openen. Quantumcomputing hoeft klassieke computers niet te vervangen; een beperkt aantal waardevolle toepassingen kan al veel omzet opleveren. Het sterkste tegenargument is timing. Als commerciële bruikbaarheid vijf jaar later komt dan verwacht, verbrandt de onderneming langer geld en stijgt de kans op extra aandelenuitgifte. Drie koerspaden Het bear-scenario geeft $31,93 in 2027, $34,07 in 2028 en $36,35 in 2029. Daarin groeit de kasbasis met 10%, maar de multiple daalt fors en 3% jaarlijkse verwatering remt de uitkomst. Het middenscenario komt op $50,93, $59,28 en $69,00 bij 20% groei, een hoge multiple en dezelfde verwatering. Het gunstige scenario geeft $63,27, $78,56 en $97,54 wanneer groei en waardering gunstig blijven. De scenario's zijn geen koersdoelen. Zij laten vooral zien dat $43,77 een groot deel van het succes vooruitbetaalt. Bij een jonge markt kan de multiple sneller bewegen dan de omzet. Een technisch goed kwartaal kan daardoor toch een lagere koers opleveren als de vereiste opbrengst stijgt. Wat de volgende rapportages moeten bewijzen Let op organische omzet naast acquisitie-omzet, brutomarge per activiteit, bookingsconversie, cash burn, aandelenbeloning en het volledig verwaterde aantal aandelen. Daarnaast moeten technische mijlpalen worden gekoppeld aan klantgebruik. Een hoger foutgecorrigeerd prestatieniveau is waardevol wanneer klanten meer berekeningen afnemen of langere contracten tekenen. Ook de balans verdient een eigen controle. Een grote kaspositie verlengt de tijd waarin IonQ kan investeren, maar is geen rechtvaardiging om operationele verliezen buiten beschouwing te laten. Overnames zetten contanten om in goodwill, machines en nieuwe verplichtingen. De markt kan daardoor tegelijk kijken naar een comfortabele liquiditeitsbuffer en naar een snel stijgende vaste kostenbasis. Pas wanneer de bestaande kas plus toekomstige brutowinst de route naar positieve vrije kas dekt, neemt het financieringsrisico werkelijk af. Tot die tijd blijft de volledig verwaterde aandelenbasis de beste maatstaf voor wat iedere aandeelhouder van de beloofde groei overhoudt. IonQ kan uitgroeien tot een belangrijk quantumplatform. De huidige beurswaarde laat echter weinig ruimte voor een middelmatige uitkomst. Bookings, omzet en een ambitieuze roadmap zijn tussenstappen. De beleggingscase wordt pas volwassen wanneer brutowinst sneller groeit dan de kosten en vrije kas per aandeel zichtbaar wordt. Lees ook: Vier quantumaandelen met miljardenwaarderingen doorgerekend Foto: Niccolo de Masi, voorzitter en CEO van IonQ. Officiële bedrijfsfoto.











