Search this site
14109 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Maakt Alfen van al die omzet ook echt kas?
In het kort Alfen noteerde op 6 oktober 2026 €11,79 op Euronext Amsterdam. De beurswaarde lag rond €258 miljoen. Dat is klein naast de omzetverwachting van €435 miljoen tot €475 miljoen voor heel 2026, maar omzet is niet hetzelfde als waarde. Alfen moet laten zien dat projecten na materiaalkosten, personeel, werkkapitaal en investeringen voldoende vrije kas opleveren. De eerstvolgende controle komt op 4 november om 07.00 uur, wanneer Alfen de trading update over het derde kwartaal publiceert. H1 was sterk voorbeladen: de omzet van €261,5 miljoen werd geholpen door twee grote opslagprojecten. Management waarschuwde al voor een zachtere tweede jaarhelft. De markt hoort dus niet alleen een lagere omzet te beoordelen, maar vooral de kwaliteit van nieuwe orders en de ontwikkeling van de marge. De lage beurswaarde maakt de opwaartse hefboom groot als Alfen weer winstgevend groeit. Dezelfde hefboom werkt omlaag als opslagorders vertragen, laadpalen verder krimpen of de nettokas opnieuw verdwijnt. Het aandeel is daarom geen eenvoudige gok op elektrificatie. Het is een test of Alfen drie verschillende activiteiten kan omzetten in voorspelbare kas per aandeel. Direct naar een onderdeel van dit artikel H1 nam al veel omzet mee Opslagbacklog moet nieuwe kwaliteit tonen Grid groeit, laden moet zichzelf opnieuw uitvinden De kasomslag kwam vooral uit werkkapitaal Hoe snel kan de marge herstellen? Wat moet €11,79 waarmaken? Drie scenario's Wat op 4 november moet blijken H1 nam al veel omzet mee Op 18 augustus rapporteerde Alfen een H1-omzet van €261,5 miljoen, 23,6% meer dan een jaar eerder. Energy Storage Systems groeide 87,8% naar €98,8 miljoen en Smart Grid Solutions 14,9% naar €111,6 miljoen. EV Charging daalde 17,4% naar €51,1 miljoen. Het management handhaafde de jaaromzetverwachting van €435 miljoen tot €475 miljoen en een aangepaste EBITDA-marge van 4% tot 7%. Omdat de eerste jaarhelft voorbeladen was, ligt de benodigde H2-omzet duidelijk lager dan H1. De module laat zien hoeveel omzet nog nodig is bij verschillende punten in de guidance. Een lagere tweedehelftomzet is dus niet automatisch een misser. Het risico zit in de mix. Grote batterijprojecten kunnen veel omzet toevoegen met een lagere brutomarge dan laadpalen. Gridprojecten kunnen juist stabieler zijn, maar vragen planning en capaciteit. Een belegger die alleen naar de bovenste omzetregel kijkt, mist welk onderdeel de winst draagt. Opslagbacklog moet nieuwe kwaliteit tonen Energy Storage Systems eindigde H1 met €93 miljoen backlog, waarvan €37 miljoen voor 2026 en €56 miljoen voor 2027. Alfen meldde bovendien ongeveer €30 miljoen nieuwe orders sinds het einde van Q2. Dat is steun voor de pijplijn, maar management zei ook dat de conversie in Q2 trager was dan de onderliggende klantinteresse. Daar zit de belangrijkste Q3-vraag. Interesse is geen order, een order is geen omzet en omzet is geen kas. Opslagprojecten kennen mijlpalen, klantbetalingen en mogelijke vertragingen bij netaansluiting of vergunning. Op 4 november telt daarom niet alleen het bedrag van de nieuwe backlog, maar ook hoeveel ervan vastligt, wanneer levering wordt verwacht en welke marge past bij de projectmix. De brutomarge van Energy Storage Systems kwam in H1 uit op 22,8%, tegenover 27,4% een jaar eerder. De vergelijking van 2025 bevatte een gunstige vrijval van projectvoorzieningen en een andere mix. Dat maakt de daling verklaarbaar, maar wel belangrijk. Bij een groepsmarge die al dun is, heeft elk procentpunt veel invloed op EBITDA. Grid groeit, laden moet zichzelf opnieuw uitvinden Smart Grid Solutions profiteert van investeringen door netbeheerders. In H1 leverde Alfen 1.716 substations, waarvan 1.199 in Nederland en 517 in Finland. De brutomarge steeg licht naar 22,9%. Netcongestie en elektrificatie zorgen voor een lange lijst noodzakelijke projecten. Toch kunnen aanbesteding, vergunning en personeelscapaciteit de omzet timing geven. EV Charging blijft het zwakke onderdeel. Alfen leverde in H1 53.700 laadpunten, 12,3% minder dan een jaar eerder. De gemiddelde verkoopprijs daalde door scherpere concurrentie en de brutomarge zakte naar 39,5%. Dat is nog steeds de hoogste marge van de drie segmenten, maar minder volume betekent dat vaste ontwikkelkosten over minder apparaten worden verdeeld. In het eerdere artikel over de personeelsingreep staat hoe kosten en politiek de groeiverwachting raakten. De nieuwe strategie wil Alfen van hardware naar een combinatie van hardware, software en service brengen. Dat kan de terugkerende marge verhogen, maar pas wanneer klanten daadwerkelijk betalen voor monitoring, remote service en beheer. De kasomslag kwam vooral uit werkkapitaal De operationele kasstroom was in H1 €36,5 miljoen positief, tegenover €10,8 miljoen een jaar eerder. De nettoschuld van €20,7 miljoen eind 2025 draaide naar €6,2 miljoen nettokas op 30 juni 2026. Dat is een duidelijke verbetering. De motor was vooral een daling van het werkkapitaal met €23,1 miljoen, grotendeels door lagere voorraden. Dat geld komt vrij wanneer opgeslagen materialen worden verkocht of minder nieuw materiaal wordt gekocht. Het kan niet elk halfjaar in dezelfde omvang worden herhaald. Alfen zei bovendien dat verdere voorraadverlaging door krapper aanbod minder waarschijnlijk is. Daarom is de kasstroom van H2 een belangrijke kwaliteitstest. Als de kas positief blijft terwijl omzet daalt en voorraad niet opnieuw sterk afneemt, wijst dat op betere onderliggende discipline. Als debiteuren oplopen of klanten later betalen, kan de nettokas snel weer verdwijnen. Hoe snel kan de marge herstellen? De aangepaste EBITDA-marge van H1 bedroeg 6,3%. De gerapporteerde EBITDA-marge was 4,2%, omdat Alfen onder meer herstructurerings- en transformatiekosten corrigeerde. Eenmalige kosten kunnen terecht apart worden bekeken, maar herhaalde transformatiekosten worden economisch steeds minder eenmalig. De module hieronder koppelt omzetgroei aan een geleidelijk herstel van de EBITDA-marge. Zij laat zien dat een kleine onderneming niet alleen meer omzet nodig heeft. Het verschil wordt gemaakt door hoeveel van iedere extra euro na kosten overblijft. In het interviewartikel met de voormalige CEO is te lezen hoe snel operationele problemen het vertrouwen kunnen raken. Onder CEO Michael Colijn ligt de opdracht nu bij uitvoering: betere segmentverantwoordelijkheid, lagere kosten en aantoonbare service-inkomsten. Het sterkste optimistische argument is de structurele behoefte aan elektriciteitsinfrastructuur. Netbeheerders moeten investeren, opslag helpt pieken opvangen en laadpunten blijven nodig. Het sterkste tegenargument is dat een aantrekkelijke markt niet automatisch een aantrekkelijke marge oplevert. Concurrenten zien dezelfde vraag, projecten kunnen worden uitgesteld en klanten hebben onderhandelingsmacht. Wat moet €11,79 waarmaken? Omdat de gerapporteerde nettowinst nog licht negatief is, is een gewone koers-winstverhouding weinig zinvol. De reverse valuation gebruikt daarom toekomstige vrije kasstroom per aandeel. Wie 10% jaarlijks koersrendement verlangt en in 2029 achttien keer vrije kasstroom per aandeel wil betalen, kan terugrekenen welke kas nodig is. De vereiste kasstroom moet na investeringen en op een verwaterde aandelenbasis worden gemeten. Nieuwe aandelen om groei te financieren verhogen wel de ondernemingskas, maar verdelen de waarde over meer stukken. Nettokas mag niet dubbel als aparte bonus en als rentebesparing worden geteld. Drie scenario's Bear rekent op trage opslagorders, verdere krimp bij laden en opnieuw financieringsdruk. Midden veronderstelt groei bij grids en opslag met geleidelijk margeherstel. Gunstig vraagt dat software en service de terugkerende marge verhogen zonder grote verwatering. De koersen voor 2027, 2028 en 2029 zijn eigen scenario's, geen koersdoelen. Het gunstige pad lijkt vanaf €11,79 spectaculair, maar vraagt een forse winstomslag. Bij een bedrijf met een beurswaarde van €258 miljoen kan beperkte extra winst veel per aandeel doen. Een nieuwe tegenvaller kan om dezelfde reden hard aankomen. Wat op 4 november moet blijken Controleer eerst de omzet per segment en plaats die naast de H1-voorbelasting. Kijk vervolgens naar de opslagbacklog: totaalbedrag, verdeling over 2026 en 2027 en nieuwe orderkwaliteit. Let bij EV Charging op volume, gemiddelde verkoopprijs en brutomarge. Bij Smart Grid Solutions telt of de sterke vraag ook in leveringen en winst verandert. De belangrijkste balanscontrole is nettokas. Kijk of operationele kasstroom ook zonder een grote nieuwe voorraadvrijval positief blijft. Vraag bij transformatiekosten welk deel werkelijk afloopt en welk deel bij de normale kostenbasis hoort. Alfen hoeft op 4 november geen perfecte ommekeer te tonen. Het moet wel bewijzen dat de lage beurswaarde niet alleen een spiegel van lage winst is. De beste bevestiging is een orderboek met duidelijke timing, stabiele kas en een margepad dat in 2027 verder kan herstellen. Pak je kans! Word lid met de code GRAAG en krijg 50 procent korting.
- Shell levert dividend, maar olie bepaalt hoeveel inkoop overblijft
In het kort Shell sloot op 6 oktober 2026 op €43,19 op Euronext Amsterdam, 0,75% hoger dan een dag eerder. Het aandeel combineert een kwartaaldividend met omvangrijke aandeleninkoop. Dat maakt de uitkering zichtbaar, maar niet automatisch veilig. De echte dekking komt uit operationele kasstroom na investeringen, en die beweegt mee met olie, gas, raffinagemarges en handelsresultaten. De recente investeringsbeslissing om LNG Canada te verdubbelen vergroot de toekomstige productiecapaciteit. Tegelijk vraagt zo'n project jarenlang kapitaal voordat alle kas binnenkomt. De belegger moet daarom twee vragen uit elkaar houden. Kan Shell vandaag dividend en inkoop dragen? En leveren de investeringen genoeg rendement om die uitkering later te laten groeien? De beurs waardeert Shell veel lager dan snelgroeiende technologiebedrijven. Dat is logisch omdat grondstoffenprijzen cyclisch zijn en grote projecten kapitaalintensief blijven. De lage multiple biedt alleen bescherming wanneer de kasstroom ook bij lagere prijzen voldoende sterk is. Een hoog dividendrendement is geen vloer als het met schuld of verkoop van bezittingen wordt betaald. Direct naar een onderdeel van dit artikel De olieprijs werkt niet één op één door Dividend en inkoop komen uit dezelfde kas LNG Canada vergroot capaciteit en verplichting Geopolitiek is opbrengst én risico Wat moet €43,19 waarmaken? Drie koerspaden Waarop letten bij de cijfers van 29 oktober De olieprijs werkt niet één op één door Een hogere Brent-prijs verhoogt doorgaans de opbrengst per vat. Shell heeft echter ook gascontracten, raffinaderijen, chemie, LNG, marketing en handelsactiviteiten. Sommige prijzen zijn gekoppeld aan olie, andere aan regionale gasmarkten of langlopende contracten. Belastingen en productiedeling veranderen per land. Daardoor is de gevoeligheid geen vaste rekensom. Toch helpt een bandbreedte. De module hieronder gebruikt een eigen eenvoudige gevoeligheid rond $70 Brent. Zij is nadrukkelijk geen Shell-guidance. Het doel is zichtbaar maken hoeveel de kasruimte kan bewegen wanneer de grondstofprijs langdurig lager of hoger ligt. Het sterkste optimistische argument is dat Shell minder afhankelijk is van één vat olie dan de naam suggereert. LNG-contracten, raffinage, verkoop aan consumenten en trading kunnen schommelingen dempen. Het sterkste tegenargument is dat veel onderdelen uiteindelijk toch reageren op dezelfde energiemarkt. Bij een brede recessie kunnen olieprijs, raffinagemarge en chemievraag tegelijk dalen. In het archiefstuk Never Sell Shell? is te zien hoe dividendzekerheid in de energiesector plotseling kan verdwijnen wanneer omstandigheden extreem worden. De bedrijfsstructuur en balans zijn sindsdien veranderd, maar de les blijft actueel: een historische uitkering is geen contract voor de toekomst. Dividend en inkoop komen uit dezelfde kas Dividend geeft aandeelhouders direct geld. Aandeleninkoop vermindert het aantal stukken en verhoogt de winst per aandeel als de nettowinst gelijk blijft. Economisch komen beide uit dezelfde bron. Shell moet eerst de activiteiten draaiend houden, velden onderhouden, nieuwe projecten bouwen, belasting betalen en rente voldoen. De module hieronder trekt capex, dividend en inkoop van de operationele kasstroom af. Wanneer het restant negatief wordt, moet Shell kas aanspreken, meer schuld aangaan, bezittingen verkopen of de uitkering verlagen. Een onderneming kan dat tijdelijk doen. Structureel is het geen houdbaar model. Het verschil tussen onderhouds- en groeicapex is belangrijk. Onderhouds-capex houdt bestaande productie op peil en is moeilijk weg te snijden. Groei-investeringen kunnen worden uitgesteld, maar dat verlaagt later de productie of vertraagt nieuwe kasstromen. Een hoge vrije kasstroom die alleen ontstaat door projecten stil te zetten, is niet per definitie waardecreatie. Shell declareert dividend in dollars. De Amsterdamse belegger ontvangt uiteindelijk een eurobedrag dat ook door de wisselkoers wordt beïnvloed. De Londense notering gaf een lopend rendement rond 4,2%, maar dat is een momentopname van de Londense koers. Voor de Amsterdamse positie horen koers, valuta en exacte betaaldatum op dezelfde basis te worden gecontroleerd. LNG Canada vergroot capaciteit en verplichting Op 29 september maakte Shell de definitieve investeringsbeslissing bekend om LNG Canada met een tweede fase uit te breiden. LNG is aardgas dat sterk wordt gekoeld zodat het per schip kan worden vervoerd. Het project kan Aziatische afnemers langdurig gas leveren en Shell meer schaal geven in een markt waarin het al groot is. Capaciteit is nog geen benutting. De economische waarde hangt af van bouwkosten, timing, contractprijzen, beschikbaarheid van gas en hoeveel dagen de installatie werkelijk draait. Een project kan technisch klaar zijn en toch minder kas opleveren wanneer vraag of prijs tegenvalt. Andersom kan een langlopend contract juist stabiliteit bieden bij volatiele spotprijzen. Het recente besluit is relevant, maar het verandert de kasstroom van dit kwartaal niet onmiddellijk. De investeringsrekening komt eerder dan een groot deel van de opbrengst. Voor dividendbeleggers telt daarom of de bestaande portefeuille genoeg kas blijft leveren tijdens de bouw. Geopolitiek is opbrengst én risico In de analyse over Iran en de Straat van Hormuz legt De Belegger uit waarom een groot deel van de wereldwijde olie- en LNG-stroom door een smalle route gaat. Spanningen kunnen de olieprijs verhogen en daarmee de winst van producenten. Ze kunnen tegelijk transport, verzekeringskosten en fysieke levering verstoren. Een hogere olieprijs is dus niet zuiver positief. Regeringen kunnen extra belasting heffen, consumenten verminderen vraag en projecten worden politiek gevoeliger. Shell opereert bovendien in landen met verschillende regelgeving, sancties en eigendomsverhoudingen. De kasstroommultiple moet die onzekerheid weerspiegelen. De energietransitie voegt een tweede laag toe. Shell kan investeren in LNG, laadnetwerken, biobrandstoffen, waterstof en CO2-opslag. Niet elk project haalt dezelfde rendementseis. Management moet kapitaal sturen naar activiteiten die na subsidie, belasting en onderhoud voldoende vrije kas leveren. Een groen label maakt een project niet automatisch rendabel, net zoals een olieproject niet automatisch waardevernietigend is. Wat moet €43,19 waarmaken? De reverse valuation rekent met vrije kasstroom per aandeel. Wie 7% jaarlijks koersrendement verlangt en in 2029 tien keer de vrije kasstroom per aandeel betaalt, kan terugrekenen welke kasstroom nodig is. Dividend komt daar als totaalrendement nog bij, maar mag niet tegelijk als gratis extra kasstroom worden geteld. Een multiple van tien past bij een cyclisch energiebedrijf, maar is geen natuurwet. Bij structureel lagere grondstoffenprijzen of hogere kapitaalkosten kan de markt minder betalen. Bij voorspelbare LNG-contracten, discipline en dalende aandelenbasis kan een hogere multiple gerechtvaardigd zijn. Kas en schuld mogen niet dubbel worden verwerkt. In een ondernemingswaardemodel wordt netto schuld van de bedrijfswaarde afgetrokken. In een per-aandeelkasstroommodel zit rente al in de kasstroom en moet de analist voorzichtig zijn met een tweede aftrek. Hetzelfde geldt voor aandeleninkoop: zij verhoogt alleen de waarde per aandeel voor zover het netto aantal stukken werkelijk daalt. Drie koerspaden Bear veronderstelt lagere olie- en gasprijzen terwijl investeringen niet snel genoeg kunnen dalen. Midden rekent op voldoende kas voor dividend en gematigde inkoop. Gunstig vraagt sterke LNG- en olieprijzen, projectdiscipline en inkoop zonder oplopende schuld. De koersen voor 2027, 2028 en 2029 zijn eigen scenario's en geen consensus. Zij tonen vooral dat het dividend de uitkomst niet alleen bepaalt. In het bear-scenario kan een paar jaar uitkering een koersdaling niet volledig compenseren. In het gunstige scenario komt een belangrijk deel van de waarde uit minder aandelen en hogere vrije kas per resterend stuk. Waarop letten bij de cijfers van 29 oktober De volgende cijfers staan gepland voor 29 oktober. Let eerst op kas uit bedrijfsactiviteiten en investeringen. Controleer daarna hoeveel geld naar dividend en inkoop ging en of netto schuld daalde. Een hoge inkoop terwijl schuld stijgt is minder overtuigend dan een iets lagere inkoop uit volledig gedekte vrije kas. Kijk ook naar de LNG-volumes, raffinagemarges en projectvoortgang. Een contract is geen erkende omzet en capaciteit is geen benutting. Shell hoeft niet op elk onderdeel te groeien. De onderneming moet vooral aantonen dat haar portefeuille door de cyclus genoeg kas oplevert om investeringen en uitkeringen tegelijk te dragen. Rond €43,19 is Shell aantrekkelijk voor beleggers die kasuitkering zoeken. De juiste vraag is alleen niet hoeveel dividend morgen op de rekening komt. Het gaat om hoeveel van dat dividend en de aandeleninkoop overeind blijft wanneer de olieprijs minder vriendelijk wordt. Pak je kans! Word lid met de code GRAAG en krijg 50 procent korting.
- Milou Brand zegt met spijt terug te kijken naar de samenwerking met Finfluencer Pim Verlaan
Twaalf miljoen plays. Meer dan 220 afleveringen. Een van de bekendste podcasts van het land. En de vrouw wier stem je in elke aflevering hoort, liet zich betalen als ingehuurde kracht: een vast bedrag per aflevering. Dat zeg ik niet, dat zegt ze zelf. Milou Brand vertelde het begin oktober bij BNR, in The Friday Move. Finfluencer Pim Verlaan benaderde haar in 2020 via LinkedIn. Zij wist niets van beleggen, dacht dat niemand zou luisteren en wilde vooral haar net gekochte podcastset terugverdienen. Dus bood Pim haar een kleine vergoeding per aflevering. De set was snel terugverdiend. Het succes dat daarna kwam, landde volgens haar vooral bij hem: "Hij strijkt er meer van op in financiële zin." Vervolgens zegt ze dat ze heeft geprobeerd te onderhandelen met Pim toen haar podcast een succes werd maar dat mocht niet baten. Ik vind dat pijnlijk. Luister één aflevering en je hoort waarom deze podcast werkt. Hij zegt de kennis te hebben, zij maakt die verstaanbaar. Zij stelt de vragen die de luisteraar heeft en ze is ook nog de producer. Zonder haar is Jong Beleggen een man die over zijn slecht presenterende portefeuille praat. Ze heeft geprobeerd de vergoeding tussentijds omhoog te krijgen. Dat lukte niet volgens haar, waarschijnlijk omdat Pim alles voor zich zelf wilde houden. Ze praat daarna zichzelf moed aan: "het risico was toen al gelopen". Dat vind ik te makkelijk en een vorm van victimblaming. Het risico van een podcast is een microfoon en een paar avonden werk. Dat risico was na tien afleveringen voorbij. De opbrengst loopt al zes jaar door terwijl zij er naar eigen zeggen niet in mee doet. Het wrange is dat dit precies de les is die de podcast zelf verkoopt. Werk niet voor je geld, laat je geld voor jou werken. Wees eigenaar, geen uurtje factuurtje maar beleggen met beleid en eigenaar worden van bedrijven. Brand schreef er net een boek over, waarin ze Nederland uitlegt dat je mede-eigenaar moet worden van de economie. In haar eigen succes was ze dat niet. Ook noemt ze in dat zelfde gesprek haar idool Bas Jacobs die juist pleit voor een eerlijke verdeling door aanwasbelasting in toe voeren. Het is onduidelijk waarom Pim haar later niet alsnog een betere deal bood. Zes jaar later begint ze er zelf over, op de landelijke radio. Dat doe je niet over iets dat niks betekent. Pim Verlaan lijkt niets verkeerd te hebben gedaan. Een contract is immers een contract, Brand lijkt hem nergens van te beschuldigen en de podcast verschijnt nog altijd onder beide namen. Maar wie zes jaar lang uitlegt hoe je verstandig en voor de lange termijn met geld omgaat en hoe je mee moet doen in de groei en winst van een bedrijf, weet ook wat een eerlijke verdeling is. Dus, Pim: als dit nog niet is rechtgezet, zet het recht. Laat haar meedelen in wat jullie samen hebben gebouwd.
- Salesforce oogt goedkoop maar deze optietrade kan flink bijten
In het kort Salesforce kan een interessante AI-belegging zijn en tegelijk een lastige kandidaat voor een optietrade op een rustige koers. Een besproken iron condor levert maximaal 354 dollar op, tegenover 646 dollar mogelijk verlies per combinatie vóór kosten. Bovendien is de winst van Salesforce minder eenvoudig te waarderen dan de kopcijfers suggereren. Wie aandelen koopt en wie deze opties verkoopt, doet daarom twee wezenlijk verschillende voorspellingen. Op 6 oktober beschreef Julia Spina in CNBC Options Action een strategie waarmee beleggers verdienen als Salesforce tot 20 november binnen een koersband blijft. Dat klinkt logisch voor een aandeel waarover optimisten en pessimisten elkaar voortdurend tegenspreken. Toch kan juist die onenigheid de brandstof worden voor een plotselinge uitbraak. Een beperkt verlies op papier maakt de aanname achter de trade nog niet overtuigend. De centrale vraag is of AI de verdienkracht van Salesforce versterkt of aantast. Voor een aandeelhouder kan het jaren duren voordat dat duidelijk wordt. De optieverkoper heeft die tijd niet: de afrekening komt op een vaste datum. Hieronder staat de gepubliceerde combinatie als rekenvoorbeeld, met de oorspronkelijke premie van 3,54 dollar. Dat is geen actuele, uitvoerbare optiequote. Voor de afzonderlijke aandelenwaardering gebruiken we een ronde rekenkoers van 225 dollar. Direct naar een onderdeel van dit artikel AI kan licenties kosten en toch meer omzet opleveren De premie is 354 dollar maar de inzet is groter Toewijzing kan een veel grotere geldstroom veroorzaken Een lage winstmultiple verdient een tweede blik Drie paden voor de koers in 2027 tot en met 2029 Een AI-kans is nog geen reden om rust te verkopen AI kan licenties kosten en toch meer omzet opleveren Salesforce verdient aan software waarmee bedrijven verkoop, klantgegevens en serviceprocessen organiseren. AI-agents kunnen een deel van dat werk uitvoeren. Minder menselijke gebruikers kan minder licenties betekenen, maar Salesforce kan ook betaald worden voor het werk van de agent. De officiële prijsstructuur biedt zowel gebruikerslicenties als verbruiksprijzen. De vraag is dus hoeveel waarde het bedrijf per klant kan blijven factureren als de manier van werken verandert. Een eenvoudig rekenvoorbeeld maakt dat tastbaar. Verliest een softwareleverancier bij een klant 100.000 dollar jaarlijkse licentieomzet en krijgt hij daar 150.000 dollar AI-verbruik voor terug, dan stijgt de omzet met 50.000 dollar. Kost het uitvoeren van die AI-taken 70.000 dollar extra, dan verslechtert de bijdrage aan het resultaat met 20.000 dollar, vóór andere veranderingen. Deze bedragen zijn aannames. Meer AI-omzet bewijst op zichzelf nog geen betere economie. Bij de kwartaalcijfers van 26 augustus meldde Salesforce 11,345 miljard dollar omzet over de drie maanden tot en met juli, ongeveer 11 procent meer dan een jaar eerder. Daarin zat 456 miljoen dollar omzet van Informatica. Agentforce en Data 360 kwamen samen op bijna 3,9 miljard dollar geannualiseerde terugkerende contractwaarde. Die ARR is geen kwartaalomzet en evenmin nettowinst. Het sterkste argument vóór Salesforce is dat AI juist toegang nodig heeft tot betrouwbare bedrijfsgegevens en toegestane handelingen. Tijdens de beleggersdag van 16 september presenteerde het bedrijf een omzetdoel van ruim 63 miljard dollar voor boekjaar 2030, inclusief aangekondigde overnames. Dat is een ambitie, geen vaststaande opbrengst. Voor aandeelhouders telt of klanten meer betalen én of de extra omzet uiteindelijk meer winst per aandeel oplevert. De premie is 354 dollar maar de inzet is groter De combinatie uit het CNBC-stuk bestaat uit vier opties met dezelfde vervaldatum, 20 november 2026. De belegger verkoopt een put met uitoefenprijs 210 dollar en koopt een put op 200 dollar. Tegelijk verkoopt hij een call op 260 dollar en koopt een call op 270 dollar. Een put geeft de koper het recht aandelen te verkopen; een call geeft het recht aandelen te kopen. De verkochte rechten brengen premie binnen, de gekochte rechten vormen de bescherming. Voor één standaardcombinatie gaat het om 100 aandelen per optiecontract. De netto ontvangen premie is 3,54 × 100 = 354 dollar. Het verschil tussen de uitoefenprijzen aan één kant is 10 dollar. Het maximale verlies bij correcte afwikkeling op expiratie is daarom (10 − 3,54) × 100 = 646 dollar. Beide verliesvleugels worden niet opgeteld: één slotkoers kan niet tegelijk onder 200 en boven 270 dollar liggen. Dit volgt uit het uitbetalingsprofiel van een iron condor. Tussen 210 en 260 dollar blijft op expiratie de volledige premie over. De grenzen voor quitte spelen liggen op 210 − 3,54 = 206,46 dollar en 260 + 3,54 = 263,54 dollar. Bij een slotkoers van 205 dollar kost de geschreven put 500 dollar en eindigt de combinatie op 146 dollar verlies. Bij 275 dollar is het verlies 646 dollar. Ook goed nieuws kan de trade dus maximaal laten verliezen. De maximale opbrengst is 354 / 646 = 54,8 procent van het maximale verliesbedrag over deze looptijd. Dat is geen verwacht rendement, maandrendement of jaarrendement. Stel dat openen en sluiten samen 10 dollar kosten, dan daalt de maximale nettowinst na handelskosten tot 344 dollar en stijgt het maximale verlies tot 656 dollar. Belasting, financieringskosten en de dollar tegenover de euro zijn daarin nog niet verwerkt. Toewijzing kan een veel grotere geldstroom veroorzaken Het OCC en FINRA leggen een verschil uit dat bij deze trade essentieel is. Toewijzing van de verkochte put verplicht tot aankoop van 100 aandelen voor 210 dollar per stuk, dus 21.000 dollar. Toewijzing van de verkochte call verplicht juist tot levering van 100 aandelen tegen 260 dollar. Zonder aandelen kan een shortpositie ontstaan. De ontvangen 26.000 dollar is dan geen gratis winst: daar staat een aandelenverplichting tegenover. De beschermende optie blijft een apart contract. Zij wordt niet vanzelf op hetzelfde moment als de geschreven optie uitgeoefend. Bij Amerikaanse aandelenopties kan toewijzing bovendien vóór expiratie gebeuren. Wie na expiratie onbedoeld aandelen of een shortpositie overhoudt, loopt verder koersrisico. De verliesgrens van 646 dollar beschrijft de intacte, correct afgewikkelde combinatie; zij beschermt niet automatisch tegen fouten in de afwikkeling. Dat verschil is vooral relevant voor kleinere rekeningen. Een maximaal berekend verlies van enkele honderden dollars kan passen binnen een risicobudget, terwijl een tijdelijke aandelenverplichting van tienduizenden dollars helemaal niet past. Voor een ervaren optiebelegger kan actief beheer werkbaar zijn. Voor iemand die Salesforce simpelweg een aantrekkelijk bedrijf vindt, voegt deze constructie een tweede beslissing toe: hoeveel korte koersbeweging wil hij verkopen? Een lage winstmultiple verdient een tweede blik Salesforce rapporteerde over het tweede kwartaal 5,90 dollar aangepaste winst per aandeel. Daarvan kwam 2,53 dollar uit strategische beleggingen. Zonder die bijdrage blijft 3,37 dollar over. Viermaal dat kwartaalbedrag is 13,48 dollar: bij de rekenkoers van 225 dollar ongeveer 16,7 keer die jaarlijkse winstcapaciteit. Dat is een vereenvoudigde berekening op basis van de kwartaalcijfers, geen officiële jaarverwachting. Zij houdt geen rekening met seizoenen en toekomstige veranderingen in het aantal aandelen. Voor de scenario’s ronden we die rekenbasis af op 13,50 dollar. Ook dat is geen volledig schone winstmaat: aandelenbeloning en andere aanpassingen zitten nog steeds buiten de aangepaste winst. Het voordeel is wel dat we een grote beleggingsmeevaller niet automatisch elk kwartaal laten terugkomen. De waarderingsvraag wordt vervolgens concreet: hoeveel moet de terugkerende verdienkracht groeien om de betaalde prijs te rechtvaardigen? Draai de gebruikelijke koersdoelvraag om. Wie vanaf 225 dollar in drie jaar tien procent jaarlijks koersrendement verlangt, heeft een eindkoers nodig van 225 × 1,10³ = 299,48 dollar. Bij twintig keer de jaarwinst is daarvoor 299,48 / 20 = 14,97 dollar winst per aandeel nodig. Vanaf de rekenbasis van 13,50 dollar vraagt dat ongeveer 3,5 procent jaarlijkse winstgroei. Bij slechts vijftien keer de winst wordt 19,97 dollar nodig. De prijs die andere beleggers later willen betalen doet dus veel werk. Dit is het sterkste bezwaar tegen een al te sombere kijk op het aandeel. Salesforce hoeft bij deze aannames geen explosieve AI-groei te leveren voor een behoorlijk rendement. Maar een aantrekkelijke waardering biedt geen kalendergarantie. Het aandeel kan ver onder een berekende waarde zakken of juist binnen weken veel duurder worden. Beide bewegingen kunnen een neutrale optietrade treffen. Drie paden voor de koers in 2027 tot en met 2029 De waarderingsscenario’s lopen vanaf 6 oktober 2026 telkens één jaar verder, tot dezelfde datum in 2027, 2028 en 2029. De formule is jaarlijkse winstcapaciteit maal de gekozen winstmultiple. Alle groeivoeten en multiples hieronder zijn eigen aannames, zonder toegekende kansen. Dividend, belastingen, transactiekosten en wisselkoersen blijven buiten het berekende koersrendement. Deze horizon staat los van de opties, die al op 20 november 2026 aflopen. In het basisscenario groeit de winstcapaciteit vanaf 13,50 dollar met acht procent per jaar en blijft de waardering twintig keer de winst. Salesforce behoudt klanten en compenseert druk op gebruikerslicenties met AI en andere producten. De modelwaarden komen dan uit op ongeveer 292 dollar in 2027, 315 dollar in 2028 en 340 dollar in 2029. De laatste uitkomst volgt uit 13,50 × 1,08³ × 20. Vanaf 225 dollar is dat circa 14,8 procent koersrendement per jaar. Het ongunstige scenario veronderstelt dat prijsdruk en concurrentie de winstcapaciteit jaarlijks vijf procent laten krimpen. De markt betaalt nog dertien keer de winst. Dan volgen circa 167, 158 en 150 dollar. In het gunstige scenario stijgt de winstcapaciteit vijftien procent per jaar doordat AI-gebruik winstgevend opschaalt. Tegen vijfentwintig keer de winst ontstaan waarden van ongeveer 388, 446 en 513 dollar. De grote spreiding laat zien hoe gevoelig een waardering is voor groei én de eindmultiple. Een beperking van dit model is dat de multiple direct op het gekozen niveau staat. De beurs beweegt in werkelijkheid niet keurig langs jaarlijkse meetpunten. Overnames, aandeleninkoop, nieuwe aandelenbeloning en een veranderende rente kunnen het pad tussentijds verschuiven. Het model helpt om aannames te vergelijken; het vertelt niet welke novemberoptie de beste prijs heeft. Daarvoor zijn actuele bied- en laatprijzen en een afzonderlijke inschatting van de koersbeweeglijkheid nodig. Een AI-kans is nog geen reden om rust te verkopen De verdediging van de iron condor is redelijk: onzekerheid kan opties duur maken, waarna een beperkte beweging genoeg is om premie te verdienen. Tijdsverloop kan de positie helpen. Maar onzekerheid kan ook terecht ingeprijsd zijn. Tegenstrijdige verwachtingen over AI betekenen niet dat beide kampen elkaar tot 20 november in evenwicht houden. Eén overtuigende ontwikkeling kan dat evenwicht verbreken. Ook een genoemde winstkans van 61 procent of een kans van 72 procent om tussentijds de halve premie te verdienen is geen vast gegeven. Zonder de volledige modelaannames zijn zulke percentages niet zelfstandig te beoordelen. Winst op expiratie en tussentijds 177 dollar winst kunnen sluiten zijn bovendien verschillende gebeurtenissen. Een hoge trefkans zegt weinig zonder de gemiddelde winst, het gemiddelde verlies en alle transactiekosten. Het oordeel is daarom positiever over de mogelijkheid van een aantrekkelijk gewaardeerd Salesforce dan over het automatisch overnemen van deze optietrade. De onderneming heeft een geloofwaardige manier om aan AI te verdienen, maar moet die opbrengst in duurzame winst per aandeel omzetten. Sterkere organische groei met gezonde marges zou het aandelenverhaal verbeteren. Voor de iron condor is ander bewijs nodig: een actuele premie die ruim genoeg compenseert voor realistische koersuitslagen en een afwikkeling die binnen het beschikbare kapitaal past. Lees ook: Salesforce groeit dubbelcijferig, maar de kasstroom loopt achter. Omslag: Marc Benioff tijdens Dreamforce in San Francisco, 18 september 2024. Archieffoto van Tia Dufour/DHS, uitsnede via Wikimedia Commons. Amerikaans overheidswerk, publiek domein.
- Ahold Delhaizes aandeleninkoop loont alleen bij een lage prijs
In het kort Ahold Delhaize noteerde op 6 oktober 2026 rond €31,57 op Euronext Amsterdam. De beurswaarde bedroeg ongeveer €27,6 miljard. Het concern combineert dividend met een aandeleninkoopprogramma van €1 miljard. Dat kan de winst per aandeel verhogen, maar alleen wanneer de operationele kasstroom de uitkeringen draagt en de onderneming niet te duur inkoopt. Bij een aandeleninkoop verdwijnen stukken uit de markt. Dezelfde winst wordt daarna over minder aandelen verdeeld. Dat klinkt automatisch gunstig, maar de prijs bepaalt hoeveel aandelen €1 miljard werkelijk kan intrekken. Een inkoop onder intrinsieke waarde creëert waarde; een te dure inkoop verplaatst waarde van blijvende aandeelhouders naar verkopers. De supermarktgroep blijft ondertussen een bedrijf met dunne marges. In de Verenigde Staten rapporteerde Ahold Delhaize over het tweede kwartaal een onderliggende operationele marge van 4,2 procent, 0,2 procentpunt lager door prijsinvesteringen, hogere nutslasten en indirecte energiekosten. De ruimte voor kapitaaluitkeringen begint daarom bij de kassa en eindigt pas na investeringen. Direct naar een onderdeel van dit artikel Hoe een inkoop de winst per aandeel verhoogt De kasstroom betaalt twee rekeningen Waarom marges belangrijker zijn dan omzetgroei De sterkste tegenwerping Wat moet €31,57 waarmaken? Drie mogelijke koerspaden Wat de cijfers van 4 november moeten laten zien Hoe een inkoop de winst per aandeel verhoogt Stel dat de nettowinst €2,2 miljard blijft en er ongeveer 900 miljoen aandelen uitstaan. De winst per aandeel is dan circa €2,44. Koopt Ahold jaarlijks €1 miljard aan aandelen in tegen gemiddeld €32, dan verdwijnen ruim 31 miljoen aandelen. Na drie jaar kan de winst per aandeel hoger liggen zonder dat de totale winst groeit. Dat mechanisme is krachtig, maar de vereenvoudiging is belangrijk. Een bedrijf kan niet onbeperkt €1 miljard uitkeren als winst en vrije kasstroom onder druk staan. De inkoopprijs wisselt dagelijks. Nieuwe aandelenbeloning kan bovendien een deel van de daling in het aantal aandelen compenseren. De belegger moet daarom niet alleen naar het aangekondigde bedrag kijken. Belangrijker zijn het werkelijk ingekochte aantal aandelen, de gemiddelde prijs en de ontwikkeling van het verwaterde aantal aandelen. Verwatering betekent dat dezelfde onderneming over meer stukken wordt verdeeld. De kasstroom betaalt twee rekeningen Ahold Delhaize keert dividend uit en koopt aandelen in. Beide zijn uitkeringen aan aandeelhouders, maar ze werken anders. Dividend geeft iedereen direct cash. Een inkoop beloont vooral aandeelhouders die blijven zitten, mits de inkoop tegen een redelijke prijs gebeurt. De vrije kasstroom moet beide kunnen financieren. Als €2,3 miljard vrije kasstroom beschikbaar is, €1,1 miljard naar dividend gaat en €1 miljard naar de inkoop, blijft €0,2 miljard over. Dat bedrag moet voldoende zijn voor onverwachte tegenvallers, schuldafbouw en andere kapitaalbehoeften. Komt de vrije kasstroom lager uit, dan moet het concern de kaspositie aanspreken, schuld verhogen of de uitkering aanpassen. Een supermarkt kan relatief stabiele omzet hebben, maar energiekosten, loonkosten, prijsinvesteringen en voorraadbewegingen zorgen toch voor schommelingen. In dit artikel over dividendaandelen legt De Belegger uit waarom een uitkering uit vrije kasstroom moet komen. Bij Ahold komt daar een tweede toets bij: is de inkoopprijs laag genoeg om waarde toe te voegen? Waarom marges belangrijker zijn dan omzetgroei Supermarkten draaien grote omzetten met kleine marges. Een marge van 4 procent betekent dat van elke €100 omzet ongeveer €4 operationele winst overblijft vóór rente en belasting. Een verandering van 0,2 procentpunt lijkt klein, maar staat gelijk aan €0,20 per €100 omzet. Op tientallen miljarden omzet wordt dat materieel. Prijsinvesteringen kunnen de marge vandaag verlagen om klanten te behouden. Dat kan verstandig zijn als daardoor volumes en marktaandeel sterker blijven. De tegenwerping is dat een supermarkt niet eindeloos prijzen kan verlagen wanneer lonen, energie en logistiek duurder worden. De kwaliteit van de inkoop hangt dus samen met de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Een bedrijf dat aandelen inkoopt terwijl de marge structureel daalt, kan de winst per aandeel tijdelijk ondersteunen maar lost het operationele probleem niet op. Andersom kan een stabiele marge in combinatie met minder aandelen een stille, voorspelbare groei per aandeel opleveren. De sterkste tegenwerping Het optimistische argument is dat Ahold Delhaize juist bij lage marges en stabiele vraag geschikt is voor inkoop. Mensen blijven boodschappen doen, de kasstroom is minder cyclisch dan bij veel industriebedrijven en het concern heeft schaal in inkoop, distributie en digitale kanalen. Daar zit veel in. De merken in de Verenigde Staten en Europa hebben lokale positie, distributienetwerken en klantdata. Schaal helpt bij leveranciersvoorwaarden en technologie. De vraag is niet of het bedrijf morgen verdwijnt, maar welk rendement op €31,57 haalbaar is wanneer winstgroei beperkt blijft. Dit groeiaandelenstuk met een boodschappenlijstje laat zien hoe belangrijk het is om een aantrekkelijk bedrijf van een aantrekkelijke prijs te onderscheiden. Ahold is misschien defensiever, maar dezelfde waarderingsdiscipline geldt. Wat moet €31,57 waarmaken? De reverse valuation gebruikt een eindwaardering van dertien keer winst en een gewenst koersrendement van 7 procent. Daaruit volgt welke winst per aandeel Ahold in 2029 moet verdienen om de huidige prijs te rechtvaardigen. Een multiple van dertien is niet hoog voor een stabiele onderneming, maar de vereiste winstgroei moet wel uit drie bronnen komen: operationele winstgroei, minder rentelasten of belasting, en een lager aantal aandelen. De eerste bron is economisch het sterkst. De derde kan helpen, maar alleen als de kasstroom werkelijk beschikbaar is. Dividend staat los van het getoonde koersrendement. De dataleverancier meldde een jaarlijks dividend van €1,24, goed voor ongeveer 3,9 procent op de peildatumkoers. Dat is een momentopname, geen garantie voor toekomstige betalingen. Totaalrendement bestaat uit koers plus ontvangen dividend. Drie mogelijke koerspaden De scenario's beginnen bij €31,57 op 6 oktober 2026. Bear rekent op margedruk en inkoop tegen een te hoge prijs. Midden veronderstelt een stabiele marge, voortzetting van dividend en inkoop onder intrinsieke waarde. Gunstig combineert kasstroomgroei met een sneller dalend aantal aandelen. De koersen voor 2027, 2028 en 2029 zijn geen consensusdoelen. Ze tonen hoe kleine verschillen in marge, winstgroei en waardering doorwerken. Bij een defensief aandeel komt veel rendement bovendien uit dividend, waardoor alleen naar de koers kijken een onvolledig beeld geeft. Wat de cijfers van 4 november moeten laten zien De Belegger-data vermelden 4 november 2026 als volgende cijferdatum. Dan zijn drie vragen belangrijk. Blijft de marge in de Verenigde Staten stabiel? Hoe ontwikkelt de vrije kasstroom zich na werkkapitaal en investeringen? En hoeveel aandelen zijn daadwerkelijk ingetrokken tegen welke gemiddelde prijs? Ook de balans verdient aandacht. Leaseverplichtingen horen economisch bij de financiering van winkels en distributiecentra. Wie netto kas of schuld in de waardering meeneemt, moet leaseverplichtingen consistent behandelen en ze niet later opnieuw aftrekken. De kern is eenvoudig. Een inkoop is geen automatische groeimotor. Het is een kapitaalbeslissing. Ahold Delhaize creëert pas waarde wanneer het eigen aandeel goedkoper is dan de toekomstige kasstroom die elk ingetrokken aandeel vertegenwoordigt. Pak je kans! Word lid met de code GRAAG en krijg 50 procent korting.
- Hoe lang kan VanEcks chip-ETF nog op de AI-belofte teren?
In het kort De VanEck Semiconductor UCITS ETF, ISIN IE00BMC38736, noteert op Euronext Paris in euro's onder ticker SMH. De koers lag op 6 oktober 2026 rond €105,44. VanEck meldde voor 5 oktober een dollar-NAV van $118,54, een fondsvermogen van ongeveer $10 miljard, een totaalrendement sinds jaarbegin van 92,07 procent en jaarlijkse kosten van 0,35 procent. De ETF is accumulerend. Dividend van de onderliggende chipbedrijven wordt dus binnen het fonds herbelegd. Dat helpt het rente-op-rente-effect, maar verandert niets aan het belangrijkste risico: na een uitzonderlijk sterk jaar moet de winstgroei van de sector de gestegen koers blijven rechtvaardigen. De vraag is daarom niet of chips belangrijk zijn. Dat staat nauwelijks ter discussie. De beleggersvraag is hoeveel winstgroei nodig is wanneer waarderingen in 2029 normaliseren, en hoeveel ruimte er nog is voor teleurstellingen. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een sterk verhaal kan een dure belegging zijn Een ETF spreidt namen, niet de sectorcyclus De eurokoers is niet de economische basis Wat kosten die 35 basispunten? Winstkwaliteit verschilt per schakel Reverse valuation vanaf €105,44 Drie koerspaden tot 2029 Waarop letten Een sterk verhaal kan een dure belegging zijn Halfgeleiders zitten in datacenters, smartphones, auto's en industriële systemen. AI heeft de vraag naar geavanceerde rekenchips en geheugen versneld. Tegelijk profiteren producenten van lithografie, packaging en ontwerpsoftware. De economische keten is breder dan één GPU. Toch volgt daar niet automatisch een goed rendement uit. Een sector kan structureel groeien en ondertussen te duur zijn. Wanneer winst 15 procent per jaar groeit maar de koers-winstverhouding daalt van 39 naar 30, verdwijnt een flink deel van de winstgroei in multiplekrimp. De multiple is simpel gezegd hoeveel keer de jaarwinst beleggers voor een aandeel betalen. De module maakt die spanning zichtbaar. Een hogere winstgroei kan een lagere eindwaardering compenseren, maar niet onbeperkt. Na 92 procent rendement sinds jaarbegin is de lat hoger dan twaalf maanden geleden. Goed nieuws moet nu niet alleen verschijnen, maar ook beter zijn dan wat de koers al veronderstelt. Een ETF spreidt namen, niet de sectorcyclus De portefeuille bevat meerdere chipbedrijven, waardoor een productfout bij één onderneming niet alles bepaalt. Toch bewegen veel posities op dezelfde onderliggende investeringscyclus. Als cloudbedrijven hun capex vertragen, raken dat chipontwerpers, foundries en apparatuurmakers op verschillende momenten. Daarom is een sector-ETF geen brede markt-ETF. De ondernemingen verschillen, maar hun winsten zijn verbonden via dezelfde vraag naar rekenkracht, geheugen en productiecapaciteit. Een omzetwaarschuwing bij één schakel kan verwachtingen voor andere schakels veranderen. In de Nvidia-analyse van De Belegger staat hoe vraag, brutomarge en investeringsritme samen de waardering bepalen. Voor SMH geldt hetzelfde mechanisme op portefeuilleniveau. De ETF dempt bedrijfsspecifiek risico, maar niet de gevoeligheid voor een lagere AI-investeringsgroei. De eurokoers is niet de economische basis SMH wordt in Parijs in euro's verhandeld, terwijl de intrinsieke waarde en veel onderliggende aandelen economisch aan de dollar zijn gekoppeld. De handelsmunt is de munt waarin de belegger koopt en verkoopt. Ze verwijdert het valutarisico van de bedrijfswinsten niet. Een sterkere euro kan het euroresultaat drukken wanneer dollaractiva gelijk blijven. Een zwakkere euro kan het versterken. Daarnaast verdienen veel chipbedrijven wereldwijd, zodat omzetvaluta, kostenvaluta en beursvaluta door elkaar lopen. Een eenvoudige dollar-euroregel is daarom slechts een benadering. De gekozen lijn moet wel exact blijven. Hier gaat het om de accumulerende UCITS-ETF met ISIN IE00BMC38736, niet om een gelijknamige Amerikaanse ETF-lijn. VanEck vermeldt een TER van 0,35 procent en een startdatum van 1 december 2020. Wat kosten die 35 basispunten? Een basispunt is een honderdste procentpunt. De TER van 0,35 procent is dus €35 per €10.000 per jaar bij een gelijkblijvend vermogen. Dat lijkt klein naast een jaarwinst van 92 procent, maar rendementen zijn niet elk jaar zo hoog. Bij een bruto rendement van 10 procent blijft in de vereenvoudigde eerstejaarsberekening 9,65 procent over vóór belastingen en handelskosten. Bij een vlak jaar is de fondskost juist een zichtbaar negatief rendement. Op lange termijn telt de jaarlijkse aftrek mee in het samengestelde resultaat. De tegenwerping is terecht dat een gespecialiseerde portefeuille niet gratis kan worden beheerd. De vraag is dus niet of 0,35 procent hoog is in absolute zin, maar of de blootstelling voldoende onderscheidend is naast goedkopere brede technologie-ETF's. Winstkwaliteit verschilt per schakel Een apparatuurmaker verkoopt machines met lange ontwikkelcycli en service-inkomsten. Een foundry verdient aan productievolume en benutting van fabrieken. Een fabless chipontwerper besteedt productie uit en kan hogere brutomarges halen, maar is afhankelijk van capaciteit bij anderen. Geheugenproducenten zijn gevoeliger voor prijs- en voorraadcycli. Die verschillen spreiden het ondernemingsrisico, maar compliceren een gemiddelde koers-winstverhouding. Een hoge multiple kan horen bij hoge marges en kapitaallichte groei. Een lage multiple kan juist wijzen op piekwinst in een cyclische markt. Gemiddelden moeten daarom naast winstkwaliteit worden gelegd. Dit overzicht van beloningen bij chipbedrijven laat zien hoe schaars technisch talent is. Die schaarste ondersteunt innovatie, maar verhoogt ook kosten en aandelenbeloning. Voor de aandeelhouder telt of omzet en winst sneller groeien dan het verwaterde aantal aandelen. Reverse valuation vanaf €105,44 De terugrekening gebruikt een gewenste jaarlijkse koersopbrengst en een eindmultiple. Bij 8 procent rendement en 28 keer onderliggende winst moet de winstbasis per ETF-aandeel richting 2029 duidelijk oplopen. Een ETF heeft geen enkelvoudige winst per aandeel. De berekening gebruikt daarom de gewogen winst van de portefeuille op een consistente fondsdeelbasis. Indexwijzigingen, herwegingen en valuta kunnen die basis verschuiven. De uitkomst is geen exacte voorspelling, maar een controle op de orde van grootte. Als de sectorwinst 15 procent per jaar groeit, verdubbelt die niet in drie jaar. Een forse koersstijging vereist dan dat de waardering hoog blijft of de winstgroei verder versnelt. Beide zijn mogelijk, maar geen van beide is gratis. Drie koerspaden tot 2029 De scenario's starten bij €105,44 op 6 oktober 2026. Bear veronderstelt lagere winstramingen en multiplekrimp. Midden rekent op ongeveer 14 procent winstgroei met een geleidelijk lagere waardering. Gunstig veronderstelt dat AI-investeringen breed blijven en marges standhouden. De koersen voor 2027, 2028 en 2029 zijn scenario's, geen einddoel. Omdat het fonds accumulerend is, zit herbelegd dividend in de koersontwikkeling. Dat verschilt van een uitkerend fonds, waar koersrendement en totaalrendement apart moeten worden opgeteld. Waarop letten Volg niet alleen Nvidia, maar ook orderboeken van apparatuurmakers, bezettingsgraden van foundries, geheugenprijzen en de capexplannen van grote cloudbedrijven. Capaciteit is pas waardevol wanneer klanten haar gebruiken tegen prijzen die voldoende rendement op het geïnvesteerde kapitaal opleveren. Let daarnaast op de verhouding tussen de beurskoers van de gekozen lijn en de actuele NAV. De notering in euro's kan op een handelsdag anders bewegen dan de dollar-NAV door valuta en tijdsverschillen. Een klein verschil is normaal; een groot en langdurig verschil verdient onderzoek. SMH biedt geconcentreerde toegang tot een cruciale industrie. Juist omdat het verhaal sterk is, moet de waarderingsdiscipline sterker zijn. Na een stijging van 92 procent is de kernvraag niet of chips de toekomst hebben, maar hoeveel van die toekomst al is betaald. Pak je kans! Word lid met de code GRAAG en krijg 50 procent korting.
- Broadcoms rally leunt op een handvol grote AI-klanten
In het kort Broadcom sloot op 6 oktober 2026 op $375,81 op Nasdaq, een stijging van 3,67% op één dag. De beurswaarde kwam daarmee uit rond $1,73 biljoen. De cijfers geven daar een krachtige reden voor: de omzet over het derde kwartaal steeg 86% tot $29,6 miljard en de vrije kasstroom kwam uit op $13,7 miljard. Toch maakt elke koersstijging ook de afhankelijkheid van een klein aantal grote AI-klanten duurder. De groeimotor bestaat uit custom AI-accelerators en netwerkchips voor hyperscalers. Custom betekent dat Broadcom samen met een klant een chip voor een specifieke rekentaak ontwerpt. Dat kan langdurige relaties en hoge volumes opleveren, maar ook concentratie. Wanneer één groot programma later start, intern wordt vervangen of minder snel opschaalt, kan een groot deel van de verwachte omzet verschuiven. VMware en de overige infrastructuursoftware vormen de tweede pijler. Software levert terugkerende contractinkomsten en veel kas op. Die kas helpt Broadcom om schulden af te lossen, dividend te betalen en nieuwe chips te ontwikkelen. Het optimistische verhaal is dus niet alleen AI. Het is AI-groei met software als financieringsanker. De waardering vraagt wel dat beide onderdelen tegelijk blijven werken. Direct naar een onderdeel van dit artikel De AI-mix groeit sneller dan het totaal Klantconcentratie is geen voetnoot De kasstroom is echt, maar niet volledig vrij VMware is een kasanker, geen groeivrijstelling Wat moet $375,81 waarmaken? Drie scenario's voor 2027, 2028 en 2029 Wat nu het bewijs moet leveren De AI-mix groeit sneller dan het totaal Broadcom rapporteerde op 2 september dat de AI-halfgeleideromzet in het derde kwartaal $16,7 miljard bedroeg, 221% meer dan een jaar eerder en 54% meer dan in het voorafgaande kwartaal. Voor het vierde kwartaal verwachtte CEO Hock Tan ongeveer $21,7 miljard AI-halfgeleideromzet. De totale omzetprognose bedraagt circa $34,8 miljard. Dat betekent dat AI in korte tijd het grootste onderdeel van Broadcom is geworden. De onderneming verdient aan custom accelerators, maar ook aan de verbindingen ertussen. In een groot AI-cluster moeten duizenden chips snel data uitwisselen. Netwerkcomponenten, switches en optische technologie bepalen hoeveel van de dure rekenkracht werkelijk bruikbaar is. De module hieronder laat de mix zien. Wie de AI-omzet verhoogt, ziet hoe snel de afhankelijkheid van die ene groeimotor toeneemt. Software dempt de cycliciteit, maar groeit veel minder hard. In de recente Broadcom-deepdive van De Belegger staat hoe AI-chips en VMware samen de waardering dragen. Sindsdien is de koers verder opgelopen. Daarmee is dezelfde operationele prestatie minder aantrekkelijk geprijsd: een belegger betaalt meer voor iedere dollar toekomstige kasstroom. Klantconcentratie is geen voetnoot Grote klanten zijn niet per definitie slecht. Een hyperscaler bestelt op enorme schaal, kan jaren vooruit plannen en betaalt mee aan een ontwerp dat precies bij de eigen software past. De ontwikkelkosten worden over veel chips verdeeld. Als het programma slaagt, ontstaat een relatie die lastig te vervangen is. De macht loopt echter twee kanten op. Een klant met miljardenbudget kan scherp onderhandelen, meerdere leveranciers financieren en een volgende generatie intern ontwerpen. De omzet is bovendien niet gelijk aan een getekende intentie. Een ontwerpwinst wordt pas geld wanneer de klant de chip kwalificeert, capaciteit reserveert, systemen bouwt en de producten afneemt. Broadcom noemt in de risicoparagraaf zelf het verlies van belangrijke klanten en schommelingen in timing en volume als materiële onzekerheden. Dat is extra relevant bij een groeipercentage van honderden procenten. De vergelijkingsbasis wordt snel groter. Zelfs een grote absolute omzettoename kan dan als vertraging worden gelezen. Het sterkste tegenargument is dat Broadcom juist méér klanten en programma's toevoegt. Custom chips zijn geen eenmalige bestelling, maar families die over meerdere generaties kunnen lopen. Ook de netwerkvraag groeit mee met elk cluster. Dat kan de omzetbasis verbreden. Beleggers moeten alleen onderscheid maken tussen aangekondigde kansen en daadwerkelijk verscheepte, betaalde producten. De kasstroom is echt, maar niet volledig vrij Over Q3 genereerde Broadcom $14,2 miljard kas uit bedrijfsactiviteiten. Na $0,5 miljard investeringen resteerde $13,7 miljard vrije kasstroom, 46% van de omzet. Dat is uitzonderlijk hoog. Het laat zien dat Broadcom veel productie uitbesteedt en dat softwarecontracten weinig fysieke investeringen vragen. Vrije kasstroom is nog niet hetzelfde als geld dat zonder gevolgen naar aandeelhouders kan. Het kwartaaldividend kostte ongeveer $3,1 miljard. De balans bevatte eind Q3 bijna $59,4 miljard korte en langlopende schuld tegenover $24,0 miljard kas. Verder bedroeg aandelenbeloning $2,0 miljard in het kwartaal. Die laatste post is geen directe kasuitgave, maar kan bestaande aandeelhouders verwateren. De visualisatie toont aandelenbeloning apart om het economische effect zichtbaar te maken. In de jaarrekening zit de last al in de resultaten. Zij mag dus niet nog een keer van de nettowinst worden afgetrokken en daarna opnieuw in de multiple verdwijnen. Voor de per-aandeelwaarde telt vooral hoeveel nieuwe stukken er netto bijkomen nadat Broadcom eventueel aandelen inkoopt. VMware is een kasanker, geen groeivrijstelling De softwareomzet bedroeg in Q3 $8,75 miljard, 29% meer dan een jaar eerder. VMware-klanten betalen voor virtualisatie, private cloud en beheer van complexe infrastructuur. Contracten kunnen terugkerend en winstgevend zijn. De integratie gaf Broadcom ruimte om producten en prijzen te herstructureren. Daar staat klantfrictie tegenover. Hogere contractwaarden helpen de korte termijn, maar klanten kunnen op langere termijn workloads verplaatsen, alternatieven gebruiken of minder capaciteit afnemen. Softwarekwaliteit, ondersteuning en migratiekosten bepalen hoeveel omzet duurzaam is. Een hoge marge die uit prijsverhoging komt zonder gelijkwaardige productwaarde is kwetsbaarder dan een hoge marge uit echte schaal. In de oudere vergelijking van Broadcom en Marvell wordt duidelijk waarom netwerkchips en maatwerk anders verdienen dan standaardprocessors. Die uitleg helpt nog steeds, maar de omvang is veranderd. Broadcom is nu niet alleen een chipbedrijf met software. Het is een kasmachine waarvan AI de groeisnelheid bepaalt en VMware een groot deel van de stabiliteit levert. Wat moet $375,81 waarmaken? De reverse valuation rekent met vrije kasstroom per aandeel. Wie 10% jaarlijks koersrendement verlangt en in 2029 nog 30 keer de vrije kasstroom per aandeel betaalt, kan terugrekenen welke kasstroom dan nodig is. De uitkomst stijgt scherp wanneer de eindmultiple daalt. Een multiple van 30 is hoog voor een volwassen chip- en softwareleverancier, maar kan passend lijken zolang AI-omzet uitzonderlijk groeit. Het risico is dat de markt twee gunstige aannames tegelijk gebruikt: jaren van hoge groei én een hoge eindwaardering. Als één van beide normaliseert, daalt de koers sneller dan de kasstroom. Kas, schuld, dividend en verwatering moeten één keer worden verwerkt. In deze per-aandeelbenadering wordt de ondernemingsschuld niet nogmaals als bonus of straf boven op dezelfde multiple gezet. Een analist die een ondernemingswaardemodel gebruikt, hoort netto schuld wel expliciet af te trekken. Beide methoden kunnen, maar mengen leidt tot dubbeltelling. Drie scenario's voor 2027, 2028 en 2029 Bear veronderstelt dat hyperscalers investeringen vertragen, klantconcentratie zichtbaar wordt en de multiple daalt. Midden rekent op sterke AI-groei, softwarekas en dalende schuld. Gunstig vraagt nieuwe klanten, succesvolle chipgeneraties en vrije kasstroomgroei die uitzonderlijk hoog blijft. De scenario's zijn geen koersdoelen. Ze laten zien welke combinatie van groei en waardering nodig is om vanaf $375,81 rendement te maken. De gunstige route kan alleen standhouden als omzet niet alleen wordt aangekondigd, maar ook met hoge marge, kasconversie en beperkte verwatering wordt gerealiseerd. Wat nu het bewijs moet leveren Voor het vierde kwartaal gaf Broadcom een omzetprognose van ongeveer $34,8 miljard en een niet-GAAP operationele marge van circa 66%. Let bij de volgende cijfers op drie verbindingen. Eerst: groeit AI-halfgeleideromzet richting de aangegeven $21,7 miljard? Daarna: blijft de vrije kasstroommarge dicht bij het uitzonderlijke Q3-niveau? Ten slotte: dalen schuld en verwatering per aandeel werkelijk. De koerssprong van 6 oktober bevestigt hoeveel vertrouwen de markt heeft. Dat vertrouwen is niet onlogisch na recordomzet, recordwinst en recordkasstroom. Het maakt de foutmarge wel kleiner. Bij een beurswaarde van $1,73 biljoen is een groot contract geen eindbewijs. Broadcom moet aantonen dat meerdere klanten, meerdere chipgeneraties en softwarecontracten samen een steeds grotere kasstroom per aandeel kunnen dragen. Pak je kans! Word lid met de code GRAAG en krijg 50 procent korting.
- Netflix wil dezelfde kijktijd twee keer verkopen
In het kort Netflix sloot op 6 oktober 2026 op $68,69 op Nasdaq. Dat is 1,76% hoger dan een dag eerder. De eerstvolgende harde meetlat komt op 20 oktober, wanneer het bedrijf na de slotbel de cijfers over het derde kwartaal bespreekt. De markt kent de groeiformule inmiddels: meer betalende huishoudens, hogere prijzen, reclame en een wereldwijd contentplatform. De nieuwe vraag is hoeveel extra winst Netflix uit dezelfde kijktijd kan halen. De advertentielaag is daarvoor belangrijker dan het huidige omzetaandeel doet vermoeden. Een abonnement verkoopt toegang tot de bibliotheek. Reclame verkoopt een deel van dezelfde kijktijd nog een keer aan adverteerders. Als de extra verkoop- en technologiekosten beperkt blijven, kan die tweede inkomstenstroom een hoge marge hebben. Dat is precies het soort schaalvoordeel dat een waardering van tientallen keren de winst moet dragen. De tegenwerping is even sterk. Reclame kan de ervaring verslechteren, extra meetkosten vragen en kijkers naar een duurder advertentievrij abonnement duwen zonder de totale omzet voldoende te verhogen. Bovendien blijft aantrekkelijke content de voorwaarde. Zonder kijkuren is er niets te verkopen. Op 20 oktober telt daarom niet alleen advertentieomzet, maar vooral de samenhang tussen betrokkenheid, omzet, operationele marge en vrije kasstroom. Direct naar een onderdeel van dit artikel Dezelfde kijkuur krijgt twee klanten Wat de Q3-prognose al vertelt Prijsverhoging is geen gratis winst Content blijft de eerste rekening Wat moet $68,69 waarmaken? Drie koerspaden tot en met 2029 Waarop letten op 20 oktober Dezelfde kijkuur krijgt twee klanten Netflix is tegelijk studio, technologieplatform en distributeur. Het bedrijf betaalt voor films, series, liveprogramma's en licenties, verspreidt die wereldwijd en verdient vervolgens aan abonnementen. Bij het advertentieabonnement komt een tweede klant bij: het merk dat een doelgroep wil bereiken. De economische belofte is duidelijk. De contentrekening wordt niet twee keer betaald, terwijl dezelfde kijkuur wel twee omzetbronnen kan hebben. Dat klinkt bijna te mooi. In de praktijk zijn er aanvullende kosten. Netflix moet advertentieruimte verkopen, campagnes meten, privacyregels naleven en voldoende data leveren om reclamebudgetten weg te trekken bij televisie, YouTube en sociale media. Ook kan een hogere advertentiedruk de betrokkenheid verlagen. Een kijker die eerder afhaakt, levert minder advertentiemomenten op en kan uiteindelijk opzeggen. De module hieronder maakt die spanning tastbaar. Zij rekent niet met een bedrijfsprognose, maar laat zien hoe kijktijd, opbrengst per duizend uur en directe kosten samen de bijdrage bepalen. Het verschil tussen omzet en bijdrage is doorslaggevend. Een omzetdoel kan worden gehaald door goedkoper te verkopen of meer verkoopkosten te maken. Voor aandeelhouders telt wat na die kosten overblijft. Pas wanneer de advertentiebijdrage sneller groeit dan de bijbehorende organisatie, stijgt de groepsmarge. Wat de Q3-prognose al vertelt In de aandeelhoudersbrief van 16 juli meldde Netflix over het tweede kwartaal $12,56 miljard omzet, 13% meer dan een jaar eerder. De operationele marge bedroeg 33,4%. Voor het derde kwartaal gaf management $12,86 miljard omzet en een operationele marge van 33,2% af. De omzet groeit dus door, terwijl de marge voorlopig nauwelijks beweegt. Dat hoeft geen zwakte te zijn. Releases, marketing en productiekosten vallen niet netjes gelijk over kwartalen. Een grote sportuitzending of film kan eerst geld kosten en later nieuwe leden, prijskracht en advertentievraag opleveren. De waarschuwing zit ergens anders: bij een hoge waardering mag een tijdelijke investering geen permanent excuus worden voor stagnerende marges. In de eerdere analyse na de koersdaling legde De Belegger uit waarom een kleine afwijking bij een duur aandeel veel beurswaarde kan kosten. Dat mechanisme geldt opnieuw. Een paar tienden procentpunt marge lijkt klein, maar op een jaaromzet van meer dan $50 miljard gaat het om honderden miljoenen dollars operationele winst. Prijsverhoging is geen gratis winst Netflix kan de omzet per huishouden verhogen via een duurder abonnement, reclame of strengere regels rond accountdelen. Elk instrument heeft een grens. Een prijsstap werkt direct door in de omzet zolang klanten blijven. Wie opzegt, neemt echter alle toekomstige abonnementen en advertentiemomenten mee naar de uitgang. Daarom is betrokkenheid de stille variabele. Veel kijkuren betekenen niet automatisch een goede investering, maar ze vergroten wel de ruimte om prijzen te verhogen, reclame te verkopen en opzegging te beperken. De eenvoudige gevoeligheid hieronder koppelt prijs, advertentiebijdrage en klantverlies aan elkaar. De beste uitkomst is niet het hoogste prijskaartje. Het is de combinatie waarbij omzet per klant stijgt, betrokkenheid voldoende blijft en de totale kosten minder snel groeien. Netflix publiceert geen volledig dashboard per land. Beleggers moeten daarom de signalen combineren: omzetgroei, marge, vrije kasstroom, toelichting op reclame en eventuele informatie over kijkduur. Content blijft de eerste rekening Een streamingdienst kan niet alleen op oude successen draaien. Nieuwe titels, lokale producties en liveprogramma's moeten de bibliotheek relevant houden. Boekhoudkundig worden contentkosten vaak over de verwachte gebruiksduur afgeschreven. De kasbetaling kan eerder plaatsvinden. Daardoor kan de winst stijgen terwijl de vrije kasstroom tijdelijk achterblijft, of andersom. In de oudere Netflix-analyse over de koerssprong na cijfers is goed te zien hoe snel het sentiment draait wanneer groei en winst tegelijk verrassen. Voor de waardering van vandaag is één verrassend kwartaal onvoldoende. De onderneming moet de relatie tussen contentinvestering en terugkerende kasstroom jaar na jaar bewijzen. Het sterkste optimistische argument is dat Netflix al een mondiale schaal heeft die nieuwkomers nauwelijks kunnen kopiëren. Eén productie kan in veel landen worden bekeken en de technologie kan over honderden miljoenen huishoudens worden verdeeld. Reclame maakt die schaal economisch rijker. Het sterkste tegenargument is dat de concurrentie niet alleen om abonnementen gaat, maar ook om tijd. Games, sociale media, televisie en sport vechten om hetzelfde uur. Wat moet $68,69 waarmaken? De reverse valuation begint bij de koers, niet bij een mooi einddoel. Wie 8% jaarlijks koersrendement verlangt en in 2029 nog 30 keer de winst wil betalen, heeft een winst per aandeel nodig die de huidige prijs plus dat rendement ondersteunt. Een lagere eindmultiple verhoogt de vereiste winst direct. Deze rekensom gebruikt een consistente, na de aandelensplitsing aangepaste aandelenbasis. Dat is belangrijk. Een splitsing verlaagt zowel koers als winst per aandeel, maar verandert de waarde van het bedrijf niet. Oude koersdoelen of winstcijfers zonder dezelfde aanpassing kunnen de uitkomst een factor tien vervormen. Winst per aandeel kan groeien door meer nettowinst en door minder aandelen. Netflix koopt aandelen in, maar inkoop is geen gratis bron van waarde. Het bedrijf moet eerst content, belasting, technologie en andere noodzakelijke uitgaven betalen. Aandelenbeloning werkt bovendien de andere kant op. Alleen het netto-effect op de verwaterde aandelenbasis telt. Drie koerspaden tot en met 2029 Het bear-scenario veronderstelt dat prijskracht en betrokkenheid verzwakken, terwijl contentkosten hoog blijven. Midden rekent op geleidelijk afnemende maar gezonde omzetgroei en een advertentielaag die de marge optilt. Gunstig vraagt dat prijzen, reclame en aandeleninkoop de vrije kasstroom per aandeel duidelijk sneller laten groeien dan de omzet. De getoonde koersen voor 2027, 2028 en 2029 zijn scenario-uitkomsten, geen consensus en geen eindkoersdoel. Zij dwingen de aannames zichtbaar te maken. Vooral de eindmultiple is gevoelig. Een sterk bedrijf kan een matig aandeel zijn als de aankoopprijs al jaren van foutloze uitvoering bevat. Waarop letten op 20 oktober Begin bij de eigen Q3-prognose: omzet van ongeveer $12,86 miljard en een operationele marge rond 33,2%. Kijk daarna naar vrije kasstroom en contentverplichtingen. Een margeverrassing is minder waardevol als zij alleen uit uitgestelde marketing of contentbetalingen komt. Vraag vervolgens wat reclame werkelijk toevoegt. Groei van advertentieomzet is goed, maar de kosten van verkoop, technologie en meting horen erbij. De sterkste bevestiging zou zijn dat advertentieomzet groeit terwijl de groepsmarge en vrije kasstroom per aandeel eveneens stijgen. Netflix hoeft niet elke kijkuur openbaar te maken om de economische richting te tonen. De combinatie van prijskracht, beperkte opzegging, groeiende reclamevraag en discipline bij content kan voldoende bewijs leveren. Rond $68,69 is de lat niet dat Netflix alleen groter wordt. De onderneming moet aantonen dat dezelfde kijktijd steeds meer winst en kas per aandeel kan opleveren. Pak je kans! Word lid met de code GRAAG en krijg 50 procent korting.
- Besi krijgt een tik en is nog altijd niet goedkoop
In het kort BE Semiconductor Industries sloot op 6 oktober 2026 op €192,05 in Amsterdam, 5,39% lager dan een dag eerder. De volgende bedrijfscijfers komen op 22 oktober. De koersdaling maakt het aandeel niet automatisch goedkoop. Met een beurswaarde van ongeveer €16,2 miljard betaalt de markt nog altijd voor jaren van groei in advanced packaging en vooral hybrid bonding. Bij de cijfers over het tweede kwartaal meldde Besi €292,9 miljoen orders, 128,8% meer dan een jaar eerder. Omzet en nettowinst stegen naar respectievelijk €249,9 miljoen en €89,0 miljoen. Dat zijn sterke cijfers. De kernvraag voor het derde kwartaal is alleen niet hoeveel orders er op papier staan. Het gaat om de kwaliteit: welke orders zijn voor seriemachines, welke horen bij klantkwalificaties en hoe snel worden ze geaccepteerde omzet en kas? Hybrid bonding verbindt chips rechtstreeks met elkaar. De techniek kan hogere bandbreedte en lager energieverbruik mogelijk maken, precies wat geavanceerde AI-systemen nodig hebben. Besi kan daardoor een belangrijke positie krijgen in de volgende verpakkingsstap. De waardering vraagt echter dat proefprojecten uitgroeien tot herhaalbare productielijnen met hoge benutting. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een order is nog geen verdiende euro Operationele hefboom kan twee kanten op Hybrid bonding moet van laboratorium naar lijn Wat de kasbuffer wel en niet doet Wat moet €192,05 waarmaken? Drie scenario's tot en met 2029 Wat op 22 oktober moet worden gecontroleerd Een order is nog geen verdiende euro Een order wordt doorgaans geboekt wanneer een klant een bindende bestelling plaatst. De omzet volgt pas bij levering en volgens de overeengekomen acceptatievoorwaarden. Bij complexe machines kan daar tijd tussen zitten. Een klant kan de planning aanpassen, een fabriek later openen of extra tests verlangen. De order is dan economisch relevant, maar nog geen kasstroom. De module hieronder verdeelt een orderbasis over meerdere jaren. Zij laat zien dat zowel het uiteindelijke conversiepercentage als de snelheid telt. Een hoog orderboek met trage omzetconversie kan de winstverwachting naar achteren schuiven. Voor Besi is de productmix minstens zo belangrijk. Een kwalificatiemachine kan een andere marge hebben dan een seriemachine. Service, onderdelen en upgrades leveren weer een ander profiel. Wie alleen de totale orderwaarde leest, mist de vraag welke producten worden geleverd en hoeveel brutowinst daaruit overblijft. In de recente Besi-deepdive van De Belegger staat waarom het aantal hybrid-bondingklanten nog niet hetzelfde is als massaproductie. Dat onderscheid blijft op 22 oktober centraal. Een extra klant vergroot de kans op schaal, maar pas herhaalorders bewijzen dat de techniek in de fabriek economisch werkt. Operationele hefboom kan twee kanten op Besi heeft hoge vaste kosten voor onderzoek, software, engineering en verkoop. Wanneer de omzet stijgt, hoeven die kosten niet even hard mee. Een groter deel van de extra brutowinst kan dan operationele winst worden. Dat heet operationele hefboom. Het omgekeerde geldt ook. Als leveringen vertragen, blijven veel kosten doorlopen. De marge kan dan sneller dalen dan de omzet. De Q2-cijfers waren sterk, maar de beurs kijkt vooruit naar de omzetgroei en productmix van Q3. Management gaf eerder aan dat omzet in het derde kwartaal 10% tot 15% hoger kon uitvallen dan in Q2, met een brutomarge die door de mix iets kan normaliseren. De gevoeligheid maakt duidelijk waarom een paar procentpunten marge materieel zijn. Op honderden miljoenen euro's kwartaalomzet kan een kleine verandering tientallen miljoenen winst betekenen. Beleggers moeten daarom omzetgroei, brutomarge en bedrijfskosten samen lezen. Alleen groei zonder winstconversie is onvoldoende bij deze waardering. Hybrid bonding moet van laboratorium naar lijn De economische belofte van hybrid bonding is groot. Traditionele verbindingen tussen chips gebruiken soldeerbolletjes of andere tussenlagen. Rechtstreekse koperverbindingen kunnen dichter op elkaar liggen, waardoor data sneller en met minder energie bewegen. Dat is relevant voor geheugen, logicachips en complexe AI-pakketten. De technische prestatie alleen bepaalt niet de opbrengst. Fabrieken letten op yield, de verhouding van goede producten tot het totaal. Een proces kan sneller zijn, maar alsnog duur als te veel chips uitvallen. Ook throughput telt: hoeveel pakketten verwerkt een machine per uur. De klant koopt pas veel machines wanneer snelheid, yield, onderhoud en totale kosten overtuigen. De samenwerking met grote toeleveranciers en chipfabrikanten kan de kwalificatie versnellen. Toch blijft het verschil tussen toegang en omzet belangrijk. Een gezamenlijk ontwikkelcentrum, een demonstratie of een eerste systeem is geen gegarandeerde seriebestelling. Het bewijs komt uit meerdere klanten die capaciteit toevoegen en later dezelfde machinefamilie opnieuw bestellen. Wat de kasbuffer wel en niet doet Besi had bij eerdere rapportages een nettokaspositie. Dat verlaagt het financieringsrisico en geeft ruimte voor onderzoek, dividend of aandeleninkoop. Vergeleken met een beurswaarde rond €16,2 miljard is de buffer echter klein. Zij kan een tegenvallend kwartaal opvangen, maar geen jarenlange waarderingsfout repareren. In het archiefstuk over de koersval van ASML, Besi en ASMI wordt uitgelegd hoe snel cyclische verwachtingen in chipaandelen omslaan. Dat is geen reden om alle chipbedrijven gelijk te behandelen. Besi verdient op een andere plek in de keten dan ASML. Het helpt wel om te onthouden dat klanten hun investeringsbudgetten kunnen uitstellen wanneer voorraden oplopen of eindvraag tegenvalt. Dividend en inkoop mogen niet dubbel als waardebron worden geteld. Dividend haalt kas uit de onderneming en geeft die aan aandeelhouders. Inkoop vermindert alleen structureel het aantal aandelen als er niet elders evenveel nieuwe stukken bijkomen. De waardering hoort daarom te draaien om winst en vrije kas per verwaterd aandeel. Wat moet €192,05 waarmaken? De reverse valuation start bij de marktprijs. Wie 8% jaarlijks koersrendement verlangt en Besi in 2029 nog 30 keer de winst waardeert, kan terugrekenen welke winst per aandeel nodig is. Een lagere eindmultiple, bijvoorbeeld omdat de chipcyclus normaliseert, verhoogt die vereiste winst direct. Een koers-winstverhouding van 30 impliceert dat beleggers ook in 2029 nog bovengemiddelde groei, sterke technologie en hoge marges verwachten. Dat kan als hybrid bonding breed in serieproductie komt. Het is veeleisend als de orders vooral uit proefopstellingen bestaan of wanneer concurrenten het prijsverschil verkleinen. In de rekensom wordt nettokas niet nogmaals boven op de winstmultiple gezet. Wie een ondernemingswaardemodel gebruikt, kan kas en schuld expliciet meenemen. Wie met winst per aandeel werkt, moet oppassen dezelfde kasbuffer niet als aparte bonus én als hogere multiple te tellen. Drie scenario's tot en met 2029 Bear veronderstelt dat kwalificaties vertragen, orderconversie tegenvalt en de waardering daalt. Midden rekent erop dat de Q2-orders omzet worden met een gezonde maar normaliserende marge. Gunstig vraagt dat hybrid bonding bij meerdere klanten naar serielijnen gaat en dat service-inkomsten volgen. De koersen voor 2027, 2028 en 2029 zijn scenario's, geen consensus. Het middenpad vraagt al forse uitvoering. De gunstige route veronderstelt niet alleen meer machines, maar ook hoge yield, herhaalorders en voldoende productiecapaciteit bij Besi en zijn leveranciers. Wat op 22 oktober moet worden gecontroleerd Vergelijk eerst de gerealiseerde omzet met de eerdere verwachting van 10% tot 15% groei ten opzichte van Q2. Controleer daarna de brutomarge en vraag welke productmix de beweging verklaart. Een lagere marge kan acceptabel zijn als seriemachines sneller uitrollen en toekomstige serviceopbrengsten bouwen. Een lagere marge door prijsdruk is minder gunstig. Kijk vervolgens naar nieuwe orders en hun bestemming. Orders voor AI, photonics en hybrid bonding hebben verschillende doorlooptijden. Management hoeft geen klantnamen te geven om meer duidelijkheid te bieden over kwalificatie versus volumeproductie. Ook debiteuren, voorraden en operationele kasstroom laten zien of de winst werkelijk in geld verandert. De koersdaling van 5,4% maakt de foutmarge iets groter, maar verandert de hoofdvraag niet. Rond €192,05 koopt de belegger geen herstelverhaal alleen. Hij betaalt voor Besi als structurele winnaar in advanced packaging. Op 22 oktober moet blijken welk deel van het sterke orderboek al die status verdient. Pak je kans! Word lid met de code GRAAG en krijg 50 procent korting.
- Bij Adyen moet elke nieuwe medewerker meer omzet opleveren
In het kort Adyen noteerde op 6 oktober 2026 rond €867 op Euronext Amsterdam. De beurswaarde bedroeg ongeveer €27,2 miljard. De waardering veronderstelt niet alleen snelle groei, maar ook operationele hefboom: netto-omzet moet structureel harder stijgen dan het personeelsbestand. Operationele hefboom betekent dat vaste kosten langzamer groeien dan omzet. Bij een betaalplatform kunnen software, één infrastructuur en centraal risicobeheer steeds meer transacties verwerken zonder dat voor iedere extra euro omzet evenveel mensen nodig zijn. Dat mechanisme moet de EBITDA-marge en vrije kasstroom laten stijgen. Adyen had volgens de dataleverancier ongeveer 5.020 medewerkers als meest recente momentopname. Het exacte gemiddelde aantal in een verslagperiode kan anders zijn. Daarom is de kern niet één personeelscijfer, maar de trend in netto-omzet per medewerker en de incrementele marge op nieuwe omzet. Direct naar een onderdeel van dit artikel Waarom productiviteit de volgende margesprong bepaalt Omzet per medewerker is geen volledige winstmaatstaf De incrementele marge laat de hefboom zien Talon.One en Orb verhogen de lat Het sterkste optimistische argument Wat moet €867 waarmaken? Drie mogelijke paden Wat de update van 28 oktober moet bewijzen Waarom productiviteit de volgende margesprong bepaalt Adyen bouwde zijn platform zonder veel losse systemen uit overnames. Die uniforme architectuur kan schaalvoordelen geven: productontwikkeling, compliance en infrastructuur worden centraal georganiseerd. Wanneer meer klanten dezelfde basis gebruiken, dalen de kosten per transactie. Toch is groei niet personeelsvrij. Enterprise sales, lokale licenties, compliance, support en productontwikkeling vragen mensen. Nieuwe regio's kunnen eerst kosten maken voordat omzet volgt. De beleggersvraag is daarom niet of het personeelsbestand groeit, maar of de omzet sneller groeit. Bij 20 procent jaarlijkse netto-omzetgroei en 8 procent personeelsgroei stijgt de omzet per medewerker duidelijk. Dat creëert ruimte voor hogere lonen, extra productontwikkeling en toch een betere marge. Wanneer beide groeipercentages gelijk zijn, blijft de productiviteit vlak en moet margeverbetering uit andere kostenposten komen. Omzet per medewerker is geen volledige winstmaatstaf De maatstaf heeft beperkingen. Een onderneming kan werk uitbesteden, waardoor externe kosten stijgen terwijl het interne personeelsbestand laag blijft. Een overname kan medewerkers en omzet op verschillende momenten toevoegen. Ook aandelenbeloning kan de economische kosten hoger maken dan de kasuitgave in het jaar zelf. Daarom moet omzet per medewerker naast de totale operationele kosten, aandelenbeloning en vrije kasstroom worden gelezen. De maatstaf is vooral nuttig als vroege aanwijzing: wordt de organisatie productiever terwijl zij groeit? In de eerdere Adyen-analyse over het juiste koopmoment legt De Belegger uit waarom kwaliteit en prijs apart moeten worden bekeken. Productiviteitsgroei kan de kwaliteit verhogen, maar maakt €867 niet automatisch goedkoop. De incrementele marge laat de hefboom zien De EBITDA-marge op de totale omzet vertelt hoeveel na operationele kosten overblijft. De incrementele marge kijkt alleen naar de extra omzet. Als €430 miljoen nieuwe netto-omzet ontstaat en 60 procent daarvan extra EBITDA wordt, voegt Adyen €258 miljoen EBITDA toe. Dat is het economische bewijs van schaal. Een hoge incrementele marge betekent dat bestaande technologie en teams meer volume aankunnen. Een lage incrementele marge kan wijzen op zware investeringen, prijsdruk of extra compliancekosten. Een enkel halfjaar is onvoldoende. Nieuwe medewerkers worden vaak aangenomen voordat hun omzetbijdrage zichtbaar is. Daarom moet de belegger kijken naar meerdere perioden en de uitleg van management. Een tijdelijke daling kan rationeel zijn; een permanent gebrek aan hefboom niet. Talon.One en Orb verhogen de lat Adyen kondigde overnames van Talon.One en Orb aan om klantloyaliteit en facturatiefunctionaliteit toe te voegen. Strategisch kan dat de relatie met grote klanten verdiepen. Meer producten per klant kunnen omzet verhogen zonder dezelfde acquisitiekosten opnieuw te maken. De integratie brengt ook risico's. Producten moeten technisch samenwerken, verkoopteams moeten ze begrijpen en klanten moeten daadwerkelijk betalen. Een overnameprijs is vandaag cash of waarde, terwijl de synergie pas later ontstaat. De juiste vraag is dus niet of de producten logisch klinken, maar wanneer ze omzet, marge en retentie aantoonbaar verbeteren. Dit artikel over de eerdere koersval laat zien hoe gevoelig het aandeel is voor kleine veranderingen in groei en marge. Bij een hoge waardering kan een beperkt verschil tussen verwachting en werkelijkheid een grote koersreactie veroorzaken. Het sterkste optimistische argument Adyen heeft nog ruimte om marktaandeel te winnen doordat grote internationale bedrijven betalingen over landen en kanalen willen bundelen. Unified Commerce verbindt online en fysieke betalingen. Platforms kunnen via Adyen betalingen voor hun eigen klanten afhandelen. Deze producten verhogen de verankering en kunnen de kosten om weg te gaan vergroten. Wanneer dezelfde technische kern meer volume verwerkt, kan de productiviteit sterk stijgen. Dat is de basis van het optimistische scenario: netto-omzet groeit rond 20 procent, personeelsgroei blijft daar ruim onder en de incrementele marge loopt op. De tegenwerping is dat betaalverwerking competitief blijft. Grote klanten onderhandelen scherp, regelgeving verschilt per land en lokale betaalmethoden vragen investeringen. Groei in verwerkt volume is daarom niet hetzelfde als groei in netto-omzet of winst. Wat moet €867 waarmaken? De reverse valuation gebruikt een eindwaardering van 28 keer vrije kasstroom per aandeel en een gewenst rendement van 10 procent. Daaruit volgt hoeveel vrije kasstroom per aandeel Adyen in 2029 moet genereren. Een multiple van 28 is nog steeds stevig. Ze past alleen wanneer Adyen na 2029 aantrekkelijk kan doorgroeien. Een lagere eindmultiple verhoogt de vereiste kasstroom. De onderneming moet dus tegelijk groeien en aantonen dat de kwaliteit van die groei stijgt. Vrije kasstroom per aandeel moet consistent worden berekend. Capex wordt afgetrokken, kas op de balans wordt niet dubbel geteld en aandelenbeloning komt terug via het verwaterde aandelenaantal. Anders lijkt de waardering gunstiger dan zij is. Drie mogelijke paden De scenario's starten bij €867 op 6 oktober 2026. Bear veronderstelt dat personeelskosten de omzetgroei blijven volgen en de waardering daalt. Midden combineert ongeveer 20 procent omzetgroei met duidelijke productiviteitswinst. Gunstig vereist dat automatisering en schaal de incrementele marge verder verhogen. De mogelijke jaareindekoersen voor 2027, 2028 en 2029 zijn geen consensus. Ze maken zichtbaar dat een hoge groeimultiple twee motoren nodig heeft: meer omzet en meer winst uit iedere extra euro omzet. Valt één motor stil, dan wordt de koers kwetsbaar. Wat de update van 28 oktober moet bewijzen Adyen heeft voor 28 oktober 2026 een handelsupdate voorzien. Let op netto-omzetgroei, wijzigingen in de verwachtingen en toelichting op personeelsgroei. Processed volume is nuttig, maar niet voldoende. Het gaat om hoeveel netto-omzet Adyen per verwerkte euro overhoudt en hoeveel kosten nodig zijn om die omzet te bedienen. Vraag bij nieuwe producten en overnames om concrete tekenen: betalende klanten, cross-sell, retentie en een tijdlijn naar marge. Een demo of productlancering is nog geen financiële bijdrage. Adyen kan een uitzonderlijk schaalbaar bedrijf blijven. De waardering vraagt alleen dat die schaalbaarheid niet theoretisch blijft. Elke nieuwe medewerker moet uiteindelijk meer omzet en vrije kasstroom mogelijk maken dan de organisatie zonder die uitbreiding had kunnen realiseren. Pak je kans! Word lid met de code GRAAG en krijg 50 procent korting.
- Afschrijvingen worden de volgende stresstest voor Nebius
In het kort Nebius sloot op 6 oktober 2026 rond $252,15 op Nasdaq, een stijging van 8,8 procent op de dag. De beurswaarde bedroeg ongeveer $63,2 miljard. De markt waardeert vooral de snelle groei van AI-infrastructuur, maar de winst-en-verliesrekening en vrije kasstroom lopen achter op de bouw van datacenters en GPU-capaciteit. Dat verschil komt door de kapitaalintensiteit. Nebius betaalt vandaag voor chips, gebouwen, stroomaansluitingen en koeling. De omzet ontstaat pas wanneer klanten de capaciteit gebruiken. Afschrijving verdeelt de historische aanschafkosten vervolgens over meerdere jaren. Daardoor kan EBITDA sterk ogen terwijl de cashrekening nog zwaar negatief blijft. De nieuwe beleggersvraag is dus niet alleen hoeveel megawatt Nebius bouwt. Het gaat om de combinatie van bezetting, contractprijs, afschrijving, rente, onderhoudscapex en verwatering. Alleen dan wordt duidelijk wat per aandeel overblijft. Direct naar een onderdeel van dit artikel Waarom EBITDA niet de eindstreep is De bouwrekening komt vóór de omzet Groei van het bedrijf is niet groei per aandeel Waarom de dagstijging weinig bewijs levert Het sterkste optimistische argument Wat moet $252,15 waarmaken? Drie mogelijke koerspaden De controlelijst Waarom EBITDA niet de eindstreep is EBITDA is winst vóór rente, belasting, afschrijving en amortisatie. De maatstaf kan nuttig zijn om operationele prestaties te vergelijken, maar bij een datacenterbedrijf laat hij een grote economische kostenpost buiten beeld: de slijtage en veroudering van dure apparatuur. Een GPU kan technisch nog draaien terwijl een nieuwe generatie veel efficiënter is. De economische levensduur kan daardoor korter zijn dan de fysieke levensduur. Dat verhoogt het risico dat afschrijving de winst langdurig drukt of dat extra investeringen nodig zijn om concurrerend te blijven. De module trekt afschrijving bewust niet nogmaals van de kasstroom af. Afschrijving is een niet-kaskost in de winst-en-verliesrekening; capex is de echte uitgaande kasstroom. Wie beide zonder uitleg aftrekt, telt dezelfde investering dubbel. Voor een volledige analyse zijn beide nodig, maar ieder op zijn eigen plek. De bouwrekening komt vóór de omzet Nebius investeert om capaciteit te creëren. Een getekend energiecontract of gebouw zegt nog niet dat GPU's geïnstalleerd zijn. Geïnstalleerde GPU's zeggen nog niet dat klanten betalen. Een klantcontract zegt nog niet dat alle omzet al mag worden geboekt. Tussen plan en kasstroom zitten meerdere stappen. Het bedrijf meldde eerder dat het richting meer dan 5 GW gecontracteerd vermogen aan het einde van 2026 wil en vanaf 2027 jaarlijks meer dan 1 GW capaciteit wil toevoegen. Dat zijn grote ambities. De waarde hangt echter af van benutting: hoeveel van die capaciteit draait tegen tarieven die stroom, personeel, rente en vervangingsinvesteringen ruim dekken? De eerdere Nebius-analyse over de $4,5 miljard financiering laat zien waarom kapitaalstructuur hier net zo belangrijk is als omzetgroei. Nieuwe schuld beperkt directe verwatering, maar verhoogt rente en toekomstige terugbetalingen. Nieuwe aandelen verlagen de schuldvraag, maar verdelen de waarde over meer stukken. Groei van het bedrijf is niet groei per aandeel Een onderneming kan de omzet verdubbelen en toch weinig waarde per bestaand aandeel creëren wanneer het aantal aandelen bijna even snel groeit. Daarom vergelijkt de volgende module groei van ondernemingswaarde met groei van het aandelenaantal. Bij 35 procent jaarlijkse waardegroei en 8 procent aandelengroei stijgt de waarde per aandeel nog steeds sterk. Maar het verschil is aanzienlijk. Aandelenbeloning, converteerbare obligaties en nieuwe emissies horen daarom in dezelfde per-aandeelberekening. Converteerbare schuld is in eerste instantie schuld en kan later in aandelen veranderen. Voor de waardering moet de belegger niet tegelijk de volledige schuld aftrekken en alle potentiële aandelen als zeker tellen zonder naar de voorwaarden te kijken. Het juiste scenario hangt af van conversieprijs, looptijd en koers. Waarom de dagstijging weinig bewijs levert Een stijging van 8,8 procent kan wijzen op nieuw optimisme, technische koopdruk of veranderde verwachtingen. Ze bewijst niet dat de operationele economie in één dag verbeterde. Bij snelgroeiende aandelen kan de koers veel sneller bewegen dan omzet, bezetting of kasstroom. Dat betekent niet dat de markt per definitie fout zit. Nebius kan uitgroeien tot een belangrijke Europese en wereldwijde leverancier van AI-infrastructuur. De combinatie van technische expertise, beschikbare locaties en klantvraag kan schaars zijn. De prijs bepaalt alleen hoeveel van dat succes al wordt verondersteld. Dit artikel over Chamaths AI-infrastructuurfavorieten beschrijft waarom compute, stroom en datacenters strategische activa zijn. De sterkste tegenwerping tegen een voorzichtige waardering is precies die schaarste: wie vroeg capaciteit bezit, kan hoge prijzen en langlopende contracten krijgen. Het sterkste optimistische argument Wanneer klanten delen van de bouw vooraf financieren, daalt de externe kapitaalbehoefte. Wanneer contracten lang lopen en prijzen stroomkosten kunnen doorgeven, wordt de kasstroom voorspelbaarder. Hoge bezetting kan vervolgens sterke operationele hefboom opleveren, omdat vaste kosten over meer omzet worden verdeeld. Daar staat tegenover dat klantvooruitbetalingen geen gratis winst zijn. Nebius moet later capaciteit leveren. Uitval, vertraging of een tekort aan chips kan contractuele en reputatierisico's veroorzaken. Bovendien kunnen grote klanten onderhandelingsmacht krijgen. De volgende resultaten worden door de dataleverancier voor 10 november 2026 verwacht. Beleggers moeten dan niet alleen naar omzetgroei kijken, maar ook naar capex, kaspositie, schuld, afschrijving, klantconcentratie en verwaterde aandelen. Wat moet $252,15 waarmaken? De reverse valuation gebruikt een eindwaardering van 28 keer vrije kasstroom per aandeel en een gewenst rendement van 12 procent. Dat vereist in 2029 een vrije kasstroom per verwaterd aandeel die vandaag nog niet zichtbaar is. Een multiple van 28 is hoog, maar mogelijk voor een onderneming die dan nog snel groeit. Wie een lagere multiple kiest, ziet de vereiste kasstroom fors oplopen. De berekening legt bloot waarom omzet alleen onvoldoende is: capex, rente en het aantal aandelen bepalen hoeveel omzet uiteindelijk aan één aandeel toekomt. Drie mogelijke koerspaden De scenario's starten bij $252,15 op 6 oktober 2026. Bear veronderstelt lage bezetting, dure financiering en verwatering. Midden rekent op gevulde capaciteit, maar ook op blijvend hoge capex. Gunstig vereist hoge bezetting, sterke contractprijzen en klantfinanciering die de vrije kasstroom versnelt. De koersen voor 2027, 2028 en 2029 zijn scenario-uitkomsten, geen koersdoelen. Bij een verlieslatend of zwaar investerend bedrijf is schijnprecisie gevaarlijk. Kleine veranderingen in bezetting, stroomprijs of financiering kunnen de uitkomst sterk verplaatsen. De controlelijst Volg omzet per beschikbare GPU, bezettingsgraad, gecontracteerde versus operationele capaciteit, stroomkosten, capex per nieuwe megawatt en de ontwikkeling van het verwaterde aandelenaantal. Vraag daarnaast hoeveel klantvooruitbetaling werkelijk ontvangen is en welke leveringsverplichting daartegenover staat. Nebius kan operationeel uitstekend uitvoeren en toch een matig aandeel blijken wanneer de betaalde prijs te hoog is. Omgekeerd kan zware capex rationeel zijn als toekomstige contracten hoge en duurzame kasstromen opleveren. De afschrijving is daarom geen boekhoudkundig detail. Ze is het spoor dat oude investeringen achterlaten terwijl nieuwe alweer moeten worden gedaan. Pak je kans! Word lid met de code GRAAG en krijg 50 procent korting.
- Dit S&P 500-signaal zet je portefeuille op scherp
In het kort Wall Street staat in 2026 nog stevig hoger, geholpen door AI infrastructuur en een bullmarkt die bijna vier jaar oud is. De waardering van Amerikaanse aandelen bevindt zich op een zeldzaam hoog niveau dat in eerdere periodes vaak slecht afliep. Langetermijndata bieden tegenwicht, maar de vraag blijft hoeveel teleurstelling de S&P 500 nu kan verdragen. De S&P 500 Shiller P/E stond op 28 september op 41,16, een niveau waar beleggers niet achteloos langs kunnen kijken. Het langjarige gemiddelde sinds januari 1871 ligt op 17,42. Dat verschil zegt niet wanneer de beurs draait, maar wel hoe veel optimisme al in Amerikaanse aandelen zit. Rond het middaguur op 29 september stonden de Dow Jones Industrial Average, de S&P 500 en de Nasdaq Composite in 2026 respectievelijk 6,6%, 11,9% en 15,1% hoger. Wall Street loopt dus nog altijd door. Juist daardoor wordt de waardering een groter onderwerp. De waarschuwing is niet nieuw, maar wel hardnekkig. In de afgelopen 98 jaar kwam de Shiller P/E slechts zes keer minstens twee maanden boven 30 uit, inclusief de huidige periode. De vorige vijf keren gingen vooraf aan forse beursdalingen. Handelaren op de NYSE zien waarderingen verder oplopen Direct naar een onderdeel van dit artikel AI houdt Wall Street in beweging Waardering geeft geen kalender Dow en Nasdaq kennen het patroon Bespoke ziet bullmarkten langer duren Crestmont geeft langetermijnbeeld S&P 500 wacht op bewijs AI houdt Wall Street in beweging De huidige bullmarkt nadert zijn vierde verjaardag. De uitbouw van infrastructuur voor kunstmatige intelligentie is een belangrijke motor achter de stijging. Beleggers zien AI als een markt van meerdere biljoenen dollars en betalen graag vooruit voor bedrijven die daarvan kunnen profiteren. Vooral groeiaandelen en technologie hebben daarvan geprofiteerd. Dat verklaart waarom de Nasdaq Composite dit jaar harder stijgt dan de Dow Jones Industrial Average. De S&P 500 zit ertussenin en blijft voor veel particuliere beleggers de belangrijkste graadmeter via indexfondsen. Daar wringt het. Een sterk groeiverhaal kan terecht zijn, maar een hoge prijs maakt de beurs kwetsbaarder voor tegenvallers. Als winsten, rente of inflatie niet meewerken, hoeft er in een dure markt minder mis te gaan om verkoopdruk los te maken. Waardering geeft geen kalender De Shiller P/E, ook bekend als CAPE Ratio, kijkt naar de gemiddelde voor inflatie gecorrigeerde winsten over de afgelopen tien jaar. Daardoor is de maatstaf minder afhankelijk van één uitzonderlijk winstjaar of één zwakke periode. Voor beleggers die naar waardering kijken, is dat precies de reden waarom deze ratio zoveel aandacht krijgt. Een stand van 41,16 is meer dan gewoon duur. Het is een stevige premie ten opzichte van het gemiddelde over 156 jaar. De uitspraak “premium valuations aren't tolerated over extended periods” vat het ongemak goed samen. Toch is waardering geen stopwatch. De beurs kan duur zijn en nog maanden of jaren duurder worden. De Shiller P/E kan waarschuwen voor kwetsbaarheid, maar vertelt niet welk nieuwsbericht of welke tegenvaller de draai veroorzaakt. Dow en Nasdaq kennen het patroon Het historische patroon wijst uiteindelijk op een daling van minstens 20% in de Dow Jones Industrial Average, de S&P 500 en de Nasdaq Composite. Dat is geen normale rimpeling, maar een beweging die portefeuilles zichtbaar raakt. Zeker na een lange rally voelt zo’n terugval vaak harder dan de cijfers vooraf doen vermoeden. Er is meer tegenwind dan alleen waardering. De obligatiemarkt kende een zware uitverkoop, inflatie bleef verhoogd en de uitstaande margin debt steeg scherp. Toch blijven hoge aandelenwaarderingen het meest directe risico, omdat ze de lat voor bedrijven hoger leggen. De uitspraak “the relatively short-term outlook for equities isn't rosy” is stevig aangezet. Helemaal uit de lucht komt die waarschuwing niet. Een markt die al veel goed nieuws heeft verwerkt, heeft minder geduld met tegenvallers. Bespoke ziet bullmarkten langer duren De geschiedenis spreekt niet met één stem. Vermogensbeheerder Bespoke Investment Group keek naar S&P 500 bullmarkten en bearmarkten sinds september 1929. De uitkomst laat zien waarom timing op Wall Street zo lastig is. De gemiddelde S&P 500 bearmarkt duurde 286 kalenderdagen, ongeveer 9,5 maanden. De gemiddelde bullmarkt hield 1.023 kalenderdagen aan. Dat is ongeveer 3,6 keer zo lang. De huidige bullmarkt begon op 12 oktober 2022. Volgens de analyse is deze inmiddels de negende langste in de geschiedenis van de S&P 500. De rally heeft ook de bullmarkt van 1.324 dagen ingehaald die eindigde op 9 februari 1966. Crestmont geeft langetermijnbeeld Crestmont Research keek naar een andere vraag: wat gebeurt er als beleggers lang genoeg in de brede S&P 500 blijven zitten? De analyse omvatte voortschrijdende perioden van 20 jaar sinds 1900, inclusief dividenden. Omdat de S&P pas in 1923 werd gelanceerd, werden eerdere prestaties herleid via componenten in andere grote indexen. Alle 107 perioden van 20 jaar leverden een positief gemiddeld jaarlijks rendement op. Dat geldt voor de reeks van 1900 tot en met 1919 tot en met de reeks van 2006 tot en met 2025. Dat maakt de korte termijn niet minder spannend, maar het plaatst dalingen wel in een ander kader. De zin “when investors buy an S&P 500-tracking fund isn't nearly as important as how long investors are willing to hold it” raakt de kern. Zelfs aankopen op de piek van de dotcombubbel, vlak voor het olie-embargo van halverwege de jaren zeventig of vlak voor Black Monday in 1987 eindigden historisch positief bij een periode van 20 jaar. Dat is geen garantie, wel een nuchter tegenwicht tegen paniek. S&P 500 wacht op bewijs De spanning zit precies daar. De S&P 500 Shiller P/E zegt dat Amerikaanse aandelen duur zijn op een niveau dat zelden lang goed ging. Tegelijk laten de cijfers van Bespoke Investment Group en Crestmont Research zien dat lange beurstrends vaak langer duren dan ongemakkelijk voelt. Vanaf de stand van 41,16 op 28 september ligt de lat voor de S&P 500 hoog. De AI rally draagt nog steeds veel verwachtingen, terwijl de waardering weinig ruimte laat voor teleurstelling. Of de S&P 500 Shiller P/E opnieuw gelijk krijgt, moet blijken uit de manier waarop Wall Street reageert zodra het verhaal achter de rally minder vlekkeloos wordt.











