Search this site
14069 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Reken je niet rijk met het dividend van deze Vanguard-ETF
In het kort VHYL keert ieder kwartaal dividend uit, maar die uitkering komt uit de waarde van de onderliggende ondernemingen. Rond de ex-dividenddatum daalt de fondswaarde normaal gesproken met ongeveer het uitgekeerde bedrag. Voor beleggers telt daarom totaalrendement: koersverandering plus ontvangen en eventueel herbelegd dividend, na 0,29% fondskosten en valuta-effect. De participatie noteerde op 5 oktober op €80,83 in Amsterdam. De reverse waardering laat zien dat onderliggende winstgroei en waardering zwaarder wegen dan de zichtbare uitkering. Een dividend voelt tastbaar. Er verschijnt geld op de rekening zonder dat een participatie hoeft te worden verkocht. Dat maakt een dividend-ETF aantrekkelijk voor beleggers die inkomen zoeken. Toch is de uitkering geen extra rendement dat boven op de waarde wordt gelegd. De onderneming betaalt cash uit, waardoor er minder cash in de onderneming zit. Bij een ETF stroomt die uitkering vervolgens door naar de belegger. VHYL is de Vanguard FTSE All-World High Dividend Yield UCITS ETF USD Distributing, met ISIN IE00B8GKDB10. De gekozen beurslijn handelt in euro op Euronext Amsterdam, terwijl de basisvaluta van het fonds de Amerikaanse dollar is. De shareclass is uitkerend en betaalt per kwartaal. Die details zijn geen administratie. Ze bepalen hoe de koers, valuta en ontvangen cash moeten worden gelezen. Direct naar een onderdeel van dit artikel Uitkering en rendement zijn twee verschillende dingen Wat VHYL anders maakt dan een wereldindex De eurokoers loopt altijd mee Wat moet €80,83 waarmaken? Drie koerspaden, plus dividend Wanneer past VHYL wel en niet? Uitkering en rendement zijn twee verschillende dingen Stel dat een participatie €80 waard is en het fonds €1 uitkeert. Zonder ander nieuws hoort de waarde op de ex-dividenddatum ongeveer €1 lager te openen. De belegger heeft dan €79 aan fondswaarde en €1 cash. Voor belasting en transactiekosten is er economisch nog steeds ongeveer €80. Het rendement ontstaat wanneer de onderliggende ondernemingen winst maken, een deel herinvesteren en een deel uitkeren. Goede herinvesteringen kunnen toekomstige winst en dividend laten groeien. Slechte investeringen vernietigen waarde. Een hoog dividend kan aantrekkelijk zijn, maar soms ook aangeven dat een onderneming weinig groeimogelijkheden heeft of dat de markt een dividendverlaging vreest. De visualisatie vergelijkt een startwaarde van €100 met herbelegde uitkeringen. Bij een uitkeringsrendement van 3,5% en 5% koersgroei groeit de totale waarde over tien jaar veel sterker dan wanneer het dividend op een betaalrekening blijft staan. Dat verschil komt niet doordat het dividend gratis is. Het komt door samengestelde groei: iedere herbelegde uitkering kan later zelf rendement opleveren. Voor wie het dividend nodig heeft als inkomen, is niet herbeleggen logisch. Wie vermogen wil opbouwen, moet de cash bewust opnieuw investeren. Een uitkerende ETF doet dat niet automatisch. Bij elke herbelegging kunnen transactiekosten, belastingen en het moment van aankoop een klein verschil maken. Wat VHYL anders maakt dan een wereldindex VHYL selecteert wereldwijd ondernemingen met een bovengemiddeld verwacht dividend en sluit vastgoedfondsen uit. Daardoor wijkt de portefeuille af van een gewone marktgewogen wereldindex. Sectoren zoals financiële waarden, energie en defensieve consumptiegoederen krijgen vaak meer gewicht. Snelgroeiende technologiebedrijven die weinig dividend betalen, wegen juist minder. Dat geeft een andere economische blootstelling. Dividendbedrijven zijn niet automatisch veiliger. Een bank kan gevoelig zijn voor kredietverliezen, een oliemaatschappij voor grondstoffenprijzen en een farmaceut voor patenten. De spreiding over landen en ondernemingen beperkt het risico van één naam, maar neemt sectorcycli niet weg. In onze analyse van VUSA legden we uit hoe een goedkope ETF toch duur kan zijn wanneer de onderliggende aandelen hoog zijn gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor VHYL. De 0,29% fondskosten zijn zichtbaar en relatief laag, maar een verandering van enkele punten in de onderliggende koers-winstverhouding heeft veel meer invloed. De eurokoers loopt altijd mee De Amsterdamse notering in euro betekent niet dat het valutarisico is afgedekt. Veel ondernemingen in het fonds rapporteren en verdienen in dollars, ponden, yen en andere valuta. De fondswaarde wordt voor de eurobelegger telkens omgerekend. Wanneer de dollar stijgt tegenover de euro, wordt een dollarportefeuille in euro meer waard, al het andere gelijk. Wordt de euro sterker, dan werkt het omgekeerd. De handelsvaluta is alleen de munt waarin de participatie op de beurs wordt afgerekend. Zij verandert de economische valuta van de beleggingen niet. Dit verschil is vooral zichtbaar over korte periodes. Op lange termijn kunnen bedrijfswinsten, inflatie en valuta zich deels aanpassen, maar er bestaat geen garantie dat schommelingen verdwijnen. Daarom staan in de scenario’s zowel onderliggende winstgroei als een bandbreedte voor EUR/USD. De aandacht voor spaargeld en beleggen neemt toe nu Nederlandse huishoudens grotere financiële buffers aanhouden. In dit overzicht van sparen en beleggen laten we zien waarom het doel en de horizon belangrijker zijn dan alleen het hoogste actuele percentage. Een dividend-ETF kan inkomen bieden, maar blijft een aandelenbelegging met koersrisico. Wat moet €80,83 waarmaken? VHYL noteerde op 5 oktober op €80,83 in Amsterdam. Dat is een vertraagde slotkoers; de koers beweegt tijdens handelsuren. Voor de reverse waardering kijken we door de ETF heen naar de winst van de portefeuille. Bij een eindwaardering van 16 keer winst en een gewenst koersrendement van 7% per jaar moet de onderliggende winst per participatie richting €6,19 in 2029 groeien. Die €6,19 is geen gerapporteerde fonds-EPS en geen voorspelling van Vanguard. Het is een rekenkundige vertaling van de koers naar de winstbasis die de portefeuille onder gekozen aannames moet dragen. Voor een ETF is dit zinvoller dan doen alsof de uitkering alleen de waarde bepaalt. De totale opbrengst bestaat uit koersrendement plus uitgekeerd dividend. De scenario-koersen hieronder zijn exclusief de cashuitkeringen die de belegger ontvangt. Wie totaalrendement vergelijkt, moet die uitkeringen erbij optellen of als herbelegd behandelen. Zo voorkomen we dat een uitkerende ETF onterecht zwakker lijkt dan een accumulerende variant. Drie koerspaden, plus dividend In het bear-scenario groeien de winsten traag, daalt de waardering en versterkt de euro. Het middenpad veronderstelt gematigde winstgroei, een ongeveer stabiele multiple en jaarlijkse uitkeringen rond het huidige karakter van de portefeuille. In het gunstige pad herstellen waarde-aandelen, groeit de winst breder en helpt de valuta. Het bear-pad geeft mogelijke jaareindekoersen van €72 in 2027, €69 in 2028 en €70 in 2029. Het middenpad komt op €84, €89 en €95. Het gunstige pad toont €91, €101 en €114. Boven op deze koerspaden komt de werkelijk ontvangen uitkering. De formule gebruikt winst per participatie maal een koers-winstverhouding, omgerekend naar euro, minus de jaarlijkse fondskosten. Dividend wordt niet dubbel geteld in de koers. Dat laatste is belangrijk. Wanneer het model de volledige winstgroei in de koers stopt én het dividend daar bovenop telt zonder de uitkering uit de fondswaarde te halen, ontstaat een te mooie uitkomst. De scenario’s scheiden daarom koers en cash. Wanneer past VHYL wel en niet? VHYL kan passen bij een belegger die wereldwijd dividendinkomen zoekt en bewust een andere sectorsamenstelling wil dan een gewone wereldindex. Het fonds is minder passend wanneer de uitkering wordt gezien als een gegarandeerde rente. Bedrijven kunnen dividend verlagen en de koers kan tegelijk dalen. Ook concentratie verdient aandacht. Een index met honderden posities kan toch sterk afhangen van enkele sectoren, landen of macrofactoren. Kijk daarom niet alleen naar het aantal aandelen, maar naar de verdeling van winstbronnen. Hoge dividendrendementen komen vaak uit sectoren waar groei lager of cyclischer is. De centrale conclusie is nuchter. VHYL betaalt echte cash uit, maar creëert die cash niet op het moment van uitkeren. Waarde ontstaat doordat de onderliggende bedrijven na investeringen voldoende winst en vrije kasstroom overhouden. Voor een langetermijnbelegger zijn herbeleggen, waardering, kosten en valuta minstens zo belangrijk als het percentage dat op de rekening verschijnt. Foto: Salim Ramji, CEO van Vanguard, bedrijfsportret via Philadelphia Business Journal
- Wat als de dure apotheken van Hims half leeg blijven?
In het kort Hims & Hers heeft meer dan $300 miljoen geïnvesteerd in faciliteiten en beschikt over ruim één miljoen vierkante voet apotheekruimte. Daardoor kan het bedrijf behandelingen zelf samenstellen, verpakken en versturen, maar het krijgt ook meer vaste kosten, voorraad en uitvoeringsrisico. De beurswaarde van circa $6,88 miljard veronderstelt dat meer dan 2,5 miljoen abonnees uitgroeien tot een schaalbaar zorgplatform. De volgende stap is niet alleen meer leden aantrekken, maar per faciliteit aantonen dat extra omzet sneller groeit dan kosten en werkkapitaal. Hims begon als een digitale voordeur voor gevoelige zorgvragen. Een klant vulde online gegevens in, sprak zo nodig een arts en ontving een behandeling thuis. Dat model leek op een lichte internetonderneming. Inmiddels bezit Hims steeds meer van de keten zelf: technologie, artsenprocessen, personalisering, apotheekactiviteiten en logistiek. Dat geeft controle, maar maakt het bedrijf kapitaalintensiever. Op 23 februari meldde Hims dat het platform meer dan 2,5 miljoen abonnees bediende. De omzet van Hers groeide meer dan 100% en zou volgens de toenmalige bedrijfsverwachting in 2026 boven $1 miljard uitkomen. Hims zelf groeide rond 30%. Die verschillende groeitempo’s zijn relevant, maar de echte economische vraag ligt dieper: hoeveel brutowinst en vrije kas levert iedere extra abonnee op nadat de infrastructuur is betaald? Direct naar een onderdeel van dit artikel Waarom Hims zelf apotheken wil bezitten Verticale integratie maakt fouten ook duurder Groei verbruikt soms kas voordat zij winst toont AI helpt alleen als arts en patiënt er tijd mee winnen Wat moet $29,67 waarmaken? Drie koerspaden Het bewijs ligt in de fabriek én in het abonnement Waarom Hims zelf apotheken wil bezitten Zelf produceren en distribueren kan drie voordelen geven. Ten eerste kan Hims sneller nieuwe doseringen en gepersonaliseerde vormen aanbieden. Ten tweede houdt het bedrijf meer marge binnen die anders naar externe apotheken zou gaan. Ten derde ontstaat meer controle over beschikbaarheid, levertijd en klantervaring. Daar staat een vaste rekening tegenover. Een faciliteit kost geld zolang zij halfleeg draait. Apparatuur, kwaliteitscontrole, personeel en regelgeving verdwijnen niet wanneer het aantal orders een maand tegenvalt. Dat maakt bezettingsgraad een cruciale maatstaf. Hims publiceert niet voor iedere locatie precies hoeveel capaciteit wordt gebruikt. Beleggers moeten daarom via omzetgroei, brutomarge, voorraad en vrije kasstroom afleiden of de bezetting verbetert. De visualisatie laat een eenvoudige economische waarheid zien. Meer leden helpen alleen wanneer de brutowinst per lid hoog genoeg blijft. Een lid dat via stevige marketingkosten wordt geworven, snel opzegt of vooral een laagmargeproduct bestelt, vult wel een doos maar niet noodzakelijk de winst. Andersom kan personalisering een hogere prijs en langere klantrelatie rechtvaardigen, mits de medische uitkomst en service goed zijn. Verticale integratie maakt fouten ook duurder Verticale integratie betekent dat een bedrijf meer stappen van de keten zelf uitvoert. Het voordeel is controle. Het nadeel is dat operationele problemen niet meer bij een leverancier blijven. Een voorraadtekort, vertraging, kwaliteitsprobleem of wijziging in regelgeving raakt dan rechtstreeks de eigen kosten en reputatie. Hims werkt bovendien in zorgcategorieën waarin toezicht snel kan veranderen. De commerciële aantrekkingskracht van gewichtsverliesbehandelingen, hormoonzorg, dermatologie en mentale gezondheid is groot. Tegelijk moeten voorschriften, patiëntscreening en reclame zorgvuldig blijven. Snelle productgroei kan waarde toevoegen, maar ook leiden tot hogere kosten voor artsen, compliance en klantenservice. De overname van Eucalyptus, afgerond en toegelicht op 2 juni, versnelt de internationale uitbreiding. Dat levert nieuwe markten op, maar ook meer regimes, productcatalogi en logistieke stromen. Internationale omzet is dus niet automatisch even winstgevend als Amerikaanse omzet. Integratiekosten en lokale aanpassingen kunnen de eerste jaren zwaarder wegen. Groei verbruikt soms kas voordat zij winst toont Een apotheekbedrijf heeft voorraad nodig. Producten worden ingekocht of samengesteld voordat de klant betaalt. Wanneer de omzet snel groeit, kan ook het bedrag in voorraad en onderweg toenemen. Leverancierskrediet verzacht dat, maar neemt het niet volledig weg. Werkkapitaal is het geld dat vastzit in de dagelijkse operatie, bijvoorbeeld in voorraad en nog te ontvangen betalingen, minus kortlopende verplichtingen aan leveranciers. Een onderneming kan op papier winstgevend zijn en toch kas verbruiken wanneer voorraad sneller groeit dan de verkopen. Bij Hims is dat extra belangrijk omdat het bedrijf van een platform naar een geïntegreerde zorgleverancier beweegt. Bij de kwartaalcijfers van 2026 moeten beleggers daarom niet alleen naar omzet en aangepaste EBITDA kijken. EBITDA is winst vóór rente, belasting en afschrijvingen, maar houdt niet volledig rekening met investeringen in faciliteiten en werkkapitaal. Vrije kasstroom vertelt beter hoeveel geld werkelijk beschikbaar blijft voor overnames, inkoop of een buffer. In onze eerdere uitleg over ServiceNow zagen we hoe een digitaal abonnement veel kas kan opleveren zodra de infrastructuur staat. Hims heeft ook abonnementen, maar levert daarnaast fysieke zorgproducten. Dat verschil maakt de vergelijking nuttig én beperkt. De scherpe koersreactie die we eerder beschreven bij Hims & Hers laat zien hoe gevoelig de waardering is voor twijfel over groei of regelgeving. AI helpt alleen als arts en patiënt er tijd mee winnen Op 10 augustus presenteerde Hims Project Galen, een doctor-led AI-native zorgomgeving. Het bedrijf bouwt een AI-laboratorium in Menlo Park en verwacht volgens de eigen toelichting een terugverdientijd van twaalf tot achttien maanden voor de investering. De formulering doctor-led is belangrijk. AI kan administratieve taken, informatieverwerking en begeleiding ondersteunen, maar de klinische verantwoordelijkheid hoort bij zorgprofessionals te blijven. De economische belofte is dat een arts meer patiënten zorgvuldig kan begeleiden zonder dat de kwaliteit daalt. Dat kan de kosten per consult verlagen en de retentie verbeteren. Het risico is dat AI vooral extra ontwikkelkosten toevoegt of dat fouten juist meer controlewerk veroorzaken. De terugverdientijd is een bedrijfsverwachting, geen gerealiseerd feit. Wat moet $29,67 waarmaken? Het aandeel Hims noteerde op 6 oktober rond $29,67. De beurswaarde bedroeg ongeveer $6,88 miljard. Omdat de huidige winst nog wordt beïnvloed door investeringen en snelle groei, is een gewone koers-winstverhouding onvoldoende. Een reverse waardering op vrije kasstroom maakt de vereiste schaal duidelijker. Stel dat beleggers in 2029 nog 22 keer vrije kasstroom willen betalen en vanaf de huidige waarde 10% koersrendement per jaar verlangen. Dan moet Hims in 2029 ongeveer $0,41 miljard vrije kasstroom produceren. Dat is geen voorspelling. Het is de prestatie die onder deze aannames nodig is om de huidige prijs te dragen. De vereiste vrije kas moet ontstaan nadat faciliteiten, technologie, voorraad en normale investeringen zijn betaald. Aandelenbeloning mag niet worden genegeerd. Als medewerkers met nieuwe aandelen worden beloond, groeit het aantal stukken en wordt de waarde over meer aandeelhouders verdeeld. Een aandeleninkoop compenseert dat alleen voor zover het verwaterde aandeelental daadwerkelijk daalt. Drie koerspaden In het bear-scenario stijgen de vaste kosten sneller dan de bezetting, neemt de regelgevingsdruk toe en vertraagt het aantal leden. Het middenpad veronderstelt dat bestaande faciliteiten geleidelijk vollopen, de internationale uitbreiding beheersbaar blijft en de vrije kasstroom groeit. In het gunstige pad schaalt gepersonaliseerde zorg snel, blijft de retentie hoog en levert AI echte productiviteitswinst op. De mogelijke jaareindekoersen zijn in het bear-pad $21 in 2027, $18 in 2028 en $16 in 2029. Het middenpad toont $34, $40 en $48. Het gunstige pad komt uit op $43, $58 en $78. Achter ieder jaar liggen aannames over omzetgroei, marge, vrije kasstroom en het verwaterde aandeelental. Het zijn scenario’s, geen enkelvoudig koersdoel. Het bewijs ligt in de fabriek én in het abonnement Hims heeft een aantrekkelijk vertrekpunt. Het merk bereikt miljoenen consumenten, abonnementen kunnen terugkerende omzet geven en eigen apotheken kunnen personalisering versnellen. Maar het bedrijf is niet langer alleen een lichte app met marketing. De fysieke infrastructuur moet renderen. Dat bewijs bestaat uit een stijgende brutowinst per faciliteit, beheerst werkkapitaal, stabiele klantretentie en vrije kasstroom die sneller groeit dan aandelenbeloning. Wanneer die combinatie zichtbaar wordt, kan de $300 miljoen aan faciliteiten een concurrentievoordeel zijn. Wanneer de capaciteit leeg blijft of regelgeving de productmix beperkt, wordt dezelfde investering een vaste last. Voor aandeelhouders is de beste vraag dus niet hoeveel leden Hims volgend kwartaal toevoegt. Belangrijker is hoeveel duurzame kas ieder lid achterlaat nadat arts, medicijn, verpakking, bezorging, marketing en infrastructuur zijn betaald. Foto: Medium-profiel van Andrew Dudum
- Geely moet het dure wisselnetwerk van NIO rendabel maken
In het kort NIO leverde in het derde kwartaal 109.178 auto’s af, 25,4% meer dan een jaar eerder. De nieuwe afspraken met Geely over batterijwisselen en laden kunnen de bezetting van NIO’s kostbare infrastructuur verbeteren. Dat is belangrijker dan alleen meer auto’s afleveren: een voller netwerk verlaagt de vaste kosten per wissel en kan uiteindelijk een apart verdienmodel worden. De beurswaarde van circa $7,14 miljard veronderstelt nog geen wonder, maar wel dat NIO de kasuitstroom terugdringt voordat nieuwe financiering bestaande aandeelhouders verder verwatert. Een elektrisch automerk kan zijn omzet tijdelijk opjagen met prijsverlagingen. Een netwerk van batterijwisselstations laat zich minder makkelijk verhullen. De stations moeten worden gebouwd, aangesloten, gevuld met batterijen en onderhouden. Wanneer er te weinig auto’s langskomen, blijven die kosten vrijwel gelijk terwijl de opbrengst per station achterblijft. Precies daarom is de samenwerking met Geely meer dan een aardige toevoeging aan een persbericht. NIO meldde op 1 oktober dat het in september 37.408 voertuigen afleverde, 7,7% meer dan een jaar eerder. Over het derde kwartaal kwam het totaal op 109.178, een stijging van 25,4%. In de eerste negen maanden waren dat er 300.301, bijna de helft meer dan in dezelfde periode van 2025. De aantallen groeien dus. De volgende vraag is hoeveel economische waarde iedere extra auto en iedere extra wissel toevoegt. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een netwerk wordt pas goedkoop als het druk is Geely brengt volume, maar ook onderhandelingsmacht De auto blijft voorlopig de grootste motor Wat moet de huidige koers waarmaken? Drie paden voor 2027, 2028 en 2029 Waar de samenwerking bewezen moet worden Een netwerk wordt pas goedkoop als het druk is Batterijwisselen vervangt een lege batterij in enkele minuten door een volle. Voor een automobilist is dat aantrekkelijk, zeker op plekken waar laden tijd kost. Voor NIO lijkt het meer op een hotel: het gebouw staat er ook wanneer de kamers leeg zijn. De bezettingsgraad bepaalt hoeveel van de vaste kosten over iedere transactie worden verdeeld. De overeenkomst met Geely, aangekondigd op 27 september, richt zich op samenwerking rond batterijwisselen en laden. Dat is nog geen garantie dat grote aantallen Geely-rijders morgen bij NIO-stations staan. Technische standaarden, geschikte automodellen, tarieven en een werkende verrekening moeten eerst aansluiten. Wel verandert de richting. NIO hoeft het netwerk niet uitsluitend voor de eigen merken NIO, ONVO en firefly te benutten. De rekensom hierboven maakt zichtbaar waarom gebruik belangrijker is dan het kale aantal stations. Bij 3.500 stations en gemiddeld dertig wissels per dag komt het netwerk op ruim 38 miljoen wissels per jaar. Verdubbelt de activiteit zonder dat de vaste kosten even hard stijgen, dan daalt de kostprijs per wissel sterk. Daar zit de potentiële hefboom. Andersom werkt die hefboom ook: snelle uitbreiding met lage bezetting vergroot de kasuitstroom. Geely brengt volume, maar ook onderhandelingsmacht Een externe partner kan het netwerk sneller vullen. Daar staat tegenover dat Geely niet dezelfde prijs hoeft te betalen als een individuele NIO-klant. Een grote autofabrikant zal korting verlangen en mogelijk invloed willen op standaarden en locaties. De omzet per wissel kan dus dalen terwijl het aantal wissels stijgt. Dat hoeft niet slecht te zijn. Een lagere prijs kan nog steeds winstgevend zijn wanneer de marginale kosten beperkt zijn en bestaande capaciteit anders leeg blijft. Dit is het verschil tussen capaciteit en benutting. Capaciteit zegt hoeveel wissels theoretisch mogelijk zijn. Benutting zegt hoeveel betalende handelingen daadwerkelijk plaatsvinden. Voor de waardering telt uiteindelijk de bijdrage na elektriciteit, batterijslijtage, onderhoud en partnervergoedingen. Een handtekening levert nog geen omzet op. Het sterkste tegenargument is dat batterijwisselen NIO onderscheidt. Als het netwerk te breed wordt opengesteld, kan een concurrent dezelfde gebruikservaring bieden zonder alle pionierskosten te hebben gedragen. NIO moet daarom kiezen welke onderdelen exclusief blijven en waar schaal meer waard is dan exclusiviteit. Het is denkbaar dat premiumlocaties of abonnementsvoordelen voor eigen klanten blijven, terwijl partners betalen voor basisgebruik. De auto blijft voorlopig de grootste motor Bij de kwartaalcijfers van 1 september rapporteerde NIO voor het tweede kwartaal RMB 32,14 miljard omzet en 107.658 afleveringen. De merkenmix blijft belangrijk. Een groter aandeel goedkopere modellen kan de volumes verhogen, maar drukt mogelijk de omzet en brutowinst per auto. Het wisselnetwerk lost een zwakke automarge niet vanzelf op. Voor een beginnende belegger is brutomarge het bedrag dat na de directe productiekosten van iedere omzet-euro of omzet-yuan overblijft. Daaruit moeten vervolgens onderzoek, verkoop, hoofdkantoor en rente worden betaald. Wanneer NIO auto’s met een dunne brutomarge verkoopt en daarnaast veel infrastructuur bouwt, kan omzetgroei samengaan met een stevige kasuitstroom. Daarom moet in de komende kwartalen op vier dingen worden gelet. Ten eerste de automarge per merk. Ten tweede de operationele kasstroom, dus het geld dat de dagelijkse activiteiten opleveren of verbruiken. Ten derde de investeringen in stations en productie. Ten vierde het aandeel van partners in het netwerkgebruik. Alleen de combinatie laat zien of groei goedkoper wordt. In een eerdere analyse over Tesla legden we uit dat schaal pas waardevol wordt wanneer productie en prijs elkaar niet tegenwerken. Bij NIO komt daar nog de infrastructuurlaag bij. De problemen van Rivian laten bovendien zien hoe snel financiering en productie-uitgaven een groeiverhaal kunnen domineren. Wat moet de huidige koers waarmaken? Het aandeel NIO noteerde op 6 oktober rond $3,42 in New York. Bij een beurswaarde van ongeveer $7,14 miljard oogt het aandeel goedkoop tegenover de miljardenomzet. Een lage omzetmultiple is echter geen koopargument wanneer die omzet structureel verlies en nieuwe kapitaalbehoefte meebrengt. De reverse valuation draait de vraag om. Niet wat wij hopen dat NIO waard wordt, maar hoeveel omzet en marge nodig zijn om de huidige waarde plus een redelijk rendement te dragen. Bij een eindmultiple van 1,2 keer omzet en 10% gewenst jaarlijks koersrendement moet NIO in 2029 ongeveer $7,9 miljard omzet verdienen op een vergelijkbare ondernemingsbasis. Dat omzetniveau is op zichzelf haalbaar. De lastige voorwaarde is dat er tegen die tijd geloofwaardige positieve vrije kasstroom ontstaat. Vrije kasstroom is het geld dat overblijft na de normale bedrijfsvoering en noodzakelijke investeringen. Voor NIO moet die maatstaf zorgvuldig worden gelezen. Minder investeren kan de kas tijdelijk verbeteren, maar de groei van het netwerk of nieuwe modellen verzwakken. Meer investeren kan verstandig zijn, maar vraagt financiering. Als die financiering met nieuwe aandelen gebeurt, wordt dezelfde onderneming over meer stukken verdeeld. Dat heet verwatering. Drie paden voor 2027, 2028 en 2029 De scenario’s hieronder zijn eigen rekenpaden, geen koersdoelen en geen analistenconsensus. Het bear-scenario veronderstelt aanhoudende prijsdruk, lage netwerkbezetting en extra aandelen. In het middenpad groeien de leveringen, verbetert de automarge en brengt partnergebruik de kosten per wissel omlaag. Het gunstige pad vraagt dat de merken tegelijk groeien, het netwerk inkomsten van derden aantrekt en de vrije kasstroom duidelijk richting positief beweegt. Bij het middenpad horen mogelijke jaareindekoersen van $4,10 in 2027, $5,20 in 2028 en $6,40 in 2029. Het bear-pad komt uit op $2,40, $1,90 en $1,60. Het gunstige pad toont $5,20, $7,40 en $10,00. De formule is per jaar een verwachte omzet, marge en aandelenbasis, vermenigvuldigd met een passende waardering. Extra verwatering verlaagt de uitkomst per aandeel; nettokas of nettoschuld hoort slechts één keer te worden verwerkt. Waar de samenwerking bewezen moet worden Het mooie verhaal is helder: NIO bouwde vroeg een netwerk, Geely brengt extra voertuigen en de kosten per wissel dalen. Het bewijs moet nog volgen. Beleggers hebben aantallen nodig over compatibele modellen, actieve stations, wissels door partners, omzet per wissel en onderhoudskosten. Zonder die gegevens blijft de samenwerking vooral strategische optiewaarde. NIO hoeft niet het grootste automerk van China te worden om de huidige beurswaarde te rechtvaardigen. Het moet wel aantonen dat groei niet telkens een nieuwe financieringsronde afdwingt. De overeenkomst met Geely kan daarin belangrijker worden dan een maandrecord aan afleveringen. Een auto telt één keer mee in het aflevercijfer. Een goed gebruikt wisselstation kan jarenlang transacties verwerken. De kern voor aandeelhouders is daarom eenvoudig. Meer leveringen zijn welkom, maar pas een hogere bezetting, betere automarge en dalende kasuitstroom maken van schaal ook waarde per aandeel. Foto: NIO
- Nike wint de winkels terug maar korting knaagt aan de marge
In het kort Nike probeert de relatie met groothandelspartners te herstellen nadat het jarenlang meer nadruk legde op de eigen winkels en app. Dat kan het merk weer zichtbaarder maken en sneller voorraad laten doorstromen. Meer wholesale-omzet is echter niet automatisch beter: retailers vragen marge, oude producten kunnen korting nodig hebben en Nike Direct draagt zijn eigen winkel- en logistieke kosten. Rond $33,96 noteert Nike op ongeveer 16 keer de laatst gemelde winst per aandeel, maar die winstbasis is midden in een herstel en dus geen stabiel eindpunt. Nike heeft geen vraagprobleem in de simpele betekenis van het woord. Het merk is wereldwijd bekend en verkoopt nog altijd voor tientallen miljarden dollars aan schoenen en kleding. Het probleem is subtieler: welke producten groeien, via welk kanaal worden ze verkocht en hoeveel brutowinst blijft per dollar omzet over? Onder president en CEO Elliott Hill probeert Nike opnieuw te bouwen aan de relatie met retailers. De afgelopen jaren wilde het bedrijf meer rechtstreeks aan consumenten verkopen. Dat gaf controle over klantdata en de volledige verkoopprijs, maar verminderde de aanwezigheid bij partners die consumenten dagelijks bezoeken. Concurrenten kregen daar ruimte. De comeback vraagt daarom niet alleen nieuwe schoenen, maar ook een gezondere verdeling tussen Nike Direct en wholesale. Direct naar een onderdeel van dit artikel Wholesale is niet per definitie de lage-margekeuze Omzetherstel kan de verkeerde kwaliteit hebben Concurrentie dwingt Nike terug naar sport Wat moet $33,96 waarmaken? Drie paden door het herstel Wat de komende kwartalen moet verbeteren Wholesale is niet per definitie de lage-margekeuze Wholesale betekent dat Nike producten verkoopt aan retailers, die ze vervolgens aan consumenten verkopen. Nike ontvangt dan een lagere prijs dan in de eigen winkel. Tegelijk draagt de retailer een deel van de verkoopkosten, winkelruimte en voorraad. Direct-to-consumer levert een hogere verkoopprijs op, maar Nike betaalt zelf voor winkels, personeel, bezorging, retouren en digitale marketing. Daarom is het te eenvoudig om Direct altijd als hoogmarge en wholesale altijd als laagmarge te zien. De werkelijke marge hangt af van korting, productmix, voorraadrotatie en de kosten van het kanaal. Een populaire hardloopschoen bij een sterke retailer kan winstgevender zijn dan een oud model dat Nike via de eigen app met 30% korting verkoopt. De visualisatie laat zien hoe de gemengde brutomarge verandert wanneer het aandeel wholesale toeneemt. Brutowinst is wat na de directe productkosten van iedere omzetdollar overblijft. Daaruit moeten marketing, technologie, hoofdkantoor, rente en belasting nog worden betaald. Een paar procentpunt verschil is bij bijna $50 miljard omzet economisch groot. Omzetherstel kan de verkeerde kwaliteit hebben Bij de cijfers over het eerste kwartaal van boekjaar 2027, gepubliceerd op 1 oktober, gaf Nike nieuwe informatie over het herstel. Voor aandeelhouders is de kwaliteit van de omzet belangrijker dan één groeipercentage. Een stijging door nieuwe, gewilde producten en betere verkoop op volle prijs is gezond. Een stijging door extra promoties of het doorschuiven van voorraad naar retailers kan later tegenvallen. Voorraad is hierbij de verbindende schakel. Te veel oude voorraad leidt tot korting. Korting verlaagt de brutomarge en kan het merk beschadigen wanneer consumenten leren wachten op aanbiedingen. Te weinig voorraad van populaire modellen laat juist omzet liggen. Nike moet dus tegelijk oude lijnen opruimen en nieuwe franchises opbouwen. De rekensom maakt zichtbaar hoe snel een paar procentpunt extra kortingsdruk een kostenbesparing kan wegvagen. Stel dat Nike $47 miljard omzet draait en de effectieve korting de marge met twee procentpunt verlaagt. Dan verdwijnt ongeveer $0,94 miljard brutowinst. Zelfs een besparingsprogramma van $1,5 miljard laat dan nog maar een deel van de beloofde verbetering over. Dat is ook het belangrijkste tegenargument bij de turnaround. Kosten snijden helpt de korte termijn, maar een sportmerk kan niet onbeperkt besparen op ontwerp, atleten, marketing en distributie. De waarde zit juist in productinnovatie en culturele relevantie. Wie alleen op kosten stuurt, kan de groeimotor verzwakken. Concurrentie dwingt Nike terug naar sport Nike concurreert niet alleen met Adidas. In hardlopen wonnen merken als On en Hoka terrein; in vrijetijdskleding en specifieke sporten bestaan talloze uitdagers. Die bedrijven hoeven Nike niet overal te verslaan. Het is genoeg wanneer zij in enkele snelgroeiende niches marktaandeel en winkelruimte pakken. Hill wil Nike weer duidelijker rond sport organiseren. Dat klinkt logisch, maar uitvoering telt. Nieuwe producten moeten niet alleen goed worden ontvangen door atleten en influencers. Ze moeten op schaal leverbaar zijn, tegen volle prijs verkopen en meerdere seizoenen relevant blijven. Een succesvolle franchise spreidt ontwerp- en marketingkosten over meer omzet. Retailers spelen daarin een belangrijke rol. Zij geven Nike toegang tot consumenten die niet bewust de Nike-app openen. In ruil verlangen zij betrouwbare levering, aantrekkelijke marges en producten die klanten naar de winkel trekken. De relatie herstellen kost tijd, want schapruimte die naar concurrenten ging, komt niet vanzelf terug. In onze eerdere analyse over de koersdaling bij Nike legden we uit dat een bekende merknaam niet automatisch een koopmoment maakt. De economische motor moet eerst stabiliseren. De vergelijking met Ryanair helpt op een ander punt: een lage prijs kan volume aantrekken, maar aandeelhouders verdienen aan de marge die na die prijs overblijft. Wat moet $33,96 waarmaken? Nike Class B noteerde op 6 oktober rond $33,96 aan de New York Stock Exchange. De beurswaarde bedroeg ongeveer $50,4 miljard. De laatst gemelde winst per aandeel van $2,09 zet de koers-winstverhouding rond 16,3. Dat lijkt laag voor een wereldwijd consumentenmerk, maar de winst is niet genormaliseerd. Een reverse valuation rekent daarom terug. Bij een eindwaardering van 18 keer winst en 9% gewenst jaarlijks koersrendement moet Nike in 2029 ongeveer $2,44 winst per aandeel verdienen. Dat is maar beperkt hoger dan de huidige winstbasis. De markt vraagt dus geen extreme groei, maar wel dat de winst niet verder wegzakt en daarna herstelt. De winst per aandeel kan door drie routes stijgen: hogere omzet, een betere marge en een lager aantal aandelen. Die routes mogen niet dubbel worden geteld. Als Nike aandelen inkoopt maar tegelijk veel aandelenbeloning uitgeeft, is alleen de netto daling van het verwaterde aandeelental relevant. Nettokas en schuld horen eveneens één keer in de waardering. De lage vereiste winstgroei is het positieve argument. Nike hoeft geen nieuw technologisch platform te bouwen. Het heeft distributie, merkbekendheid en een grote omzetbasis. Het negatieve argument is dat margeherstel bij consumentenmerken lang kan duren. Productcycli, retailerrelaties en merkvoorkeur veranderen niet in één kwartaal. Drie paden door het herstel Het bear-scenario veronderstelt dat promoties hoog blijven, marktaandeel verder verschuift en kostenbesparingen productontwikkeling raken. Het middenpad gaat uit van geleidelijk herstel van wholesale, betere voorraadrotatie en oplopende brutomarge. In het gunstige scenario leveren nieuwe sportfranchises sterke verkoop op volle prijs en werken kostenbesparingen zonder het merk te verzwakken. De mogelijke jaareindekoersen zijn in het bear-pad $27 in 2027, $25 in 2028 en $24 in 2029. Het middenpad komt uit op $38, $44 en $51. Het gunstige pad toont $46, $58 en $72. De formule gebruikt winst per aandeel maal een passende koers-winstverhouding. De aannames verschillen per jaar voor omzetgroei, brutomarge en aandeelental. Een koersdoel voor alleen 2029 zou de weg ernaartoe verbergen. Bij Nike is die weg juist belangrijk. Wanneer de marge in 2027 nog daalt en voorraad oploopt, neemt de kans af dat het middenpad in 2028 wordt gehaald. Wanneer verkoop op volle prijs en retailerorders eerder herstellen, kan de winsthefboom sneller werken. Wat de komende kwartalen moet verbeteren Vier signalen verdienen aandacht. Ten eerste verkoop op volle prijs tegenover promoties. Ten tweede voorraadgroei tegenover omzetgroei. Ten derde de brutomarge per kwartaal, inclusief uitleg over kanaalmix en valuta. Ten vierde order- en sell-through-informatie van groothandelspartners. Sell-through is wat retailers werkelijk aan consumenten verkopen; een levering aan de retailer is nog geen definitieve consumentenvraag. Nike kan een overtuigende comeback maken. De huidige koers laat ruimte voor herstel zonder dat direct perfectie nodig is. Maar meer omzet via wholesale is slechts de eerste stap. Aandeelhouders hebben pas echt iets aan dat herstel wanneer de voorraad sneller draait, de korting afneemt en iedere extra omzetdollar weer meer brutowinst oplevert. Foto: Elliott Hill, officiële bedrijfsfoto van Nike
- Na 30 miljoen Copilot-stoelen begint voor Microsoft het echte werk
In het kort Microsoft sloot boekjaar 2026 af met 331 miljard dollar omzet, 18 procent meer dan een jaar eerder. Azure passeerde voor het eerst 100 miljard dollar jaaromzet en Microsoft Cloud kwam uit op 214 miljard dollar. De opvallendste nieuwe maatstaf is echter kleiner en concreter: Microsoft 365 Copilot telt inmiddels 30 miljoen betaalde stoelen. Dat is een enorme distributieprestatie. Nu begint de lastigere fase, want een verkochte licentie is pas echt waardevol als medewerkers de software vaak gebruiken, bedrijven verlengen en de rekenkosten niet even snel oplopen als de omzet. Het aandeel Microsoft noteerde op 6 oktober 2026 om 14.27 UTC op Nasdaq op 534,60 dollar. De marktwaarde lag rond 3,84 biljoen dollar. Bij zo'n waardering is een goed product niet genoeg. Copilot moet de omzet per Microsoft 365-klant zichtbaar verhogen, Azure-gebruik aanjagen en uiteindelijk een ruime bijdrage aan de vrije kasstroom leveren. Direct naar een onderdeel van dit artikel Van verkoop naar dagelijks gebruik Het orderboek is groot, maar timing telt Wat moet de huidige koers waarmaken? Drie scenario's voor 2027, 2028 en 2029 Van verkoop naar dagelijks gebruik Bij de cijfers over het vierde kwartaal van boekjaar 2026 meldde Microsoft dat het 30 miljoen betaalde Microsoft 365 Copilot-stoelen had. Het bedrijf noemde bovendien een Copilot-omzetgroei van 60 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Dat zijn sterke signalen, maar ze beantwoorden nog niet de belangrijkste vraag: hoeveel van die licenties worden intensief gebruikt? Een stoel is een betaald gebruikersrecht. Voor Microsoft is dat aantrekkelijk omdat softwarelicenties terugkerende omzet opleveren. Generatieve AI voegt daar echter variabele kosten aan toe. Elke samenvatting, zoekopdracht of gegenereerde presentatie gebruikt datacentercapaciteit. Een klant die Copilot nauwelijks opent, levert een hoge marge maar mogelijk minder verlengingswaarde. Een klant die het product voortdurend gebruikt, ervaart meer nut, maar veroorzaakt ook meer rekenkosten. De economische kunst is dus niet maximaal gebruik, maar waardevol gebruik waarvoor de klant wil blijven betalen. De eerste module maakt die spanning zichtbaar. Het uitgangspunt van 30 miljoen stoelen en 30 dollar per maand is geen gerapporteerde Copilot-omzet. Het is een rekenvoorbeeld waarmee zichtbaar wordt hoeveel bruto ruimte overblijft wanneer directe gebruikskosten stijgen. Microsoft heeft een belangrijk voordeel: Copilot zit naast Word, Excel, Teams, Outlook en PowerPoint. De verkooporganisatie hoeft geen volledig nieuwe ingang bij klanten te vinden. Toch is bundeling geen garantie voor productiviteit. Bedrijven zullen bij verlenging vragen welke uren zijn bespaard, welke kwaliteit is verbeterd en welke risico's zijn ontstaan rond vertrouwelijke data. De klant moet het prijskaartje kunnen verdedigen tegenover de financiële afdeling. In onze eerdere analyse van Microsoft stond de waardering centraal. De nieuwe cijfers maken duidelijk waarom de lat hoog blijft: Microsoft heeft distributie, maar de volgende waarderingssprong moet uit aantoonbare gebruikswaarde komen. Een ouder stuk over sterke cijfers en een toch dalend aandeel laat hetzelfde mechanisme zien. Wanneer verwachtingen al hoog zijn, kan uitstekend nieuws nog steeds onvoldoende zijn. Het orderboek is groot, maar timing telt Microsoft rapporteerde een resterende contractwaarde, of RPO, van 678 miljard dollar. RPO staat voor omzet die contractueel is vastgelegd maar nog niet is geboekt. Het cijfer groeide met 84 procent, mede door grote OpenAI-verplichtingen. Zonder OpenAI lag de groei volgens Microsoft rond 25 procent. Ongeveer 30 procent van de totale RPO zou binnen twaalf maanden als omzet worden erkend. Dat orderboek geeft zichtbaarheid, maar het is geen zak geld die morgen binnenkomt. Contracten kunnen meerdere jaren lopen, klanten kunnen hun gebruik geleidelijk opschalen en sommige verplichtingen zijn afhankelijk van capaciteit. Vooral bij Azure is een gereserveerde hoeveelheid rekenkracht pas economisch aantrekkelijk wanneer Microsoft die capaciteit tijdig kan bouwen en met voldoende bezettingsgraad kan leveren. De operationele cijfers laten zowel kracht als druk zien. De kwartaalomzet bedroeg 90 miljard dollar en de aangepaste winst per aandeel 4,74 dollar. De brutomarge van het concern was ongeveer 67 procent. De operationele kasstroom bedroeg 55,4 miljard dollar, maar door de forse investeringen bleef 19,6 miljard dollar vrije kasstroom over. Dat is nog altijd veel geld, alleen groeit het verschil tussen operationele kasstroom en vrije kasstroom snel. Microsoft moet dus twee bruggen tegelijk bouwen. De eerste loopt van betaalde Copilot-stoel naar dagelijks gebruik en verlenging. De tweede loopt van getekend Azure-contract naar winstgevende, bezette datacentercapaciteit. Als beide lukken, versterken de activiteiten elkaar. Copilot gebruikt Azure, en Azure-klanten kopen weer meer software en beveiliging. Als een van beide hapert, wordt de hoge investeringsrekening veel zichtbaarder. Wat moet de huidige koers waarmaken? Een reverse valuation begint niet met een koersdoel, maar met de vraag welke winst de huidige koers veronderstelt. Bij 534,60 dollar en een gewenste koersstijging van 8 procent per jaar moet het aandeel in 2029 ongeveer 673 dollar waard zijn. Bij een eindwaardering van 32 keer de winst is dan ongeveer 21 dollar winst per aandeel nodig. Een hogere multiple verlaagt de benodigde winst, maar verhoogt het risico dat rente of tragere groei de waardering later samenperst. De rekensom is niet extreem voor een onderneming die omzet met bijna 20 procent groeit, maar hij laat weinig ruimte voor een langdurige groeivertraging. Microsoft moet niet alleen meer winst boeken; het moet dat doen terwijl aandelenbeloning, datacenterafschrijvingen en investeringen volledig worden meegenomen. De kas op de balans is waardevol, maar mag niet nog eens via een hoge winstmultiple worden dubbel geteld. Het sterke tegenargument is dat Microsoft juist beter gepositioneerd is dan vrijwel iedere concurrent. Het bezit de bedrijfssoftware, de cloud, de ontwikkelaarsomgeving, beveiliging en een wereldwijd verkoopkanaal. Een klant kan daardoor AI invoeren zonder een nieuw leverancierslandschap op te bouwen. Daar staat tegenover dat concurrenten zoals Google, Amazon en gespecialiseerde AI-aanbieders de prijs van rekenkracht en modellen onder druk zetten. Copilot moet dus niet alleen technisch goed zijn, maar economisch onmisbaar worden. Drie scenario's voor 2027, 2028 en 2029 Het bear-scenario veronderstelt dat Copilot wel verkoopt, maar dat intensief gebruik en verlengingen achterblijven. Azure groeit dan langzamer, AI-kosten drukken de marge en de markt betaalt in 2029 een lagere multiple. Het middenpad gaat uit van verdere groei van betaalde stoelen, geleidelijk betere benutting van datacenters en een winst per aandeel die voldoende oploopt om een koers van 700 dollar in 2029 te dragen. In het gunstige pad wordt Copilot een duidelijke omzetmotor per medewerker, blijft Azure boven 30 procent groeien en stijgt de operationele hefboom na de investeringspiek. De uitkomsten zijn scenario's, geen voorspellingen. Ze tonen vooral welke combinatie van winstgroei en waardering nodig is. De koers komt van de Microsoft-notering in De Belegger; die kan inmiddels zijn veranderd. De belangrijkste maatstaf voor de komende kwartalen is daarom niet alleen het aantal verkochte Copilot-stoelen. Let op groei van omzet per zakelijke gebruiker, opmerkingen over gebruiksintensiteit, verlengingen, cloudbrutomarge en de verhouding tussen operationele kasstroom en investeringen. Microsoft heeft het distributievraagstuk grotendeels opgelost. Nu moet het bewijzen dat 30 miljoen betaalde deuren ook vaak genoeg opengaan om de hoge waardering te dragen.
- Waarom levert meer omzet bij Besi minder marge op?
In het kort BE Semiconductor Industries verwacht voor het derde kwartaal 10 tot 15 procent meer omzet dan de 249,9 miljoen euro uit het tweede kwartaal. Dat wijst op een kwartaalomzet tussen ongeveer 274,9 en 287,4 miljoen euro. Toch daalt de verwachte brutomarge van 65,7 procent naar 63 tot 65 procent. Meer omzet levert dus niet automatisch evenredig meer winst. Bij een koers van 194,55 euro op Euronext Amsterdam op 6 oktober wordt de cijferpublicatie van 22 oktober vooral een test van productmix, prijs en de eerste schaalvoordelen van hybride bonding. Besi noteert in euro's onder ticker BESI, met ISIN NL0012866412. De De Belegger-pagina toont de koers van 6 oktober. De kwartaalverwachting komt uit de publicatie van 23 juli. Het gaat om een bedrijfsprognose, niet om reeds gerealiseerde omzet. Direct naar een onderdeel van dit artikel Meer omzet kan tijdelijk minder winstgevend zijn Orders geven richting maar geen margegarantie De koers rekent op schaal en hoge marges Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Meer omzet kan tijdelijk minder winstgevend zijn Besi maakt machines voor het verbinden en verpakken van chips. Die fase heet assembly of packaging. Bij moderne AI-chips worden meerdere chipdelen dicht bij elkaar geplaatst. Hoe kleiner de verbinding en hoe hoger de dichtheid, hoe sneller data kan bewegen en hoe minder energie verloren gaat. Hybride bonding verbindt oppervlakken direct met koper en is een belangrijke techniek voor zulke geavanceerde pakketten. Nieuwe machines hebben vaak hogere ontwikkel- en introductiekosten. De eerste systemen worden in kleinere aantallen gebouwd, terwijl service, afstelling en klantondersteuning al nodig zijn. Tegelijk kan de omzetmix meer conventionele machines bevatten. Daardoor kan de totale omzet stijgen terwijl de brutomarge daalt. De module koppelt de kwartaalgroei aan brutomarge en bedrijfskosten. Bij het midden van de omzetverwachting en 64 procent marge blijft veel operationele ruimte over. Een verschil van één procentpunt brutomarge is op bijna 280 miljoen euro kwartaalomzet echter ongeveer 2,8 miljoen euro brutowinst. Voor een bedrijf met een relatief vaste kostenbasis stroomt een flink deel daarvan door naar de winst. In onze eerdere analyse van Besi stond de combinatie van orders, hybride bonding en waardering centraal. De nieuwe test is smaller en concreter: kan omzetgroei de lagere productmixmarge compenseren, of blijkt de markt te vroeg op schaalvoordelen te rekenen? Orders geven richting maar geen margegarantie Besi ontving in het tweede kwartaal voor 292,9 miljoen euro aan orders, 128,8 procent meer dan een jaar eerder. De kwartaalomzet bedroeg 249,9 miljoen euro, 68,7 procent meer dan een jaar eerder. De nettowinst kwam uit op 89 miljoen euro. Dat orderniveau biedt zicht op toekomstige leveringen, maar vertelt niet welke machine wanneer wordt geleverd en tegen welke marge. Een order is geen omzet. Klanten kunnen aflevermomenten verschuiven en de productmix kan veranderen. Een geavanceerd hybride-bondingsysteem kan een ander margeprofiel hebben dan een traditionele die-bonder. Bovendien kan een klant eerst testcapaciteit plaatsen en pas na kwalificatie grotere aantallen bestellen. De mixmodule laat zien hoeveel van de omzet uit hybride bonding zou kunnen komen. Een hoger aandeel kan de groeikansen vergroten, maar de marge hoeft niet direct mee te stijgen. Vroege machines kunnen veel ondersteuning vragen. Pas wanneer productie aantoonbaar opschaalt en installaties worden herhaald, moet de techniek zich in brutowinst vertalen. Het sterkste positieve argument is dat packaging een groter deel van de totale chipwaarde krijgt. Traditionele schaalverkleining wordt duurder, waardoor chipontwerpers prestaties zoeken door meerdere onderdelen slim te combineren. Besi verkoopt gereedschap voor precies die stap. De tegenwerping is de timing. Klanten kunnen kwalificatie langer laten duren, capaciteit gefaseerd bestellen of concurrerende verbindingstechnieken gebruiken. De bredere technologische positie en waardering zijn uitvoerig beschreven in onze deepdive over Besi. Voor 22 oktober zijn drie cijfers doorslaggevend: gerealiseerde omzet, brutomarge en nieuwe orders. Een sterke omzet zonder margebehoud is minder waardevol; een hoge orderinstroom zonder levertempo schuift winst naar later. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De koers rekent op schaal en hoge marges Bij 194,55 euro, 9 procent gewenst koersrendement en een eindwaardering van 28 keer de winst moet Besi in 2029 ongeveer 9,25 euro winst per verwaterd aandeel verdienen. De berekening zegt niet dat 28 keer winst goedkoop of duur is. Zij maakt zichtbaar welke winst nodig is wanneer de belegger vanaf de huidige koers ook rendement wil behalen. De nettokas en deposito's bedroegen eind tweede kwartaal ongeveer 164 miljoen euro. Die balans geeft ruimte voor dividend en investeringen, maar wordt niet dubbel geteld. Wanneer kas rente oplevert en die rente in de winst zit, kan dezelfde kas niet nogmaals volledig boven op de koerswaarde worden gezet. Dividend verlaagt op de ex-datum de koers en hoort bij totaalrendement, niet als gratis extra waarde in het koersmodel. Een blijvende brutomarge boven 65 procent zou aantonen dat Besi sterke prijszetting en gunstige mix heeft. Een daling richting 60 procent verandert de winsthefboom snel. Het oordeel over het aandeel hangt daarom minder af van enkele miljoenen extra omzet dan van wat na directe productiekosten overblijft. Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 In het bear-scenario drukt de productmix de marge en koelen orders af. Mogelijke jaareindekoersen zijn 145 euro in 2027, 125 euro in 2028 en 115 euro in 2029. Het middenpad veronderstelt dat omzetgroei een bescheiden margedaling compenseert: 205, 225 en 250 euro. In het gunstige pad schaalt hybride bonding en herstelt de brutomarge boven 66 procent: 235, 285 en 345 euro. De formule is winst per aandeel maal een scenario-multiple. De modules tellen orders niet als omzet en voegen nettokas niet nogmaals aan de koers toe. De waarderingsschuif laat zien dat dezelfde operationele uitkomst bij een andere multiple een flink andere koers geeft. Besi heeft sterke orders en een technologie die past bij de richting van de chipsector. De cijfers van 22 oktober moeten tonen of die groei al winstgevender wordt of eerst een duurdere productmix meebrengt. Bij 194,55 euro is de marge geen detail, maar de maatstaf die groei in waarde vertaalt.
- Google-deal belooft Marvell jaren groei maar nog geen omzet
In het kort Marvell groeide in het tweede kwartaal van boekjaar 2027 met 37 procent naar 2,74 miljard dollar omzet. De datacenteromzet steeg 46 procent en het bedrijf verhoogde de vooruitzichten voor dit en volgend boekjaar. Tegelijk kreeg de samenwerking met Google een bredere vorm: custom accelerators, opslagcontrollers, netwerkkaarten, geheugeninterfaces en near-memory compute vallen onder de commerciële afspraken. Dat biedt jarenlange groeikansen, maar een grote klant kan ook een groot concentratierisico worden. Bij 293,76 dollar op Nasdaq op 6 oktober moet Marvell laten zien dat zijn breedte meer klanten en meer kas oplevert, niet alleen meer afhankelijkheid. Marvell noteert onder ticker MRVL in dollars, met ISIN US5738741041. De De Belegger-pagina toont de koers van 6 oktober. De cijfers hebben betrekking op het gebroken boekjaar van Marvell. Het tweede kwartaal eindigde daarom eerder dan het tweede kalenderkwartaal. Die periodebasis moet bij vergelijkingen gelijk blijven. Direct naar een onderdeel van dit artikel De Google overeenkomst is breed maar omzet blijft voorwaardelijk Interconnect maakt van losse chips een systeem De koers vraagt om veel meer winst per aandeel Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 De Google overeenkomst is breed maar omzet blijft voorwaardelijk Custom silicon betekent dat Marvell samen met een klant een chip ontwerpt voor een specifieke taak. De klant krijgt een ontwerp dat beter past bij zijn datacenter; Marvell ontvangt ontwikkelinkomsten en verdient later aan productievolumes. De relatie kan lang duren, omdat een chip meerdere ontwerpfasen, tests en generaties doorloopt. Volgens de melding bij de Amerikaanse toezichthouder van 19 augustus sloot Marvell op 29 juli een commerciële overeenkomst met Google voor meerdere aangepaste semiconductorproducten. De programma's sluiten aan op Googles TPU-infrastructuur en omvatten meer dan één chipsoort. Dat spreidt de technische kans binnen dezelfde klant, maar niet noodzakelijk de economische afhankelijkheid. Een raamwerk, ontwerpselectie of aankoopvoorwaarde is nog geen erkende omzet. Producten moeten worden afgerond, besteld, geleverd en geaccepteerd. De concentratiemodule maakt zichtbaar wat er gebeurt wanneer één klant een groot deel van de omzet levert. Een grotere klant kan schaal, voorspelbaarheid en efficiënte ontwikkeling geven. Tegelijk kan die klant prijzen afdwingen, volumes verschuiven of zelf meer ontwerpen. Een percentage boven ongeveer een derde maakt de groepsgroei sterk afhankelijk van één investeringsbudget. In onze eerdere analyse van de zorgen rond Marvell stond klantconcentratie al centraal. De Google-afspraken vergroten zowel de kans als het risico. De nieuwe vraag is of Marvell de technische bouwstenen bij andere hyperscalers kan herhalen, zodat één referentieprogramma leidt tot bredere vraag. Interconnect maakt van losse chips een systeem AI-datacenters hebben meer nodig dan rekenchips. Data moet snel tussen accelerators, geheugen en opslag bewegen. Marvell verkoopt daarom optische verbindingen, datacenterinterconnect, netwerkcomponenten en custom processors. Hoe groter een cluster wordt, hoe meer waarde verschuift van de individuele chip naar het netwerk eromheen. In het tweede kwartaal kwam de GAAP-brutomarge uit op 53,1 procent en de aangepaste brutomarge op 58,9 procent. De GAAP-winst per aandeel bedroeg 0,33 dollar en de aangepaste winst 0,94 dollar. Operationele kasstroom was 605,5 miljoen dollar. Voor het derde kwartaal verwacht Marvell ongeveer 3,15 miljard dollar omzet, een aangepaste brutomarge tussen 57,5 en 58,5 procent en 1,10 dollar aangepaste winst per aandeel. De margebrug laat zien hoeveel ruimte na brutowinst en operationele kosten overblijft. Complete connectiviteitsoplossingen kunnen de omzet per klant verhogen, maar custom chips hebben ontwikkelkosten voordat productievolume komt. Het tempo van omzetherkenning bepaalt daarom de kasconversie. Een sterk orderboek met late leveringen kan tijdelijk minder kas produceren dan de aangepaste winst suggereert. De Investor Day van 6 oktober biedt management de kans om de meerjarige route toe te lichten. Beleggers moeten vooral letten op hoeveel omzet uit bestaande programma's komt, hoeveel uit nieuwe klanten en welke marge bij de groei hoort. Een bredere productlijst is geen diversificatie wanneer dezelfde klant alle onderdelen koopt. Een vooruitblik op de laatste kwartaalcijfers staat in ons artikel over Marvell voor de earnings. De huidige koers impliceert dat de versnelde datacentergroei langer aanhoudt. Dat maakt de kwaliteit van de klantmix minstens zo belangrijk als de omzetgroei zelf. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De koers vraagt om veel meer winst per aandeel Bij 293,76 dollar, 10 procent gewenst koersrendement en een eindwaardering van 28 keer de winst moet Marvell in 2029 ongeveer 13,9 dollar winst per verwaterd aandeel verdienen. Dat is veel meer dan vier keer de aangepaste kwartaalprognose van 1,10 dollar. Om het verschil te overbruggen moeten omzet, marge en winst per aandeel meerdere jaren hard groeien. De berekening gebruikt een verwaterde aandelenbasis. Marvell rekent voor de derdekwartaalprognose met ongeveer 900 miljoen verwaterde aandelen op GAAP-basis en 921 miljoen op aangepaste basis. Dat verschil is materieel. Warrantregelingen en aandelenbeloning kunnen de waarde per bestaand aandeel drukken, ook wanneer de onderneming als geheel groeit. Het sterkste argument voor de hoge waardering is dat Marvell op meerdere knelpunten tegelijk zit. Custom compute, optiek, netwerk en geheugeninterfaces zijn allemaal nodig om AI-clusters te schalen. Wie alleen de rekenchip waardeert, mist de rest van de infrastructuur. De tegenwerping is dat grote klanten onderdelen kunnen combineren, leveranciers tegen elkaar kunnen uitspelen en programma's kunnen vertragen. Technische relevantie garandeert geen blijvende economische marge. Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 In het bear-scenario schuiven grote klanten programma's door en drukt concentratie de multiple. Mogelijke jaareindekoersen zijn 205 dollar in 2027, 175 dollar in 2028 en 160 dollar in 2029. Het middenpad veronderstelt dat custom silicon en interconnect volgens plan groeien: 310, 345 en 385 dollar. In het gunstige pad schalen meerdere klanten tegelijk en blijft de aangepaste brutomarge rond 58 procent: 370, 455 en 560 dollar. De formule vermenigvuldigt winst per aandeel met een passende eindmultiple. De potentiële omvang van een klantovereenkomst wordt niet als huidige omzet of kas toegevoegd. Ook aandeleninkoop telt alleen wanneer het verwaterde aandeelental werkelijk daalt. De waarderingsschuif maakt zichtbaar hoeveel van een koerspad door winst en hoeveel door sentiment wordt bepaald. Marvell heeft bij Google een brede plek in de technische keten veroverd. De volgende stap is economisch: programma's moeten productievolume krijgen en de klantmix moet verbreden. Zolang één grote relatie tegelijk motor en kwetsbaarheid is, verdient groei een premie, maar geen vrijstelling van concentratierisico.
- Bestaande klanten zijn de stille groeimotor van Palantir
In het kort Palantir groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 93 procent naar 1,94 miljard dollar omzet. Opvallend is waar die groei vandaan kwam. Bij overheid droegen klanten die eind 2025 al bestonden 428 miljoen dollar aan de toename bij; bij commercieel was dat 407 miljoen dollar. Bestaande klanten kochten dus veel meer software. Dat is een sterk signaal voor productwaarde, maar het maakt klantbehoud en contractvoorwaarden extra belangrijk. Bij een koers van 190,905 dollar op Nasdaq op 6 oktober moet Palantir op 2 november bewijzen dat verdieping bij bestaande klanten niet eenmalig was. Palantir Class A noteert onder ticker PLTR in dollars, met ISIN US69608A1088. De De Belegger-pagina toont de koers met twintig minuten vertraging. De cijfers komen uit het kwartaalrapport bij de Amerikaanse toezichthouder SEC voor de periode tot en met 30 juni. Prognoses van het management en onze scenario's blijven daarvan gescheiden. Direct naar een onderdeel van dit artikel Bestaande klanten zijn de goedkoopste groeimotor Contractwaarde is nog geen omzet De waardering laat weinig ruimte voor vertraging Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Bestaande klanten zijn de goedkoopste groeimotor Softwarebedrijven geven veel geld uit om een nieuwe klant te winnen. Verkoopteams, demonstraties, proefprojecten en implementatie komen voordat er grote omzet is. Wanneer een bestaande klant daarna meer afdelingen, gebruikers of toepassingen toevoegt, kan extra omzet met relatief weinig nieuwe verkoopkosten binnenkomen. Dat heet expansie bij bestaande klanten. Palantir profiteert duidelijk van dat mechanisme. Foundry helpt commerciële organisaties data en werkprocessen samen te brengen. Gotham richt zich vooral op overheden en defensie. AIP voegt toepassingen met generatieve AI toe. Wanneer één toepassing werkt, kan dezelfde klant het platform voor andere processen inzetten. Daardoor stijgt de omzet sneller dan het aantal klanten. De module laat het aandeel van bestaande en nieuwe klanten in de gekozen omzetgroei zien. Een hoog aandeel is positief zolang klanten breed en tevreden zijn. Het kan minder gunstig worden wanneer een klein aantal grote klanten het grootste deel van de groei draagt. Dan raakt een vertraging bij één overheidsprogramma of concern de totale groei harder. In onze uitleg van de kwartaalverrassing werd de snelle commerciële groei naast de waardering gezet. De nieuwe controle is de kwaliteit van die groei. Nieuwe contracten krijgen veel aandacht, maar herhaalde uitbreiding zegt vaak meer over de economische waarde van het product. Contractwaarde is nog geen omzet Palantir meldde in het tweede kwartaal 220 deals van minstens 1 miljoen dollar, 98 deals van minstens 5 miljoen en 73 deals van minstens 10 miljoen. De total contract value, of TCV, van de Amerikaanse commerciële activiteiten bedroeg 2,13 miljard dollar en groeide 153 procent. TCV is de totale contractwaarde. Het bedrag wordt niet automatisch in hetzelfde kwartaal als omzet geboekt. Het SEC-rapport noemt bovendien dat contracten beëindiging voor gemak kunnen toestaan. Een klant kan dan onder voorwaarden stoppen zonder dat Palantir alle oorspronkelijke contractwaarde ontvangt. Dat maakt TCV nuttig als vraagindicator, maar ongeschikt om één op één als toekomstige omzet te behandelen. De contractmodule past daarom een realisatiekans en looptijd toe. Dat is geen voorspelling van Palantirs boekhouding. Het toont waarom een contract van 2 miljard dollar economisch iets anders kan zijn dan 2 miljard reeds erkende omzet. De belegger wil de komende kwartalen zien hoeveel resterende contractwaarde werkelijk omzet wordt en of klanten hun gebruik blijven uitbreiden. Het sterkste positieve argument is dat de software diep in werkprocessen wordt ingebouwd. Een model of dashboard kan worden vervangen; een operationeel platform dat data, toestemming en beslissingen verbindt is lastiger te verwijderen. De tegenwerping is dat grote klanten onderhandelingsmacht hebben en dat overheidsbudgetten politiek en projectmatig bewegen. Opzegbaarheid maakt die onzekerheid concreet. De koerssprong en de redenen daarvoor werden eerder behandeld in ons artikel over de stijging van Palantir. Sindsdien is de bewijslast mee omhoog gegaan. Een hogere koers vraagt niet alleen meer groei, maar ook meer zekerheid dat contractwaarde in winst en kas verandert. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De waardering laat weinig ruimte voor vertraging Bij 190,905 dollar, 11 procent gewenst koersrendement en een eindwaardering van 45 keer de winst moet Palantir in 2029 ongeveer 5,78 dollar winst per verwaterd aandeel verdienen. De eindmultiple is al hoog, passend bij snelle groei en een sterke marge. Wie een lagere multiple gebruikt, krijgt een nog hogere winstvereiste. Palantir rapporteerde over het kwartaal 912 miljoen dollar GAAP-bedrijfswinst en ongeveer 1,2 miljard dollar aangepast. Het verschil komt onder meer door aandelenbeloning. Aangepaste winst is nuttig om de operationele trend te zien, maar aandeelhouders voelen aandelenbeloning via verwatering. De scenario's gebruiken daarom een verwaterde aandelenbasis en tellen aandeleninkoop alleen wanneer het totale aantal werkelijk daalt. De hoge marge kan verdere expansie zeer winstgevend maken. Extra softwareomzet heeft weinig directe productkosten. Tegelijk kan Palantir verkoop en ontwikkeling opvoeren om de kans te grijpen. De juiste maatstaf is niet alleen omzetgroei, maar groei van vrije kasstroom per aandeel nadat aandelenbeloning is meegenomen. Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Het bear-scenario veronderstelt groeivertraging, onvolledige omzetconversie van contracten en een veel lagere multiple. Mogelijke jaareindekoersen zijn 120 dollar in 2027, 95 dollar in 2028 en 80 dollar in 2029. Het middenpad gaat uit van verdere verdieping bij bestaande klanten en hoge marges: 205, 230 en 255 dollar. Het gunstige pad veronderstelt dat commerciële groei verbreedt zonder zwakker klantbehoud: 245, 305 en 380 dollar. De formule is winst per aandeel maal een scenario-multiple. Contractwaarde wordt niet als kas opgeteld en de huidige nettokas wordt niet dubbel meegeteld. De module maakt vooral duidelijk hoe gevoelig het aandeel is voor een lagere waardering. Zelfs sterke winstgroei kan onvoldoende zijn wanneer de markt minder wil betalen voor iedere winstdollar. Palantirs groei is niet alleen het gevolg van nieuwe logo's. Bestaande klanten besteden veel meer, en dat is inhoudelijk sterker. Op 2 november moet blijken of die verdieping doorzet, hoeveel contractwaarde omzet wordt en of de winst per aandeel snel genoeg groeit. Bij 190,905 dollar is bijna goed niet goed genoeg.
- Vergeet de aandeleninkoop bij Ahold en kijk naar de marge
In het kort Ahold Delhaize kocht tussen 28 september en 2 oktober 406.632 eigen aandelen in tegen gemiddeld 31,92 euro, goed voor 13 miljoen euro. Sinds de start van het programma is 862,6 miljoen euro van de aangekondigde 1 miljard besteed en zijn 24,4 miljoen aandelen ingekocht. Dat helpt de winst per aandeel, maar het verandert niet hoeveel klanten bij Albert Heijn, Delhaize, Food Lion en Stop & Shop uitgeven of hoeveel marge op die boodschappen overblijft. Het aandeel noteerde op 6 oktober 2026 om 15.15 uur in Amsterdam op 31,57 euro. De lijn AD.AS luidt in euro en heeft ISIN NL0011794037. De De Belegger-pagina bevestigde instrument, beurs en valuta. De volgende kwartaalcijfers staan voor 4 november gepland. Tot die tijd is de inkoopupdate nuttig, maar zij is geen vervanging voor volume, prijsontwikkeling en operationele marge. Direct naar een onderdeel van dit artikel Minder aandelen maken iedere winsteuro groter In Amerika beslist een paar tiende procent marge De reverse waardering vraagt om ongeveer 3,1 euro winst in 2029 Drie koerspaden met en zonder margeherstel Minder aandelen maken iedere winsteuro groter Aandeleninkoop werkt eenvoudig. Wanneer dezelfde jaarwinst over minder aandelen wordt verdeeld, stijgt de winst per aandeel. Stel dat de nettowinst gelijk blijft en het aandeelental 2 procent daalt, dan stijgt de winst per aandeel grofweg 2 procent. Het bedrijf wordt operationeel niet groter; iedere overgebleven aandeelhouder bezit alleen een iets groter stukje. De officiële update van 6 oktober laat zien dat het programma bijna klaar is. Het resterende bedrag is ongeveer 137,4 miljoen euro. Tegen 31,92 euro koopt dat nog circa 4,3 miljoen aandelen, nog geen half procent van een aandelenbasis rond 920 miljoen. De exacte uitkomst hangt af van de gemiddelde inkoopkoers en het aantal nieuwe aandelen voor beloning. De module maakt duidelijk waarom de laatste tranche de waardering niet kan dragen. De winst per aandeel krijgt een klein zetje, geen structurele versnelling. Inkoop creëert vooral waarde wanneer het aandeel onder zijn intrinsieke waarde wordt gekocht en de balans sterk blijft. Tegen een te hoge prijs verschuift vermogen juist van blijvende aandeelhouders naar verkopers. Ahold kan de inkoop goed betalen wanneer vrije kasstroom ruim boven dividend, investeringen en leaseverplichtingen ligt. Supermarkten hebben gunstig werkkapitaal: klanten betalen meteen, terwijl leveranciers later worden betaald. Dat voordeel blijft alleen intact wanneer voorraden beheersbaar zijn en winkels genoeg volume draaien. In Amerika beslist een paar tiende procent marge De Verenigde Staten zijn goed voor het grootste deel van de omzet. De marges daar staan onder druk door prijsconcurrentie, loon, distributie en de moeizame positionering van Stop & Shop. Een operationele marge van 4 procent betekent dat van iedere 100 dollar omzet ongeveer 4 dollar overblijft vóór rente en belasting. Een halve procentpunt prijsinvestering kan dus meer dan een tiende van die operationele winst opslokken. De margemodule laat dat hefboomeffect zien. Prijsverlaging kan volume beschermen, maar is alleen waardevol wanneer klanten meer artikelen kopen, vaker terugkomen of minder naar concurrenten gaan. Omzetgroei zonder marge kan de absolute winst laten stagneren. Andersom kan kostenbesparing de marge verhogen, maar te weinig personeel of een slechtere winkelervaring tast later omzet aan. Bij de resultaten over het tweede kwartaal lag de nadruk op Amerikaanse volumes en marge. De kern is niet of één kwartaal een tiende beter of slechter is. De belegger wil zien dat prijsinvesteringen marktaandeel beschermen zonder een permanente stap omlaag in winstgevendheid. Een mogelijk bod op activiteiten van een concurrent kan strategisch aantrekkelijk lijken, maar een gerucht is geen transactie. Zolang prijs, financiering, mededinging en synergie niet officieel zijn, hoort zo'n scenario niet in de basiswaardering. Ahold heeft al genoeg interne verbeterkansen. Winkelrenovatie, distributie, huismerken en online efficiëntie zijn beter controleerbaar dan een onzekere overname. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. De reverse waardering vraagt om ongeveer 3,1 euro winst in 2029 Bij 31,57 euro, 8 procent gewenst koersrendement en een eindwaardering van 13 keer de winst moet Ahold in 2029 ongeveer 3,06 euro winst per aandeel verdienen. De formule is koers maal drie jaar samengesteld rendement, gedeeld door de multiple. Dividend komt daar als totaalrendement bovenop, maar is niet in de getoonde koersscenario’s opgeteld. Zo blijven koersrendement en uitkering gescheiden. De winst per aandeel kan stijgen door hogere operationele winst, minder rentelast of minder aandelen. Alleen het eerste maakt de onderneming zelf groter. Inkoop kan een vlakke winst aantrekkelijker maken, maar niet eindeloos. Na afronding van het programma moet een nieuw besluit komen; margeverbetering kan ieder jaar doorwerken zonder steeds opnieuw 1 miljard euro uit te geven. Het positieve tegenargument is stabiliteit. Mensen blijven boodschappen doen, huismerken kunnen klanten binden en de balans ondersteunt dividend en inkoop. Ahold hoeft geen spectaculaire omzetgroei te leveren om een redelijk totaalrendement te bieden. Het risico is dat die stabiliteit beleggers blind maakt voor een langzaam margieverlies. Een paar tienden per jaar lijken klein, maar tellen bij tientallen miljarden omzet snel op tot honderden miljoenen. Drie koerspaden met en zonder margeherstel Het bear-scenario veronderstelt aanhoudende Amerikaanse prijsconcurrentie en een lagere waardering. Mogelijke jaareindekoersen zijn 27 euro in 2027, 25 euro in 2028 en 24 euro in 2029. In het middenpad groeit omzet beperkt, blijft marge redelijk stabiel en verhoogt inkoop de winst per aandeel: 34, 37 en 40 euro. Het gunstige pad combineert volumeherstel, hogere marge en een lager aandeelental: 38, 44 en 50 euro. Deze scenario's zijn geen enkel koersdoel. De formule is winst per aandeel maal een waarderingsmultiple, met dividend apart. De waarderingsschuif laat zien wat er gebeurt wanneer de markt voor dezelfde winst minder of meer wil betalen. Dat is relevant voor een defensief aandeel, omdat een lager risicogevoel de multiple kan verhogen zonder operationele verandering. Ahold heeft de inkoop bijna afgerond en daarmee de winst per aandeel geholpen. Vanaf hier moet de winkelvloer het overnemen. Zolang volume en marge in de Verenigde Staten niet samen verbeteren, is de inkoop een nuttige steun, maar geen motor voor een blijvend hogere waarde.
- Google Cloud wordt de winstmachine die AI moet betalen
In het kort Alphabet rapporteerde over het tweede kwartaal van 2026 119,8 miljard dollar omzet, 24 procent meer dan een jaar eerder. Google Cloud groeide met 82 procent tot 24,8 miljard dollar en behaalde 8,8 miljard dollar bedrijfswinst. De Cloud-marge kwam daarmee uit op 35,6 procent. Tegelijk bedroeg het verlies bij centrale activiteiten 5,8 miljard dollar, vooral door gedeeld AI-onderzoek. De vraag is niet meer of Cloud groot genoeg kan worden. De vraag is hoeveel van die winst nodig blijft om de volgende modelgeneratie te financieren. Alphabet Class A sloot op 5 oktober 2026 op Nasdaq op 346,47 dollar. Deze lijn heeft ticker GOOGL, stemrecht en ISIN US02079K3059. De koers op de De Belegger-pagina was twintig minuten vertraagd. Class C heeft vrijwel hetzelfde economische belang maar geen gewoon stemrecht. Alle cijfers hieronder gaan over Class A, zodat koers, winst per aandeel en scenario's bij dezelfde aandelenklasse horen. Direct naar een onderdeel van dit artikel Cloud verdient nu genoeg om een groot deel van AI te dragen Backlog is zichtbaarheid, geen kas op de bank De koers vraagt om ongeveer 18,5 dollar winst in 2029 Drie paden voor Search, Cloud en AI-kosten Cloud verdient nu genoeg om een groot deel van AI te dragen Google Cloud bestaat uit infrastructuur, data, beveiliging, bedrijfssoftware en AI-diensten. De versnelling kwam onder meer uit AI-infrastructuur, zakelijke AI-oplossingen en de eerste verkoop van TPU-systemen aan datacenters van klanten. Een TPU is Google's eigen chip voor machine learning. Hardwareverkoop kan omzet snel verhogen, maar heeft mogelijk een andere marge dan softwareverbruik. Daarom is de marge belangrijker dan het groeipercentage alleen. De officiële kwartaalpublicatie en de toelichting melden een Cloud-backlog van 514 miljard dollar, meer dan 50 miljard hoger dan een kwartaal eerder. Backlog is gecontracteerde omzet die nog niet is geboekt. Iets meer dan de helft zou volgens het bedrijf binnen 24 maanden als omzet worden verwerkt. Dat geeft zichtbaarheid, maar geen garantie dat elk contract dezelfde winst oplevert. De Cloud-module zet bedrijfswinst tegenover centrale AI-kosten. De vergelijking is niet volledig, omdat centraal onderzoek ook Search, YouTube en andere producten ondersteunt. Ze maakt wel een belangrijk verband zichtbaar. Cloud kan de investeringsrekening steeds beter dragen, maar die rekening verdwijnt niet. Wanneer centrale kosten sneller groeien dan Cloud-winst, moeten advertenties het verschil blijven financieren. Search groeide in het kwartaal met 17 procent. Dat is cruciaal, want de advertentiemachine levert nog altijd de meeste kas. AI-antwoorden kunnen zoekresultaten nuttiger maken en nieuwe commerciële vragen openen. Ze kunnen ook meer rekenkosten per zoekopdracht veroorzaken of verkeer naar uitgevers veranderen. De juiste maat is daarom opbrengst minus distributie- en infrastructuurkosten, niet alleen het aantal AI-overviews. Backlog is zichtbaarheid, geen kas op de bank Een contract wordt pas omzet wanneer Alphabet de beloofde dienst levert. Bij Cloud kan dat over jaren lopen. Een snel groeiende backlog is gunstig, zolang klanten capaciteit gebruiken en de contractmarge overeind blijft. Wanneer grote klanten korting krijgen of veel infrastructuurkosten vooraf worden gemaakt, loopt kas achter op de gepresenteerde contractwaarde. De module verdeelt het om te zetten deel van de backlog gelijkmatig over twee jaar. In werkelijkheid varieert het ritme. Het model laat vooral zien hoe groot de omzetstroom kan zijn en waarom een procentpunt conversie tientallen miljarden verschil maakt. Backlog mag niet volledig bij de beurswaarde worden opgeteld; de kosten om de dienst te leveren horen er ook bij. In onze bespreking van Alphabets kwartaalcijfers stond de brede kracht van Search en Cloud centraal. Het oudere stuk over het herstel van de advertentiemarkt biedt context voor de cyclische kant. De huidige waardering vraagt nu een volgende stap: Cloud moet niet alleen groeien, maar een groter deel van de AI-kosten absorberen zonder dat Search zijn marge verliest. Het sterkste tegenargument tegen voorzichtigheid is Alphabets combinatie van distributie en infrastructuur. Het bedrijf heeft miljarden gebruikers, eigen chips, wereldwijde datacenters en een advertentieveiling. Een verbetering in een model kan over meerdere producten worden uitgerold. Daartegenover staan mededingingszaken, mogelijke remedies rond zoekdistributie en concurrentie van Microsoft, Amazon en gespecialiseerde modelbouwers. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER. De koers vraagt om ongeveer 18,5 dollar winst in 2029 Bij 346,47 dollar, 8 procent gewenst koersrendement en een eindwaardering van 24 keer de winst moet Alphabet in 2029 ongeveer 18,5 dollar winst per Class A-aandeel verdienen. De gemelde kwartaalwinst bevatte een grote ongerealiseerde boekwinst op beleggingen. Die is niet geschikt om vier keer te vermenigvuldigen. Voor een bruikbare waardering moet de belegger naar operationele winst en genormaliseerde winst per aandeel kijken. De reverse berekening maakt ook de multiplegevoeligheid zichtbaar. Bij 20 keer winst is meer winst nodig dan bij 28 keer. Aandeleninkoop kan de winst per aandeel verhogen wanneer het verwaterde aandeelental daalt. Kas wordt niet nogmaals toegevoegd nadat dezelfde kas in de winst- en kasstroomaannames is verwerkt. Cloud kan de vereiste winst ondersteunen via omzetgroei en marge. Search moet tegelijk blijven groeien, terwijl afschrijvingen op datacenters oplopen. Afschrijving verdeelt een investering over de gebruiksduur. De kas is eerder uitgegeven, maar de kosten verschijnen later in de winst. Daardoor kan de winstdruk van de huidige capexgolf nog jaren doorlopen. Drie paden voor Search, Cloud en AI-kosten Het bear-scenario veronderstelt oplopende AI-kosten, tragere Search-groei en een lagere multiple. Mogelijke jaareindekoersen zijn 285 dollar in 2027, 265 dollar in 2028 en 255 dollar in 2029. In het middenpad blijft Cloud zeer winstgevend en groeit Search dubbelcijferig: 380, 420 en 465 dollar. Het gunstige pad gebruikt snelle backlogconversie en hogere opbrengst per gebruiker: 430, 520 en 630 dollar. De scenario's zijn geen koersdoelen of consensus. Ze tonen hoeveel operationele vooruitgang en waardering samen doen. Een gunstig omzetpad kan nog steeds een matig aandeel opleveren wanneer de multiple daalt; een stabiele multiple kan juist veel waarde geven wanneer winst per aandeel sneller groeit. Alphabet heeft met Cloud een tweede winstmachine gebouwd. Dat verlaagt de afhankelijkheid van advertenties, maar de centrale AI-rekening blijft zichtbaar. Zolang Cloud-winst sneller groeit dan die rekening en Search zijn marge bewaart, is de waardering stevig onderbouwd; draait die verhouding om, dan wordt 346,47 dollar snel veeleisend.
- Microns kasberg verandert de rekensom van de geheugencyclus
In het kort Micron sloot boekjaar 2026 af met 133,2 miljard dollar omzet, 80,7 procent brutomarge en 85,0 miljard dollar nettowinst. De vrije kasstroom kwam uit op 62,3 miljard dollar en kas, verhandelbare beleggingen en restricted cash samen op 73,48 miljard dollar. Dat zijn cijfers die vroeger ondenkbaar waren voor een cyclische geheugenproducent. Bij een koers van 1.064,485 dollar op Nasdaq op 6 oktober gaat de waardering daarom niet alleen over de vraag hoe lang de piekmarge aanhoudt. Minstens zo belangrijk is wat Micron met zijn snel gegroeide balans doet voordat vraag, prijzen of concurrentie normaliseren. Micron noteert onder ticker MU in dollars, met ISIN US5951121038. De koers op de De Belegger-pagina was twintig minuten vertraagd. De jaarcijfers die Micron op 30 september publiceerde hebben betrekking op het boekjaar dat op 3 september eindigde. Dat verschil tussen kalenderjaar en boekjaar is belangrijk bij vergelijkingen met andere chipbedrijven. Direct naar een onderdeel van dit artikel De balans kan de volgende neergang verzachten Datacenters dragen meer omzet en nog meer marge De koers veronderstelt dat een deel van de piekwinst blijft Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 De balans kan de volgende neergang verzachten Micron maakt DRAM en NAND, geheugenchips die data tijdelijk of langdurig opslaan. High Bandwidth Memory (HBM) is een duurdere vorm van geheugen die naast AI-versnellers wordt geplaatst om enorme hoeveelheden data snel te verplaatsen. Door de AI-vraag is geheugen niet langer alleen een standaardproduct met scherpe prijsconcurrentie. Capaciteit, energiezuinigheid en packaging zijn belangrijker geworden, waardoor de marge veel hoger kan liggen. De keerzijde blijft dezelfde: fabrieken kosten miljarden, aanbod komt met vertraging en klanten kunnen voorraad opbouwen. Een periode van schaarste kan daardoor omslaan in overaanbod. Microns kasberg is in dat proces een buffer. Het bedrijf kan investeren wanneer financiering duurder wordt, schuld afbouwen en aandelen inkopen zonder direct afhankelijk te zijn van een gunstige kapitaalmarkt. De module verdeelt de beschikbare kas illustratief over investeringen en schuld. De 27,37 miljard dollar kapitaaluitgaven in boekjaar 2026 waren al fors, maar lagen ruim onder de vrije kasstroom. Dat geeft ruimte. Toch is kas niet automatisch overtollig. Nieuwe geheugenfabrieken, EUV-machines en HBM-productielijnen vragen meerjarige verplichtingen. Wie de volledige 73,48 miljard dollar als vrij uitkeerbaar behandelt, telt geld mee dat mogelijk nodig is om de huidige concurrentiepositie te behouden. In onze eerdere analyse van Micron en SK Hynix lag de nadruk op marktaandeel en uitvoering. De balans verandert de risicokant van dat verhaal. Een misstap blijft kostbaar, maar hoeft minder snel te leiden tot verwatering of noodgedwongen bezuinigingen op technologie. Datacenters dragen meer omzet en nog meer marge In het vierde kwartaal rapporteerde de Core Data Center Business Unit 18,0 miljard dollar omzet en een brutomarge van ongeveer 90 procent. De Cloud Memory Business Unit kwam op 16,3 miljard dollar omzet met ongeveer 83 procent brutomarge. Mobile en Client leverde 13,1 miljard dollar omzet en Automotive en Embedded 6,8 miljard dollar. De verdeling laat zien dat Micron breder is dan HBM, maar dat de winst wel sterk leunt op prijs en mix in datacenters. Een brutomarge is wat na directe productiekosten van iedere omzetdollar overblijft. Negentig procent is voor geheugenchips uitzonderlijk en zal concurrenten aanmoedigen capaciteit uit te breiden. Micron, Samsung en SK Hynix nemen hun investeringsbeslissingen jaren vooruit. Wanneer alle drie tegelijk meer capaciteit toevoegen, kan de prijs dalen voordat de fabrieken volledig zijn afgeschreven. Dat is waarom een recordkwartaal geen normale winstbasis mag worden genoemd zonder stresstest. Het management verwacht voor het eerste kwartaal van boekjaar 2027 ongeveer 61,5 miljard dollar omzet, een brutomarge rond 85,95 procent en 37,84 dollar aangepaste winst per aandeel. Die verwachting impliceert opnieuw zeer sterke vraag. Ze is een bedrijfsprognose, geen gerealiseerd feit. De werkelijke mix tussen HBM, conventionele DRAM en NAND bepaalt hoeveel van de omzet als kas overblijft. Het sterkste argument voor een structurele verandering is dat AI-systemen steeds meer geheugen per versneller nodig hebben. Een snellere GPU zonder voldoende geheugenbandbreedte kan niet efficiënt rekenen. Micron verkoopt daardoor een knelpunt, niet alleen een component. De tegenwerping is dat knelpunten prijsprikkels creëren. Hoge marges financieren nieuw aanbod en klanten ontwerpen systemen om minder afhankelijk te worden van één leverancier. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De koers veronderstelt dat een deel van de piekwinst blijft De reverse waardering start bij 1.064,485 dollar. Bij een gewenst koersrendement van 9 procent per jaar en een eindwaardering van 14 keer de winst moet Micron in 2029 ongeveer 98,7 dollar winst per verwaterd aandeel verdienen. Dat ligt boven de 74,33 dollar die het bedrijf over heel boekjaar 2026 rapporteerde, maar onder een simpele vermenigvuldiging van de nieuwe kwartaalprognose. Precies daar zit het debat: hoeveel van de huidige winst is duurzaam en hoeveel hoort bij een uitzonderlijke cyclus? De kaspositie hoort in de waardering, maar niet twee keer. Een lagere ondernemingswaarde door nettokas kan een hogere aandelenwaarde ondersteunen. Daarna mag dezelfde kas niet nogmaals volledig boven op de uitkomst worden gezet wanneer de winst ook rente-inkomsten of toekomstige investeringen bevat. Aandeleninkoop helpt alleen wanneer het verwaterde aandeelental werkelijk daalt en de stukken onder intrinsieke waarde worden gekocht. De vergelijking met andere namen in ons overzicht van Micron, AMD en SK Hynix laat zien waarom een lage koers-winstverhouding bij een cyclisch bedrijf misleidend kan zijn. De winst in de noemer kan sneller dalen dan de koers. Een hogere multiple op genormaliseerde winst is vaak nuttiger dan een lage multiple op piekwinst. Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Het bear-scenario veronderstelt dat geheugenprijzen en marges snel normaliseren. Mogelijke jaareindekoersen zijn 760 dollar in 2027, 620 dollar in 2028 en 560 dollar in 2029. Het middenpad gaat uit van sterke HBM-vraag, een gezonde balans en geleidelijke margedaling: 1.090, 1.160 en 1.230 dollar. In het gunstige pad houdt de datacentervraag langer aan en wordt kas rendabel herbelegd: 1.260, 1.500 en 1.760 dollar. De formule combineert winst per aandeel met een scenario-multiple. De bear-multiple blijft laag omdat de winst cyclisch is; het gunstige pad beloont alleen groei die ook na extra investeringen vrije kas oplevert. Het dividend van 0,15 dollar per kwartaal is bij deze koers klein en wordt niet als tweede rendementsmotor voorgesteld. Micron heeft met 73,48 miljard dollar meer financiële bewegingsruimte dan in eerdere geheugencycli. Dat verkleint het balansrisico, niet het prijsrisico. De kasberg is waardevol wanneer zij door een neergang heen productief wordt ingezet. Wordt zij op de top van de cyclus te agressief uitgegeven, dan kan dezelfde buffer de volgende overcapaciteit financieren.
- Is de Vanguard S&P 500-ETF zijn stevige premie waard?
In het kort De Vanguard S&P 500 UCITS ETF USD Distributing, beter bekend als VUSA, volgt vijfhonderd grote Amerikaanse ondernemingen tegen slechts 0,07 procent jaarlijkse kosten. Goedkoop beheer betekent echter niet automatisch een goedkope portefeuille. Vanguard meldde per 31 augustus 2026 voor de onderliggende index een koers-winstverhouding van 25,2, een koers-boekwaardeverhouding van 5,3 en een rendement op eigen vermogen van 29 procent. Bij een koers van 131,477 euro op Euronext Amsterdam op 6 oktober betaalt de belegger dus voor uitzonderlijk winstgevende bedrijven, met de verwachting dat een flink deel van die winstgevendheid overeind blijft. Het gaat om de uitkerende Ierse shareclass met ISIN IE00B3XXRP09. VUSA noteert in euro's in Amsterdam, terwijl de fondsvaluta en het grootste deel van de bedrijfswinsten in dollars luiden. De uitkering is per kwartaal. De De Belegger-pagina van VUSA toont de koers met enige vertraging. Dit keer gaat het niet opnieuw om valuta of herbelegging, maar om de kwaliteitspremie: hoeveel van de huidige waardering is te verklaren door het hoge rendement dat de bedrijven op hun eigen kapitaal verdienen? Direct naar een onderdeel van dit artikel Een hoge ROE maakt een hoge boekwaarde minder vreemd Zeven basispunten kosten weinig maar verwachtingen kosten veel De koers vraagt om blijvende winstgroei Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Een hoge ROE maakt een hoge boekwaarde minder vreemd Rendement op eigen vermogen, vaak afgekort tot ROE, is de nettowinst gedeeld door het boekhoudkundige eigen vermogen. Een ROE van 29 procent betekent dat iedere 100 dollar boekwaarde in een jaar ongeveer 29 dollar winst oplevert. Dat is uitzonderlijk. De grootste ondernemingen in de S&P 500 hebben veel software, merken, netwerkeffecten en schaalvoordelen. Zulke bezittingen staan niet volledig op de balans, terwijl ze wel winst produceren. Daarom kan 5,3 keer de boekwaarde rationeler zijn dan het op het eerste gezicht lijkt. Wie alleen naar die verhouding kijkt, mist dat een kapitaallicht softwarebedrijf veel meer winst uit een dollar boekwaarde kan halen dan een bank of fabriek. De module hieronder koppelt boekwaarde, ROE en uitkeringsratio aan elkaar. De uitkeringsratio is het deel van de winst dat als dividend wordt uitgekeerd; het overige deel blijft beschikbaar voor groei, inkoop of kasopbouw. De kwetsbaarheid zit in de omgekeerde redenering. Een hoge koers-boekwaardeverhouding is verdedigbaar zolang de hoge ROE standhoudt. Daalt de ROE door concurrentie, regelgeving, hogere belastingen of veel duurder kapitaal, dan valt niet alleen de winst lager uit. Ook de multiple die beleggers voor die winst willen betalen kan krimpen. De huidige waardering bevat dus twee aannames tegelijk: sterke winsten en een blijvende kwaliteitsstatus. Vanguard rapporteerde voor de portefeuille bovendien 24,1 procent winstgroei. Dat is een momentopname, geen normaal groeitempo voor een index. Een deel komt door het herstel en de sterke groei van grote technologiebedrijven. Wie 24 procent jarenlang doortrekt, rekent impliciet op een omvang die economisch steeds lastiger wordt. In onze eerdere analyse van VUSA staat hoe de ETF is opgebouwd en welke rol dividend en valuta spelen. Die basis blijft relevant, maar de huidige waardering vraagt vooral om discipline bij de groeiverwachting. Zeven basispunten kosten weinig maar verwachtingen kosten veel De lopende kosten van 0,07 procent zijn een duidelijk voordeel. Op 25.000 euro is dat in het eerste jaar ongeveer 17,50 euro, los van transactiekosten, belastingen en het kleine verschil tussen fonds en index. Over een lange periode blijft een groter deel van het marktrendement bij de belegger dan bij een duur actief fonds. Toch kan een lage kostenratio een waarderingsdaling niet compenseren. Een daling van de koers-winstverhouding van 25,2 naar 20 kost bij gelijkblijvende winst grofweg een vijfde van de koers. De kostenmodule laat het nuttige maar beperkte effect van de lage fondsfee zien. Het verschil groeit door rente op rente, alleen is de winstgroei van de onderliggende bedrijven veel bepalender. VUSA is daarmee een efficiënt voertuig voor een dure markt. Dat is geen tegenspraak. Het fonds doet precies wat het belooft; de prijs van de bestemming wordt door de markt bepaald. De portefeuille is bovendien niet gelijkmatig verdeeld. Per eind augustus woog informatietechnologie 37,9 procent. De tien grootste posities waren samen ongeveer 39,3 procent, met NVIDIA, Apple en Microsoft als grootste namen. Een sterk jaar van die bedrijven tilt de index op en verhoogt tegelijk de concentratie. De opname van nieuwe snelgroeiende ondernemingen kan extra vraag veroorzaken, zoals uitgelegd in ons artikel over de toetreding van Bloom Energy tot de S&P 500. Indexvraag verandert echter niet wat een bedrijf op lange termijn verdient. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De koers vraagt om blijvende winstgroei De reverse waardering begint bij 131,477 euro. Bij 7 procent gewenst jaarlijks koersrendement en een eindwaardering van 22 keer de winst moet de onderliggende winst per ETF-aandeel in 2029 uitkomen rond 7,33 euro. Dat is geen officiële winst per fondsaandeel, maar een consistente rekeneenheid om koers, groei en multiple aan elkaar te koppelen. Dividend telt niet mee in het getoonde koersrendement en komt voor deze uitkerende shareclass boven op de koersuitkomst. Het onderscheid tussen koersrendement en totaalrendement is hier belangrijk. VUSA keert dividend uit. Wie de uitkering herbelegt, koopt extra stukken en kan een hoger totaalrendement behalen dan de koersgrafiek laat zien. Wie de uitkering opneemt, houdt minder samengesteld vermogen over. De onderliggende dividendopbrengst van ongeveer 1,1 procent is bescheiden, zodat winstgroei en waardering het grootste deel van de uitkomst bepalen. Het sterkste tegenargument tegen voorzichtigheid is de kwaliteit van de index. Verliezers krimpen of verdwijnen, winnaars groeien en de Amerikaanse kapitaalmarkt trekt veel van de succesvolste ondernemingen aan. Dat mechanisme ondersteunt de winstbasis. Het garandeert alleen niet dat de aankoopprijs onbelangrijk is. Dezelfde uitstekende onderneming kan tegen 18 keer winst een andere belegging zijn dan tegen 35 keer winst. Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 In het bear-scenario normaliseert de ROE, vertraagt de winstgroei en daalt de waardering. Mogelijke jaareindekoersen zijn dan 111 euro in 2027, 104 euro in 2028 en 100 euro in 2029. Het middenpad veronderstelt ongeveer 7 procent winstgroei en een beperkte daling van de multiple: 139, 148 en 158 euro. In het gunstige pad blijft de kapitaalefficiëntie hoog en groeit de winst dubbelcijferig: 150, 168 en 188 euro. Dividend komt in alle drie de paden boven op de koers. De formule combineert een winstpad met een passende koers-winstverhouding en rekent de uitkomst om naar euro's. Daarmee speelt ook de dollar-euroverhouding mee, zonder dat een tweede valutawinst wordt opgeteld. De module laat zien hoeveel een andere waardering doet, zelfs wanneer de winstverwachting gelijk blijft. VUSA blijft een goedkope en liquide manier om de S&P 500 te volgen. De fondsconstructie is niet het probleem. Bij 25,2 keer de winst ligt de bewijslast bij de uitzonderlijke winstgevendheid van de bedrijven. Wie vandaag koopt, koopt lage kosten en hoge kwaliteit, maar krijgt die kwaliteit niet cadeau.











