top of page

Doorzoek deze website

14284 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Inkoop bij Shell vecht met LNG Canada om hetzelfde geld

    In het kort Shell voert tot en met 23 oktober een aandeleninkoopprogramma uit van $3 miljard plus $1,232 miljard die tijdens het vorige programma niet kon worden besteed. De aandelen worden ingetrokken. Dat verhoogt de kasstroom per resterend aandeel, zolang de onderneming niet te veel betaalt en voldoende geld overhoudt voor LNG Canada, ARC Resources, onderhoud en dividend. Bij €42,55 draait de waardering om kapitaaldiscipline, niet alleen om de olieprijs. Een aandeleninkoop klinkt altijd aandeelhoudersvriendelijk, maar is economisch slechts goed wanneer drie voorwaarden samenkomen. Er moet duurzame vrije kasstroom zijn, de balans moet ruimte houden en de betaalde koers moet lager zijn dan de waarde die per aandeel wordt teruggekocht. Bij een energiebedrijf komt daar een vierde voorwaarde bij: investeringen moeten genoeg reserves en productie toevoegen om de kasstroom later op peil te houden. Direct naar een onderdeel van dit artikel Wat Shell precies uitvoert Inkoop concurreert met grote projecten Vrije kasstroom per aandeel is de kern Wat moet €42,55 dragen? Drie koerspaden Het beste tegenargument Welke cijfers het verschil maken Wat Shell precies uitvoert Shell kondigde op 30 juli een programma aan van maximaal $4,232 miljard. Daarvan is $3 miljard nieuw en $1,232 miljard doorgeschoven uit het vorige programma, dat tijdelijk werd opgeschort rond de overname van ARC Resources. Het programma loopt tot uiterlijk 23 oktober en omvat aankopen in Londen en Nederland. Ingekochte aandelen worden geannuleerd. Bij een gemiddelde koers van €42,55 en een EUR/USD-koers van 1,1235 kan het volledige bedrag modelmatig ongeveer 88,5 miljoen aandelen inkopen. De echte uitkomst hangt af van uitvoering, wisselkoers en koers. Shell vermeldt daarnaast een maximale autorisatie van 565,55 miljoen aandelen; dat plafond is veel ruimer dan het bedrag bij de huidige koers financiert. Inkoop concurreert met grote projecten Op 29 september nam Shell een definitieve investeringsbeslissing voor de tweede fase van LNG Canada. De capaciteit stijgt van 14 naar 28 miljoen ton per jaar. Shell bezit 40% en verwacht bijna 6 miljoen ton extra LNG per jaar. Commerciële productie wordt pas in de vroege jaren dertig verwacht. Het bedrijf noemt een dubbelcijferig rendement en een uitkomst boven de interne drempel voor Integrated Gas. Dat is een managementverwachting, geen gerealiseerde kasstroom. Bouwkosten, vertraging, gasprijzen en LNG-marges kunnen de uitkomst veranderen. De waarde ontstaat pas wanneer de contante kasstromen de investering en het risico voldoende overtreffen. De overname van ARC versterkt de Canadese gaspositie en kan de aanvoer voor LNG ondersteunen. Tegelijk vraagt een overname financiering en integratie. Een belegger mag daarom niet de volledige aandeleninkoop als los extra rendement tellen en vervolgens dezelfde kas nogmaals gebruiken voor projectgroei. Beide trekken uit dezelfde financiële bron. Vrije kasstroom per aandeel is de kern Shell verdient geld in upstream, geïntegreerd gas, raffinage, chemicaliën en marketing. De segmenten reageren verschillend op olie, gas en raffinagemarges. Dat spreidt de kasstroom, maar maakt een simpele olieprijsvergelijking onvolledig. LNG-contracten, handelsresultaten en onderhoudsstops kunnen net zo bepalend zijn. Aandeleninkoop helpt wanneer de totale vrije kasstroom gelijk blijft en over minder aandelen wordt verdeeld. Stel dat Shell 5% van de aandelen intrekt en de kasstroom gelijk blijft. Dan stijgt de kasstroom per aandeel rekenkundig met ongeveer 5,3%. Daalt de operationele kasstroom tegelijk met 10%, dan blijft per aandeel nog steeds een daling over. Inkoop kan een zwakkere bedrijfsontwikkeling dempen, maar niet onbeperkt verbergen. Wat moet €42,55 dragen? Een reverse valuation met vrije kasstroom per aandeel maakt de verwachting concreet. Wie vanaf €42,55 tot eind 2029 jaarlijks 8% koersrendement verlangt en dan negen keer vrije kasstroom betaalt, heeft ongeveer €5,96 vrije kasstroom per aandeel nodig. Een eindmultiple van zeven vraagt meer kas; dertien keer vraagt minder, maar veronderstelt dat de markt een energiebedrijf hoger waardeert. Dividend en inkoop zijn twee bestemmingen van dezelfde kasstroom. Het dividend kan totaalrendement toevoegen, maar verlaagt ook de kas die voor schuld, projecten of inkoop beschikbaar blijft. Daarom tonen we in de scenario’s dividend bovenop de mogelijke koers, zonder het nogmaals in de bedrijfswaarde te tellen. Drie koerspaden Het bearscenario veronderstelt lagere olie- en LNG-prijzen, extra kapitaalbehoefte bij ARC en LNG Canada en een lager inkooptempo. Mogelijke koersen zijn €34 eind 2027, €31 eind 2028 en €30 eind 2029. Dividend verzacht het totaalrendement, maar voorkomt geen koersverlies. In het middenscenario financieren portefeuilleverkopen en operationele kasstromen de projecten. De aandelenbasis daalt en LNG Canada groeit volgens planning. Dat geeft €45, €49 en €53. Het gunstige scenario combineert sterke LNG-marges, capexdiscipline en aanhoudende inkoop. Dan zijn €50, €58 en €66 mogelijk. Het beste tegenargument De optimist wijst terecht op Shells wereldwijde LNG-positie en handelsnetwerk. Extra Canadese volumes liggen gunstig voor Azië en kunnen tegen lagere transportkosten concurreren. De onderneming kan bovendien projecten selecteren, belangen verkopen en kapitaal verschuiven naar de hoogste verwachte opbrengst. Het risico is dat discipline pas achteraf zichtbaar wordt. Een project met een verwachte dubbelcijferige opbrengst kan door kosteninflatie of vertraging minder opleveren. Een hoge olieprijs kan zwakke investeringsbeslissingen tijdelijk verbergen. De beste controle blijft daarom rendement op geïnvesteerd kapitaal en vrije kasstroom na capex, niet de omvang van een inkoopprogramma op zichzelf. Welke cijfers het verschil maken De volgende resultaten moeten laten zien hoeveel van de operationele kasstroom na onderhoudsinvesteringen werkelijk beschikbaar blijft. Groei-investeringen kunnen waarde creëren, maar verdienen een afzonderlijke beoordeling. Shell moet bovendien laten zien hoe de ARC-overname de productie, kosten en balans beïnvloedt. Synergieën tellen pas wanneer ze in de cijfers verschijnen. Bij de inkoop is het gemiddelde betaalde bedrag per aandeel belangrijker dan het headlinebedrag. Een programma dat tegen een lage waardering veel aandelen intrekt, kan de waarde per resterend aandeel verhogen. Dezelfde dollars doen minder bij een hogere koers. Ook netto schuld verdient aandacht: inkoop die vooral met extra schuld wordt gefinancierd, verschuift risico naar de toekomst. De combinatie van lagere aandelenbasis, stabiele schuld en groeiende vrije kas per aandeel is het overtuigendste bewijs dat de kapitaalallocatie werkt. Lees ook: (Never) Sell Shell?. Bij €42,55 biedt Shell een combinatie van dividend, inkoop en LNG-groei. De aandeleninkoop is waardevol wanneer de nieuwe investeringen later meer kas per aandeel opleveren dan de vandaag uitgegeven dollars kosten. Dat maakt kapitaalallocatie de beslissende factor: minder aandelen is prettig, maar alleen een sterkere onderneming maakt het duurzaam.

  • Marvell boekt recordomzet en toch staat de marge onder druk

    In het kort Marvell levert maatwerkchips, optische verbindingen en switches voor AI-datacenters. De omzet groeit sterk, maar de beurswaarde is bij $272,29 ongeveer $251 miljard. Om die prijs te dragen moet custom silicon meerdere grote klanten winnen, de brutomarge beschermen en vrije kasstroom per verwaterd aandeel opleveren. Alleen recordomzet is niet genoeg. In een AI-cluster krijgt de GPU de meeste aandacht, maar rekenchips moeten data ontvangen, met elkaar communiceren en worden aangesloten op opslag en netwerk. Marvell zit in precies die tussenlaag. Dat is strategisch aantrekkelijk: meer rekenkracht vergroot ook de behoefte aan optica, switching en gespecialiseerde acceleratorchips. Het risico is dat enkele hyperscalers tegelijk klant, ontwerppartner en prijsbepaler zijn. Direct naar een onderdeel van dit artikel Waarom custom silicon aantrekkelijk is De waardering vraagt meer dan omzetgroei Klantconcentratie is dubbelzinnig Kasstroom en aandelenbasis Drie scenario’s Concurrentie is breder dan NVIDIA Waar de volgende bewijzen moeten komen Waarom custom silicon aantrekkelijk is Een hyperscaler kan een chip laten ontwerpen voor een specifieke werkbelasting. Daarmee verlaagt hij kosten of energiegebruik ten opzichte van een algemene oplossing. Marvell levert intellectueel eigendom, ontwerpkennis en verbindingstechnologie, terwijl productie bij externe foundries plaatsvindt. Dat beperkt de noodzaak van eigen fabrieken, maar maakt de onderneming afhankelijk van capaciteit en verpakking bij partners. Een succesvol programma kan jaren omzet leveren. De ontwikkelkosten komen echter vóór het volume, en uitstel bij één klant kan een kwartaal zwaar raken. Bovendien is omzet uit maatwerk niet automatisch even winstgevend als standaardproducten. Grote klanten kopen enorme volumes en kunnen scherpe voorwaarden bedingen. De waardering vraagt meer dan omzetgroei Marvell rapporteerde recent recordomzet en sterke groei bij datacenters. Tegelijk stond de brutomarge onder druk. Dat is belangrijk, omdat de onderneming een combinatie van organische groei, overnames en aandelenbeloning moet vertalen naar kasstroom voor een aandelenbasis van ongeveer 921 miljoen verwaterde stukken. De beurswaarde van circa $251 miljard is niet de prijs van één productgeneratie. Zij veronderstelt meerdere jaren groei en aanzienlijke toekomstige kasstromen. Stel dat beleggers eind 2029 28 keer vrije kasstroom betalen en vanaf de huidige koers 8% jaarlijks rendement verlangen. Dan is ongeveer $11,3 miljard vrije kasstroom nodig. Dat is een veeleisende uitkomst, zelfs voor een onderneming in een snelgroeiende markt. Klantconcentratie is dubbelzinnig Een grote hyperscaler kan Marvell snel laten schalen. De ontwikkelkosten worden over veel chips verdeeld en een bewezen ontwerp helpt bij volgende programma’s. Dezelfde concentratie geeft de klant onderhandelingsmacht. Wanneer een planning verschuift of een eigen ontwerpteam meer werk overneemt, kan de omzetverwachting plots veranderen. Diversificatie vraagt meer dan meerdere logo’s. Twee klanten kunnen allebei afhankelijk zijn van hetzelfde AI-investeringsklimaat. Ook optische producten en switches bewegen mee met de omvang van datacenters. Marvell spreidt productrisico, maar blijft blootgesteld aan de investeringscyclus van een kleine groep zeer grote kopers. Het sterkste positieve argument is dat hyperscalers hun eigen chips niet volledig zonder partners hoeven te bouwen. De complexiteit van geavanceerde verbindingen, chiplets en verpakking neemt toe. Een specialist kan daardoor meer waarde leveren, zelfs wanneer de klant de architectuur bepaalt. Marvell kan zo profiteren van zowel maatwerkcompute als de netwerklaag eromheen. Kasstroom en aandelenbasis Vrije kasstroom moet na investeringen, werkkapitaal en integratiekosten overblijven. Aandelenbeloning is geen directe kasuitstroom, maar verhoogt wel het aantal eigenaren. Aandeleninkoop compenseert dat alleen wanneer de verwaterde basis werkelijk daalt. Overnames kunnen omzet en technologie toevoegen, maar ook goodwill, schuld en nieuwe aandelen meebrengen. De reverse valuation helpt om dubbeltelling te vermijden. We nemen de aandelenbasis expliciet mee en rekenen niet daarna nog een afzonderlijke bonus voor inkoop. De vereiste vrije kasstroom is wat alle activiteiten samen in 2029 moeten leveren om een gekozen multiple en rendement te ondersteunen. Drie scenario’s In het bearscenario stelt een grote AI-klant een programma uit, blijft de brutomarge onder druk en daalt de waarderingsmultiple. Mogelijke koersen zijn $190 eind 2027, $165 eind 2028 en $155 eind 2029. Dit scenario veronderstelt geen instorting van AI, maar wel dat de markt minder betaalt voor onzekere kasstromen. Het middenscenario combineert groei bij custom silicon en optica met afnemende integratiekosten. Meerdere programma’s bereiken productie en de vrije kasstroom groeit. Dat geeft $300, $350 en $405. In het gunstige scenario schalen meerdere hyperscalers tegelijk en groeit vrije kasstroom sneller dan omzet. Dan zijn $350, $455 en $590 mogelijk. Concurrentie is breder dan NVIDIA Broadcom is een sterke concurrent bij custom accelerators en netwerktechnologie. NVIDIA vergroot zijn eigen systeemaanbod. Hyperscalers ontwikkelen daarnaast intern steeds meer ontwerpkennis. Marvell moet dus op drie fronten relevant blijven: betere technologie leveren, projecten op tijd uitvoeren en voldoende marge behouden. Een hoge marktgroei kan meerdere winnaars dragen. Toch wordt bij $272,29 al veel succes betaald. De waarde zit niet in het aantal aangekondigde ontwerpen, maar in het volume, de brutowinst en uiteindelijk de vrije kas die per aandeel overblijft. Waar de volgende bewijzen moeten komen De eerste toets is de omzetconversie van ontwerpwinst naar serieproductie. Een aangekondigd programma heeft pas waarde wanneer chips daadwerkelijk worden geleverd en de klant zijn datacenter uitrolt. De tweede is de brutomarge per productmix. Optica, switches en custom silicon hebben niet vanzelf dezelfde marge; snelle groei in een lager renderende categorie kan de totale winst achter de omzet laten lopen. Daarna volgt werkkapitaal. Grote productiestappen vragen voorraden en verplichtingen bij foundries voordat klanten volledig betalen. Stijgende vorderingen of voorraden zijn bij groei niet ongewoon, maar de vrije kas moet later volgen. Tot slot telt de verwaterde aandelenbasis. Wanneer overnames en aandelenbeloning de noemer vergroten, moet de totale kasstroom nog sneller stijgen om per aandeel dezelfde vooruitgang te leveren. Lees ook: IREN, Marvell, Workday of anderen kopen vóór de cijfers?. Marvell zit op een economisch belangrijk punt in de AI-keten. Dat maakt het bedrijf aantrekkelijker, maar de waardering minder vergevingsgezind. De komende jaren moeten bewijzen dat maatwerkchips geen eenmalige omzetgolf zijn, maar een schaalbare kasstroommachine met meerdere klanten en een stabiele aandelenbasis.

  • Staar je bij Palantir niet blind op de omzetgroei

    In het kort Palantir groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 93% naar $1,9 miljard omzet. Dat is uitzonderlijk voor een softwarebedrijf van deze omvang. Tegelijk vermeldde het kwartaalrapport $916 miljoen nog niet verwerkte kosten voor uitstaande restricted stock units. Bij $188,75 telt daarom niet alleen de groei van het bedrijf, maar vooral de groei van omzet, vrije kasstroom en winst per verwaterd aandeel. Palantir verkoopt software waarmee organisaties data, processen en besluitvorming samenbrengen. AIP voegt generatieve AI toe aan dat operationele model. De waarde voor een klant kan groot zijn wanneer een toepassing sneller beslissingen neemt, fouten beperkt of personeel productiever maakt. De waarderingsvraag is hoeveel van die klantwaarde Palantir kan houden zonder dat aandelenbeloning een te groot deel naar werknemers verschuift. Direct naar een onderdeel van dit artikel Groei op een zeldzaam niveau Aandelenbeloning is een echte economische kostenpost De commerciële kans en het contractrisico Wat moet $188,75 waarmaken? Drie koerspaden Waar het oordeel op kantelt Drie signalen voor aandeelhouders Groei op een zeldzaam niveau De kwartaalomzet van $1,9 miljard lag 93% hoger dan een jaar eerder. Amerikaanse commerciële omzet groeide volgens het bedrijf 149%. Het management verhoogde de jaarverwachting. Dit is gemeten groei, geen langetermijnaanname. De beurswaarde van ongeveer $485 miljard maakt echter duidelijk dat beleggers verwachten dat de sterke groei nog jaren in winst verandert. Software kent aantrekkelijke schaalvoordelen. Een eenmaal ontwikkeld product kan bij meer klanten worden ingezet zonder dat de kosten even hard stijgen. Implementatie, beveiliging en klantondersteuning blijven wel arbeidsintensief. De operationele marge moet daarom aantonen dat Palantir meer verkoopt zonder steeds dezelfde kostenbasis te verdubbelen. Aandelenbeloning is een echte economische kostenpost Restricted stock units vragen op de toekenningsdatum geen contante betaling, maar geven werknemers wel een deel van het bedrijf. Het kwartaalrapport vermeldde per 30 juni $916 miljoen aan nog niet opgenomen kosten voor uitstaande RSU’s, te verwerken over gemiddeld drie jaar. Dat bedrag zegt niet exact hoeveel nieuwe aandelen ontstaan, omdat koers, vesting en inhoudingen verschillen. Het bewijst wel dat toekomstige resultaten nog door eerder toegekende beloning worden geraakt. Veel technologiebedrijven presenteren aangepaste winst zonder stock-based compensation. Dat helpt om kasbewegingen te begrijpen, maar het mag de economische rekening niet laten verdwijnen. Aandeleninkoop kan verwatering compenseren. Dan gebruikt het bedrijf echter cash die ook voor investeringen of aandeelhouders beschikbaar had kunnen zijn. De beste maatstaf is daarom een combinatie: vrije kasstroom na noodzakelijke investeringen, gedeeld door het verwaterde aantal aandelen. Wanneer die uitkomst sneller groeit dan de beurswaarde, wordt de waardering draaglijker. Wanneer omzet hard stijgt maar de aandelenbasis en de waarderingsmultiple tegelijk oplopen, blijft de aandeelhouder afhankelijk van nog hogere verwachtingen. De commerciële kans en het contractrisico Palantir begon bij overheden en defensie, waar lange aanbestedingen en strenge beveiliging toetredingsdrempels vormen. De commerciële markt kan groter en sneller schaalbaar zijn. AIP Bootcamps versnellen de weg van demonstratie naar inzet. De relevante toets is hoeveel pilots in meerjarige, winstgevende contracten veranderen. Overheidsomzet blijft gevoelig voor begrotingen, politieke prioriteiten en reputatie. De recente weerstand rond gegevensgebruik in de Britse zorg laat zien dat juridische en maatschappelijke acceptatie onderdeel van het bedrijfsmodel is. Een technisch werkend platform kan alsnog vertraging oplopen wanneer klanten geen mandaat houden om data op die manier te gebruiken. Daar staat een sterk tegenargument tegenover. Zodra software diep in operationele processen zit, wordt overstappen moeilijk. De kosten bestaan niet alleen uit licenties, maar ook uit nieuwe integratie, opleiding en risico. Palantir kan daardoor langdurige relaties en hoge brutomarges opbouwen, zolang klanten aantoonbaar rendement ervaren. Wat moet $188,75 waarmaken? Neem 2,57 miljard verwaterde aandelen als modelbasis. De beurswaarde ligt dan rond $485 miljard. Wie tot eind 2029 jaarlijks 8% koersrendement verlangt en dan 40 keer vrije kasstroom betaalt, heeft ongeveer $15,3 miljard vrije kasstroom nodig. Dat is een veelvoud van de huidige basis. Een eindmultiple van 60 verlaagt de benodigde kasstroom, maar veronderstelt dat Palantir ook in 2029 als uitzonderlijke groeier wordt gewaardeerd. Bij 25 keer vrije kasstroom stijgt de vereiste kasproductie sterk. De koers rust dus op twee aannames tegelijk: krachtige groei en een blijvende premie. Drie koerspaden Het bearscenario veronderstelt dat groei snel normaliseert, aandelenbeloning hoog blijft en de multiple halveert. Mogelijke koersen zijn $125 eind 2027, $105 eind 2028 en $95 eind 2029. Het bedrijf kan in dit scenario nog steeds groeien, terwijl het aandeel daalt door waarderingsdruk. In het middenscenario blijft de omzet sterk groeien, maar vertraagt het tempo. De GAAP-marge loopt op en de aandelenbasis groeit beperkt. Dat geeft $210, $245 en $280. Het gunstige scenario veronderstelt dat commerciële klanten AIP breed uitrollen, vrije kasstroom per aandeel boven 30% groeit en de markt een hoge multiple blijft betalen. Dan zijn $250, $325 en $420 mogelijk. Waar het oordeel op kantelt Palantir hoeft de aandelenbeloning niet naar nul te brengen. Talent is schaars en de beloning kan waardevol zijn wanneer werknemers veel meer economische winst creëren dan hun eigendomsdeel kost. De toets is productiviteit: meer omzet, winst en vrije kas per verwaterd aandeel voor iedere dollar beloning. Drie signalen voor aandeelhouders De eerste controle is remaining deal value, maar alleen samen met de omzet die daadwerkelijk wordt opgenomen. Een contractwaarde kan groot zijn en toch langzaam of onzeker in de resultaten komen. De tweede is de GAAP-operationele marge. Een stijgende aangepaste marge is minder overtuigend wanneer het verschil met GAAP door aandelenbeloning breed blijft. De derde is de ontwikkeling van het verwaterde aandelenaantal. Een hogere koers maakt bestaande toekenningen economisch waardevoller en kan de verwatering zichtbaarder maken. Aandeleninkoop moet daarom worden beoordeeld tegenover nieuwe uitgifte, niet alleen als bruto bedrag. Wanneer omzet, vrije kasstroom en aandelenbasis samen verbeteren, bouwt Palantir waarde per aandeel. Wanneer alleen de eerste twee groeien, wordt een deel van die vooruitgang over meer eigenaren verdeeld. Lees ook: Waarom Palantir-aandelen flink stegen. De operationele cijfers rechtvaardigen serieuze aandacht. De waardering vraagt echter dat Palantir niet alleen een uitzonderlijk bedrijf blijft, maar ook een uitzonderlijk aandeel per bestaande eigenaar wordt. Bij $188,75 is de aandelenbasis daarom even belangrijk als de omzetgroei.

  • Klanten van AMD kunnen 320 miljoen aandelen verdienen

    In het kort AMD verkoopt steeds meer datacenterchips en bouwt met Helios een volledig AI-racksysteem. OpenAI en Meta kunnen samen warrants op maximaal 320 miljoen aandelen verdienen wanneer afname- en prestatiedoelen worden gehaald. Dat koppelt klantgroei aan mogelijke verwatering. Bij $633,91 moet de operationele winst sneller groeien dan het verwaterde aandelenaantal. Een groot contract met een strategische klant is normaal positief nieuws. Bij AMD is de rekening ingewikkelder. De klant kan veel GPU’s afnemen en tegelijk via warrants mede-eigenaar worden. Voor bestaande aandeelhouders telt daarom niet alleen de omzet die uit het contract volgt, maar ook hoeveel aandelen uiteindelijk meedelen in de winst. Direct naar een onderdeel van dit artikel Twee contracten, één noemer Helios moet de systeemwaarde verhogen Omzet is niet hetzelfde als winst per aandeel Wat moet $633,91 waarmaken? Drie scenario’s Het sterkste positieve argument Wat de komende kwartalen moet bevestigen Twee contracten, één noemer AMD beschrijft in zijn kwartaalrapport dat OpenAI en Meta ieder warrants kunnen verdienen op maximaal 160 miljoen gewone aandelen tegen een uitoefenprijs van $0,01. Vesting hangt samen met GPU-aankopen, koersvoorwaarden en andere prestaties. Op 27 juni 2026 was nog niets gevestigd. De maximale 320 miljoen aandelen zijn dus geen voorspelling, maar wel een materieel contractueel plafond. Tegenover een bestaande verwaterde basis van grofweg 1,66 miljard aandelen zou volledige vesting de economische noemer aanzienlijk vergroten. Verwatering is niet automatisch waardevernietigend. Wanneer de contracten meer winst toevoegen dan het eigendomspercentage dat wordt weggegeven, kan de waarde per bestaand aandeel nog steeds stijgen. Helios moet de systeemwaarde verhogen AMD presenteerde in juli het Helios-platform met 72 MI455X-GPU’s per rack. Het bedrijf stelt dat dit systeem per dollar meer inferentietokens kan leveren dan een leidend concurrerend platform. OpenAI verwacht de eerste systemen in het vierde kwartaal van 2026 in gebruik te nemen. De commerciële betekenis zit in meer dan de chip zelf: netwerk, CPU, software en rackintegratie verhogen de potentiële omzet per installatie. Dat is noodzakelijk, want NVIDIA verkoopt eveneens complete systemen en bezit een zeer sterke software-ecosysteempositie. AMD hoeft niet overal marktleider te worden. Het moet voldoende klanten een overtuigend tweede platform bieden, met prestaties, beschikbaarheid en totale kosten die de overstap rechtvaardigen. In het tweede kwartaal bedroeg AMD’s omzet $11,5 miljard, 50% meer dan een jaar eerder. Datacenter groeide 107% naar $6,7 miljard en leverde $2,1 miljard operationele winst. De brutomarge was 54%. Deze cijfers laten zien dat AMD al schaal heeft, maar de beursprijs vraagt veel meer winst dan het huidige kwartaaltempo. Omzet is niet hetzelfde als winst per aandeel Een contract kan drie effecten tegelijk hebben. De omzet stijgt door verkochte systemen. De marge kan veranderen door introductiekosten, productieafspraken en prijsstelling. Ten slotte kan het aandelenaantal toenemen door warrants. Een analyse die alleen de omzet noemt, mist twee van de drie schakels. Aandelenbeloning maakt de rekensom nog breder. AMD boekte in het tweede kwartaal $503 miljoen aan stock-based compensation. Aandeleninkoop kan verwatering beperken, maar alleen wanneer het aandelenaantal daadwerkelijk daalt. Een dollar besteed aan inkoop tegen een hoge koers koopt bovendien minder aandelen terug dan dezelfde dollar op een lager niveau. De balans biedt ruimte. Cash en kortlopende beleggingen bedroegen $13,1 miljard; de operationele kasstroom over de eerste jaarhelft was $5,3 miljard. Toch is die kas niet volledig overtollig, omdat ontwikkeling, voorraden en productieafspraken geld vragen voordat alle klantbetalingen binnen zijn. Wat moet $633,91 waarmaken? Bij een eindwaardering van 32 keer winst en een gewenst jaarlijks koersrendement van 8% is eind 2029 ongeveer $25 winst per aandeel nodig. Dat ligt ver boven de huidige winstbasis. Een hogere multiple verlaagt de benodigde winst, maar vergroot de afhankelijkheid van aanhoudend optimisme. Een lagere multiple maakt de operationele opdracht zwaarder. De warrants vergroten dit verschil. Stel dat de totale winst in 2029 $50 miljard bedraagt. Verdeeld over 1,66 miljard aandelen is dat ongeveer $30 per aandeel. Verdeeld over 1,98 miljard aandelen zakt het naar circa $25. De onderneming kan dus exact dezelfde winst verdienen terwijl de waarde per aandeel zichtbaar verschilt. Drie scenario’s Het bearscenario gaat uit van vertraging bij MI450- en Helios-racks, stevige prijsconcurrentie en warrants die sneller vestigen dan de winst groeit. Mogelijke koersen zijn $470 eind 2027, $410 eind 2028 en $390 eind 2029. In het middenscenario bouwen OpenAI, Meta en andere klanten gefaseerd uit. Datacenteromzet groeit, de marge verbetert en niet alle maximale warrants vestigen binnen drie jaar. Dat geeft $700, $820 en $940. Het gunstige scenario veronderstelt dat Helios een schaalbaar alternatief voor NVIDIA wordt en dat winst sneller groeit dan de aandelenbasis. Dan komen $820, $1.080 en $1.380 in beeld. Het sterkste positieve argument De optimist ziet de warrants als klantenwerving met een prestatievoorwaarde. AMD geeft niet vooraf contant geld weg; het beloont grote afname en waardecreatie. Wanneer twee van de grootste AI-kopers hun infrastructuur bewust rond AMD bouwen, kan dat andere klanten overtuigen en de softwarebasis versnellen. Het tegenargument is dat strategische omzet minder waard kan zijn wanneer zij met een groot deel van het toekomstige eigendom wordt gekocht. Ook kunnen klanten meer onderhandelingsmacht krijgen. De juiste maatstaf wordt daarom brutowinst en vrije kasstroom per verwaterd aandeel, niet alleen geïnstalleerde gigawatts. Wat de komende kwartalen moet bevestigen Het eerste signaal is de datacenterbrutomarge. Snelle omzetgroei met veel introductiekosten kan waardevol zijn, maar moet uiteindelijk schaalvoordeel tonen. Het tweede signaal is het vestingsritme van de warrants. Een mijlpaal kan commercieel goed nieuws en tegelijk extra aandelen betekenen. Beide effecten horen in dezelfde kwartaalanalyse. Daarnaast telt softwaregebruik. Een accelerator wordt pas een duurzaam platform wanneer ontwikkelaars en klanten hun werk zonder grote frictie kunnen uitvoeren. AMD investeert daarom in ROCm, netwerk en complete racks. Omzet uit een eerste levering bewijst beschikbaarheid; herhaalaankopen bewijzen productiviteit. Ten slotte moet de vrije kasstroom aansluiten bij de gerapporteerde winst. Voorraden en vooruitbetalingen kunnen in een snelle uitrol tijdelijk veel geld vastzetten. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang de kas later aantoonbaar binnenkomt. Lees ook: Wat AMD vanavond moest bewijzen. AMD heeft een geloofwaardige kans om de tweede grote systeemplaats in AI-compute te veroveren. De koers van $633,91 veronderstelt echter dat de winstgevendheid van die positie sneller stijgt dan alle vormen van verwatering samen. De klantwarrants zijn daarom geen voetnoot, maar een centraal onderdeel van de waardering.

  • Recordmarge van Micron overleeft extra aanbod niet vanzelf

    In het kort Micron meldde op 30 september recordcijfers over het vierde kwartaal van boekjaar 2026. De omzet bedroeg $54,2 miljard en de brutomarge lag rond 87%. Dat bevestigt de uitzonderlijke krapte in geheugen voor AI-datacenters. De aandeelhouder moet echter waarderen op een marge die ook na extra aanbod houdbaar is. Bij $1.074,89 vraagt de koers dat HBM langdurig schaarser en winstgevender blijft dan traditioneel DRAM. Geheugen is onmisbaar, maar historisch berucht als cyclische markt. Een periode van tekort lokt hoge prijzen en nieuwe investeringen uit. Later kan extra capaciteit juist leiden tot prijsdruk. High Bandwidth Memory, HBM, verandert die cyclus deels omdat het technisch complexer is en nauw samenwerkt met AI-versnellers. Het economische vraagstuk blijft hetzelfde: hoeveel van de huidige prijs en marge overleeft wanneer leveranciers hun productie opvoeren? Direct naar een onderdeel van dit artikel De cijfers zijn uitzonderlijk Waarom HBM anders is Recordmarge tegenover recordinvesteringen Wat moet $1.074,89 verdienen? Drie koerspaden Concurrentie en het beste tegenargument Signalen om de cyclus te volgen De cijfers zijn uitzonderlijk Micron rapporteerde over het kwartaal tot 3 september 2026 $54,229 miljard omzet, tegenover $41,456 miljard in het voorgaande kwartaal en $11,315 miljard een jaar eerder. De brutowinst bedroeg $47,047 miljard. Dat is ongeveer 86,8% van de omzet. Voor een kapitaalintensieve chipmaker is dat een buitengewone uitkomst. Het bedrijf verwacht dat vraag en aanbod in boekjaar 2027 en 2028 krapper blijven dan in 2026. Daarnaast is de contractuele orderpositie sterk gegroeid. Dat ondersteunt zichtbaarheid, maar een contract beschermt niet tegen iedere economische verandering. Afnamevoorwaarden, productmix en investeringsbehoefte bepalen hoeveel winst en kasstroom werkelijk bij de aandeelhouder eindigen. Waarom HBM anders is HBM stapelt geheugenchips en verbindt ze via zeer snelle verbindingen. AI-systemen kunnen daardoor veel meer data per seconde aan de rekenchip leveren. Micron meldt voor HBM3E meer dan 1,2 terabyte per seconde per stack en een lager energiegebruik dan concurrerende oplossingen. Dat zijn relevante voordelen, omdat stroom en databeweging steeds vaker de beperkende factoren in een datacenter zijn. De productie is ook moeilijker. Niet iedere wafer levert evenveel bruikbare HBM, terwijl verpakking en kwaliteitscontrole extra stappen vragen. Daardoor kan een stijgend HBM-aandeel de gemiddelde verkoopprijs en marge verhogen, maar het vraagt tegelijk meer kapitaal en operationele discipline. Een technisch beter product garandeert dus geen blijvend rendement wanneer capaciteit te vroeg of te ruim wordt gebouwd. Recordmarge tegenover recordinvesteringen Micron investeerde in boekjaar 2026 $27,37 miljard netto in kapitaalgoederen. In het vierde kwartaal alleen ging het om $10,77 miljard. Dat geld is nodig voor nieuwe procesnodes, cleanrooms en HBM-capaciteit. De huidige kasstroom is sterk genoeg om veel te financieren, maar de investeringsgolf vergroot de gevoeligheid wanneer prijzen later normaliseren. Vrije kasstroom is daarom nuttiger dan de brutomarge alleen. Operationele kasstroom minus investeringen laat zien hoeveel ruimte overblijft voor dividend, schuldafbouw of aandeleninkoop. Bij een jaar met extreem hoge winst kan capex verstandig zijn. De test volgt wanneer de markt afkoelt en afschrijvingen op de nieuwe fabrieken blijven doorlopen. Wat moet $1.074,89 verdienen? De omgekeerde waardering voorkomt dat een piekresultaat zonder nadenken wordt doorgetrokken. Wie vanaf $1.074,89 tot eind 2029 jaarlijks 8% koersrendement verlangt en dan 17 keer de winst betaalt, heeft ongeveer $79,80 winst per aandeel nodig. Bij een eindmultiple van 12 loopt de vereiste winst veel verder op. Bij 22 keer winst daalt zij, maar dan moet de markt ook na de huidige hausse een hoge waardering blijven geven. Deze rekensom maakt twee risico’s zichtbaar. Ten eerste kan de winst dalen terwijl het bedrijf operationeel gezond blijft, simpelweg doordat geheugenprijzen normaliseren. Ten tweede kan de koers-winstverhouding tegelijk dalen. Een cyclisch aandeel wordt dan aan beide kanten geraakt: lagere winst én een lagere multiple. Drie koerspaden Het bearscenario veronderstelt dat nieuw aanbod sneller groeit dan de vraag en de brutomarge richting 45% beweegt. Mogelijke koersen zijn $760 eind 2027, $650 eind 2028 en $590 eind 2029. Micron blijft in dit scenario winstgevend, maar de markt waardeert de winst als cyclisch. In het middenscenario blijft HBM schaars, groeit de omzet verder en zakt de marge geleidelijk van het uitzonderlijke niveau. Dat geeft $1.120, $1.260 en $1.390. Het gunstige scenario veronderstelt dat HBM4, langlopende klantcontracten en datacentervraag de krapte langer vasthouden. Dan zijn $1.280, $1.580 en $1.920 mogelijk. Concurrentie en het beste tegenargument SK hynix en Samsung investeren eveneens in HBM en geavanceerde DRAM. Klanten willen meerdere leveranciers om afhankelijkheid te verminderen. Daardoor kan marktaandeel verschuiven en kan prijskracht afnemen. Tegelijk is kwalificatie bij grote AI-klanten tijdrovend. Wie op tijd een betrouwbaar product levert, kan meerdere generaties relevant blijven. Het sterkste positieve argument is dat AI de economische rol van geheugen structureel verandert. Een versneller zonder voldoende bandbreedte levert minder tokens en dus minder omzet op. Geheugen is niet langer alleen een generieke component, maar een bepalend onderdeel van systeemprestaties. Wanneer die verschuiving blijvend is, ligt de normale marge hoger dan in vorige cycli. Signalen om de cyclus te volgen De komende kwartalen verdienen drie controles. De eerste is de verhouding tussen verkochte bits en gemiddelde verkoopprijs. Omzetgroei die alleen uit prijsstijging komt, is kwetsbaarder dan groei waarbij volumes en productmix meewerken. De tweede is de ontwikkeling van voorraden bij Micron én zijn klanten. Een oplopende voorraad kan betekenen dat de krapte afneemt voordat dat in de resultaten zichtbaar wordt. De derde is capex bij alle grote producenten. Investeringen die vandaag worden aangekondigd, komen vaak later als aanbod op de markt. Ook de contractuele orderportefeuille moet in context blijven. Een hoge RPO geeft zichtbaarheid, maar zegt zonder informatie over marge, looptijd en annuleringsvoorwaarden niet hoeveel economische winst is vastgelegd. De beste bevestiging is daarom niet nog een groter contractbedrag, maar vrije kasstroom die na de investeringspiek per aandeel blijft groeien. Lees ook: Vind ik SK Hynix, Micron, Nebius en AMD nu koopwaardig?. Micron heeft de operationele bewijzen geleverd die een hoge waardering kunnen ondersteunen. De zwakke plek is niet de vraag van vandaag, maar de aanname dat een brutomarge van bijna 87% voldoende normaal wordt om de investeringen en beurswaarde te dragen. Wie $1.074,89 betaalt, koopt daarom niet alleen groei. Hij koopt een veel gunstiger geheugencyclus dan de sector historisch kende.

  • Vanguards S&P 500-ETF heeft winstgroei buiten de techreuzen nodig

    In het kort VUSA geeft voor 0,07% per jaar toegang tot de S&P 500 en keert dividend per kwartaal uit. Dat maakt de uitvoering goedkoop en overzichtelijk. De waarderingsvraag zit niet in die vergoeding, maar in de onderliggende Amerikaanse ondernemingen. Bij €129,85 moet de winst de komende jaren blijven groeien en liefst breder worden gedragen dan door de grootste technologiebedrijven. De dollar kan het rendement van een belegger in euro’s versterken of verzwakken. Een indexfonds voelt eenvoudig: één aankoop, vijfhonderd grote Amerikaanse bedrijven. Economisch koopt een belegger echter geen gemiddeld bedrijf. De zwaarste ondernemingen bepalen een groot deel van de koersbeweging, terwijl bank, industrie, zorg en consumentengoederen een andere winstcyclus volgen. De prijs van VUSA is daarom de optelsom van honderden verwachtingen, plus een valutalaag tussen dollar en euro. Direct naar een onderdeel van dit artikel Wat VUSA precies bezit Lage kosten lossen een hoge waardering niet op De winst moet breder worden Dividend is rendement, maar geen gratis extra Drie koerspaden voor 2027 tot en met 2029 Het sterkste tegenargument Wat VUSA precies bezit De Vanguard S&P 500 UCITS ETF USD Distributing heeft ISIN IE00B3XXRP09. De hier besproken beurslijn noteert op Euronext Amsterdam in euro. Het fonds repliceert de index fysiek en keert inkomsten uit, in plaats van ze automatisch binnen het fonds te herbeleggen. Vanguard vermeldt een lopende kostenvergoeding van 0,07% per jaar. De slotkoers op 2 oktober 2026 was €129,85. Die beursvaluta mag niet worden verward met het economische valutarisico. De ondernemingen in de S&P 500 rapporteren hoofdzakelijk in dollars. Een eurobelegger ziet daarom zowel de beweging van de onderliggende aandelen als de beweging van EUR/USD terug. De ETF is niet structureel naar euro afgedekt. Een sterkere dollar helpt de eurokoers, een zwakkere dollar werkt tegen. Lage kosten lossen een hoge waardering niet op Een kostenpercentage van 0,07% is aantrekkelijk. Op een horizon van tien of twintig jaar telt ieder basispunt, vooral omdat het rendement dat aan kosten verdwijnt daarna niet meer kan renderen. Toch is het verschil tussen 0,07% en bijvoorbeeld 0,20% veel kleiner dan het verschil tussen een index die tegen een hoge of lage winstmultiple wordt gekocht. De beheerder kan de markt niet goedkoper maken. Vanguard zorgt dat de ETF de index efficiënt volgt, dividend verwerkt en portefeuillewijzigingen uitvoert. De belegger draagt nog steeds het risico dat winstverwachtingen teleurstellen of dat de koers-winstverhouding daalt. Dat is de reden om VUSA als aandelenbelegging te waarderen, niet als spaarproduct met lage servicekosten. De winst moet breder worden De grootste technologiebedrijven hebben de afgelopen jaren een buitengewoon groot deel van de indexwinst en koersstijging geleverd. Dat is niet automatisch verkeerd. Marktwaardeweging verhoogt juist het gewicht van ondernemingen die veel waarde creëren. Het risico ontstaat wanneer een klein aantal bedrijven tegelijk een hoge winstgroei, sterke marges en een royale waardering moet vasthouden. Een gezonde volgende fase hoeft niet te betekenen dat de winnaars dalen. Ze kan ook ontstaan doordat meer sectoren bijdragen. Banken profiteren van kredietgroei en een gunstige rentemarge, industriële bedrijven van investeringen, zorgbedrijven van innovatie en consumentengoederen van koopkracht. Voor VUSA is winstbreedte belangrijker dan koersbreedte op één handelsdag. Uiteindelijk moet de winst per indexeenheid meegroeien. Een eenvoudige omgekeerde waardering maakt dat zichtbaar. Neem als modelmatige winstbasis €5,80 per participatie. Wie vanaf €129,85 eind 2029 jaarlijks 7% koersrendement verlangt en dan 21 keer de winst wil betalen, heeft ongeveer €7,55 winst per participatie nodig. Dat komt neer op circa 9% groei per jaar. De precieze uitkomst verandert met de eindmultiple, maar de richting niet: een lagere toekomstige waardering vraagt meer winstgroei. Dividend is rendement, maar geen gratis extra VUSA keert dividend per kwartaal uit. Dat geld komt uit de dividenden van de onderliggende ondernemingen, na fondskosten en operationele verwerking. Het is geen bonus naast de economische waarde van de portefeuille. Wanneer een onderneming dividend uitkeert, daalt de waarde van haar bezittingen met hetzelfde bedrag. Het totaalrendement bestaat uit koersverandering plus uitgekeerd dividend. Voor de scenario’s hieronder tonen we alleen mogelijke beurskoersen. De uitkeringen komen daar bovenop. Daardoor is het totaalrendement hoger dan de koersverandering wanneer dividend wordt gehandhaafd. Belastingen verschillen per belegger en zijn buiten het model gelaten. Ook het verschil tussen bruto indexdividend en netto ontvangen uitkering kan door bronbelasting en fondsstructuur afwijken. Drie koerspaden voor 2027 tot en met 2029 Het bearscenario combineert stagnerende winst, een lagere waardering en een zwakkere dollar. Mogelijke koersen zijn €112 eind 2027, €108 eind 2028 en €106 eind 2029. Dit is geen crisisveronderstelling. Een normalisering van de multiple kan al voldoende zijn voor een mager koersverloop. In het middenscenario groeit de winst per indexeenheid ongeveer 7% per jaar, wordt de stijging breder gedragen en normaliseert de waardering geleidelijk. Dat geeft €138, €148 en €158. Het gunstige scenario veronderstelt sterkere winstgroei, voldoende investeringsrendement bij de grootste bedrijven en een valutaomgeving die eurobeleggers niet tegenwerkt. Dan komen €151, €168 en €188 in beeld. Het sterkste tegenargument Het beste argument tegen terughoudendheid is dat uitzonderlijke ondernemingen lang bovengemiddeld kunnen groeien. De S&P 500 verwijdert structurele verliezers en laat winnaars zwaarder wegen. Daardoor hoeft een hoge concentratie niet automatisch tot een slecht rendement te leiden. Bovendien verdienen veel Amerikaanse megacaps wereldwijd geld, zodat de omzet geografisch breder is dan de beursnotering doet vermoeden. Daar staat tegenover dat indexdiscipline geen waarderingsdiscipline vervangt. Een bedrijf kan geweldig blijven en toch een matig aandeel zijn wanneer de instapprijs te veel groei veronderstelt. Voor VUSA is daarom niet de vraag of de S&P 500 goede ondernemingen bevat. De vraag is welke winstgroei en welke toekomstige multiple al in €129,85 besloten liggen. Lees ook: Vanguard S&P 500 ETF VUSA, alles wat je moet weten. VUSA blijft een efficiënte kernpositie voor wie brede Amerikaanse aandelenblootstelling zoekt en uitkeringen wil ontvangen. De beslissende variabele is niet de jaarlijkse 0,07%, maar de winstgroei per indexeenheid na een periode waarin enkele bedrijven buitengewoon veel gewicht kregen. Wie dat onderscheid maakt, kijkt niet alleen naar de eenvoud van het product, maar ook naar de prijs van wat erin zit.

  • Maakt 77 miljoen euro inkoop per week Prosus meer waard?

    In het kort Prosus kocht in de week van 21 tot en met 25 september voor €77,3 miljoen eigen aandelen in tegen gemiddeld €36,47. Op 1 oktober bedroeg de gerapporteerde intrinsieke waarde €61,60 per aandeel, terwijl de beurskoers op 2 oktober op €34,57 sloot. Die korting maakt inkoop rekenkundig aantrekkelijk, maar de belegger moet vooral bepalen hoeveel van de intrinsieke waarde werkelijk bereikbaar is. Prosus is tegelijk technologiebedrijf, beleggingsholding en kapitaalverdeler. De waarde komt voor het grootste deel uit het belang in Tencent, aangevuld met e-commercebedrijven in maaltijdbezorging, betalingen, advertenties en onderwijs. Het bestuur verkoopt een deel van Tencent en gebruikt de opbrengst om eigen aandelen terug te kopen. Daardoor krijgt ieder overblijvend Prosus-aandeel in theorie een groter belang in de portefeuille. De rekensom lijkt eenvoudig. Op 1 oktober rapporteerde Prosus een totale intrinsieke waarde van $144,8 miljard, waarvan $112,3 miljard uit Tencent kwam. Bij 2,0924 miljard netto uitstaande N-aandelen kwam de intrinsieke waarde uit op €61,60 per aandeel. De koers van €34,57 lag daar ongeveer 44% onder. Wanneer Prosus eigen aandelen ver onder de intrinsieke waarde koopt, stijgt de intrinsieke waarde per overblijvend aandeel, zolang de berekende waarde van de bezittingen klopt. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een korting is geen vrije lunch Wanneer inkoop werkelijk waarde toevoegt De operationele portefeuille moet zichzelf bewijzen Wat de huidige koers al verlangt Drie mogelijke koerspaden Een korting is geen vrije lunch De korting bestaat al jaren en heeft meerdere oorzaken. Tencent noteert in Hongkong en brengt geopolitiek, Chinese regelgeving en valutarisico mee. Een verkoop kan belasting en marktimpact veroorzaken. De niet-beursgenoteerde activiteiten zijn moeilijker te waarderen en vragen regelmatig nieuw kapitaal. Daarbovenop zit de holdingstructuur tussen de belegger en de onderliggende kasstromen. De eerste module laat zien hoeveel intrinsieke waarde per aandeel ontstaat bij verschillende waarderingen van Tencent en de overige activiteiten. Tencent is nog steeds de dominante variabele. Zelfs sterke operationele vooruitgang bij maaltijdbezorging of fintech kan een flinke beweging in het Chinese belang niet volledig compenseren. De korting moet dus niet alleen als kans worden gezien, maar ook als prijs voor concentratie en complexiteit. De wekelijkse inkoop biedt wel een mechanisme om die korting in waarde om te zetten. In de week tot 25 september kocht Prosus 2.119.814 aandelen in tegen gemiddeld €36,4717. De totale uitgave bedroeg €77,3 miljoen. Omdat de aankoopprijs duidelijk onder de gerapporteerde intrinsieke waarde lag, nam de waarde per resterend aandeel toe. De stijging per week is klein, maar zij stapelt zich op zolang de inkoop doorgaat. Wanneer inkoop werkelijk waarde toevoegt Een inkoopprogramma creëert geen waarde wanneer een onderneming te duur eigen aandelen koopt of een waardevolle belegging verkoopt tegen een slechte prijs. Bij Prosus gaat het om de verhouding tussen drie bedragen: de gerealiseerde Tencent-verkoopprijs, de Prosus-inkoopprijs en de reële waarde van de restportefeuille. De spread tussen intrinsieke waarde en inkoopprijs moet groot genoeg zijn om belasting, kosten en onzekerheid te compenseren. De tweede module rekent de NAV-aanwas per resterend aandeel uit. Een wekelijkse aankoop van ruim twee miljoen aandelen tegen een korting van ongeveer 40% voegt slechts enkele centen intrinsieke waarde per aandeel toe. Over een jaar wordt het effect duidelijker, zeker als het aantal uitstaande aandelen blijft dalen. De methode kan de korting echter niet zelfstandig sluiten. Daarvoor moet de markt ook meer vertrouwen krijgen in de waardering en winstgevendheid van de overige activiteiten. Prosus meldde over boekjaar 2026 voor zijn e-commerce-ecosysteem $9,7 miljard omzet en $1,3 miljard aangepaste ebitda. Dat is belangrijker dan alleen groei, omdat een winstgevende portefeuille minder afhankelijk is van Tencent-verkopen. Wanneer maaltijdbezorging, classifieds en betalingen hun eigen investeringen kunnen financieren, verandert Prosus geleidelijk van een doorgeefluik naar een holding met meerdere kasstroombronnen. Lees ook: Waarom Chinese aandelen zoals BYD, Alibaba, Tencent en andere flink dalen De operationele portefeuille moet zichzelf bewijzen De belangrijkste operationele vraag is niet of ieder platform marktleider wordt. Het gaat om de verhouding tussen omzetgroei, marge en extra kapitaal. Een bezorgbedrijf kan snel groeien en toch waarde vernietigen wanneer subsidies en logistieke kosten groter blijven dan de brutowinst. Een betalingsplatform kan juist veel waarde toevoegen wanneer transacties groeien zonder evenredige stijging van krediet- en fraudeverliezen. De aangepaste ebitda is een nuttige tussenstap, maar niet hetzelfde als vrije kasstroom. Aandelenbeloning, herstructureringen, investeringen en acquisities vragen echt kapitaal. Daarom verdient de kasstroom uit de eigen bedrijven minstens zoveel aandacht als de gerapporteerde ebitda. Pas wanneer die portefeuille structureel kas genereert, wordt de korting minder afhankelijk van het sentiment rond Tencent. Wat de huidige koers al verlangt Bij €34,57 en ongeveer 2,09 miljard netto uitstaande aandelen bedraagt de beurswaarde circa €72 miljard. De reverse waardering hieronder vraagt welke korting in 2029 nog mag overblijven wanneer de intrinsieke waarde per aandeel groeit en een belegger vanaf de huidige koers een bepaald jaarlijks rendement verlangt. In de middenaannames hoeft de korting niet volledig te verdwijnen. Een stijgende intrinsieke waarde en een korting die van ongeveer 44% naar 30% daalt, kunnen samen al een aantrekkelijk rendement opleveren. Dat is een realistischer kader dan rekenen op een onmiddellijke sluiting. De markt kan de structuurkorting behouden zolang Tencent dominant blijft en de eigen bedrijven beperkte vrije kasstroom produceren. Het sterke tegenargument is dat de gerapporteerde intrinsieke waarde te optimistisch kan zijn. Beursbelangen zijn liquide, maar niet onbeperkt zonder prijsimpact verkoopbaar. Niet-beursgenoteerde activiteiten kunnen bij een echte transactie minder waard blijken. Ook kan een sterke euro de omgerekende waarde drukken. De inkoop is daarom alleen accretief ten opzichte van een NAV die de belegger zelf geloofwaardig vindt. Drie mogelijke koerspaden De scenario's combineren veranderingen in de intrinsieke waarde met een kleinere of juist hardnekkige holdingkorting. In het bear-scenario daalt Tencent, blijft de operationele portefeuille kapitaal vragen en blijft de korting boven 45%. Het middenscenario rekent met gematigde groei van de intrinsieke waarde, verdere aandeleninkoop en een korting die langzaam richting 30% gaat. In het gunstige scenario groeien Tencent en de eigen e-commercebedrijven tegelijk, ontstaat vrije kasstroom buiten Tencent en daalt de korting naar ongeveer 20%. De wekelijkse inkoopmelding is dus meer dan administratieve ruis, maar minder dan een volledige beleggingsthese. Zij laat zien dat het bestuur de korting gebruikt. De doorslag komt van drie voortgangsmetingen: het aantal netto uitstaande aandelen, de vrije kasstroom van de eigen activiteiten en de verhouding tussen koers en geloofwaardige intrinsieke waarde. Blijven alle drie verbeteren, dan kan €77 miljoen per week veel waarde stapelen. Valt één ervan weg, dan blijft de korting vooral een waarschuwing dat de portefeuille niet één op één in contanten beschikbaar is.

  • Alphabet moet 10 miljard dollar voorraad nog rekenkracht maken

    In het kort Alphabet eindigde het tweede kwartaal met bijna $10 miljard voorraad, vier keer zoveel als eind 2025. Dat is geen stapel smartphones, maar vooral infrastructuur die nog in datacenters moet worden geplaatst. Bij een koers van $342,86 op Nasdaq op 2 oktober 2026 vraagt de waardering dat die voorraad snel verandert in omzetgroei bij Google Cloud, zonder dat de vrije kasstroom structureel verdwijnt. Alphabet rapporteerde op 22 juli een kwartaalomzet van $119,8 miljard, 24% meer dan een jaar eerder. Google Cloud groeide 82% naar $24,8 miljard omzet en boekte $8,8 miljard operationele winst. Toch zat de belangrijkste aanwijzing voor de komende kwartalen niet in de winst-en-verliesrekening, maar op de balans. De voorraad steeg van $2,4 miljard eind december naar bijna $10,0 miljard eind juni. Tegelijk liep het bezit aan gebouwen en apparatuur op tot $321,2 miljard. Voorraad klinkt vreemd bij een softwarebedrijf. Alphabet koopt echter chips, servers, netwerkapparatuur en andere onderdelen voordat ze als vast actief in een datacenter terechtkomen. Zolang die apparatuur nog niet is geplaatst, levert zij geen zoekopdracht, advertentie of cloudcontract op. De sprong in voorraad is daarom een voorinvestering. Zij kan een aanloop zijn naar veel extra capaciteit, maar ook wijzen op vertraging tussen bestellen, bouwen en factureren. Direct naar een onderdeel van dit artikel Eerst bouwen, dan benutten Cloud moet de kapitaalrekening dragen De nettowinst vertelt dit kwartaal niet het hele verhaal Wat de koers al veronderstelt Drie mogelijke koerspaden Eerst bouwen, dan benutten De economische keten telt vier stappen. Alphabet bestelt componenten, neemt ze op voorraad, plaatst ze in datacenters en verkoopt vervolgens rekenkracht aan eigen diensten en externe cloudklanten. Iedere stap kost tijd. De balans laat zien hoeveel kapitaal al onderweg is, maar nog niet productief draait. In de interactieve module kan de omzet worden vergeleken met de voorraad en de kapitaalinvesteringen. Een hoge voorraad hoeft niet ongunstig te zijn wanneer de ingebruikname snel volgt en de capaciteit goed wordt bezet. De kosten verschuiven dan van werkkapitaal naar afschrijving, terwijl Cloud-omzet en advertentie-efficiëntie stijgen. Blijft de voorraad hoog en groeit het gebruik langzamer, dan zit meer geld vast zonder evenredige opbrengst. De timing is extra belangrijk omdat Alphabet in het tweede kwartaal $39,1 miljard kasstroom uit bedrijfsactiviteiten genereerde, maar $44,9 miljard investeerde. De vrije kasstroom kwam daardoor ongeveer $5,9 miljard negatief uit. Dat is geen liquiditeitsprobleem voor een onderneming met deze schaal. Het is wel een duidelijke omslag voor aandeelhouders die jarenlang gewend waren aan overvloedige kasstroom en grote aandeleninkopen. Cloud moet de kapitaalrekening dragen Google Cloud is nu groot genoeg om een materieel deel van de investering te rechtvaardigen. De operationele marge kwam in het kwartaal rond 36% uit, tegenover een veel lagere marge in de jaren waarin Google vooral marktaandeel kocht. De combinatie van 82% omzetgroei en $8,8 miljard operationele winst suggereert dat de extra capaciteit niet alleen voor experimentele AI wordt gebouwd. Toch mag die groei niet één op één worden doorgetrokken. Een deel komt door nieuwe AI-vraag en capaciteit die eerder schaars was. Concurrenten Microsoft en Amazon investeren even agressief. Wanneer aanbod de vraag inhaalt, kunnen prijzen dalen en bezettingsgraden onder druk komen. Dan wordt een hoge afschrijving een vaste kostenpost, terwijl de opbrengst per rekeneenheid afneemt. De tweede module rekent met Cloud-groei en operationele marge. Die twee variabelen horen bij elkaar. Snelle groei tegen een lagere marge kan waardevol zijn als klanten lang blijven en later meer afnemen. Een hoge marge met weinig groei wijst juist op discipline, maar maakt het moeilijker om de enorme investeringen terug te verdienen. Het aantrekkelijkste pad combineert afnemende groei met een marge die ruim boven 30% blijft. Search blijft ondertussen de grootste economische motor. AI-antwoorden kunnen het aantal traditionele zoekklikken verminderen, maar zij kunnen ook meer commerciële vragen afhandelen. Alphabet moet bewijzen dat advertenties rond AI-antwoorden even waardevol worden als de oude zoekadvertenties. Cloud helpt de investeringslast spreiden, maar Search bepaalt nog altijd hoeveel vrije kas overblijft. Lees ook: Google aandelen stijgen nadat het een eigen chip introduceert eind 2024 De nettowinst vertelt dit kwartaal niet het hele verhaal De gerapporteerde nettowinst kreeg in het tweede kwartaal een uitzonderlijk grote steun van ongerealiseerde winsten op effecten. In de post overige inkomsten zat $98,0 miljard aan ongerealiseerde waardestijgingen. Dat is boekhoudkundige winst, geen kasstroom uit advertenties of cloudcontracten. Voor de waardering is daarom de genormaliseerde operationele winst belangrijker dan de gerapporteerde winst per aandeel. Alphabet haalde daarnaast per saldo $49,6 miljard op met aandelen en preferente effecten en nog eens $20,3 miljard met schuld. Dat is ongebruikelijk voor een bedrijf dat traditioneel veel eigen aandelen inkoopt. De kapitaalstructuur kan rationeel zijn wanneer langlopende financiering goedkoper is dan het verwachte rendement op datacenters. Zij maakt de analyse wel gevoeliger voor verwatering en rentelasten. Wat de koers al veronderstelt Bij $342,86 en ongeveer 12,31 miljard verwaterde aandelen ligt de beurswaarde rond $4,22 biljoen. De reverse waardering rekent terug hoeveel genormaliseerde vrije kasstroom in 2029 nodig is wanneer een belegger 8% rendement verlangt en Alphabet dan tegen 30 keer vrije kasstroom noteert. Met die aannames moet de vrije kasstroom richting $180 miljard bewegen. De exacte uitkomst verandert met de multiple en het gewenste rendement, maar de boodschap blijft gelijk: de markt waardeert Alphabet niet alsof de huidige investeringspiek blijvend negatieve vrije kasstroom veroorzaakt. Voor de middenroute moeten geplaatste chips snel omzet genereren, moet Cloud zijn marge vasthouden en moet Search onder AI-verandering blijven groeien. Het sterkste tegenargument is dat vrije kasstroom tijdens een bouwgolf de economische waarde onderschat. De apparatuur blijft jaren productief en kan zowel interne AI-diensten als externe cloudomzet dragen. Wanneer de investeringen na 2027 stabiliseren, stijgt de kasstroom snel omdat de afschrijving later komt dan de betaling. Het risico is dat de technologiecyclus sneller wordt. Chips kunnen economisch verouderen voordat ze volledig zijn afgeschreven, waardoor de terugverdientijd korter wordt dan bij traditionele datacenters. Drie mogelijke koerspaden De scenario's maken zichtbaar wat verschillende uitkomsten voor Cloud, Search en vrije kasstroom per jaar met de koers kunnen doen. In het bear-scenario blijft de vrije kasstroom laag, vertraagt Cloud en daalt de multiple. In het middenscenario wordt de voorraad in 2027 geplaatst, blijft de Cloud-marge boven 30% en herstelt de vrije kasstroom na de investeringspiek. Het gunstige scenario veronderstelt dat Alphabet zijn eigen chips, Gemini en datacenters als één efficiënt systeem laat werken, terwijl Search zijn commerciële positie behoudt. De nuttigste cijfers in de komende kwartalen zijn daarom niet alleen omzet en winst per aandeel. Kijk naar voorraad, investeringen, afschrijvingen, Cloud-marge en vrije kasstroom. Daalt de voorraad terwijl Cloud sterk blijft groeien, dan verandert besteld materiaal in productieve capaciteit. Blijft de voorraad oplopen terwijl groei vertraagt, dan wordt de balans juist een waarschuwing. Bij $342,86 betaalt de belegger voor uitvoering, niet alleen voor ambitie.

  • Wanneer zie je bij Salesforce 103 miljoen aandelen minder terug?

    In het kort Salesforce rondt in oktober de versnelde aandeleninkoop van $25 miljard af. Voor de winstverwachting zijn al 103 miljoen aanvankelijk geleverde aandelen uit de basis gehaald. De transactie creëert pas blijvende waarde wanneer vrije kasstroom groeit en aandelenbeloning de reductie niet opnieuw ongedaan maakt. Een versnelde aandeleninkoop, of ASR, werkt anders dan dagelijks aandelen kopen op de beurs. Salesforce betaalde een bank vooraf $25 miljard en ontving meteen 103 miljoen aandelen. De definitieve hoeveelheid wordt later bepaald aan de hand van de gemiddelde koers tijdens de contractperiode, met afgesproken correcties. Bij de kwartaalcijfers van 26 augustus meldde het bedrijf dat de eindafrekening in oktober wordt verwacht. Het mechanisme is relevant omdat het de cijfers per aandeel direct beïnvloedt. Salesforce gebruikte in het tweede kwartaal 821 miljoen verwaterde aandelen voor de GAAP-winst per aandeel, tegenover 962 miljoen een jaar eerder. Voor de jaarverwachting gaat het uit van 838 miljoen aandelen, waarbij de eerste 103 miljoen uit de ASR al zijn verwerkt. De definitieve afrekening en eventuele extra inkopen zijn nog niet meegenomen. De beurskoers van $233,82 op 2 oktober ligt dicht bij de prijs waarbij $25 miljard ongeveer 107 miljoen aandelen koopt. Dat maakt de eerste levering economisch plausibel. Toch is het verkeerde signaal om de hele $25 miljard als gratis winst te zien. De kas verlaat het bedrijf en de onderneming blijft aandelen aan werknemers toekennen. De relevante maatstaf is vrije kasstroom per verwaterd aandeel na alle compensatie en acquisities. Direct naar een onderdeel van dit artikel De eindafrekening kan twee kanten op Aandelenbeloning blijft een echte kostenpost Groei moet organisch genoeg zijn Wat $233,82 van de vrije kas vraagt Drie mogelijke koerspaden De eindafrekening kan twee kanten op Wanneer de gemiddelde koers tijdens de ASR lager is dan bij de eerste levering, ontvangt Salesforce doorgaans extra aandelen of een kascorrectie. Bij een hogere gemiddelde koers kan de definitieve hoeveelheid lager uitvallen. De precieze voorwaarden zijn niet volledig in de kwartaalrelease uitgewerkt, dus een model moet bandbreedtes gebruiken. Bij $25 miljard en een gemiddelde prijs van $240 gaat het om ongeveer 104 miljoen aandelen. Dat ligt vrijwel gelijk aan de eerste levering van 103 miljoen. Bij $200 koopt hetzelfde bedrag 125 miljoen aandelen, bij $300 slechts 83 miljoen. De koers tijdens de looptijd bepaalt dus hoeveel winst per aandeel mechanisch verbetert. Een lagere aandelenbasis is positief wanneer de winst gelijk blijft. Zij is extra positief wanneer omzet en marge groeien. Salesforce rapporteerde in Q2 $11,3 miljard omzet, 11% meer dan een jaar eerder. De huidige resterende contractverplichtingen groeiden 14% in constante valuta. De vrije kasstroom kwam uit op $1,1 miljard, maar de eerste jaarhelft was met $7,65 miljard veel sterker door seizoensmatige facturering en incasso. Aandelenbeloning blijft een echte kostenpost Salesforce stuurt sterk op non-GAAP-marges. Voor boekjaar 2027 verwacht het 34,3% non-GAAP-operationele marge, tegenover 20,1% volgens GAAP. Het grootste verschil is aandelenbeloning, die ongeveer 9 procentpunt van de omzet bedraagt. Op een jaaromzet van ongeveer $46,25 miljard is dat grofweg $4,2 miljard. Die kosten verdwijnen niet doordat ze geen directe kasuitstroom zijn. Werknemers ontvangen economische waarde en bestaande aandeelhouders kunnen verwateren. Een inkoopprogramma compenseert dat effect, maar alleen het deel boven nieuwe uitgifte verlaagt de aandelenbasis werkelijk. De module zet inkoop en aandelenbeloning op één schaal. Zij behandelt de aandelenbeloning als een economisch equivalent tegen de gemiddelde koers, niet als exacte kasuitgifte. Dat is een vereenvoudiging, maar wel nuttig. Bij $25 miljard inkoop, $4,16 miljard aandelenbeloning en een koers van $235 resteert een netto reductie van ongeveer 89 miljoen aandelen. Dat is groot, maar minder dan de kop van $25 miljard suggereert. Het tegenargument is dat aandelenbeloning talent bindt en dus toekomstige omzet ondersteunt. Dat klopt. Het betekent alleen niet dat aandeelhouders de kosten mogen negeren. De juiste vraag is of de extra omzet en vrije kas die werknemers creëren groter zijn dan de waarde van de toegekende aandelen. Groei moet organisch genoeg zijn Salesforce verhoogde de omzetverwachting voor boekjaar 2027 naar $46,1 miljard tot $46,4 miljard. Daarin zit iets meer dan 3 procentpunt bijdrage van Informatica. Voor Q3 is zelfs iets meer dan 4 procentpunt overnamebijdrage voorzien. De gerapporteerde groei van 11% tot 12% is dus niet volledig organisch. Agentforce en Data 360 hadden bijna $3,9 miljard terugkerende omzet, meer dan 210% hoger dan een jaar eerder. Agentforce alleen kwam boven $1,5 miljard. Dat is een forse groei, maar de definitie is verbreed met Slackbot en Headless 360. Groei van een metriek wordt minder informatief wanneer de samenstelling verandert. Beleggers moeten daarom volgen hoeveel bestaande klanten extra betalen, hoe de contractwaarde groeit en of de omzet per aandeel versnelt. Lees ook: Waarom Salesforce en ServiceNow flink dalen: Analyse en waardering Wat $233,82 van de vrije kas vraagt Bij ongeveer 838 miljoen verwaterde aandelen vertegenwoordigt de koers een marktwaarde van circa $196 miljard. De reverse waardering rekent terug hoeveel vrije kas in 2029 nodig is voor 8% jaarlijks rendement bij een eindmultiple van 22. De uitkomst ligt rond $11,2 miljard vrije kas in 2029. Salesforce behaalde over heel boekjaar 2026 $14,4 miljard vrije kasstroom, maar de vergelijking is niet één op één. De aandelenbasis, acquisities, werkkapitaal en seizoenspatronen veranderen. De huidige koers lijkt daardoor niet buitensporig hoog wanneer de vrije kas standhoudt. Zij is wel kwetsbaar wanneer groei vertraagt en de inkoop vooral aandelenbeloning compenseert. Het sterke positieve scenario combineert drie factoren: cRPO blijft dubbelcijferig groeien, Agentforce wordt echte extra omzet en de lagere aandelenbasis maakt iedere kasdollar waardevoller. Het negatieve scenario is dat AI vooral bestaande software goedkoper maakt, acquisities de groei maskeren en medewerkers via aandelen opnieuw een groot deel van de inkoop ontvangen. Drie mogelijke koerspaden De scenario's combineren omzetgroei per aandeel, marge en een passende multiple tot jaarlijkse koersroutes. In het bear-scenario blijft organische groei onder 8% en krimpt de waardering. Het middenscenario rekent op cRPO-groei rond 12%, stabiele marges en een dalend aandelenaantal. In het gunstige scenario wordt Agentforce een afzonderlijke omzetmotor en groeit vrije kasstroom dubbelcijferig. De oktoberafrekening is een nuttig controlepunt, geen beleggingsconclusie. Kijk naar de definitieve aandelenreductie, de nieuwe verwaterde aandelenbasis, aandelenbeloning als percentage van omzet en vrije kas per aandeel. Wanneer die laatste maatstaf sneller groeit dan de omzet, werkt de kapitaalallocatie. Wanneer vooral de non-GAAP-winst stijgt en het aandelenaantal nauwelijks daalt, koopt Salesforce vooral zijn eigen verwatering terug.

  • ASML moet nog jaren wachten op geld uit grotere maskers

    In het kort ASML en TSMC werken aan een grotere fotomaskerstandaard voor High NA EUV. De pilotlijn is voor 2031 gepland en productierijpheid voor 2033. Dat kan de productiviteit later verhogen, maar draagt de huidige koers niet. Tot 2029 moeten orders, service, marges en de bestaande 6-inch-maskerroute het werk doen. Een fotomasker is de sjabloon waarmee een patroon op een siliciumwafer wordt afgebeeld. De chipindustrie gebruikt al tientallen jaren maskers van 6 inch. High NA EUV kan daarmee produceren, maar het kleinere beeldveld vraagt soms om stitching: meerdere belichtingen worden aan elkaar gezet. Een groter masker kan meer patroon bevatten, stitching beperken en uiteindelijk de productiviteit verhogen. ASML en TSMC maakten op 8 september bekend dat zij een brede industriecoalitie willen vormen rond 12-inch maskers. Het doel is een pilotlijn in 2031 en volledige systeemgereedheid voor geavanceerde productie in 2033. TSMC wil High NA vanaf 2030 in massaproductie gebruiken. Samsung mikt op High NA voor DRAM in 2028. Intel gebruikt High NA al voor geselecteerde lagen en meldde dat meer dan een miljoen wafers door vroege certificering, testen en productie zijn gegaan. Dat klinkt als sterke bevestiging van ASML's technologische positie. Voor de belegger zit er een timingprobleem in. De beurswaarde wordt vandaag betaald, terwijl de financiële baten van 12-inch maskers grotendeels buiten een normale driejaarsraming vallen. De koers van €1.653 op Euronext Amsterdam op 2 oktober 2026 moet daarom worden gerechtvaardigd door systemen die vóór 2030 worden geleverd, plus service aan de bestaande machinebasis. Direct naar een onderdeel van dit artikel Waarom een groter masker waardevol kan zijn De brug tot 2031 Drie klanten, één ecosysteem Welke winst zit in €1.653? Drie mogelijke koerspaden Waarom een groter masker waardevol kan zijn High NA verhoogt de resolutie, maar halveert het maximale beeldveld ten opzichte van de huidige EUV-generatie. Chipontwerpers kunnen daar omheen werken met kleinere ontwerpen of stitching. Beide oplossingen kosten flexibiliteit. Een groter masker kan meer ontwerp op één drager zetten, het aantal stappen verlagen en de scanner beter benutten. De rekentool koppelt de mogelijke kostenbesparing aan het aantal wafers en lithografiekosten per wafer. De uitkomst is geen ASML-guidance. Zij laat zien waarom klanten, maskerfabrikanten en leveranciers alleen overstappen wanneer de besparing groot genoeg is om nieuwe productieapparatuur en standaarden te betalen. Een winst van enkele procenten op miljoenen wafers kan veel waard zijn. Een voordeel dat alleen in een klein aantal lagen werkt, rechtvaardigt minder investeringen. ASML verdient niet rechtstreeks aan iedere bespaarde euro bij TSMC. Het bedrijf kan wel meer waarde in de scannerprijs, opties, software en service verwerken. De onderhandelingsmacht hangt af van alternatieven. Voor EUV is die beperkt, maar klanten kunnen processen langer met bestaande machines en extra stappen uitvoeren. Het tempo van adoptie is daarom economisch belangrijker dan de technische mogelijkheid. De brug tot 2031 De 12-inch-standaard is een optie voor later. Voor de komende jaren draaien de kasstromen op NXE-systemen, de eerste High NA-systemen met 6-inch maskers en Installed Base Management. Service is aantrekkelijk omdat elke extra machine toekomstige onderhouds- en upgradeomzet toevoegt. Zij dempt de ordercyclus, maar neemt die niet weg. Nieuwe systeemverkopen blijven gevoelig voor bouwplannen van TSMC, Samsung, Intel, geheugenmakers en Chinese klanten. ASML begon op 8 september ook aan de bouw van een tweede grote campus in de Brainport-regio. Die kan uiteindelijk ongeveer 350.000 vierkante meter en maximaal 20.000 werkplekken omvatten. Dat is een teken van vertrouwen in lange vraag, maar capaciteit komt vóór omzet. Gebouwen, mensen en leveranciers moeten worden betaald voordat de machines volledig zijn geleverd. De module vertaalt de potentiële werkplekken naar een jaarlijkse kostenbasis. Dat is bewust een gevoeligheidsanalyse, geen kostenraming van ASML. Zij maakt wel duidelijk wat de markt van de bezetting verlangt. Een campus die geleidelijk wordt gevuld terwijl orders meegroeien, kan schaalvoordelen opleveren. Capaciteit die te vroeg klaarstaat, drukt tijdelijk op marges en kasstroom. Drie klanten, één ecosysteem High NA-adoptie heeft nu bevestiging van Intel, TSMC en Samsung. Die spreiding is gunstig. Zij vermindert het risico dat de technologie bij één klant blijft hangen. Tegelijk vergroot zij de afhankelijkheid van dezelfde drie groepen voor het tempo. Wanneer één klant investeringen uitstelt, kan ASML een groot bedrag aan omzet naar een later kwartaal zien schuiven. Het ecosysteem reikt verder dan klanten. Maskerfabrikanten, meetapparatuur, materialen, ontwerpsoftware en automatisering moeten dezelfde standaard ondersteunen. Een grotere fotomasker is fysiek, logistiek en procesmatig een nieuw systeem. De brede coalitie verkleint het coördinatierisico, maar garandeert nog geen rendement. Tegen 2031 kunnen klanten bovendien betere stitching, andere chiparchitecturen of goedkopere procesroutes hebben ontwikkeld. Geopolitiek blijft een apart risico. Exportregels bepalen welke systemen en upgrades ASML naar China mag leveren. De 12-inch-route voor de meest geavanceerde productie lost dat probleem niet op. Voor de waardering moeten beleggers daarom niet alleen een technologische premie, maar ook een politieke korting meenemen. Lees ook: Wat ASML op recordhoogte moet waarmaken Welke winst zit in €1.653? Een reverse waardering voorkomt dat een technologieverhaal automatisch een koersdoel wordt. Onderstaande module rekent terug welke winst per aandeel in 2029 nodig is bij een gewenst rendement en een gekozen eindmultiple. Bij 8% gewenst jaarrendement en een P/E van 32 is ongeveer €65 winst per aandeel in 2029 nodig. Dat vraagt een sterke stijging ten opzichte van de huidige winstbasis. De 12-inch-maskerstandaard kan daar nauwelijks vóór 2030 aan bijdragen. De route moet dus lopen via meer EUV- en High NA-systemen, hogere service-omzet, productiviteitsverbeteringen en een gunstige productmix. Het positieve argument is dat ASML vrijwel onmisbaar blijft voor de kleinste chips. AI verhoogt de economische waarde van rekenkracht en geheugen, terwijl iedere procesgeneratie complexer wordt. De tegenwerping is dat onmisbaarheid niet hetzelfde is als onbeperkte prijszettingsmacht. Klanten moeten zelf rendement verdienen en kunnen investeringen uitstellen. Een hoge waardering maakt een vertraging duur voor aandeelhouders, ook als de technologie later alsnog wint. Drie mogelijke koerspaden De scenario's laten zien hoe sterk het verschil wordt wanneer ordergroei en marges eerder of later aantrekken. In het bear-scenario stagneren orders, krimpt China sneller en daalt de P/E. Het middenscenario rekent op geleidelijke High NA-adoptie met 6-inch maskers en stabiele servicegroei. Het gunstige scenario veronderstelt snellere adoptie door foundry en geheugen, hogere marges en een blijvende waarderingspremie. De belangrijkste signalen voor de komende kwartalen zijn geboekte orders, aanbetalingen, EUV- en High NA-leveringen, servicegroei en de brutomarge. Voor de lange termijn komen daar pilotvoortgang en standaarden voor 12-inch maskers bij. Het laatste nieuws versterkt ASML's technologische positie. Het verandert alleen niet het feit dat de huidige koers vooral op resultaten vóór 2030 moet worden verdiend.

  • NVLink moet Nvidia meer opleveren dan alleen bandbreedte

    In het kort NVIDIA boekte in het tweede kwartaal van boekjaar 2027 $89 miljard Data Center-omzet. De zesde generatie NVLink levert 3 TB per seconde per GPU en verbindt 72 GPU's in een rack. De technologie verlegt de grens, maar de waardering verlangt dat NVIDIA ook de netwerklaag en een groot deel van de volledige rackwaarde blijft innen. NVIDIA verkocht ooit vooral losse versnellers. Inmiddels verkoopt het steeds vaker een compleet computersysteem: GPU, CPU, switch, netwerkkaart, software en ontwerp voor het datacenter. NVLink is daarin geen kabeltje, maar de manier waarop tientallen GPU's samenwerken alsof zij één computer vormen. Voor grote AI-modellen is dat doorslaggevend. Een snelle chip die op gegevens of op een andere chip wacht, levert weinig op. De zesde generatie NVLink voor Vera Rubin biedt volgens NVIDIA 3 TB per seconde aan bandbreedte per GPU. Een NVL72-rack verbindt 72 GPU's met in totaal 216 TB per seconde. Dat is twaalf keer de bandbreedte van PCIe Gen6. Deze cijfers zeggen echter nog niets over de winst voor de klant. De economische waarde ontstaat pas wanneer een cloudbedrijf meer betaalde tokens per uur produceert, minder servers nodig heeft of een model sneller beschikbaar krijgt. Bij de kwartaalcijfers van 26 augustus meldde NVIDIA $96,2 miljard omzet, 106% meer dan een jaar eerder. Data Center leverde $89 miljard, de brutomarge was 75% en de operationele winst $63,7 miljard. Voor het derde kwartaal verwacht het bedrijf $108 miljard omzet, zonder Data Center compute-omzet uit China. De vraag is dus niet of de groei vandaag sterk is. De vraag is hoeveel van de systeemwaarde NVIDIA kan vasthouden wanneer klanten zelf chips en netwerken ontwerpen. Direct naar een onderdeel van dit artikel Het netwerk maakt de chip moeilijker vervangbaar Bandbreedte moet bij de klant renderen Brutowinst is de echte toets Wat de koers al verlangt Drie mogelijke koerspaden Het netwerk maakt de chip moeilijker vervangbaar Een losse accelerator kan worden vergeleken op rekenkracht, geheugen en prijs. Een volledig rack wordt vergeleken op prestaties van het hele systeem. Daarmee verandert de concurrentiestrijd. AMD of een eigen chip van Amazon kan op één onderdeel aantrekkelijk zijn, maar moet ook aansluiten op switches, optische verbindingen, softwarebibliotheken en beheertools. NVIDIA gebruikt NVLink, Spectrum en CUDA om die onderdelen als één platform te verkopen. NVIDIA rapporteert niet precies welk deel van de Data Center-omzet uit de netwerklaag komt. De interactieve module behandelt het daarom als aanname. Bij $89 miljard kwartaalomzet en een netwerkdeel van 18% gaat het om ongeveer $16 miljard. Dat is geen vastgesteld cijfer, maar het laat zien waarom switches en interconnects materieel zijn. Als NVIDIA alleen de GPU verkoopt, laat het een groot deel van de rackwaarde aan anderen. Als het netwerk meeverkoopt, stijgt zowel de omzet per installatie als de overstapdrempel. Bandbreedte moet bij de klant renderen Cloudbedrijven investeren honderden miljarden in datacenters. Zij kunnen dat alleen blijven doen wanneer hun klanten voldoende betalen voor training en inference. De bezettingsgraad is daarom belangrijker dan de theoretische pieksnelheid. Een dure NVL72 die vaak leegstaat, verdient zich langzaam terug. Een goed gevulde installatie kan juist hogere omzet per vierkante meter, megawatt en engineer opleveren. De module maakt dat verband zichtbaar. Beschikbare GPU-uren, bezetting en omzet per bezet uur bepalen samen hoeveel omzet de klant uit zijn infrastructuur haalt. NVLink kan alle drie beïnvloeden: kortere rekentijd verhoogt capaciteit, een betrouwbaar systeem verhoogt benutting en snellere modellen kunnen een hogere prijs rechtvaardigen. Het risico is dat efficiëntie juist de vraag naar chips verlaagt. Wanneer hetzelfde werk met minder GPU-uren kan, moet het aantal toepassingen sneller groeien dan het verbruik per toepassing daalt. Het sterke tegenargument luidt dat AI-vraag nog lang niet door efficiëntie wordt beperkt. Goedkopere tokens lokken nieuwe toepassingen uit, vergelijkbaar met hoe goedkopere opslag meer datagebruik creëerde. NVIDIA's kwartaalgroei ondersteunt dat beeld. Toch is de klantconcentratie groot. Microsoft, Google, Amazon, Meta en enkele AI-labs hebben de schaal om eigen chips te bouwen en leveranciers tegen elkaar uit te spelen. Brutowinst is de echte toets Een geïntegreerd systeem is alleen aantrekkelijk wanneer de brutomarge standhoudt. NVIDIA behaalde in Q2 75%. Voor Q3 verwacht het 74%, plus of min een half procentpunt. Een daling hoeft niet slecht te zijn wanneer nieuwe producten sneller opschalen of meer omzet opleveren. Een structurele daling zou wel aangeven dat klanten meer onderhandelingsmacht krijgen of dat systemen duurder worden om te bouwen. De overstap naar Vera Rubin brengt bovendien productierisico's mee. Meer componenten betekenen meer mogelijke knelpunten bij TSMC, geheugenchips, geavanceerde verpakking, optiek en koeling. NVIDIA kan een grote order hebben, maar omzet pas boeken wanneer het systeem geleverd en geaccepteerd is. Voorraad, vooruitbetalingen en leveringsschema's verdienen daardoor evenveel aandacht als de aangekondigde prestaties. Lees ook: Kan Nvidia naar 400 dollar nu de chipreus de groei heeft maar de beurs de prijs bepaalt? Wat de koers al verlangt Bij $234,52 is NVIDIA ongeveer $5,7 biljoen waard. De onderneming verdiende in Q2 $2,46 per verwaterd aandeel volgens GAAP. Dat kwartaal simpelweg met vier vermenigvuldigen is te optimistisch, omdat productcycli, belastingen, aandelenbeloning en uitzonderlijke groei kunnen veranderen. Een reverse waardering begint daarom bij de toekomstige winst die de huidige koers moet dragen. Bij een verlangd rendement van 8% en een P/E van 28 in 2029 is ongeveer $10,55 winst per aandeel nodig. Dat vraagt geen verdubbeling ieder jaar, maar wel jaren van stevige groei vanaf een al uitzonderlijk niveau. De netwerklaag helpt wanneer zij omzet per rack verhoogt en concurrentie dempt. Zij schaadt wanneer klanten open standaarden afdwingen en switches een lager gemarginaliseerd onderdeel worden. NVIDIA kocht in Q2 voor ongeveer $26 miljard aandelen terug en had nog $99 miljard autorisatie over. Dat ondersteunt de winst per aandeel, maar verandert de economische kern niet. Bij een beurswaarde van biljoenen is zelfs $99 miljard beperkt. Inkoop creëert vooral waarde wanneer de toekomstige vrije kasstroom per aandeel sneller groeit dan de markt al verwacht. Drie mogelijke koerspaden De scenario's koppelen omzetgroei, marges en de waarderingsmultiple aan drie mogelijke koersroutes voor 2027 tot en met 2029. Het bear-scenario veronderstelt dat cloudbedrijven meer eigen chips gebruiken, netwerkprijzen dalen en de waardering normaliseert. Het middenscenario rekent op verdere Data Center-groei, een brutomarge rond 72% en een P/E van ongeveer 28 in 2029. In het gunstige scenario houdt NVIDIA de hele rackarchitectuur in eigen hand, groeit inference sterk en blijft de winst per aandeel sneller dan 25% stijgen. Let de komende kwartalen niet alleen op verkochte GPU's. Belangrijker zijn Data Center-groei, brutomarge, netwerkproducten, voorraad, levertijden en de bezetting bij grote cloudklanten. NVLink is waardevol wanneer het de totale productiviteit van de klant verhoogt en NVIDIA daardoor een groter deel van de rekening mag sturen. Bandbreedte zonder rendabele toepassingen blijft een technisch record. Bandbreedte die omzet bij de klant creëert, is een economische slotgracht.

  • Kan Meta met honderd AI-brillen ook echt winst maken?

    In het kort Meta wil eind 2026 meer dan honderd uitvoeringen van zijn AI-brillen aanbieden. Dat maakt van de samenwerking met brillenmerken een distributienetwerk, maar nog geen winstplatform. Bij de koers van $726,79 op Nasdaq op 2 oktober 2026 vraagt de waardering dat de advertentiemachine sterk blijft én dat de enorme investeringen uiteindelijk weer vrije kasstroom opleveren. Meta presenteerde tijdens Connect op 23 september geen losse gadget, maar een complete productfamilie. Muse komt naar de AI-brillen, er komen audio- en VR-modellen en partners als PayPal, Walmart, Best Buy en Expedia worden aan de assistent gekoppeld. Meta verwacht tegen het einde van het jaar meer dan honderd stijlen in de markt. Dat is belangrijk, omdat een bril niet alleen technologie is. Pasvorm, merk en uiterlijk bepalen of mensen hem dagelijks dragen. Een bredere collectie verlaagt dus een distributiedrempel die een smartphonefabrikant nauwelijks kent. De beleggingsvraag is lastiger. Meta rapporteerde op 29 juli over het tweede kwartaal een omzet van $60,8 miljard, 28% meer dan een jaar eerder. Advertentie-impressies stegen 14% en de gemiddelde prijs per advertentie 12%. Tegelijk daalde de operationele marge van 43% naar 31%, bedroegen de kapitaalinvesteringen $31,1 miljard en bleef slechts $784 miljoen vrije kasstroom over. De bril kan een nieuwe inkomstenlaag worden, maar staat voorlopig in Reality Labs, dat in het kwartaal $431 miljoen omzet en $4,62 miljard operationeel verlies boekte. Direct naar een onderdeel van dit artikel Van productlijn naar economisch platform De advertentiemachine betaalt de leertijd Concurrentie gaat over het besturingssysteem Wat de huidige koers al verlangt Drie mogelijke koerspaden Van productlijn naar economisch platform Een platform verdient op meer dan de eerste verkoop. Hardware kan brutowinst opleveren, maar aantrekkelijker zijn terugkerende bijdragen uit abonnementen, betalingen, handel en diensten van derden. Connect liet precies die richting zien. De gehoorondersteuning krijgt een prijs van $149,99 en kan ook via Meta One worden aangeboden. Muse krijgt betaalpartners en winkelconnecties. Dat maakt iedere actieve bril in theorie tot een toegangspunt voor transacties. Het woord theorie is hier belangrijk. Een betaling via een bril is niet automatisch omzet voor Meta. Het bedrijf moet een vergoeding bedingen, een dienst verkopen of genoeg extra gebruik creëren om advertenties of abonnementen te ondersteunen. Ook hardwaremarge is onzeker. Ray-Ban en andere merken, winkels, retouren, garanties en componenten eisen allemaal hun deel. Een groot modellenaanbod verhoogt de kans op adoptie, maar maakt voorraadbeheer en marketing duurder. De rekentool laat zien waarom volume alleen niet genoeg is. Twintig miljoen verkochte brillen met $55 brutowinst per stuk en $30 jaarlijkse dienstenbijdrage leveren samen ongeveer $1,7 miljard brutobijdrage. Dat klinkt groot, maar is klein naast een Reality Labs-verlies dat in één kwartaal al boven $4,6 miljard lag. De divisie hoeft niet morgen winstgevend te zijn. Zij moet wel aantonen dat ieder extra apparaat de route naar een lager verlies verkort in plaats van het verlies alleen groter te maken. De advertentiemachine betaalt de leertijd Meta kan deze lange ontwikkeling financieren omdat Facebook, Instagram en WhatsApp uitzonderlijk winstgevend zijn. Family of Apps behaalde in het tweede kwartaal $60,37 miljard omzet en $23,39 miljard operationele winst. Die winst is de reden dat Meta tegelijk datacenters, eigen AI-modellen, brillen en nieuwe zakelijke producten kan bouwen. Het nadeel is dat veel projecten om hetzelfde kapitaal vragen. De onderneming verwacht in 2026 tussen $130 miljard en $145 miljard aan kapitaalinvesteringen, inclusief aflossingen op financieringsleases. Dat geld gaat vooral naar rekenkracht en infrastructuur, niet naar een brillenfabriek alleen. Voor aandeelhouders maakt het onderscheid weinig uit wanneer de totale vrije kasstroom onder druk blijft. Iedere dollar die niet terugkomt in hogere advertentieprijzen, nieuwe abonnementsomzet of lagere kosten verlaagt de kas die voor inkoop en dividend beschikbaar is. Het tweede model zet de uitdaging scherp neer. Reality Labs verloor ruim tien dollar voor iedere omzetdollar in het tweede kwartaal. Dat is geen normale productmarge, maar het resultaat van een brede ontwikkelorganisatie die meerdere toekomstige productlijnen bouwt. De verhouding kan daarom snel verbeteren wanneer de omzet groeit zonder dat onderzoekskosten even hard meestijgen. Andersom kan een succesvolle consumentenlancering alsnog economisch teleurstellen wanneer Meta hardware subsidieert om marktaandeel te winnen. Concurrentie gaat over het besturingssysteem Apple en Google controleren de belangrijkste mobiele besturingssystemen. Meta bezit wel de sociale apps, maar niet de smartphonepoort ertussen. Een dagelijkse AI-bril kan die afhankelijkheid verkleinen. De gebruiker spreekt Muse direct aan, ziet informatie op een display en kan een aankoop of boeking starten zonder eerst een app van een concurrent te openen. Strategisch is dat veel waardevoller dan alleen een extra hardwarecategorie. Toch is de voorsprong niet vanzelfsprekend. Apple kan hardware, chips, besturingssysteem, betalingen en winkels combineren. Google heeft Android, Gemini, Search en Maps. Brillenmerken kunnen bovendien eisen dat hun merk zichtbaar blijft en dat Meta niet alle klantdata naar zich toetrekt. Dezelfde open partnerstrategie die snel honderd stijlen mogelijk maakt, beperkt mogelijk de economische marge per apparaat. Privacy vormt een tweede rem. Een bril met camera, microfoon en persoonlijke agent ziet meer van de fysieke wereld dan een telefoon in een zak. Regulering, toestemming en maatschappelijke acceptatie bepalen daarom niet alleen reputatie, maar ook welke gegevens Meta mag gebruiken. Minder gegevens kunnen de assistent minder nuttig maken en verlagen de kans op transacties. Lees ook: Meta's advertentiemachine financiert de AI-fabriek Wat de huidige koers al verlangt Bij $726,79 en ongeveer 2,57 miljard verwaterde aandelen ligt de beurswaarde rond $1,87 biljoen. De reverse waardering hieronder vraagt niet wat Meta vandaag volgens één koersdoel waard is. Zij rekent terug welke vrije kas in 2029 nodig is wanneer een belegger 8% jaarlijks rendement verlangt en de markt dan 28 keer vrije kasstroom betaalt. Onder die aannames komt de vereiste vrije kasstroom rond $84 miljard uit. Dat is haalbaar voor een bedrijf met Meta's advertentiemarges, maar niet vanzelfsprekend wanneer kapitaalinvesteringen jarenlang boven $130 miljard blijven. De brillen hoeven die $84 miljard niet te leveren. Zij moeten wel bewijzen dat nieuwe uitgaven een rendabele tweede motor bouwen en niet alleen de advertentiewinst verplaatsen naar hardwareverliezen. Het sterke tegenargument is dat de markt te veel nadruk legt op de vrije kasstroom van één investeringsjaar. Datacenters gaan jaren mee, advertentie-AI verhoogt nu al prijzen en impressies, en een eigen apparaat kan de strategische afhankelijkheid van Apple en Google verlagen. Wanneer capex later stabiliseert terwijl omzet doorgroeit, kan vrije kasstroom hard terugveren. Het zwakke punt van dat argument is de timing. Aandeelhouders betalen vandaag voor kas die pas later zichtbaar wordt. Drie mogelijke koerspaden De scenario's vertalen advertentiegroei, investeringen en de opbouw van diensten rond de bril naar mogelijke koersen per jaar. In het bear-scenario vertraagt de advertentiegroei, blijft Reality Labs ruim $15 miljard per jaar verliezen en daalt de waarderingsmultiple. Het middenscenario veronderstelt dat advertenties dubbelcijferig blijven groeien, de capex na 2027 minder hard stijgt en de brillen een bescheiden positieve brutobijdrage leveren. In het gunstige scenario worden Muse, betalingen en draagbare hardware samen een platform met terugkerende omzet. De doorslag komt niet van het aantal monturen in een persbericht. Let de komende kwartalen op Reality Labs-omzet, brutomarge van overige omzet, actieve Meta One-abonnementen, transacties via Muse en vooral de totale vrije kasstroom. Wanneer volume groeit maar het operationele verlies niet daalt, is de productfamilie vooral een dure distributieproef. Wanneer diensten per actieve bril groeien en de verlieslijn afvlakt, ontstaat eindelijk een tweede economische motor naast advertenties.

bottom of page