Search this site
14069 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Eén miljoen High-NA-wafers maakt nog geen ordergolf voor ASML
In het kort Intel en ASML maakten op 8 september 2026 bekend dat zij samen meer dan één miljoen wafers met High-NA EUV hebben verwerkt. De systemen worden gebruikt voor certificatie, onderzoek en geselecteerde productielagen van Intel Panther Lake. Een dag later meldde ASML dat Samsung High-NA vanaf 2028 in grootschalige DRAM-productie wil toepassen. Dat is belangrijk technisch bewijs. Klanten testen de machines niet alleen in een laboratorium, maar brengen ze dichter bij echte productie. Toch is een miljoen wafers geen miljoen verkochte chips en ook geen brede ordergolf. ASML moet technische acceptatie nog vertalen naar bestellingen, levering, klantacceptatie en omzet. Het aandeel ASML noteerde op 2 oktober 2026 rond €1.653 op Euronext Amsterdam. Bij die koers betaalt de markt al ruim voor toekomstig succes. Direct naar een onderdeel van dit artikel Wat betekent één miljoen wafers eigenlijk? Samsung verbreedt de markt richting geheugen De prijs van technische voorsprong Wat zegt de huidige waardering? Drie koerspaden tot en met 2029 Welke bewijzen tellen vanaf hier? Wat betekent één miljoen wafers eigenlijk? Een wafer is een ronde schijf silicium waarop chipfabrikanten meerdere chips bouwen. High-NA EUV projecteert extreem kleine patronen met licht en een lenssysteem met een hogere numerieke apertuur. Die hogere apertuur maakt kleinere details mogelijk. In gewone woorden: de machine kan fijnere lijnen tekenen, waardoor meer transistors op een chip passen. De stap naar één miljoen verwerkte wafers laat zien dat Intel en ASML veel procesuren hebben opgebouwd. Volgens het gezamenlijke bericht voldoen overlay, doorvoer en beschikbaarheid aan de verwachtingen. Overlay is de nauwkeurigheid waarmee verschillende chiplagen boven op elkaar worden geplaatst. Een kleine afwijking kan chips onbruikbaar maken, dus een goede overlay is noodzakelijk. De module vertaalt wafers naar equivalente systeemjaren. Dat is nadrukkelijk geen telling van verkochte machines. Wafers kunnen over meerdere systemen en verschillende testfases zijn verwerkt. Ook zegt volume niets zonder opbrengstpercentage. Yield, het aandeel bruikbare chips per wafer, bepaalt uiteindelijk of de technologie economisch rendabel is. Het cijfer verlaagt wel een belangrijk risico. High-NA bestaat niet meer alleen uit specificaties en demonstraties. Intel heeft genoeg ervaring verzameld om geselecteerde lagen in Panther Lake te verwerken. Voor andere klanten wordt de stap daardoor minder theoretisch. Samsung verbreedt de markt richting geheugen Samsung meldde op 9 september dat het zich aansluit bij een initiatief voor 12-inch fotomaskers en High-NA vanaf 2028 in DRAM-volumeproductie wil gebruiken. DRAM is werkgeheugen. Het slaat tijdelijk gegevens op die een processor snel nodig heeft. Voor AI-servers is juist veel snel geheugen nodig, waardoor geavanceerde DRAM-processen economisch belangrijker worden. De aankondiging verbreedt het High-NA-verhaal van logica naar geheugen. Intel gebruikt de technologie voor geavanceerde processors, terwijl Samsung haar voor toekomstige DRAM-lagen onderzoekt. Als zowel logic- als geheugenfabrikanten High-NA inzetten, wordt de potentiële markt groter en minder afhankelijk van één klant. Toch blijft het woord “wil” belangrijk. Een productieplan voor 2028 is geen bestelling die vandaag als omzet in de boeken staat. De klant moet het proces kwalificeren, maskers ontwikkelen, productielijnen aanpassen en voldoende rendement behalen. ASML kan systemen leveren, maar omzet wordt pas erkend volgens leverings- en acceptatievoorwaarden. De conversie van evaluatie naar omzet kent meerdere poorten. Niet elke kandidaat-machine wordt besteld, niet elke bestelling wordt in hetzelfde jaar geleverd en niet elke levering wordt direct geaccepteerd. De module laat zien hoe een technisch succes door deze stappen heen kleiner kan worden voordat het in de omzet verschijnt. In onze eerdere analyse over ASML-service en upgrades staat waarom de geïnstalleerde basis na verkoop omzet blijft leveren. High-NA kan die basis uitbreiden en jarenlang service-inkomsten toevoegen. In de analyse over de orderportefeuille legden we uit waarom een grote backlog niet onbeperkt meegaat zonder nieuwe boekingen. De recente technische mijlpalen zijn pas financieel sterk wanneer zij in nieuwe orders terechtkomen. De prijs van technische voorsprong Een High-NA-systeem kost honderden miljoenen euro’s en is aanzienlijk duurder dan een gewone EUV-machine. Voor een chipfabrikant is de vergelijking breder dan de machineprijs. High-NA kan processtappen besparen, ingewikkelde dubbele belichting verminderen en betere chips mogelijk maken. Als één dure machine meerdere andere stappen vervangt of de yield verbetert, kan de totale productiekost toch dalen. Dat is de economische kern. ASML verkoopt geen snelheid om de snelheid. Het verkoopt een manier om meer werkende chips tegen een aanvaardbare kost te maken. De klant kijkt daarom naar totale kosten per bruikbare chip, niet alleen naar de aanschafprijs. De tegenwerping is dat klanten ook met bestaande EUV-systemen en slimme patroonmethoden langer kunnen doorgaan. High-NA moet dus aantonen dat de extra precisie en eenvoud opwegen tegen de hoge investering, nieuwe maskers en procesaanpassingen. Een vertraging van een generatie kan de omzetmix van ASML merkbaar verschuiven. Wat zegt de huidige waardering? ASML rapporteerde over het tweede kwartaal van 2026 €9,3 miljard omzet en €2,9 miljard nettowinst. Voor heel 2026 verwachtte het bedrijf €43 tot €45 miljard omzet en een brutomarge van 54 tot 56 procent. De brutomarge is wat na de directe kosten van machines en service overblijft van elke omzet-euro. Met ongeveer 393 miljoen aandelen vertegenwoordigt €1.653 een beurswaarde rond €650 miljard. Dat is een uitzonderlijke waardering voor een industrieel bedrijf. De markt behandelt ASML terecht als een monopolistische technologieproducent, maar rekent tegelijk op langdurige winstgroei. Bij 8 procent gewenst jaarlijks koersrendement en een K/W van 32 in 2029 is ongeveer €65,04 winst per aandeel nodig. De K/W is de koers gedeeld door de winst per aandeel. Hoe lager de eindmultiple, hoe meer winst ASML moet maken om dezelfde koers te dragen. Dividend komt eventueel boven op deze koersrekensom, maar is niet groot genoeg om een tegenvallende winstgroei te compenseren. De benodigde winst moet na alle ontwikkelkosten en op verwaterde aandelenbasis worden gehaald. High-NA kan de gemiddelde verkoopprijs en servicebasis verhogen, maar vroege systemen kunnen ook lagere marges hebben door opstartkosten. Schaal, productiviteit en klantacceptatie bepalen of de brutomarge uiteindelijk verbetert. Drie koerspaden tot en met 2029 De scenarioformule is: mogelijke koers = verwachte winst per aandeel × gekozen K/W. De aannames onderscheiden technische acceptatie van financiële realisatie. Het zijn geen koersdoelen en geen analistenconsensus. In het bear-scenario schuift brede High-NA-adoptie op, vertraagt de omzetgroei en daalt de waardering. Mogelijke koersen zijn €1.250 eind 2027, €1.220 eind 2028 en €1.200 eind 2029. In het middenpad groeit de winst per aandeel van ongeveer €52 naar €69 en normaliseert de K/W licht: €1.740, €1.930 en €2.150. In het gunstige scenario versnellen logic- en DRAM-adoptie, stijgt de winst per aandeel richting €83 en blijft de waardering hoog: €2.050, €2.440 en €2.900. De scenario’s tonen waarom het Intel-bericht belangrijk maar niet voldoende is. Het bear-scenario kan zelfs ontstaan wanneer High-NA technisch werkt, maar klanten langzamer bestellen of de markt een lagere multiple betaalt. Het gunstige scenario vereist meerdere klanten, hoge benutting, gezonde marges en een sterke servicebijdrage. Welke bewijzen tellen vanaf hier? Het eerste bewijs is herhaalbaar productiegebruik met goede yield. Het tweede is een bredere ordermix bij Intel, Samsung en andere toonaangevende fabrikanten. Het derde is levering en klantacceptatie. Het vierde is de brutomarge op de systemen en de serviceomzet in de jaren daarna. ASML heeft met één miljoen verwerkte wafers een belangrijk technologisch risico verkleind. Samsung geeft bovendien een concrete richting voor 2028. Voor beleggers is dat bemoedigend, omdat het potentiële gebruik zich verbreedt van processors naar geheugen. Maar de beurskoers van €1.653 vraagt meer dan bewijs dat de machine werkt. De technologie moet op grote schaal winstgevend worden ingezet en de winst per aandeel jarenlang verhogen. Dat is het verschil tussen een technische mijlpaal en een beleggingsmijlpaal. De eerste ligt nu zichtbaar op tafel. De tweede verschijnt pas wanneer orders, omzet, marge en kasstroom volgen. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG.
- MongoDB verandert de motor én de bestuurder in dezelfde week
In het kort MongoDB beleefde eind september 2026 een opvallende combinatie. Op 28 september vertrok CEO CJ Desai met onmiddellijke ingang naar Meta, waarna oprichter en voorzitter Dev Ittycheria tijdelijk terugkeerde als president en CEO. Een dag later lanceerde MongoDB versie 9.0 en Atlas Infinite, een nieuwe cloudarchitectuur voor zeer grote AI- en datatoepassingen. De technologie kan de prestaties en kosten voor klanten verbeteren, maar Atlas Infinite bevindt zich nog in publieke preview. Dat betekent dat ontwikkelaars het product kunnen testen, niet dat brede betaalde omzet al vaststaat. Het aandeel MongoDB Class A noteerde op 5 oktober 2026 rond $357,96 op Nasdaq, goed voor een beurswaarde van ongeveer $29,4 miljard. Bij die waardering moet technisch voordeel snel veranderen in terugkerende omzet en vrije kasstroom per aandeel. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een productlancering en leiderschapsrisico tegelijk Waarom Atlas Infinite economisch relevant kan worden De huidige cijfers geven ruimte, maar de waardering vraagt meer Wat moet $357,96 waarmaken? Drie koerspaden tot en met 2029 Wat we nu willen zien Een productlancering en leiderschapsrisico tegelijk MongoDB meldde op 28 september dat Desai onmiddellijk vertrok en dat de raad van bestuur een opvolger zoekt. Ittycheria kent het bedrijf door en door en verkleint daarmee het overgangsrisico. Toch is een onverwachte leiderschapswissel belangrijk. Een CEO bepaalt prioriteiten, budgetten, verkoopdiscipline en de snelheid waarmee een nieuw product van test naar brede commerciële inzet gaat. Positief is dat MongoDB zijn verwachtingen voor het derde kwartaal en boekjaar 2027 bevestigde. Dat suggereert dat de wissel geen directe operationele schok veroorzaakte. Het zegt nog niet hoe snel een nieuwe vaste CEO wordt gevonden of of de strategie ongewijzigd blijft. Een dag later presenteerde MongoDB versie 9.0. Volgens interne tests biedt de nieuwe versie tot twee keer zoveel doorvoer, 35 procent snellere leesprestaties en 30 procent snellere updates dan versie 8.0. Atlas Infinite moet grote workloads sneller laten schalen door rekenkracht en opslag los van elkaar te vergroten. MongoDB spreekt over meer dan 96 procent minder tijd om te schalen en 189 procent meer doorvoer per dollar in interne tests. Dat zijn sterke claims, maar de woorden “interne tests” verdienen aandacht. Een benchmark gebruikt een specifieke opstelling en workload. Een echte klant heeft andere gegevens, beveiliging, netwerkvertraging en software. De module laat daarom zien dat slechts een deel van het theoretische voordeel in een echte kostenbesparing kan eindigen. Waarom Atlas Infinite economisch relevant kan worden Traditionele databases worden vaak als één cluster opgeschaald. Als alleen de rekenvraag stijgt, moet soms toch extra opslag worden betaald, of andersom. Door compute en storage te scheiden kan een klant nauwkeuriger capaciteit toevoegen. Dat kan kosten verlagen en piekbelasting beter opvangen. Voor AI-toepassingen is die flexibiliteit aantrekkelijk. Modellen halen grote hoeveelheden ongestructureerde data op en het gebruik kan onvoorspelbaar pieken. Als Atlas Infinite dat zonder ingewikkelde herbouw aankan, verlaagt MongoDB een operationele drempel voor ontwikkelaars. Het bedrijf heeft meer dan 70.000 klanten en zegt ongeveer driekwart van de Fortune 100 te bedienen. De bestaande klantbasis biedt dus een groot verkoopkanaal. Maar een publieke preview is geen omzet. Het product is in deze fase bovendien alleen op AWS beschikbaar. Klanten moeten eerst testen, beveiliging en betrouwbaarheid beoordelen, contracten tekenen en workloads migreren. Pas daarna ontstaat terugkerende omzet. Dat proces kan kwartalen of jaren duren. De funnel maakt het onderscheid zichtbaar. Zelfs als 10.000 klanten geschikt zijn, 15 procent een proef start en 35 procent daarvan betalend wordt, blijven 525 klanten over. Bij $100.000 jaarlijkse terugkerende omzet per klant is dat $52,5 miljoen ARR. ARR betekent annual recurring revenue, oftewel de omzet die op jaarbasis terugkeert. Het is geen winst en geen vrije kasstroom. De huidige cijfers geven ruimte, maar de waardering vraagt meer In het tweede kwartaal van boekjaar 2027 steeg de omzet 30 procent naar $771,8 miljoen. Atlas groeide 29 procent en Enterprise Advanced plus overige omzet 36 procent. De vrije kasstroom verdubbelde bijna naar $137,6 miljoen, tegen $69,9 miljoen een jaar eerder. Dat is een belangrijke verbetering, omdat MongoDB jarenlang vooral op groei en aangepaste winst werd beoordeeld. De vrije kasstroom moet wel naast aandelenbeloning worden gelezen. Bij softwarebedrijven wordt personeel vaak deels in aandelen betaald. De kasstroom ziet daardoor beter uit dan wanneer dezelfde beloning volledig in cash zou zijn betaald, terwijl de aandeelhouder verwatert. In onze eerdere analyse over aandelenbeloning bij MongoDB staat uitgelegd waarom het verwaterde aantal aandelen net zo belangrijk is als de totale kasstroom. MongoDB meldde voor het kwartaal ongeveer 85,8 miljoen verwaterde aandelen in de niet-GAAP-berekening. Voor waardering per aandeel moeten beleggers consequent dezelfde, verwaterde basis gebruiken. Anders wordt groei dubbel geteld: wel de hogere kasstroom, niet de extra aandelen waarover die kasstroom wordt verdeeld. Wat moet $357,96 waarmaken? De recente GAAP-koers-winstverhouding van meer dan 500 is weinig bruikbaar, omdat de gerapporteerde winst nog klein is. Vrije kasstroom geeft een beter beeld van het volwassen verdienpotentieel, maar ook daar moet aandelenbeloning economisch worden verwerkt. Bij 8 procent gewenst jaarlijks koersrendement en een FCF-rendement van 4 procent in 2029 moet MongoDB dan ongeveer $18,04 vrije kasstroom per aandeel leveren. Vermenigvuldigd met een verwaterde aandelenbasis van circa 86 miljoen komt dat neer op ruim $1,5 miljard vrije kasstroom. Dat is veel meer dan het huidige tempo en vereist jaren van omzetgroei plus schaalvoordeel. De operationele hefboom kan helpen. Software en clouddiensten hebben hoge ontwikkelkosten, maar elke extra omzetdollar kan na voldoende schaal een groter deel winst opleveren. Daar staat tegenover dat cloudinfrastructuurkosten, verkoopuitgaven en productontwikkeling substantieel blijven. Atlas Infinite moet niet alleen sneller zijn, maar ook een aantrekkelijke brutomarge opleveren. Drie koerspaden tot en met 2029 De scenarioformule is: mogelijke koers = vrije kasstroom per verwaterd aandeel / vereist FCF-rendement. Groei, marge en verwatering zitten in de kasstroom per aandeel. De leiderschapswissel beïnvloedt vooral de kans dat de operationele aannames worden gehaald. In het bear-scenario zakt de omzetgroei onder 15 procent, duurt de zoektocht naar een vaste CEO langer en blijft verwatering hoog. De mogelijke koersen zijn $240 eind 2027, $225 eind 2028 en $215 eind 2029. Het middenpad veronderstelt groei rond 22 procent, een vrije-kasstroommarge die richting 25 procent loopt en een stabielere aandelenbasis: $390, $455 en $530. Het gunstige scenario rekent op brede betaalde adoptie van Atlas Infinite, groei boven 30 procent en een kasmarge richting 30 procent: $500, $650 en $820. De gunstige uitkomst vraagt meer dan een geslaagde productdemo. Er moeten betalende klanten komen, het gebruik moet blijven groeien en de extra omzet moet tegen gezonde marges worden geleverd. Het bear-scenario laat zien dat een goede technologie geen bescherming biedt tegen een lagere waarderingsmultiple als uitvoering en leiderschap tegenvallen. Wat we nu willen zien De eerste controle is de conversie van Atlas Infinite van publieke preview naar algemene beschikbaarheid. Daarna tellen het aantal betalende klanten, het gebruik per klant en de brutomarge. De tweede controle is continuïteit in de verkooporganisatie na het CEO-vertrek. De derde is vrije kasstroom per verwaterd aandeel. MongoDB heeft een sterke positie bij moderne applicaties en een groot ontwikkelaarsecosysteem. Versie 9.0 en Atlas Infinite pakken echte technische knelpunten aan. Tegelijk maakt de timing van de leiderschapswissel de bewijsperiode spannender. De oprichter kan tijdelijk stabiliteit bieden, maar de markt betaalt bij $357,96 al voor veel toekomstig succes. De nuchtere conclusie is daarom tweedelig. Het productnieuws verlaagt het technologische risico, terwijl de CEO-wissel het uitvoeringsrisico verhoogt. Pas wanneer tests veranderen in betalende productieomgevingen en kasstroom per aandeel duidelijk versnelt, is zichtbaar welke kracht zwaarder weegt. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG.
- Koopt Shopify aandelen in of dempt het alleen verwatering?
In het kort Shopify vergrootte op 2 juni 2026 zijn aandeleninkoopprogramma met $3 miljard tot in totaal $5 miljard. Dat klinkt aantrekkelijk voor aandeelhouders, maar een machtiging is nog geen daadwerkelijke inkoop. Bovendien geeft Shopify personeel aandelen als beloning. De economische winst ontstaat pas als na beide bewegingen het verwaterde aantal aandelen daalt en de vrije kasstroom per aandeel stijgt. Het aandeel Shopify Class A noteerde op 5 oktober 2026 rond $151,39 op Nasdaq. De beurswaarde lag ongeveer op $196,5 miljard. Tegenover zo’n waardering moet de combinatie van handelsvolume, diensten voor verkopers en kasstroom nog jarenlang groeien. De inkoop kan helpen, maar alleen als Shopify niet te duur inkoopt en de aandelenbeloning meer dan compenseert. Direct naar een onderdeel van dit artikel Vijf miljard dollar is een plafond, geen cheque De operationele motor groeit nog hard Waarom aandelenbeloning dubbel aandacht verdient Wat vraagt de huidige koers? Drie mogelijke koerspaden Waar beleggers de komende kwartalen op moeten letten Vijf miljard dollar is een plafond, geen cheque Een aandeleninkoopprogramma geeft een onderneming toestemming om eigen aandelen terug te kopen. Het bestuur hoeft het volledige bedrag niet te gebruiken en hoeft dat ook niet meteen te doen. Timing doet ertoe. Voor $1 miljard koopt Shopify bij $100 per aandeel tien miljoen stukken. Bij $200 zijn dat er nog maar vijf miljoen. De andere kant is verwatering. Dat betekent dat dezelfde onderneming over meer aandelen wordt verdeeld. Als medewerkers nieuwe aandelen ontvangen, kan de winst van het bedrijf stijgen terwijl de winst per aandeel minder hard groeit. Een inkoopprogramma dat alleen nieuwe personeelsaandelen opvangt, voorkomt verwatering maar creëert nog geen echte daling van het aantal aandelen. De module rekent met een jaarlijkse inkoop van $2,5 miljard, $600 miljoen aandelenbeloning en een gemiddelde inkoopkoers van $150. Dan verdwijnen netto ongeveer 12,7 miljoen aandelen. Dat is minder dan de bruto inkoop suggereert. Bij een hogere koers daalt het netto-effect verder. Het programma kan nog steeds rationeel zijn. Shopify heeft een sterke balans en genereert vrije kasstroom. Als het aandeel onder de intrinsieke waarde wordt ingekocht, groeit het belang van de achterblijvende aandeelhouder. Koopt Shopify boven de intrinsieke waarde, dan verschuift waarde juist van blijvende aandeelhouders naar verkopers van het aandeel. De omvang van het programma zegt dus minder dan de prijs en het netto-aandelenaantal. De operationele motor groeit nog hard Bij de cijfers over het tweede kwartaal van 2026 meldde Shopify $115,6 miljard aan GMV, de totale handelswaarde die via het platform liep. GMV is niet Shopifys omzet. Een webwinkel kan voor $100 verkopen, terwijl Shopify slechts een beperkt deel verdient aan abonnementen, betalingen, financiering, logistieke diensten en andere hulpmiddelen. De kwartaalomzet bedroeg $3,58 miljard, de brutowinst $1,71 miljard en de vrije kasstroom $488 miljoen. De brutomarge is wat na directe kosten van elke omzetdollar overblijft. Bij Shopify verschilt die marge per dienst. Abonnementen zijn doorgaans margerijker dan betalingsverwerking, terwijl merchant solutions de relatie met verkopers verdiepen en het totale winstbedrag kunnen vergroten. De rekensom laat zien waarom alleen GMV-groei onvoldoende is. Shopify moet een gezond deel van de handelswaarde omzetten in omzet, daarvan voldoende brutowinst behouden en die brutowinst uiteindelijk in vrije kasstroom veranderen. Een verandering van enkele tienden procentpunt in de omzet als percentage van GMV kan op meer dan $100 miljard kwartaalvolume veel uitmaken. In onze eerdere analyse over de brutowinst die Shopify uit elke handelsdollar haalt staat die omzetmix centraal. De nieuwe aandeleninkoop voegt een tweede vraag toe: komt de groei ook terecht bij elk afzonderlijk aandeel, of wordt een deel verdund door beloning in aandelen? Waarom aandelenbeloning dubbel aandacht verdient Aandelenbeloning is een echte economische kostenpost, ook al wordt die bij de berekening van vrije kasstroom vaak teruggeteld omdat er geen directe kasuitgave plaatsvindt. De onderneming betaalt werknemers met een stukje eigendom. Dat kan verstandig zijn als het talent meer waarde creëert dan de aandelen kosten, maar gratis is het niet. Daarom kijken we naar twee kasstroommaatstaven. De gerapporteerde vrije kasstroom toont de kas die Shopify genereert. Een aangepaste eigenaarsperspectief trekt een redelijke waarde voor aandelenbeloning af of kijkt minstens naar de groei van vrije kasstroom per verwaterd aandeel. Als het absolute kasstroombedrag 20 procent stijgt maar het aantal aandelen 5 procent groeit, blijft voor het individuele aandeel minder dan 20 procent groei over. De inkoop kan die druk neutraliseren. Maar dan moet management in perioden van hoge koersen discipline tonen. Een flexibel programma is juist nuttig omdat Shopify meer kan inkopen wanneer de waardering aantrekkelijk is en minder wanneer de markt enthousiast is. Wat vraagt de huidige koers? Shopify noteert met een koers-winstverhouding boven 100 op basis van recente GAAP-winst. Voor een snelgroeiend platform is winst per aandeel op één moment niet altijd de beste maatstaf, omdat investeringen en aandelenbeloning de winst beïnvloeden. Daarom rekenen we terug vanuit vrije kasstroom per aandeel. Bij een gewenste jaarlijkse koersgroei van 9 procent en een vrije-kasstroomrendement van 3,5 procent in 2029 moet Shopify dan ongeveer $6,86 vrije kasstroom per aandeel produceren. Vrije-kasstroomrendement betekent simpelweg vrije kasstroom per aandeel gedeeld door de koers. Hoe lager het rendement dat de markt accepteert, hoe hoger de waardering. Deze reverse valuation legt de lat bloot. Shopify moet niet alleen meer verkopers en handelsvolume aantrekken. De onderneming moet ook de kasconversie verbeteren, de aandelenbasis beheersen en voldoende concurrentievoordeel houden tegenover betaalbedrijven, marktplaatsen en softwareplatforms. Vooral bij betalingen is volume groot, maar de marge per dollar klein. Drie mogelijke koerspaden De formule voor de scenario’s is: mogelijke koers = vrije kasstroom per verwaterd aandeel / gekozen FCF-rendement. De uitkomsten bevatten de netto invloed van groei, marge, aandelenbeloning en inkoop. Het zijn geen consensusramingen. In het bear-scenario vertraagt de GMV-groei, staat de omzetmix onder druk en blijft het verwaterde aandelenaantal hoog. Mogelijke koersen zijn $110 eind 2027, $105 eind 2028 en $100 eind 2029. Het middenpad veronderstelt gezonde groei en geleidelijk betere kasstroom per aandeel, wat uitkomt op $165, $190 en $220. In het gunstige scenario groeit merchant solutions snel, verbetert de kasconversie en wordt de inkoop effectief: $205, $270 en $345. De brede bandbreedte is bewust. Bij groeiaandelen werkt een kleine verandering in de eindwaardering sterk door. Als de markt in 2029 een FCF-rendement van 4,5 procent eist in plaats van 3 procent, daalt de berekende waarde met een derde bij dezelfde kasstroom. Dat waarderingsrisico verdwijnt niet door een groot inkoopprogramma. Waar beleggers de komende kwartalen op moeten letten Het eerste controlepunt is het verwaterde aandelenaantal. Daalt dat werkelijk, dan creëert de inkoop tastbare waarde per aandeel. Blijft het vlak, dan compenseert Shopify vooral personeelsbeloning. Stijgt het, dan is de inkoop onvoldoende om verwatering te stoppen. Het tweede punt is vrije kasstroom per aandeel, niet alleen het totale bedrag. Het derde is de prijs waartegen wordt ingekocht. En het vierde is de verhouding tussen GMV, omzet en brutowinst. Shopify kan uitstekend groeien terwijl de aandeelhouder teleurgesteld raakt als de markt te veel voor die groei betaalt. Het bedrijf staat er operationeel sterk voor. De groei rond 30 procent en de positieve vrije kasstroom geven ruimte om te investeren én aandelen in te kopen. Toch is de waardering niet vergevingsgezind. De $5 miljard is daarom geen automatisch koopargument. Het is een instrument waarvan het resultaat pas achteraf zichtbaar wordt in minder aandelen en meer kasstroom per aandeel. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG.
- Dividend van Vanguard All-World groeit alleen als je herbelegt
In het kort De Vanguard FTSE All-World UCITS ETF met ticker VWRL geeft beleggers in één transactie toegang tot ongeveer 3.900 aandelen uit ontwikkelde en opkomende landen. Deze specifieke aandelenklasse keert ieder kwartaal dividend uit. Dat voelt tastbaar, maar het geld groeit pas verder zodra het wordt herbelegd. Kosten, belasting, wachttijd en valuta bepalen hoeveel van het dividend werkelijk blijft renderen. VWRL noteerde op 2 oktober 2026 rond €165,34 op Euronext Amsterdam. De exacte lijn heeft ISIN IE00B3RBWM25, noteert in euro, heeft de Amerikaanse dollar als basisvaluta en is uitkerend. Vanguard vermeldt lopende kosten van 0,14 procent per jaar. Dat is laag, maar niet nul. Belangrijker nog: de noteringsvaluta euro haalt het dollarrisico niet weg. De onderliggende bedrijven verdienen en noteren in meerdere munten. Direct naar een onderdeel van dit artikel Uitkerend betekent dat er werk bij de belegger ligt Wat zit er werkelijk onder één VWRL-aandeel? De kijk-doorwaardering is belangrijker dan de ETF-prijs Drie koerspaden, plus dividend apart Wanneer past VWRL, en wanneer minder? Uitkerend betekent dat er werk bij de belegger ligt Bij een uitkerende ETF worden ontvangen dividenden periodiek als geld naar de belegger doorgestuurd. Bij een accumulerende ETF worden die bedragen binnen het fonds herbelegd. Economisch kan de uitkomst vergelijkbaar zijn, maar alleen als de belegger bij de uitkerende variant het nettobedrag snel en tegen lage kosten opnieuw investeert. Stel dat VWRL bruto 1,8 procent uitkeert. Bij €165,34 is dat bijna €2,98 per aandeel per jaar. Daar kunnen bronheffing, persoonlijke belasting en transactiekosten vanaf gaan. Bovendien staat een klein bedrag soms weken of maanden als cash op de rekening voordat er genoeg is om een nieuw ETF-aandeel te kopen. Die wachttijd heet cash drag: geld doet tijdelijk niet mee met koersgroei en dividend. Dit is geen reden om een uitkerende ETF af te schrijven. Sommige beleggers willen juist inkomen ontvangen. Ook kan een broker fractionele aandelen aanbieden, waardoor kleine bedragen sneller worden herbelegd. De les is eenvoudiger: vergelijk koersrendement en totaalrendement niet met elkaar. Koersrendement kijkt alleen naar de verandering van €165,34. Totaalrendement telt ook de netto-uitkeringen en hun herbelegging mee. In onze eerdere analyse over de invloed van een zwakke dollar op VWRL legden we uit waarom de eurokoers kan afwijken van de beweging van de wereldindex in dollars. Dat valutamechanisme blijft gelden. Het dividend is slechts één laag boven op winstgroei, waardering en valuta. Wat zit er werkelijk onder één VWRL-aandeel? VWRL volgt de FTSE All-World Index. Die index weegt bedrijven naar beurswaarde. Een groter bedrijf krijgt dus automatisch een groter gewicht. Dat is goedkoop en praktisch, maar niet hetzelfde als gelijkmatige spreiding. De Verenigde Staten vertegenwoordigen rond 62 procent van de portefeuille. Grote technologiebedrijven hebben daardoor veel invloed op het rendement. Wereldwijd klinkt alsof elk land ongeveer evenveel telt. In werkelijkheid koopt VWRL vooral de huidige winnaars van de wereldwijde beurs. Dat heeft voordelen: succesvolle bedrijven groeien vanzelf in gewicht, zonder dat een beheerder hoeft te voorspellen. Het nadeel is dat een hoge waardering van enkele megabedrijven doorwerkt in de waardering van de hele ETF. Een landengewicht zegt overigens niet waar omzet wordt verdiend. Een Amerikaans technologiebedrijf kan meer dan de helft van zijn omzet buiten de Verenigde Staten halen. Omgekeerd kan een Europees bedrijf sterk afhankelijk zijn van de Amerikaanse consument. De portefeuille is dus breder dan de noteringslanden suggereren, maar minder gelijkmatig dan het aantal van ongeveer 3.900 posities doet vermoeden. De kijk-doorwaardering is belangrijker dan de ETF-prijs Een ETF heeft geen eigen fabriek of winstmachine. De waarde komt uit de winsten van de bedrijven in de portefeuille. Daarom kijken we door het fonds heen naar drie variabelen: groei van de onderliggende winst per aandeel, verandering van de marktwaardering en valuta. De kosten van 0,14 procent worden jaarlijks van het fondsvermogen gehaald en verlagen het rendement iets. De nettovermogenswaarde op de Vanguard-pagina stond rond de peildatum op $186,00. Dat is niet rechtstreeks vergelijkbaar met de handelsprijs van €165,34, omdat de valuta verschilt en handelsmomenten niet exact gelijklopen. Daarom gebruiken we de beurskoers voor de scenario’s en de productpagina voor kenmerken als ISIN, shareclass en kosten. In het midden van de module groeit de onderliggende winst 5,5 procent per jaar, daalt de waardering over drie jaar 5 procent en blijft het valuta-effect vlak. Dan ontstaat een modelkoers rond €184 in 2029, vóór uitgekeerd dividend. De uitkomst is gevoelig voor de euro. Een sterkere euro maakt buitenlandse activa in euro minder waard, ook als de bedrijven operationeel goed presteren. De sterkste tegenwerping tegen VWRL is niet dat de ETF slecht gespreid zou zijn. De spreiding is nog altijd veel groter dan bij een handvol losse aandelen. Het risico zit vooral in de startwaardering. Als beleggers vandaag veel betalen voor wereldwijde winsten, kan een periode van redelijke winstgroei toch matig koersrendement opleveren wanneer de waarderingsmultiple daalt. Drie koerspaden, plus dividend apart De scenarioformule luidt: mogelijke koers = startkoers × ontwikkeling onderliggende winst × waarderingsverandering × valuta-effect. Uitgekeerd dividend staat buiten de koers en moet voor totaalrendement worden opgeteld. De scenario’s zijn geen voorspellingen van Vanguard en geen consensus. In het bear-scenario stagneren de onderliggende winsten, daalt de waardering en wordt de euro sterker. Dat geeft mogelijke koersen van €150 eind 2027, €147 eind 2028 en €145 eind 2029. In het middenpad groeit de winst 5,5 procent per jaar en eindigt de waardering iets lager: €174, €185 en €197. In het gunstige scenario groeien de winsten 8 procent, loopt de waardering iets op en verzwakt de euro beperkt: €189, €211 en €236. Wie bijvoorbeeld jaarlijks netto 1,5 procent dividend ontvangt en direct herbelegt, kan een beter totaalrendement halen dan de koerstabel laat zien. Wie het dividend uitgeeft, krijgt inkomen maar mist die extra vermogensgroei. Geen van beide keuzes is automatisch beter. De keuze moet passen bij het doel van de portefeuille. Wanneer past VWRL, en wanneer minder? VWRL blijft een sterke bouwsteen voor beleggers die wereldwijde spreiding zoeken zonder zelf tientallen bedrijven te volgen. De lage kosten, brede dekking en transparante indexmethodiek zijn echte voordelen. De uitkerende structuur past bij wie periodiek cash wil ontvangen. Voor iemand die vermogen wil opbouwen en elk dividend toch direct herbelegt, kan een accumulerende variant administratief eenvoudiger zijn. De beginnersvraag is vaak: maakt dat kleine dividendverschil echt zoveel uit? In één jaar meestal niet. Over twintig jaar kan herbelegging wel belangrijk worden, omdat ook het eerdere dividend weer dividend en koersgroei oplevert. Dat is het rente-op-rente-effect. Het werkt alleen niet los van de grotere factoren. Een procentpunt lagere winstgroei of een forse waarderingsdaling kan veel zwaarder wegen dan enkele tienden procent herbeleggingswrijving. Let daarom op vier dingen: de onderliggende winstgroei, de waardering van de grootste posities, het valuta-effect voor een eurobelegger en de discipline waarmee uitkeringen worden herbelegd. De ETF is eenvoudig te kopen, maar het rendement blijft het resultaat van duizenden bedrijven en meerdere financiële mechanismen. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG.
- Hoeveel van het succes van Revolut is al betaald?
In het kort ‘Two years away’, zei Revolut-topman Nik Storonsky in april over een beursgang, meldde Bloomberg. Dat wijst op 2028. Intussen legt een gemelde private waardering van 115 miljard dollar de lat hoog. Bij een veronderstelde waardering van dertig keer de nettowinst moet die winst vanaf 2025 ruim verdubbelen om dat bedrag in 2028 te onderbouwen. Een bank die klanten wint met een betere app kan een bestaande sector flink opschudden. Voor consumenten betekent meer concurrentie druk op tarieven en gemak waar traditionele banken hun dienstverlening aan moeten aanpassen. Voor een toekomstige aandeelhouder begint vervolgens een andere afweging: hoeveel van dat succes is al betaald voordat het aandeel überhaupt op de beurs verschijnt? Dat onderscheid is bij Revolut essentieel. Het bedrijf maakte op 24 november 2025 een aandelenverkoop bij een waardering van 75 miljard dollar bekend. Reuters meldde op 22 juli 2026 een nieuwe secundaire verkoop bij 115 miljard dollar, op basis van een ingewijde. Revolut bevestigde dat de verkoop liep, maar niet die prijsdetails. De stijging tussen beide genoemde waarderingen bedraagt 53,3 procent. Dat is geen beursrendement dat een gewone belegger tussendoor kon behalen. Direct naar een onderdeel van dit artikel De winstmachine achter de bankapp Wat koopt een belegger voor 115 miljard dollar De Amerikaanse groeikans vraagt ook een bankbalans Hoeveel winst moet Revolut straks werkelijk verdienen Drie mogelijke paden voor 2027 tot en met 2029 Een sterke uitdager verdient een nuchtere instapprijs De winstmachine achter de bankapp In de jaarresultaten die Revolut op 24 maart 2026 publiceerde staan voor 2025 afgerond 6 miljard dollar omzet, 2,3 miljard winst vóór belasting en 1,7 miljard nettowinst. De omzet groeide 46 procent op basis van Britse ponden. Revolut rekent de dollarbedragen voor de resultatenrekening om tegen de gemiddelde jaarkoers. Het gaat om groepscijfers over een heel jaar, niet om kwartaalcijfers of een prognose voor 2026. Voor de waardering gebruiken we de nettowinst, dus na vennootschapsbelasting. Wie 115 miljard deelt door de winst vóór belasting, laat een wezenlijke rekening buiten beeld. De uitkomst oogt dan goedkoper dan de winst die na belasting aan de onderneming en haar eigenaren toekomt rechtvaardigt. Ook nettowinst is overigens niet automatisch uitkeerbaar: een groeiende bank kan het geld nodig hebben om haar kapitaal te versterken. De aantrekkingskracht van het model zit in herhaald gebruik. Een klant die zijn betaalrekening, abonnement, valutawissels en beleggingen in dezelfde app onderbrengt, levert meerdere inkomstenstromen op. Software kan meer klanten bedienen zonder dat voor iedere nieuwe klant een compleet kantoor nodig is. Daardoor kan de winst sneller groeien dan de omzet. Dat voordeel bestaat alleen zolang extra gebruik niet evenredig meer ondersteuning, fraudeverliezen en andere kosten veroorzaakt. Het volgende rekenvoorbeeld maakt dat zichtbaar. We nemen de afgeronde jaarbedragen en houden de nettomarge van 1,7 gedeeld door 6, oftewel 28,3 procent, als beginstand. In een vereenvoudigd model zijn de lasten vóór belasting 6 min 2,3, dus 3,7 miljard dollar. Bij twintig procent extra omzet en dezelfde lasten stijgt de winst na een gelijkblijvende effectieve belastingdruk naar ongeveer 2,59 miljard. Stijgen uitsluitend die lasten twintig procent, dan daalt de nettowinst naar circa 1,15 miljard. Dit is een gevoeligheidsberekening, geen uitgesplitste kostenraming van Revolut. Wat koopt een belegger voor 115 miljard dollar Een secundaire aandelenverkoop verplaatst bestaande aandelen tussen eigenaren. De verkoper krijgt geld; de onderneming krijgt bij dat verkochte pakket niet vanzelf nieuw groeikapitaal. Voor werknemers en vroege financiers kan zo een deel van hun papieren vermogen liquide worden. Een beursgang kan eveneens verkoop door bestaande aandeelhouders bevatten, maar ook uitgifte van nieuwe aandelen. Die twee geldstromen verdienen straks afzonderlijke aandacht. De beslissende rekensom is voorlopig eenvoudig: 115 miljard dollar aandelenwaarde gedeeld door 1,7 miljard dollar nettowinst over 2025 is ongeveer 67,6 keer de jaarwinst. Het omgekeerde is een winstrendement van 1,48 procent. Dat is een historische waarderingsmaatstaf op basis van afgeronde cijfers, geen actuele koers-winstverhouding van een beursfonds en ook geen voorspelling van het dividend. Een fictieve belegging van 1.000 euro zou bij die verhouding economisch corresponderen met ongeveer 14,78 euro jaarlijkse bedrijfsnettowinst: 1.000 × 1,7 ÷ 115. Gelijkmatig over twaalf maanden verdeeld is dat 1,23 euro, uitsluitend als rekenkundige illustratie. Dit bedrag wordt niet maandelijks uitgekeerd. Het is na belasting bij het bedrijf, maar vóór persoonlijke belastingen, transactiekosten en eventuele valutabewegingen. We veronderstellen bovendien gelijke economische rechten en geen verwatering. Een private transactieprijs vormt hooguit een referentie. Aandelenklassen, overdrachtsbeperkingen en nieuwe uitgiftes kunnen de vergelijking beïnvloeden. Pas de voorwaarden van een beursgang maken duidelijk welk belang de nieuwe belegger werkelijk koopt. Een indrukwekkende totale waardering zegt zonder die voorwaarden weinig over de aantrekkelijkheid van één aandeel. De Amerikaanse groeikans vraagt ook een bankbalans Er is sinds het aprilbericht wel degelijk iets veranderd. Op 3 september meldde Revolut voorwaardelijke goedkeuring van de Amerikaanse toezichthouder OCC voor een nationale bank. Goedkeuringen van de FDIC en de Federal Reserve en definitieve OCC-goedkeuring waren nog nodig. De onderneming noemde 2027 als geplande start en meldde toen wereldwijd meer dan 80 miljoen klanten. Een geplande bankstart is nog geen afgeronde lancering. Voor beleggers biedt uitbreiding een kans om meer diensten aan dezelfde klant te verkopen. Een bankrekening kan de ingang zijn naar krediet, sparen en zakelijke betalingen. Hoe vaker een klant de dienst gebruikt, hoe minder de onderneming afhankelijk hoeft te zijn van eenmalige acquisitie. Concurrentie van een nieuwkomer is daarbij economisch gezond: gevestigde banken moeten hun prijs en dienstverlening blijven verdedigen. De keerzijde is dat kredietgroei iets anders vraagt dan appgroei. Bij een lening staat geld uit en kan de klant niet terugbetalen. Er moet kapitaal tegenover risico staan. Betere software kan de beoordeling en uitvoering goedkoper maken, maar heft het kredietrisico niet op. Wie Revolut uitsluitend als softwarebedrijf waardeert, loopt het gevaar de verplichtingen van een bank te onderschatten. Dat verschil raakt groepen op uiteenlopende manieren. Klanten kunnen profiteren van goedkopere diensten en meer keuze. Bestaande aandeelhouders profiteren als uitbreiding winstgevend is. Nieuwe aandeelhouders dragen mee in de rekening wanneer extra kapitaal of hogere kosten nodig zijn. Voor een spaarder telt vooral de bescherming van het concrete rekeningproduct; voor een aandeelhouder telt het resterende rendement nadat verplichtingen en risico’s zijn betaald. Een spaarrekening en een bankaandeel zijn daarom geen uitwisselbare beleggingen. Hoeveel winst moet Revolut straks werkelijk verdienen Draai de vraag om. Welke winst is nodig om 115 miljard dollar aandelenwaarde te ondersteunen wanneer beleggers in 2028 dertig keer de jaarwinst willen betalen? De formule is waarde gedeeld door de gekozen winstmultiple: 115 ÷ 30 = 3,83 miljard dollar nettowinst per jaar. Die multiple van dertig is een eigen aanname, geen sectorstandaard of toegezegde waardering. Vanaf de afgeronde 1,7 miljard over 2025 vereist dat over drie jaar gemiddeld 31,1 procent jaarlijkse groei. De berekening is (3,83 ÷ 1,7) tot de macht een derde, min één. De drie groeistappen zijn 2026, 2027 en 2028. Een deel van die periode ligt op onze peildatum van 5 oktober 2026 al achter ons. De uitkomst beschrijft dus het volledige pad vanaf het laatste gerapporteerde boekjaar, niet drie nog komende jaren vanaf vandaag. Zelfs die sterke groei levert bij deze aannames slechts dezelfde totale waarde van 115 miljard dollar op. Voor een hogere waarde is méér winst nodig, of moeten beleggers bereid blijven een hogere prijs per dollar winst te betalen. Bij 150 miljard dollar en dezelfde multiple is 5 miljard nettowinst nodig. Dat vraagt vanaf 2025 ongeveer 43,3 procent jaarlijkse groei tot en met 2028. De hogere waardering maakt de onderneming niet beter; zij maakt de opdracht voor de winst groter. Drie mogelijke paden voor 2027 tot en met 2029 Om de spanning tussen groei en prijs te laten zien, rekenen we drie eigen scenario’s door. De formule voor elk jaar luidt 1,7 miljard dollar × (1 + jaarlijkse nettowinstgroei) tot de macht (jaar min 2025) × winstmultiple. Het resultaat is een nominale aandelenwaarde van de hele groep, geen koersdoel per aandeel. Er zijn geen kansen aan de scenario’s toegekend. Dividend, wisselkoersen, nieuwe aandelen en veranderingen in kapitaalbehoefte worden niet apart gemodelleerd. Het basisscenario veronderstelt dertig procent jaarlijkse nettowinstgroei en een multiple van dertig. Nieuwe diensten slaan aan, terwijl de kosten voldoende beheerst blijven. Dat levert voor 2027, 2028 en 2029 ongeveer 86,2 miljard, 112,0 miljard en 145,7 miljard dollar aandelenwaarde op. Vooral de middelste uitkomst is veelzeggend: drie jaar forse winstgroei brengt de modelwaarde ongeveer terug bij de genoemde private transactiewaardering. In het gunstige scenario groeit de nettowinst jaarlijks 45 procent en betalen beleggers veertig keer de winst. Internationale uitbreiding levert snel resultaat op en het vertrouwen in verdere groei blijft groot. De uitkomsten stijgen naar 143,0 miljard dollar in 2027, 207,3 miljard in 2028 en 300,6 miljard in 2029. Dit pad vraagt tegelijk sterke bedrijfsresultaten en een royale waardering. Juist die combinatie maakt het kwetsbaar als één van beide tegenvalt. Het voorzichtige scenario rekent met vijftien procent jaarlijkse nettowinstgroei en twintig keer de winst. De onderneming groeit nog steeds, maar extra bankkosten, concurrentie of tragere uitbreiding beperken de versnelling. Dan volgen waarden van 45,0 miljard, 51,7 miljard en 59,5 miljard dollar. Een succesvolle onderneming kan dus blijven groeien terwijl de waarde voor een koper die duur instapt toch teleurstelt. Een sterke uitdager verdient een nuchtere instapprijs De sterkste tegenwerping tegen terughoudendheid is terecht: historische winst kan een snelgroeiend bedrijf veel duurder laten lijken dan het werkelijk is. Als een platform zijn vaste infrastructuur over steeds meer betalende klanten verdeelt, kan de winstontwikkeling de huidige verwachtingen inhalen. Wie uitsluitend naar het afgelopen boekjaar kijkt, kan een waardevolle onderneming te vroeg afschrijven. Daarom is het oordeel niet dat Revolut te duur móét zijn. Het bedrijf verdient serieuze aandacht als concurrent die consumenten meer keuze geeft en bestaande banken dwingt efficiënter te werken. Maar 115 miljard dollar is een prijs waar aanhoudende groei bij hoort. De toekomstige belegger moet vooral willen weten hoeveel winst per verwaterd aandeel overblijft nadat internationale uitbreiding, kapitaalvereisten en beloningen in aandelen hun rekening hebben gepresenteerd. Lees ook: Tussen deze twee aandelen is het grootste bedrijf niet vanzelf het beste aandeel. Nieuwe, gecontroleerde jaarcijfers kunnen dit oordeel concreet veranderen. Nettowinstgroei boven het basispad, gezonde kredietverliezen en groeiende inkomsten per actieve klant zouden een hogere waardering beter verdedigbaar maken. Een beursprospectus met een lagere instapprijs kan hetzelfde doen. Groeit vooral het klantenaantal, terwijl de winst per aandeel achterblijft of nieuw kapitaal het belang verwatert, dan wordt de prijslat juist moeilijker te halen. Revolut kan een uitstekende uitdager zijn; voor een uitstekend aandeel moeten de resultaten én de aankoopprijs kloppen. Omslag: Nik Storonsky op Web Summit in Lissabon, 2 november 2022. Archieffoto van Harry Murphy/Web Summit via Sportsfile, via Wikimedia Commons. Licentie CC BY 2.0.
- De cloud betaalt stilletjes de ambities van Amazon
In het kort Amazon Web Services groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 37 procent en bereikte een omzettempo van ongeveer $169 miljard per jaar. De operationele winst van AWS kwam in het kwartaal uit op $16,6 miljard, tegen $10,2 miljard een jaar eerder. Met een marge van bijna 40 procent is de cloudtak veruit de krachtigste winstmotor binnen Amazon. Het aandeel Amazon noteerde op 5 oktober 2026 rond $251,52 op Nasdaq. De beurswaarde lag rond $2,74 biljoen. Dat bedrag is alleen te verdedigen als AWS nog lang groeit, advertenties zeer winstgevend blijven en de winkelactiviteiten voldoende kasstroom leveren. De analyse draait daarom om een simpele vraag: hoeveel van Amazons waarde hangt inmiddels aan AWS? Direct naar een onderdeel van dit artikel AWS is meer dan een snelgroeiend omzetsegment De cloud draagt de groep, maar staat niet alleen AI-capaciteit kan groei én risico versnellen Wat moet Amazon bij $251,52 waarmaken? Drie mogelijke koerspaden De kern voor beleggers AWS is meer dan een snelgroeiend omzetsegment AWS verhuurt rekenkracht, opslag, databanken en steeds meer AI-diensten. De klant betaalt naar gebruik of via contracten. Voor beginners is het verschil tussen capaciteit en omzet belangrijk. Amazon kan een datacenter bouwen en chips installeren, maar erkent pas omzet wanneer klanten de diensten daadwerkelijk gebruiken. Een aangekondigde capaciteit of getekende reservering is dus nog geen volledig verdiende omzet. In het tweede kwartaal liep de AWS-omzet 37 procent op. Dat is sterk op deze schaal. De operationele marge van 39,4 procent betekent dat van elke omzetdollar ongeveer 39 cent overbleef vóór rente en belasting, na de directe en operationele kosten van het segment. Daarmee financiert AWS een groot deel van Amazons brede investeringsagenda. De module gebruikt het jaarlijkse omzettempo van $169 miljard, een marge van 39,4 procent en een multiple van 24 keer de operationele winst. Dat levert een indicatieve segmentwaarde boven $1,5 biljoen. Het is geen officiële taxatie. Belastingen, centrale kosten, netto kas en toekomstige investeringen ontbreken. De uitkomst laat wel zien waarom een verandering in AWS-groei of marge zoveel invloed op het aandeel heeft. Een multiple is een vermenigvuldigingsfactor waarmee de markt winst waardeert. Een stabiele, snelgroeiende onderneming krijgt vaak een hogere multiple dan een cyclisch bedrijf. Bij AWS is de discussie of 37 procent groei duurzaam is terwijl de omzetbasis al enorm is en concurrenten Microsoft en Google eveneens agressief investeren. De cloud draagt de groep, maar staat niet alleen Amazon is geen puur cloudbedrijf. De Noord-Amerikaanse en internationale winkels, Prime, advertenties, logistiek en apparaten vormen een groot ecosysteem. Advertenties groeien snel en hebben waarschijnlijk aantrekkelijke marges, maar Amazon rapporteert die activiteit niet als zelfstandig operationeel segment. Daardoor is de precieze winstbijdrage moeilijker te zien. De brug maakt één ding duidelijk: als AWS $16,6 miljard operationele kwartaalwinst levert, hoeft de rest van de groep niet even winstgevend te zijn om toch een sterke groepsuitkomst te bereiken. De winkelactiviteiten bouwen distributie en klantrelaties, terwijl advertenties en Prime die relaties beter te gelde maken. AWS levert daarbovenop een winstpool met een heel ander economisch profiel. In onze eerdere analyse over Amazons vrije kasstroom en AI-uitgaven lag de nadruk op de investeringsrekening. Dat blijft relevant. Hoge operationele winst is niet hetzelfde als vrije kasstroom wanneer Amazon tientallen miljarden in datacenters en logistiek investeert. In de analyse over verkopers en advertenties staat juist de winstlogica van de winkel centraal. Samen laten de stukken zien waarom een som-der-delenbenadering nuttig is. AI-capaciteit kan groei én risico versnellen De vraag naar AI-rekenkracht ondersteunt AWS. Bedrijven willen modellen trainen, gegevens veilig opslaan en AI-toepassingen in hun bestaande systemen bouwen. Amazon verkoopt niet alleen chips of servers, maar een hele laag diensten daarboven. Dat verhoogt de omzet per klant en maakt overstappen lastiger. De tegenwerping is dat de investeringen vóór de vraag uitlopen. Datacenters hebben lange bouwtijden, dure stroomaansluitingen en snel verouderende chips. Als efficiëntere modellen minder rekenkracht nodig hebben, kan dezelfde klantvraag met minder hardware worden bediend. Dat verlaagt mogelijk de prijs per taak. Meer gebruik kan dat compenseren, maar de uitkomst is niet zeker. Ook capaciteitstekorten zijn dubbel. Op korte termijn tonen ze sterke vraag. Op langere termijn kunnen klanten uitwijken naar Microsoft Azure, Google Cloud of eigen infrastructuur. AWS moet dus precies genoeg bouwen om klanten te bedienen, zonder structureel te veel kapitaal vast te leggen. De marge van 39,4 procent kan bovendien niet los worden gezien van afschrijvingen. Amazon spreidt de kosten van servers over hun economische levensduur. Een langere aangenomen levensduur verlaagt de jaarlijkse afschrijving en verhoogt de gerapporteerde winst, hoewel de oorspronkelijke kasuitgave niet verandert. Daarom blijft kasstroom naast operationele winst nodig. Wat moet Amazon bij $251,52 waarmaken? Op basis van recente winst noteerde Amazon rond 20 keer de winst, maar die momentopname bevat de huidige segmentmix en kan veranderen door investeringen en marges. Voor een kapitaalintensieve groeifase is vrije kasstroom per aandeel een bruikbare tweede maatstaf. Bij een gewenst koersrendement van 8 procent en een FCF-rendement van 3,5 procent in 2029 is ongeveer $11,09 vrije kasstroom per aandeel nodig. FCF-rendement is vrije kasstroom per aandeel gedeeld door de koers. Bij ongeveer 10,9 miljard aandelen zou dat ruim $120 miljard jaarlijkse vrije kasstroom betekenen. Dat is ambitieus en laat zien hoeveel toekomstige kasstroom al in de beurswaarde zit. De berekening moet aandelenbeloning meenemen. Amazon kan veel vrije kas genereren en toch minder vooruitgang per aandeel boeken als het verwaterde aantal aandelen stijgt. Ook leaseverplichtingen en investeringen in datacenters horen in een volledige eigenaarsperspectief thuis. Drie mogelijke koerspaden De scenarioformule combineert vrije kasstroom per aandeel met het FCF-rendement dat beleggers in elk jaar eisen. Een lager vereist rendement betekent een hogere waardering. De mogelijke koersen zijn geen doelen en geen analistenconsensus. In het bear-scenario vertraagt AWS naar ongeveer 15 procent groei, daalt de marge en blijven investeringen lang hoog. De mogelijke koersen zijn $190 eind 2027, $185 eind 2028 en $180 eind 2029. In het middenpad blijft AWS rond 25 procent groeien, stabiliseert de marge en herstelt de vrije kasstroom: $270, $305 en $345. Het gunstige scenario veronderstelt meer dan 30 procent AWS-groei, sterke advertenties en een dalende investeringsintensiteit: $325, $400 en $490. De bandbreedte is groot omdat Amazon meerdere hefbomen heeft. Een procentpunt extra AWS-marge op $169 miljard omzettempo is al ongeveer $1,69 miljard operationele winst. Tegelijk kan een nieuwe investeringsgolf veel van die winst tijdelijk uit de vrije kasstroom halen. Beide dingen kunnen tegelijk waar zijn. De kern voor beleggers AWS maakt Amazon financieel sterker en waardevoller, maar ook afhankelijker van één uitzonderlijk winstgevend segment. De winkels, Prime en advertenties geven diversificatie en versterken elkaar. Toch kan een teleurstelling bij AWS de groepswaardering harder raken dan een vergelijkbare vertraging in retail. Let daarom op vier meetpunten: AWS-omzetgroei, AWS-operationele marge, kapitaaluitgaven en vrije kasstroom per verwaterd aandeel. Een vijfde punt is de omzet die uit nieuw gebouwde AI-capaciteit komt. Management kan capaciteit opleveren, maar alleen klantgebruik bewijst dat de investering rendeert. De sterke groei in het tweede kwartaal van 2026 is echt en materieel. Ze maakt de waardering plausibeler, niet automatisch goedkoop. Bij $251,52 koopt de belegger een dominante cloudpositie, een wereldwijde winkelmachine en een advertentiesysteem. Daartegenover staat de verwachting dat AWS nog jaren een uitzonderlijke combinatie van groei en marge vasthoudt. Dat is mogelijk, maar het is precies de aanname die elk kwartaal opnieuw moet worden getest. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG.
- Shell verdubbelt LNG Canada voor decennia aan kasstroom
In het kort Shell en zijn partners namen op 29 september een definitief investeringsbesluit voor de tweede fase van LNG Canada. De uitbreiding moet de capaciteit ongeveer verdubbelen naar 28 miljoen ton vloeibaar aardgas per jaar. Voor Shell kan dat langlopende kasstroom en een sterkere positie richting Azië opleveren. De rekening begint echter vóór de omzet en het rendement hangt af van bouwkosten, benutting, gasinkoop en het verschil tussen regionale gasprijzen. LNG is aardgas dat zo sterk wordt gekoeld dat het vloeibaar wordt. Daardoor neemt het volume enorm af en kan het per schip worden vervoerd. Een LNG-project koopt gas in, koelt het, verscheept het en verkoopt het elders. De waarde zit in het prijsverschil na alle kosten. Dat verschil heet de spread. Voor Shell past de uitbreiding in een strategie die meer nadruk legt op geïntegreerd gas. Het bedrijf heeft belang in productie, handel, schepen en verkoop. Daardoor kan het niet alleen aan één fabriek verdienen, maar ook aan de route van bron naar klant. De keerzijde is dat kapitaal voor jaren vastligt. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een besluit is nog geen volle fabriek De bouwrekening loopt voor op de kasstroom De waardering begint bij vrije kasstroom Het sterkste argument voor en tegen De cijfers die het project moeten bewijzen Een besluit is nog geen volle fabriek Het definitieve investeringsbesluit betekent dat de partners geld vrijmaken en de bouw doorgaat. Het betekent niet dat de extra capaciteit morgen omzet oplevert. Eerst komen engineering, vergunningen, bouw en opstart. Daarna moet de fabriek voldoende benut worden en moeten afnemers betalen volgens de contracten. De tweede fase voegt naar verwachting ongeveer 14 miljoen ton jaarlijkse capaciteit toe. Shell heeft een economisch belang van 40 procent. Bij volledige benutting komt het Shell-aandeel daarmee neer op circa 5,6 miljoen ton. De eerste module rekent een indicatieve kasbijdrage uit op basis van een zelfgekozen marge per ton. Dit is bewust geen omzetprognose. Een marge per ton hangt af van de prijs van Canadees gas, liquefactiekosten, transport, onderhoud, contractformules en belasting. Een project kan dus veel volume draaien en toch een bescheiden rendement opleveren wanneer de spread klein is. In Never Sell Shell staat hoe sterk de kasstroom van Shell door de energiecyclus kan bewegen en waarom kapitaaldiscipline belangrijker is dan een slogan. De uitbreiding van LNG Canada voegt een nieuw hoofdstuk toe: de opbrengst kan lang duren, maar de investeringskeuze wordt nu gemaakt. De bouwrekening loopt voor op de kasstroom Grote LNG-projecten zijn gevoelig voor vertraging, looninflatie en complexe infrastructuur. De kust van British Columbia biedt een relatief korte vaarroute naar Azië, maar het project heeft ook pijpleidingen, elektriciteit, opslag en terminals nodig. Een overschrijding van enkele miljarden is bij deze schaal niet denkbeeldig. De terugverdienmodule vergelijkt Shells deel van de investering met een jaarlijkse kasstroom na volledige opstart. De uitkomst is een eenvoudige terugverdientijd. Het is geen volledige contantewaardeberekening, omdat rente, belasting, restwaarde en wisselende prijzen ontbreken. Juist die beperking maakt duidelijk waarom een fraai volumegetal niet genoeg is. Een eenvoudig voorbeeld: als Shell $12 miljard investeert, vier jaar tot volle productie nodig heeft en daarna $1,1 miljard per jaar verdient, komt de eenvoudige terugverdientijd rond vijftien jaar uit. Een hogere marge kan dat sterk verkorten. Een bouwoverschrijding of lage benutting verlengt het juist. De waardering begint bij vrije kasstroom Shell sloot op 2 oktober in Amsterdam op €42,40. De handel is in euro, terwijl Shell grotendeels in dollars rapporteert en veel energiecontracten in dollars luiden. Daardoor speelt valuta ook hier mee. We gebruiken voor de reverse valuation vrije kasstroom per aandeel, omdat LNG-projecten eerst grote investeringen vragen en pas later resultaat leveren. Bij 7 procent gewenst koersrendement en acht keer de vrije kasstroom in 2029 is ongeveer €6,49 vrije kasstroom per aandeel nodig. Het dividend blijft buiten de koersrekensom. Dat is bewust, omdat dividend totaalrendement toevoegt maar niet nogmaals in de koers mag worden opgeteld. Het bearpad combineert zwakke LNG-spreads, hogere bouwkosten en lagere energieprijzen. Het middenpad veronderstelt uitvoering binnen budget en geleidelijke kasstroomgroei. Het gunstige pad vraagt hoge benutting, gunstige spreads en kapitaaldiscipline. De mogelijke koersen staan in euro, maar de onderliggende winstmotor blijft grotendeels dollar-gedreven. Het sterkste argument voor en tegen Het optimistische argument is dat Azië nog lang gas nodig heeft naast hernieuwbare energie. LNG kan kolen vervangen, piekvraag opvangen en energiezekerheid bieden. Shells handelsnetwerk kan bovendien waarde halen uit prijsverschillen tussen regio's. Een groot project met langlopende afnamecontracten kan dan decennialang kasstroom leveren. Het tegenargument is dat juist die lange levensduur risico oplevert. Goedkopere hernieuwbare energie, batterijopslag, strengere methaanregels of een structureel lage LNG-prijs kunnen het rendement drukken. Ook kan een dure uitbreiding concurreren met aandeleninkoop, dividend of kleinere projecten met sneller rendement. De cijfers die het project moeten bewijzen De belangrijkste meetlat is niet de totale bouwsom op zichzelf, maar Shells aandeel en het rendement op gemiddeld geïnvesteerd kapitaal. Ook de afnamecontracten tellen. Een langlopend contract met een vaste capaciteitstoeslag maakt kasstroom voorspelbaarder dan volledige verkoop tegen dagprijzen. Let verder op het moment waarop de eerste extra trein operationeel wordt, op bezettingsgraad en op de intensiteit van methaanemissies. Die laatste factor kan via regelgeving en klantvoorkeur rechtstreeks in kosten en verkoopbaarheid doorwerken. Shell moet dus tegelijk technisch bouwen, commercieel contracteren en de uitstoot beheersen. Alleen wanneer die drie sporen samenlopen, verdient de uitbreiding haar plaats naast dividend en aandeleninkoop. De kwartaalrapportage zal de uitbreiding niet meteen apart laten zien. Daarom zijn projectupdates, investeringsramingen en contractaankondigingen voorlopig belangrijker dan één losse winstregel. Dat vraagt geduld van aandeelhouders. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De uitbreiding is daarom geen simpele keuze voor meer volume. Shell legt vandaag geld vast voor een kasstroom die pas later volledig zichtbaar wordt. Voor aandeelhouders telt uiteindelijk niet hoeveel ton LNG de fabriek kan maken, maar hoeveel vrije kasstroom per aandeel na alle bouwkosten en risico's overblijft.
- Wordt de 2nm-demo van Marvell ook betaalde bandbreedte?
In het kort Marvell liet op 21 september nieuwe 2nm-oplossingen voor optische verbindingen zien. Ze moeten datastromen tussen AI-chips sneller en energiezuiniger maken. Dat pakt een echte bottleneck aan, maar de beurswaarde rekent al op een flinke winststijging. Een demonstratie wordt pas omzet via een design win, productievolume en een marge die na ontwikkelkosten overeind blijft. In een AI-datacenter telt niet alleen hoeveel een chip kan rekenen. Duizenden chips moeten voortdurend gegevens uitwisselen. Als de verbinding te langzaam of te energie-intensief is, staat dure rekenkracht te wachten. Optische communicatie gebruikt licht om data over grotere afstand en met minder energie te verplaatsen dan veel elektrische verbindingen. Marvell levert chips die zulke optische modules aansturen. De nieuwe 2nm-generatie belooft meer snelheid per watt. Twee nanometer verwijst naar de productiegeneratie van de chip. Het is geen letterlijke maat van elk onderdeel, maar een aanduiding voor een geavanceerder proces waarmee meer functies en efficiëntie mogelijk worden. Direct naar een onderdeel van dit artikel Van demonstratie naar ontwerpkeuze De marge vertelt of groei waarde creëert Wat moet $272,29 waarmaken? Concurrentie zit aan beide kanten De bewijzen na de demonstratie Van demonstratie naar ontwerpkeuze De techniek moet eerst door klanten worden getest. Daarna volgt eventueel een design win. Dat betekent dat een klant Marvells chip in een toekomstig productontwerp kiest. Pas wanneer dat product in volume wordt gebouwd, ontstaat noemenswaardige omzet. Tussen demonstratie en omzet kunnen gemakkelijk meerdere kwartalen zitten. De eerste module laat de marktlogica zien. Het aantal optische poorten, de chipinhoud per poort en het gewonnen marktaandeel bepalen samen de omzetkans. Alle drie moeten meezitten. Een grote markt met laag aandeel of een hoog aandeel met lage chipinhoud kan financieel veel minder opleveren dan een aantrekkelijke kop suggereert. In ons eerdere artikel rond de cijfers van Marvell bespraken we waarom verwachtingen voor AI-connectiviteit al hoog waren. Het stuk over de zorgen bij Marvell laat zien dat timing en zichtbaarheid van omzet minstens zo belangrijk zijn als de omvang van de eindmarkt. De marge vertelt of groei waarde creëert Marvell besteedt veel aan onderzoek en gebruikt daarnaast overnames om technologie toe te voegen. Daardoor kunnen aangepaste winstcijfers er beter uitzien dan GAAP-winst. GAAP is de officiële Amerikaanse verslaggevingsstandaard. Aangepaste winst laat posten weg die management minder representatief vindt, bijvoorbeeld afschrijving op overgenomen technologie of bepaalde aandelenbeloningen. Zo'n aanpassing kan nuttige informatie geven, maar de kosten verdwijnen economisch niet altijd. Aandelenbeloning kan het aantal aandelen verhogen. Overnamegerelateerde afschrijving laat zien dat voor technologie is betaald. Daarom kijken we bij de margebrug naar omzet, brutomarge en alle operationele kosten samen. Een sterke omzetgroei in optiek kan waarde vernietigen als prijzen snel dalen of ontwikkelkosten structureel hoog blijven. Andersom kan een bescheiden omzetbijdrage zeer waardevol zijn wanneer klanten jarenlang dezelfde architectuur gebruiken en Marvell bij iedere nieuwe generatie meer inhoud levert. Wat moet $272,29 waarmaken? Marvell sloot op 2 oktober op $272,29. Op basis van ongeveer $3,02 trailing GAAP-winst per aandeel is dat circa negentig keer de winst. De markt kijkt duidelijk vooruit. Dat hoeft niet onredelijk te zijn, maar legt de bewijslast bij winstgroei. Bij 9 procent gewenst koersrendement en een eindwaardering van 42 keer de winst is in 2029 ongeveer $8,39 winst per aandeel nodig. Dat is bijna driemaal de trailing winst. De reverse valuation maakt ook zichtbaar dat een lagere eindmultiple niet door een technische demo kan worden opgevangen. Alleen hogere winst per aandeel helpt dan. Het bearpad laat de winst wel groeien, maar de multiple dalen van 45 naar 35 keer. Daardoor zakt de mogelijke koers. Het middenpad combineert winstgroei naar $6,50 met 42 keer de winst. Het gunstige pad veronderstelt snelle schaal en $8,50 winst bij 48 keer. De scenario's bevatten verwatering en voegen kas niet nog eens toe. Concurrentie zit aan beide kanten Marvell concurreert met Broadcom en andere gespecialiseerde chipontwerpers. Tegelijk ontwerpen grote cloudbedrijven meer eigen chips en systemen. Dat kan Marvell kansen geven als externe partner, maar klanten ook meer onderhandelingsmacht geven. Een design win bij één grote klant is waardevol en maakt de omzet afhankelijker van diens planning. Het sterke optimistische argument is dat netwerkbandbreedte sneller moet groeien dan de rekenkracht. Iedere nieuwe AI-cluster heeft meer verbindingen nodig en energie wordt een harde beperking. Marvell zit dan precies op het knelpunt waar klanten bereid zijn voor efficiëntie te betalen. Het sterke tegenargument is dat standaarden, klantontwerpen en prijsdruk snel veranderen. Een technisch voordeel kan kort duren. Bovendien kunnen klanten meerdere leveranciers kwalificeren om risico en prijzen te beheersen. Marktaandeel wordt dan duur om vast te houden. De bewijzen na de demonstratie Marvell hoeft geen klantnamen prijs te geven om vooruitgang zichtbaar te maken. Het kan wel aangeven hoeveel 2nm-ontwerpen zijn gewonnen, wanneer de eerste omzet wordt verwacht en welk aandeel van de datacenteromzet uit optische verbindingen komt. Ook voorraad en vooruitbetalingen aan producenten geven informatie. Een plots hogere voorraad kan voorbereiding op volume zijn, maar ook wijzen op uitgestelde klantvraag. Let daarom tegelijk op omzet, voorraad en brutomarge. Als omzet stijgt terwijl marge en kasstroom achterblijven, koopt Marvell mogelijk groei met prijs of werkkapitaal. Als alle drie verbeteren, wordt aannemelijker dat de technologie een echte economische bottleneck oplost. Een tweede signaal is klantconcentratie. Een grote cloudklant kan de omzet snel laten groeien, maar ook prijzen afdwingen of een programma uitstellen. Marvell moet daarom idealiter meerdere klanten en meerdere productgeneraties winnen. Dat maakt de omzet minder afhankelijk van één bouwschema en geeft meer onderhandelingsruimte wanneer de volgende standaard wordt gekozen. Ook de verhouding tussen orderboek en feitelijke leveringen verdient daarbij een vaste plaats in de analyse. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. De 2nm-demonstratie is inhoudelijk relevant, maar nog geen financiële doorbraak. De komende bewijzen zijn concreet: benoemde klanten, productieplanning, omzet uit AI-connectiviteit en een brutomarge die schaal bevestigt. Pas dan wordt licht in het datacenter ook licht in de winst per aandeel.
- Prosus begint buiten Tencent eindelijk zelf genoeg kas te verdienen
In het kort Prosus rapporteerde voor zijn eigen ecosysteem $9,7 miljard omzet, $1,3 miljard aangepaste EBITDA en $1,5 miljard vrije kasstroom. Daarmee verschuift het verhaal voorzichtig van alleen Tencent en korting naar operationele waarde. De volgende stap is bewijzen dat maaltijdbezorging en fintech hun kasstroom per aandeel duurzaam kunnen verhogen zonder voortdurend nieuw kapitaal. Prosus wordt vaak benaderd als een goedkope verpakking rond Tencent. Dat is begrijpelijk, want het Chinese belang is groot en liquide. Maar zo'n blik maakt de andere bedrijven bijna onzichtbaar. Juist daar veranderde de financiële kwaliteit de afgelopen jaren. Vrije kasstroom is geld dat na operationele uitgaven en investeringen overblijft. Het is moeilijker te poetsen dan aangepaste winst en kan worden gebruikt voor schuld, dividend, inkoop of nieuwe investeringen. $1,5 miljard is nog niet enorm tegenover de totale waarde van Prosus, maar het is groot genoeg om de discussie te verbreden. Direct naar een onderdeel van dit artikel Van groeiverhaal naar kasstroom Waarom dit anders is dan de korting Wat vraagt de koers van €35? Het bewijs dat nog nodig is Kasstroom per aandeel is de betere meetlat Van groeiverhaal naar kasstroom De ecosysteemomzet kwam uit op $9,7 miljard en de aangepaste EBITDA op $1,3 miljard, 84 procent hoger volgens Prosus. EBITDA is winst vóór rente, belasting en afschrijvingen. Het is nuttig om operationele voortgang te zien, maar geen kasstroom. Daarom is de stijging van vrije kasstroom naar $1,5 miljard belangrijker. De onderstaande module vertaalt die kasstroom naar een bedrag per aandeel. Daarbij gebruiken we een benaderde aandelenbasis van 2,06 miljard en een eigen wisselkoers. De uitkomst is geen officiële winst per aandeel, maar maakt de schaal begrijpelijk. Bij iFood steeg de omzet 40 procent en de aangepaste EBITDA 56 procent naar $400 miljoen. De betaaldienst iFood Pago groeide sneller: omzet $463 miljoen, 219 procent hoger, en een positieve EBITDA-bijdrage van $38 miljoen. Dat is relevant omdat betalingen en krediet een bezorgplatform dieper in het dagelijkse bedrijf van restaurants brengen. Just Eat Takeaway droeg in de eerste zes maanden na de overname $1,9 miljard omzet en $83 miljoen aangepaste EBITDA bij. De combinatie kan schaalvoordelen opleveren, maar integratie is geen gratis winst. Merken, technologie, bezorgnetwerken en lokale concurrentie moeten op elkaar worden afgestemd. De segmentmix in de module is een eigen model en geen officiële uitsplitsing. Dat onderscheid is belangrijk. Beleggers mogen een plausibele verdeling niet als gerapporteerd feit behandelen. Wat wel vaststaat, is dat meerdere eigen activiteiten nu positieve operationele winst leveren. Waarom dit anders is dan de korting Prosus heeft via aandeleninkoop al $46 miljard aan aandeelhouders teruggegeven en stelt dat dit 16 procentpunt aan intrinsieke waarde per aandeel toevoegde. Dat blijft relevant, maar de huidige invalshoek is anders. Inkoop haalt waarde naar voren door goedkope aandelen te schrappen. Operationele kasstroom creëert nieuwe waarde. Een bedrijf kan niet eeuwig alleen op korting teren. Als de eigen activiteiten cash verbruiken, blijft Tencent de financier. Wanneer zij cash produceren, kan Prosus investeren zonder telkens het grote belang verder te verkopen. Dat maakt de groep minder afhankelijk van Chinese technologiekoersen en geopolitiek. In het eerdere artikel over de daling van Chinese aandelen staat waarom Tencent gevoelig blijft voor beleid en sentiment. Onze uitleg over omzetblootstelling aan China helpt om economische activiteit en beursnotering uit elkaar te houden. Lees ook: de analyse van Chinese aandelen laat zien waarom een lage waardering pas aantrekkelijk wordt als de onderliggende kasstromen betrouwbaar zijn. Wat vraagt de koers van €35? De exacte Amsterdamse lijn is PRX.AS, ISIN NL0013654783. De De Belegger-data tonen op 5 oktober €35,00. Een gelijkende ticker zonder koersgegevens is niet dezelfde instrumentlijn. Voor de waardering vertalen we de gerapporteerde kernwinst naar een eigen genormaliseerde basis van ongeveer €3,44 per aandeel. Daarbij gebruiken we een expliciete valuta-aanname. Core headline earnings is een door Prosus gebruikte aangepaste winstmaatstaf. Die helpt bij een investeringsholding, maar kan afwijken van de nettowinst onder IFRS. Bij een gewenst rendement van 9 procent en 12 keer de winst in 2029 is ongeveer €3,78 winst per aandeel nodig. Dat vraagt maar enkele procenten groei vanaf de gekozen basis. De lage vereiste groei weerspiegelt dat Prosus al laag gewaardeerd is, maar zegt niet dat de winst eenvoudig of stabiel is. Het bearpad gebruikt 2 procent winstgroei en 9 keer de winst. Het middenpad neemt 10 procent en 12 keer. Het gunstige pad veronderstelt 16 procent groei en 15 keer. Deze scenario's behandelen Tencent, de eigen bedrijven, schuld en inkoop via de uiteindelijke winst per aandeel en tellen ze niet nogmaals op. Het bewijs dat nog nodig is De optimist ziet een netwerk. Meer restaurants trekken meer consumenten, betalingen verbeteren transactiedata en krediet kan omzet per klant verhogen. De combinatie met Just Eat Takeaway kan technologie en bezorging efficiënter maken. De scepticus wijst op lage marges, felle concurrentie en kredietrisico. Fintech groeit snel, maar verliezen op leningen kunnen laat zichtbaar worden. Maaltijdbezorging is bovendien lokaal: schaal in Brazilië garandeert geen winst in Europa. Kasstroom per aandeel is de betere meetlat Een holding kan totale kasstroom verhogen en toch weinig waarde per aandeel creëren wanneer daarvoor veel nieuwe aandelen nodig zijn. Prosus koopt juist aandelen in, waardoor dezelfde kasstroom over minder stukken wordt verdeeld. De combinatie van operationele groei en een dalende aandelenbasis kan krachtig zijn, maar alleen als de inkoopprijs onder een redelijke intrinsieke waarde ligt. Bij fintech verdient ook de kwaliteit van krediet aandacht. Snelle omzetgroei kan gepaard gaan met leningen die pas later problemen tonen. Voorzieningen voor kredietverliezen, betaalachterstanden en financieringskosten zijn daarom belangrijker dan alleen volume. iFood Pago moet bewijzen dat betere transactiedata werkelijk tot betere kredietselectie leidt. Voor maaltijdbezorging draait het om dichtheid. Hoe meer bestellingen een bezorger in een klein gebied kan afhandelen, hoe lager de kosten per bestelling. Integratie met Just Eat Takeaway kan technologie en inkoop verbeteren, maar lokale dichtheid kan niet simpel van Brazilië naar Europa worden verplaatst. Een hogere groepsmarge moet dus zichtbaar worden in afzonderlijke regio's en uiteindelijk in vrije kasstroom. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. Prosus hoeft dus niet te bewijzen dat Tencent waardevol is. Dat weten beleggers al. De nieuwe vraag is of de eigen bedrijven elk jaar meer vrije kasstroom per aandeel leveren. Let op iFood Pago, de marge van Just Eat Takeaway, werkkapitaal en het verschil tussen aangepaste EBITDA en echte kasstroom. Als die brug stevig blijft, krijgt Prosus eindelijk een tweede waardepijler naast Tencent.
- Alphabet houdt 40 miljard dollar aan nieuwe aandelen klaar
In het kort Alphabet groeide in het tweede kwartaal 24 procent en Google Cloud zelfs 82 procent. Tegelijk gaf het bedrijf tientallen miljarden nieuwe schuld uit en zette het een aandelenprogramma van $40 miljard klaar, vooral voor belastingverplichtingen rond personeelsaandelen. Het programma was op 30 juni nog ongebruikt, maar financiering en mogelijke verwatering horen nu nadrukkelijker bij de waarderingsvraag. Alphabet staat bekend als een kasrijk bedrijf dat zijn investeringen uit eigen middelen betaalt. Dat beeld verandert niet volledig, maar krijgt wel een nieuwe laag. De onderneming wil sneller datacenters, chips en energiecapaciteit bouwen. Daarvoor gebruikt ze naast operationele kasstroom ook schuld en mogelijk nieuwe aandelen. Nieuwe aandelen betekenen verwatering: dezelfde onderneming wordt over meer stukken verdeeld. Een programma is nog geen uitgifte, net zoals een kredietlijn nog geen schuld is. Toch is het financieel relevant omdat management de mogelijkheid bewust heeft geopend. Direct naar een onderdeel van dit artikel Cloud verandert de winststructuur Waarom schuld en aandelen tegelijk? Welke winst zit in $343,50? De sterkste tegenwerping De kapitaalkosten verdwijnen niet in een groot kasboek Cloud verandert de winststructuur In het tweede kwartaal bedroeg de omzet $119,8 miljard, 24 procent meer dan een jaar eerder. Google Services groeide 15 procent naar $94,5 miljard. Google Cloud sprong 82 procent naar $24,8 miljard. Search groeide 17 procent en YouTube-advertenties 13 procent. Cloud is belangrijk omdat de onderneming daar direct verdient aan de AI-infrastructuur en software van zakelijke klanten. Een operationele marge laat zien welk deel na dagelijkse bedrijfskosten overblijft. Hoe hoger de cloudmarge, hoe meer een omzetdollar bijdraagt aan de groepswinst. De groei is hoog, maar niet elk kwartaalresultaat is herhaalbaar. Alphabet boekte $98 miljard ongerealiseerde winst op aandelenbelangen. Ongerealiseerd betekent dat de waarde op papier steeg zonder dat alles is verkocht. Dat is geen goede basis voor een koers-winstverhouding. Daarom gebruiken we voor de waardering een eigen genormaliseerde winst van $11,20 per aandeel, gebaseerd op operationele prestaties na belasting. Waarom schuld en aandelen tegelijk? In de eerste helft van 2026 gaf Alphabet ongeveer $20 miljard aan dollarschuld en $31,8 miljard aan vreemdevalutaschuld uit. Op 1 juni kwam daar een at-the-market-programma van $40 miljard bij. Zo'n ATM-programma laat een bedrijf geleidelijk aandelen via de markt verkopen. Alphabet zei dat het vooral kan dienen om belastingverplichtingen rond personeelsaandelen te financieren. Op 30 juni was de volledige $40 miljard nog beschikbaar. Dat is een belangrijk onderscheid: capaciteit om uit te geven is geen uitgegeven bedrag. De onderstaande module laat zien hoe schuld, daadwerkelijke aandelenuitgifte en AI-investeringen zich tot elkaar kunnen verhouden. Vergeleken met de beurswaarde van ongeveer $4,2 biljoen is $40 miljard minder dan 1 procent. De directe verwatering lijkt dus beheersbaar als het programma volledig wordt gebruikt. Maar de economische vraag is breder. Personeelsaandelen zijn een echte beloning. Nieuwe aandelen kunnen de belastingrekening betalen, maar ze maken de arbeidskosten voor aandeelhouders niet gratis. In onze eerdere analyse van Alphabets kwartaalcijfers staat waarom Search en Cloud verschillende groeimotoren zijn. Het stuk over Googles eigen chip geeft achtergrond bij de wens om minder afhankelijk te zijn van externe hardware. En de analyse van de herstellende advertentiemarkt laat zien waarom sterke advertentiekasstromen de AI-bouw nog steeds financieren. Lees ook: de kwartaalanalyse van Alphabet helpt om eenmalige beleggingswinsten te scheiden van de winst die Search, YouTube en Cloud zelf verdienen. Welke winst zit in $343,50? De De Belegger-data tonen voor Alphabet Class A, ticker GOOGL op Nasdaq en ISIN US02079K3059, een koers van $343,50 op 2 oktober. De Class A-aandelen hebben stemrecht. Dat is een andere lijn dan de Class C-aandelen zonder stemrecht. Bij een gewenst jaarlijks rendement van 10 procent en een eindwaardering van 28 keer de genormaliseerde winst is in 2029 ongeveer $16,33 winst per aandeel nodig. Vanaf $11,20 betekent dat circa 13 procent groei per jaar. Dat lijkt haalbaar bij de huidige omzetgroei, maar alleen als investeringen niet structureel sneller stijgen dan de operationele winst. Het bearpad gebruikt 8 procent winstgroei en 22 keer de winst. Het middenpad neemt 15 procent groei en 28 keer. Het gunstige pad veronderstelt 22 procent groei en 32 keer. De scenario's tellen kas, schuld en verwatering niet nogmaals los op. Hun effect moet uiteindelijk in de winst per aandeel terechtkomen. De sterkste tegenwerping De positieve visie is dat Alphabet goedkoop kapitaal inzet voor infrastructuur met een lange levensduur. Cloud groeit snel, Search profiteert van AI en eigen chips verlagen mogelijk de kosten. In dat geval is nieuwe schuld rationeel en blijft mogelijke verwatering beperkt. De tegenwerping is dat de AI-race investeringen naar voren haalt terwijl opbrengsten onzeker zijn. Concurrenten bouwen tegelijk. Capaciteit is geen benutting en een productdemo is geen betalende vraag. Regelgeving vormt bovendien een extra kasrisico. Alphabet betaalde op 2 juli een eerder opgebouwde Europese Android-boete van $5,2 miljard. De kapitaalkosten verdwijnen niet in een groot kasboek Schuld heeft een zichtbare rente. Nieuwe aandelen hebben geen coupon, maar wel een economische prijs: bestaande aandeelhouders bezitten een kleiner deel. De juiste vergelijking is daarom niet schuld goed, aandelen slecht. Het gaat om de opbrengst die Alphabet met het opgehaalde geld verdient tegenover de totale financieringskosten. Datacenters hebben bovendien verschillende levensduren. Grond en gebouwen gaan lang mee, chips verouderen sneller en energiecontracten hebben eigen voorwaarden. Afschrijvingen verdelen de aanschafkosten boekhoudkundig over die levensduur. Wanneer chips sneller economisch verouderen dan de gekozen afschrijvingstermijn, kan gerapporteerde winst tijdelijk te hoog lijken. Cloudgroei biedt een tegenwicht. Als klanten capaciteit lang vastleggen en Google de bezetting hoog houdt, kan iedere nieuwe investering meer omzet opleveren. Beleggers moeten daarom kijken naar cloudmarge, resterende contractwaarde, kapitaaluitgaven en vrije kasstroom in samenhang. Alleen omzetgroei vertelt niet of het rendement op de nieuwe infrastructuur voldoende is. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG. Alphabet blijft financieel sterk, maar beleggers moeten de financieringsmix voortaan beter volgen. Let op daadwerkelijke ATM-uitgifte, aandelenbasis, rentelasten en vrije kasstroom na investeringen. Als Cloud de winst snel genoeg laat groeien, blijkt de nieuwe financieringslaag verstandig. Als rendementen op AI-capaciteit tegenvallen, wordt verwatering een zichtbaarder deel van het verhaal.
- Braziliaanse aandelen schieten omhoog na winst Flávio Bolsonaro
In het kort Braziliaanse aandelen reageren uitbundig op de voorsprong van Flávio Bolsonaro in de eerste verkiezingsronde. Op maandag 5 oktober stond de Ibovespa-future 7,7 procent hoger, terwijl het Amerikaanse Braziliëfonds EWZ eerder in de voorbeurshandel 12,5 procent won. Ook bankaandelen, Petrobras en de Braziliaanse real kregen een flinke impuls. Beleggers betalen meer voor de kans op begrotingsdiscipline en minder politieke bemoeienis, maar Bolsonaro moet de beslissende ronde nog winnen. Bij de door het Braziliaanse kiesgerecht TSE gemelde telling van 99,99 procent behaalde Bolsonaro 47,03 procent van de geldige stemmen, tegen 45,16 procent voor president Luiz Inácio Lula da Silva. De tweede ronde volgt op 25 oktober. Het gaat om Flávio, de senator en zoon van voormalig president Jair Bolsonaro. De verrassing zit voor beleggers in zijn sterkere uitgangspositie, niet in een al afgeronde machtsoverdracht. De koersreacties hieronder zijn momentopnamen van de vroege handel op 5 oktober. Tijden staan in Nederlandse zomertijd, met waar nodig de Braziliaanse tijd erbij. Futures, Amerikaanse voorbeurskoersen en valuta vertellen ieder een ander deel van het verhaal; het zijn geen slotstanden van de gewone Braziliaanse aandelenmarkt. Direct naar een onderdeel van dit artikel Hoe hard de Braziliaanse beursbarometers omhoogschieten De markt koopt de hoop op minder begrotingsrisico Aandelenwinst en een sterkere real versterken elkaar Na de koerssprong verdient ook de waardering een nieuwe blik Drie routes van verkiezingshoop naar bedrijfswinst De eerste beursreactie is overtuigend maar nog geen eindafrekening Hoe hard de Braziliaanse beursbarometers omhoogschieten De oktoberfuture op de Ibovespa noteerde om 14.15 uur Nederlandse tijd, 09.15 uur in Brasília, op 208.955 punten: een stijging van 7,7 procent. Dat is een termijncontract op de index. Het laat zien wat handelaren verwachten en betalen, maar de procentuele verandering is niet automatisch gelijk aan die van de aandelenindex zelf. Het iShares MSCI Brazil ETF, met ticker EWZ, stond volgens UOL rond 14.00 uur Nederlandse tijd 12,5 procent hoger in de Amerikaanse voorbeurshandel. De dollar daalde bij de Braziliaanse opening ongeveer 4,3 procent naar 4,99 real. De real werd dus sterker. Een Amerikaans fonds kan tegelijk profiteren van hogere Braziliaanse aandelenkoersen en een gunstiger valutaomrekening. Bij de individuele aandelen rapporteerde InfoMoney in het ochtendoverzicht voorbeurswinsten van 11,47 procent voor Itaú, 9,93 procent voor Petrobras en 6,10 procent voor Vale. Bradesco won meer dan 12 procent. Dit betreft de Amerikaanse aandelenbewijzen, de zogenoemde ADR’s. De vermelde standen zijn niet noodzakelijk op exact dezelfde seconde vastgesteld en kunnen in de dunne voorbeurshandel snel veranderen. EWZ wordt geregeld de Braziliaanse beurs in dollars genoemd, maar volgt volgens fondsbeheerder iShares de MSCI Brazil 25/50-index, niet de Ibovespa. De B3 beschrijft de Ibovespa als haar brede, in real berekende aandelenbarometer. Verschillen in samenstelling, valuta en handelsuren verklaren waarom beide niet hetzelfde percentage hoeven te laten zien. Een buitenlandse ETF die dubbelcijferig stijgt, bewijst dus niet dat de volledige lokale beurs even hard omhooggaat. De markt koopt de hoop op minder begrotingsrisico Bolsonaro presenteert zich aan beleggers met plannen voor strengere uitgavenbeheersing, privatiseringen en lagere belastingen, schrijft Reuters. Die agenda helpt verklaren waarom financiële markten enthousiast reageren. Het zijn voornemens van een kandidaat. Een verkiezingsbelofte is nog geen aangenomen begroting en een verkiezingsvoorsprong nog geen regeringsmacht. De economische gedachte erachter is goed te volgen. Als beleggers minder vrezen voor oplopende tekorten, hoeven zij minder vergoeding te verlangen voor het risico van Braziliaanse bezittingen. Lagere financieringskosten kunnen vervolgens ruimte geven aan bedrijven die willen investeren. Bij banken kan een gezondere economie kredietverliezen beperken; bij winkels en bouwbedrijven kan betaalbaarder krediet de vraag ondersteunen. Dat zijn mogelijke gevolgen, geen resultaten die maandag al in de bedrijfswinsten zitten. Voor Petrobras speelt bovendien de verhouding tussen staat en aandeelhouder. Wie minder politieke sturing verwacht, kan bereid zijn meer voor toekomstige kasstromen te betalen. Bij Vale blijft daarnaast de internationale vraag naar grondstoffen doorslaggevend. Een verkiezingsuitslag verandert de Chinese staalvraag of de olieprijs niet op commando. Zelfs tijdens dezelfde Braziliaanse rally blijven bedrijven dus heel verschillende beleggingen. De aantrekkelijkste kant van een geloofwaardige hervormingsagenda is dat ondernemingen beter vooruit kunnen plannen. Minder onvoorspelbare ingrepen en houdbare overheidsfinanciën kunnen investeringen ondersteunen. Maar belastingverlagingen zonder dekking kunnen het tekort juist vergroten. De beurs beloont vandaag de verwachting van beter beleid; de rekening van onuitvoerbare beloften komt pas later. Aandelenwinst en een sterkere real versterken elkaar Een rekenvoorbeeld maakt duidelijk waarom een buitenlandse belegger zo’n grote sprong kan zien. Neem een fictieve Braziliaanse aandelenmand die in real 8 procent stijgt. Tegelijk daalt de dollar van een aangenomen 5,20 naar 4,99 real. Een dollarbelegging van 10.000 dollar koopt eerst 52.000 real. Na de aandelenstijging zijn die aandelen 56.160 real waard; gedeeld door 4,99 wordt dat 11.254,51 dollar. Het totale bruto rendement is 12,55 procent. Daarvan komt 8 procentpunt rechtstreeks uit de aandelenbeweging; de extra bijdrage volgt uit de sterkere real en het samengestelde effect. Dit is een illustratie, geen reconstructie van EWZ. De mand, wisselkoers en het meetmoment verschillen. Het gaat om een eenmalige vermogensverandering, niet om een maand- of jaarrendement. Dividend, transactiekosten, fondskosten en belastingen zijn buiten beschouwing gelaten. Een Nederlandse belegger moet vervolgens ook naar de euro kijken. Een Amerikaanse notering maakt een Braziliaanse onderneming niet tot een onderneming zonder realrisico. Bij een gelijkblijvende euro-dollarkoers zou hetzelfde procentuele dollarresultaat ook in euro’s gelden; bij een stijgende euro blijft minder over. De valutawind kan bovendien draaien. Wie de winst in EWZ nogmaals verhoogt met de stijging van de real, telt een effect dubbel dat al in de dollarkoers van het fonds kan zitten. Na de koerssprong verdient ook de waardering een nieuwe blik iShares vermeldde voor EWZ op 2 oktober een koers-winstverhouding van 11,33. Dat was vóór de reactie op de verkiezingsuitslag. Financiële bedrijven vertegenwoordigden toen 36,14 procent van het fonds, energie 16,59 procent. Het is daarmee geen gelijkmatig gespreide doorsnede van de Braziliaanse economie. Wie op het land inzet, krijgt een forse blootstelling aan enkele bedrijfstakken. Een lage koers-winstverhouding alleen maakt aandelen nog niet goedkoop. De kwaliteit en houdbaarheid van de winst tellen mee. Bovendien stijgt de waardering als aandelen duurder worden zonder hogere winst. Bij een veronderstelde lokale koersstijging van 8 procent zou een verhouding van 11,33, bij ongewijzigde winst, oplopen tot ongeveer 12,24: 11,33 maal 1,08. Alleen valutaomrekening verhoogt die verhouding niet automatisch, omdat koers en winst dan in dezelfde munt moeten worden omgerekend. Draai de vraag daarom om. Welke winstgroei is nodig om vanaf een afgeronde waardering van 12,24 nog jaarlijks 10 procent koersrendement te halen, als de waardering over drie jaar terugvalt naar 11,33? De benodigde jaarlijkse winstgroei is ongeveer 12,87 procent. De berekening is de derdemachtswortel van 1,10 tot de derde macht maal 12,24 gedeeld door 11,33, min één. Zonder dividend en valutaverandering vraagt een aantrekkelijk rendement dus ook een overtuigende winstontwikkeling. Drie routes van verkiezingshoop naar bedrijfswinst Om de afhankelijkheden te zien, zetten we de fictieve aandelenmand eind 2026 op 100, met een aangenomen koers-winstverhouding van 12,24. De peildatum is 5 oktober 2026; het startpunt is een modelaanname, geen koersvoorspelling voor december. De uitkomst in euro’s is 100 maal de cumulatieve winstgroei, maal de nieuwe waardering gedeeld door 12,24, maal de verandering van de eurowaarde van de real. Dividend, kosten en belastingen blijven buiten beeld. In het basisscenario worden hervormingen gedeeltelijk uitgevoerd. De winst groeit jaarlijks 6 procent, de waardering loopt in 2027, 2028 en 2029 op naar 12,5, 12,75 en 13, terwijl de real tegenover de euro gelijk blijft. In het gunstige scenario volgen overtuigender uitvoering en jaarlijks 10 procent winstgroei. De waardering gaat naar 13, 14 en 15; de eurowaarde van de real ligt respectievelijk 3, 6 en 10 procent boven het beginpunt. In het tegenvallende scenario lopen politieke verwachtingen vast en verzwakt de economie. De winst daalt ieder jaar 5 procent, de waardering zakt naar 11, 10 en 9, en de real verliest cumulatief 5, 10 en 15 procent tegenover de euro. Die combinatie is zwaarder dan alleen een tegenvallende verkiezingsuitslag. De scenario’s laten zien welke economische voorwaarden bij de uitkomst horen; zij geven geen kansen of actuele koersdoelen voor EWZ. De basisroute eindigt op index 126,5, het gunstige pad op 179,4 en het tegenvallende pad op 53,6. Vanaf het fictieve beginpunt betekent dat respectievelijk 26,5 procent winst, 79,4 procent winst en 46,4 procent verlies over drie jaar. De brede spreiding komt doordat winst, waardering en valuta elkaar versterken. Geen van die drie staat met de uitslag van één verkiezingsronde vast. De eerste beursreactie is overtuigend maar nog geen eindafrekening De sterkste tegenwerping tegen het enthousiasme is de snelheid ervan. Een flinke koerssprong kan al veel toekomstige verbetering inprijzen voordat één maatregel is uitgevoerd. Ook kan Lula de tweede ronde winnen, kan een nieuw kabinet moeite krijgen met uitvoering of kunnen grondstoffenprijzen de winst van grote beursbedrijven drukken. Dat maakt de eerste reactie niet onlogisch. Het betekent wel dat de volgende koper een andere prijs betaalt dan de belegger die vrijdag al aandelen bezat. Lees ook Beleggers verlaten Frankrijk en de rente maakt de rekening groter, over de invloed van begrotingsvertrouwen op financiële markten. Omslag: officieel portret van Flávio Bolsonaro uit 2019. Archieffoto: Agência Senado, via Wikimedia Commons. Hergebruik met bronvermelding volgens de gebruiksvoorwaarden van Agência Senado. Ons oordeel: de rally laat zien hoeveel waarde beleggers hechten aan geloofwaardige overheidsfinanciën en ruimte voor bedrijven. Maar de beurs heeft vooruitgelopen op beleid dat nog moet worden waargemaakt. De volgende doorslaggevende informatie komt uit de tweede verkiezingsronde, de economische plannen en uiteindelijk de bedrijfswinsten. Een concrete, uitvoerbare begrotingsaanpak zou de herwaardering ondersteunen. Nieuwe ongedekte uitgaven of politieke ingrepen in bedrijven zouden precies de reden ondermijnen waarom beleggers vandaag enthousiast zijn.
- Microsoft verhoogt dividend maar de datacenters vreten kas
In het kort Microsoft verhoogde op 15 september 2026 het kwartaaldividend met 8 procent naar $0,98 per aandeel. Dat is een tastbare stap voor aandeelhouders, maar financieel gezien blijft het dividend klein naast de miljarden die Microsoft in AI-datacenters stopt. De beleggersvraag is daarom niet of Microsoft het dividend kan betalen, maar hoeveel vrije kasstroom per aandeel na de huidige bouwgolf overblijft. Het aandeel Microsoft noteerde op 5 oktober 2026 rond $517,53 op Nasdaq. Bij een beurswaarde van ongeveer $3,85 biljoen en een winstmultiple rond 31 keer de recente winst is de lat hoog. De markt rekent erop dat Azure, Copilot en de bredere cloudactiviteiten de investeringen omzetten in veel meer winst. Wie instapt, koopt dus geen goedkoop dividendaandeel. Die koopt vooral vertrouwen in de productiviteit van elke nieuwe datacenterdollar. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een dividendverhoging met een grotere boodschap De vrije kasstroom vertelt een ander verhaal dan de winst Waar de economische hefboom zit Wat moet Microsoft bij deze koers waarmaken? Drie koerspaden tot en met 2029 De afweging voor beleggers Een dividendverhoging met een grotere boodschap Microsoft maakte op 15 september bekend dat het kwartaaldividend stijgt van $0,91 naar $0,98. Op jaarbasis is dat $3,92 per aandeel. Bij de koers van $517,53 komt het directe dividendrendement uit op ongeveer 0,76 procent. Dat is bescheiden, maar de verhoging zegt wel iets: het bestuur denkt dat de kasstroom ook tijdens een uitzonderlijk investeringsprogramma voldoende veerkracht houdt. Dividend is simpel gezegd het deel van de winst dat rechtstreeks naar aandeelhouders gaat. Het vertelt alleen niet het hele verhaal. Microsoft koopt ook eigen aandelen in, terwijl het personeel deels met aandelen wordt beloond. Inkoop kan het aantal aandelen verlagen, maar aandelenbeloning werkt de andere kant op. Voor de aandeelhouder telt uiteindelijk wat er netto gebeurt met de winst en kasstroom per aandeel. De module maakt zichtbaar waarom alleen naar het dividend kijken te beperkt is. Als Microsoft voor $20 miljard aandelen inkoopt maar tegelijk voor $14 miljard aan aandelenbeloning verstrekt, is het economische effect van de inkoop veel kleiner dan het grote brutobedrag suggereert. Dat betekent niet dat aandelenbeloning verkeerd is. Het helpt talent aantrekken en behouden. Wel moet die vergoeding in de waardering worden meegenomen, omdat dezelfde onderneming anders over meer stukken wordt verdeeld. In onze eerdere analyse over de afschrijvingen op Microsofts datacenters legden we uit dat een server niet in één keer door de winst-en-verliesrekening loopt. De kas vertrekt bij de bouw, terwijl de kosten via afschrijvingen over meerdere jaren in de winst verschijnen. Dat verschil is nu belangrijker dan ooit. De vrije kasstroom vertelt een ander verhaal dan de winst In het vierde kwartaal van boekjaar 2026 genereerde Microsoft $55,4 miljard operationele kasstroom, 30 procent meer dan een jaar eerder. Na investeringen bleef $19,6 miljard vrije kasstroom over. Vrije kasstroom is het geld dat na de normale bedrijfsuitgaven en investeringen beschikbaar blijft voor dividend, inkoop, schuldafbouw of overnames. Het verschil tussen $55,4 miljard en $19,6 miljard is de kern van het huidige verhaal. Microsoft verdient operationeel zeer veel geld, maar legt tegelijk enorme bedragen vast in grond, gebouwen, chips, netwerken en energievoorziening. Management gaf bovendien aan dat de kapitaaluitgaven in kalenderjaar 2026 rond $190 miljard kunnen uitkomen, inclusief hogere kosten voor componenten. Dat is geen detail. Het maakt de toekomstige bezettingsgraad van die infrastructuur bepalend voor het rendement. Waarom bouwt Microsoft zo agressief? De vraag naar rekenkracht voor Azure en AI-diensten is hoog, en capaciteit kan niet van de ene op de andere dag worden toegevoegd. Wie te weinig bouwt, moet klanten weigeren of levert langzamer. Wie te veel bouwt, zit jaren met dure capaciteit die onvoldoende omzet oplevert. Microsoft probeert dus vooruit te lopen op de vraag, maar betaalt de rekening voordat alle omzet zichtbaar is. Een contract of reservering is bovendien nog geen erkende omzet. Omzet ontstaat wanneer de dienst daadwerkelijk wordt geleverd. Hetzelfde geldt voor Copilot: een aangekondigde toepassing of beschikbare functie is nog geen bewijs dat klanten structureel meer betalen en blijven vernieuwen. De komende kwartalen moeten laten zien of het gebruik per klant sneller stijgt dan de kosten van chips, stroom en afschrijving. Waar de economische hefboom zit De gunstige uitkomst is duidelijk. Een groot deel van de datacenterkosten ligt vast. Zodra de bezetting stijgt, kan extra omzet relatief snel in operationele winst veranderen. Dat heet operationele hefboom: de omzet groeit sneller dan de vaste kosten. Azure heeft bovendien een breed ecosysteem met databanken, beveiliging, ontwikkelsoftware en zakelijke toepassingen. Dat maakt overstappen voor klanten lastig en ondersteunt prijszettingsmacht. Toch is de tegenwerping sterk. AI-modellen worden efficiënter, klanten optimaliseren hun rekengebruik en concurrenten als Amazon en Google investeren eveneens op recordniveau. Een lagere prijs per berekening kan het gebruik stimuleren, maar kan ook de omzet per rekeneenheid drukken. Microsoft moet daarom niet alleen veel capaciteit vullen. Het moet voldoende waarde leveren om de marge op die capaciteit te beschermen. De combinatie met Office en Dynamics helpt. Als Copilot klanten langer vasthoudt of hogere abonnementsprijzen rechtvaardigt, ontstaat waarde buiten Azure. Maar ook hier geldt: een licentie is pas economisch sterk als medewerkers de functie blijven gebruiken. Het bewijs zit niet in een productdemo, maar in betaalde stoelen, vernieuwingspercentages en extra omzet per klant. Wat moet Microsoft bij deze koers waarmaken? Een koers-winstverhouding, vaak afgekort als K/W, deelt de aandelenkoers door de winst per aandeel. Bij $517,53 en ongeveer $16,80 recente winst per aandeel betaalt de markt ruwweg 31 keer de winst. Dat kan gerechtvaardigd zijn als de winst lang en voorspelbaar groeit. Het wordt kwetsbaar als investeringen hoog blijven terwijl de winstgroei vertraagt. De reverse valuation draait de gebruikelijke vraag om. In plaats van één koersdoel te plakken, rekenen we terug welke winst nodig is. Voor 8 procent jaarlijks koersrendement en een K/W van 28 in 2029 is ongeveer $23,96 winst per aandeel nodig. Dat betekent een stevige stijging ten opzichte van de recente basis, terwijl de aandelenbeloning en hogere afschrijvingen al verwerkt moeten zijn. Er is een extra nuance. Dividend komt boven op het koersrendement, maar met een huidig rendement onder 1 procent verandert het de rekensom niet fundamenteel. De bulk van het toekomstige rendement moet uit winstgroei komen. Als de markt in 2029 nog maar 25 keer de winst wil betalen, is meer winst nodig om dezelfde koers te dragen. Drie koerspaden tot en met 2029 De scenario’s zijn geen voorspellingen. Ze maken zichtbaar welke combinatie van winst en waardering bij verschillende uitkomsten past. De formule is eenvoudig: mogelijke koers = verwachte verwaterde winst per aandeel × gekozen K/W. Het dividend is niet in de koers opgenomen en levert eventueel apart totaalrendement. In het bear-scenario blijven AI-investeringen hoog, lopen afschrijvingen op en groeit de winst slechts beperkt. De mogelijke koersen zijn $430 eind 2027, $445 eind 2028 en $455 eind 2029. In het middenpad groeit de winst richting $24,30 per aandeel en normaliseert de K/W geleidelijk, goed voor $555, $615 en $680. In het gunstige scenario betaalt de bouwgolf zich snel uit, blijft de waardering hoog en ontstaan mogelijke koersen van $640, $760 en $900. Het belangrijkste controlepunt is niet het kwartaaldividend. Let op de verhouding tussen nieuwe investeringen, omzetgroei in Azure, operationele kasstroom en vrije kasstroom per aandeel. Als de investeringen afvlakken terwijl de vraag blijft groeien, kan de kasstroom sterk versnellen. Blijven de investeringen even hard stijgen als de omzet, dan is de huidige waardering veel moeilijker te verdedigen. De afweging voor beleggers Microsoft bezit zeldzame kwaliteiten: terugkerende omzet, sterke distributie, hoge overstapkosten en een balans die de AI-bouwgolf kan dragen. Het hogere dividend onderstreept die financiële kracht. Tegelijk is het aandeel zo gewaardeerd dat financiële kracht alleen niet genoeg is. De nieuwe capaciteit moet meer winst per aandeel opleveren, niet slechts meer omzet en sterke datacenters. Daar zit de menselijke vraag achter alle miljarden: betaalt Microsoft vandaag voor infrastructuur die klanten morgen echt nodig hebben, of loopt het te ver vooruit? Voorlopig wijst de vraag naar Azure en AI op het eerste. De marge tussen een goede onderneming en een goede belegging wordt bij $517,53 echter smaller. beleggers kunnen om niet alleen Copilot-gebruik en cloudgroei te volgen, maar vooral hoeveel vrije kasstroom na elke investeringsdollar overblijft. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG.











