top of page

Doorzoek deze website

14672 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Snijden in de EU-begroting verplaatst een deel van de rekening

    In het kort Nederland, Duitsland, Denemarken, Oostenrijk, Finland en Zweden willen honderden miljarden euro’s schrappen uit de voorgestelde EU-begroting voor 2028 tot en met 2034. Een korting van 400 miljard euro zou het plafond met twintig procent verlagen, maar dat is niet automatisch dezelfde besparing voor belastingbetalers. Lidstaten kunnen geschrapte Europese programma’s nationaal voortzetten, terwijl defensie en concurrentiekracht juist extra geld moeten krijgen. Voor beleggers telt daarom vooral waar de korting landt, niet alleen hoe groot het eindbedrag wordt. De Europese Commissie stelde in juli 2025 een meerjarig financieel kader van bijna 2 biljoen euro voor. Het bedrag staat in lopende prijzen en is gemiddeld 1,26 procent van het gezamenlijke bruto nationaal inkomen. Op 27 augustus 2026 legden zes netto-betalers een gezamenlijke lijn vast: de begroting moet met enkele honderden miljarden omlaag, nieuwe gezamenlijke leningen zijn volgens hen geen oplossing en prioriteiten als defensie, concurrentiekracht, migratie en Europese zelfstandigheid verdienen juist meer ruimte. De politieke druk is sindsdien verder opgevoerd. Duitsland noemde eerder ongeveer 400 miljard euro als gewenste korting. Dat getal gebruik ik hieronder als doorrekenbare bovengrens, niet als vastgesteld akkoord. De Raad van de Europese Unie meldt dat alle 27 lidstaten unaniem moeten instemmen en dat een akkoord voor het einde van 2026 nodig is om de programma’s in 2027 op tijd klaar te hebben. Het debat klinkt als een keuze tussen zuinig en ruimhartig, maar economisch liggen drie rekeningen over elkaar. Er is de kasstroom naar Brussel, er is de nationale begroting die bepaalde taken kan overnemen en er zijn maatschappelijke baten die verdwijnen wanneer niemand dat doet. Wie alleen de eerste rekening bekijkt, overschat de besparing. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een korting van 400 miljard is twintig procent De Nederlandse meevaller is geen vast bedrag Nieuwe Europese inkomsten veranderen wie betaalt Beleggers moeten naar de verdeling kijken Drie budgetpaden voor 2028 tot 2030 Een kleiner plafond kan zinvol zijn Een korting van 400 miljard is twintig procent De basisberekening is overzichtelijk. Vierhonderd miljard gedeeld door 2.000 miljard is twintig procent. Gelijk verdeeld over zeven jaar daalt het gemiddelde EU-budget van 285,7 miljard naar 228,6 miljard euro per jaar. Het verschil is 57,1 miljard per jaar. Dit is een vereenvoudiging, want het voorstel luidt in lopende prijzen en programma’s worden in werkelijkheid niet ieder jaar exact gelijk betaald. De werkelijke publieke besparing hangt af van wat lidstaten na een korting zelf blijven doen. Stel dat zij de helft van de geschrapte programma’s nationaal vervangen. Dan is de bruto EU-korting 400 miljard, de nationale vervanging 200 miljard en de netto besparing voor de gezamenlijke overheden eveneens 200 miljard over zeven jaar, of 28,6 miljard per jaar. Wordt niets vervangen, dan is de kasbesparing volledig, maar verdwijnen ook alle bijbehorende projecten en overdrachten. Deze vervanging is niet overal even waarschijnlijk. Een lokaal landbouwprogramma of regionale spoorverbinding kan politiek zo belangrijk zijn dat een regering het zelf betaalt. Grensoverschrijdende onderzoeksprojecten, gezamenlijke inkoop of steun aan buurlanden zijn voor één nationaal ministerie juist minder aantrekkelijk. Een lager Brussels plafond kan daardoor de financiering verschuiven zonder de beleidsvraag op te lossen. Daar komt een verdelingsprobleem bij. Het grootste begrotingsonderdeel, steun aan mensen, regio’s en landbouw, beslaat volgens de Raad bijna de helft van het voorstel. Tegelijk wil de Commissie 175 miljard euro reserveren voor Horizon Europe, 131 miljard voor defensie, veiligheid en ruimtevaart en 200 miljard voor het externe instrument Global Europe. Wie het totaal twintig procent verlaagt maar deze prioriteiten spaart, moet in de rest veel dieper snijden dan twintig procent. De Nederlandse meevaller is geen vast bedrag Nederland krijgt bij een lager plafond niet simpelweg een zevenentwintigste van de korting. De EU wordt onder meer gefinancierd via bijdragen op basis van het bruto nationaal inkomen en de btw-grondslag, douane-inkomsten en heffingen op niet-gerecycled plastic. Correcties, ontvangsten en nieuwe eigen middelen veranderen de netto positie. Zonder het uiteindelijke akkoord is een precieze Nederlandse meevaller daarom niet verantwoord te voorspellen. Een gelabeld rekenvoorbeeld laat de orde van grootte zien. Neem een Nederlands financieringsaandeel van 6 procent, een Europese korting van 400 miljard euro en een gelijke verdeling over zeven jaar. Bruto is de verlichting 400 miljard maal 6 procent, dus 24 miljard over zeven jaar. Dat is 3,43 miljard per jaar en gemiddeld 286 miljoen per maand. Dit financieringsaandeel is een modelaanname, geen vastgestelde Nederlandse afdrachtraming. Als Nederland vervolgens 40 procent van de geschrapte activiteiten zelf betaalt, resteert netto 14,4 miljard over zeven jaar. Dat is 2,06 miljard per jaar, 171 miljoen per maand en bij 18 miljoen inwoners ongeveer 114 euro per inwoner per jaar. Bruto en netto lopen dan flink uiteen. Belastingen, uitvoeringskosten en de waarde van gemiste projecten blijven buiten deze simpele kasberekening. Wie profiteert, hangt af van de opvolging. De Nederlandse schatkist wint als afdrachten dalen en taken echt verdwijnen. Nationale ministeries, provincies en bedrijven betalen meer als zij dezelfde investeringen buiten Brussel organiseren. Ontvangers van landbouw-, innovatie- en regionale fondsen dragen de directe rekening wanneer programma’s niet worden vervangen. Voor huishoudens is er pas voordeel als de vrijgekomen begrotingsruimte leidt tot lagere lasten, minder staatsschuld of andere publieke diensten. Nieuwe Europese inkomsten veranderen wie betaalt De omvang van de begroting is maar één kant van de discussie. De Commissie wil daarnaast vijf nieuwe eigen inkomstenbronnen, waaronder delen van de opbrengst uit emissierechten en de koolstofgrensheffing, een bijdrage op niet-ingezameld elektronisch afval, een tabaksgrondslag en een vaste bijdrage van grotere bedrijven. Samen met aanpassingen aan bestaande bronnen moeten die volgens de Raad 58,2 miljard euro per jaar opleveren in prijzen van 2025. Dat geld is niet gratis. Een Europese inkomstenbron kan nationale afdrachten vervangen, maar de economische last komt nog steeds ergens terecht. Een heffing op emissies of koolstofintensieve invoer kan via hogere prijzen bij afnemers belanden. Een bedrijfsbijdrage drukt op marge, investeringen, lonen of prijzen, afhankelijk van marktmacht en concurrentie. Een tabaksgrondslag raakt gebruikers en verkopers. De verdeling over groepen kan dus veranderen terwijl het totale publieke beslag nauwelijks wijzigt. De bedragen zijn bovendien niet één op één vergelijkbaar. De bijna 2 biljoen euro staat in lopende prijzen voor 2028 tot en met 2034; de 58,2 miljard per jaar wordt in prijzen van 2025 genoemd en bevat ook aanpassingen aan het bestaande inkomstenstelsel. Zeven maal 58,2 is rekenkundig 407,4 miljard, maar dat mag niet zonder prijs- en definitiescorrectie naast een korting van 400 miljard worden gezet. Het laat wel zien waarom de financieringskant politiek net zo belangrijk is als het uitgavenplafond. Beleggers moeten naar de verdeling kijken Voor aandelen en sectoren is een bezuinigingsbedrag op zichzelf weinig informatief. De Commissie wil onderzoek, industriële schaalvergroting, cyberveiligheid, defensie, ruimtevaart en grensoverschrijdende energie- en vervoersprojecten versterken. Als de zes landen dat accent overeind houden, kan een kleiner totaal toch gunstig zijn voor bedrijven die in deze ketens leveren. De omzetkans ontstaat bij concrete aanbestedingen en programma’s, niet bij een hoog politiek plafond. De keerzijde ligt bij landbouw, cohesie en regionale investeringen. De Commissie zegt dat elke lidstaat via nationale en regionale partnerschapsplannen toegang houdt tot dezelfde bedragen als nu en dat minder ontwikkelde regio’s worden beschermd. Een forse korting die defensie en innovatie ontziet, botst direct met die waarborgen. Bouwers, ingenieurs, voedselproducenten, lokale banken en infrastructuurleveranciers kunnen daardoor per land heel verschillende effecten zien. De omgekeerde vraag maakt de spanning helder: hoeveel moet het niet-beschermde deel dalen om de totale korting te halen? Als 40 procent van 2 biljoen euro volledig wordt ontzien, blijft 1.200 miljard flexibel. Een korting van 400 miljard vraagt dan geen twintig maar 33,3 procent reductie op die flexibele envelop. Bij 60 procent bescherming loopt dat zelfs op tot 50 procent. De sterkste tegenwerping tegen deze redenering is terecht: nationale vervanging hoeft niet slecht te zijn en veel EU-programma’s hoeven niet te blijven bestaan. Een lager plafond kan lidstaten dwingen zwakke subsidies te stoppen, meer eigen verantwoordelijkheid te nemen en aantoonbare grensoverschrijdende waarde als criterium te gebruiken. Bovendien is uitvoering dicht bij burgers soms eenvoudiger. Het probleem ontstaat pas wanneer de korting vooraf wordt vastgezet en de prioritering achteraf moet worden geïmproviseerd. Voor beleggers betekent dit dat traditionele sectorlabels te grof zijn. Een defensiebedrijf met toegang tot gezamenlijke Europese programma’s kan winnen, terwijl een leverancier die vooral afhankelijk is van nationale budgetten weinig merkt. Een infrastructuurbouwer kan profiteren van militaire mobiliteit, maar verliezen bij regionale cohesieprojecten. Lees ook: Welke aandelen profiteren écht nu defensie de Nederlandse economie stut? Drie budgetpaden voor 2028 tot 2030 De komende twee kalenderjaren zijn vooral onderhandelings- en voorbereidingsjaren, omdat het nieuwe kader op 1 januari 2028 begint. Daarom toont het scenario de eerste drie begrotingsjaren 2028, 2029 en 2030. Het verdeelt ieder zevenjaarsbedrag gelijk over de tijd. Dat is bewust eenvoudig: echte betalingen lopen op, projecten hebben kasritmes en een akkoord kan overgangsregels bevatten. In het Commissiepad blijft het totaal 2.000 miljard euro en is het gemiddelde 285,7 miljard per jaar. In het compromis wordt 200 miljard geschrapt; het jaarbedrag daalt naar 257,1 miljard. In het strakke pad verdwijnt 400 miljard en resteert 228,6 miljard per jaar. Als lidstaten in beide kortingspaden de helft nationaal vervangen, komt de gezamenlijke publieke uitgave uit op respectievelijk 271,4 en 257,1 miljard per jaar. Dit zijn geen kansen of begrotingsramingen. Ze isoleren één mechanisme: een daling van de EU-uitgaven wordt kleiner zodra nationale overheden programma’s overnemen. Het model houdt ook geen rekening met het feit dat één gezamenlijk Europees project goedkoper kan zijn dan 27 nationale varianten, of juist extra uitvoeringslagen kan veroorzaken. De uiteindelijke efficiëntie hangt dus niet alleen af van het bedrag, maar van de taak. Een kleiner plafond kan zinvol zijn Mijn oordeel is dat het verzet van de zes netto-betalers een nuttige grens stelt aan een voorstel waarin bijna iedere nieuwe prioriteit extra geld krijgt. Een begroting van bijna 2 biljoen euro verdient een hardere rangorde. Een korting van enkele honderden miljarden is economisch verdedigbaar als laag renderende programma’s verdwijnen en echte Europese schaalvoordelen worden beschermd. Het headlinebedrag mag alleen niet worden verkocht als even grote besparing voor burgers. De beste toets is per programma dezelfde: levert gezamenlijke financiering aantoonbaar meer op dan nationale uitvoering, en wat gebeurt er als Brussel stopt? Defensie-onderzoek, grensoverschrijdende energieverbindingen en gezamenlijke technologieprogramma’s kunnen sterke schaalvoordelen hebben. Lokale inkomenssteun of bouwprojecten kunnen nationaal beter worden afgewogen. Wie profiteert van scherpere keuzes zijn belastingbetalers en bedrijven in prioritaire ketens. Wie betaalt zijn ontvangers van geschrapte fondsen en nationale overheden die politiek onmisbare taken overnemen. Mijn conclusie verandert als de uiteindelijke onderhandeling drie dingen laat zien: dat de korting vooral uit aantoonbaar zwakke programma’s komt, dat nationale vervanging beperkt blijft en dat beschermde investeringen meetbaar meer private en publieke waarde opleveren. Komt de bezuiniging daarentegen vooral terecht bij gezamenlijke projecten met schaalvoordeel, terwijl lidstaten dezelfde rekening versnipperd opnieuw betalen, dan wordt een kleiner EU-plafond vooral een boekhoudkundige overwinning.

  • Lagere verbruiksnormen drogen de kredietomzet van Tesla op

    In het kort Tesla sloot op 28 september op $357,45. Diezelfde dag finaliseerde de Amerikaanse overheid lagere brandstofverbruiksnormen. De gemiddelde eis voor 2031 daalt naar 34,9 mijl per gallon en de handel in nalevingskredieten eindigt uiterlijk in 2028. Tesla verkocht jarenlang kredieten aan fabrikanten die hun vlootdoelen niet haalden. In het tweede kwartaal van 2026 bedroeg die omzet nog $146 miljoen, tegen $439 miljoen een jaar eerder. De daling was dus al begonnen. De nieuwe regel verkleint de markt verder. Waarom een kleine omzetregel veel winst kan bevatten Tesla hoeft voor een verkocht krediet geen extra auto te bouwen. De directe kostprijs is daardoor zeer laag. Vrijwel iedere extra dollar kan in de brutowinst landen. Een daling van kredietomzet raakt de winst daarom harder dan eenzelfde daling van gewone voertuigomzet. De gevoeligheidsmodule laat de orde van grootte zien. Bij $23,8 miljard automotive omzet kan $146 miljoen aan vrijwel kosteloze kredieten maximaal ongeveer 0,6 procentpunt aan de brutomarge toevoegen. Toen de kredietomzet nog $439 miljoen was, lag die steun aanzienlijk hoger. De kernactiviteit staat al onder druk Tesla leverde in Q2 een recordaantal voertuigen, maar de automotive brutomarge bleef 16,3%. Lagere verkoopprijzen en promoties maakten de volumegroei minder winstgevend. Tegelijk stegen de investeringen naar $5,8 miljard en werd de vrije kasstroom negatief met $1,1 miljard. Dat is precies waarom de kredietregel telt. Tesla wil robotaxi’s, chips, fabrieken en Optimus financieren. Hoe minder bijna kosteloze kredietwinst binnenkomt, hoe meer de auto-, energie- en softwareactiviteiten zelf moeten opleveren. Lees ook: Tesla heeft miljarden op de bank maar de echte rekening komt nog Wat $357,45 verlangt Bij 35 keer winst in 2029 en 9% jaarlijks koersrendement moet Tesla ongeveer $13,22 winst per aandeel verdienen. De actuele winst per aandeel ligt rond $1,08. De waardering gaat dus niet uit van een gewone autofabrikant, maar van zeer grote toekomstige software-, autonomie- en energiewinst. De kredietinkomsten zijn te klein om die hele kloof te verklaren. Hun verdwijnen maakt de bewijslast alleen zwaarder. Elke dollar winst moet vaker uit producten en diensten komen waarvoor Tesla klanten rechtstreeks overtuigt. Het sterkste tegenargument Regulatory credits waren nooit de langetermijnthesis. Tesla heeft $43,5 miljard aan liquide middelen en kortlopende beleggingen, een groeiende energieactiviteit en 1,5 miljoen actieve FSD-abonnementen. Een afnemende kredietmarkt kan de winstkwaliteit juist duidelijker maken. Bovendien kunnen lagere brandstofnormen traditionele fabrikanten op korte termijn helpen, maar zij veranderen niet de wereldwijde vraag naar elektrische mobiliteit, batterijen en goedkope energie. Tesla verkoopt buiten de Verenigde Staten en kan schaalvoordelen behouden. Wat te volgen Volg kredietomzet apart van automotive brutowinst, en bereken de automarge zonder kredieten. Kijk daarnaast naar gemiddelde opbrengst per voertuig, vrije kasstroom, capex en het aantal betaalde FSD-abonnementen. De volgende leveringcijfers zijn belangrijk, maar volume alleen is geen antwoord. De combinatie van prijs, marge en kasstroom bepaalt of Tesla zijn toekomstplannen kan financieren zonder steeds meer externe steun of balansruimte te gebruiken. Hoe de kredietmarkt werkte Amerikaanse regels verplichtten fabrikanten gemiddeld zuiniger te worden. Een producent die boven de norm presteerde kon kredieten verkopen aan een producent die tekortkwam. Omdat Tesla alleen elektrische voertuigen verkoopt, bouwde het structureel een overschot op. De prijs van zo’n krediet hing af van schaarste en de boete die een andere fabrikant wilde vermijden. Tesla bepaalde dus niet zelfstandig hoeveel vraag bestond. Wanneer de norm soepeler wordt en handel eindigt, verdwijnt de economische noodzaak bij de koper. Een lagere norm helpt concurrenten Traditionele fabrikanten krijgen volgens de nieuwe regel lagere nalevingskosten. Dat kan ruimte geven om meer benzineauto’s te verkopen of minder verlies te nemen op elektrische modellen. Voor Tesla betekent dit niet alleen minder kredietomzet, maar mogelijk ook een andere prijsstrijd. De precieze reactie verschilt per fabrikant. Sommige merken blijven elektrisch investeren vanwege wereldwijde regels, batterijstrategie en klantvraag. Andere kunnen de introductie vertragen. Tesla verliest dan misschien een kredietklant, maar krijgt op korte termijn minder EV-aanbod. Beide effecten moeten apart worden beoordeeld. De automarge zonder kredieten telt Tesla rapporteert een automotive brutomarge en geeft ook informatie waarmee kredietinkomsten apart kunnen worden gezet. Die tweede maatstaf toont beter hoeveel de verkoop en lease van voertuigen zelf verdient. Zij bevat nog steeds mix, prijsverlagingen, fabrieksbezetting en garantievoorzieningen. Een verbetering zonder kredieten is sterker bewijs dan een stijging die vooral uit gratis certificaten komt. Beleggers moeten bovendien opletten dat energie- of softwaremarges niet ongemerkt worden gebruikt om zwakte in auto’s te verbergen. De segmenten financieren samen de groep, maar kennen andere risico’s. FSD moet van verhaal naar kas Tesla meldde 1,5 miljoen actieve FSD-abonnementen, 56% meer dan een jaar eerder. Abonnementen kunnen een aantrekkelijke terugkerende marge geven wanneer de ontwikkelkosten over een grote vloot worden verdeeld. De netto-economie hangt af van prijs, retentie, compute en aansprakelijkheid. Regelgeving blijft bepalend. Goedkeuring in Europa of andere regio’s vergroot de markt, maar veiligheidsonderzoeken kunnen functies beperken. Een betaald abonnement is concreter dan een beloofde robotaxi, maar ook hier moet de omzet na ontwikkel- en verzekeringskosten in kas per aandeel landen. De balans koopt tijd, geen rendement Tesla beschikt over $43,5 miljard aan cash, kasequivalenten en kortlopende beleggingen. Dat geeft ruimte om jaren te investeren. Tegenover die buffer staan schuld, leases en grote geplande capex. De volledige kas mag daarom niet als gratis waarde boven op dezelfde activiteiten worden geteld. Een sterke balans verlaagt financieringsrisico. Zij maakt een project niet automatisch rendabel. Terafab, Cybercab en Optimus moeten uiteindelijk meer contante opbrengst leveren dan hun bouw-, ontwikkel- en onderhoudskosten. Anders wordt de kasbuffer langzaam een subsidie aan onrendabele groei. De volgende meetpunten Op korte termijn zijn leveringen, gemiddelde verkoopprijs en automarge zonder kredieten de belangrijkste cijfers. Een recordvolume met lagere winst per voertuig kan de kaspositie verslechteren. Daarachter volgen FSD-abonnementen, robotaxigebruik, energiebrutomarge en capex. De nieuwe Amerikaanse regel geeft een duidelijke einddatum aan een deel van de winst. Dat is nuttig, omdat de waardering minder op een verborgen steunpilaar kan leunen. De uitkomst wordt scherper: Tesla moet zijn hoge koers met eigen producten, software en kasstroom verdienen. Conclusie De nieuwe Amerikaanse regels halen een winstgevende bijverdienste verder uit het model. Tesla kan dat opvangen, maar alleen als auto’s, energie en software meer echte marge leveren. Bij $357,45 betaalt de belegger al voor die omslag. Foto: Elon Musk, CEO van Tesla. Credit Tesla, officiële archieffoto.

  • Meta haalt de CEO van MongoDB weg voor zijn platform

    In het kort MongoDB sloot op 28 september op $334,68, 18,5% lager. Diezelfde dag werd bekend dat CEO CJ Desai na minder dan een jaar vertrekt om Meta’s nieuwe Enterprise Platform te leiden. Voormalig CEO Dev Ittycheria keert tijdelijk terug. De personeelswissel is opvallend, maar de nieuwe werkgever maakt haar strategisch. Meta wil Muse, Business Agent, ontwikkelgereedschap en API’s bundelen tot een platform voor ondernemingen. Dat platform kan bepalen welke modellen, dataopslag en ontwikkeltools klanten kiezen. De database blijft nodig AI-agenten moeten klantgegevens, transacties, producten en rechten betrouwbaar opslaan. Dat is precies het terrein waarop MongoDB Atlas waarde levert. Meer agentische software kan dus meer databasegebruik opleveren. De vraag is alleen wie de economische schaarste bezit. Wanneer Meta de workflow, het model en de ontwikkelomgeving bundelt, kan de database een makkelijker vervangbare infrastructuurlaag worden. De interface boven de data kan dan een groter deel van het budget opeisen. Meta koopt enterprise-ervaring Desai brengt ervaring van ServiceNow, Cloudflare en MongoDB mee. Dat onderstreept dat Meta niet alleen een consumentenapp bouwt. Het wil modellen omzetten in producten die IT-afdelingen kunnen beheren, beveiligen en uitrollen. Voor MongoDB ontstaat dubbel risico. Het verliest opnieuw een topbestuurder en ziet tegelijk een kapitaalkrachtige partij hoger in de stack verschijnen. Een goede database kan profiteren van zo’n platform, maar ook minder zichtbaar worden voor de eindklant. Lees ook: Hier zijn 9 redenen waarom het aandeel MongoDB daalt ondanks 30% groei Wat $334,68 verlangt Bij 35 keer vrije kasstroom in 2029 en 10% jaarlijks koersrendement moet MongoDB ongeveer $12,73 vrije kas per aandeel genereren. Dat vereist meer omzet, een hogere kasmarge en beheersing van verwatering. Het tweede kwartaal leverde $771,8 miljoen omzet op, 30% meer dan een jaar eerder. Atlas groeide 29%. Dat is sterk, maar de koers vraagt dat groei ook duurzaam in kas per aandeel verandert. Aangepaste winst alleen is onvoldoende wanneer aandelenbeloning het aantal stukken verhoogt. Het sterkste tegenargument MongoDB is geen eenvoudige opslagdoos. Het documentmodel, ontwikkelaarsbestand, zoekmogelijkheden en Atlas-diensten maken het onderdeel van applicatiearchitecturen. Wisselen van database kan duur en riskant zijn wanneer een toepassing eenmaal draait. Een open enterpriseplatform kan bovendien meerdere databases ondersteunen. Als Meta vooral meer applicaties helpt bouwen, kan de totale vraag naar operationele data sneller groeien dan de druk op prijzen. Wat nu bewijs levert Volg Atlas-groei, netto retentie, grote klanten, vrije kasstroom en het verwaterde aandelenaantal. Let ook op het tempo van de CEO-zoektocht en eventuele vertrekkende bestuurders. Aan de productkant telt of MongoDB zichtbaar integreert met Meta’s API’s en andere agentplatforms. De sterkste positie is die van een neutrale datalaag die onder verschillende modellen en clouds werkt, zonder afhankelijk te worden van één eigenaar. Data groeit sneller dan het aantal applicaties Een AI-agent maakt tijdens één taak veel meer databaseverzoeken dan een traditionele webpagina. Hij haalt context op, schrijft tussentijdse resultaten weg, controleert rechten en bewaart een auditspoor. Dat kan Atlas-gebruik per klant verhogen, zelfs wanneer het aantal eindgebruikers nauwelijks verandert. Verbruiksgedreven omzet is daardoor aantrekkelijk maar grillig. Een succesvolle klant kan snel opschalen; een geoptimaliseerde applicatie kan het verbruik juist plots verlagen. MongoDB moet daarom groei beoordelen op meerdere cohorten en niet op één tijdelijk zwaar AI-project. De databasekeuze verschuift naar het platform Ontwikkelaars kozen vroeger vaak zelf hun database en bouwden de applicatielaag daaromheen. Een geïntegreerd agentplatform kan vooraf tools, geheugen en opslag aanbieden. De keuze verdwijnt dan deels achter een standaardinstelling. Defaultposities zijn krachtig. Als Meta, Microsoft of Google een eigen datalaag als vanzelfsprekende optie meelevert, moet MongoDB genoeg prestatie- of ontwikkelaarsvoordeel bieden om bewust gekozen te worden. Integraties met alle grote platforms worden dan een verdedigingslinie. Open source helpt en beperkt MongoDB bouwde zijn bereik mede op een breed ontwikkelaarsecosysteem en een bekend documentmodel. Die bekendheid verlaagt de leercurve en maakt migratie van experiment naar productie gemakkelijker. Atlas voegt beheer, beveiliging en schaal toe. Tegelijk bestaan compatibele alternatieven en cloudproducten. Grote klanten kunnen prijsdruk uitoefenen wanneer de interface grotendeels hetzelfde blijft. MongoDB moet waarde blijven toevoegen boven pure opslag, bijvoorbeeld via zoeken, vectorfuncties, analytics en betrouwbare wereldwijde operaties. Leiderschapsrisico zit ook onder de top Een tweede grote wissel in korte tijd kan besluitvorming vertragen. Productteams, verkopers en partners willen weten welke prioriteiten blijven staan. De terugkeer van Ittycheria biedt continuïteit, maar een interimconstructie lost de opvolgingsvraag niet op. Het belangrijkste signaal is niet alleen wie CEO wordt. Let op verloop onder product- en verkoopbestuurders, veranderingen in guidance en eventuele verschuiving van investeringen. Een stabiele operationele uitvoering kan de schade beperken; meerdere vertrekken zouden het risico vergroten. Aandelenbeloning is een echte prijs Softwarebedrijven gebruiken aandelen om talent aan te trekken. Die beloning verlaagt de kasuitgave vandaag, maar verdeelt toekomstige waarde over meer stukken. Een aangepaste winst die de kosten uitsluit kan operationele vergelijking helpen, maar is geen volledige aandeelhouderswinst. Vrije kasstroom moet daarom naast het verwaterde aandelenaantal worden gelezen. Wanneer de kas met 25% groeit en het aantal aandelen met 5%, groeit de kas per aandeel minder snel. Inkoop kan verwatering neutraliseren, maar gebruikt dan cash die niet meer beschikbaar is voor innovatie of overnames. De neutrale laag is de beste bullcase Ondernemingen willen zelden al hun data bij één modelleverancier opsluiten. Een database die met meerdere clouds, modellen en agentframeworks werkt kan juist waardevoller worden wanneer de bovenliggende markt fragmenteert. MongoDB hoeft Meta niet te verslaan; het moet onder Meta én diens concurrenten bruikbaar blijven. Die bullcase vraagt technische neutraliteit en commerciële discipline. Atlas moet eenvoudig integreren, veilig genoeg zijn voor gereguleerde klanten en aantoonbaar goedkoper of productiever dan alternatieven. Pas wanneer dat in retentie en kas per aandeel zichtbaar wordt, verdient de huidige waardering vertrouwen. Conclusie De koersdaling gaat verder dan een plotseling vertrek. Meta’s enterprise-offensief stelt de vraag waar de waarde in zakelijke AI blijft: bij het model, de agent, de workflow of de database. MongoDB moet bewijzen dat Atlas ook onder nieuwe interfaces onmisbaar én winstgevend blijft. Foto: Dev Ittycheria, interim-CEO van MongoDB. Credit MongoDB, officiële archieffoto.

  • Amazon blokkeert Muse om zijn advertentielaag te beschermen

    In het kort Amazon noteerde op 29 september om 00.15 UTC op $246,15. The Wall Street Journal meldde op 23 september dat Amazon Meta’s Muse blokkeert omdat de agent zonder toestemming over het platform bewoog. Shopify koos juist voor integratie. De blokkade beschermt meer dan een website. Amazon verdient aan verkopers, advertenties, Prime en de gegevens die zoek- en koopgedrag opleveren. Wanneer een externe agent de vergelijking vooraf doet, kan een belangrijk deel van die economische laag buiten Amazon vallen. Waarom Amazon de deur sluit Een winkelagent moet inloggen, producten bekijken, prijzen vergelijken en mogelijk bestellen. Dat brengt beveiligings-, aansprakelijkheids- en privacyvragen mee. Amazon kan terecht verlangen dat een externe dienst zijn voorwaarden respecteert en klanten precies begrijpen wie handelt. Tegelijk is controle economisch waardevol. Een klant die in Amazon zoekt, ziet gesponsorde producten. Een klant die Muse om de beste optie vraagt, kan Amazon pas aan het einde als leverancier zien. De advertentieveiling verliest dan een deel van haar positie. De advertentielaag betaalt veel rekeningen Amazon boekte in het tweede kwartaal $200,6 miljard omzet en $27,5 miljard operationele winst. AWS leverde $42,2 miljard omzet en $16,6 miljard operationele winst. Advertenties voegen een kapitaallichte inkomstenstroom toe boven op het winkelverkeer. Amazon rapporteert geen aparte advertentiemarge. De economische logica is wel sterk: dezelfde productpagina en dezelfde klantintentie kunnen naast transactievergoedingen ook advertentie-inkomsten opleveren. Een agent die direct vergelijkt kan juist dat tweede verdienmoment overslaan. Lees ook: Tussen deze twee aandelen is het grootste bedrijf niet vanzelf het beste aandeel Wat $246,15 verlangt De gerapporteerde kwartaalwinst bevatte een grote herwaarderingswinst op Anthropic. Daarom gebruiken de scenario’s een genormaliseerde winstbasis. Bij 25 keer winst in 2029 en 9% jaarlijks rendement is ongeveer $12,75 winst per aandeel nodig. Die winst kan uit meerdere bronnen komen. AWS groeit snel, logistiek wordt efficiënter en advertenties kunnen verder schalen. De brede winstbasis is Amazons grootste voordeel. De keerzijde is dat de koopinterface juist meerdere winstbronnen tegelijk beschermt. Het sterkste tegenargument Amazon kan zelf AI-agenten bouwen en beschikt over een assortiment, fulfilmentnetwerk en Prime-relatie die Meta niet zomaar kopieert. Een agent kan de aankoop adviseren, maar de consument waardeert ook snelle bezorging, retourgemak en betrouwbaarheid. Daarnaast gebruikt agentische AI veel cloudcapaciteit. Zelfs wanneer Muse winkelverkeer verschuift, kan AWS profiteren van de rekenvraag. Dat is een echte hedge, maar niet perfect: cloudomzet vervangt niet automatisch gemiste advertentie- en handelsmarge. Wat te volgen Volg advertentie-omzet, third-party seller services, retailmarges en het aandeel van externe zoekbronnen. Let ook op Amazons eigen agentische functies en eventuele gecontroleerde toegang voor derden. De strategische keuze is niet eenvoudig open of dicht. Amazon moet veiligheid en economische controle behouden zonder onzichtbaar te worden voor de nieuwe interfaces waar consumenten hun koopvraag beginnen. Zoeken is de ingang van de advertentieveiling Amazon weet vaak precies wanneer iemand koopintentie heeft. Een zoekopdracht naar een productcategorie is waardevoller dan algemene aandacht, omdat de consument al dicht bij een transactie staat. Verkopers betalen daarom graag om bovenaan te verschijnen. Muse kan die zoekopdracht vervangen door een gesprek. Als de agent al buiten Amazon een shortlist maakt, arriveert de consument later in de trechter. Amazon houdt mogelijk de transactie, maar verliest een deel van de advertentieruimte en data over alternatieven die de klant overwoog. Gesloten toegang beschermt ook verkopers Een externe agent kan prijzen, afbeeldingen en beoordelingen verzamelen zonder dezelfde verplichtingen als een officiële partner. Dat kan leiden tot verouderde informatie, verkeerde productclaims en onduidelijke aansprakelijkheid. Amazon heeft een legitiem belang bij gecontroleerde toegang. Verkopers hebben eveneens belang bij correcte weergave. Een agent die alleen prijs vergelijkt kan kwaliteit, retourbeleid en levertijd onvoldoende wegen. De bescherming werkt echter alleen wanneer Amazon zelf een even gemakkelijke agentische ervaring biedt. Anders kiest de klant een interface die meer gemak belooft. Prime is meer dan bezorging Prime bindt klanten met snelle levering, video, muziek en andere voordelen. Die bundel verlaagt de neiging om bij iedere aankoop opnieuw te vergelijken. Een onafhankelijke agent is juist ontworpen om dat gemak van vergelijking terug te brengen. Dat kan de waarde van Prime verminderen wanneer Muse standaard goedkopere alternatieven elders vindt. Het kan Prime ook versterken als snelle bezorging en betrouwbare retouren zwaar meewegen in de opdracht. Amazon moet die voordelen dus machineleesbaar maken, niet alleen aantrekkelijk op een eigen productpagina. AWS is een hedge met een andere marge AI-agenten gebruiken veel rekenkracht en opslag. AWS kan daardoor verdienen aan de groei van Muse en vergelijkbare diensten, zelfs als retailverkeer verschuift. De clouddivisie heeft bovendien een veel hogere operationele marge dan Amazons winkelactiviteiten. Toch is de hedge onvolledig. Meta kan eigen infrastructuur gebruiken of andere clouds kiezen. Een dollar AWS-omzet is niet automatisch evenveel waard als verloren advertentiewinst. De uitkomst hangt af van capaciteit, prijs, chips en het aandeel workloads dat werkelijk bij AWS landt. De Anthropic-winst vertekent de momentopname Amazons tweede kwartaal bevatte een grote niet-operationele herwaarderingswinst op Anthropic. Die boekwinst verhoogde nettowinst en EPS zonder dat hetzelfde bedrag als kas uit klanten binnenkwam. Voor de kernwaardering moet zij daarom apart blijven. Dat maakt operationele winst en vrije kasstroom nuttiger. Ook daar is voorzichtigheid nodig, omdat capex voor AWS de kasstroom tijdelijk drukt en later afschrijving brengt. De brede groep vraagt meerdere meetlatten, maar de scenario’s mogen dezelfde investering niet dubbel aftrekken. De strategische middenweg Amazon kan externe agents toegang geven via een officiële API met heldere toestemming, vergoedingen en datagrenzen. Zo behoudt het veiligheid en een economische rol, zonder ieder nieuw klantkanaal volledig buiten te sluiten. Het bedrijf deed iets vergelijkbaars met verkopers en ontwikkelaars in eerdere platformfasen. De kernkeuze is wie de klant vertegenwoordigt. Amazon wil zelf de vertrouwde winkelassistent zijn; Meta wil die rol over meerdere diensten heen. De partij die het vertrouwen wint kan de vraag sturen. Bij $246,15 is die interface daarom geen technisch detail, maar een onderdeel van de waardering. Conclusie Amazon verdedigt met de blokkade zijn digitale voordeur. Dat is logisch zolang het platform zelf de favoriete startplaats voor winkelen blijft. Wordt een persoonlijke agent de nieuwe ingang, dan kan dezelfde bescherming veranderen in gemist verkeer. Foto: Andy Jassy, president en CEO van Amazon. Credit Amazon, officiële archieffoto.

  • Shopify blijft de kassa terwijl Meta de winkelstraat bezit

    In het kort Shopify noteerde op 29 september om 00.15 UTC op $144,01. Bij Meta Connect op 24 september werd bekend dat Shopify’s catalogus beschikbaar komt voor Muse en dat Shop Pay als betaalmogelijkheid wordt toegevoegd. In de Shopify-beheeromgeving verschijnt Meta inmiddels als AI-kanaal. De samenwerking kan veel koopverkeer naar merchants sturen. Zij verandert ook wie de klantreis beheert. Muse kan zoeken, vergelijken en beslissen voordat de consument een webwinkel ziet. Shopify blijft dan mogelijk de kassa, terwijl Meta de winkelstraat bezit. Shopify kiest voor infrastructuur Shopify hoeft niet ieder consumentenplatform zelf te winnen wanneer zijn catalogus, checkout en Shop Pay in andere interfaces blijven werken. Dat is dezelfde logica waarmee het bedrijf merchants op sociale netwerken, marktplaatsen en fysieke locaties bedient. De strategie verlaagt frictie. Een agent kan producten vinden en binnen dezelfde conversatie afrekenen. Voor de merchant telt vooral of die route extra bestellingen oplevert zonder dat de kosten per order te sterk stijgen. De klantrelatie kan opschuiven Wie de aanbeveling geeft, leert welke voorkeuren en twijfels tot een aankoop leiden. Meta kan die gegevens gebruiken om aanbevelingen, advertenties en toekomstige betaalproducten te verbeteren. De merchant ziet mogelijk vooral de uiteindelijke order. Dat maakt herhaalaankopen belangrijk. Wanneer Muse de consument bij de volgende bestelling opnieuw laat vergelijken, verliest een merchant een deel van zijn directe merkrelatie. Shopify kan wel de technische laag behouden, maar de economische macht verschuift naar de interface die de vraag stuurt. Lees ook: Wanneer is het écht een goed moment om Adyen aandelen te kopen? Wat $144,01 verlangt Bij 35 keer vrije kasstroom in 2029 en 10% jaarlijks koersrendement moet Shopify ongeveer $5,48 vrije kas per aandeel genereren. Die kas moet na normale aandelenbeloning en verwatering overblijven. Een stijgende omzet zonder hogere vrije kas per aandeel is onvoldoende. De samenwerking met Meta is dus pas waardevol wanneer extra handelsvolume tegen aantrekkelijke netto-opbrengst binnenkomt. GMV is de winkelomzet van merchants en niet de omzet van Shopify zelf. Alleen de vergoeding op dat volume stroomt door naar Shopify. Het sterkste tegenargument Een merchant hoeft niet te kiezen tussen Meta en een eigen winkel. Shopify kan orders uit Muse verwerken en tegelijk klantgegevens, voorraad en fulfilment in één systeem bijhouden. De neutraliteit tegenover verkoopkanalen is juist een van zijn sterkste voordelen. Bovendien kan Shop Pay een herkenbare vertrouwenslaag worden voor consumenten die een AI-agent opdracht geven. Wanneer de wallet conversie verhoogt en fraude beperkt, houdt Shopify onderhandelingsmacht ondanks dat de ontdekking elders plaatsvindt. Waar de cijfers bewijs moeten leveren Volg hoeveel GMV via agentische kanalen loopt, welke betalingsmethoden worden gebruikt en of de merchant solutions-marge verbetert. Kijk ook naar fraude, retouren en klantenservice. Een agent kan het aankoopvolume verhogen en tegelijk verkeerde of impulsieve orders veroorzaken. De belangrijkste maatstaf blijft vrije kasstroom per verwaterd aandeel. Daarin komen volume, take rate, kosten en aandelenbeloning samen. De koers van $144,01 vraagt dat Shopify meer wordt dan een handige koppeling in Meta’s nieuwe winkelervaring. De catalogus wordt een distributieproduct Shopify Catalog vertaalt miljoenen afzonderlijke webwinkels naar gestructureerde productinformatie die een agent kan begrijpen. Beschikbaarheid, varianten, prijs en verzendvoorwaarden moeten betrouwbaar genoeg zijn om zonder menselijke navigatie te gebruiken. Dat maakt de catalogus zelf een belangrijk infrastructuurproduct. De kwaliteit van die data bepaalt de conversie. Een verkeerd geïnterpreteerde maat, voorraadstatus of retourvoorwaarde kan tot kostbare fouten leiden. Shopify kan hier waarde toevoegen door standaarden af te dwingen en merchants hulpmiddelen te geven om hun aanbod geschikt te maken voor agents. Shop Pay houdt een voet tussen de deur Wanneer Muse Shop Pay gebruikt, blijft Shopify betrokken bij identiteit, adresgegevens en betaling. Die positie kan de conversie verhogen omdat een consument niet voor iedere merchant opnieuw gegevens hoeft in te voeren. Het geeft Shopify bovendien signalen over transactievolumes buiten de klassieke storefront. De economische waarde hangt af van de vergoeding. Een hoge bruto betalingsomzet kan indrukwekkend lijken, terwijl netwerkkosten, chargebacks en partnervergoedingen een groot deel opslokken. Daarom is netto-opbrengst per transactie belangrijker dan alleen het aantal aankopen. Merchantdata wordt strategisch Merchants gebruiken Shopify niet alleen om af te rekenen. Zij beheren klantprofielen, marketing, voorraad, retouren en herhaalaankopen. Wanneer de agent de eerste interactie overneemt, moet duidelijk blijven welke gegevens terugvloeien naar de merchant en welke Meta voor zichzelf houdt. Een merchant die alleen een anonieme order ontvangt kan minder effectief een eigen klantrelatie opbouwen. Dat verhoogt afhankelijkheid van het platform dat de volgende aanbeveling geeft. Shopify verdedigt zijn positie het best wanneer het merchants genoeg toestemming en data geeft om service en loyaliteit zelf te blijven beheren. Agenten veranderen advertentiekosten Een AI-agent kan zoekadvertenties en sociale campagnes deels vervangen door direct producten te vergelijken. Dat kan merchants acquisitiekosten besparen. Meta zal die economische waarde waarschijnlijk niet gratis weggeven. Het kan abonnementen, transactievergoedingen of nieuwe advertentieproducten rond Muse bouwen. Voor Shopify is de vraag wie de rekening betaalt. Als Meta een hogere vergoeding bij de merchant legt, kan de totale take rate stijgen zonder dat Shopify zelf meer verdient. Het gunstige scenario ontstaat wanneer agentisch verkeer echt additioneel is en de totale verkoopkosten per order dalen. Retouren en fraude volgen de groei Meer gemak kan ook meer foutieve bestellingen veroorzaken. Een agent die context mist, kiest mogelijk de verkeerde maat of variant. Retouren kosten fulfilment, klantenservice en betaalverwerking. Bij fysieke producten kan die rekening een groot deel van de marge opeten. Shopify heeft ervaring met fraudedetectie en orderbeheer, maar agentische transacties creëren nieuwe patronen. Verantwoordelijkheid moet duidelijk zijn wanneer Muse een fout maakt, de merchant onjuiste data levert of de consument achteraf ontkent opdracht te hebben gegeven. Risicokosten horen in de netto-economie van het kanaal. Waarom neutraliteit waardevol kan zijn Shopify bouwt geen gesloten marktplaats met één eigen assortiment. Het kan daardoor tegelijk met Meta, Google, OpenAI en andere agenten werken. Als merchants hun productdata maar één keer hoeven aan te sluiten, wordt Shopify de neutrale vertaallaag tussen winkels en AI-interfaces. Die positie is aantrekkelijk zolang de agentplatforms Shopify nodig hebben voor betrouwbare catalogus- en betaalgegevens. De onderhandelingsmacht verdwijnt wanneer een dominante agent rechtstreeks grote merchants aansluit. Diversificatie over meerdere agents is daarom net zo belangrijk als het succes van Muse zelf. Conclusie Shopify heeft de deur voor Muse bewust geopend. Dat vergroot de markt voor zijn handelsinfrastructuur, maar levert een deel van de voorkant in. De ideale uitkomst is dat Meta vraag brengt en Shopify catalogus, betaling en merchantrelatie economisch relevant houdt. Foto: Tobi Lütke, medeoprichter en CEO van Shopify. Credit Shopify, officiële archieffoto.

  • Ruim achthonderdduizend extra spaarders en beleggers dreigen mee te betalen aan de nieuwe box 3

    De contouren van de nieuwe box 3 worden ineens concreet. De coalitiepartijen D66, VVD en CDA zijn het onderling eens geworden over een pakket voor de vermogensbelasting, meldde het FD maandag. De Tweede Kamer wacht nu op de brief waarin minister van Financiën Eelco Heinen de toezeggingen aan de oppositie op papier zet. Die brief wordt uiterlijk vóór de Algemene Financiële Beschouwingen van woensdag verwacht en ondertussen lekken de details naar buiten. Daaruit blijkt dat niet alleen vermogende beleggers de rekening krijgen. Juist kleine spaarders en beleggers dreigen mee te betalen. In het kort Het kabinet wil vanaf 2028 vermogenswinst pas belasten bij verkoop en schrapt tegelijk de bezuinigingen op WW en WIA om de linkse oppositie binnenboord te halen. Volgens uitgelekte plannen waarover het AD dinsdag bericht, zakt het belastingvrije rendement in het nieuwe stelsel van 1.800 naar circa 1.000 euro per persoon, waardoor ongeveer 850.000 extra Nederlanders box 3-belasting gaan betalen. De NOS meldde dinsdag dat de overstap de schatkist per saldo miljarden kost en dat het kabinet naar creatieve dekking zoekt. De brief van minister Heinen moet uiterlijk woensdagochtend duidelijkheid geven, daarna begint het begrotingsdebat. Direct naar een onderdeel van dit artikel De coalitie is er onderling uit en nu telt elke dag Winst pas belast bij verkoop maar de vrijstelling gaat omlaag De schatkist mist miljarden en de dekking is nog niet rond Morgen begint het debat en een totaaldeal lijkt ver weg Wat dit voor jou betekent De coalitie is er onderling uit en nu telt elke dag Coalitie onderling eens over pakket box 3, nu nog akkoord met oppositie, zo kopte het FD maandag. Dat is een wezenlijke stap na een zomer vol geruzie. Begin september schoof het kabinet een besluit over de toekomst van box 3 nog door naar de Voorjaarsnota van 2027, tot het box 3 vorige week vrijdag ineens op de onderhandelingstafel legde om steun voor de begroting te winnen. Afgelopen weekend en maandag spraken Pro, Volt, ChristenUnie, JA21, SGP en 50PLUS met premier Jetten en minister Heinen. Voorman Jan Struijs van 50PLUS toonde zich na zijn gesprek van maandag tevreden, kopte het Reformatorisch Dagblad. De NOS meldde dinsdagmiddag dat de oppositie uitkijkt naar de brief waarin onder meer het schrappen van de bezuinigingen op de uitkeringen en de aanpassingen in box 3 op papier komen te staan. Winst pas belast bij verkoop maar de vrijstelling gaat omlaag De kern van het pakket lekte afgelopen weekend al uit: een vermogenswinstbelasting waarbij je koerswinst op onder meer aandelen en obligaties pas afrekent bij verkoop, in plaats van jaarlijks belasting te betalen over een verondersteld rendement van 6,00 procent. Wat dat voorstel voor jouw portefeuille kan betekenen, lazen we zondag al uitgebreid na. Dinsdag kwam daar een pijnlijke keerzijde bij. Volgens uitgelekte plannen waarover het AD bericht, gaat het heffingsvrije resultaat in het nieuwe stelsel van 1.800 naar ongeveer 1.000 euro rendement per persoon. Daardoor zouden circa 850.000 Nederlanders die nu buiten de heffing blijven, straks wél box 3-belasting betalen, bovenop de circa 2,2 miljoen mensen die al meedoen. Maandag meldden Haagse ingewijden via persbureau ANP bovendien dat ook het huidige heffingsvrije vermogen van 59.357 euro per persoon ter discussie staat. Zo verschuift een deel van de rekening naar kleine vermogens. Wie straks net boven de nieuwe grens uitkomt, betaalt tientallen euro's per jaar extra, terwijl beleggers met flinke papieren winsten juist uitstel krijgen zolang ze niet verkopen. De schatkist mist miljarden en de dekking is nog niet rond Waarom die vrijstelling omlaag moet, is geen geheim. De vermogenswinstbelasting op aandelen levert vanaf 2028 minder op dan het huidige forfaitaire stelsel en kost de schatkist daarmee miljarden aan belastinginkomsten, meldde de NOS dinsdag. Het kabinet zoekt daarom naar wat de omroep creatieve oplossingen noemt, waarbij eerder al uitlekte dat ook ondernemers met een bv in beeld zijn. Hoe zo'n compromis de rekening naar iemand anders verschuift, beschreven we vorige week. Het schrappen van de bezuinigingen op WW en WIA slaat daarnaast een gat van circa 3 miljard euro. Het kabinet hoopt dat hervormingen via overleg met vakbonden en werkgevers alsnog geld opleveren, maar dat overleg kan volgens de NOS een jaar of langer duren. De rekening is dus nog allerminst rond. Morgen begint het debat en een totaaldeal lijkt ver weg Bij de linkse partijen valt het pakket in vruchtbare aarde. 'Ik heb nu gezien dat die bereidheid er is', zei Pro-leider Jesse Klaver maandag bij WNL over het volledig sparen van de sociale zekerheid. JA21-voorman Joost Eerdmans klonk zuiniger: 'Het lijkt mij wat meer links dan rechts.' Met alleen Pro en Volt heeft het kabinet in beide Kamers al een meerderheid, rekende politiek verslaggever Mats Akkerman van WNL voor. Toch is een handtekening nog ver weg. Een totaaldeal over meerdere jaren lijkt er voorlopig niet in te zitten en mogelijk moet per begroting apart worden onderhandeld, schetste de NOS dinsdag. Daarnaast wil de Eerste Kamer op 5 oktober opheldering van Heinen en staatssecretaris Eerenberg, nadat de senaat eerder al helderheid over box 3 eiste. Wat dit voor jou betekent Besloten is er nog niets. Voor 2026 en 2027 blijft het huidige stelsel gewoon staan: 36 procent belasting over een verondersteld rendement van 6,00 procent op beleggingen, een heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon en de tegenbewijsregeling voor wie aantoonbaar minder rendement haalde. De brief van Heinen en het debat van woensdag en donderdag bepalen of dit pakket het haalt. Let daarbij vooral op de precieze bedragen: de nieuwe vrijstelling, het tarief en de vraag wie de overgangsjaren betaalt. Zodra de brief er ligt, lees je de details op De Belegger. Foto: Rijksoverheid (CC0).

  • Bij de Vanguard All-World-ETF is de beursprijs niet de waarde

    In het kort VWRL sloot op 28 september op €163,94 op Euronext Amsterdam. Het fonds heeft ISIN IE00B3RBWM25, luidt op deze beurs in euro en keert dividend uit. De portefeuille volgt de FTSE All-World Index via fysieke sampling. De spreiding is breed, maar de beursprijs is niet hetzelfde begrip als de intrinsieke waarde. De intrinsieke waarde telt de actuele waarde van de portefeuille op en trekt verplichtingen af. De beursprijs ontstaat in het orderboek. Meestal liggen beide dicht bij elkaar, maar niet op ieder moment exact. Hoe marketmakers het verschil klein houden Grote professionele partijen kunnen ETF-aandelen creëren of inwisselen tegen een mandje onderliggende aandelen. Staat de ETF te duur, dan kan een marketmaker het mandje kopen, nieuwe ETF-stukken laten creëren en die verkopen. Staat de ETF te goedkoop, dan werkt de route andersom. Die arbitrage houdt de prijs doorgaans dicht bij de fondswaarde. Zij is geen natuurwet. Wanneer een deel van de onderliggende markten gesloten is of heftig beweegt, moeten marketmakers meer risico in de spread verwerken. De spread is een echte kostenpost Een koper betaalt de laatprijs en een verkoper ontvangt de biedprijs. Het verschil is geen jaarlijkse fondskostenregel, maar wel economisch verlies bij elke heen-en-terugtransactie. Voor een belegger die lang vasthoudt is dit meestal klein. Bij veel handelen stapelt het zich op. Een limietorder kan voorkomen dat een order onverwacht tegen een veel slechtere prijs wordt uitgevoerd. Het beste moment is vaak wanneer Europa én een groot deel van de Amerikaanse markt open zijn. Dan zijn meer onderliggende prijzen actueel. Lees ook: iShares World-ETF keert niets uit en betaalt toch bronbelasting Wat €163,94 verlangt Bij een eigen aanname van 22,5 keer onderliggende winst en een eindmultiple van 20 in 2029 moet de portefeuillewinst ongeveer 12% per jaar groeien om 8% koersrendement per jaar te halen. Dividend komt daar bij een uitkerende shareclass nog bovenop, maar is geen gratis extra wanneer het uit de fondswaarde wordt betaald. Deze omgekeerde waardering is bewust streng. Een wereld-ETF vermindert ondernemingsrisico, maar verwijdert waarderingsrisico niet. Als wereldwijde multiples dalen, kan brede spreiding tegelijk breed verlies betekenen. Het sterkste tegenargument VWRL wordt zeer actief verhandeld en het creatie- en inwisselmechanisme werkt onder normale omstandigheden efficiënt. De kans op een langdurig grote premie of korting is daardoor beperkt. Voor periodieke langetermijnbeleggers zal winstgroei veel belangrijker zijn dan enkele basispunten uitvoering. Dat klopt, maar juist daarom verdient orderuitvoering een eenvoudige vaste regel. Gebruik een limiet, vermijd illiquide uren en kijk naar bied én laat. Een kostenpost die klein is hoeft niet onnodig te zijn. Wat te volgen Controleer de officiële fondsgegevens, de actuele bied-laatspread, handelsvolume en indicatieve fondswaarde. Vergelijk daarnaast de ETF met de index over langere perioden. Tracking difference omvat meer dan de gepubliceerde kosten. Bij een uitkerend fonds hoort ook het dividend apart in de rendementsrekening. De koers daalt op de ex-dividenddatum ongeveer met de uitkering. Koersrendement en totaalrendement zijn daarom twee verschillende uitkomsten. Wanneer de intrinsieke waarde achterloopt VWRL bevat aandelen uit veel tijdzones. Wanneer Amsterdam open is, kunnen markten in Azië al gesloten zijn en de Verenigde Staten nog dicht. De laatst bekende officiële prijzen zijn dan niet voor ieder effect even actueel. Een marketmaker schat waar die gesloten markten zouden handelen op basis van futures, valuta en vergelijkbare effecten. Daardoor kan de beursprijs tijdelijk een betere actuele indicatie zijn dan de laatst berekende fondswaarde. Een premie is dus niet altijd bewijs dat kopers irrationeel te veel betalen. Zij kan ook betekenen dat de officiële portefeuillewaarde nog oude slotkoersen bevat. Hetzelfde geldt voor een korting. Het belangrijkste is of het verschil verdwijnt zodra onderliggende markten openen en arbitrage weer volledig mogelijk wordt. Sampling brengt een extra laag VWRL gebruikt fysieke sampling. Het fonds hoeft niet ieder indexaandeel exact in dezelfde fractie te bezitten wanneer een representatieve selectie goedkoper en praktisch uitvoerbaar is. Bij duizenden effecten kan dat transactiekosten, belastingen en operationele complexiteit beperken. Sampling introduceert wel trackingrisico. De geselecteerde portefeuille kan kort beter of slechter presteren dan de index. Dat effect hoort samen met kosten, bronbelasting en handelsfrictie in de tracking difference. Een jaarlijkse kostenratio alleen vertelt daarom niet hoeveel rendement uiteindelijk achterblijft bij de index. Valuta zit op twee niveaus De notering in euro bepaalt de handelsrekening, maar niet de economische munt van de onderliggende ondernemingen. Amerikaanse, Japanse en Europese bedrijven verdienen bovendien vaak wereldwijd. De koers van de ETF reageert daardoor op valutaomrekening én op de invloed die wisselkoersen hebben op bedrijfswinsten. Een sterkere euro kan de eurokoers van buitenlandse aandelen drukken. Tegelijk kunnen Europese bedrijven voordeel hebben van goedkopere importen en nadeel van minder waardevolle buitenlandse omzet. Een eenvoudige valutahedge haalt alleen het eerste effect weg. Zij verandert niet hoe wisselkoersen de winst van de ondernemingen zelf beïnvloeden. Dividend is geen aparte bonus VWRL is de uitkerende shareclass. Wanneer het fonds dividend betaalt, daalt de intrinsieke waarde in beginsel met ongeveer hetzelfde bedrag. De belegger krijgt cash, maar wordt niet plots rijker. Totaalrendement telt koersverandering en ontvangen dividend samen. Wie de uitkering herbelegt koopt nieuwe stukken tegen de dan geldende beursprijs en spread. Dat verschilt operationeel van een accumulerende shareclass, waar het fonds intern herbelegt. Belastingen en brokerkosten kunnen de uiteindelijke uitkomst verder laten afwijken. Daarom zijn koersscenario’s zonder dividend bewust geen volledige voorspelling van totaalrendement. Stress laat het mechanisme zien Tijdens onrust kunnen spreads fors oplopen. Marketmakers moeten zich beschermen tegen snel bewegende onderliggende prijzen en duurdere hedges. Een belegger die op zo’n moment met een marktorder verkoopt, kan duidelijk onder de laatst getoonde koers uitkomen. Dat betekent niet dat de ETF kapot is. Een bredere spread is vaak juist de prijs van onmiddellijke liquiditeit wanneer losse aandelen minder makkelijk verhandelbaar zijn. Voor een langetermijnbelegger kan wachten op rust goedkoper zijn. Wie onmiddellijk moet handelen, betaalt voor snelheid. De waardering blijft de hoofdmotor Uitvoeringskosten zijn belangrijk, maar zij mogen de grotere vraag niet overschaduwen. Bij €163,94 bepaalt vooral hoeveel winst de wereldportefeuille verdient en welke multiple beleggers daarop willen betalen. Een daling van de onderliggende waardering met enkele punten weegt veel zwaarder dan een normale spread. Daarom hoort een VWRL-analyse beide niveaus te scheiden. De productlaag gaat over spread, tracking, dividend en valuta. De beleggingslaag gaat over winstgroei, landenmix, sectorconcentratie en waardering. Een goed product kan duur zijn, en een aantrekkelijke portefeuille kan onhandig worden gekocht. Conclusie VWRL blijft een praktisch instrument voor brede aandelenblootstelling. De eenvoud van één ticker verhult alleen een mechanisme met duizenden effecten, meerdere valuta en marketmakers. Wie rustig en met een limiet handelt, houdt de uitvoering dicht bij de fondswaarde. Beeld: wereldwijde portefeuille als illustratie van VWRL. Credit Vanguard, officiële fondsdocumentatie.

  • Microsoft steekt 35,8 miljard dollar in zijn AI-fabriek

    In het kort Microsoft noteerde op 29 september om 00.15 UTC op $509,22. Bij de kwartaalcijfers van 29 juli meldde het concern $90,0 miljard omzet en $40,6 miljard operationele winst. Azure groeide 43%. De operationele motor draait dus hard. De kasstroom laat een tweede werkelijkheid zien. Microsoft ontving $55,4 miljard uit de bedrijfsvoering en betaalde $35,8 miljard contant voor materiële activa. Daardoor bleef $19,6 miljard vrije kasstroom over. Dat is veel geld, maar duidelijk minder dan de winstgroei alleen doet vermoeden. De AI-fabriek wordt eerst betaald Datacenters, chips, netwerkapparatuur en stroomaansluitingen moeten gereed zijn voordat een klant ze volledig gebruikt. Microsoft verwachtte voor het eerste kwartaal van boekjaar 2027 zelfs meer dan $50 miljard capex. Een deel loopt via leases, waardoor de totale economische investering hoger kan zijn dan alleen de contante betaling. Management zei dat ongeveer twee derde van de kwartaalinvesteringen naar korter levende activa zoals CPU’s en GPU’s ging. Die slijten economisch sneller dan een gebouw. De rekening keert daarom terug als afschrijving, ook wanneer de eerste cashuitgave al achter de rug is. Vrije kasstroom is hier de strengste meetlat Operationele kasstroom profiteert van winst, vooruitbetalingen en het moment waarop leveranciers worden betaald. Vrije kasstroom trekt de contante investeringen af. Voor een bedrijf dat zijn infrastructuur zo snel uitbreidt, geeft die uitkomst beter weer hoeveel geld na de bouwrekening overblijft. Het verschil is niet automatisch slecht. Een rendabele investering mag vrije kas vandaag verlagen om later meer omzet te leveren. De kernvraag is of iedere extra dollar datacentercapaciteit voldoende Azure-, Copilot- en andere cloudomzet oplevert. Lees ook: Waarom ik na 150% winst op Microsoft niet blind opnieuw instap Wat $509,22 verlangt Bij 25 keer winst in 2029 en 9% jaarlijks koersrendement moet Microsoft ongeveer $26,37 winst per aandeel verdienen. Dat ligt bijna 47% boven de $17,95 van boekjaar 2026. De vereiste groei is stevig, maar niet ondenkbaar voor een bedrijf met Azure, Office, beveiliging en advertentie-inkomsten. De waardering laat weinig ruimte voor een langdurige periode waarin capex, afschrijving en energiekosten sneller stijgen dan de cloudomzet. Een hoge orderportefeuille helpt, maar een order is pas economisch waardevol wanneer levering en marge volgen. Het sterkste tegenargument Microsoft beschikt over een distributievoordeel dat nieuwe AI-aanbieders missen. De onderneming verkoopt al software aan vrijwel iedere grote organisatie en kan nieuwe functies via bestaande contracten verspreiden. Daardoor kan de benutting van nieuwe capaciteit sneller oplopen dan bij een losse datacenterbouwer. Bovendien bestaat de bouwrekening niet alleen uit experimentele AI. Azure bedient databases, opslag, beveiliging en gewone bedrijfssoftware. Ook wanneer één Copilot-product tegenvalt, kan dezelfde infrastructuur andere workloads dragen. Waar de volgende cijfers om draaien Volg operationele kasstroom, cashinvesteringen, finance leases en afschrijving naast Azure-groei. Kijk vooral of vrije kasstroom per aandeel weer sneller groeit zodra de nieuwe capaciteit omzet produceert. De omzetgroei bewijst dat er vraag is. De vrije kasstroom moet nog bewijzen dat de prijs van die vraag aantrekkelijk blijft. Dat onderscheid maakt het aandeel rond $509,22 minder eenvoudig dan een blik op 43% Azure-groei suggereert. Capex is niet hetzelfde als kosten De volledige $35,8 miljard cashinvestering komt niet meteen door de winst- en verliesrekening. Microsoft zet gebouwen, servers en netwerkapparatuur op de balans en schrijft die activa over meerdere jaren af. Daardoor kan de nettowinst vandaag sterk blijven terwijl de kas het geld al heeft verlaten. Voor de waardering zijn beide beelden nodig. De kasstroom toont de financieringsdruk nu; de afschrijving toont later hoeveel van de investering ieder kwartaal als kosten terugkomt. Dat verschil wordt groter wanneer de levensduur van chips kort is. Een datacentergebouw kan decennia bruikbaar blijven, maar een accelerator kan economisch na enkele jaren verouderd zijn. Een langere boekhoudkundige levensduur verhoogt de winst op korte termijn, maar verandert de technische werkelijkheid niet. Daarom verdienen afschrijvingsbeleid, verkochte oude apparatuur en eventuele bijzondere waardeverminderingen naast capex een vaste plek in de kwartaalcontrole. Leases verplaatsen de rekening Microsoft gebruikt naast contante aankopen ook finance leases. Daarbij verschijnt een actief én een schuld op de balans, terwijl de kasbetalingen over tijd volgen. Alleen naar cash capex kijken kan de bouwgolf daarom onderschatten. Andersom mag de toekomstige leasebetaling niet nogmaals als nieuwe investering worden geteld wanneer het actief al in de capaciteitsanalyse zit. Het gaat om één economische verplichting met een ander betaalritme. Voor beleggers is de praktische aanpak eenvoudig. Tel contante investeringen, nieuwe finance leases en contractuele bouwverplichtingen apart. Vergelijk dat totaal vervolgens met de omzet die de nieuwe capaciteit naar verwachting ondersteunt. Zo ontstaat een beeld van de volledige kapitaalvraag zonder leases en capex dubbel te tellen. Het orderboek heeft verschillende snelheden De remaining performance obligations van $678 miljard klinkt als een enorme omzetbuffer. Niet ieder onderdeel wordt even snel geleverd. Een meerjarig cloudcontract kan minimumafnames, opties of sterk oplopend gebruik bevatten. De waarde voor de komende twaalf maanden is daarom anders dan de waarde die pas veel later wordt erkend. Ook de mix telt. OpenAI-gerelateerde verplichtingen kunnen groot zijn, maar vragen mogelijk tegelijk veel schaarse capaciteit en specifieke chips. Een dollar orderboek met een lage toekomstige marge is minder waard dan een dollar softwareverlenging waarvoor weinig extra kapitaal nodig is. De kwaliteit van het orderboek blijkt uiteindelijk uit omzetconversie, brutomarge en kasinning. AI-prijsdalingen werken twee kanten op Goedkopere rekenkracht kan de vraag sterk verhogen. Wanneer klanten meer toepassingen rendabel kunnen maken, stijgt het aantal tokens en workloads. Microsoft kan dan ondanks lagere prijzen meer omzet per datacenter verdienen. Dit is de positieve volumekant van de investering. De negatieve kant is dat concurrenten dezelfde technische vooruitgang krijgen. AWS, Google en gespecialiseerde clouds kunnen prijsverlagingen snel volgen. Als capaciteit minder schaars wordt voordat gebruik voldoende stijgt, daalt het rendement op de nieuwste hardware. De nuttigste maatstaf is daarom omzet en operationele kasstroom per geïnvesteerde dollar, niet alleen het aantal verkochte AI-diensten. Aandeleninkoop lost de kapitaalvraag niet op Microsoft gaf in het kwartaal $10,2 miljard terug aan aandeelhouders via dividend en inkoop. Dat is royaal, maar veel kleiner dan de bouwrekening. Inkoop kan de winst per aandeel verhogen wanneer stukken goedkoop worden gekocht. Bij een hoge multiple is hetzelfde bedrag minder effectief, omdat Microsoft minder aandelen intrekt. Aandelenbeloning moet in dezelfde vergelijking blijven. Wanneer inkoop vooral nieuwe personeelsaandelen neutraliseert, is de daling van het uitstaande aantal kleiner dan het bruto inkoopbedrag suggereert. Voor de scenario’s telt daarom winst per verwaterd aandeel. Dat voorkomt dat dezelfde kas eerst als inkoopvoordeel en daarna nog eens als volledige bedrijfswaarde verschijnt. Een bruikbare kwartaalcheck Een goede controle begint met vier regels: Azure-groei, operationele kasstroom, totale nieuwe infrastructuurverplichtingen en vrije kasstroom per verwaterd aandeel. Stijgen alle vier, dan groeit vraag én financiële opbrengst. Stijgt alleen omzet terwijl vrije kas daalt, dan koopt Microsoft groei vooruit en moet later rendement volgen. De huidige koers kan zo’n investeringsfase verdragen zolang het bedrijf zijn prijszetting en bezetting behoudt. De foutmarge neemt alleen af. Bij $509,22 betaalt de markt niet voor een experiment, maar voor een platform dat de extra datacenters jarenlang winstgevend vult. Conclusie Microsoft bouwt een infrastructuur die jaren omzet kan dragen. De beurs betaalt nu al voor een groot deel van dat succes. Zolang de cashbouwrekening sneller stijgt dan de vrije kas, blijft het rendement op die investering de belangrijkste controle. Foto: Satya Nadella, voorzitter en CEO van Microsoft. Credit Microsoft, officiële archieffoto.

  • Besi mikt op 2,2 miljard omzet maar moet dat bewijzen

    In het kort Besi sloot op 28 september op €184,35 op Euronext Amsterdam. Op 18 juni verhoogde het bedrijf zijn langetermijndoel van €1,5 tot €1,9 miljard omzet naar €1,7 tot €2,2 miljard. De beoogde operationele marge ging van 40% tot 55% naar 45% tot 55%. De onderkant van de winstambitie werd dus duidelijk hoger. Bij de cijfers van 23 juli liet Besi zien waarom. De kwartaalomzet steeg 68,7% naar €249,9 miljoen, orders stegen 128,8% naar €292,9 miljoen en de brutomarge bereikte 65,7%. Hybrid bonding, photonics en datacentertoepassingen droegen breed bij. Een doelmodel is geen jaarverwachting De band van €1,7 tot €2,2 miljard is een langetermijnmodel, geen belofte voor 2026 of 2027. Zij beschrijft welke schaal Besi denkt te kunnen bereiken wanneer de markten en productadoptie meewerken. De timing blijft afhankelijk van klantfabrieken, kwalificatie en de chipcyclus. Dat onderscheid is belangrijk. Een belegger kan niet zomaar €2,2 miljard omzet en 55% marge als volgende jaarwinst in een koers-winstverhouding zetten. Eerst moeten machines worden besteld, geleverd en geaccepteerd. Waarom de marge zo hoog kan zijn Besi verkoopt gespecialiseerde assemblagemachines met veel proceskennis en een relatief lichte eigen productiebasis. Wanneer high-end hybrid-bondingsystemen een groter deel van de mix vormen, kan de brutomarge stijgen. De operationele kosten groeien bovendien minder snel dan omzet zodra de organisatie voldoende schaal heeft. Dezelfde hefboom werkt terug. Minder volume of een zwakkere mix laat R&D en verkoopkosten over minder omzet lopen. Daarom is de onderkant van 45% ambitieus, niet automatisch defensief. Lees ook: Hoeveel van Besi’s hybrid-bondingdoorbraak zit in de koers? Wat €184,35 verlangt Bij 35 keer winst in 2029 en 9% vereist jaarlijks koersrendement moet Besi ongeveer €6,82 winst per aandeel verdienen. Dat vraagt dat het bedrijf de sterke ordercyclus omzet in meerdere jaren hoge omzet en marge. Het tweede kwartaal leverde €89 miljoen nettowinst, een nettomarge van 35,6%. Jaarlijks doortrekken is verleidelijk, maar halfgeleiderapparatuur wordt in golven besteld. Een genormaliseerde winstbasis blijft verstandiger. Het sterkste tegenargument Hybrid bonding kan een structurele verschuiving worden. Meer chiplets en HBM-stapels vragen verbindingen met hoge dichtheid en laag energieverlies. Als Besi zijn technologische voorsprong behoudt, kan de markt jaren groeien en de bovenzijde van het doelmodel overschrijden. Klanten spreiden tegelijk leveranciersrisico en ontwikkelen processen samen met concurrenten. Orders kunnen groot en geconcentreerd zijn. Een vertraging bij één belangrijk programma is in een kwartaal meteen zichtbaar. De meetlat Volg orders, book-to-bill, omzetconversie, brutomarge en operationele kosten. Vergelijk het rollende jaar met de langetermijnband in plaats van één recordkwartaal. Kijk ook naar kasstroom: hoge marges moeten uiteindelijk in netto kas en winst per aandeel verschijnen. De Q3-outlook van 23 juli mikte op 10% tot 15% omzetgroei ten opzichte van Q2 en een brutomarge van 63% tot 65%. Dat houdt het momentum hoog, maar ligt nog ruim onder de jaarlijkse schaal van het doelmodel. De cijfers die de kwaliteit verraden Besi's orderboek bevat geen terugkerende software-abonnementen. Een machine wordt besteld voor een concreet capaciteitsplan en kan worden verschoven wanneer de klant zijn fabrieksplanning aanpast. Book-to-bill boven één is gunstig, maar de kwaliteit van orders blijft belangrijk. Hybrid bonding vervangt niet ieder bestaand assemblageproces. Thermocompression bonding, die attach en traditionele verpakking blijven nodig voor verschillende producten en kostenniveaus. De mix bepaalt daarom hoeveel van de totale markt tegen Besi's hoogste marge wordt verkocht. Het doelmodel veronderstelt dat operationele kosten langzamer groeien dan omzet. R&D moet ondertussen hoog genoeg blijven om de voorsprong te behouden. Te scherp sturen op de marge kan toekomstige producten verzwakken, terwijl te veel projecten de hefboom vertragen. Netto kas geeft Besi ruimte voor dividend en inkoop, maar kapitaaluitkering mag niet als aparte waarde boven op dezelfde toekomstige winst worden geteld. De beste maatstaf blijft vrije kasstroom per aandeel na de investeringen die de technologiepositie beschermen. Conclusie Besi heeft zijn structurele ambitie overtuigend verhoogd. De koers van €184,35 rekent al op een groot deel van dat succes. De doorslag geeft daarom niet één orderpiek, maar de vraag of €1,7 tot €2,2 miljard omzet werkelijk met 45% tot 55% operationele marge kan worden verdiend. Foto: Richard Blickman, president en CEO van Besi. Credit Besi, officiële archieffoto.

  • Marvell draagt 2,4 miljard dollar goodwill die nog moet renderen

    In het kort Marvell noteerde op 29 september om 00.15 UTC op $251,90. In het kwartaalrapport van 28 augustus staat dat de onderneming $3,5 miljard betaalde voor Celestial AI. Daarvan werd ongeveer $2,394 miljard als goodwill geboekt en $951 miljoen als identificeerbare immateriële activa. De goodwill is niet fiscaal aftrekbaar. Goodwill is geen machine of patent met een zelfstandig marktprijskaartje. Het is het restant van de koopprijs dat management rechtvaardigt met synergie, talent, technologie en toekomstige groei. Die waarde wordt niet jaarlijks afgeschreven. Zij kan wel worden afgeboekt wanneer de verwachte kasstromen tegenvallen. Waarom Marvell Celestial wilde Celestial bouwt Photonic Fabric voor scale-up-verbindingen binnen grote AI-systemen. Naarmate accelerators sneller worden, vormt dataverkeer tussen chips een groter knelpunt. Optische verbindingen kunnen bandbreedte en energieverbruik verbeteren. Daarmee koopt Marvell niet alleen omzet, maar een positie in een mogelijk nieuwe architectuur. De strategische logica is sterk. De financiële logica moet nog blijken. Een veelbelovende technologie levert pas waarde wanneer klanten ontwerpen vastleggen, volumes bestellen en Marvell na productiekosten een aantrekkelijke marge overhoudt. De balans draagt al veel verwachtingen Marvells totale goodwill bedroeg op 1 augustus $13,9 miljard, tegen $11,1 miljard aan het begin van het boekjaar. Celestial, XConn en een kleinere overname voegden samen ongeveer $2,8 miljard toe. De identificeerbare immateriële activa worden wel geamortiseerd en drukken GAAP-winst. Aangepaste winst sluit die amortisatie vaak uit. Dat kan nuttig zijn voor de operationele trend, maar de koopprijs was echt. Als acquisities structureel nodig zijn om groei te leveren, is amortisatie niet louter ruis. Lees ook: IREN, Marvell en Workday vóór de cijfers Wat $251,90 verlangt Bij een eindmultiple van 30 en 9% vereist jaarlijks rendement moet Marvell in 2029 ongeveer $10,87 winst per aandeel verdienen. De actuele EPS ligt rond $3,02. Dat vereist forse winstgroei uit datacenterchips, netwerken en optiek. Het tweede kwartaal leverde $2,739 miljard omzet, 37% meer dan een jaar eerder. Datacenteromzet groeide 46%. De schaal groeit dus snel, maar de koers vraagt dat zij ook in GAAP-winst per aandeel landt. Het sterkste tegenargument Goodwill hoeft niet tastbaar te zijn om waardevol te zijn. Een geïntegreerd team, klantrelatie of technologieplatform kan veel meer verdienen dan de boekwaarde van losse activa. Als Celestial een standaard wordt in AI-netwerken, kan $3,5 miljard achteraf goedkoop blijken. Het risico is timing. Nieuwe interconnectarchitecturen vragen klantkwalificatie, productie en vaak jaren tussen ontwerp en volume. Voorwaardelijke betalingen kunnen bovendien extra cash en aandelen kosten wanneer omzetmijlpalen worden gehaald. Wat te volgen Volg design wins, daadwerkelijke Celestial-omzet, brutomarge, amortisatie, voorwaardelijke verplichtingen en vrije kasstroom per aandeel. Kijk ook of totale goodwill sneller stijgt dan operationele kasstroom. Een succesvolle integratie laat niet alleen demonstraties zien, maar terugkerende volumes bij meerdere klanten. Eén grote klant kan de omzet snel laten groeien en tegelijk prijsdruk en concentratierisico veroorzaken. De cijfers die de kwaliteit verraden De $951 miljoen identificeerbare activa omvat technologie en andere rechten die over hun geschatte levensduur worden afgeschreven. Kortere levensduur betekent hogere jaarlijkse amortisatie, maar ook een snellere erkenning dat technologie in halfgeleiders veroudert. Goodwill wordt pas getest wanneer indicatoren op waardeverlies wijzen. Een afboeking komt daardoor vaak laat en verandert de kasuitgave uit het verleden niet. Zij bevestigt wel dat de verwachte toekomstige winst lager is dan bij aankoop gedacht. Celestial kan ook synergie leveren buiten zijn eigen omzet. Als Photonic Fabric Marvells custom processors en switches aantrekkelijker maakt, verschijnt een deel van de opbrengst elders in de portefeuille. De analyse moet daarom klantwinst en gecombineerde systeemverkoop meenemen. Tegelijk kan verticale integratie bij hyperscalers de onderhandelingsmacht van Marvell beperken. Grote klanten ontwerpen meer zelf en hebben volume om lagere prijzen te eisen. Technologische relevantie garandeert niet automatisch een hoge leveranciersmarge. Conclusie Celestial AI past strategisch precies in Marvells AI-netwerkverhaal. De balans heeft die belofte al voor $3,5 miljard gekocht. Bij $251,90 moet de technologie daarom méér doen dan relevant blijven: zij moet de $2,4 miljard goodwill met winstgevende kasstromen verdienen. Foto: Matt Murphy, voorzitter en CEO van Marvell Technology. Credit Marvell, officiële archieffoto.

  • Recordsubsidie zegt nog niet hoeveel extra woningen verduurzamen

    In het kort Bijna 300.000 woningen kregen in 2025 een landelijke subsidie of lening voor verduurzaming, 22 procent meer dan een jaar eerder. Dat is een record in de nieuwe vijfjaarsreeks, maar nog geen bewijs dat de steun al die investeringen heeft veroorzaakt. De registraties laten vooral zien waar regelingen terechtkomen: 91 procent bij koopwoningen, vaak voor isolatie. De grote economische vraag is hoeveel extra energiebesparing de overheid per subsidie-euro koopt. Het CBS telde 292.700 woningen met een energiebesparende subsidie of lening in 2025. In 2024 waren dat er 239.100 en in 2023 271.600. De sprong van 53.600 ten opzichte van 2024 is dus stevig, maar volgt op een terugval van 12 procent. Wie alleen het nieuwste jaar bekijkt, mist die hobbel. De cijfers combineren woninggegevens met registraties van RVO en het Nationaal Warmtefonds. Ze omvatten onder meer ISDE, SVVE, SVOH en leningen. Een woning kan meer dan één regeling of maatregel hebben. De uitkomst is daarom een telling van ondersteunde verduurzaming, geen meting van het aantal woningen dat uitsluitend door overheidssteun in beweging kwam. Direct naar een onderdeel van dit artikel Het record meet gebruik en geen oorzaak De rekening verschilt sterk per uitgangspunt VvE’s blijven de lastigste groep De omgekeerde vraag legt de grens bloot Drie paden tot 2029 Meer bereik is niet automatisch meer rendement Het record meet gebruik en geen oorzaak Tussen 2021 en 2025 werden ruim 850.000 woningen ondersteund. Bijna drie kwart van de subsidies ging naar isolatie. Glas- en deurisolatie was in 2025 met 131.100 geregistreerde maatregelen de grootste categorie, gevolgd door 87.800 warmtepompen, 69.900 bodem- of vloerisolaties en 63.100 dak- of zolderisolaties. Eén woning kan in meerdere categorieën voorkomen, zodat de maatregelaantallen niet bij elkaar mogen worden opgeteld als unieke woningen. De toename bij glas is opvallend: van 90.200 maatregelen in 2024 naar 131.100 in 2025. Gevel- en spouwmuurisolatie bleef vrijwel vlak op 51.400, ver onder de 83.400 van 2023. Het CBS wijst voor de eerdere terugval onder meer op vertraging door de beschermde status van vleermuizen. De markt reageert dus niet alleen op subsidiebedragen, maar ook op vergunningen, uitvoeringsregels, energieprijzen en beschikbare vakmensen. De sterkste tegenwerping tegen voorzichtigheid is dat 292.700 ondersteunde woningen tastbaar resultaat zijn. Dat klopt. De maatregelen zijn geregistreerd en veel woningen worden comfortabeler en zuiniger. Alleen de causale beleidsvraag blijft open: hoeveel eigenaren zouden zonder subsidie ook HR++ glas of een warmtepomp hebben gekocht? Zonder vergelijkingsgroep kan een record zowel veel extra investeringen betekenen als veel steun voor plannen die al klaarstonden. De rekening verschilt sterk per uitgangspunt Een subsidie maakt een project goedkoper, maar het bestaande huis bepaalt of de investering financieel aantrekkelijk is. Milieu Centraal rekent voor 22 vierkante meter HR++ glas in bestaande kozijnen met 4.700 euro brutokosten. Bij één isolatiemaatregel is de landelijke ISDE 25 euro per vierkante meter, dus 550 euro. Netto blijft 4.150 euro over. Wie later binnen 24 maanden een tweede maatregel uitvoert, kan volgens RVO een hoger bedrag ontvangen; dat zit niet in dit voorbeeld. Bij enkelglas bespaart hetzelfde project volgens Milieu Centraal ongeveer 260 kubieke meter gas per jaar. Tegen de gebruikte langetermijngasprijs van 1,37 euro is dat 356 euro per jaar, of afgerond 30 euro per maand. De eenvoudige terugverdientijd is 4.150 gedeeld door 356, oftewel 11,7 jaar. Bij gewoon dubbelglas is de besparing slechts circa 70 kubieke meter, 96 euro per jaar en 8 euro per maand. Dan loopt de simpele terugverdientijd op tot ruim 43 jaar. Rente, onderhoud, comfort en woningwaarde zijn vereenvoudigd weggelaten. Daarmee profiteert niet iedere ontvanger evenveel. Een eigenaar met enkelglas en voldoende spaargeld kan veel energie besparen zonder financieringskosten. Een huishouden met dubbelglas haalt minder financieel rendement. Een eigenaar die moet lenen, betaalt rente, terwijl een huurder afhankelijk is van de verhuurder en mogelijk een hogere huur tegenover een lagere energierekening krijgt. Het beleidsresultaat hoort daarom niet alleen in aantallen woningen te worden gemeten, maar ook in bespaarde energie en bereik onder huishoudens die anders niet kunnen investeren. VvE’s blijven de lastigste groep De verdeling legt een structureel gat bloot. Van alle woningen werd in vijf jaar 10,3 procent met een onderzochte regeling verduurzaamd. Bij woningen onder een vereniging van eigenaars was dat 5,5 procent, tegen 11,4 procent bij woningen buiten een VvE. De niet-VvE-groep bereikte dus ruim twee keer zo vaak een regeling. Het verschil is 5,9 procentpunt. Dat gat past bij het mechanisme. In een appartement zijn dak, gevel en kozijnen vaak gemeenschappelijk bezit. Eigenaars moeten besluiten, offertes vergelijken, reserves en leningen regelen en kosten verdelen. Eén huishouden kan de maatregel niet altijd zelfstandig uitvoeren. Positief is dat het gebruik bij VvE-woningen nog stijgt, terwijl het buiten VvE’s sinds 2023 stabiliseert. Een algemene groei van het budget lost de besluitvorming binnen gebouwen echter niet vanzelf op. Ook regionaal zijn de verschillen groot. In Stadskanaal werd bijna 33 procent van de koopwoningen ondersteund, in Amsterdam 6,9 procent. Grote steden hebben relatief veel appartementen en VvE’s, maar woningtype is niet de enige verklaring. Inkomen, bouwjaar, gemeentelijke begeleiding en lokale programma’s spelen mee. De cijfers laten samenhang zien, geen ranglijst van gemeentelijke doelmatigheid. De omgekeerde vraag legt de grens bloot Meestal begint de rekensom bij de verwachte besparing. De omgekeerde vraag is scherper: hoeveel besparing is nodig om de netto investering binnen een gekozen termijn terug te verdienen? Voor 4.150 euro netto en twaalf jaar is dat 346 euro per jaar. Bij 1,37 euro per kubieke meter vraagt dat 253 kubieke meter minder gas. Dat ligt dicht bij de 260 kubieke meter die Milieu Centraal voor enkelglas noemt, maar ver boven de 70 kubieke meter bij gewoon dubbelglas. Deze grens maakt de keuze eerlijker. Voor enkelglas kan dezelfde subsidie een project naar een redelijke termijn duwen. Voor dubbelglas is het financiële argument zwakker en moeten comfort, tocht, geluid, onderhoud of een geplande kozijnrenovatie de rest dragen. De overheid kan daarom meer resultaat halen door steun en begeleiding te richten op slechte labels, enkelglas, lage inkomens en gebouwen waar collectieve besluitvorming vastloopt. Drie paden tot 2029 De reeks eindigt in 2025 en is geen voorspelling. Een eenvoudig scenario laat wel zien hoeveel verschil een volgehouden richting maakt. Het basispad houdt het aantal vanaf 2026 constant op 292.700 woningen per jaar. Dat levert in 2027 tot en met 2029 samen 878.100 registraties op. Het pad zegt niets over unieke woningen over meerdere jaren en ook niet over de gemiddelde energiebesparing. In een afkoelingspad daalt het aantal jaarlijks 8 procent door lagere energieprijzen, krappe uitvoering of beleidswijziging. Het model komt dan in 2029 uit op circa 210.000 woningen. In een versnellingspad groeit het jaarlijks 8 procent door betere VvE-aanpak, extra budget en hogere investeringsbereidheid. Dan komt 2029 op ongeveer 398.000. De formule is telkens het vorige jaar maal 0,92, 1,00 of 1,08. Deze aannames zijn geen kansen en geen CBS-raming. De aantallen alleen kunnen de drie paden niet rangschikken. Vierhonderdduizend kleine maatregelen die huishoudens toch al wilden uitvoeren kunnen minder extra energiebesparing opleveren dan tweehonderdduizend projecten bij slecht geïsoleerde woningen die zonder hulp niet haalbaar waren. Voor beleggers in isolatie, glas en installatie is volume relevant. Voor de belastingbetaler telt vooral het extra effect per euro. Meer bereik is niet automatisch meer rendement Mijn oordeel is dat het record positief is voor de uitvoering, maar nog te weinig zegt over doelmatigheid. De stijging bij glas laat zien dat subsidies, regels en marktcapaciteit samen veel volume kunnen losmaken. Tegelijk blijven VvE-woningen duidelijk achter en is niet bekend welk deel van de investeringen zonder steun ook was gedaan. Een subsidieprogramma dat alleen op aantallen stuurt, kan daardoor precies de makkelijke projecten belonen. Wie profiteert, zijn eigenaren die hun netto investering verlagen, installateurs en producenten met extra vraag, en huishoudens die minder energie gebruiken. Wie betaalt, zijn belastingbetalers en leners die rente dragen. De conclusie wordt sterker als nieuw onderzoek per regeling laat zien hoeveel extra investeringen, kubieke meters gasbesparing en bereik onder lage inkomens daadwerkelijk worden veroorzaakt. Zij verandert als blijkt dat het merendeel van de ontvangers toch al wilde investeren of dat de besparing per subsidie-euro structureel daalt. Lees ook: Europa pompt miljarden in de woningmarkt en deze aandelen kunnen profiteren

  • Palantirs kas is echt en toch niet helemaal vrij

    In het kort Palantir noteerde op 29 september om 00.15 UTC op $187,48. Bij de cijfers van 3 augustus meldde het bedrijf $1,94 miljard kwartaalomzet en $1,22 miljard aangepaste vrije kasstroom, een marge van 63%. Dat is indrukwekkend. De definitie telt werkgeversbelasting op aandelenbeloning terug. Die belasting is wel degelijk cash die het bedrijf verlaat. Aangepaste cijfers zijn nuttig wanneer zij de operationele trend zichtbaar maken. Ze worden misleidend wanneer de belegger ze behandelt alsof iedere dollar vrij beschikbaar is voor inkoop, overnames of dividend. Bij een waardering van ongeveer 160 keer de actuele winst is dat onderscheid groot. Waarom werkgeversbelasting telt Wanneer werknemers aandelen ontvangen en de koers sterk stijgt, kan ook de werkgeversbelasting op die beloning oplopen. Palantir beschouwt deze uitgave als een gevolg van aandelenbeloning en corrigeert haar in de aangepaste vrije kasstroom. Economisch blijft het een terugkerende personeelskostenpost zolang aandelen een belangrijk deel van de beloning vormen. Dezelfde beloning kan daarnaast het aantal aandelen verhogen. Zo ontstaat een dubbele controle: hoeveel cash gaat naar belasting en hoeveel winst wordt over meer stukken verdeeld? Een kasstroomcijfer zonder aandelenbasis is onvolledig. De kasstroom is wel echt sterk De kritiek op de definitie betekent niet dat Palantir geen kas genereert. Vooruitbetalingen, hoge softwaremarges en weinig fysieke activa maken het model uitzonderlijk kapitaallicht. De omzet groeide 93% en de Amerikaanse commerciële omzet 149%. Dat is niet met een boekhoudkundige correctie weg te redeneren. De juiste vraag is hoeveel van die kasstroom na normale personeelskosten duurzaam per aandeel overblijft. De gevoeligheidsmodule maakt dat verschil zichtbaar zonder de hele prestatie af te schrijven. Lees ook: Deze SaaS-bedrijven lijken springlevend Wat $187,48 verlangt Bij 80 keer winst in 2029 en 10% vereist jaarlijks koersrendement moet Palantir ongeveer $3,12 GAAP-winst per aandeel verdienen. De huidige EPS ligt rond $1,17. De onderneming moet dus snel doorgroeien én de winst per aandeel sneller laten stijgen dan de aandelenbasis. Een hoge multiple kan rationeel blijven bij uitzonderlijke groei. Zij maakt de koers tegelijk gevoelig voor kleine verschillen tussen aangepaste en gerapporteerde marges. Het sterkste tegenargument Palantir gebruikt aandelen om schaars technisch en commercieel talent aan te trekken. Wanneer dat talent software bouwt die tientallen jaren omzet genereert, kan de economische opbrengst groter zijn dan de verwatering. De beurskoers maakt de belasting hoog, maar weerspiegelt ook gecreëerde waarde. Dat argument houdt alleen stand wanneer omzet, GAAP-winst en vrije kasstroom per verwaterd aandeel blijven versnellen. Een stijgende aangepaste marge zonder stijgende eigenaarswinst is onvoldoende. Wat te volgen Volg GAAP-operationele marge, stock-based compensation, werkgeversbelasting, verwaterde aandelen en vrije kasstroom vóór correcties. Kijk ook naar contractopties: RDV en TCV veronderstellen vaak dat opties worden uitgeoefend, terwijl veel contracten voor gemak kunnen worden beëindigd. De combinatie van omzetgroei en echte kasmarge moet de waardering dragen. AIPCon-demonstraties tonen productwaarde, maar pas betaalde en geïncasseerde omzet maakt die waarde voor aandeelhouders tastbaar. De cijfers die de kwaliteit verraden Palantirs contractwaarde bevat vaak niet-uitgeoefende opties. Dat is normaal bij overheden en grote ondernemingen, maar het betekent dat RDV geen onvoorwaardelijke vordering is. Omzet ontstaat pas wanneer prestaties zijn geleverd en de boekhoudregels erkenning toestaan. Vooruitbetaling kan operationele kasstroom tijdelijk boven winst tillen. Dat is gunstig zolang levering volgt en klanten verlengen. Bij tragere groei kan de kasstroom juist terugvallen doordat dezelfde vooruitbetaling niet opnieuw binnenkomt. De onderneming heeft weinig fysieke capex nodig, maar investeert via mensen. Aandelenbeloning is daarom economisch vergelijkbaar met een deel van de ontwikkelingsrekening. Wegcorrigeren voor analyse kan, wegdenken voor waardering niet. Een sterke kasbalans levert rente-inkomsten en beschermt tegen tegenslag. Bij een hoge beurswaarde is die kas echter een klein deel van de prijs. De operationele softwarewinst moet vrijwel de volledige waardering dragen. Conclusie Palantir heeft een van de sterkste groeiprofielen in software. De 63% aangepaste kasmarge is alleen niet hetzelfde als 63% volledig vrije eigenaarskas. Bij $187,48 verdient de onbewerkte kasstroom evenveel aandacht als de spectaculaire groeicijfers. Foto: Alex Karp, medeoprichter en CEO van Palantir. Credit Palantir, officiële archieffoto.

bottom of page