Search this site
14003 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Dollarrisico reist onzichtbaar mee in Vanguards wereld-ETF
In het kort VWCE noteerde op 2 oktober 2026 op Euronext Amsterdam op €171,02. Het fonds is de accumulerende Ierse shareclass met ISIN IE00BK5BQT80, belegt fysiek via representatieve sampling en rekent 0,14% per jaar. De officiële factsheet van Vanguard telde eind augustus 3.784 posities, maar de Verenigde Staten wogen 61,68%. De euro-notering is geen valutadekking. De onderliggende bedrijven verdienen vooral dollars, maar ook yen, ponden en andere valuta. Een sterkere euro kan de koers in euro tijdelijk drukken, zelfs wanneer de ondernemingswinsten in lokale valuta groeien. Bij €171,02 is vooral de combinatie van winstgroei en waardering belangrijk. De portefeuille noteerde volgens Vanguard rond 21 keer winst. Wie 7% per jaar verlangt, rekent dus niet alleen op meer winst, maar ook op een P/E die niet te hard daalt. VWCE wordt vaak gekocht als eenvoudige wereldportefeuille. Dat is terecht in de zin dat één aandeel toegang geeft tot duizenden grote en middelgrote ondernemingen uit ontwikkelde en opkomende markten. Toch is het woord wereldfonds geen synoniem voor gelijk verdeeld. De Amerikaanse beurs is groot, Amerikaanse technologiebedrijven zijn zwaar en de meeste onderliggende valuta zijn niet afgedekt naar de euro. Daar zit de actuele beleggingsvraag. Een eurobelegger koopt niet alleen mondiale winstgroei, maar ook de huidige samenstelling van de wereldmarkt en een pakket valuta. Dat is op lange termijn geen fout. Het is wel een risico dat in rustige jaren gemakkelijk uit beeld verdwijnt. Direct naar een onderdeel van dit artikel Wat er werkelijk in één VWCE-aandeel zit Handelsvaluta en economische valuta zijn twee verschillende dingen De waardering vraagt nog steeds winstgroei Drie scenario's voor 2027, 2028 en 2029 Waar het mis kan gaan Conclusie Wat er werkelijk in één VWCE-aandeel zit Vanguard volgt de FTSE All-World Index. De index weegt bedrijven naar hun vrij verhandelbare beurswaarde. Daardoor krijgen landen en ondernemingen die op de beurs duurder worden vanzelf een groter gewicht. Dat maakt het fonds goedkoop en onderhoudsarm, maar het betekent ook dat de belegger de marktconcentratie accepteert in plaats van corrigeert. Eind augustus bestond 61,68% van de portefeuille uit Amerikaanse aandelen. Daarna volgden veel kleinere gewichten voor Japan, het Verenigd Koninkrijk, China, Canada en continentaal Europa. De grootste posities waren Amerikaanse megacaps. Duizenden namen beperken het risico dat één klein bedrijf de portefeuille breekt, maar ze neutraliseren niet het waarderingsrisico van de zwaarste markt. De accumulerende shareclass keert dividend niet uit. Ontvangen dividend wordt binnen het fonds herbelegd. Daardoor is de koersontwikkeling een betere benadering van het samengestelde rendement dan bij een uitkerende shareclass, al blijven bronbelasting en fondskosten in de nettovermogenswaarde verwerkt. Handelsvaluta en economische valuta zijn twee verschillende dingen VWCE wordt in Amsterdam in euro verhandeld. Dat voorkomt dat de belegger bij iedere transactie zelf dollars hoeft te wisselen, maar het verandert de onderliggende kasstromen niet. Een Amerikaans softwarebedrijf rapporteert in dollars. Een Japanse fabrikant verdient yen. De fondsbeheerder rekent al die waarden iedere dag om naar de valuta van de shareclass. Stijgt de euro met 10% tegenover een mandje onderliggende valuta, dan kan een lokale koersstijging deels verdwijnen bij omzetting naar euro. Het omgekeerde geldt ook. Een zwakke euro kan het rendement in euro versterken. Op één jaar is dat effect groot. Over een lange periode kan het wisselen, maar het verdwijnt niet automatisch. Voor een Nederlandse belegger is enige vreemde valuta logisch. Het salaris, de woning en veel verplichtingen zijn al eurogebonden. Wereldwijde aandelen spreiden de economische blootstelling. Het punt is daarom niet dat valutarisico slecht is, maar dat de Amsterdamse notering het niet wegneemt. De waardering vraagt nog steeds winstgroei Vanguard meldde een portefeuillewaardering van ongeveer 21 keer winst. Dat is geen extreme multiple voor een mandje met veel winstgevende kwaliteitsbedrijven, maar ook geen prijs waarbij groei onbelangrijk wordt. Als de winst per aandeel vijf jaar lang 6% groeit en de waardering gelijk blijft, volgt de fondswaarde die winstgroei grofweg, plus herbelegd dividend en minus kosten. Daalt de P/E van 21 naar 18, dan gaat een deel van die groei verloren. De reverse valuation maakt dat concreet. Bij een gewenst rendement van 7% en een P/E van 19 in 2029 moet de onderliggende winst sneller stijgen dan 7%, omdat de waardering tegenwerkt. Blijft de P/E op 21, dan ligt de vereiste winstgroei dichter bij het gewenste rendement. Een sterke euro of zwakke dollar kan de uitkomst voor een eurobelegger verder verlagen. Dat is ook het sterkste tegenargument tegen een te voorzichtige blik. De grootste ondernemingen verdienen wereldwijd, hebben hoge marges en investeren zwaar in kunstmatige intelligentie en automatisering. Als die investeringen de productiviteit verhogen, kan de winst langer bovengemiddeld groeien. Dan blijft een hogere waardering verdedigbaar. De belegger moet alleen voorkomen dat dezelfde optimistische groeiverwachting zowel in de winst als in de multiple wordt meegerekend. Drie scenario's voor 2027, 2028 en 2029 De koersen hieronder zijn scenario's per jaareinde in euro, gebaseerd op de slotkoers van €171,02 op 2 oktober 2026. De formule is de actuele koers vermenigvuldigd met verwachte onderliggende winstgroei, een waarderingsfactor en een valuta-effect, minus jaarlijks 0,14% fondskosten. Omdat de shareclass accumuleert, zit herbelegd dividend in de fondswaarde en wordt het niet nogmaals opgeteld. In het bearscenario stagneert de wereldwinst, zakt de portefeuille-P/E richting 16 à 17 en wordt de euro sterker. Het middenscenario veronderstelt ongeveer 6% jaarlijkse winstgroei, een geleidelijke normalisatie van de P/E en per saldo weinig valuta-effect. In het gunstige scenario groeit de winst 8% à 9%, blijft de waardering stevig en ondersteunt een relatief sterke dollar de eurokoers. Waar het mis kan gaan Het eerste risico is concentratie. Amerikaanse technologiebedrijven kunnen operationeel goed presteren en toch dalen wanneer beleggers een lagere multiple willen betalen. Het tweede is valuta. Een sterke euro kan meerdere jaren lokale rendementen temperen. Het derde is indexmechaniek: een marktgewogen fonds koopt niet bewust goedkoop, maar volgt waar de beurswaarde al groot is. Ook de spreiding over opkomende markten is kleiner dan veel beleggers denken. China, India en andere opkomende economieën zitten in de index, maar hun gezamenlijke beursgewicht blijft veel kleiner dan hun aandeel in de wereldeconomie. Wie economische productie gelijker wil wegen, moet dat naast VWCE organiseren en accepteert daarmee een actievere keuze. Daar staat een sterk voordeel tegenover. VWCE vraagt geen inschatting van de winnaar per land of sector. Nieuwe winnaars groeien vanzelf in de index; verliezers krimpen. Voor een lange horizon is dat een brede basis, zolang de belegger weet dat breed niet hetzelfde is als waarderingsvrij of valutavrij. Lees ook: waarom de Zuid-Koreaanse beurs anders werkt dan een wereldindex Conclusie VWCE blijft een van de eenvoudigste manieren om mondiale aandelen in één accumulerend fonds te bezitten. De actuele prijs van €171,02 veronderstelt echter dat de winst van vooral Amerikaanse ondernemingen blijft groeien en dat de waardering niet fors inzakt. De euro-notering beschermt daarbij niet tegen de dollar. Wie VWCE koopt, koopt dus drie dingen tegelijk: duizenden bedrijven, de marktkapitalisatiegewichten van vandaag en een pakket vreemde valuta. Voor de lange termijn kan dat uitstekend passen. Het beslissende punt is dat 3.784 posities de portefeuille breed maken, maar de 61,7% Amerikaanse weging niet ongedaan maken.
- Jouw wereld-ETF van iShares is niet tegen de dollar beschermd
In het kort IWDA sloot op 2 oktober 2026 op Euronext Amsterdam op €130,05. Het gaat om de Ierse, fysiek replicerende en accumulerende iShares Core MSCI World UCITS ETF met ISIN IE00B4L5Y983. De jaarlijkse kosten bedragen 0,20%. De portefeuille bevat ongeveer 1.250 aandelen uit ontwikkelde markten, maar circa 72% zit in de Verenigde Staten. Technologie woog begin oktober ongeveer 32%. Spreiding over veel namen voorkomt dus niet dat Amerikaanse winstgroei en waarderingen de uitkomst domineren. Een euro-notering is geen eurohedge. De shareclass rekent de onderliggende dollars, yens en andere valuta om naar euro. Bij een sterkere euro kan een goede ontwikkeling van de bedrijven minder zichtbaar worden in de ETF-koers. IWDA is een degelijke bouwsteen voor beleggers die ontwikkelde markten in één transactie willen kopen. Het fonds herbelegt dividend en laat de index het onderhoud doen. Daarmee verdwijnt de noodzaak om afzonderlijke winnaars te selecteren. Het risico verschuift alleen: van individuele ondernemingen naar de samenstelling, waardering en valuta van de wereldindex. De actuele analyse draait daarom niet om de vraag of 1.250 aandelen genoeg spreiding zijn. Dat zijn er ruim voldoende. De echte vraag is wat de belegger bij €130,05 impliciet verwacht van Amerikaanse winsten, de hoge technologie-weging en de euro tegenover de dollar. Direct naar een onderdeel van dit artikel Wat IWDA wel en niet bezit Waarom de munt van de beurs niet de munt van het risico is Reverse valuation: wat moet 26,22 keer winst waarmaken? Drie mogelijke koersen per jaareinde De belangrijkste risico's Conclusie Wat IWDA wel en niet bezit De MSCI World Index omvat grote en middelgrote ondernemingen in ontwikkelde landen. Opkomende markten, waaronder China, India, Taiwan en Brazilië, vallen buiten deze ETF. De naam World klinkt dus breder dan de feitelijke selectie. Voor volledige marktdekking is een aparte emerging-marketspositie nodig. De index is marktgewogen. Apple, Microsoft, Nvidia en andere grote Amerikaanse bedrijven wegen zwaar omdat hun vrij verhandelbare beurswaarde groot is. Dat is efficiënt en goedkoop, maar geen neutrale verdeling over landen of sectoren. Wanneer Amerikaanse megacaps harder stijgen, groeit hun gewicht automatisch. BlackRock meldde begin oktober een P/E van 26,22 voor de portefeuille. Dat is een stevige waardering, mede door winstgevende technologiebedrijven en de kwaliteit van de Amerikaanse markt. Een hoge P/E kan rationeel zijn wanneer winst en vrije kasstroom lang hard groeien. Ze laat wel minder ruimte voor teleurstelling. Waarom de munt van de beurs niet de munt van het risico is Een aandeel IWDA wordt in Amsterdam afgerekend in euro. Dat is praktisch, maar economisch blijft ongeveer 72% van het fonds aan Amerikaanse aandelen gekoppeld. Een stijging van de dollar verhoogt, alle andere factoren gelijk, de eurowaarde van die posities. Een daling van de dollar doet het omgekeerde. Stel dat Amerikaanse ondernemingen 8% in dollar stijgen en de dollar 10% verzwakt tegenover de euro. Dan kan de eurobelegger ondanks goede bedrijfsresultaten een negatief resultaat zien. Bij een zwakke euro werkt dezelfde rekensom gunstig. De uitkomst is multiplicatief: aandelenrendement en valuta-effect worden met elkaar vermenigvuldigd, waarna de kosten volgen. Het is niet vanzelfsprekend dat valutadekking beter zou zijn. Een hedge kost geld, moet doorlopend worden vernieuwd en haalt ook bescherming weg wanneer de euro verzwakt. Bovendien zijn inkomsten en verplichtingen van een Europese belegger vaak al sterk eurogericht. De juiste conclusie is bescheidener: betaalvaluta en economische valuta zijn verschillende begrippen. Reverse valuation: wat moet 26,22 keer winst waarmaken? Bij €130,05 koopt de belegger de huidige winst tegen ongeveer 26,22 keer. Als de P/E in 2029 daalt naar 22, moet de winst sneller groeien om toch een behoorlijk rendement te leveren. Bij een gewenst rendement van 7% per jaar komt de vereiste winstgroei dan duidelijk boven 10% uit. Dat is mogelijk, maar aanzienlijk meer dan de nominale groei van de brede wereldeconomie. Blijft de waardering dicht bij 26, dan is ongeveer 7% winstgroei voldoende voor een vergelijkbaar koersrendement, met herbelegd dividend als onderdeel van de fondswaarde. Fondskosten van 0,20% en valuta kunnen de feitelijke eurowaarde iets verhogen of verlagen. Het sterke tegenargument is dat de index geen gemiddelde onderneming bevat. Grote software-, halfgeleider- en platformbedrijven hebben schaalvoordelen en hoge kasmarges. Als kunstmatige intelligentie nieuwe omzet oplevert en productiviteit verhoogt, kan de winstgroei langer boven het economische gemiddelde liggen. Maar ook dan blijft de prijs relevant. Een geweldig bedrijf kan een matig aandeel zijn wanneer de verwachte groei al volledig in de multiple zit. Drie mogelijke koersen per jaareinde De scenario's gebruiken €130,05 als vertrekpunt op 2 oktober 2026. De formule combineert groei van de onderliggende winst, een verandering van de portefeuille-P/E, het valuta-effect voor een eurobelegger en 0,20% jaarlijkse kosten. Dividend wordt binnen de accumulerende shareclass herbelegd en niet nogmaals toegevoegd. Het bearscenario veronderstelt zwakke winstgroei, een waardering richting 19 keer en een sterkere euro. In het middenscenario groeit de winst ongeveer 6%, normaliseert de P/E geleidelijk en is het netto valuta-effect beperkt. Het gunstige scenario rekent op 8% à 9% winstgroei, een stevige waardering en een dollar die niet verzwakt. De belangrijkste risico's Het duidelijkste risico is concentratie in één land. De Verenigde Staten hebben diepe kapitaalmarkten en veel wereldleiders, maar 72% blijft een groot gewicht. Een verandering in Amerikaanse rente, belasting of mededingingsbeleid raakt de portefeuille harder dan de naam World suggereert. Het tweede risico is sectorwaardering. Technologie vormt ongeveer een derde van het fonds. Wanneer de kosten van AI-infrastructuur sneller stijgen dan de omzet, kan de winstverwachting dalen. Het derde is de afwezigheid van opkomende markten. IWDA profiteert niet automatisch van groei in landen die MSCI als emerging classificeert. Daartegenover staan lage kosten, hoge liquiditeit en automatische herweging. Een individueel bedrijf kan verdwijnen zonder dat de belegger zelf hoeft in te grijpen. De index neemt nieuwe winnaars op wanneer zij groot genoeg worden. Dat is een krachtig proces, zolang men de huidige gewichten niet verwart met een permanente ideale verdeling. Lees ook: waarom de Zuid-Koreaanse beurs anders werkt dan een wereldindex Conclusie IWDA biedt brede, goedkope toegang tot ontwikkelde aandelenmarkten. Bij €130,05 is de ETF echter niet goedkoop op basis van de gerapporteerde P/E van 26,22. De toekomstige winstgroei moet stevig blijven, vooral bij de Amerikaanse megacaps die de index domineren. De euro-notering verandert dat economische risico niet. De belegger bezit voornamelijk Amerikaanse winststromen en krijgt daar valuta, waardering en een hoge technologie-weging bij. Wie die combinatie bewust wil, krijgt met IWDA een efficiënt fonds. Wie denkt dat een euroticker automatisch valutarisico wegneemt of dat World alle landen omvat, koopt iets anders dan hij verwacht.
- Pharming leunt met twee medicijnen op een kleine patiëntengroep
In het kort Pharming noteerde op 2 oktober 2026 op Euronext Amsterdam op €0,8702 per gewoon aandeel. Bij ongeveer 720 miljoen verwaterde aandelen komt de beurswaarde ruwweg rond €625 miljoen uit. De rapportagevaluta is dollar, zodat ook EUR/USD de waardering beïnvloedt. In het tweede kwartaal rapporteerde Pharming $90,2 miljoen omzet, 3% minder dan een jaar eerder. Ruconest leverde $72,3 miljoen, 10% minder op jaarbasis maar 24% meer dan in het eerste kwartaal. Joenja groeide 40% naar $17,9 miljoen. De brutowinst bedroeg $75,7 miljoen en de operationele winst $1,3 miljoen. Gecorrigeerd voor onder meer voorraadimpairments en de sluiting in Frankrijk kwam de aangepaste operationele winst op $7,9 miljoen. De onderneming heeft dus omzet en brutomarge, maar nog weinig structurele winstbuffer. Pharming is niet meer alleen het Ruconest-verhaal. Joenja geeft de onderneming een tweede medicijn en een platform rond zeldzame ziekten. Dat vermindert productafhankelijkheid, maar de kostenbasis moet nu twee commerciële programma's, onderzoek en internationale uitbreiding dragen. De actuele vraag is daarom niet uitsluitend hoeveel nieuwe Joenja-patiënten erbij komen. De vraag is of de totale brutowinst sneller groeit dan verkoopkosten en R&D, terwijl Ruconest voldoende kas blijft leveren. Pas dan wordt het platform per aandeel meer waard. Direct naar een onderdeel van dit artikel Ruconest financiert de overgang Joenja groeit via een kleine maar waardevolle patiëntenfunnel Omzetgroei is niet genoeg zonder kostendiscipline Reverse valuation: welke winst hoort bij €0,8702? Drie koersen per einde 2027, 2028 en 2029 Wat kan er tegenvallen? Conclusie Ruconest financiert de overgang Ruconest behandelt acute aanvallen van erfelijk angio-oedeem. Het product heeft een gevestigde patiëntenbasis en hoge brutomarge. In de eerste helft kwam Ruconest-omzet uit op $130,7 miljoen, 12% minder dan een jaar eerder. Die daling maakt duidelijk waarom een tweede groeimotor nodig is. Een kwartaalvergelijking blijft grillig door voorraadvorming, timing bij distributeurs en voorschrijfgedrag. De stijging van 24% tegenover het eerste kwartaal toont dat een jaar-op-jaar daling niet automatisch een structurele instorting betekent. Toch kan Pharming niet onbeperkt op herstel rekenen. Concurrentie en nieuwe behandelingen veranderen de HAE-markt. Ruconest heeft nu vooral een financieringsfunctie. De brutowinst helpt verkoop, onderzoek en Joenja-uitrol betalen. Wanneer Ruconest sneller daalt dan Joenja groeit, ontstaat een gat. Wanneer Joenja versnelt terwijl Ruconest stabiliseert, komt operationele hefboom vrij. Joenja groeit via een kleine maar waardevolle patiëntenfunnel Joenja behandelt APDS, een zeldzame immuunziekte. Pharming meldde in het tweede kwartaal 132 betaalde Amerikaanse patiënten, 16% meer dan een jaar eerder en vijf meer dan in het vorige kwartaal. Wereldwijd waren 1.042 patiënten gediagnosticeerd, waarvan 298 in de Verenigde Staten. Niet iedere diagnose wordt direct omzet. Leeftijd, gewicht, voorschrift, vergoeding en beschikbaarheid per land bepalen de conversie. Pharming meldde 198 Amerikaanse patiënten die op dat moment binnen de bestaande leeftijdscriteria vielen en daarnaast 60 kinderen van vier tot elf jaar. De FDA keurde op 11 september 2026 behandeling van kinderen in de Verenigde Staten goed, wat de potentiële funnel verbreedt. Het commerciële tempo hangt af van diagnose en vergoeding. Bij een ultrazeldzame ziekte kan iedere patiënt materieel zijn, maar verkoopkosten per gevonden patiënt zijn hoog. Internationale uitbreiding vergroot de markt en voegt tegelijk registratie- en infrastructuurkosten toe. Omzetgroei is niet genoeg zonder kostendiscipline Over de eerste helft bedroeg de totale omzet $162,7 miljoen, 6% minder dan een jaar eerder. De brutowinst kwam op $141,5 miljoen. Toch resteerde een operationeel verlies van $3,6 miljoen en een nettoverlies van eveneens $3,6 miljoen. Op aangepaste basis was er $3 miljoen operationele winst. Pharming verlaagde de omzetverwachting voor 2026 naar $375 tot $395 miljoen. Tegelijk werd de verwachte operationele kostenbasis verbeterd naar $315 tot $320 miljoen. Daarin zit meer dan $40 miljoen extra R&D. Die uitgaven kunnen toekomstige waarde creëren, maar zijn vandaag wel kasuitgaven. De liquide middelen en beleggingen bedroegen eind juni $159,5 miljoen. In de eerste helft werd $7,7 miljoen operationele kas gebruikt en de kaspositie daalde $21,6 miljoen tegenover eind 2025. De balans geeft tijd, maar maakt verliesgroei niet gratis. Reverse valuation: welke winst hoort bij €0,8702? Bij €0,8702 en 720 miljoen aandelen bedraagt de marktwaarde ongeveer €626 miljoen. Bij 10% gewenst rendement, een P/E van 22 in 2029 en een EUR/USD-koers van 1,15 is ongeveer $43 miljoen nettowinst nodig. Dat is haalbaar bij een omzet boven $500 miljoen en een gezonde nettomarge, maar ligt duidelijk boven de huidige winstbasis. De uitkomst is gevoelig voor verwatering. Nieuwe aandelen voor acquisities, personeel of financiering vergroten de totale winst die nodig is om dezelfde winst per aandeel te bereiken. Ook valuta telt: Pharming rapporteert in dollars, terwijl het gewone aandeel in Amsterdam in euro noteert. Het sterke positieve argument is dat een platform met twee goedgekeurde middelen dezelfde centrale functies kan delen. Het sterke tegenargument is dat zeldzame-ziektenprogramma's kleine patiëntenpopulaties hebben en langdurige studies vereisen. Een goed product garandeert niet automatisch een hoge platformmarge. Drie koersen per einde 2027, 2028 en 2029 De scenario's gebruiken omzet per product, nettomarge, verwaterde aandelen en een winstmultiple. In het bearscenario daalt Ruconest sneller, groeit Joenja onvoldoende en blijft onderzoek zwaar. De koers komt dan op €0,62 in 2027, €0,50 in 2028 en €0,42 in 2029. Het middenscenario veronderstelt dat Joenja Ruconest compenseert, internationale vergoeding verbetert en de kostenbasis geleidelijk winst oplevert. In het gunstige scenario versnellen pediatrische behandeling en nieuwe landen, terwijl Ruconest voldoende stabiel blijft. De multiple is dan hoger omdat het platform twee zichtbare kasstromen heeft. Wat kan er tegenvallen? De grootste risico's zijn klinisch, commercieel en financieel. Een vertraging bij studies of vergoedingen beperkt de patiëntenfunnel. Concurrentie kan Ruconest sneller laten dalen. Extra R&D kan nodig blijven voordat nieuwe indicaties omzet leveren. Daar staat een duidelijke kans tegenover. Bij zeldzame ziekten is de prijs per patiënt hoog en kan een kleine groei in behandelde patiënten veel omzet toevoegen. Als de centrale verkoop- en onderzoeksorganisatie niet even hard groeit, stijgt de marge snel. Lees ook: wat beleggers vaak missen bij een koersdaling van Pharming Conclusie Pharming heeft met Ruconest en Joenja een geloofwaardiger basis dan met één product. De tweede omzetbron groeit hard en de uitbreiding naar kinderen vergroot de potentiële markt. De cijfers laten tegelijk zien dat het platform nog nauwelijks structurele winst maakt. Bij €0,8702 moet Joenja sneller schalen dan Ruconest daalt en moeten de gedeelde kosten uiteindelijk minder snel groeien dan de brutowinst. De kaspositie koopt tijd, maar de waardering wordt pas overtuigend wanneer die tijd in vrije kasstroom per aandeel verandert.
- Waarom zegt het orderboek van MongoDB zo weinig over de omzet van morgen?
In het kort MongoDB groeide in het tweede kwartaal van boekjaar 2027 met 30% naar $771,8 miljoen omzet. Atlas, de beheerde clouddienst, groeide ongeveer 29%. Die prestaties zijn sterk. Het verbruiksmodel maakt de omzet tegelijk minder voorspelbaar dan bij een klassiek softwareabonnement met een vast aantal zitplaatsen. Atlas-klanten betalen naar gebruik van opslag, rekenkracht en dataverkeer. Een nieuw contract kan een minimale toezegging bevatten, maar de uiteindelijke omzet hangt af van echte workloads. Klanten kunnen meer gebruiken wanneer applicaties groeien en minder wanneer engineers databases optimaliseren. Remaining performance obligations, het contractuele orderboek, is daardoor nuttig maar geen volledige omzetkaart. Bij $357,96 bedraagt de marktwaarde ongeveer $29,4 miljard. Tegen de verhoogde jaaromzetverwachting van $2,99 miljard tot $3,03 miljard betaalt de markt bijna tien keer omzet. De waardering vraagt dus dat verbruik, brutomarge en vrije kas per aandeel jarenlang blijven groeien. De eerste module laat zien hoe contractwaarde en werkelijk verbruik uit elkaar kunnen lopen. Direct naar een onderdeel van dit artikel RPO werkt anders bij consumptiesoftware AI vergroot zowel gebruik als efficiëntie Winst verbetert, aandelenbeloning blijft zwaar Wat moet $357,96 waarmaken? Drie mogelijke koerspaden RPO werkt anders bij consumptiesoftware Bij een traditioneel abonnement wordt een contract van drie jaar vaak volgens een redelijk vast schema als omzet geboekt. Bij Atlas kan een klant capaciteit toezeggen en vervolgens sneller of langzamer verbruiken. Dezelfde contractwaarde levert dan een ander omzetpad op. Dat heeft een positieve kant. Een succesvolle applicatie kan veel meer omzet genereren dan de oorspronkelijke toezegging. Nieuwe gebruikers, zoekopdrachten, vectorfuncties en realtime datastromen verhogen het verbruik zonder een volledige heronderhandeling van het contract. De negatieve kant is optimalisatie. Cloudklanten letten steeds scherper op kosten. Een engineer kan ongebruikte clusters sluiten, opslag efficiënter instellen of workloads verplaatsen. De klant blijft tevreden en het contract blijft bestaan, terwijl de omzetgroei tijdelijk vertraagt. Daarom moet een belegger RPO combineren met Atlas-groei, klanttoevoegingen, netto-retentie en het aantal grote klanten. Geen enkele maatstaf vertelt het hele verhaal. Een hoog orderboek met zwak verbruik is minder waardevol dan een bescheiden contractbasis die structureel wordt uitgebreid. AI vergroot zowel gebruik als efficiëntie MongoDB positioneert Atlas als operationele datalaag voor AI-applicaties. Vector Search, Voyage AI, Search en een managed MCP-server helpen ontwikkelaars bedrijfsdata zoeken en verbinden met agents. Iedere nuttige toepassing kan extra opslag en rekenwerk opleveren. AI helpt klanten ook kosten besparen. Programmeerassistenten schrijven efficiëntere queries, vinden dubbele data en automatiseren optimalisatie. De netto-uitkomst hangt af van de balans tussen nieuwe workloads en besparing op bestaande workloads. De tweede module maakt die strijd zichtbaar. MongoDB meldde ongeveer 29% Atlas-groei. Dat is snel, maar nog geen duidelijke versnelling door AI. De totale omzet groeide 30%, mede doordat Enterprise Advanced en overige omzet ongeveer 36% stegen. De hybride producten verbreden de markt, maar grote licentiedeals kunnen kwartaalgroei grilliger maken. Het productvoordeel blijft duidelijk. Het documentmodel maakt snelle verandering van applicaties mogelijk. Atlas draait op AWS, Azure en Google Cloud. Klanten hoeven daardoor niet volledig aan één infrastructuurleverancier vast te zitten. Cloudproviders bieden tegelijk eigen databases die technisch steeds beter worden en vaak makkelijk in hun bredere bundels passen. Winst verbetert, aandelenbeloning blijft zwaar De GAAP-brutomarge steeg naar 74%. MongoDB boekte $28,4 miljoen operationele winst en $40,9 miljoen nettowinst. De vrije kasstroom bedroeg $137,6 miljoen. Dat laat zien dat het bedrijf de groeifase combineert met financiële discipline. De aangepaste operationele winst was met $185,9 miljoen veel hoger. Het grootste verschil is aandelenbeloning van ongeveer $148,9 miljoen. Die beloning is geen directe kasuitstroom, maar geeft werknemers wel economische claims op toekomstige winst. De verwaterde aandelenbasis lag hoger dan het simpele aantal uitstaande aandelen. Een reverse valuation moet daarom met verwatering rekenen. Aandeleninkoop kan verwatering beperken, maar kost kas en is alleen waardevol wanneer de betaalde prijs onder intrinsieke waarde ligt. MongoDB had ongeveer $2,4 miljard cash, beleggingen en beperkte kasmiddelen. Dat geeft ruimte voor productontwikkeling en kleine overnames. Converteerbare verplichtingen en werkkapitaal moeten worden meegenomen voordat de volledige cash als extra waarde per aandeel wordt opgeteld. Wat moet $357,96 waarmaken? Bij 84 miljoen modelmatig verwaterde aandelen vertegenwoordigt MongoDB ongeveer $30 miljard marktwaarde. Voor 8% jaarlijks koersrendement en een eindmultiple van 38 keer vrije kas is in 2029 ongeveer $1,0 miljard vrije kas nodig. De huidige kwartaalrun-rate ligt rond $550 miljoen per jaar. De vereiste verdubbeling in drie jaar past bij sterke omzetgroei en margeverbetering. Het risico is dat het tweede kwartaal een gunstige mix van Enterprise-deals, werkkapitaal en verbruik bevatte. De reverse-module toont de vereiste vrije kas bij andere rendementen, multiples en aandelenaantallen. Een hoge omzetmultiple is verdedigbaar wanneer elke extra omzetdollar uiteindelijk veel vrije kas oplevert. Dat vraagt blijvende brutomarge, lagere verkoopkosten als percentage van omzet en aandelenbeloning die langzamer groeit dan de kasstroom. Drie mogelijke koerspaden In het bearscenario houden optimalisaties het verbruik laag en daalt de waardering. Mogelijke koersen zijn $265 eind 2027, $230 eind 2028 en $205 eind 2029. In het middenscenario groeit Atlas rond 25%, verbetert de kasmarge en blijft verwatering beheersbaar. Dat geeft $402, $460 en $525. Het gunstige scenario veronderstelt dat AI-workloads de consumptie versnellen en vrije kas sneller groeit dan aandelenbeloning. Dan zijn $475, $620 en $805 denkbaar. Dit zijn scenario's, geen koersdoelen. De scenario-module toont alle negen bedragen en laat beide hoofdvariabelen aanpassen. MongoDB heeft een aantrekkelijk verdienmodel omdat klantgroei direct meer omzet kan geven. Precies hetzelfde mechanisme maakt een contractueel orderboek minder hard dan het lijkt. Bij $357,96 moet het werkelijke gebruik de belofte ieder kwartaal opnieuw waarmaken. Lees ook: MongoDB groeit 30%, maar daalt toch: dit is waarom
- AI levert Broadcom de groei en VMware de kas
In het kort Broadcom sloot op 2 oktober op $355,14 aan Nasdaq en vertegenwoordigt daarmee ongeveer $1,7 biljoen beurswaarde. Het bedrijf combineert maatwerkchips en netwerkproducten voor AI-datacenters met de terugkerende kasstroom van VMware. Die combinatie is krachtig, maar de koers verlangt dat de AI-activiteiten sneller groeien dan de softwaregroei normaliseert. De doorslag ligt bij klantconcentratie, vrije kasstroom en een schuldpositie die na de VMware-overname verder moet dalen. Broadcom is economisch twee bedrijven in één. De halfgeleiderdivisie ontwerpt verbindingen en maatwerkchips voor grote cloudklanten. De softwaredivisie verkoopt kritieke infrastructuur met contracten die veel terugkerende omzet opleveren. Hock Tan gebruikt die kasstroom om overnames te integreren, kosten te verlagen en schuld af te bouwen. Het model werkt goed zolang beide motoren tegelijk draaien. AI zorgt voor groei, VMware voor stabiliteit en kas. De spanning ontstaat wanneer beleggers de snelste groeimotor als maatstaf voor het hele concern gebruiken. Een vertraging bij enkele hyperscalers, de grootste cloudaanbieders, kan dan een groter koerseffect hebben dan de stabiele softwarebasis rechtvaardigt. Direct naar een onderdeel van dit artikel AI-groei is sterk maar geconcentreerd VMware levert kas maar vraagt discipline $355,14 veronderstelt een hoge winstbasis Drie koerspaden leggen de combinatie bloot AI-groei is sterk maar geconcentreerd Broadcom levert onderdelen voor netwerken en maatwerkversnellers. Die chips worden samen met een klant ontworpen en zijn daardoor moeilijk snel te vervangen. Dat geeft prijszetting en langdurige relaties. Het betekent ook dat een paar investeringsbudgetten een groot deel van de groei bepalen. De module weegt AI-groei en softwaregroei. Bij 35% AI-groei, 8% softwaregroei en een AI-aandeel van 35% ontstaat ongeveer 17,5% gewogen omzetgroei. De uitkomst laat zien waarom de rest van het concern ertoe doet. Zelfs uitzonderlijke AI-groei maakt Broadcom niet volledig ongevoelig voor lagere softwaregroei. Het sterke tegenargument is dat maatwerkchips juist marktaandeel kunnen winnen naast Nvidia. Grote cloudbedrijven willen kosten, energieverbruik en prestaties optimaliseren voor hun eigen workloads. Broadcom kan daar een belangrijke ontwerppartner zijn. Tegelijk blijft Nvidia de dominante leverancier van algemene AI-versnellers en een compleet software-ecosysteem. De markten overlappen, maar zijn niet identiek. VMware levert kas maar vraagt discipline VMware heeft een groot klantenbestand en software die diep in de IT-omgeving zit. De overstap naar abonnementscontracten en nieuwe bundels kan de omzet per klant verhogen. Voor klanten kan die verandering echter duur en inflexibel voelen. Concurrenten krijgen daardoor een opening, vooral bij kleinere organisaties die minder functies nodig hebben. Vrije kasstroom, het geld dat na noodzakelijke investeringen overblijft, is de kwaliteitscontrole. In de module levert $39 miljard EBITDA na $9 miljard rente en belasting en $2,5 miljard investeringen ongeveer $27,5 miljard vrije kas op. Werkkapitaal en aandelenbeloning kunnen dat verlagen. Broadcom moet met echte kas schuld aflossen, niet alleen met aangepaste winstmaatstaven. De VMware-integratie heeft ook een optische valkuil. Kostenbesparingen kunnen de marge snel verbeteren, terwijl omzetgroei bij klanten later zichtbaar wordt. Een hoge marge is goed, maar niet wanneer zij ontstaat doordat Broadcom productontwikkeling of klantondersteuning te ver terugschroeft. Retentie en contractverlenging blijven daarom even belangrijk als kosten. $355,14 veronderstelt een hoge winstbasis Broadcom noteert rond 44 keer de gerapporteerde winst volgens de marktdata van 2 oktober. Dat is een forse waardering voor een bedrijf met schuld en integratierisico, maar de lopende winst bevat nog niet noodzakelijk een volledig genormaliseerd VMware-jaar. De markt kijkt vooruit naar hogere AI-omzet en synergie. Bij een eindwaardering van 32 keer de winst en 8% gewenst jaarlijks rendement is in 2029 ongeveer $14,29 winst per aandeel nodig. Een eindmultiple van 24 keer vraagt veel meer winst. Het model maakt duidelijk dat waardering en bedrijfsuitvoering even zwaar wegen. Broadcom kan operationeel goed presteren en toch een matig aandeel zijn als de multiple daalt. Voor een Nederlandse belegger is de dollar opnieuw een extra laag. Daarnaast zit Broadcom indirect al zwaar in veel wereld- en chip-ETF’s. Een losse positie kan daardoor de feitelijke blootstelling aan dezelfde AI-investeringscyclus groter maken dan zij op het eerste gezicht lijkt. Ook aandelenbeloning verdient aandacht. Broadcom kan sterke vrije kas melden terwijl een deel van de beloning in nieuwe aandelen wordt betaald. Inkoop compenseert die verwatering eerst en creëert pas daarna extra waarde voor bestaande aandeelhouders. Daarom hoort de groei van de verwaterde winst per aandeel naast de totale vrije kas te staan. Wanneer kas stijgt maar het aantal aandelen eveneens oploopt, is de vooruitgang per aandeel kleiner dan de headlines suggereren. Dat verschil wordt bij deze beurswaarde snel materieel. De kwartaalvergelijking vraagt ten slotte om aandacht voor het boekjaar van Broadcom, dat niet gelijkloopt met het kalenderjaar. De derdekwartaalcijfers die op 2 september werden gepubliceerd, liepen tot 2 augustus. Een vergelijking met andere chipbedrijven moet daarom dezelfde maanden en valuta gebruiken. Verder is backlog, de nog te leveren contractwaarde, niet gelijk aan omzet. Zij geeft zicht, maar klanten kunnen de timing beïnvloeden en Broadcom moet eerst leveren. De beste bevestiging van de AI-these is een stijgende omzet die tegelijk in brutowinst en kas landt. Drie koerspaden leggen de combinatie bloot In het bearscenario concentreren AI-orders, vertraagt VMware en daalt de waardering. Het middenscenario veronderstelt sterke AI-groei, stabiele software en voortgaande schuldafbouw. Het gunstige scenario vraagt dat Broadcom bij meer cloudklanten maatwerkchips verkoopt en tegelijk de softwareprijszetting behoudt. Broadcom heeft een zeldzame combinatie van groei en kasstroom. De koers van $355,14 laat daar weinig twijfel over. Zolang AI-omzet snel groeit, VMware-klanten blijven en de schuld daalt, kan die prijs worden gedragen. Valt één van die drie pijlers weg, dan blijkt hoe veel van de toekomstige perfectie al in de beurswaarde zit. Lees ook: Hoeveel perfectie zit er na de cijferexplosie al in AI-aandeel Broadcom Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER.
- Advertenties moeten de kijkuren van Netflix duurder maken
In het kort Netflix sloot op 2 oktober op $67,06 aan Nasdaq, na correctie voor de aandelensplitsing. Bij de cijfers over het tweede kwartaal groeide de omzet met 13%, terwijl de operationele marge boven de eigen verwachting uitkwam. De volgende stap is minder zichtbaar dan een prijsverhoging: Netflix moet de kijktijd op het advertentieabonnement omzetten in steeds meer omzet per gebruiker. De huidige waardering is verdedigbaar als advertenties de marge verbreden zonder dat de kijkervaring verslechtert. De streamingdienst verdient al jaren vooral aan abonnementen. Een huishouden betaalt maandelijks, Netflix financiert content en de schaal maakt het verschil tussen omzet en kosten steeds groter. Advertenties voegen een tweede betaler toe. Niet alleen het lid betaalt voor toegang, ook een merk betaalt om dat lid te bereiken. Daarmee kan één uur kijktijd twee inkomstenstromen dragen. Dat klinkt aantrekkelijk, maar bereik is niet hetzelfde als omzet. Netflix moet genoeg advertentieruimte hebben, die ruimte tegen een goede prijs verkopen en voorkomen dat kijkers afhaken door te veel onderbrekingen. Greg Peters en Ted Sarandos moeten dus een evenwicht bewaken dat lineaire televisie decennialang ook kende. Het verschil is dat Netflix meer data heeft over kijkgedrag en advertenties gerichter kan plaatsen. Direct naar een onderdeel van dit artikel Advertenties moeten van bereik een tweede omzetlaag maken Content blijft de duurste grondstof De koers verlangt winstgroei en geen stilstand Drie koerspaden maken de advertentieweddenschap concreet Advertenties moeten van bereik een tweede omzetlaag maken Het advertentieabonnement is goedkoper voor de kijker. Dat verlaagt de drempel om lid te blijven of terug te keren, maar drukt de abonnementsomzet per lid. De advertentie-inkomsten moeten dat gat eerst vullen voordat zij echt extra waarde creëren. Voor beleggers telt daarom niet alleen hoeveel mensen het abonnement kiezen, maar vooral hoeveel omzet Netflix per advertentiegebruiker verdient. De module laat zien hoe drie factoren elkaar vermenigvuldigen. Bij 94 miljoen advertentiegebruikers, $8 kwartaalomzet per gebruiker en een verkoopgraad van 72% ontstaat ongeveer $0,54 miljard kwartaalomzet. Dat is geen voorspelling van Netflix, maar een gevoeligheidsanalyse. Wanneer de verkoopgraad stijgt, kan dezelfde kijktijd meer opleveren zonder extra contentkosten. De sterkste concurrenten zijn niet alleen Disney, Amazon en YouTube. Ook sociale platforms vechten om hetzelfde advertentiebudget. Netflix heeft premium video en veel kijktijd, maar mist het zoekgedrag van Google en de sociale grafiek van Meta. Het voordeel is een rustiger merkklimaat en een groot wereldwijd bereik. Het nadeel is dat de advertentietechnologie nog jong is. Content blijft de duurste grondstof Netflix koopt geen kant-en-klare omzet. Het financiert series, films, sportrechten en live evenementen, waarna pas blijkt hoeveel kijktijd zij opleveren. Een hit kan wereldwijd renderen. Een dure misser wordt snel afgeschreven. De echte schaalwerking ontstaat wanneer dezelfde titel in tientallen landen wordt bekeken en de marketing per extra kijker nauwelijks stijgt. In het model stijgt een omzetbasis van $45 miljard met 11% en wordt 29% operationele marge gehaald. Dat levert ongeveer $14,5 miljard operationele winst op. Hogere contentuitgaven zijn alleen rationeel wanneer zij retentie, prijszetting of advertentiebereik verbeteren. Wie alleen naar het jaarlijkse contentbudget kijkt, mist daarom de opbrengst per dollar. Een belangrijk tegenargument is dat Netflix de ledenaantallen minder vaak centraal zet. Daardoor wordt het lastiger om prijs, volume en churn, het percentage opzeggers, afzonderlijk te volgen. Omzet en marge blijven harde maatstaven, maar zij kunnen tijdelijk profiteren van prijsverhogingen terwijl kijktijd of tevredenheid verzwakt. Juist daarom worden advertenties een nuttige kwaliteitscontrole: adverteerders betalen uiteindelijk voor werkelijk bereik. De koers verlangt winstgroei en geen stilstand Bij $67,06 en ongeveer 20,6 keer de lopende winst oogt Netflix niet meer zo extreem gewaardeerd als tijdens eerdere streamingpieken. Toch is een koers-winstverhouding, de koers gedeeld door de winst per aandeel, alleen bruikbaar als de winstbasis houdbaar is. De markt verwacht dat omzetgroei, margeverbetering en aandeleninkoop samen de winst per aandeel verhogen. Bij een gewenste jaarlijkse koersopbrengst van 8% en een eindwaardering van 22 keer de winst is in 2029 ongeveer $3,84 winst per aandeel nodig volgens de gesplitste aandelenbasis. Een lagere multiple van zestien keer vraagt veel meer winst. Een hogere multiple maakt het doel lichter, maar dan blijft het aandeel gevoelig voor rente en sentiment. Voor Nederlandse beleggers komt daar de dollar bij. Wie Netflix in euro’s aanhoudt, kan een goede bedrijfsuitkomst deels zien verdwijnen wanneer de dollar verzwakt. Een sterkere dollar werkt juist mee. Het bedrijfsmodel verandert daardoor niet, maar het rendement op de Nederlandse beleggingsrekening wel. De balans geeft Netflix meer ruimte dan in de jaren waarin het bedrijf elk jaar extra schuld nodig had voor content. Toch blijft de timing van kasstromen bijzonder. Producties worden vaak betaald voordat een serie of film omzet helpt dragen. Een kwartaal met veel nieuwe producties kan daarom zwakke vrije kas laten zien zonder dat de langetermijnmarge instort. Andersom kan een rustig productiekwartaal de kas tijdelijk mooier maken. Het beste bewijs blijft een combinatie van stabiele contentuitgaven, groeiende omzet en structureel hogere vrije kas over meerdere jaren. Drie koerspaden maken de advertentieweddenschap concreet Het bearscenario rekent op meer prijsweerstand, tragere advertentieverkoop en een lagere waardering. Het middenscenario gebruikt hoog-enkelcijferige omzetgroei en geleidelijke margeverbetering. In het gunstige scenario versterken advertenties, live content en internationale schaal elkaar. De koersen zijn mogelijke uitkomsten aan het einde van 2027, 2028 en 2029, geen analistenkoersdoelen. De doorslaggevende vraag is niet of Netflix advertenties kan verkopen. Dat kan het bedrijf al. Het gaat erom of elke extra minuut kijktijd meer omzet oplevert zonder de ervaring slechter te maken. Zolang omzet per gebruiker en operationele marge tegelijk stijgen, verdient het advertentiemodel krediet. Stagneert de kijktijd terwijl de advertentiedruk toeneemt, dan wordt $67,06 een veel minder comfortabele prijs. Lees ook: Netflix levert wat het beloofde en wordt toch 8% lager gezet Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER.
- Maken huismerken van inflatie echte marge bij Ahold Delhaize?
In het kort Ahold Delhaize rapporteerde op 5 augustus een tweede kwartaalomzet van €23,2 miljard en een onderliggende operationele marge van 3,9%. De koers sloot op 2 oktober op €31,50 in Amsterdam. Huismerken kunnen loyaliteit en marge versterken, maar dat gebeurt alleen wanneer klanten blijven kopen en de inkoopvoordelen niet volledig als lagere prijs worden weggegeven. Bij een supermarkt is tien basispunten marge al veel geld. Supermarkten draaien op dunne marges. Een winkel kan duizenden producten verkopen, maar na personeel, transport, energie, huur en derving blijft per euro omzet slechts een paar cent operationele winst over. Daardoor is de beleggingsthese rond Ahold Delhaize minder spectaculair dan bij technologie, maar niet eenvoudiger. Kleine verschuivingen in prijs, volume en productmix hebben een groot effect op de winst. Het tweede kwartaal liet precies dat evenwicht zien. De omzet groeide bij constante wisselkoersen met 1,9%. Online omzet steeg 8,6%, terwijl de onderliggende operationele marge 0,1 procentpunt daalde naar 3,9%. Europa verbeterde, maar de Verenigde Staten drukten het groepsbeeld. Het concern herhaalde de verwachting van ongeveer 4% marge in 2026 en minstens €2,3 miljard vrije kasstroom. Direct naar een onderdeel van dit artikel Waarom huismerken financieel tellen De Verenigde Staten bepalen de rekensom Vrije kas is de echte kwaliteitscontrole Wat moet €31,50 waarmaken? Drie mogelijke koerspaden Waarom huismerken financieel tellen Een huismerk geeft een supermarkt meer controle over assortiment, prijs en leverancier. Bij een sterk merkproduct bepaalt de producent een groot deel van de positionering en houdt die producent zelf een marge. Bij een eigen merk kan de supermarkt meer van de keten organiseren en een groter deel van de brutomarge houden. Dat betekent niet dat elk huismerk automatisch winstgevender is. Een lagere verkoopprijs kan een hogere procentuele marge opleveren, maar toch minder euro's brutowinst per artikel. Ook kwaliteitscontrole, verpakking, marketing en voorraden kosten geld. De beste uitkomst ontstaat wanneer klanten het product als volwaardig alternatief zien en het vaker kopen, zonder dat Ahold de volledige inkoopbesparing hoeft weg te geven. De interactieve module maakt zichtbaar waarom tien basispunten belangrijk zijn. Bij €96 miljard jaaromzet levert 0,1 procentpunt extra marge ongeveer €96 miljoen operationeel resultaat op. Dat is materieel tegenover de jaarlijkse winst, maar klein genoeg om door hogere lonen of energiekosten weer te verdwijnen. Huismerken helpen ook in een inflatoire omgeving. Wanneer consumenten prijsgevoeliger worden, kunnen zij binnen dezelfde winkel overstappen naar een goedkoper product. De supermarkt houdt de klant en het winkelmandje. Voor Ahold is dat vaak beter dan wanneer de klant naar een discounter vertrekt. De economische waarde zit dus niet alleen in marge per artikel, maar ook in klantbehoud. De Verenigde Staten bepalen de rekensom Ongeveer het grootste deel van de groepsomzet komt uit de Verenigde Staten. Food Lion, Hannaford, Giant Food en Stop & Shop opereren in verschillende regio's en met verschillende klantprofielen. Wisselkoersen kunnen de gerapporteerde euro-omzet flink bewegen, terwijl de lokale prestaties minder veranderen. In het tweede kwartaal stegen de vergelijkbare Amerikaanse verkopen exclusief brandstof met 0,8%. Lagere eierprijzen, veranderingen in SNAP-voedselsteun en aangepaste apotheekprijzen drukten het cijfer. Dat zijn geen details: een supermarkt kan marktaandeel winnen en toch een matige omzetgroei rapporteren wanneer inflatie afneemt. Europa groeide vergelijkbaar met 1,7%. Albert Heijn heeft een sterk merk en een goed ontwikkeld omnichannelmodel, maar ook hier blijft prijsconcurrentie scherp. Online groei is aantrekkelijk wanneer bezorging en orderverwerking schaalvoordeel opleveren. Zonder voldoende orderdichtheid kan extra online omzet juist een lagere marge hebben dan winkelomzet. Vrije kas is de echte kwaliteitscontrole Ahold Delhaize verdeelt veel vrije kas over dividend en aandeleninkoop. Dat kan de winst per aandeel verhogen, omdat dezelfde totale winst over minder aandelen wordt verdeeld. Het werkt alleen wanneer de onderneming niet tegelijkertijd noodzakelijke investeringen uitstelt of schuld toevoegt. De 2026-planning bevat ongeveer €2,7 miljard bruto-investeringen. Dat geld gaat naar winkels, logistiek, automatisering en digitale systemen. Daarna moet minstens €2,3 miljard vrije kas overblijven. Het dividend heeft voorrang binnen het beleid, terwijl de jaarlijkse inkoop flexibel is. De module laat zien hoeveel buffer resteert wanneer dividend en inkoop samen een groot deel van de kas claimen. Het sterke tegenargument bij Ahold is eenvoudig: voedsel is defensief, de kasstroom is voorspelbaar en de waardering is veel lager dan bij groeiaandelen. Dat klopt. Tegelijk is de winstgroei begrensd door lage bevolkingsgroei, prijsconcurrentie en dunne marges. Ahold moet daarom per aandeel groeien via een combinatie van bescheiden omzetgroei, discipline en inkoop. Wat moet €31,50 waarmaken? De reverse waardering kijkt naar de winst per aandeel die in 2029 nodig is. Bij een eindwaardering van dertien keer de winst, 7% gewenst totaalrendement en 3,4% dividendrendement is ongeveer €2,77 winst per aandeel nodig. Dat is geen extreme eis, maar veronderstelt wel dat de marge rond 4% blijft en de aandeleninkoop doorgaat. Een lagere eindmultiple van tien keer vraagt duidelijk meer winst. Een hogere multiple van zestien keer maakt de opgave lichter. De waardering hangt dus niet alleen van bedrijfsvoering af, maar ook van de rente. Wanneer obligaties een hoog veilig rendement bieden, is een defensief aandeel met lage groei minder schaars. De risico's zijn hardnekkige Amerikaanse prijsdruk, hogere lonen, diefstal en derving, ongunstige valuta en online groei zonder voldoende marge. Een extra risico is dat huismerken te agressief worden ingezet. Als klanten minder keuze ervaren of kwaliteit tegenvalt, kan loyaliteit juist dalen. Drie mogelijke koerspaden De scenario's gebruiken €31,50 als peildatum en tonen mogelijke koersen in euro aan het einde van 2027, 2028 en 2029. Dividend is niet in de koersen opgenomen. In het bearscenario blijft volume zwak en daalt de marge. Het middenscenario rekent op een stabiele marge rond 4% en bescheiden groei. In het gunstige scenario verbeteren huismerkmix, online schaal en inkoopvoordeel samen de winst per aandeel. Ahold hoeft geen spectaculaire omzetgroei te leveren. De onderneming moet vooral voorkomen dat inflatie en kosten de paar centen winst per euro omzet opeten. Huismerken zijn daarbij een middel, geen doel. Ze creëren pas aandeelhouderswaarde wanneer klanten blijven, volumes gezond zijn en het margevoordeel uiteindelijk in vrije kas terechtkomt. Lees ook: welke aandelen profiteren écht nu defensie de Nederlandse economie stut?
- Hoe snel worden de orders van Besi nu omzet?
In het kort Besi sloot op 2 oktober op €204,80 in Amsterdam. Bij de cijfers over het tweede kwartaal meldde de onderneming opnieuw een sterke brutomarge, terwijl beleggers vooral vooruitkijken naar hybrid bonding en andere vormen van geavanceerde chipverpakking. Orders zijn daarbij nog geen omzet. De koers blijft alleen overeind wanneer bestellingen tijdig door productie, levering en betaling lopen en uiteindelijk vrije kasstroom opleveren. Besi maakt machines waarmee chipmakers halfgeleiders verpakken en verbinden. Dat klinkt als een laatste productiestap, maar verpakking wordt belangrijker naarmate meerdere chipdelen dichter op elkaar moeten samenwerken. Hybrid bonding verbindt die delen met zeer fijne contactpunten. Daardoor kan data sneller bewegen en daalt het energieverbruik. De markt ziet Besi daarom als een winnaar van AI en high-bandwidth memory, snel geheugen voor AI-systemen. De economische vraag is minder technisch: hoeveel machines worden besteld, tegen welke prijs, wanneer worden ze geleverd en hoeveel marge blijft over? De beurs betaalt nu al voor een aanzienlijke versnelling. Direct naar een onderdeel van dit artikel Orders verdienen pas waarde na levering Hybrid bonding moet schaal bewijzen De koers vraagt meer dan één sterke cyclus Drie koerspaden tonen het orderrisico Orders verdienen pas waarde na levering Een orderboek geeft zicht op toekomstige activiteit, maar is geen omzet. Klanten kunnen leveringen verschuiven, acceptatie kan tijd kosten en productmix beïnvloedt de opbrengst. Besi heeft bovendien een cyclische sector. Een sterke orderpiek kan worden gevolgd door een rustiger kwartaal wanneer klanten hun nieuwe capaciteit eerst benutten. De module zet orders om in omzet en brutowinst. Bij €280 miljoen kwartaalorders, 72% conversie binnen twaalf maanden en 65% brutomarge ontstaat ongeveer €131 miljoen brutowinst. Dat is een model, geen gerapporteerde prognose. Het maakt zichtbaar dat een hoge marge alleen telt over omzet die werkelijk wordt geboekt. Besi’s voordeel is een relatief lichte productiestructuur. De onderneming besteedt een deel van de productie uit en houdt daardoor minder zware fabrieken op de balans dan sommige sectorgenoten. Dat kan kasstroom sterk maken in goede jaren. Het nadeel is dat de winst extra gevoelig blijft voor volumes. Hybrid bonding moet schaal bewijzen Nieuwe verpakkingsmethoden zijn niet onmiddellijk massaproductie. Klanten testen systemen, kwalificeren processen en bouwen daarna pas capaciteit. Een kleine reeks ontwikkelmachines kan hoge verwachtingen wekken, terwijl de grote financiële stap pas komt wanneer tientallen systemen per jaar worden geleverd. Bij 36 systemen, een gemiddelde verkoopprijs van €4,5 miljoen en 65% brutomarge ontstaat in de vereenvoudigde module ongeveer €105 miljoen brutowinst. In werkelijkheid verkoopt Besi een bredere productmix en hoort service erbij. De som toont vooral hoe gevoelig de winst voor volume is. Het sterkste tegenargument tegen de hoge waardering is dat concurrentie en klantmacht de toekomstige marge kunnen drukken. Grote chipmakers kopen aanzienlijke volumes en onderhandelen hard. Tegelijk kan Besi dankzij vroege technologie en proceskennis een stevige positie houden. De komende orders moeten aantonen welke kant zwaarder weegt. De koers vraagt meer dan één sterke cyclus Op €204,80 is Besi geen traditioneel goedkoop cyclisch aandeel. Beleggers betalen voor structurele groei in advanced packaging, geavanceerde chipverpakking, en voor een marge die duidelijk boven veel machinebouwers ligt. Dat kan terecht zijn, maar maakt een teleurstelling in orderconversie duur. Bij een eindwaardering van 27 keer de winst en 8% gewenst jaarlijks rendement is in 2029 ongeveer €9,55 winst per aandeel nodig. Bij twintig keer de winst loopt de vereiste winst veel verder op. Dividend helpt het totaalrendement, maar is niet in deze koerssom opgenomen. Voor Nederlandse beleggers is er geen valutaverschil tussen koers en rekening, maar de bedrijfsomzet is internationaal. De cyclus van Aziatische foundries en Amerikaanse chipontwerpers komt daardoor rechtstreeks in een Amsterdamse koers terecht. Een positie in Besi naast een chip-ETF kan dezelfde vraagcyclus dubbel wegen. De balans en dividendhistorie geven enige bescherming, maar veranderen het cyclische karakter niet. Besi kan in een sterk jaar veel kas genereren en een hoog dividend betalen, waarna een terugval in orders de uitkering weer verlaagt. Een belegger moet het dividend daarom niet behandelen als een vaste coupon. Belangrijker is hoeveel vrije kas over een volledige cyclus wordt verdiend en hoeveel daarvan nodig is voor onderzoek, service en nieuwe systemen. Die meerjarige kas bepaalt of de technologievoorsprong uiteindelijk ook waarde per aandeel oplevert. De timing binnen de chipketen kan bovendien misleiden. Een chipontwerper kan al sterke AI-vraag melden terwijl de fabrikant nog wacht op capaciteit en Besi pas later machines levert. Andersom kan een machineorder pieken voordat de eindmarkt afzwakt. Eén kwartaal is daardoor onvoldoende om structurele groei te bewijzen. De combinatie van orders, leveringen, klantacceptatie en uiteindelijk chipvolumes geeft een beter beeld. Wie alleen naar de eerste order kijkt, kan de piek verwarren met een blijvend groeitempo. De marge verdient dezelfde discipline. Een gunstige productmix kan de brutomarge tijdelijk verhogen, terwijl een lagere bezetting later juist tegenwerkt. Besi moet daarom aantonen dat een hoge marge niet alleen van enkele dure systemen komt. Service, onderdelen en een bredere installed base kunnen de schommelingen dempen. Ze vervangen de machinecyclus niet, maar maken de winstkwaliteit beter wanneer de terugkerende bijdrage zichtbaar groeit. Drie koerspaden tonen het orderrisico Het bearscenario rekent op uitgestelde orders en een lagere waardering. Het middenscenario veronderstelt dat advanced packaging groeit, de brutomarge boven 60% blijft en service voor stabiliteit zorgt. Het gunstige scenario vraagt dat hybrid bonding sneller opschaalt en Besi zijn prijszetting behoudt. Besi hoeft niet elk kwartaal recordorders te melden. Het bedrijf moet wel bewijzen dat de nieuwe technologie van tests naar volume beweegt. Zolang orders in omzet en kas veranderen, kan de hoge waardering worden verdedigd. Blijven bestellingen hangen in pilots of verschuiven leveringen, dan is €204,80 een prijs met weinig foutmarge. Lees ook: Hoeveel van BESI's hybrid-bondingdoorbraak zit al in de koers Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER.
- Tel de namen in VanEcks chip-ETF niet als spreiding
In het kort De VanEck Semiconductor UCITS ETF noteerde op 2 oktober op Euronext Paris op €105,53. De accumulerende shareclass met ISIN IE00BMC38736 herbelegt dividenden en rekent 0,35% lopende kosten. De ETF spreidt over chipontwerpers, foundries en machinebouwers, maar veel posities hangen van dezelfde AI-investeringscyclus af. Meer namen betekent daardoor minder ondernemingsrisico, maar niet automatisch minder vraag- of waarderingsrisico. Een halfgeleider-ETF oogt breed. De portefeuille bevat ondernemingen die chips ontwerpen, produceren, testen en de machines leveren waarmee nieuwe fabrieken worden gebouwd. Toch verkoopt een groot deel van die keten uiteindelijk aan dezelfde groep klanten: hyperscalers, elektronicafabrikanten, autofabrikanten en datacenters. Wanneer hun investeringsbudget stijgt, profiteren meerdere holdings tegelijk. Wanneer het budget daalt, kan dezelfde samenhang in de andere richting werken. Dat maakt SMH anders dan een brede wereld-ETF. De spreiding is vooral binnen één sector en één economische keten. Nvidia kan groeien door meer accelerators te verkopen, TSMC produceert die chips en ASML levert een cruciale machine voor geavanceerde productie. Het zijn verschillende bedrijven, maar de winstverwachtingen rusten deels op dezelfde eindvraag. Direct naar een onderdeel van dit artikel De verborgen dubbele blootstelling AI groeit niet los van de rest Wat moet €105,53 waarmaken? Drie mogelijke koerspaden De verborgen dubbele blootstelling Beleggers kijken vaak naar de grootste positie en noemen dat het concentratierisico. De echte concentratie is breder. Een daling van AI-capex raakt niet alleen een chipontwerper. Minder nieuwe chips betekent na verloop van tijd ook minder vraag naar wafercapaciteit, geavanceerde verpakking, geheugen en productiemachines. De timing verschilt, maar de cyclus is verwant. De eerste interactieve module verdeelt de portefeuille daarom functioneel. Chipontwerpers, foundries en apparatuurmakers vormen samen de directe AI-keten. De exacte gewichten veranderen met koersen en indexherwegingen. De module is een gevoeligheidsanalyse, geen live portefeuilleweergave. Deze ketenconcentratie is niet alleen een risico. Zij is ook de reden dat de ETF zo sterk kan profiteren wanneer een nieuwe technologie breed wordt uitgerold. Een datacenter heeft accelerators, geheugen, netwerkchips en geavanceerde productie nodig. Eén investeringsgolf kan zo op meerdere plaatsen winst opleveren. Het probleem ontstaat wanneer beleggers diezelfde groei in elke schakel afzonderlijk kapitaliseren. Een hogere omzetverwachting voor Nvidia kan tegelijk leiden tot hogere verwachtingen voor TSMC en apparatuurmakers. Als de totale AI-vraag later tegenvalt, worden meerdere winstmodellen tegelijk verlaagd. Spreiding over twintig of vijfentwintig namen dempt dan minder dan de namenlijst suggereert. Lees ook: kan Nvidia naar 400 dollar nu de chipreus de groei heeft maar de beurs de prijs bepaalt? AI groeit niet los van de rest De chipmarkt bestaat bovendien niet alleen uit AI. Smartphones, pc's, auto's, industriële systemen en consumentenelektronica blijven belangrijk. De ene eindmarkt kan groeien terwijl een andere krimpt. Daardoor kan een portefeuille met 18% groei in AI-gerelateerde omzet toch maar ongeveer 9% gewogen groei halen wanneer oudere chipmarkten stagneren. Die mix helpt om de cyclus te begrijpen. AI kan een daling bij pc's opvangen, maar alleen wanneer het AI-gevoelige deel groot genoeg is. Andersom kan herstel in geheugen of auto's een zwakker jaar voor hyperscaler-investeringen verzachten. De index bevat dus wel degelijk interne diversificatie, alleen is die niet volledig onafhankelijk. Geografie voegt een tweede laag toe. Een groot deel van geavanceerde productie staat in Taiwan, terwijl cruciale apparatuur uit Nederland, de Verenigde Staten en Japan komt. Exportregels, geopolitieke spanning en vergunningen kunnen daardoor de hele keten raken. Een verbod op een specifieke chip kan de omzet van een ontwerper raken en tegelijk de geplande capaciteitsuitbreiding van een foundry beïnvloeden. De sterke tegenwerping is dat strategische schaarste juist prijszettingsmacht geeft. TSMC, ASML en enkele ontwerpers bezitten technologie die moeilijk te vervangen is. Klanten kunnen orders uitstellen, maar niet eenvoudig naar een gelijkwaardig alternatief overstappen. Dat ondersteunt marges en kan een hogere waardering rechtvaardigen. Toch blijft zelfs een uitzonderlijk bedrijf gevoelig voor de prijs die al in het aandeel zit. Wat moet €105,53 waarmaken? Voor een ETF gebruiken we een look-throughwaardering: de gemiddelde winst en waardering van de onderliggende portefeuille. Stel dat de portefeuille ongeveer 28 keer de winst kost. Bij een gewenst rendement van 8% en een daling naar 24 keer de winst in 2029 is ongeveer 14% jaarlijkse winstgroei nodig. Dat is stevig, omdat de multiplekrimp een deel van de operationele groei opeet. Blijft de waardering op 28 keer staan, dan ligt de vereiste winstgroei dichter bij het gewenste rendement. Stijgt de multiple, dan kan een lagere winstgroei volstaan. Maar rekenen op een hogere multiple is geen operationele these. Het betekent vooral dat een volgende belegger nog meer voor dezelfde euro winst wil betalen. De fondskosten van 0,35% zijn klein tegenover de dagelijkse koersbewegingen, maar zeker. Over meerdere jaren verminderen ze de fondswaarde. Valuta telt ook mee. De notering in euro dekt de dollar en andere onderliggende valuta niet af. Een sterkere euro kan het rendement van Amerikaanse holdings voor een eurobelegger drukken. Drie mogelijke koerspaden De scenario's nemen €105,53 als vertrekpunt en tonen mogelijke koersen aan het einde van 2027, 2028 en 2029. In het bearscenario vertraagt AI-capex, daalt de winstverwachting in meerdere schakels en krimpt de waardering. Het middenscenario rekent na normalisatie op hoog-enkelcijferige winstgroei. In het gunstige scenario verbreedt AI-vraag naar geheugen, netwerk en apparatuur. De ETF blijft een efficiënte manier om niet één winnaar te hoeven kiezen. Dat is een reëel voordeel: een belegger hoeft niet precies te voorspellen welke ontwerper, foundry of machinebouwer het grootste deel van de winst pakt. De prijs voor die eenvoud is dat dezelfde cyclus op meerdere plaatsen terugkomt. Wie SMH koopt, spreidt dus vooral over ondernemingen, niet over economische oorzaken. Bij €105,53 moet de portefeuille tegelijk groei leveren en een hoge waardering verdedigen. Zolang AI-investeringen breed doorgaan, kan dat. Zodra klanten hun budgetten vertragen, blijkt hoeveel van de vermeende spreiding eigenlijk één grote positie in dezelfde keten was.
- 40 miljard dollar contracten zijn bij Nebius nog geen omzet
In het kort Nebius sloot op 2 oktober op $242,81 aan Nasdaq. De onderneming spreekt over meer dan $40 miljard aan gecontracteerde omzet van kredietwaardige klanten, maar die waarde komt pas in de resultaten wanneer datacenters, stroom en GPU's beschikbaar zijn. Het verschil tussen contractwaarde en geboekte omzet is bij Nebius de kern van de belegging: uitvoering kan een enorme omzetbasis bouwen, vertraging kan tegelijk capex, rente en verwatering opstapelen. Een groot contract klinkt als omzet die al binnen is. In een AI-cloud werkt het anders. De klant reserveert capaciteit voor meerdere jaren, vaak met vooruitbetalingen of minimumafnames. Nebius moet die capaciteit eerst bouwen, voorzien van stroom, netwerk en chips, en vervolgens betrouwbaar leveren. Pas tijdens het gebruik wordt de contractwaarde doorgaans als omzet geboekt. Dat maakt de orderportefeuille waardevol, maar niet liquide. Een contract van vijf jaar kan economisch aantrekkelijk zijn en tegelijk de komende twaalf maanden veel meer kas vragen dan het oplevert. De winst zit in het verschil tussen de prijs die de klant betaalt en alle kosten van apparatuur, energie, financiering, onderhoud en vervanging. Direct naar een onderdeel van dit artikel Van contract naar draaiende megawatt Vooruitbetalingen zijn nuttig, maar geen winst Concentratie aan twee kanten Wat moet $242,81 waarmaken? Drie mogelijke koerspaden Van contract naar draaiende megawatt Nebius rapporteerde in het tweede kwartaal een groepsomzet van ongeveer $582 miljoen, een stijging van 454% ten opzichte van een jaar eerder. De onderneming breidt haar stroomcapaciteit snel uit en sprak over meerdere grote contracten met gemiddeld meer dan $1 miljard waarde. Die groei is hoog, maar de schaal van de ambitie is nog veel groter dan de huidige resultaten. De eerste module verdeelt $40 miljard contractwaarde over een gemiddelde looptijd en het deel van de capaciteit dat daadwerkelijk beschikbaar is. Bij vijf jaar en 55% beschikbare capaciteit ontstaat ongeveer $4,4 miljard jaaromzetpotentieel. Bij vertraging van sites kan hetzelfde contractboek veel langzamer in de resultaten landen. Capaciteit is meer dan een gebouw. Een datacenter heeft een netaansluiting, koeling, transformers, glasvezel en duizenden accelerators nodig. Eén ontbrekende schakel kan de omzetstart vertragen terwijl andere kosten al zijn gemaakt. Ook de bezettingsgraad telt. Een server die technisch klaarstaat maar nog niet door een klant wordt gebruikt, schrijft wel af en verbruikt kapitaal. De economische vraag is daarom omzet per beschikbare megawatt. Nebius meldde dat contracten uit het tweede kwartaal meer dan $20 miljoen jaarlijkse contractwaarde per megawatt konden dragen, met latere kortlopende capaciteit boven $40 miljoen. Dat laat prijszettingsmacht zien, maar kortlopende schaarsteprijzen zijn niet automatisch duurzaam over de hele levensduur van een site. Vooruitbetalingen zijn nuttig, maar geen winst Grote klanten kunnen een deel van de bouw vooruitbetalen. Dat verlaagt de hoeveelheid schuld of nieuw aandelenkapitaal die Nebius nodig heeft. Het bedrijf gaf aan dat bij sommige projecten 50% tot 60% van de capex door klantvooruitbetalingen kan worden gefinancierd. Dat is een sterk model, zolang de contracten winstgevend zijn en de onderneming volgens afspraak levert. Een vooruitbetaling staat economisch tegenover een toekomstige leveringsplicht. Het is dus geen gratis kas en geen directe winst. Wanneer een project duurder wordt dan gepland, blijft Nebius verantwoordelijk voor de capaciteit. Wanneer technologie sneller veroudert, kan vervangingscapex nodig zijn voordat het contract volledig is verdiend. Schuld op projectniveau kan verstandig zijn wanneer een langlopend klantcontract de kasstroom dekt. Nebius sloot in juli een faciliteit van $775 miljoen tegen SOFR plus 2,5 procentpunt. Dat is aantrekkelijker dan onbegrensd aandelen uitgeven, maar rente en aflossing worden een vaste claim. De veiligheidsmarge zit in contractprijs, bezetting en de waarde van de onderliggende apparatuur. Lees ook: Chamath noemt Nebius en Iren en drie anderen de grote winnaars van open AI Concentratie aan twee kanten Nebius heeft aan de vraagzijde een aantal zeer grote klanten. Dat vermindert kredietrisico wanneer het om Microsoft, Meta of vergelijkbare ondernemingen gaat, maar verhoogt onderhandelingsmacht van de klant. Een verlenging of herprijzing van één contract kan de groeicurve zichtbaar veranderen. Aan de aanbodzijde blijft Nebius afhankelijk van leveranciers van GPU's, netwerkapparatuur en stroominfrastructuur. Sterke vraag naar dezelfde componenten kan levertijden verlengen. Bovendien verandert de verhouding tussen prijs en prestaties van chips snel. De beste hardware van vandaag kan over drie jaar relatief duur zijn tegenover een nieuwere generatie. Het sterke tegenargument is dat de contracten en vooruitbetalingen juist veel onzekerheid wegnemen. Nebius bouwt niet volledig op speculatie. Gecontracteerde vraag kan bezetting vastleggen en projectfinanciering goedkoper maken. Als uitvoering volgens plan verloopt, groeit omzet sneller dan de centrale kosten en kan de marge sterk oplopen. Wat moet $242,81 waarmaken? Bij ongeveer 280 miljoen verwaterde aandelen komt de beurswaarde rond $68 miljard uit. De reverse waardering rekent terug welke vrije kasstroom in 2029 nodig is. Bij 10% gewenst rendement en een eindmultiple van 28 keer vrije kas is ongeveer $3,25 miljard vrije kasstroom nodig. Dat vereist niet alleen hoge omzet, maar ook dat de zware groeicapex normaliseert. EBITDA is niet hetzelfde als vrije kas. GPU's worden afgeschreven, maar moeten ook met echte dollars worden gekocht en later vervangen. Klantvooruitbetalingen verschuiven de timing, niet de totale economische kosten. Aandelenverwatering is eveneens belangrijk. Wanneer Nebius extra aandelen uitgeeft om sites te financieren, kan de totale ondernemingswaarde stijgen terwijl de waarde per aandeel achterblijft. Daarom staat de verwaterde aandelenbasis als aparte invoer in het model. Drie mogelijke koerspaden De scenario's gebruiken $242,81 als startpunt en tonen mogelijke koersen in dollar aan het einde van 2027, 2028 en 2029. Het bearscenario veronderstelt vertraging, lagere bezetting en extra verwatering. Het middenscenario gaat uit van gefaseerde ingebruikname en omzet die de contracten volgt. In het gunstige scenario combineren hoge bezetting, prijsdiscipline en klantgeld tot snelle vrije kasgroei. Nebius heeft een zeldzame positie: veel gecontracteerde vraag in een markt waar rekencapaciteit schaars is. Dat is een sterker vertrekpunt dan bouwen zonder klanten. De waardering maakt de lat echter hoog. $40 miljard contractwaarde moet niet alleen omzet worden, maar omzet die na energie, rente, vervanging en nieuwe capex genoeg vrije kas per aandeel overlaat.
- Recordorders bij Rheinmetall maar de kas stroomt nog weg
In het kort Rheinmetall sloot op 2 oktober op Xetra op €956,90. Het orderboek bereikte eind juni €80,5 miljard en de onderneming verwacht in 2026 ongeveer 19% operationele marge. Tegelijk was de operationele vrije kasstroom in de eerste jaarhelft €1,616 miljard negatief door voorraden, verschoven vooruitbetalingen en investeringen. De beleggingsthese staat of valt daarom niet met nog een order, maar met de omzetting van backlog in geleverde systemen en echte kas. Defensiebedrijven worden vaak op hun orderboek beoordeeld. Dat is logisch: een bestelling voor munitie, voertuigen of luchtverdediging kan meerdere jaren productie zichtbaar maken. Toch is backlog geen omzet en zeker geen vrije kas. Rheinmetall moet fabrieken uitbreiden, materialen inkopen, personeel opleiden en producten testen voordat een klant betaalt. De spanning tussen recordvraag en negatieve kasstroom is daardoor niet automatisch een alarmsignaal. In een groeifase loopt werkkapitaal vaak voor op levering. De vraag is wel hoeveel kapitaal nodig blijft, hoe snel vooruitbetalingen terugkomen en welke marge uiteindelijk in kas eindigt. Direct naar een onderdeel van dit artikel €80,5 miljard moet door fabrieken Winst en kas lopen uit elkaar Marges moeten bestand zijn tegen uitbreiding Wat moet €956,90 waarmaken? Drie mogelijke koerspaden €80,5 miljard moet door fabrieken Het orderboek steeg van €56 miljard een jaar eerder naar €80,5 miljard. Ongeveer 94,9% hing samen met NAVO-landen, mondiale NAVO-partners en Europese partnerlanden. Het kredietrisico is daardoor relatief laag. Het uitvoeringsrisico blijft groot: overheden wijzigen specificaties, vergunningen kosten tijd en toeleveranciers moeten dezelfde groeisprong maken. De eerste module vertaalt backlog naar een mogelijk jaaromzettempo. Bij €80,5 miljard, een gemiddelde looptijd van 5,5 jaar en 90% uitvoerbaarheid komt ongeveer €13,2 miljard jaaromzet naar voren. Een kortere looptijd vraagt meer capaciteit; een langere looptijd maakt de omzetgroei geleidelijker. Nieuwe orders komen daar nog bij, maar het model laat zien waarom een groot orderboek niet onmiddellijk winst is. Productiecapaciteit vormt de flessenhals. Een fabriek kan niet onbeperkt versnellen zonder extra machines, personeel en kwaliteitscontrole. Te snel bouwen kan de kosten verhogen; te langzaam leveren kan contractuele mijlpalen missen. Rheinmetall bevestigde voor 2026 een omzetgroei van 40% tot 45% en ongeveer 19% operationele marge, inclusief acquisities. Dat is uitzonderlijk sterk. De waardering rekent echter al op een meerjarige groeiramp. Een enkel contract van enkele tientallen miljoenen verandert die rekensom nauwelijks tegenover €80,5 miljard backlog. Lees ook: is dit hét perfecte moment om Rheinmetall-aandelen te kopen? Winst en kas lopen uit elkaar In de eerste jaarhelft kwam de operationele vrije kasstroom uit op min €1,616 miljard. Rheinmetall wees op verschoven vooruitbetalingen, voorraden en hoge investeringen. Dat past bij snelle groei, maar kan niet eindeloos worden genegeerd. Voor aandeelhouders telt uiteindelijk de kas die na alle noodzakelijke investeringen overblijft. De brug begint bij operationeel resultaat. Daar gaan hogere voorraden en vorderingen vanaf. Vervolgens komt capex voor nieuwe fabrieken en machines. Klantvooruitbetalingen kunnen de kasstroom weer verbeteren. De timing van één grote betaling kan daarom een halfjaar sterk kleuren. Het positieve scenario is dat de voorraadafbouw en vooruitbetalingen in de tweede jaarhelft een groot deel herstellen. Rheinmetall stuurt voor heel 2026 op een cashconversie van meer dan 40%. Cashconversie vergelijkt vrije kas met operationeel resultaat. Zelfs dat doel betekent dat niet elke euro operationele winst direct als vrije kas beschikbaar is. De zwakke uitkomst is dat structureel meer werkkapitaal nodig blijkt. Munitie, elektronica en voertuigen hebben lange productietijden en complexe toeleveringsketens. Als leveranciers vooraf betaald moeten worden terwijl overheden pas bij levering betalen, groeit de financieringsbehoefte mee met de omzet. Marges moeten bestand zijn tegen uitbreiding Een operationele marge van 19% is aantrekkelijk, maar uitbreiding kan tijdelijk drukken. Nieuwe fabrieken draaien eerst niet op volle bezetting. Opleiding, opstartverlies en kwaliteitscontrole komen vóór het optimale productietempo. Tegelijk kan schaarste prijszettingsmacht geven en kunnen grotere series de kosten per eenheid verlagen. Het sterke tegenargument is de politieke aard van de vraag. Europese landen hebben meerjarige defensieplannen en lage voorraden. Dat maakt de cyclus waarschijnlijk langer dan een gewone industriële opleving. Rheinmetall heeft bovendien technologie, vergunningen en klantrelaties die niet snel te kopiëren zijn. Toch blijft budgettaire discipline relevant. Overheden kunnen bestellingen verschuiven wanneer begrotingen onder druk komen. Een politieke toezegging is niet hetzelfde als een getekende order, en een order is niet hetzelfde als een ontvangen betaling. Wat moet €956,90 waarmaken? Bij ongeveer 44 miljoen aandelen bedraagt de marktwaarde circa €42 miljard. De reverse waardering rekent uit welke vrije kasstroom in 2029 nodig is. Bij 8% gewenst jaarlijks rendement en 22 keer vrije kas komt de vereiste vrije kasstroom op ongeveer €2,4 miljard. Dat is haalbaar wanneer omzet en marge volgens plan stijgen en werkkapitaal na de bouwfase normaliseert. Het wordt moeilijker wanneer acquisities, voorraden en capex structureel veel kas blijven vragen. Een hogere eindmultiple maakt de opgave kleiner, maar verlengt de afhankelijkheid van een hoge waardering. De risico's zijn uitvoering, politieke vertraging, overnames, toeleveranciers, hoge voorraad en een afnemende waardering wanneer groei normaliseert. Daar staat een uitzonderlijk orderboek tegenover. Het aandeel is dus niet duur omdat de onderneming zwak is, maar omdat de markt veel van de operationele kracht al naar voren haalt. Drie mogelijke koerspaden De scenario's gebruiken €956,90 als peildatum en tonen mogelijke koersen in euro aan het einde van 2027, 2028 en 2029. Het bearscenario gaat uit van vertraging, hoge voorraad en multiplekrimp. Het middenscenario veronderstelt dat omzetgroei en 19% marge geleidelijk in kas landen. In het gunstige scenario leveren capaciteit, vooruitbetalingen en schaal een sterke vrije kasstroom. Rheinmetall hoeft niet te bewijzen dat de vraag bestaat. Het orderboek doet dat al. De volgende fase is moeilijker: aantonen dat fabrieken die vraag snel genoeg kunnen verwerken en dat de winst niet in voorraad en investeringen blijft hangen. Bij €956,90 is kasconversie geen detail meer, maar de belangrijkste controle op de waardering.
- Eén Amerikaans aandeel TSMC staat voor vijf Taiwanese aandelen
In het kort Een Amerikaanse TSMC-ADR vertegenwoordigt vijf gewone aandelen in Taiwan. Dat staat in het jaarverslag over 2025 en klinkt als een technisch detail. Voor de waardering is het juist de eerste rekensom. De koers van $472,78 aan de NYSE moet worden vergeleken met vijf Taiwanese aandelen, omgerekend tegen de actuele wisselkoers. Een verschil kan ontstaan door handelsuren, valuta, vraag naar de Amerikaanse beurslijn en kosten rond het omzetten van aandelen in ADR's. Het bedrijf blijft hetzelfde, maar de prijs die twee beleggers betalen kan tijdelijk uiteenlopen. TSMC publiceert op 15 oktober de cijfers over het derde kwartaal. Tot die tijd zijn de maandelijkse omzetcijfers het recentste operationele signaal. Over januari tot en met augustus groeide de omzet 39,3%. Dat bevestigt dat de vraag naar geavanceerde chips sterk is. De koers weerspiegelt echter meer dan omzetgroei. De onderneming investeert tientallen miljarden dollars in nieuwe fabrieken, geavanceerde verpakking en buitenlandse capaciteit. De ADR-belegger moet daarom tegelijk naar de chipcyclus, vrije kas, valuta en de gekozen beurslijn kijken. Direct naar een onderdeel van dit artikel De ADR is een verpakking rond vijf aandelen Dividend komt door dezelfde wisselstraat Omzetgroei is nog geen kasgroei Wat moet $472,78 waarmaken? Risico's die de verhouding niet opvangt Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 De ADR is een verpakking rond vijf aandelen TSMC heeft zijn primaire notering in Taiwan. De Amerikaanse lijn met ticker TSM is een American Depositary Share. Een bewaarbank houdt de onderliggende gewone aandelen aan en geeft daartegen verhandelbare ADR's uit. Volgens het officiële jaarverslag staat één ADR voor vijf gewone aandelen. Daardoor ontstaat een theoretische brug tussen beide koersen: lokale koers maal vijf maal het aantal Amerikaanse dollars per Taiwanese dollar. Die brug is geen vaste prijsbelofte. Taiwan en New York zijn op andere uren open. Nieuws kan eerst in de ene markt worden verwerkt. Bovendien kunnen beleggers de ADR makkelijker kopen in een Amerikaanse portefeuille, terwijl grote partijen aandelen kunnen laten omzetten als het prijsverschil groot genoeg is. Dat arbitrageproces kost tijd en geld. Een kleine premie of korting is dus niet vreemd. Een structureel groot verschil vraagt wel aandacht, want uiteindelijk vertegenwoordigen beide lijnen hetzelfde economische belang. De module maakt de gevoeligheid zichtbaar. Een hogere Taiwanese koers verhoogt de theoretische ADR-waarde. Een sterkere Taiwanese dollar doet hetzelfde, omdat iedere NT$ meer Amerikaanse dollars waard wordt. Bij een zwakkere Taiwanese munt kan de ADR in dollars achterblijven, zelfs als het aandeel in Taipei stijgt. Dat valutarisico komt boven op de operationele risico's van TSMC. Dividend komt door dezelfde wisselstraat TSMC betaalde over 2025 in totaal NT$18 dividend per gewoon aandeel. Een ADR heeft economisch recht op vijfmaal dat bedrag, waarna de betaling naar dollars wordt omgerekend. Belastingen, bewaarkosten en de gekozen wisselkoers bepalen wat daadwerkelijk op de rekening verschijnt. Het dividendrendement van de ADR kan daarom niet betrouwbaar worden afgeleid uit alleen de Taiwanese uitkering of alleen de Amerikaanse koers. Voor een groeibedrijf in een zware investeringscyclus is het dividend bovendien niet de hoofdzaak. TSMC moet nieuwe fabrieken financieren voordat zij omzet opleveren. De vrije kas kan daardoor veel sterker schommelen dan de nettowinst. Wie dividendgroei voorspelt zonder de investeringsrekening mee te nemen, telt geld dat nog niet vrij beschikbaar is. Het sterke tegenargument is dat TSMC een uitzonderlijke positie bezit. Grote klanten als ontwerpers van AI-processors, smartphonechips en serverprocessors kunnen niet gemakkelijk naar een andere fabriek. De combinatie van geavanceerde processen, hoge opbrengst per wafer en schaal is moeilijk te kopiëren. Hoge investeringen beschermen daardoor ook de voorsprong. Zij worden pas een probleem wanneer nieuwe capaciteit te vroeg komt, de vraag afzwakt of buitenlandse fabrieken langdurig minder efficiënt draaien. Omzetgroei is nog geen kasgroei De maandelijkse omzetreeks geeft snel inzicht, maar vertelt niet welke klant, technologie of marge de groei droeg. Geavanceerde chips kunnen een hogere prijs hebben, terwijl opstartkosten van 2-nanometerproductie en fabrieken buiten Taiwan de brutomarge tijdelijk drukken. Ook geavanceerde verpakking blijft een knelpunt. Een wafer die wel is geproduceerd maar nog niet als compleet pakket kan worden geleverd, verandert niet meteen in maximale kas. De balans tussen prijszettingskracht en kapitaalintensiteit is daarom belangrijker dan één recordmaand. TSMC kan hogere prijzen vragen wanneer capaciteit schaars is. Tegelijk verwachten klanten betrouwbaarheid en voldoende volume. Samsung en Intel investeren in foundrycapaciteit, terwijl overheden regionale productie subsidiëren. TSMC hoeft zijn technologische voorsprong niet te verliezen om een lager rendement op nieuwe fabrieken te behalen. Een iets lagere bezettingsgraad of hogere kosten is al genoeg. Wat moet $472,78 waarmaken? Bij een koers van $472,78 en een modelwinst van ongeveer $14,20 per ADR betaalt de markt ruim 33 keer winst. De precieze actuele winstbasis hangt af van wisselkoers en periode, daarom is de omgekeerde waardering nuttiger dan een schijnbaar exact koersdoel. Bij een eindmultiple van 33 keer hoeft de winst per ADR nauwelijks te groeien om de huidige koers te verklaren. Voor een gewenst rendement moet de winst echter wel stijgen, het dividend meetellen of de waardering hoog blijven. Een multiple van ruim 30 kan passen bij sterke AI-vraag, een leidende technologiepositie en hoge marges. Zij laat weinig ruimte voor een gewone chipcyclus. Als de multiple naar 24 daalt, moet de winstgroei het verschil goedmaken. Dat kan alleen wanneer nieuwe capaciteit snel bezet raakt en de vrije kas per ADR meegroeit. De ADR-ratio verandert niets aan die economie, maar helpt voorkomen dat een belegger een Amerikaanse prijs los van de Taiwanese basis beoordeelt. Risico's die de verhouding niet opvangt Het grootste risico blijft geopolitiek. TSMC produceert het meeste geavanceerde volume in Taiwan. Fabrieken in de Verenigde Staten, Japan en Europa spreiden de productie, maar zijn duur en vergen tijd. Een verstoring rond Taiwan zou niet alleen de koers raken; zij zou de hele mondiale chipketen treffen. De ADR-structuur beschermt daar niet tegen. Een tweede risico is klantconcentratie. De grootste klanten bepalen een groot deel van omzet en investeringsplanning. Zij ontwikkelen steeds meer chips op maat en kunnen bestellingen verschuiven. Een derde risico is technologische uitvoering. Nieuwe processen moeten voldoende goede chips per wafer leveren. Een vertraging in opbrengst of verpakking kan de marge raken terwijl afschrijving al begint. Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029 Het bear-scenario combineert lagere groei met een duidelijke daling van de winstmultiple. Het middenscenario veronderstelt dat AI en geavanceerde processen de winst per ADR jaarlijks ongeveer 10% laten groeien. Het gunstige scenario vraagt een langere periode van krapte, hoge bezetting en stabiele prijszettingskracht. De mogelijke koersen voor eind 2027, 2028 en 2029 zijn rekensommen, geen voorspellingen. De cijfers van 15 oktober moeten drie vragen beantwoorden. Hoeveel van de omzetgroei komt uit volume en hoeveel uit prijs en valuta? Hoe snel lopen afschrijving en opstartkosten op? En hoeveel operationele kas blijft over na investeringen? De ADR-belegger voegt daar nog één vraag aan toe: ligt de Amerikaanse koers redelijk in de buurt van vijf Taiwanese aandelen na valutaomrekening? TSMC blijft een van de sterkste schakels in de AI-keten. Bij $472,78 wordt die kwaliteit stevig betaald. De beste controle begint daarom niet bij een Amerikaanse koersgrafiek, maar bij de onderliggende vijf aandelen en de kas die zij gezamenlijk verdienen. Lees ook: TSMC groeit 53,3% in augustus en de fabriek achter de AI-boom kan de vraag nauwelijks bijhouden. Feiten uit het TSMC-jaarverslag over 2025 en de officiële maandcijfers tot en met augustus 2026. Koerspeil $472,78 op 2 oktober aan de NYSE. Scenario's en wisselkoersen in de modules zijn eigen aannames in Amerikaanse dollars.











