Doorzoek deze website
14660 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Dit kan veel groter worden voor SpaceX dan raketten
SpaceX werd groot met raketten, maar juist het bedrijf dat door die raketten mogelijk wordt gemaakt kan uiteindelijk interessanter zijn. Starlink telde eind juni 12 miljoen klanten, twee keer zoveel als een jaar eerder. Tegelijkertijd steeg de omzet uit Connectivity met 66 procent naar 4,3 miljard dollar. Daarmee verandert het verhaal rond SpaceX. Falcon 9 en straks mogelijk Starship zijn niet alleen producten waarmee lanceringen worden verkocht, maar infrastructuur waarmee SpaceX zijn eigen satellietnetwerk goedkoper en sneller kan uitbreiden. Die verticale integratie kan een voordeel opleveren dat concurrenten moeilijk kunnen kopiëren. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Als lid krijg je toegang tot aandelentips, trainingen en live inzicht in de transacties van de portefeuille van De Belegger. Profiteer nu van 50% korting met de kortingscode ''INSIDER'' Starlink begint op een cash cow te lijken Starlink vormt steeds duidelijker de terugkerende omzetmotor van SpaceX. Het satellietnetwerk levert snel internet via een vloot van ongeveer 11.000 actieve satellieten. Ter vergelijking, Eutelsat OneWeb beschikt volgens de bron over ongeveer 650 satellieten. Starlink lijkt de nieuwe groeimotor van SpaceX te worden De groei van het klantenbestand maakt die schaal financieel steeds relevanter. Starlink ging in één jaar van ongeveer 6 miljoen naar 12 miljoen abonnees. Dat hielp de Connectivity omzet in het tweede kwartaal naar 4,3 miljard dollar, een stijging van 66 procent. In tegenstelling tot losse raketlanceringen kunnen abonnementen bovendien terugkerende inkomsten opleveren. De volgende groeifase hoeft niet uitsluitend van huishoudens te komen. Starlink werkt aan direct to cell, waarmee gewone smartphones verbinding kunnen krijgen op plaatsen zonder betrouwbare mobiele dekking. Daarnaast wordt Starlink al gebruikt voor snel internet in commerciële vliegtuigen. Daarmee kan dezelfde satellietinfrastructuur uiteindelijk meerdere markten bedienen. De interessante economische hefboom zit wat mij betreft in de combinatie met SpaceX zelf. Een traditionele satellietoperator moet capaciteit bouwen en vervolgens een externe partij betalen om die hardware de ruimte in te brengen. SpaceX is zowel satellietoperator als lanceerbedrijf. Iedere verbetering in lanceerkosten kan daardoor rechtstreeks helpen om Starlink sneller en mogelijk goedkoper uit te bouwen. De eerste earnings van SpaceX op de beurs waren een beat Starship kan het voordeel van SpaceX vergroten Herbruikbare raketten vormen de basis van die strategie. Met Falcon 9 en Falcon Heavy voert SpaceX tientallen missies per kwartaal uit. Concurrenten zoals Blue Origin, United Launch Alliance en Arianespace hebben die lanceerfrequentie volgens de analyse nog niet kunnen evenaren. Herbruikbaarheid speelt daarbij een centrale rol. SpaceX kan boosters laten landen en opnieuw inzetten, waardoor niet voor iedere missie een volledig nieuwe raket nodig is. Bovendien heeft het bedrijf met Starlink een grote interne klant. SpaceX hoeft dus niet te wachten tot externe klanten voldoende lanceringen boeken om zijn lanceerinfrastructuur te benutten. Starship kan die verticale integratie naar een volgende schaal brengen. De eerste orbitale vlucht staat gepland voor 28 september en moet 26 nieuwe Starlink V3 satellieten meenemen. Die volgende generatie satellieten is groter en moet aanzienlijk meer capaciteit bieden. Als Starship betrouwbaar herbruikbaar wordt, kan SpaceX veel grotere hoeveelheden hardware per missie vervoeren. Dat kan niet alleen de uitbreiding van Starlink versnellen, maar ook nieuwe toepassingen binnen communicatie en defensie mogelijk maken. De raket wordt dan minder interessant als eindproduct en juist belangrijker als middel om andere activiteiten van SpaceX goedkoper te laten groeien. Daar zit tegelijkertijd een belangrijk uitvoeringsrisico. De beleggingscase veronderstelt dat Starship uiteindelijk betrouwbaar genoeg wordt om die grotere missies regelmatig uit te voeren. Vertragingen of technische problemen kunnen de uitrol van nieuwe satellietcapaciteit vertragen. Ook toepassingen zoals grootschalige computing in de ruimte hoeven zich niet zo snel te ontwikkelen als optimistische scenario's veronderstellen. Wall Street ziet 57% koerspotentieel na de daling Waarom de koersdaling interessant kan zijn De beurskoers laat ondertussen zien hoeveel onzekerheid beleggers nog moeten accepteren. SpaceX ging in juni naar de beurs tegen 135 dollar, schoot vervolgens boven 225 dollar en zakte daarna tot ongeveer 105 dollar. Sinds die bodem in augustus is het aandeel alweer ongeveer 41 procent hersteld. Rond 135 dollar ligt ook het vijftigdaags gemiddelde, waardoor het oude introductieniveau technisch opnieuw belangrijk is geworden. De koers stond op 28 september rond 145 dollar. Daarmee noteert SpaceX ruim boven de recente bodem, maar nog altijd ongeveer 36 procent onder een koers van 225 dollar. Lees ook: Ik heb 84% van mijn portefeuille in deze 3 aandelen Op korte termijn kan extra volatiliteit ontstaan doordat na het aflopen van de meest recente lockup meer aandelen verhandelbaar worden. Dat vergroot tijdelijk het beschikbare aanbod zonder dat er noodzakelijk iets verandert aan de prestaties van SpaceX zelf. Voor beleggers is het daarom belangrijk onderscheid te maken tussen technische verkoopdruk en een fundamentele verslechtering van het bedrijf. De grootste vraag rond SpaceX is uiteindelijk niet hoeveel raketten het kan lanceren. Interessanter is hoeveel waarde het bovenop die lanceerinfrastructuur kan bouwen. Met 12 miljoen Starlink klanten, 66 procent groei van Connectivity en een satellietnetwerk dat veel groter is dan dat van de genoemde concurrent, begint dat model zichtbaar te worden. Als Starship vervolgens grotere Starlink satellieten goedkoper en frequenter in een baan om de aarde kan brengen, kan SpaceX zijn belangrijkste concurrentievoordeel gebruiken om zijn eigen snelst groeiende activiteit steeds verder te versterken. Wordt nu lid en krijg 50% korting met de code ''INSIDER''
- Waarom de inkoopwinst in de iShares World-ETF kleiner is dan hij lijkt
In het kort Fonds: IWDA is de iShares Core MSCI World UCITS ETF USD (Acc), ISIN IE00B4L5Y983. De Ierse, accumulerende shareclass noteert op Euronext Amsterdam in euro. Portefeuille: Het fonds bezit 1.250 aandelen uit 23 ontwikkelde landen. Op 28 september bedroeg de officiële NAV $146,24 en sloot de Amsterdamse beurslijn op €128,57. Waardering: iShares rapporteerde een onderliggende koers-winstverhouding van 26,31 en een koers-boekwaardeverhouding van 4,15. Dat vraagt om stevige groei of een langdurig hoge multiple. Kernvraag: Winst per aandeel kan sneller groeien dan de totale winst wanneer bedrijven netto aandelen intrekken. Bruto buybacks die aandelenbeloning compenseren, leveren minder eigenaarsgroei op dan ze lijken. IWDA is een van de eenvoudigste manieren om in ontwikkelde aandelenmarkten te beleggen. De MSCI World-index bevat grote en middelgrote ondernemingen en de ETF herbelegt ontvangen dividend. De kostenratio is 0,20%. Dat is laag, maar de portefeuille zelf is duurder gewaardeerd dan haar naam “wereldindex” misschien doet vermoeden. De Amerikaanse megacaps bepalen een groot deel van het resultaat. Zij hebben hoge marges, veel vrije kasstroom en omvangrijke inkoopprogramma’s. Dat klinkt gunstig. Toch moet steeds worden onderscheiden tussen bruto inkoop en de netto verandering van het aantal aandelen. Voor een fondshouder telt uiteindelijk hoeveel winst en kasstroom aan één fondseenheid toekomt. Direct naar een onderdeel van dit artikel De brug van ondernemingswinst naar EPS Aandelenbeloning verschuift de rekening Concentratie maakt de analyse belangrijker Kleine kosten, lange horizon Wat moet €128,57 waarmaken? Drie jaar, drie paden Het sterkste tegenargument Conclusie De brug van ondernemingswinst naar EPS Stel dat een onderneming haar nettowinst met 8% verhoogt. Zij koopt 2,5% van de aandelen terug, maar geeft 1,5% nieuwe stukken uit voor personeel en overnames. Netto krimpt het aantal aandelen met ongeveer 1%. De winst per aandeel groeit daardoor iets sneller dan 8%, maar veel minder dan de bruto inkoop van 2,5% suggereert. Die brug is belangrijk omdat veel analyses winst per aandeel gebruiken zonder de bron te ontleden. Operationele groei is doorgaans duurzamer dan groei die alleen door een kleiner aantal aandelen ontstaat. Tegelijk kan slimme inkoop zeer waardevol zijn wanneer aandelen goedkoop zijn en de balans sterk blijft. Bij hoge waarderingen wordt het lastiger. Als een onderneming 35 keer de winst betaalt voor haar eigen aandelen, koopt zij een laag winstrendement terug. Dezelfde dollar kan mogelijk meer opleveren in onderzoek, distributie, een acquisitie of dividend. Inkoop is dus een kapitaalallocatiebesluit en niet automatisch een cadeautje. Aandelenbeloning verschuift de rekening Aandelenbeloning is aantrekkelijk voor een groeiend technologiebedrijf omdat zij talent bindt zonder onmiddellijke kasuitstroom. Voor bestaande aandeelhouders ontstaat verwatering. Wanneer het bedrijf nieuwe stukken terugkoopt, verplaatst de rekening van verwatering naar kasuitstroom. Dit betekent niet dat aandelenbeloning slecht is. Goede medewerkers kunnen veel meer waarde creëren dan hun beloning kost. Het betekent wel dat aangepaste winst, die aandelenbeloning weer bij de winst optelt, niet rechtstreeks vergelijkbaar is met de vrije kasstroom voor aandeelhouders. De beste controle bestaat uit drie regels: aandelenbeloning in euro of dollar, cash besteed aan inkoop en het verwaterde aantal aandelen. Alleen de combinatie laat zien of de eigenaar werkelijk een groter deel van de onderneming bezit. Concentratie maakt de analyse belangrijker IWDA bevat 1.250 aandelen, maar de grootste ondernemingen wegen zwaar. Een vereenvoudigd blok van 25% megacaps kan bij 12% EPS-groei bijna de helft van de fondsbrede groei leveren wanneer de rest op 5% blijft. Dat is geen fout van de index. Marktkapitalisatiegewichten volgen de waarde die de beurs aan ondernemingen geeft. Het gevolg is dat dezelfde kapitaalallocatiebesluiten steeds terugkomen. Apple gebruikt veel kas voor inkoop. Microsoft en Alphabet investeren enorme bedragen in datacenters en kopen tegelijk aandelen terug. NVIDIA groeit snel maar kent ook aandelenbeloning. Wanneer deze ondernemingen hun per-aandeelgroei behouden, helpt dat IWDA. Wanneer waarderingen dalen, drukt dezelfde concentratie zwaarder. De geografische spreiding is bovendien smaller dan bij een all-worldfonds. MSCI World bevat ontwikkelde landen en geen opkomende markten. Taiwan, China, India en andere groeimarkten zijn alleen indirect aanwezig via omzet van multinationals. Dat kan stabiliteit geven, maar is geen volledige werelddekking. Kleine kosten, lange horizon De TER van 0,20% lijkt verwaarloosbaar. Over tientallen jaren telt zij wel op. Securities lending, het tijdelijk uitlenen van aandelen tegen onderpand, verdiende volgens iShares 0,02% voor het fonds. Daarmee wordt een klein deel van de kosten teruggewonnen. Het echte trackingverschil kan afwijken van TER minus lending. Dividendbelasting, indexwijzigingen, cash, handelskosten en timing spelen mee. De ETF gebruikt fysieke optimalisatie: hij bezit een representatieve portefeuille in plaats van iedere indexpositie exact in elke verhouding. Dat is efficiënt, maar introduceert een klein verschil met de index. Wat moet €128,57 waarmaken? Bij een onderliggende P/E van 26,31 ligt het winstrendement rond 3,8%. Voor 8% jaarlijks koersrendement, een eindmultiple van 23 en een neutrale valuta is ongeveer 15% jaarlijkse winstgroei per fondseenheid nodig. Dat is ambitieus voor een brede ontwikkelde-marktenindex. Een hogere eindmultiple verlaagt de vereiste groei. Een sterkere euro tegenover de portefeuillevaluta verhoogt haar. De Amsterdamse eurokoers elimineert valutarisico niet. De onderliggende ondernemingen verdienen in dollars, yen, ponden en andere valuta; de euro is alleen de handelsvaluta van deze beurslijn. Drie jaar, drie paden In het bear-scenario groeit de onderliggende winst 1% per jaar, daalt de multiple van 23 naar 19 en werkt valuta tegen. De mogelijke koersen liggen rond €111, €101 en €91 voor september 2027, 2028 en 2029. Het middenscenario gebruikt 8% winstgroei, een multiple die daalt van 26 naar 24 en neutrale valuta. Dat geeft ongeveer €137, €142 en €147. Het gunstige scenario veronderstelt 13% groei, multiples van 29 tot 30 en een gunstige valutabeweging. Dan ontstaan mogelijke koersen van ongeveer €162, €190 en €220. Dividend is niet apart opgeteld. De accumulerende shareclass herbelegt het binnen het fonds en de NAV weerspiegelt dat. Persoonlijke belasting en transactiekosten ontbreken. Het zijn scenario’s en geen waarschijnlijkheden of koersdoelen. Het sterkste tegenargument Een kritische bespreking van buybacks kan te veel aandacht geven aan boekhoudkundige details. De index selecteert geen bedrijven op inkoopbeleid en vervangt verliezers geleidelijk door grotere winnaars. Over een lange periode kan dat belangrijker zijn dan de precieze aandelenbeloning van één megacap. Daar staat tegenover dat waardering op fondsniveau juist het totaal van al die details is. Bij 26,31 keer winst betaalt de belegger voor hoge kwaliteit en aanhoudende groei. Nettoverwatering verlaagt die groei. Dure inkoop kan vrije kasstroom verbruiken zonder evenredige waardestijging. Conclusie IWDA blijft een sterke kern-ETF voor ontwikkelde markten: groot, liquide, accumulerend en relatief goedkoop. De zwakke plek zit niet in de verpakking, maar in wat de huidige prijs van de ondernemingen vraagt. Bij €128,57 is het verstandig om minder naar aangekondigde buybacks en meer naar de netto aandelenontwikkeling te kijken. Winstgroei per fondseenheid ontstaat pas nadat personeelsaandelen, acquisitieaandelen, kosten en belastinglekken zijn verwerkt. Dat is de groei waarvoor de belegger werkelijk betaalt. Lees ook: IWDA ETF tegenover VWRL en VWCE iShares publiceerde de fondsgegevens en NAV op 28 september 2026. De koers is het slot op Euronext Amsterdam van dezelfde dag.
- Koerswinst maakt VanEcks dividend-ETF duurder voor nieuwe kopers
In het kort Instrument: Dit is de uitkerende VanEck Morningstar Developed Markets Dividend Leaders UCITS ETF, ISIN NL0011683594, met de eurobeurslijn TDIV op Euronext Amsterdam. Actueel: VanEck meldde voor 28 september een NAV van €54,76 en 17,54% rendement sinds het begin van 2026. De totale fondswaarde bedroeg ongeveer €9,9 miljard en de kostenratio is 0,38%. Kernvraag: Een hogere koers is prettig voor bestaande bezitters, maar verlaagt bij een gelijkblijvende uitkering het directe dividendrendement voor een nieuwe koper. Waardering: In ons middenscenario groeit de onderliggende winst 4% per jaar en normaliseert de multiple. Dat levert mogelijke koersen van €55, €57 en €58 op, exclusief ontvangen dividend. Een dividend-ETF kan in een sterk beursjaar ongemerkt van karakter veranderen. De bedrijven keren nog altijd geld uit, maar een nieuwe belegger betaalt meer voor dezelfde euro dividend. Dat is precies wat bij TDIV na de sterke koersrit van 2026 telt. Niet de vraag of het fonds dividend betaalt, maar welke winstgroei nodig is om het huidige inkomen én de huidige prijs vast te houden. VanEck selecteert honderd grote ondernemingen uit ontwikkelde markten op dividendrendement, weerbaarheid en verwachte groei van de uitkering. Die regels geven richting, maar geen garantie. Een hoog rendement kan wijzen op een goedkoop aandeel. Het kan ook ontstaan doordat de markt een winst- of balansprobleem eerder ziet dan de indexmethodologie. Direct naar een onderdeel van dit artikel De prijs verandert het inkomen Honderd dividenden zijn niet honderd zekerheden Wanneer een hoge yield juist waarschuwt De valutalaag blijft aanwezig Wat moet €54,76 waarmaken? Drie jaar, drie paden Het sterkste tegenargument Conclusie De prijs verandert het inkomen Bij een veronderstelde jaaruitkering van €1,75 geeft €54,76 een direct rendement van ongeveer 3,2%. Daalt de koers naar €45 en blijft de uitkering gelijk, dan stijgt dat naar 3,9%. Stijgt de koers naar €65, dan zakt het naar 2,7%. De module gebruikt geen nieuwe fondsprognose voor de uitkering. Zij laat alleen het mechanisme zien. De uitkering wordt per participatie bepaald, terwijl het rendement afhangt van de prijs waartegen die participatie wordt gekocht. Daarom is de winst van 17,54% sinds januari dubbel. Bestaande beleggers zien hun vermogen stijgen. Nieuwe kopers krijgen minder lopend inkomen per ingelegde euro, tenzij de onderliggende bedrijven hun dividend verhogen. De vraag verschuift dus van huidig rendement naar dividendgroei. Honderd dividenden zijn niet honderd zekerheden De indexmethodologie probeert zwakke uitkeringen te vermijden. Er wordt gekeken naar een geschiedenis van dividendbetalingen, financiële kracht en verwachte houdbaarheid. Toch blijft de ETF gevoelig voor sectoren waarin veel cash naar aandeelhouders gaat, zoals banken, energie, telecom en nutsbedrijven. Dat is geen fout in het product. Het is de gekozen factorblootstelling. In goede jaren kan een waardegerichte portefeuille achterblijven bij snelgroeiende technologie. In een recessie kan juist blijken dat een aantrekkelijk dividend leunde op hoge grondstoffenprijzen, kredietgroei of tijdelijk lage investeringen. De dekking van het dividend is daarom belangrijker dan het percentage in de factsheet. Een onderneming met een nettomarge van 11% en een uitkeringsratio van 70% houdt per €100 omzet maar €3,30 winst binnen. Daarmee moeten schuldreductie, investeringen en tegenvallers worden betaald. Een hoge uitkeringsratio hoeft niet verkeerd te zijn bij een stabiel bedrijf met weinig investeringsbehoefte. Zij laat wel minder ruimte wanneer winst daalt. De sterkste holdings combineren daarom een houdbare payout met een balans die een zwak jaar kan opvangen. Wanneer een hoge yield juist waarschuwt Een yield stijgt om twee redenen: het dividend groeit of de koers daalt. Alleen de eerste reden is zonder meer positief. Als het dividend 5% groeit en de koers 10% daalt, loopt de yield stevig op. De belegger ontvangt meer inkomen, maar de markt vraagt zich kennelijk af hoe duurzaam die groei is. Dit mechanisme raakt een rules-based fonds extra. Een aandeel waarvan de koers hard daalt, kan door zijn hogere dividendrendement aantrekkelijker worden voor de index. De kwaliteitsfilters moeten voorkomen dat de portefeuille vol raakt met klassieke dividendvallen. Geen enkele filter ziet echter alle toekomstige winstdalingen of kapitaalverhogingen aankomen. Herbalancering dwingt bovendien discipline af, maar kan ook winnaars afbouwen en nieuwe probleemgevallen kopen. Dat is de prijs van een transparante methode. Een actieve beheerder kan afwijken, maar brengt weer managerkeuze en vaak hogere kosten mee. De valutalaag blijft aanwezig TDIV handelt in euro en is in Nederland gevestigd, maar de onderliggende ondernemingen verdienen in veel valuta. Een sterkere euro kan buitenlandse winst en dividend omgerekend drukken. Een zwakkere euro kan juist helpen. De beursvaluta is dus geen hedge. Voor het koersrendement telt niet alleen wat de bedrijven operationeel doen, maar ook hoe hun winst in euro uitpakt. Dat maakt een vergelijking met een spaarrente of euro-obligatie minder eenvoudig dan het woord inkomen suggereert. De distributies zijn evenmin gratis rendement. Rond de ex-datum daalt de fondsinventariswaarde normaal gesproken met ongeveer het uitgekeerde bedrag. Voor totaalrendement moeten koersverandering en ontvangen uitkeringen bij elkaar worden opgeteld, na belastingen en transactiekosten die voor iedere belegger anders kunnen zijn. Wat moet €54,76 waarmaken? Voor de reverse waardering gebruiken we een eigen look-through aanname van 12,8 keer de onderliggende winst. Dat is geen door VanEck gepubliceerde actuele portefeuillemultiple, maar een rekenbasis om zichtbaar te maken wat de prijs vraagt. Bij 7% gewenst jaarlijks koersrendement, een eindmultiple van 12 en een neutrale valutafactor is ongeveer 9% winstgroei per jaar nodig. Dat is stevig voor een portefeuille die juist op volwassen dividendbetalers leunt. Een ruimere eindmultiple verlaagt de vereiste groei, maar maakt het rendement afhankelijker van waardering. De fondskosten van 0,38% zitten in het model. Het dividend niet, omdat de koersscenario’s hieronder exclusief uitkeringen worden getoond. Wie 3% tot 4% per jaar ontvangt, kan met een bescheidener koersstijging toch een aantrekkelijk totaalrendement behalen. Die uitkering moet dan wel standhouden. Drie jaar, drie paden In het bear-scenario daalt de onderliggende winst 2% per jaar en krimpt de multiple van 11 naar 9. De euro wordt sterker. Mogelijke koersen komen dan uit rond €46, €39 en €33 in september 2027, 2028 en 2029. Het middenscenario gebruikt 4% winstgroei en een geleidelijke normalisering van de multiple. De mogelijke koersen liggen rond €55, €57 en €58. Tel ontvangen dividend apart bij het totaalrendement op. In het gunstige scenario groeit de winst 8% per jaar, blijft de waardering royaal en helpt valuta. Dat geeft ongeveer €62, €69 en €77. Deze uitkomsten zijn scenario’s, geen voorspellingen. De brede bandbreedte laat zien dat een defensief klinkend dividendproduct nog steeds aandelen-, sector- en valutarisico bevat. Het sterkste tegenargument Het beste argument vóór TDIV is dat beleggers niet hoeven te voorspellen welke afzonderlijke bank, energiegroep of telecomonderneming zijn dividend verhoogt. De ETF spreidt over honderd namen, herbalanceert volgens vaste regels en keert ieder kwartaal uit. Sinds de start in mei 2016 bedroeg het gemiddelde jaarlijkse uitkeringsrendement volgens VanEck ongeveer 4,3%, terwijl de uitkering per participatie over tien jaar met 38% steeg. Dat verleden toont dat de strategie meer kan leveren dan een statische coupon. Het bewijst niet dat dezelfde groei vanaf de huidige prijs doorgaat. Na een sterk beursjaar is de foutmarge kleiner, juist omdat een deel van het toekomstige rendement al naar voren is gehaald. Conclusie TDIV blijft een helder instrument voor beleggers die bewust inkomen en een waardefactor willen. De ETF is geen obligatie en ook geen neutrale wereldindex. De belegger koopt honderd dividendbedrijven, plus hun sectorcyclus, valuta en kapitaaldiscipline. Bij €54,76 is het directe inkomen minder royaal dan vóór de koerssprong. Daardoor moeten winst en dividend verder groeien. De belangrijkste signalen zijn niet alleen de volgende kwartaaluitkering, maar vooral payoutdekking, balanskwaliteit en winstgroei per participatie. Als die verbeteren, kan het dividend met de prijs meegroeien. Als de yield alleen hoog blijft doordat koersen dalen, was het inkomen een waarschuwing. Lees ook: Dít houd je over van het dividend uit de VanEck-ETF VanEck publiceerde de actuele fondsdata met peildatum 28 september 2026. De tienjaarsanalyse van VanEck verscheen op 26 mei 2026. Koersscenario’s gebruiken de NAV van €54,76 en zijn exclusief uitgekeerd dividend.
- Nebius moet eerst investeren voordat Meta 27 miljard betaalt
In het kort Actueel: Nebius en Meta maakten op 16 maart 2026 een vijfjarige infrastructuurovereenkomst bekend. Meta legt $12 miljard vaste capaciteit vast en kan maximaal $15 miljard extra afnemen. Kans: Het contract geeft Nebius omzetzichtbaarheid en helpt nieuwe datacenters sneller te vullen. Levering van de eerste capaciteit staat gepland voor begin 2027. Risico: De onderneming moet GPU’s, stroom en gebouwen financieren voordat alle omzet binnenkomt. Optionele capaciteit is geen gegarandeerde backlog. Waardering: Bij $231,88 vraagt de beurs een combinatie van tientallen miljarden omzet, hoge bezetting en een royale omzetmultiple. Een contract van maximaal $27 miljard klinkt alsof het waarderingsvraagstuk is opgelost. Dat is niet zo. Het vaste deel van $12 miljard is belangrijk, maar het extra deel hangt af van daadwerkelijke afname. Bovendien moet Nebius de beloofde capaciteit eerst bouwen, aansluiten en financieren. Dat maakt deze deal tegelijk sterk en veeleisend. Een grote klant verlaagt het risico dat nieuwe datacenters leegstaan. Dezelfde klant vergroot concentratie en onderhandelingsmacht. De aandeelhouder krijgt omzetzichtbaarheid, maar draagt nog steeds uitvoerings-, financierings- en technologierisico. Direct naar een onderdeel van dit artikel Vast en optioneel zijn twee verschillende bedragen Bezetting verandert hardware in een bedrijf De financiering komt vóór de kasstroom Meta verlaagt één risico en verhoogt een ander Welke omzet vraagt $231,88? Drie jaar, drie paden Het sterkste tegenargument Conclusie Vast en optioneel zijn twee verschillende bedragen Wanneer alleen het vaste deel gelijkmatig over vijf jaar wordt verdeeld, is dat gemiddeld $2,4 miljard omzet per jaar. Als de helft van de optie wordt benut, stijgt de totale contractwaarde naar $19,5 miljard en het jaargemiddelde naar $3,9 miljard. Werkelijke omzet zal niet gelijkmatig verlopen. Nebius begint volgens het bericht begin 2027 met leveren. Nieuwe datacenters en Nvidia Vera Rubin-systemen komen in stappen beschikbaar. Daardoor kan omzet later in de looptijd groter zijn dan in het begin. De optie is economisch waardevol omdat Meta extra capaciteit kan afnemen zonder een nieuw contract vanaf nul. Zij mag niet als vaste backlog worden geboekt zolang de voorwaarden niet zijn geactiveerd. Wie direct $27 miljard door vijf deelt, verwart maximale contractruimte met gegarandeerde omzet. Bezetting verandert hardware in een bedrijf Een GPU levert geen rendement wanneer hij in een rack staat zonder betalende klant. De bezettingsgraad bepaalt hoeveel van de theoretische omzetcapaciteit echt wordt benut. Nebius publiceert spotprijzen die vaak kunnen veranderen. Dat maakt prijs en bezetting dynamisch. In het model geeft $12 miljard jaarlijkse omzetcapaciteit, 75% bezetting en 35% EBITDA-marge ongeveer $3,15 miljard EBITDA. Een hogere bezetting is niet altijd beter wanneer zij alleen met grote korting wordt gekocht. Omgekeerd kan een lagere bezetting rationeel zijn wanneer Nebius capaciteit reserveert voor een klant die later meer betaalt. De juiste maatstaf is rendement op geïnvesteerd kapitaal, niet alleen het percentage volle servers. Technologische veroudering maakt de rekensom strenger. AI-chips verbeteren snel. Een cluster kan technisch nog jaren werken, maar economisch verouderen wanneer klanten veel meer prestaties per watt en per dollar krijgen van een nieuwe generatie. De financiering komt vóór de kasstroom Nebius moet datacenters, netaansluitingen, koeling en GPU’s betalen. Leveranciers ontvangen geld voordat de volledige contractomzet is verdiend. Dat tijdsverschil wordt gevuld met kas, schuld, klantvooruitbetalingen of nieuwe aandelen. Het financieringsmodel gebruikt $24 miljard capex, voor de helft met schuld gefinancierd. Bij 7% rente kost de schuld ongeveer $840 miljoen per jaar. De resterende $12 miljard aan eigen vermogen vraagt bij $230 per aandeel ongeveer 52 miljoen nieuwe aandelen. Dat is geen voorspelling van Nebius. Het laat zien hoe groot de hefboom is. Meer schuld beperkt verwatering maar verhoogt vaste rentelasten. Meer aandelen verlaagt balansrisico maar verdeelt toekomstige winst over meer stukken. Klantvooruitbetalingen zijn aantrekkelijker wanneer zij niet gepaard gaan met ongunstige prijzen of zekerheden. De details van contractfinanciering zijn daarom minstens zo belangrijk als de headlinewaarde. Meta verlaagt één risico en verhoogt een ander Een vijfjarige overeenkomst met Meta verlaagt vraagrisico. Nebius kan bouwen met meer zicht op gebruik. Dat kan financieringsvoorwaarden verbeteren en leveranciers vertrouwen geven. Klantconcentratie groeit tegelijk. Een technisch of commercieel conflict met één grote klant kan veel omzet raken. Meta is bovendien zelf een zeer ervaren koper van chips en datacentercapaciteit. Die schaal geeft sterke onderhandelingsmacht. Nebius moet ook bewijzen dat het meer is dan financiering rond Nvidia-hardware. Netwerk, opslag, software, support en ontwikkelaarservaring moeten klanten binden. Anders wordt rekenkracht een product waarvan vooral de chipmaker en stroomleverancier een sterke marge houden. Het bedrijf heeft Europese wortels en een Nasdaq-notering. Dat kan helpen bij toegang tot klanten en kapitaal, maar brengt regelgeving, exportrestricties en geopolitieke afhankelijkheid mee. De nieuwste chips mogen niet overal zonder beperkingen worden geleverd. Welke omzet vraagt $231,88? Bij ongeveer 249 miljoen aandelen is de beurswaarde rond $57,7 miljard. Dat is groot ten opzichte van de huidige omzetbasis. Klassieke winstwaardering werkt nog niet goed, omdat de onderneming zwaar investeert en aangepaste winstcijfers de volledige kapitaalkosten niet tonen. Daarom gebruiken we een omzetmultiple. Bij $15 miljard omzet in 2029, 6 keer omzet, $8 miljard nettoschuld en 280 miljoen economische aandelen volgt een modelwaarde van ongeveer $293 per aandeel. Daalt de multiple naar 4 of stijgt het aandelenaantal harder, dan zakt de uitkomst sterk. Omzet is bovendien geen kasstroom. De marge moet voldoende zijn om afschrijving, rente, belasting en vervangingsinvesteringen te dragen. Aandelenbeloning hoort in het economische aandelenaantal. Zij is geen kasuitgave in de periode, maar wel een overdracht van toekomstige waarde. De vorige winstmaatstaf mag haar niet negeren en vervolgens de verwatering apart vergeten. Drie jaar, drie paden In het bear-scenario groeit omzet naar $6 miljard, $9 miljard en $12 miljard, terwijl de multiple daalt van 5 naar 4. Met oplopende nettoschuld en verwatering geeft dat mogelijke koersen van ongeveer $91, $110 en $121. Het middenscenario gebruikt $8 miljard, $14 miljard en $20 miljard omzet met multiples van 7, 6,5 en 6. De mogelijke koersen worden circa $196, $300 en $376. In het gunstige scenario wordt de optie grotendeels benut, lopen meerdere klanten op en blijft de waardering hoog. Bij $10 miljard, $19 miljard en $30 miljard omzet volgen ongeveer $335, $580 en $832. De grote bandbreedte past bij een bedrijf waarvan de toekomstige kapitaalstructuur nog niet vastligt. De scenario’s zijn geen koersdoelen. Het sterkste tegenargument Het beste argument vóór Nebius is dat AI-infrastructuur schaars blijft en grote klanten capaciteit jaren vooruit boeken. Een ankercontract kan nieuwe locaties sneller rendabel maken. De softwarelaag en gespecialiseerde service kunnen Nebius onderscheiden van generieke verhuur. Het sterkste tegenargument is dat hardwareleveranciers en financiers eerder worden betaald dan de aandeelhouder. Als bouwkosten oplopen, chips snel verouderen of bezetting lager uitvalt, blijft de contractomzet groot terwijl vrije kasstroom achterblijft. De Meta-deal vermindert dat risico, maar verwijdert het niet. Zij maakt de uitvoering juist meetbaar. Nebius moet capaciteit op tijd leveren, tegen afgesproken prestaties en met voldoende marge. Conclusie $27 miljard maximale contractwaarde is belangrijk nieuws, maar geen directe winst. Het vaste deel geeft zichtbaarheid. De optie geeft potentieel. De capex, financiering en bezetting bepalen hoeveel waarde per aandeel overblijft. Bij $231,88 moet Nebius uitgroeien tot een veel grotere infrastructuuronderneming zonder dat rente en verwatering de operationele winst opslokken. Volg daarom niet alleen contractwaarde, maar vooral geleverde capaciteit, bezettingsgraad, nettoschuld en economisch aandelenaantal. Als die cijfers samen verbeteren, wordt Meta een fundament. Zo niet, dan financierde de aandeelhouder vooral een groot datacenter voor een machtige klant. Lees ook: Waarom ik geen Nebius aandelen bezit Nebius publiceerde de Meta-overeenkomst op 16 maart 2026. De koers is de laatste Nasdaq-transactie van 29 september 2026 om 00:15 UTC. Contractrealisatie, financieringsmix en scenario’s zijn eigen aannames.
- Nvidia mikt met een eigen CPU op 200 miljard dollar
Nvidia bouwde zijn AI imperium op GPU’s, maar juist een chipmarkt waarin het bedrijf tot voor kort nauwelijks meespeelde kan de volgende groeifase bepalen. Met het nieuwe Vera Rubin platform introduceert Nvidia zijn eerste zelfstandige CPU en mikt het direct op een markt die het zelf op 200 miljard dollar schat. Voor dit jaar rekent Nvidia al op 20 miljard dollar aan CPU omzet. Dat is interessant omdat Nvidia hiermee zijn positie in AI verder verbreedt. GPU’s blijven essentieel voor het trainen en draaien van AI modellen, maar agentic AI vraagt ook veel traditionele processorkracht. Als AI agents inderdaad op grote schaal zelfstandig taken gaan uitvoeren, wil Nvidia niet alleen de accelerator leveren, maar steeds meer van het complete computersysteem. Met Vera Rubin introduceerde Nvidia zijn eerste zelfstandige CPU, waarmee het mikt op een markt van $200 miljard en de groei van agentic AI Van GPU koning naar complete AI leverancier Nvidia heeft eerder bewezen dat het een bestaande technologie naar een veel grotere markt kan brengen. Het bedrijf begon meer dan dertig jaar geleden als specialist in grafische processors voor gaming. Met de introductie van CUDA in 2006 maakte Nvidia zijn GPU’s programmeerbaar voor veel bredere rekentaken, waarmee uiteindelijk de basis werd gelegd voor de huidige positie in AI. Die strategie heeft de financiële resultaten compleet veranderd. In het meest recente kwartaal verdubbelde Nvidia zijn omzet naar 96 miljard dollar. De winst groeide eveneens met driecijferige percentages en bereikte 59 miljard dollar. Over de afgelopen drie jaar steeg het aandeel ongeveer 400 procent. Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Als lid krijg je toegang tot aandelentips, trainingen en live inzicht in de transacties van de portefeuille van De Belegger. Profiteer nu van 50% korting met de kortingscode ''INSIDER'' Nvidia is ondertussen ook allang geen pure GPU producent meer. Het verkoopt complete systemen, netwerkproducten en bedrijfssoftware en ontwikkelt gespecialiseerde platforms voor onder meer medicijnontwikkeling en hybride quantumcomputing. Het doel lijkt duidelijk: Nvidia wil een zo groot mogelijk gedeelte van de infrastructuur achter AI controleren. De CPU past precies binnen die strategie. Nvidia ontwikkelde eerder al CPU’s voor gebruik binnen eigen GPU systemen, maar concurreerde niet rechtstreeks met zelfstandige processors van Intel en AMD. Vera Rubin verandert dat. Voor het eerst brengt Nvidia een zelfstandige CPU naar de markt en daarmee betreedt het een enorme markt waarin twee gevestigde concurrenten al jarenlang sterk staan. De waardering van Nvidia is aantrekkelijker dan die van AMD en Intel Waarom agentic AI de CPU belangrijker maakt Agentic AI vormt de belangrijkste reden achter Nvidia’s nieuwe ambitie. AI agents reageren niet alleen op een vraag, maar kunnen zelfstandig verschillende taken uitvoeren namens gebruikers. Zulke systemen moeten continu instructies verwerken, software aansturen en verschillende processen coördineren. Daar speelt de CPU een belangrijke rol. Waar GPU’s uitzonderlijk geschikt zijn om enorme hoeveelheden berekeningen parallel uit te voeren, functioneren CPU’s als algemene processors die uiteenlopende computertaken afhandelen. De bron omschrijft het zelfs zo: de CPU kan voor agentic AI worden wat de GPU voor AI training is geworden. Nvidia schat de totale CPU kans op ongeveer 200 miljard dollar en verwacht dit jaar al 20 miljard dollar CPU omzet. Dat is een opvallend bedrag omdat het Vera Rubin platform pas recent is begonnen met leveren en er nog slechts enkele maanden van het jaar over zijn. Als Nvidia die verwachting realiseert, zou het dus vrijwel onmiddellijk een materiële nieuwe omzetbron creëren. Hier zit mogelijk ook de belangrijkste strategische implicatie. Nvidia hoeft met zijn CPU niet noodzakelijk Intel en AMD overal te verslaan. Het bedrijf kan CPU’s combineren met zijn GPU’s, networking en software tot complete AI systemen. Klanten die Nvidia accelerators kopen, kunnen daardoor steeds meer onderdelen van dezelfde leverancier afnemen. Dat kan de concurrentiepositie versterken. CUDA maakte het in het verleden aantrekkelijk om binnen Nvidia’s software en hardware ecosysteem te blijven. Wanneer daar eigen CPU’s bijkomen, groeit het aantal onderdelen waarmee Nvidia klanten binnen dat ecosysteem kan bedienen. De kans van 200 miljard dollar komt met nieuwe risico’s Een markt van 200 miljard dollar betekent niet automatisch 200 miljard dollar omzet voor Nvidia. Intel en AMD hebben decennialange ervaring met zelfstandige CPU’s en bestaande relaties met grote zakelijke klanten en datacenters. Nvidia moet dus bewijzen dat zijn technologische dominantie bij GPU’s ook naar deze markt kan worden vertaald. Wellicht wacht er een volgende doorbraak in de koers van Nvidia, AMD en Intel zijn beide dit jaar al fors gestegen Daarnaast rust de groeiverwachting sterk op agentic AI. De redenering is dat steeds meer autonome AI agents leiden tot meer computertaken en daardoor grotere CPU vraag. Wanneer de adoptie van zulke toepassingen trager verloopt dan verwacht, kan ook de vraag naar de benodigde infrastructuur achterblijven. De verwachtingen rond Nvidia zijn bovendien al hoog. Het aandeel staat dit jaar ongeveer 20 procent hoger en noteert rond 228,86 dollar, dicht bij de 52 weekse top van 236,54 dollar. De beurswaarde bedraagt ongeveer 5,5 biljoen dollar. Bij zo’n omvang moeten nieuwe activiteiten miljarden aan omzet en winst toevoegen voordat ze daadwerkelijk een groot verschil maken voor de totale waardering. Lees ook: Ik heb 84% van mijn portefeuille in deze 3 aandelen Juist daarom is die verwachting van 20 miljard dollar CPU omzet interessant. Dit gaat niet om een experimentele activiteit die pas over jaren relevant zou kunnen worden. Als Nvidia die omzet daadwerkelijk realiseert en vervolgens een betekenisvol aandeel van de geschatte markt van 200 miljard dollar verovert, krijgt het bedrijf naast GPU’s een tweede grote chipcategorie. Voor beleggers verschuift daarmee langzaam de vraag rond Nvidia. Het succes van GPU’s staat niet langer op zichzelf, want het bedrijf probeert dezelfde positie op steeds meer onderdelen van een AI datacenter op te bouwen. Vera Rubin wordt daarom meer dan alleen een nieuwe productcyclus. De ontwikkeling van Nvidia’s CPU omzet kan laten zien of het bedrijf van dominante GPU leverancier daadwerkelijk kan doorgroeien naar leverancier van vrijwel het volledige rekensysteem achter de volgende generatie AI. Wordt nu lid en krijg 50% korting met de code ''INSIDER''
- Apples hardwaremarge draagt stilletjes de kosten van iOS-updates
In het kort Ontwikkeling: Apple bracht op 28 september iOS 27.0.1 en iPadOS 27.0.1 uit. De beveiligingspagina noemt geen gepubliceerde CVE’s. Een kleine update blijft economisch relevant omdat zij apparaten bruikbaar en klanten binnen het ecosysteem houdt. Schaal: Apple had bij de bestuurswissel meer dan 2,5 miljard actieve apparaten. Een klein verschil in supportkosten of retentie wordt op die basis direct miljardenwerk. Resultaten: In het kwartaal tot 27 juni groeide omzet 16% naar $109,4 miljard. De brutomarge van 50,1% kreeg ongeveer 2 procentpunt hulp van een tariefteruggave en moet daarom worden genormaliseerd. Waardering: Bij $338,40 en $8,71 vergelijkings-EPS noteert Apple rond 38,9 keer de winst. Voor 8% jaarlijks rendement en 30 keer de winst is in 2029 ongeveer $14,2 EPS nodig. Een software-update van één tiende punt haalt zelden een kwartaalpresentatie. Toch raakt zij de kern van Apple. De onderneming verkoopt dure hardware, maar de klant verwacht jaren updates, beveiliging, compatibiliteit en service. Die belofte maakt een iPhone of Mac waardevoller op de aankoopdag en houdt de eigenaar langer in het ecosysteem. iOS 27.0.1 verscheen op 28 september. Apple meldde geen gepubliceerde beveiligingslekken voor deze release. Dat betekent niet dat de update economisch leeg is. Stabiliteit en probleemoplossing voorkomen uitval, supportgesprekken en reputatieschade. De kosten staan verspreid over onderzoek, softwareontwikkeling, infrastructuur en klantenservice. Zij verdwijnen daardoor gemakkelijk achter de hardwaremarge. Direct naar een onderdeel van dit artikel Support is een terugkerende productiekost Retentie is de brug naar Services De nieuwe CEO erft een onderhoudsmachine Eerst de marge normaliseren Wat moet $338,40 waarmaken? Drie jaar, drie paden Het sterkste tegenargument Conclusie Support is een terugkerende productiekost Bij fysieke producten worden materiaalkosten direct aan de verkoop gekoppeld. Softwareonderhoud loopt jaren door. Ingenieurs testen nieuwe versies op meerdere apparaatgeneraties. Apple onderhoudt ontwikkeltools, servers, beveiligingsprocessen en documentatie. Een verkocht toestel blijft dus werk vragen nadat de omzet is geboekt. Met meer dan 2,5 miljard actieve apparaten is zelfs $7 jaarlijkse supportkost per apparaat gelijk aan $17,5 miljard. Dat is geen gerapporteerde Apple-post, maar een gevoeligheid om de schaal zichtbaar te maken. Een deel hoort bij nieuwe productontwikkeling, een deel bij Services en een deel voorkomt toekomstige claims en klantverlies. De economische tegenprestatie is groot. Langere ondersteuning verlengt de levensduur van een apparaat, verhoogt de tweedehandswaarde en maakt een hoge aanschafprijs beter verdedigbaar. Zij vertraagt mogelijk de vervangingscyclus, maar houdt ook meer actieve gebruikers beschikbaar voor iCloud, Apple Music, App Store, Apple Pay en andere diensten. Retentie is de brug naar Services Een extra jaar in het ecosysteem hoeft niet meteen een nieuwe iPhoneverkoop op te leveren. Het kan wel meerdere diensteninkomsten opleveren. Bij 2,5 miljard apparaten zorgt 1% extra retentie voor 25 miljoen behouden apparaten. Als daar gemiddeld $40 netto Services-omzet en 50% operationele marge aan hangt, ontstaat $500 miljoen extra operationele winst. Het voorbeeld bewijst niet dat één update 1% retentie veroorzaakt. Het maakt duidelijk waarom Apple kleine releases serieus neemt. De waarde zit in het cumulatieve vertrouwen dat apparaten blijven werken, apps compatibel blijven en gegevens veilig zijn. Concurrenten hebben eveneens lange ondersteuningsprogramma’s. Androidfabrikanten hebben de afgelopen jaren updatebeloften verlengd. Apple kan support daarom niet onbeperkt als differentiatie prijzen. Het voordeel zit vooral in de combinatie van eigen chips, eigen besturingssysteem, eigen winkel en directe distributie van updates. De nieuwe CEO erft een onderhoudsmachine John Ternus werd op 1 september CEO en Tim Cook executive chairman. Ternus komt uit hardware engineering. Dat past bij een onderneming waar productduur, reparatie, silicium en software steeds sterker samenhangen. De bestuurswissel verandert de cijfers niet direct. Zij maakt wel duidelijk dat de volgende groeifase niet alleen uit een nieuw apparaat hoeft te komen. Een langere levensduur, lagere supportfrictie en betere koppeling tussen apparaten kunnen de opbrengst van de bestaande basis verhogen. Tegelijk kan een hardware-achtergrond een risico zijn wanneer Services, AI en regelgeving meer aandacht vragen. De App Store staat onder druk van toezichthouders. AI-functies vragen cloudkosten en privacykeuzes. Softwarekwaliteit moet dus een meetbaar bedrijfsdoel zijn en geen restpost na hardwarelanceringen. Eerst de marge normaliseren In het kwartaal tot 27 juni boekte Apple $109,4 miljard omzet, 16% meer dan een jaar eerder. De verwaterde winst per aandeel steeg 29% naar $2,02. De brutomarge van 50,1% kreeg ongeveer twee procentpunt steun van een tariefteruggave. De EPS kreeg volgens Apple ongeveer $0,11 hulp. Zonder die bijdrage ligt de genormaliseerde brutomarge rond 48,1%. Dat is nog steeds sterk. Het is alleen belangrijk om de meevaller niet als structureel resultaat van prijzen, productmix of Services te behandelen. Bij de huidige waardering moet de markt kunnen vertrouwen op herhaalbare winst. Softwareonderhoud werkt dubbel op de marge. Het kost geld, maar beschermt premiumprijzen en Services. Een te agressieve kostenbesparing kan de korte marge verhogen en de retentie later beschadigen. De optimale uitgave is daarom niet nul. Wat moet $338,40 waarmaken? De koers van $338,40 is ongeveer 38,9 keer de vergelijkings-EPS van $8,71. Bij een gewenst jaarlijks koersrendement van 8% en een eindmultiple van 30 is in 2029 ongeveer $14,2 EPS nodig. Apple koopt jaarlijks aandelen in. Bij 1,5% netto aandelenkrimp daalt het aandelenbestand in het model van 14,71 miljard naar ongeveer 14,06 miljard in drie jaar. De benodigde nettowinst komt dan rond $200 miljard uit. Inkoop helpt de EPS, maar vraagt enorme kasuitgaven tegen een hoge waardering. Een eindmultiple van 30 blijft royaal voor een onderneming van bijna $5 biljoen beurswaarde. Om die te behouden, moet Apple niet alleen winst laten groeien, maar ook laten zien dat Services, AI en nieuwe apparaten de afhankelijkheid van de iPhone niet vergroten. Drie jaar, drie paden In het bear-scenario groeit EPS nauwelijks: $8,80 in 2027, $9,20 in 2028 en $9,70 in 2029. De multiple daalt van 28 naar 24. Mogelijke koersen zijn $246, $239 en $233. Het middenscenario gebruikt EPS van $9,80, $11,20 en $12,80 en multiples van 34, 32 en 30. Dat geeft $333, $358 en $384. Het gunstige scenario combineert sneller groeiende Services, sterke productcycli en succesvolle AI: EPS loopt naar $15,50 en de multiple blijft 34. Mogelijke koersen zijn $410, $468 en $527. Dit zijn scenario’s, geen koersdoelen. Dividend komt bovenop de koers, maar is klein ten opzichte van de waarderingsbeweging. Aandeleninkoop zit in de EPS-aannames en wordt niet nogmaals opgeteld. Het sterkste tegenargument Het sterkste positieve argument is dat supportkosten nauwelijks los te zien zijn van Apples moat. De onderneming controleert hardware, chips en software. Daardoor kan zij oude apparaten langer ondersteunen en nieuwe functies sneller over de basis verspreiden. Dat versterkt klanttevredenheid, tweedehandswaarde en diensteninkomsten. Het sterkste negatieve argument is dat langere ondersteuning de vervangingscyclus vertraagt. Een iPhone die zes of zeven jaar goed blijft, hoeft niet na drie jaar te worden vervangen. Bovendien verwachten klanten updates inmiddels als standaard en willen zij er niet apart voor betalen. De uitkomst hangt af van de verhouding. Als een extra supportjaar meer Services en loyaliteit oplevert dan het aan uitgestelde hardwareverkoop en ontwikkelkosten kost, groeit de economische waarde. Apple publiceert die brug niet rechtstreeks. Retentie, actieve apparaten, Services-omzet en productmarge geven samen de beste aanwijzing. Conclusie iOS 27.0.1 is financieel klein, maar laat zien hoe Apple zijn grootste bezit onderhoudt: de actieve basis. Hardwaremarge is daarom niet alleen verkoopprijs minus onderdelen. Jaren software, beveiliging en support horen economisch bij dezelfde belofte. Bij $338,40 betaalt de belegger al voor hoge kwaliteit, voortdurende inkoop en stevige EPS-groei. De update zelf verandert de waardering niet. Zij herinnert eraan welk werk nodig is om de multiple te behouden. Onder John Ternus moeten softwarekwaliteit, Services-monetisatie en kapitaalallocatie tegelijk kloppen. Lees ook: Achter de schermen: waarom Google miljarden aan Apple betaalt Apple dateerde iOS 27.0.1 en iPadOS 27.0.1 op 28 september 2026. De Q3-resultaten verschenen op 30 juli voor het kwartaal tot 27 juni. De bestuurswissel werd op 20 april aangekondigd en ging op 1 september in. De koers is de laatste Nasdaq-transactie op 29 september 2026 om 00:15 UTC.
- Fiserv laat zien wat één platform bij Adyen waard is
In het kort Sectornieuws: Activist Jana Partners drong op 28 september bij Fiserv aan op veel grotere kostenbesparingen en het gebruik van Palantir-technologie. Het probleem achter die eis is relevant voor Adyen: oude betaalbedrijven werken vaak met meerdere systemen die na acquisities naast elkaar zijn blijven bestaan. Voordeel: Adyen bouwde gateway, verwerking, acquiring, risicobeheer, terminals en rapportage op één platform. Dat kan integratiekosten verlagen en productontwikkeling versnellen. Grenzen: Eén stack is geen garantie voor hoge groei. De take rate in H1 2026 was ongeveer 16,21 basispunten. Prijsdruk, mix en dure productontwikkeling kunnen het schaalvoordeel opeten. Waardering: Bij €866,40 ligt de lat nog steeds hoog. Voor 9% jaarlijks rendement en 32 keer de winst is in 2029 ongeveer €35 EPS nodig. De scenario’s lopen van €660 tot ruim €2.800. Wanneer een activist een grote betalingsverwerker aanspoort om kosten te snijden en nieuwe technologie in te zetten, gaat het zelden alleen om te veel personeel. Vaak zit de complexiteit in de architectuur. Jaren van overnames laten gateways, databases, rapportagesystemen en lokale processen naast elkaar bestaan. Iedere verandering vraagt meer koppelingen en testen. Adyen begon vanuit de tegenovergestelde richting. Het bedrijf bouwde één wereldwijde technologiestack en voegde landen, betaalmethoden en producten aan dezelfde kern toe. Dat is de technische verklaring achter een groot deel van de waardering. De vraag voor de aandeelhouder is hoeveel van dat voordeel al in €866,40 zit. Direct naar een onderdeel van dit artikel Waarom één stack economisch telt Zestien basispunten zijn klein en krachtig Van 49% naar meer dan 55% marge Wat Fiservs problemen wel en niet bewijzen Wat moet €866,40 waarmaken? Drie jaar, drie paden Het sterkste tegenargument Conclusie Waarom één stack economisch telt Een betaalplatform doet meer dan een kaartbericht doorsturen. Het controleert fraude, routeert de betaling, verwerkt lokale regels, rekent valuta om, regelt settlement en geeft de winkelier informatie. Wanneer elk onderdeel op een ander systeem draait, stijgen onderhoud en foutkans. In een vereenvoudigd model met €4 miljard netto-omzet en een kostenratio van 45% houdt een geïntegreerde speler €2,2 miljard EBITDA over. Een legacyspeler met 60% kosten houdt €1,6 miljard over. Het verschil van €600 miljoen is geen voorspelling voor Fiserv of Adyen, maar toont waarom architectuur waardering kan dragen. Het voordeel groeit wanneer nieuwe functies op dezelfde data en dezelfde klantintegratie voortbouwen. Fraudebeheer kan transactiedata gebruiken. Unified Commerce koppelt winkel en online. Issuing en zakelijke rekeningen geven meer momenten waarop Adyen inkomsten kan verdienen. Daar staat een zwakte tegenover. Een centrale stack concentreert operationeel risico. Een storing, fout in risicomodellen of gebrekkige release kan veel klanten tegelijk raken. Redundantie, compliance en lokaal maatwerk blijven duur, ook als de codebasis overzichtelijker is. Zestien basispunten zijn klein en krachtig Adyen verwerkte in de eerste helft van 2026 €803,8 miljard en boekte €1,3029 miljard netto-omzet. De verhouding is ongeveer 16,21 basispunten, oftewel ruim zestien eurocent netto-omzet per €100 betalingsvolume. Een lage take rate is niet automatisch zwak. Grote klanten leveren enorme volumes en kunnen de infrastructuur efficiënt gebruiken. De mix is beslissend. Eenvoudige verwerking voor een wereldspeler kan weinig opleveren, terwijl fraudediensten, terminals, payouts of financiële producten meer netto-omzet per euro volume genereren. Daarom kan verwerkt volume veel sneller groeien dan netto-omzet. Dat is geen probleem zolang absolute brutowinst en vrije kasstroom sterk stijgen. Het wordt wel een probleem wanneer laaggeprijsd volume capaciteit, compliance en ondersteuning vraagt zonder voldoende extra marge. Van 49% naar meer dan 55% marge Adyen meldde voor H1 2026 €641,5 miljoen EBITDA, een marge van 49%. Exclusief eenmalige kosten lag de marge volgens het bedrijf rond 50%. Voor 2028 mikt het op meer dan 55%. Om daar te komen, moet de extra netto-omzet veel winstgevender zijn dan de bestaande omzet. Bij €3 miljard startomzet, 20% groei, een bestaande marge van 49% en een incrementele marge van 70% stijgt de totale marge in het model naar ongeveer 52,5%. Zelfs een hoge marge op nieuwe omzet brengt het doel dus niet in één stap binnen bereik. Overnames van Talon.One en Orb kunnen productbreedte en groei vergroten. Zij brengen ook integratiekosten, immateriële activa en uitvoeringsrisico. Adyen moet laten zien dat nieuwe producten via dezelfde distributie worden verkocht zonder een even grote stijging van verkoop- en ontwikkelkosten. Wat Fiservs problemen wel en niet bewijzen De oproep van Jana aan Fiserv bewijst niet dat Adyen automatisch marktaandeel wint. Fiserv heeft schaal, bankrelaties en enorme distributie. Kostenbesparing en betere technologie kunnen de concurrent juist scherper maken. Legacyplatforms kunnen onderdelen moderniseren zonder alles tegelijk te vervangen. Het nieuws bevestigt wel dat technische schuld een financiële kostenpost is. Klanten zien de code niet, maar merken implementatietijd, storingen, rapportagekwaliteit en snelheid van nieuwe functies. Adyen kan daardoor winnen zonder altijd de laagste prijs te bieden. Het sterkste commerciële bewijs is uitbreiding bij bestaande klanten. Wanneer één klant meer landen, kanalen en producten toevoegt, dalen acquisitiekosten per extra euro omzet. Tegelijk neemt klantconcentratie toe. Een grote klant die prijs afdwingt of volume verplaatst, kan merkbaar zijn. Wat moet €866,40 waarmaken? Adyen heeft ongeveer 31 miljoen aandelen. Bij 9% gewenst jaarlijks rendement en een eindmultiple van 32 is in 2029 ongeveer €35 EPS nodig. Dat komt neer op circa €1,1 miljard nettowinst. De uitkomst is gevoelig voor de multiple. Bij 24 keer de winst is veel meer EPS nodig om hetzelfde rendement te halen. Bij 40 keer kan minder operationele groei volstaan, maar blijft de belegger afhankelijk van een blijvend royale marktwaardering. Netto kas wordt niet nogmaals bij de koers opgeteld. De scenario’s gebruiken EPS en een multiple, waardoor rente-inkomsten en het balansprofiel al in de winstcapaciteit moeten terugkomen. Aandelenbeloning en eventuele verwatering horen eveneens in EPS. Drie jaar, drie paden In het bear-scenario stijgt EPS van €30 in 2027 naar €38 in 2029, terwijl de multiple daalt van 24 naar 22. De mogelijke koersen liggen op €720, €782 en €836. Het middenscenario gebruikt EPS van €39, €48 en €59 met multiples van 32, 31 en 30. Dat geeft mogelijke koersen van ongeveer €1.248, €1.488 en €1.770. Het gunstige scenario combineert sterke productgroei en margestijging: EPS loopt naar €78 en de multiple blijft 36. Dan komt het 2029-scenario boven €2.800 uit. Het bereik is groot omdat zowel winst als multiple beweegt. Dat is geen teken dat alles even waarschijnlijk is. Het laat zien welke combinatie de huidige prijs beloont en welke combinatie zij afstraft. Het sterkste tegenargument Een kritische belegger kan stellen dat het voordeel van één stack kleiner wordt. Cloudsoftware, standaard-API’s en AI maken het voor legacybedrijven makkelijker om interfaces te verbeteren. Grote klanten willen bovendien meerdere verwerkers om afhankelijkheid te beperken. Het antwoord van Adyen is dat een mooie voorkant geen geïntegreerde kern vervangt. Autorisatie, risicodata, settlement en rapportage leveren juist samen de waarde. Die voorsprong moet wel blijken uit hogere klantretentie, betere autorisatiepercentages en een stijgende marge, niet alleen uit technische taal. Conclusie De onrust bij Fiserv maakt zichtbaar waarom Adyens architectuur economisch relevant is. Eén platform kan minder onderhoud, snellere productontwikkeling en betere datakoppeling opleveren. Dat voordeel is echt, maar niet onbeperkt. Bij €866,40 moet Adyen volume omzetten in meer netto-omzet per klant en een marge boven 55%. De drie cijfers die het verhaal bewijzen zijn take rate per mix, incrementele EBITDA-marge en vrije kasstroom na alle investeringen. Als zij tegelijk verbeteren, is één stack een sterke verdedigingsmuur. Als alleen volume groeit, kan de waardering sneller dalen dan de infrastructuurkosten. Lees ook: Wanneer is het echt een goed moment om Adyen aandelen te kopen? Adyen publiceerde de H1 2026 shareholder letter op 13 augustus 2026 voor de periode tot 30 juni. Reuters berichtte over Jana en Fiserv op 28 september, de dag van de ontwikkeling. De koers is het Euronext-slot van 28 september 2026.
- Citi maakt de stablecoinroute van SoFi minder uniek
In het kort Ontwikkeling: SoFi en Mastercard maakten op 22 september bekend dat SoFiUSD wordt gebruikt voor settlement. SoFi migreert daarbij zijn kaartprogramma van $25 miljard naar transacties op de blockchain. Concurrentie: Op 28 september kondigden Citi en Coinbase een samenwerking voor stablecoinbetalingen en settlement aan. Dat valideert het gebruik, maar verlaagt de kans dat SoFi lang alleen blijft. Verdienmodel: De economische opbrengst kan komen uit lagere settlementkosten, reserve-inkomen en meer klantgebruik. Compliance, liquiditeit, incentives en techniekkosten gaan daar nog vanaf. Waardering: Bij $15,93 en een vergelijkings-EPS van $0,49 is de foutmarge beperkt. De scenario’s voor september 2029 lopen van $14 tot $56. Een stablecoin klinkt als een cryptoproduct, maar voor SoFi is het vooral een infrastructuurkeuze. SoFiUSD is bedoeld als digitale dollar die op een blockchain beweegt en één-op-één door liquide reserves wordt gedekt. Wanneer Mastercard en SoFi kaarttransacties hiermee afwikkelen, kan geld sneller door de keten gaan en kan een deel van de traditionele afwikkelingsstappen verdwijnen. De schaal klinkt meteen groot. SoFi spreekt over de migratie van een kaartprogramma van $25 miljard. Dat bedrag is geen extra omzet en ook geen gemiddelde stablecoinomloop. Het is het programmavolume waarop een kleine kostenbesparing of een snellere afwikkeling betekenis kan krijgen. Op 28 september maakte Citi met Coinbase bekend eveneens aan stablecoinbetalingen en settlement te werken. Daarmee verandert het verhaal van een unieke SoFi-route in een bredere race tussen banken, netwerken en cryptoplatforms. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een basispunt is weinig, behalve op $25 miljard Reserve-inkomen is aantrekkelijk en rentegevoelig SoFi blijft in de eerste plaats een bank Citi maakt de markt groter en de voorsprong kleiner Wat moet $15,93 waarmaken? Drie jaar, drie paden Het sterkste tegenargument Conclusie Een basispunt is weinig, behalve op $25 miljard Settlement is de definitieve verrekening tussen partijen. Bij kaartbetalingen zitten daar banken, netwerken, verwerkers en soms meerdere valuta tussen. Een blockchain kan onderdelen automatiseren en continu beschikbaar maken. De waarde zit niet in het woord blockchain, maar in minder gebonden werkkapitaal, snellere finaliteit en lagere operationele kosten. Op $25 miljard programmaomvang is één basispunt, 0,01%, gelijk aan $2,5 miljoen. Een netto besparing van acht basispunten levert bruto $20 miljoen op. Trek daar $25 miljoen aan platform-, compliance- en integratiekosten vanaf, dan blijft in dit model niets over. De besparing moet dus groot genoeg zijn of over meer volume worden uitgesmeerd. Dit maakt schaal belangrijk. De eerste implementatie draagt ontwikkelkosten die latere programma’s kunnen hergebruiken. Tegelijk kunnen Mastercard, Coinbase en grote banken een deel van de winst opeisen. SoFi bezit niet automatisch de hele betaalrail omdat zijn naam op de stablecoin staat. Reserve-inkomen is aantrekkelijk en rentegevoelig Een volledig gedekte stablecoin houdt liquide activa aan. Denk aan kortlopende Amerikaanse staatsleningen, deposito’s en cash. Die reserves kunnen rente opleveren. Bij $2 miljard gemiddelde omloop, 3,5% rendement en een economisch aandeel van 70% zou ongeveer $49 miljoen bruto reserve-inkomen aan SoFi toevallen. Dat bedrag beweegt mee met de rente. Wanneer de Federal Reserve verlaagt, daalt de opbrengst op de reserve. Omloop en transacties kunnen tegelijk groeien, maar volume is geen garantie voor een hoog gemiddeld saldo. Een token die snel rondgaat, kan veel betalingen ondersteunen met relatief weinig reserve-inkomen. Daarnaast is vertrouwen doorslaggevend. Een dollarclaim moet altijd tegen één dollar kunnen worden ingewisseld. Liquiditeit, bewaring, audits en regelgeving zijn daarom geen bijkomstigheden maar het product. Een fout kan het hele merk raken, inclusief de bankactiviteiten die niets met crypto te maken hebben. SoFi blijft in de eerste plaats een bank De meest onderschatte kracht van SoFi is niet de stablecoin, maar de depositobasis. Goedkope en stabiele deposito’s kunnen leningen financieren tegen lagere kosten dan marktfinanciering. Het voordeel wordt deels doorgegeven via een hogere spaarrente, waarmee nieuwe klanten worden aangetrokken en bestaande klanten blijven. Bij $35 miljard deposito’s en een bruto kostenvoordeel van 1,5 procentpunt ontstaat $525 miljoen voordeel. Wanneer 60% via een betere rente naar klanten gaat, blijft in het model $210 miljoen voor SoFi. Dat is groter dan de eerste reserve-inkomsten uit SoFiUSD waarschijnlijk zullen zijn. De andere kant is kredietrisico. Persoonlijke leningen en creditcards leveren rente, maar verliezen kunnen in een recessie snel oplopen. De technologieactiviteiten, waaronder Galileo, geven meer fee-inkomen. Stablecoinsettlement kan dat platform relevanter maken. Het verandert niet dat de balans en kredietkwaliteit de grootste risico’s blijven. Citi maakt de markt groter en de voorsprong kleiner De samenwerking tussen Citi en Coinbase heeft twee effecten. Positief is dat een systeembank stablecoinsettlement serieus genoeg neemt om eraan te bouwen. Bedrijven kunnen daardoor sneller wennen aan digitale dollars en 24-uursafwikkeling. Een grotere markt helpt SoFi. Negatief is dat grote banken bestaande zakelijke klanten, treasuryrelaties en internationale licenties hebben. Coinbase brengt cryptoliquiditeit en infrastructuur. Mastercard brengt het netwerk. De waarde verschuift daardoor naar interoperabiliteit en distributie, niet alleen naar het uitgeven van een token. SoFi moet bewijzen dat SoFiUSD meer doet dan zijn eigen programma efficiënter maken. Externe klanten, herhaalgebruik en inkomsten per dollar volume zijn belangrijker dan het aantal persberichten. Een gesloten ecosysteem kan goedkoper zijn, maar blijft begrensd door SoFi’s eigen schaal. Wat moet $15,93 waarmaken? De huidige koers is ongeveer 32,5 keer de vergelijkings-EPS van $0,49. Die EPS is een momentopname en kan door kredietkosten, belasting en aandelenbeloning bewegen. De reverse waardering vraagt welke EPS in 2029 nodig is voor een gewenst rendement. Bij 10% jaarlijks koersrendement en een eindmultiple van 28 is ongeveer $0,76 EPS nodig. Met 2% jaarlijkse nettoverwatering komt dat neer op ongeveer $1,1 miljard nettowinst op 1,43 miljard aandelen. Dat is haalbaar bij aanhoudende ledengroei, goede kredietkwaliteit en meer fee-inkomen, maar laat weinig ruimte voor een flinke kredietcyclus. De stablecoin kan aan die winst bijdragen, maar hoeft niet de belangrijkste motor te zijn. Bij $49 miljoen reserve-inkomen en enkele tientallen miljoenen settlementvoordeel blijft de impact klein tegenover een nettowinstdoel boven $1 miljard. Strategische waarde kan eerder zitten in lagere kosten en een sterkere platformpositie. Drie jaar, drie paden Het bear-scenario veronderstelt EPS van $0,48, $0,58 en $0,70, met een dalende multiple van 24 naar 20. Mogelijke koersen: ongeveer $11,50 in 2027, $12,80 in 2028 en $14 in 2029. Het middenscenario gebruikt EPS van $0,62, $0,85 en $1,15 en multiples van 32, 30 en 28. Dat leidt tot ongeveer $19,80, $25,50 en $32,20. In het gunstige scenario groeit EPS naar $1,65 en blijft de multiple op 34. De mogelijke koersen lopen dan van bijna $30 naar ongeveer $56. De formule is steeds EPS maal de veronderstelde multiple. Nettoverwatering zit al in de EPS-aannames. Kas en schuld worden niet nogmaals opgeteld, omdat zij via het bankmodel en de winstcapaciteit worden behandeld. Het sterkste tegenargument Het sterkste positieve argument is dat SoFi meerdere producten onder één relatie stapelt. Een klant kan sparen, lenen, beleggen, betalen en later SoFiUSD gebruiken. Hogere productdichtheid verlaagt acquisitiekosten per product en kan deposito’s langer vasthouden. De stablecoin hoeft dan geen hoge zelfstandige marge te hebben om waardevol te zijn. Het sterkste negatieve argument is precies dezelfde verwevenheid. Een fout in krediet, compliance of stablecoinreserves raakt het hele merk. Grote banken kunnen bovendien dezelfde technologie toevoegen zonder hun bestaande distributie op te geven. Conclusie SoFiUSD is inhoudelijk relevanter dan een marketingtoken omdat Mastercard het gebruikt en een groot kaartprogramma wordt gemigreerd. De aankondiging van Citi en Coinbase zes dagen later laat zien dat de technologie snel institutioneel wordt. Bij $15,93 moet SoFi vooral winst per aandeel laten groeien. Settlementbesparing en reserve-inkomen helpen, maar deposito’s, kredietverliezen, fee-inkomen en verwatering blijven groter. Wie het aandeel volgt, moet daarom drie cijfers naast elkaar zetten: gemiddelde SoFiUSD-omloop, netto inkomsten per dollar verwerkt volume en geconsolideerde EPS na aandelenbeloning. Lees ook: Waarom SoFi aandelen weer cool zijn en een reden om voorzichtig te zijn SoFi en Mastercard beschreven de SoFiUSD-settlement op 22 september 2026. Citi en Coinbase kondigden hun samenwerking op 28 september aan. De koers is de laatste Nasdaq-transactie op 29 september 2026 om 00:15 UTC.
- IRENs AI-omslag begint met 638,8 miljoen dollar afboeking
In het kort Cijfer: IREN boekte in boekjaar 2026 $638,8 miljoen aan afboekingen. In het vierde kwartaal alleen ging het om $450,4 miljoen, vooral door bitcoinminers buiten gebruik te stellen tijdens de omslag naar AI-infrastructuur. Mechanisme: De afboeking is niet dezelfde dag een kasuitgave, maar toont dat apparatuur die voor mining is gekocht niet zonder verlies in een AI-datacenter verandert. Financiering: Het bedrijf combineert goedkope projectfinanciering rond 6% met duurdere tranches en klantgerelateerde constructies rond 9%. Bezetting moet daarom snel genoeg stijgen om rente en afschrijving te dragen. Waardering: Bij $41,72 en ongeveer $13,9 miljard beurswaarde betaalt de markt al voor meerdere miljarden AI-omzet. De scenario’s voor september 2029 lopen uiteen van $6 tot ruim $200, precies omdat bezetting, marge, schuld en verwatering nog niet vaststaan. IREN is niet langer alleen een bitcoinminer met goedkope stroom. De onderneming bouwt datacenters, koopt GPU’s en probeert capaciteit te verhuren voor training en inference van kunstmatige intelligentie. In boekjaar 2026 steeg AI Cloud-omzet van $16,4 miljoen naar $128,8 miljoen. Bitcoin Mining bracht $578,2 miljoen op. De nieuwe activiteit groeit snel, maar de oude activiteit betaalde nog steeds het grootste deel van de rekening. Daarom is de afboeking van $638,8 miljoen belangrijker dan een boekhoudkundige voetnoot. Zij maakt zichtbaar dat de omslag kapitaal vernietigt voordat nieuwe contracten rendement opleveren. De koers van $41,72 veronderstelt dat die vernietiging tijdelijk is en dat de nieuwe GPU-vloot veel productiever wordt dan het oude miningpark. Direct naar een onderdeel van dit artikel Een afboeking is niet gratis omdat er geen kas beweegt Bezetting bepaalt of de sprong werkt De rente legt een harde ondergrens onder omzet Wat moet $41,72 waarmaken? Drie jaar, drie paden Het sterkste tegenargument Conclusie Een afboeking is niet gratis omdat er geen kas beweegt Een impairment verlaagt de boekwaarde van een actief. De kas verliet het bedrijf eerder, toen de hardware werd gekocht. Op het moment van afboeken beweegt weinig of geen geld. Toch vertelt de post iets economisch. De oorspronkelijke investering levert minder toekomstige kasstromen op dan eerder werd aangenomen. Miningmachines zijn gespecialiseerde computers. Zij kunnen niet eenvoudig veranderen in NVIDIA-systemen voor AI. Ook stroomaansluiting, koeling en gebouwen moeten worden aangepast. Een terrein met veel megawatt is waardevol, maar de oude machines kunnen weinig bijdragen aan het nieuwe verdienmodel. Het risico is dat beleggers de afboeking als verleden tijd behandelen en alle nieuwe investeringen als groeikapitaal waarderen. De geschiedenis wijst juist op een korte economische levensduur. GPU’s zijn breder inzetbaar dan bitcoinminers, maar ook daar komen snel nieuwe generaties. Restwaarde en contractduur moeten daarom samen worden beoordeeld. Bezetting bepaalt of de sprong werkt Een AI-cloud verdient pas geld wanneer klanten de systemen gebruiken en betalen. Aangekochte GPU’s leveren in de wachtrij geen omzet, terwijl rente, personeel, stroomaansluitingen en afschrijving doorlopen. Bezetting is daarom een betere economische thermometer dan alleen het aantal bestelde chips. IREN meldde voor boekjaar 2026 een totale omzet van $707 miljoen, tegen $501 miljoen een jaar eerder. Tegelijk draaide de onderneming van $86,9 miljoen nettowinst naar een nettoverlies van $702,6 miljoen, grotendeels door afboekingen. De aangepaste EBITDA in het vierde kwartaal bedroeg slechts $19,2 miljoen. Dat is klein tegenover de financieringsplannen. Het gunstige geval is duidelijk. Een GPU-vloot met hoge bezetting, meerjarige contracten en voorspelbare stroomkosten kan veel omzet per megawatt genereren. De vaste infrastructuur wordt dan over meer betaalde rekentijd verdeeld. In het ongunstige geval koopt IREN vroeg capaciteit, dalen huurprijzen en moet het bedrijf langer wachten op klanten. Dan werkt operationele hefboom achteruit. De rente legt een harde ondergrens onder omzet IREN presenteerde $3,6 miljard aan financiering voor GPU’s tegen ongeveer 6%. Voor andere en klantgerichte uitrol noemde het bedrijf $2,8 miljard, waaronder $2,4 miljard rond 9%. Niet iedere dollar is tegelijk opgenomen en de precieze voorwaarden verschillen, maar het prijsverschil laat zien dat financiering niet uniform is. Bij $4 miljard schuld en een gelijke verdeling tussen 6% en 9% bedraagt de jaarlijkse rente in het model ongeveer $300 miljoen. Voor een comfortabele dekking van drie keer is dan $900 miljoen EBITDA nodig. Daar komen onderhoudsinvesteringen, belasting en aflossing nog bij. Vooruitbetalingen van klanten kunnen het financieringsrisico verlagen. Zij zijn niet gratis. Een vooruitbetaling is meestal gekoppeld aan toekomstige levering en geeft de klant onderhandelingsmacht. Als een groot contract wordt uitgesteld, raakt dat zowel bezetting als liquiditeit. Wat moet $41,72 waarmaken? De marktkapitalisatie van ongeveer $13,9 miljard is ruim negentien keer de omzet van boekjaar 2026. Dat cijfer is niet bruikbaar als stabiele multiple, omdat de omzetmix snel verandert. Daarom rekenen we terug vanuit enterprise value, EBITDA-marge en een veronderstelde multiple in 2029. Met $2 miljard nettoschuld, een EV/EBITDA-multiple van 14 en een EBITDA-marge van 45% is ongeveer $2,5 miljard omzet nodig om de huidige waarde te dragen zonder extra rendement. Voor 9% jaarlijks koersrendement ligt de vereiste waarde hoger. De markt verwacht dus dat AI Cloud in enkele jaren veel groter wordt dan de huidige onderneming. Dat is mogelijk. IREN heeft meer dan 5 GW aan ontwikkelingspijplijn en mikt op uitbreiding van ongeveer 0,3 GW in 2026 naar 0,8 GW in 2027. Megawatts zijn echter geen omzet. Stroomrechten, gebouwen, GPU’s, netwerk en contracten moeten tegelijk gereed zijn. Drie jaar, drie paden In het bear-scenario groeit de omzet naar $1,8 miljard in 2029, blijft de EBITDA-marge op 30%, loopt nettoschuld op tot $2,5 miljard en stijgt het aantal aandelen naar 385 miljoen. De mogelijke koersen zijn dan ongeveer $1, $3 en $5. Dit scenario laat zien hoe snel de restwaarde verdampt wanneer schuld sneller groeit dan EBITDA. Het middenscenario gebruikt $1,4 miljard omzet in 2027, $2,3 miljard in 2028 en $3,2 miljard in 2029. De marge stijgt naar 45%, maar nettoschuld en aandelen nemen ook toe. Dat levert ongeveer $14, $52 en $43 op, afhankelijk van de multiple. De daling in het laatste jaar komt door een lagere multiple en meer schuld, ondanks hogere EBITDA. Het gunstige scenario veronderstelt snelle bezetting, omzet van $4,8 miljard in 2029, een marge van 52% en beperkte verwatering. Dan lopen de mogelijke koersen op tot ruim $200. Het bereik is extreem omdat een jonge kapitaalintensieve cloudonderneming weinig vaste ankers heeft. Het sterkste tegenargument Tegenover de risico’s staat een schaars actief. Grote stroomaansluitingen en geschikte datacenterlocaties zijn moeilijk snel te bouwen. AI-klanten willen capaciteit en kunnen via langlopende contracten veel risico wegnemen. IREN kan daardoor meer waarde uit dezelfde megawatts halen dan met bitcoinmining. Dat argument blijft overeind zolang contracten, financiering en bouwtempo elkaar volgen. Het verliest kracht wanneer capaciteit speculatief wordt gebouwd of klanten kunnen heronderhandelen terwijl de schuld vaststaat. Conclusie De afboeking van $638,8 miljoen is geen reden om alle toekomstige projecten af te schrijven. Zij is wel een waarschuwing tegen het idee dat bestaande mininginfrastructuur zonder economische frictie in AI verandert. De omslag kost oude boekwaarde, nieuw kapitaal en tijd. Bij $41,72 koopt de belegger geen bewezen cloudmarge, maar een uitvoeringsthese. De belangrijkste cijfers zijn voortaan betaalde bezetting, omzet per GPU, contractduur, rente, nettoschuld en het verwaterde aantal aandelen. Als die samen verbeteren, kan de schaarse stroompositie veel waard worden. Als één schakel achterblijft, wordt de financiering sneller zichtbaar dan de AI-belofte. Lees ook: Chamath noemt Nebius en IREN grote winnaars van open AI IREN publiceerde de resultaten over boekjaar 2026 op 27 augustus 2026 voor het jaar tot 30 juni 2026. De koers is de laatste Nasdaq-transactie op 29 september 2026 om 00:15 UTC.
- Sandisk explodeerde na de vorige Micron-cijfers en morgen is het raak
In het kort: De NAND-prijzen zijn cruciaal voor Sandisk, omdat hogere prijzen direct de omzet en winstgevendheid sterk beïnvloeden. Beleggers letten bij Micron vooral op de ontwikkeling van NAND-prijzen en de vraag naar datacenter-SSD's, die beide belangrijke groeifactoren voor Sandisk zijn. De groei bij Sandisk lijkt af te zwakken, waardoor de houdbaarheid van de hoge NAND-prijzen en winstgevendheid centraal staat. Beleggers in Sandisk kijken woensdag met extra aandacht naar de kwartaalcijfers van Micron Technology. Hoewel NAND slechts een deel van Microns activiteiten vormt, zijn de cijfers belangrijk voor Sandisk. Het bedrijf is vrijwel volledig afhankelijk van NAND flashgeheugen. Bij de vorige cijfers van Micron bleek al hoe sterk die relatie is. Een dag na de publicatie van de resultaten steeg het aandeel Sandisk met 22%. Micron rapporteerde toen een sterke stijging van de NAND omzet en vooral veel hogere prijzen. SanDisk koers: Bron: Google Finance NAND prijzen zijn cruciaal In het fiscale derde kwartaal van Micron steeg de NAND omzet met 99% ten opzichte van het voorgaande kwartaal tot 9,9 miljard dollar. De gemiddelde verkoopprijzen stegen met ongeveer 80%, terwijl de verkochte hoeveelheid slechts met enkele procenten toenam. NAND omzet Micron: Dat is belangrijk voor Sandisk, omdat hogere prijzen direct doorwerken in de omzet en winstgevendheid. De cijfers van Sandisk bevestigden dit vervolgens. De omzet steeg in het fiscale vierde kwartaal met 51% ten opzichte van het voorgaande kwartaal tot 8,97 miljard dollar. Op jaarbasis bedroeg de groei maar liefst 372%. Het grootste deel van de groei kwam door hogere prijzen en niet door hogere volumes. Groei lijkt wel af te zwakken Sandisk verwacht voor het huidige kwartaal een omzet van 10,3 tot 10,8 miljard dollar. Dat is nog altijd een flinke stijging, maar duidelijk minder sterk dan in het voorgaande kwartaal. Ook de brutomarge geeft een aanwijzing. Sandisk verwacht een aangepaste marge van 83% tot 85%, tegenover 84,6% in het vorige kwartaal. Dat suggereert dat het bedrijf niet uitgaat van opnieuw zulke sterke prijsstijgingen als in het voorjaar. Daarom wordt vooral gekeken naar wat Micron woensdag zegt over de ontwikkeling van de NAND prijzen. Na twee kwartalen met prijsstijgingen van meer dan 75% zou een duidelijke vertraging een signaal kunnen zijn dat de markt begint af te koelen. Datacenter-SSD's blijven belangrijk Naast de NAND prijzen is de vraag naar SSD's voor datacenters een belangrijk aandachtspunt. De groei van kunstmatige intelligentie zorgt voor een sterke vraag naar opslag in datacenters. Micron zag de omzet uit datacenter-SSD's in het vorige kwartaal meer dan verdubbelen tot boven de 5 miljard dollar. Ook Sandisk profiteert hiervan. De omzet uit deze activiteiten steeg in het vorige kwartaal met 103% tot ongeveer 3 miljard dollar. Sterke cijfers van Micron over datacenter-SSD's zouden daarom ook positief zijn voor de verwachtingen rond Sandisk. Sandisk blijft gevoelig voor de geheugencyclus Het aandeel Sandisk staat inmiddels ongeveer 28% onder de piek van juni. Dat laat zien dat beleggers twijfelen over de houdbaarheid van de huidige hoge NAND prijzen. Micron gaf eerder aan dat de markt voor NAND en DRAM naar verwachting tot na 2027 krap kan blijven. Tegelijkertijd verschuiven chipfabrikanten capaciteit van NAND naar DRAM, waardoor het aanbod van NAND verder onder druk kan blijven staan. Voor Sandisk is dat belangrijker dan voor Micron, omdat Sandisk geen DRAM activiteiten heeft om een eventuele zwakkere NAND markt op te vangen. Waar moeten beleggers woensdag op letten? De ontwikkeling van de NAND prijzen is woensdag waarschijnlijk het belangrijkste onderdeel van de cijfers van Micron voor Sandisk beleggers. Daarnaast zijn de vooruitzichten voor datacenter-SSD's en het verwachte aanbod belangrijk. De cijfers van Micron geven geen volledig beeld van de toekomstige winst van Sandisk, maar ze kunnen wel een vroege indicatie geven van de omstandigheden waarin Sandisk momenteel opereert. Daarom zijn niet zozeer de koersbewegingen van beide aandelen na de cijfers interessant, maar vooral de vraag of de sterke NAND prijsstijgingen kunnen worden voortgezet. Dat bepaalt in belangrijke mate hoe houdbaar de huidige hoge winstgevendheid van Sandisk is.
- Realty Income en Home Depot staan op hun dieptepunt van het jaar
In het kort: Realty Income en Home Depot staan dicht bij hun 52 weeks dieptepunten terwijl de S&P 500 dit jaar tot en met 24 september 12,5% hoger staat. Hogere Amerikaanse rentes maken obligaties weer een serieuze concurrent voor dividend aandelen met een hoog rendement. De vraag is of de dividendhistorie van beide bedrijven genoeg houvast biedt zolang rente en consumentenvraag tegenzitten. Realty Income en Home Depot horen bij de dividend aandelen die nu juist opvallen omdat hun koersen niet meedoen met de brede markt. De S&P 500 stond tot en met 24 september 12,5% hoger, maar beide namen liggen dicht bij hun 52 weeks dieptepunt. Dat maakt ze relevant voor inkomensbeleggers, al is een hoog dividendrendement alleen nooit het hele verhaal. De rente is terug als concurrent van dividend aandelen. De 10 jaars Amerikaanse staatslening kwam deze maand boven 5% uit en bereikte 5,18%, tegenover 4,79% op 1 september. Voor beleggers die inkomen zoeken, verandert daarmee de rekensom. Een dividend van 5% of 6% oogt minder bijzonder als staatsleningen ook weer een stevig rendement bieden. Daar wringt het vooral bij aandelen waarvan de aantrekkingskracht sterk leunt op de uitkering. Beleggers kijken dan scherper naar de kasstroom, de dividendhistorie en de vraag hoeveel koersrisico zij willen nemen. Realty Income voelt staatsrente direct Realty Income, een REIT, sloot op 24 september op $55,41. Eerder die dag raakte het aandeel een 52 weeks dieptepunt van $55,07. De timing is veelzeggend, want vastgoedfondsen krijgen vaak direct last van hogere rentes. Een REIT is een vastgoedstructuur die minimaal 90% van het belastbare inkomen moet uitkeren als dividend. Dat maakt Realty Income populair bij beleggers die regelmatige inkomsten zoeken. Maar dezelfde eigenschap maakt het aandeel ook gevoelig voor de vergelijking met obligaties. Toch is het onderliggende beeld minder zwak dan de koers doet vermoeden. Realty Income haalt het grootste deel van zijn huurinkomsten uit retailvastgoed. De bezettingsgraad stond per 30 juni op 98,8%, wat erop wijst dat de panden nog altijd goed gevuld zijn. Vastgoedfondsen voelen de druk van hogere Amerikaanse staatsrentes Bron: Smovin Maanddividend houdt Realty Income zichtbaar Realty Income betaalt maandelijks dividend, en dat blijft een belangrijk onderscheidend punt. De raad van bestuur heeft het dividend 116 kwartalen op rij verhoogd. De uitkering voor oktober ging van $0,27 naar $0,2715 per aandeel. Op dat nieuwe niveau bedraagt het dividendrendement 5,9%. Dat steekt duidelijk af tegen het dividendrendement van 1,1% voor de S&P 500. Het cijfer trekt aandacht, maar de rente verklaart waarom de koers toch onder druk staat. Voor Realty Income draait het dus niet alleen om de hoogte van de uitkering. De markt weegt ook mee hoe lang de Amerikaanse rente hoog blijft en hoeveel beleggers daarvoor een eenvoudiger alternatief vinden in staatsleningen. Juist dat maakt de waardering gevoeliger dan de bezettingsgraad alleen doet vermoeden. Home Depot blijft afhankelijk van herstel in renovatievraag Bron: Bloomberg News Home Depot wacht op huiseigenaar Home Depot, de grootste retailer in woningverbetering ter wereld, heeft een ander renteprobleem. Het bedrijf is afhankelijk van huiseigenaren die vertrouwen genoeg hebben om grote projecten te starten. Keukens, badkamers en aanbouwen worden minder vanzelfsprekend als lenen duurder wordt. Dat is terug te zien in de omzetontwikkeling. Home Depot boekte in het fiscale tweede kwartaal, dat eindigde op 2 augustus, een vergelijkbare omzetgroei van 1,7%. Dat is groei, maar geen teken dat de renovatiemarkt alweer op volle kracht draait. De koers weerspiegelt die aarzeling. Home Depot sloot op 24 september op $292,18, dicht bij het 52 weeks dieptepunt van $289,10. Voor een bedrijf met zo’n marktpositie is dat een opvallende terugval, maar ook hier geldt dat de rente een groot deel van het verhaal vertelt. Dividendhistorie biedt Home Depot steun Home Depot biedt een dividendrendement van 3,2%. Dat ligt duidelijk lager dan bij Realty Income, maar nog altijd boven het niveau van veel brede marktindices. Het bedrijf heeft de uitkering sinds 2010 elk jaar verhoogd. Ook de periode daarvoor is relevant. Tijdens de jaren van de Great Recession hield Home Depot het dividend van 2006 tot en met 2009 gelijk. De uitkering werd toen niet verhoogd, maar ook niet verlaagd. Die historie geeft het aandeel een ander profiel dan een puur cyclische retailer. Toch blijft Home Depot afhankelijk van de bereidheid van consumenten om grote uitgaven aan het huis te doen. Zolang hoge kosten en duurdere leningen op die vraag drukken, blijft het dividendverhaal sterker dan het groeiverhaal. Rente bepaalt het volgende bewijs Bij Realty Income en Home Depot draait de discussie uiteindelijk om dezelfde vraag: hoeveel druk van rente en consumentengedrag zit al in de koers? Bij Realty Income is de vergelijking met staatsleningen direct. Bij Home Depot loopt de rente via huizenmarkt, verbouwingen en het vertrouwen van huishoudens. Als de rente daalt en de economie aantrekt, kan de druk op beide aandelen afnemen. Realty Income zou dan minder hard hoeven concurreren met obligaties. Home Depot kan dan profiteren als uitgestelde renovatieplannen weer op tafel komen. Tot die tijd blijft het beeld gemengd. De dividendrendementen zijn hoog genoeg om aandacht te trekken, maar de markt vraagt meer bewijs dan alleen een lange dividendhistorie. Voor deze dividend aandelen ligt het volgende kantelpunt waarschijnlijk bij de richting van de Amerikaanse rente en bij signalen dat de vraag naar vastgoed en woningverbetering weer aantrekt.
- Oracle heeft 664 miljard dollar in de wacht maar één risico groeit
In het kort: Oracle moet 664 miljard dollar aan resterende prestatieverplichtingen omzetten in echte omzet. Beleggers vrezen dat het bedrijf daarvoor extra schuld of nieuwe aandelen nodig heeft. De groei in cloudinfrastructuur geeft Oracle steun, maar de vraag blijft hoeveel financieringsruimte die groei vraagt. Oracle heeft een contractberg van 664 miljard dollar, maar het Oracle aandeel noteert nog altijd 60% onder de piek van 2025. Dat contrast verklaart waarom beleggers blijven kijken naar dit aandeel. De omzet groeide in het eerste kwartaal van boekjaar 2027 met 30% naar 19 miljard dollar. Toch draait het debat niet om de groei zelf, maar om de vraag hoeveel geld Oracle nodig heeft om die groei waar te maken. Oracle wordt verhandeld tegen 17 keer de verwachte winst, terwijl analisten hun winstramingen verhogen. Voor een bedrijf met 30% omzetgroei oogt dat op het eerste gezicht niet duur. De koers vertelt alleen ook iets anders: beleggers willen eerst bewijs dat de grote cloudbelofte niet te zwaar op de balans gaat drukken. Daar zit de kern van het verhaal. Oracle groeit hard, vooral in cloudinfrastructuur, maar groei alleen is bij dit bedrijf niet genoeg. De markt kijkt naar kasstroom, schuld en de vraag of bestaande aandeelhouders later verwatering moeten slikken door nieuwe aandelenuitgifte. Oracle moet contractberg verzilveren De 664 miljard dollar aan resterende prestatieverplichtingen is de spil in het verhaal. Het gaat om contractuele inkomsten die nog niet als omzet zijn geboekt. Op papier geeft dat Oracle zicht op jaren aan toekomstige omzet, maar papier betaalt geen investeringen. Beleggers kijken daarom niet alleen naar de omvang van die verplichtingen. Zij willen zien hoe snel Oracle de contracten omzet in echte omzet en kasstroom. Als daar extra schuld of nieuwe aandelen voor nodig zijn, wordt de rekensom minder aantrekkelijk dan het groeicijfer doet vermoeden. Oracle-campus in Texas symboliseert de schaal van toekomstige verplichtingen Bron: Forbes Cloudinfrastructuur draagt het verhaal De omzet uit cloudinfrastructuur steeg met 121%. Dat is het sterkste cijfer in de update en verklaart waarom Oracle nadrukkelijker wordt gevolgd in de markt voor infrastructuur voor kunstmatige intelligentie. Het management verwacht dat ongeveer de helft van de huidige resterende prestatieverplichtingen in de komende drie jaar omzet wordt. Financieel directeur Hilary Maxson zei tijdens de conferencecall over de cijfers van 10 september 2026 dat Oracle in het kwartaal een “strong conversion” zag van resterende prestatieverplichtingen. Dat is precies het punt waarop beleggers letten. Eén sterk kwartaal helpt, maar het neemt de twijfel over de uitvoering nog niet weg. Nieuw datacenter ondersteunt Oracle’s snelle groei in cloudinfrastructuur Bron: Reuters Schuld maakt Oracle kwetsbaarder Oracle heeft een schuld eigenvermogensratio van 2,53 keer. De schuld ligt dus duidelijk hoger dan het eigen vermogen. Voor een bedrijf dat zwaar investeert in cloudinfrastructuur hoeft dat geen probleem te zijn, maar de foutmarge wordt wel kleiner. Het kwetsbare punt zit bij de uitgaven aan infrastructuur voor kunstmatige intelligentie. Als klanten hun plannen vertragen, kan Oracle eerder met hoge investeringen zitten dan met de bijbehorende omzet. Daar wringt het: de vraag is groot, maar de timing van de inkomsten blijft bepalend voor de balans. Kasstroom moet scepsis doorbreken De operationele kasstroom steeg in het kwartaal met 184% naar 23 miljard dollar. Over de afgelopen twaalf maanden kwam de operationele kasstroom uit op 47 miljard dollar. Dat is de sterkste tegenwerping tegen het sombere scenario rond schuld en kapitaalbehoefte. Toch is die kasstroom vooral relevant als de omzetting van contracten doorzet. Oracle hoeft de markt niet meer uit te leggen dat er vraag is naar cloudcapaciteit. Het bedrijf moet laten zien dat die vraag winstgevend en zonder al te veel extra financiering kan worden bediend. Oracle beleggers wachten op bewijs Het Oracle aandeel zit daardoor tussen twee verhalen in. Het groeiverhaal is duidelijk: hogere omzet, een sterke cloudtak en een forse contractenvoorraad. Het waarderingsverhaal blijft minder comfortabel, omdat de balans en mogelijke verwatering zwaarder meewegen dan bij een bedrijf met dezelfde groei maar minder schulden. Na de call van 10 september 2026 ligt de lat bij de volgende cijfers niet alleen bij omzetgroei. Beleggers zullen vooral letten op de omzetting van resterende prestatieverplichtingen, de ontwikkeling van de operationele kasstroom en de investeringen in infrastructuur voor kunstmatige intelligentie. Pas als Oracle daar opnieuw bewijs levert, krijgt het Oracle aandeel een beter antwoord op de scepsis die nu nog in de koers zit.











